a. Beleidsplan Integrale Schuldhulpverlening 2026-2030
Tekst van het document
Beleidsplan Integrale schuldhulpverlening Gemeente Sluis 2026-2030
Samen toewerken Naar een financieel stabiele toekomst
1
Inhoud Hoofdstuk 1: Het Beleidskader ............................................................................................................ 3 1.1 Inleiding .................................................................................................................................................... 3 1.2 Leeswijzer ................................................................................................................................................ 3 1.3 Missie ....................................................................................................................................................... 3 1.4 Visie ......................................................................................................................................................... 3 1.5 Oorzaken schuldproblematiek ................................................................................................................. 3 1.6 Investeren in schuldhulpverlening ............................................................................................................ 3 1.7 Inzet nieuw beleidsplan ............................................................................................................................ 4 Hoofdstuk 2: Landelijke ontwikkelingen .............................................................................................
5 2.1 Landelijke maatregelen ............................................................................................................................ 5 2.2 Landelijk kader basisdienstverlening schuldhulpverlening ...................................................................... 5 Hoofdstuk 3: Proces schuldhulpverlening ......................................................................................... 7 3.1 Stroomschema schuldhulpverlening. ....................................................................................................... 7 3.2 Preventie .................................................................................................................................................. 7 3.3 Vroegsignalering ...................................................................................................................................... 7 3.4 Flankerende hulp ..................................................................................................................................... 8 3.5 Schuldhulpverleningstraject ..................................................................................................................... 8 Minnelijke schuldregeling ...........................................................................................................................
8 Wet schuldsanering natuurlijke personen .................................................................................................. 8 Voorlopige voorziening of moratorium ....................................................................................................... 9 3.6 Nazorg ...................................................................................................................................................... 9 Hoofdstuk 4: landelijk kader basisdienstverlening .......................................................................... 10 4.1 Speerpunt 1: Preventie .......................................................................................................................... 10 1. Borging bestaanszekerheid ................................................................................................................. 10 2. Een breed scala aan ondersteuning .................................................................................................... 10 3. Vroeg erop af! ...................................................................................................................................... 10 4.2 Speerpunt 2: Maatwerk ..........................................................................................................................
11 4.3 Speerpunt 3: Toegankelijke, laagdrempelige hulp en informatie ........................................................... 13 4.4 Speerpunt 4: Perspectief op een schuldenvrije toekomst...................................................................... 14 Hoofdstuk 5: Integrale schuldhulpverlening 2026-2030 .................................................................. 16 5.1 Lokale cijfers .......................................................................................................................................... 16 5.2 Beleidsperiode 2026-2030 gemeente Sluis ........................................................................................... 16 5.3 Monitoring .............................................................................................................................................. 19 Hoofdstuk 6: Financiën ....................................................................................................................... 20 6.1 Informatie en registratie ......................................................................................................................... 20 6.2 Samenwerking externe partijen .............................................................................................................
20 6.3 Nieuwe maatregelen .............................................................................................................................. 20
2
Hoofdstuk 1: Het Beleidskader 1.1 Inleiding Schuldhulpverlening is de hulp- en dienstverlening om schulden te voorkomen, op te lossen of te beheersen en voor het bieden van nazorg. Schulden hebben een diepgaande invloed op het dagelijks leven van veel mensen. Ze kunnen leiden tot financiële en emotionele stress, gevoelens van schaamte en sociale isolatie. In de gemeente Sluis willen we dit maatschappelijk probleem aanpakken. De gemeente heeft een wettelijke taak om inwoners met schulden te helpen. In de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) is geregeld dat de gemeenteraad elke 4 jaar een geactualiseerd beleidsplan vaststelt dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening. Het beleidsplan bevat de hoofdlijnen van het door de gemeente te voeren beleid betreffende integrale schuldhulpverlening en het voorkomen dat personen schulden aangaan die ze niet kunnen betalen. 1.2 Leeswijzer Dit beleidsplan is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 starten we met de landelijke ontwikkelingen tijdens de beleidsperiode 2021-2025. In hoofdstuk 3 wordt het huidige proces schuldhulpverlening toegelicht. In hoofdstuk 4 houden we deze tegen het licht van het landelijke kader en wordt beschreven wat we nu al doen en wat we nog meer gaan doen in de nieuwe beleidsperiode 2026-2030. In hoofdstuk 5 worden de extra punten benoemd die we, naast het doel en beoogd effect (pag.
5), gefaseerd op willen pakken in de komende beleidsperiode. 1.3 Missie De gemeente Sluis richt zich op het bieden van integrale, vraaggerichte hulp bij schulden en het stimuleren van gezond financieel gedrag. 1.4 Visie De visie van de gemeente Sluis op de schuldhulpverlening richt zich op preventie, vroegsignalering en maatwerk om inwoners duurzaam zelfredzaam te maken. Het doel is financiële rust en volwaardige maatschappelijke deelname. Gericht op een integrale aanpak (bestaanszekerheid) waarbij de bewoner de regie houdt. 1.5 Oorzaken schuldproblematiek Mensen kunnen om verschillende redenen in de schulden terecht komen. Grofweg zijn er 3 oorzaken te benoemen: • Verandering levensomstandigheden zoals ziekte, overlijden, oplichting, een kind krijgen, echtscheiding; • Budgettaire redenen (pensioen, ontslag, werkloosheid, stoppen met werken), en • Psychosociale problemen (beperkte weerbaarheid, verslaving, compensatiegedrag) Het hebben van een baan maakt hierbij helaas niet altijd het verschil. Mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt, zoals werknemers met ‘kleine’ banen of een nul-urencontract, lopen een verhoogd risico op schulden. Ook zzp’ers behoren tot deze groep, omdat ze niet altijd zijn verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid, niet altijd pensioen opbouwen en wisselende inkomsten kunnen hebben. Ook jongeren met een studieschuld zijn kwetsbaar.
Volgens CBS-cijfers uit 2025 neemt het aantal studenten met een studieschuld af, maar stijgt de gemiddelde schuld. Een hoge studieschuld gaat gepaard met mentale klachten en beperkte financiële vrijheid. 1.6 Investeren in schuldhulpverlening Bij het ondersteunen van mensen met schulden is het essentieel om de voornoemde achterliggende oorzaak(en) mee te wegen en deze aan te pakken. Vaak is het oplossen van schulden in situaties waar verschillende problematieken spelen ingewikkeld. Soms creëert de oplossing van het ene probleem een ander probleem. Belangrijk is dat in dergelijke gevallen alle problemen inzichtelijk worden gemaakt en er oplossingen worden gevonden samen met de inwoner.
3
Huishoudens met schulden kosten de maatschappij veel geld. Het Nibud berekende in 2024 de totale maatschappelijke kosten van huishoudens met schulden en kwam op een bedrag van 8,5 miljard euro. In de gemeente Sluis lag het percentage huishoudens met geregistreerde problematische schulden in de afgelopen jaren rond de 9-11 procent 1, dat is onder het landelijk gemiddelde. 1.7 Inzet nieuw beleidsplan De visie binnen het sociaal domein ‘meedoen in de samenleving’, zet in op bestaanszekerheid en duurzaam (financieel) toekomstperspectief. In het Beleidsplan sociaal domein 2026-2030 is aangegeven dat we inzetten op het voorkomen van financiële problemen, het vroegtijdig signaleren hiervan en het ondersteunen van klanten waar nodig. Ook is de ambitie uitgesproken te voldoen aan het landelijk kader basisdienstverlening schuldhulpverlening. Het nieuwe Beleidsplan Schuldhulpverlening gemeente Sluis 2026-2030 sluit aan bij deze doelstellingen en is opgesteld aan de hand van de speerpunten uit het landelijk kader. Daarbij geven we, conform de wet, richting aan een integraal schuldhulpverleningsplan. Doel en beoogd effect Onderstaande doelstellingen en uitgangspunten zoals weergegeven in het Beleidsplan Schuldhulpverlening gemeente Sluis 2021-2025 zijn ook richtinggevend voor het nieuwe Beleidsplan Schuldhulpverlening gemeente Sluis 2026-2030.
• Het voorkomen dat inwoners in de (problematische) schulden terechtkomen. • Het ondersteunen van mensen met schulden, zodat hun problemen niet verergeren; • Het ondersteunen van mensen met problematische schulden door middel van schuldregeling, zodat zij uitzicht krijgen op een schuldenvrije toekomst; • Het voorkomen dat mensen na een schuldregeling opnieuw in de problemen komen, door een gerichte inzet van nazorg.
1 Bron CBS 2025
4
Hoofdstuk 2: Landelijke ontwikkelingen Schuldhulpverlening is landelijk in beweging. Cijfers van het CBS tonen aan dat er, na een redelijk stabiele periode, vanaf 1 januari 2021 een toename van het aantal huishoudens met geregistreerde problematische schulden te zien is: van 7,7 procent (618.090 huishoudens) op 1 januari 2021 naar 8,8 procent (726.210 huishoudens) op 1 januari 2023 naar 8,9 procent (747.560 huishoudens) op 1 januari 2024. Deze groei is volgens het CBS met name het gevolg van een stijging van problematische schulden bij de belastingdienst. 2.1 Landelijke maatregelen Om de schuldenproblematiek tegen te gaan, heeft het kabinet de afgelopen jaren een aantal maatregelen genomen. Per 1 januari 2021 is vroegsignalering van schulden een wettelijke taak geworden voor gemeenten en vaste lasten partners (o.a. energie, water, zorgverzekering en huur). Mensen met schulden komen bij betalingsachterstanden eerder in beeld en zo kan er eerder financiële begeleiding geboden worden. Eveneens is per 1 januari 2021, de mogelijkheid van gemeenten ingegaan om de rechter te adviseren over oplossingen zoals schuldenbewind of gemeentelijke schuldhulpverlening. Sinds 2022 is er de Wet kwaliteit incassodienstverlening. Dit houdt in dat incassobureaus en opkopers van vorderingen een verplichte registratie in een incassoregister moeten doen.
Er moet worden voldaan aan eisen met betrekking tot de kwaliteit van de werkzaamheden, de bedrijfsuitoefening en de omgang met schuldenaren. De Rechtspraak heeft in 2022 besloten dat alle rechtbanken schuldenfunctionarissen gaan inzetten. De schuldenfunctionaris gaat in gesprek met de schuldenaar, brengt de schuldensituatie in kaart en brengt de schuldenaar in contact met een consulent schuldhulpverlening van de betreffende gemeente. De schuldenfunctionaris heeft geen invloed op het rechterlijk proces. Sinds 1 juli 2023 is de duur van zowel een wettelijke schuldregeling (WSNP of Msnp) als een minnelijke schuldregeling van drie jaar naar anderhalf jaar verkort, inwoners zijn daarmee sneller uit problematische schulden. Het is de bedoeling dat de drempel om hulp te vragen verlaagd wordt, dat meer inwoners hulp krijgen en dat inwoners sneller van hun schulden af zijn. Bij loonbeslag kan de aflossingsperiode met maximaal vier maanden worden verlengd (tot 22 maanden in totaal). De looptijd van een schuldsanering of schuldregeling is sinds 1 juli 2023 dus korter, maar de schulden die er zijn en/of ontstaan worden steeds complexer. Steeds meer mensen hebben naast schulden ook problemen op andere levensdomeinen, zoals wonen, werk en relaties. Deze factoren ontregelen het leven en geven stress, hierdoor is de kans op recidive hoger.
Daarom is het belangrijk om integrale hulp aan te bieden. Per 1 juli 2023 is het eveneens mogelijk om (onder voorwaarden) de Msnp over te slaan of versneld te verlaten en gelijk door te gaan naar de wettelijke schuldsanering (WSNP). Dit is bijvoorbeeld mogelijk wanneer een inwoner geen aflossingscapaciteit heeft of het onzeker is of een totaalbeeld van de schulden kan worden vastgesteld. Via deze route is iemand sneller uit de schulden. 2.2 Landelijk kader basisdienstverlening schuldhulpverlening Naast de maatregelen van het kabinet is er een landelijk verbeterplan basisdienstverlening schuldhulpverlening opgesteld, door een samenwerking tussen het ministerie, de VNG, NVVK en Divosa. Het initiatief heeft als doel om de schuldhulpverlening in Nederland te versterken en gelijk te trekken tussen gemeenten. Het plan zorgt ervoor dat inwoners in Nederland toegang hebben tot een minimaal gelijkwaardig hulpaanbod, inclusief begeleiding, nazorg en saneringskredieten met een aflostermijn van 18 maanden. Genoemde verbeterpunten zijn: • een intensievere samenwerking tussen verschillende hulpverleners; • betere toegankelijkheid tot schuldhulpverlening; • het toespitsen van hulpaanbod op specifieke groepen (zoals jongeren, ondernemers en werkende armen); • het bieden van een compleet (integraal) plan van aanpak inclusief nazorg en begeleiding om recidive te voorkomen.
5
Hoewel de uitwerking in totaal 20 elementen kent, kunnen de kernprincipes worden afgerond tot vier speerpunten.
6
Hoofdstuk 3: Proces schuldhulpverlening In onderstaand stroomschema is te zien hoe het proces van schuldhulpverlening is vormgegeven. Eronder wordt per onderdeel uitgelegd hoe dit in de gemeente Sluis wordt uitgevoerd, benoemd en toegelicht. 3.1 Stroomschema schuldhulpverlening.
1 Bron: NVVK Herfinanciering is een onderdeel wat op dit moment niet wordt gebruikt, maar de mogelijkheid bestaat wel. Bij een herfinanciering neemt of de gemeente, of de kredietbank de schuld op zich en spreekt een betalingsregeling af met de verschillende schuldeisers. Op deze manier heeft de schuldenaar slechts één schuldeiser over. Herfinanciering kan plaatsvinden als blijkt dat de schulden niet problematisch zijn. Het onderdeel ‘beschermingsbewind’ wordt verder uitgelicht als bewindvoering, zowel vrijwillige bewindvoering als gedwongen bewindvoering. 3.2 Preventie Om te voorkomen dat inwoners in schulden terecht komen, hebben we ons gericht op algemene voorlichting, informatie over gemeentelijke minimaregelingen en hulp bij schulden via de gemeentelijke website en diverse flyers. Wij bieden daarnaast persoonlijke ondersteuning via verschillende organisaties. In preventieve zin is ook budgetbegeleiding en vrijwillige bewindvoering ingezet om ervoor te zorgen dat inwoners gezond omgaan met geld. Het consulententeam schuldhulpverlening werkt op het gebied van preventie samen met zorgloketten, het ondernemersloket en jongerenwerk binnen het sociaal domein. Preventie en laagdrempelige ondersteuning zijn speerpunten in het landelijk kader en worden daarom in hoofdstuk 4 verder toegelicht.
3.3 Vroegsignalering De afgelopen beleidsperiode is er meer aandacht besteed aan vroegsignalering. In het kader van vroegsignalering zijn convenanten afgesloten met betrokken partijen. Het consulententeam schuldhulpverlening pakken alle signalen/meldingen op die binnenkomen van vaste lasten partners (o.a. zorgverzekeraars, waterschappen, verhuurders en energiebedrijven) over achterstallige betalingen. Ook dit wordt als speerpunt in het landelijk kader verder toegelicht in hoofdstuk 4.
7
3.4 Flankerende hulp Flankerende hulp bestaat uit alle vormen van hulp- en dienstverlening die schuldhulpverlening ondersteunen om inwoners financieel zelfredzaam te maken. In de gemeente Sluis wordt hiervoor gebruik gemaakt van burgeradviseurs en de inzet van Schuldhulpmaatje. Flankerende hulp kan zorgen dat de schuldhulpverlening succesvol kan zijn, omdat de onderliggende problemen worden verminderd. Dit sluit aan bij het speerpunt perspectief op een schuldenvrije toekomst en wordt verder toegelicht in hoofdstuk 4. 3.5 Schuldhulpverleningstraject Na een melding van schulden, via vroegsignalering, een partner of de inwoner zelf, vindt binnen vier weken (overeenkomstig de wetgeving) een intakegesprek plaats waarin de financiële situatie in kaart wordt gebracht. Er wordt gekeken naar inkomsten, uitgaven, schulden en eventuele beslagleggingen of verrekeningen. Daarnaast wordt beoordeeld of inwoners gebruikmaken van alle voorzieningen en regelingen waar zij recht op hebben. Bij bedreigende situaties, zoals dreigende huisuitzetting of afsluiting van energie of water, wordt versneld ondersteuning ingezet. De gemeente zet in eerste instantie in op het treffen van passende betalingsregelingen en het stabiliseren van de financiële situatie. Wanneer dit onvoldoende mogelijkheden biedt, kan worden doorgestroomd naar een minnelijk of wettelijk schuldregelingstraject.
Afhankelijk van de situatie kan eerst een stabilisatieperiode worden ingezet. Stabilisatie heeft als doel het maximaliseren van de inkomsten, minimaliseren van de uitgaven en het bevriezen van de schulden. In geval van achterstanden in de vaste lasten zoals huur, energie, water en zorgverzekering wordt vaak ook budgetbeheer opgestart, om tijdige betaling van de vaste lasten gedurende het traject te garanderen en nieuwe schulden te voorkomen. Een traject loopt meerdere jaren, dus zijn er voor de medewerkers schuldhulpverlening gedurende het traject taken die uitgevoerd worden in de verschillende fases om te komen tot een geslaagde regeling. Voor de lopende saneringskredieten hebben de medewerkers schuldhulpverlening jaarlijks contact en controleren ze of de cliënt nog volgens de aflostabel aflost. Voor de schuldbemiddelingen doen zij hercontroles. Minnelijke schuldregeling Binnen de schuldhulpverlening wordt ingezet op minnelijke schuldregelingen. We maken hierbij gebruik van het 120-dagen model. In het 120-dagen model brengt de schuldhulpverlener het aantal schuldeisers en de hoogte van de schuld in kaart. Daarna berekent de schuldhulpverlener de afloscapaciteit en vraagt hij de schuldeisers om akkoord te gaan met een voorstel tot regeling van de schuld. Een percentage van de totale schuld wordt in 18 maanden terugbetaald aan de schuldeisers.
Een minnelijke schuldregeling kan plaatsvinden in de vorm van een saneringskrediet of schuldbemiddeling. •
•
Voor saneringskredieten werken we samen met de Kredietbank Rotterdam. Indien een klant een saneringskrediet niet (volledig) aflost, kunnen we een beroep doen op het Waarborgfonds saneringskredieten waarbij we via de Kredietbank Rotterdam zijn aangesloten. Door het aansluiten bij dit waarborgfonds, loop je als gemeente minder financieel risico. Bij een schuldbemiddeling worden alle inkomsten die boven het vrij te laten bedrag liggen gedurende 18 maanden gereserveerd op een aparte rekening. Aan het eind van deze periode, maakt de gemeente dit bedrag naar verhouding over aan de schuldeisers. Via een hercontrole wordt tussentijds beoordeeld of de aflossingscapaciteit tijdens schuldbemiddeling is veranderd en/of de aflossing van de schuld is veranderd.
Voor de totstandkoming van de minnelijke regeling is de medewerking van alle schuldeisers nodig. Regelmatig komt het voor dat één of meer schuldeisers niet akkoord gaan. In die gevallen kan namens de schuldenaar de rechtbank gevraagd worden om een dwangakkoord of Wet sanering natuurlijke personen toe te wijzen. Een dwangakkoord houdt in dat een rechter uitspraak doet over of een schuldeiser akkoord moet gaan met de voorgestelde regeling en het daarbij behorende percentage van aflossing, of dit niet hoeft te doen. Wet schuldsanering natuurlijke personen Wanneer een minnelijke schuldregeling niet mogelijk blijkt, kan een wettelijke schuldregeling (WSNP of Msnp) worden aangevraagd via de rechtbank. De rechtbank beoordeelt het verzoek en kan de regeling opleggen aan zowel de schuldenaar als de schuldeisers. Tijdens het traject begeleidt een door de rechtbank aangewezen bewindvoerder de financiële situatie van de schuldenaar en ziet toe op de aflossing van
8
schulden. Het traject duurt in principe 18 maanden. Wanneer aan alle verplichtingen is voldaan, volgt finale kwijting van de resterende schulden. Voorlopige voorziening of moratorium Indien er een dreigende situatie zich voordoet, waarbij iemand zijn huis dreigt te worden ontruimd, de levering van gas, elektra of water beëindigt dreigt te worden of de zorgverzekering wordt opgezegd, is het mogelijk een voorlopige voorziening aan te vragen om de periode tot de schuldregeling geregeld is te overbruggen. De rechtbank beslist hierover en er mag dan gedurende zes maanden geen ontruiming, beëindiging van gas, elektra of water of stopzetten van de zorgverzekering plaatsvinden. Een aanvraag voor een schuldregeling dient dan al wel te zijn ingediend en als bewijsstuk meegegeven te worden. Een alternatieve bescherming bij dreigende situaties is het tijdelijk opschorten van invorderingen. Hiervoor kan de schuldenaar de rechtbank verzoeken om een moratorium aan de schuldeiser(s) op te leggen met de duur van maximaal 6 maanden. 3.6 Nazorg Nazorg vormt een belangrijk onderdeel van schuldhulpverlening. Na afronding van een traject blijft aandacht nodig voor financiële zelfredzaamheid en het voorkomen van terugval in schuldenproblematiek. Nazorg wordt momenteel voor een deel door het consulententeam schuldhulpverlening uitgevoerd, maar verdient meer aandacht.
Door de verkorte aflossingsperiode van een schuldentraject zijn mensen sneller uit de financiële problemen. Juist daarom is het van belang meer in te zetten op nazorg, omdat de schulden vaak complexer en domein overstijgend zijn. Wanneer een schuldentraject is afgerond, houdt dit niet altijd in dat iemand ook zelfstandig de financiën op orde kan houden. Als onderdeel van perspectief op een schuldenvrije toekomst wordt dit verder uitgewerkt in hoofdstuk 4. De uitvoering van schuldhulpverlening vindt lokaal bij de gemeente Sluis plaats. Enkel de wettelijke WSNP of Msnp en de saneringskredieten worden in Sluis uitgevoerd door de ondersteunende uitvoeringsorganisatie Verder Groep. We hebben de overige onderdelen van schuldhulpverlening zelf opgepakt en willen de mogelijkheid onderzoeken dit te registreren in het gemeentelijke registratiesysteem On View.
9
Hoofdstuk 4: landelijk kader basisdienstverlening De huidige dienstverlening hebben we tegen het licht van het landelijke kader basisdienstverlening gehouden. Hieronder wordt per onderdeel beschreven wat we blijven en wat we gaan doen. ‘We’ verwijst hierbij naar de gemeente en onze samenwerkingspartners, omdat we gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het voorkomen van schulden, het bieden van passende hulp aan inwoners met financiële problemen en het versterken van de zelfredzaamheid van onze inwoners 4.1 Speerpunt 1: Preventie
Door vroegtijdig in te grijpen, kunnen we voorkomen dat problemen verergeren en zwaardere hulp nodig is. Dit stelt de inwoner in staat de regie over haar leven te behouden en sneller weer op de juiste koers te komen. We grijpen op verschillende manieren vroeg in om schulden te voorkomen: door de bestaanszekerheid te waarborgen, door een breed voorveld te creëren en via het consulententeam schuldhulpverlening vroeg eropaf! 1. Borging bestaanszekerheid Wanneer mensen lange tijd van een beperkt inkomen moeten rondkomen, liggen schulden op de loer. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer er plotseling onverwachte kosten ontstaan of wanneer het inkomen onder het sociaal minimumniveau ligt. Daarom is het waarborgen van bestaanszekerheid een belangrijk aspect van schuldenpreventie. Wij bieden een stevig vangnet voor onze inwoners, vormgegeven door ons minimabeleid, waarin opgenomen de zorgpolis, het verstrekken van bijzondere bijstand en bijstand bij een onvoldoende inkomen. Hierbij besteden we bijzondere aandacht aan kinderen, zodat zij uit gezinnen met weinig geld een kansrijke start kunnen maken. De uitvoering van deze regelingen ligt in handen van het consulententeam Werk en Inkomen, dat maatwerk toepast om binnen de gestelde kaders in de behoeften van de inwoners te voorzien. 2.
Een breed scala aan ondersteuning Al bij kleine schulden is er een breed scala aan ondersteuning beschikbaar voor onze inwoners, nog voordat zij in de formele schuldhulpverlening terechtkomen. Dit voorkomt dat kleine schulden uitgroeien tot grotere problemen, waardoor zwaardere hulp noodzakelijk wordt. Bovendien helpt het de inwoner de regie over zijn of haar eigen leven te behouden. Wij bieden deze persoonlijke ondersteuning via verschillende organisaties. In onze gemeente kunnen inwoners voor informele hulp bij schulden en juridische vragen terecht bij: Schuldhulpmaatje, Vrijwillige burgeradviseurs, het Informatiepunt Digitale Overheid (IDO-punt in de bibliotheek), en voor ondernemers: Over Rood. In preventieve zin is ook budgetbegeleiding en vrijwillige bewindvoering ingezet om ervoor te zorgen dat inwoners gezond omgaan met geld. Budgetbegeleiding kan worden ingezet om problematische schuldensituaties te voorkomen of ter aanvulling op een schuldtraject. Bij budgetbegeleiding vindt begeleiding plaats via een coach die je helpt om de eigen financiën te beheren, geeft inzicht, helpt met structuur en leert je hoe je zelf (weer) controle over de financiën krijgt. Budgetbegeleiding wordt ingezet via vrijwilligers van Schuldhulpmaatje en het consulententeam schuldhulpverlening. Bij vrijwillige bewindvoering neemt een professional het financieel beheer tijdelijk over.
De huidige duur van budgetbeheer kent een looptijd van 1 jaar met een optie tot verlenging, ook hier wordt individueel maatwerk geboden. 3. Vroeg erop af! Vroegsignalering is een effectieve manier om tijdig in te grijpen, waardoor betalingsachterstanden voorkomen worden en er geen ernstige schulden ontstaan. Dit bespaart zowel financiële problemen voor de inwoner als maatschappelijke kosten voor de samenleving. Bovendien ontvangen schuldeisers hun
10
betalingen sneller. Afgelopen beleidsperiode hebben we convenanten afgesloten met betrokken partijen, zoals zorgverzekeraars, energiebedrijven, woningverhuurders en leveranciers van nutsvoorzieningen. Wanneer er sprake is van een betalingsachterstand benaderen deze vaste lasten partners de inwoner eerst zelf. Als de betalingsachterstand daarna nog open staat, zetten de vaste lastenpartners deze door naar de gemeente. Het consulententeam schuldhulpverlening gaat met deze informatie aan de slag en benadert de inwoner proactief om hulp aan te bieden. Sinds de start van vroegsignalering zien we een stijging in het aantal signalen. Dit heeft deels te maken met de lichte groei van schulden in onze gemeente, maar ook met de toename van het aantal signaalpartners dat melding maakt van schulden. Deze stijging is geen negatief teken: meer signaalpartners betekent dat schulden die voorheen onzichtbaar waren, nu al in een vroeg stadium zichtbaar worden, waardoor we tijdig kunnen ingrijpen. We merken een stijging in de hoogte van de schulden en het aantal schuldeisers per huishouden. Om deze ontwikkeling beter te beheersen en te voorkomen dat dit leidt tot grotere problemen, is het belangrijk om de aanpak van vroegsignalering te optimaliseren. Ook willen we onderzoeken of de afwegingscriteria aangepast moet worden, bijvoorbeeld wanneer en op welke manier contact wordt opgenomen.
Daarnaast is het essentieel dat zoveel mogelijk signaalpartners aansluiten, zodat het effect zo breed mogelijk is. Wat blijven we doen •
We blijven de bestaanszekerheid borgen en verwijzen naar team Werk en Inkomen voor mogelijke aanvragen van (bijzondere) bijstand en het minimabeleid.
•
We blijven ons richten op het versterken van de samenwerking met organisaties in het voorveld zodat inwoners laagdrempelig en informeel hulp kunnen vragen.
•
We zorgen we ervoor dat onze inwoners deze hulp goed weten te vinden.
•
We evalueren de samenwerking met onze partners in digitale en informele hulp en ondersteuning, waarbij we onderzoeken welke vormen van ondersteuning effectief zijn.
Wat gaan we nog meer doen •
We onderzoeken de mogelijkheid dat meer signaalpartners aansluiten voor een zo breed mogelijke aanpak en verkennen welke andere signaalpartners kunnen en willen aansluiten.
•
We leren en optimaliseren onze aanpak, door te experimenteren en te kijken naar best practices uit omliggende gemeenten, zodat we onze aanpak zo effectief mogelijk kunnen maken. Ons doel is om zoveel mogelijk inwoners te bereiken. We testen verschillende benaderingen en onderzoeken of doelgroepgericht werken effect heeft.
•
We zetten voldoende capaciteit in, in relatie tot het aantal meldingen, om de taak in het kader van vroegsignalering goed uit te kunnen voeren.
•
Samenwerken met het Integraal Toegangsteam.
4.2 Speerpunt 2: Maatwerk
11
Wij zorgen ervoor dat onze inwoners de hulp krijgen die ze nodig hebben, afgestemd op hun situatie en mogelijkheden. We bekijken elke situatie individueel, zodat de inwoner zo snel en effectief mogelijk uit de schulden komt. Hiervoor bieden we verschillende soorten hulp, variërend van lichte tot zware ondersteuning, van advies tot begeleiding, van kortdurend tot langdurig. Hierbij respecteren we de eigen regie van de inwoner en volgen het principe: zelf doen wanneer mogelijk, ondersteunen wanneer nodig. Een doelgroepgerichte aanpak is een effectieve manier om maatwerk te bieden en is tevens een onderdeel van de eerdergenoemde Basisdienstverlening. Jongeren De groep jongeren met schulden is de afgelopen jaren gegroeid, terwijl zij weinig aankloppen voor hulp. Uit onderzoek van de BKR blijkt dat landelijk 24.000 jongeren tussen de 18 en 25 jaar één of meerdere betalingsachterstanden hebben. Ook blijkt dat kinderen die opgroeien in armoede of in een gezin met schulden vaak een ongelijke start hebben. Soms komen zij minder goed mee op school en ze hebben vaker gezondheidsproblemen. Wij willen dat jongeren een zorgeloze toekomst op kunnen opbouwen. Daarom krijgen gezinnen met jonge kinderen bij schuldhulpverlening extra aandacht. Daarnaast is het belangrijk om al vroeg in te zetten op financieel inzicht, want jong geleerd is oud gedaan.
Als jongeren onverhoopt schulden oplopen, bieden wij speciale hulp aan (voor jongeren tot 27 jaar) via het Jongerenloket. Dit is een samenwerkingsverband tussen gemeenten Terneuzen en Sluis. Hier krijgen jongeren niet alleen hulp bij het oplossen van schulden, maar wordt er ook gewerkt aan een breder perspectief voor de toekomst. Stichting Leergeld biedt ondersteuning aan gezinnen om jongeren tussen 4 en 18 jaar volwaardig deel te laten nemen aan school, sport en cultuur. Deze aanpak heeft de afgelopen jaren bewezen succesvol te zijn. Ondernemers Wij bieden laagdrempelige en passende schuldhulpverlening aan ondernemers met schulden. Financiële problemen van ondernemers hebben niet alleen gevolgen voor de ondernemer zelf, maar kunnen ook leiden tot maatschappelijke kosten, verlies van werkgelegenheid en leegstand van bedrijfspanden. Door tijdig ondersteuning te bieden, dragen we bij aan een gezond ondernemersklimaat en het voorkomen van verdere problemen. Ondernemers kunnen zichzelf aanmelden voor hulp, maar kunnen ook in beeld komen via vroegsignalering. Daarbij werken we samen met het ondernemersloket, dat signalen van financiële problemen kan doorgeven aan de schuldhulpverlening zodat passende ondersteuning kan worden ingezet.
De ondersteuning bestaat onder andere uit hulp via het Bbz (Besluit bijstandverlening zelfstandigen), begeleiding en hulp bij administratie of belastingaangifte door vrijwilligersorganisatie Over Rood en gespecialiseerde schuldhulpverlening via Zuidweg & Partners. Daarnaast kan doorverwijzing naar de WHOA (Wet Homologatie Onderhands Akkoord) levensvatbare bedrijven helpen om een faillissement te voorkomen door schulden te herstructureren. Wat blijven we doen •
We continueren onze samenwerking met het Jongerenloket en Leergeld.
•
We zorgen voor goed vindbare en duidelijke informatie in heldere taal.
•
We blijven onze ondernemers administratieve hulp bieden door OverRood en we behouden onze samenwerking met Zuidweg & Partners voor specialistische hulp en begeleiding.
Wat gaan we nog meer doen •
We onderzoeken de nood aan gastlessen op middelbare scholen door Money Start in het kader van het versterken van financiële vaardigheden en het voorkomen van geldproblemen bij jongeren.
•
Samenwerken met het Integraal Toegangsteam.
12
4.3 Speerpunt 3: Toegankelijke, laagdrempelige hulp en informatie
Wij richten ons op het vergroten van het bereik van onze hulpverlening en minimaregelingen. Onze inwoners moeten precies weten waar ze terecht kunnen voor vragen, hulp of regelingen. Door duidelijke en toegankelijke informatie zorgen we ervoor dat inwoners gemakkelijk de weg vinden naar de juiste ondersteuning. Afgelopen beleidsperiode is al gewerkt aan algemene voorlichting en bekendmaking van de gemeentelijke minimaregelingen om te voorkomen dat inwoners in de schulden terecht komen. Zo bieden we digitale hulp via de websites BerekenUwRecht, Geldfit, Gezond verzekerd en startpunt Geldzaken. Via deze websites kunnen zij, al dan niet met hulp van een ondersteuner, inzicht krijgen in hun financiële situatie en ontdekken waar ze recht op hebben. In de komende beleidsperiode ligt de focus op het verbeteren van de informatievoorziening over alle vormen van hulp bij schulden. We zorgen ervoor dat de hulp goed zichtbaar en makkelijk te vinden is. Dit doen we niet alleen via onze eigen communicatiekanalen, maar ook door de samenwerking met lokale (sport)verenigingen, scholen en andere maatschappelijke organisaties te versterken. Zo zorgen we er samen voor dat inwoners de juiste hulp kunnen vinden. Daarnaast is zowel formele als informele hulp voor iedereen gemakkelijk en zonder drempels toegankelijk.
Dit omvat digitale hulp, ondersteuning van organisaties dicht bij de inwoners, en de formele schuldhulpverlening van gemeente Sluis wanneer dat nodig is. We zorgen ervoor dat er geen onnodige obstakels zijn voor inwoners die hulp nodig hebben. In de komende periode gaan we de klantreis onderzoeken en waar nodig verbeteren. Wat blijven we doen •
We zorgen ervoor dat informatie over schuldhulpverlening eenvoudig te vinden is, via de gemeentelijke website, sociale media en fysieke locaties zoals het gemeentehuis, bibliotheken, lokale ontmoetingsplekken (zoals MFC’s of dorpshuizen), het jongerenloket en scholen.
•
We verspreiden voorlichting over schulden en beschikbare hulp gericht naar onze inwoners, bijvoorbeeld via brochures, flyers, gemeentelijke nieuwsbrieven en digitale platforms.
Wat gaan we nog meer doen •
We creëren een centraal aanspreekpunt waar inwoners zonder drempels terecht kunnen om hun situatie te bespreken en hulp aan te vragen, zowel digitaal als fysiek.
•
We onderzoeken de mogelijkheid om samen te werken met ervaringsdeskundigen binnen het consulententeam schuldhulpverlening en daarbuiten. Op deze manier willen we de klantreis optimaliseren. Ervaringsdeskundigen hebben waardevolle inzichten op basis van hun eigen ervaringen. Ze kunnen bijvoorbeeld duidelijk aangeven welke aspecten van het beleid of het proces effectief zijn en waar het minder goed aansluit bij de ervaringen van de mensen die het direct raakt. Door te begrijpen hoe inwoners door de gemeente navigeren, kan het beleid of het proces effectiever worden afgestemd op de werkelijke behoeften en verwachtingen van de inwoners. Zo kunnen we knelpunten identificeren en dienstverlening verbeteren.
•
Samenwerken met het Integraal Toegangsteam.
13
4.4 Speerpunt 4: Perspectief op een schuldenvrije toekomst
Schulden zorgen voor veel onzekerheid en grote problemen. Dit kan ervoor zorgen dat iemand de toekomst niet meer ziet zitten en niet zelf uit de situatie kan komen. Dit heeft een aanzienlijke impact op iemands leven, veroorzaakt veel stress en heeft invloed op de gezondheid, het werk en het gezinsleven. Met onze schuldhulpverlening bieden wij niet alleen ondersteuning bij het oplossen van problematische schulden, maar geven wij inwoners ook de rust en ruimte om zich weer op de toekomst te richten. We kijken naar wat zij nodig hebben om opnieuw perspectief te vinden en samen met hen te werken aan een schuldenvrije toekomst. Via de schuldhulpverlening bieden we verschillende vormen van ondersteuning en trajecten aan. Dit varieert van: • adviesgesprekken; • het regelen van kleinere schulden tot • het opstarten en begeleiden van een Msnp, Wsnp of een Msnp-traject bij problematische schulden. Daarnaast bieden we; • budgetcoaching; • budgetbeheer en • hulp bij het opzetten van bewindvoering. Al deze ondersteuning is op maat en wordt geboden voor zolang het nodig is. De laatste jaren is intensief werk gemaakt van budgetbegeleiding en is hier een nieuwe invulling aan gegeven. Het wordt ingezet bij beginnende problematiek, maar ook als nazorg na een schuldregelingstraject. Het draagt bij aan de ombuiging naar de voorkant door de inzet op financiële zelfredzaamheid.
Budgetbegeleiding wordt in huis opgepakt door de consulenten schuldhulpverlening. Hierdoor hoeven inwoners niet doorverwezen worden naar een andere hulpinstantie, wat de hulp laagdrempeliger maakt. Landelijk zijn er belangrijke wijzigingen doorgevoerd voor huishoudens met schulden, waarvan de meest significante de verkorting van de WSNP of Msnp-trajecten van 36 maanden naar 18 maanden is. Dit stelt mensen in staat om sneller hun leven weer op te pakken. In de komende periode willen we onderzoeken of we met een andere benadering dan gebruikelijk inwoners beter kunnen ondersteunen. We willen hierbij lef tonen door buiten de gebaande paden te denken en via een pilot een alternatieve route naar een schuldenvrije toekomst te verkennen. We zetten ons in om ook hierin regionaal samen te werk te gaan. Wat blijven we doen •
We behouden de professionele schuldhulpverlening en gaan die doorontwikkelen waar dit mogelijk is, door onder andere de Basisdienstverlening steeds beter te borgen.
•
De gemeente Sluis werkt op het gebied van schuldhulpverlening ambtelijk en bestuurlijk samen met de gemeenten Terneuzen en Hulst. Dit beleidsplan is in nauwe samenwerking met elkaar afgestemd, zodat inwoners in Zeeuws-Vlaanderen met schuldenproblematiek zoveel mogelijk eenzelfde ondersteuning ontvangen. We wisselen onderling kennis en ervaring uit en trekken samen op bij het uitwerken van de gemeentelijke taken.
14
Wat gaan we nog meer doen •
We zorgen voor een verbeterde samenwerking met bewindvoerders via een Bewindvoeringsconvenant in samenwerking met gemeente Hulst en Terneuzen. Dit is een samenwerkingsovereenkomst tussen bijvoorbeeld een gemeente en beschermingsbewindvoerders, gericht op het versnellen en verbeteren van schuldhulpverlening en het plegen van bewindvoering bij lastige problematiek. Deze convenanten zorgen voor snellere afspraken met schuldeisers, duurzame bewindvoeringsperiodes en betere begeleiding bij het bereiken van financiële zelfredzaamheid, waarbij gemeenten actief monitoren en ondersteuning bieden.
15
Hoofdstuk 5: Integrale schuldhulpverlening 2026-2030 5.1 Lokale cijfers Volgens het CBS-dasboard ‘Schuldenproblematiek in beeld’ heeft 6,6 procent van de huishoudens in de gemeente Sluis problematische schulden (peildatum 1 januari 2025). Dit zijn ongeveer 760 huishoudens. In sommige gemeenten, zoals Rotterdam, ligt dit percentage een stuk hoger 16,3 procent met ongeveer 55.730 huishoudens. Ook zijn er gemeenten waar dit percentage een aantal procentpunten lager ligt, zoals bijvoorbeeld in het Zeeuwse Kapelle 4,5 procent met ongeveer 250 huishoudens, Veere rond 3% procent met ongeveer 320 huishoudens. Landelijk is 8,8 % van de huishoudens geregistreerd met problematische schulden. In de gemeente Sluis ligt dit percentage dus lager. 5.2 Beleidsperiode 2026-2030 gemeente Sluis In het Beleidsplan sociaal domein 2026-2030 is aangegeven dat we inzetten op het voorkomen van financiële problemen, het vroegtijdig signaleren hiervan en het ondersteunen van klanten waar nodig. Ook is de ambitie uitgesproken te voldoen aan het landelijk kader basisdienstverlening schuldhulpverlening.
In de inleiding zijn hiertoe de volgende algemene doelstellingen genoemd: • Het voorkomen dat inwoners in de schulden terecht komen; • Het ondersteunen van mensen met schulden, zodat hun problemen niet verergeren; • Het ondersteunen van mensen met problematische schulden door middel van schuldregeling, zodat zij uitzicht krijgen op een schuldenvrije toekomst; • Het voorkomen dat mensen na een schuldregeling opnieuw in de problemen komen, door een gerichte inzet van nazorg. Op basis van deze doelstellingen geven we via dit plan integraal richting aan de schuldhulpverlening in de periode 2026 tot 2030. Het is hierbij belangrijk om uit te gaan van vertrouwen en de menselijke maat toe te passen. Om meer mensen met schulden te kunnen helpen in de komende beleidsperiode en de doelstellingen te verwezenlijken, staat in onderstaande tabel, per thema, wat we willen bereiken, wat we er extra voor gaan doen en op welke manier. Omdat het niet realiseerbaar is om alle onderstaande punten per thema gelijktijdig uit te voeren worden keuzes gemaakt. De gemaakte keuzes worden opgenomen in het jaarlijks op te stellen uitvoeringsplan. Preventie en vroegsignalering Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen. 1. Toegankelijkheid gemeentelijke schuldhulpverlening vergroten, (meer persoonlijke benadering, en bezien op de samenwerking met laagdrempelige digitale en informele hulp partners). •
•
•
Om de schuldhulpverlening toegankelijker te maken, is en blijft het uitgangspunt contact met de inwoner te hebben via persoonlijke benadering. Er wordt zoveel mogelijk persoonlijk met de inwoner gesproken. Daarbij wordt er een totaalbeeld geschetst van de situatie en kan er waar nodig ook andere hulp worden ingeschakeld. Als er meldingen bij het Integraal toegangsteam komen, worden deze uitgezet bij het consulententeam schuldhulpverlening. Hiermee willen we het voor inwoners makkelijker maken om de eerste stap naar hulp te zetten. Ook vrijwilligers die actief zijn binnen het sociaal domein hebben een rol in het doorverwijzen naar de juiste vorm van hulp binnen de gemeente. Om te voorkomen dat inwoners vanuit schaamtegevoel geen hulp vragen, blijft het centraal afhandelen van de aanvragen van schuldhulpverlening op het gemeentehuis plaatsvinden bij het consulententeam schuldhulpverlening. Voor het vergroten van de toegankelijkheid, gaan we onderzoeken welke digitale tools en informele hulporganisaties de drempel tot ondersteuning en schuldhulpverlening voor onze inwoners verlagen.
Hiervoor evalueren we de samenwerking met onze huidige partners: BerekenUwRecht, Geldfit, Gezond verzekerd en startpunt Geldzaken als digitale tools; en hulp en ondersteuningspartners Schuldhulpmaatje, Vrijwillige burgeradviseurs, het Informatiepunt Digitale Overheid (IDO-punt in de bibliotheek) en Over Rood.
16
•
We onderzoeken hoe we het aanbod beter bekend kunnen maken en voor de inwoner inzichtelijk kunnen maken waar hij informatie over financiën kan vinden en laagdrempelige hulp kan krijgen. Bij een positieve evaluatie van de huidige samenwerking, ligt hier mogelijk een rol voor Geldfit. Geldfit biedt een ‘totaalconcept bij schuldhulpverlening voor gemeenten in alle fasen’ aan.
2. Uitbreiding vroegsignalering. •
We onderzoeken de mogelijkheid particuliere verhuurders te benaderen om contact op te nemen met hun huurders over de mogelijkheden van vroegsignalering. In de praktijk komen particuliere huurders namelijk momenteel niet in beeld als er betalingsachterstanden zijn, terwijl dit wel een probleem is bij deze groep. Enkele meldingen komen nu binnen via sommige deurwaarders. De meeste mensen die zich tegenwoordig voor schuldhulpverlening aanmelden behoren tot een hogere inkomenscategorie en wonen dus niet altijd in sociale huurwoningen.
Schuldhulpverleningstraject Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen. Het bieden van een passend schuldhulpverleningstraject (een minnelijke regeling of WSNP of MSNP). Het gaat om het stabiliseren en oplossen van (problematische) schulden. Een integrale schuldhulpverlening is hierbij het uitgangspunt. 1. Saneringskredieten hebben in principe de voorkeur op schuldbemiddeling. •
Bij een saneringskrediet biedt de gemeente de schuldeisers een totaalbedrag aan, wat vervolgens evenredig verdeeld wordt onder de schuldeisers. Dit is gebaseerd op de aflossingscapaciteit van de inwoner. Zo heeft de inwoner in één keer duidelijkheid over wat hem te wachten staat de komende 18 maanden. Dit kan rust bieden. In de praktijk blijkt echter dat schuldbemiddeling de voorkeur heeft bij schuldeisers. Bij dit traject wordt alles boven het vrij te laten bedrag aan schuldeisers uitbetaald. Dit betekent dus ook dat het bedrag kan variëren, terwijl bij een saneringskrediet meteen duidelijk is hoeveel geld een schuldeiser uiteindelijk betaald krijgt. Het is dus mogelijk dat een schuldbemiddeling uiteindelijk meer oplevert voor een schuldeiser. Om een saneringskrediet af te sluiten, moeten alle schuldeisers hiermee akkoord gaan. Als een schuldeiser niet akkoord is, is het mogelijk een dwangakkoord aan te vragen bij de rechter. Dit is een tijdrovend proces, voor het verzamelen van de benodigde gegevens voor een dwangakkoord is een medewerker schuldhulpverlening gemiddeld twee werkdagen bezig. Vervolgens moet er gewacht worden op de uitspraak van de rechter, wat vaak 6 weken duurt. Al met al draagt dit juist niet bij aan rust in de situatie voor de schuldenaar.
Het is ook opvallend dat er tegenwoordig voornamelijk mensen uit de middenklasse inkomens en hogere inkomens in schuldhulpverlening instromen. Omdat schuldeisers waarschijnlijk de verwachting hebben dat deze schuldenaren een hogere aflossingscapaciteit hebben of zullen krijgen tijdens het schuldhulpverleningstraject, gaan zij niet akkoord met een saneringskrediet en willen zij een schuldbemiddeling.
2. Schuldhulpverlening met integrale aanpak. •
We blijven inzetten op een integrale schuldenaanpak. In de samenwerking met het Integrale Toegangsteam Jeugd/WMO en schuldhulpverlening wordt ook bekeken of er een hulpvraag is wat betreft financiën.
3. Stress-sensitieve dienstverlening. Uit landelijke onderzoeken blijkt dat mensen met geldzorgen door stress geen goede beslissingen kunnen nemen en hulp nodig hebben. Dit vraagt dan ook om aandacht voor stress-sensitieve dienstverlening. Een integrale blik en brede uitvraag passen hierbij. Geldzorgen hebben vaak invloed op andere leefgebieden. Een aanvraag bijzondere bijstand is tot op heden een “papieren transactie” en past niet meer in
17
• •
•
deze visie. De drempel die inwoners ervaren voor een gesprek over geldzorgen kan worden veroorzaakt door het veelvoud aan formulieren die ingevuld moeten worden. De toegang tot dienstverlening kan van invloed zijn op het niveau van stress dat inwoners ervaren. In het kader van professionalisering zoeken we een passende opleiding voor de medewerkers schuldhulpverlening die ingaat op een basishouding die vertrekt vanuit empathie en laagdrempeligheid, coachend werken, maatwerk en persoonlijke benadering. Laaggeletterdheid is een probleem onder mensen met schulden. Om ervoor te zorgen dat het niet kunnen lezen en/of schrijven voor stress zorgt, gaan we meer rekening houden met laaggeletterdheid. Te denken valt aan het versimpelen van brieven en te verwijzen naar de voorleesfunctie op de website. Uithuiszettingen worden zoveel mogelijk voorkomen, zeker als er minderjarige kinderen in een huishouden wonen. Dit zetten we zo voort. Ook blijven we schakelen met de ketenpartners voor de juiste doorverwijzing en ondersteuning, in het bijzonder bij problemen op verschillende levensdomeinen.
4. Vroegtijdige aandacht voor nazorgtraject. •
De nazorg begint al tijdens het schuldhulpverleningstraject. Als een inwoner een jaar in het traject zit, wordt contact opgenomen over hoe de persoon na het traject financieel verder denkt te gaan. Dit contact kan plaatsvinden door de consulent schuldhulpverlening, de budgetcoach of de bewindvoerder.
5. We blijven sturen op het behalen van de wettelijke termijnen. •
Dit doen we door meer inzicht in het proces te krijgen door deze termijnen te monitoren via het systeem. Nazorg en begeleiding
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen. 1. Ondersteuning inzetten op duurzame gedragsverandering ten aanzien van een balans tussen inkomsten en uitgaven. • •
De gemeente biedt nazorg en begeleiding aan om handvatten te geven tot gedragsverandering. Hierdoor wordt er balans in de financiële huishouding gecreëerd. Om dit te bereiken is het nodig om nazorg nadrukkelijk vorm en inhoud te geven in samenwerking met de klant, hun sociaal netwerk, het consulententeam schuldhulpverlening, het Integraal Toegangsteam en eventueel de ketenpartner(s), zoals bewindvoeringskantoren en SHV Zeeland. We willen de samenwerking in het gehele proces intensiveren en duidelijke afspraken maken met ketenpartners.
Kwaliteit van bewindvoering, budgetbeheer en budgetbegeleiding Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen. 1. Grip op de kwaliteit van bewindvoering, budgetbeheer en budgetbegeleiding. •
•
Sturen op kwaliteit van de bewindvoering door afspraken vast te leggen met betrekking tot periodieke evaluaties op klantniveau. Daarin wordt besproken of bewindvoering nog nodig is of dat lichtere alternatieven van financiële begeleiding in de vorm van budgetbeheer of begeleiding betere alternatieven zijn om uiteindelijk te komen tot financiële zelfredzaamheid. We onderzoeken de mogelijkheid een Zeeuws-Vlaams breed basisconvenant op te stellen, zodat we met de samenwerkende gemeentes, Terneuzen en Hulst, dezelfde zaken eisen van een bewindvoerder. Met een kwaliteitskader kunnen we meer sturen op kwaliteit en het nakomen van afspraken.
2. Verkenning naar wenselijkheid en uitvoerbaarheid om budgetbeheer in eigen beheer uit te voeren.
18
•
Als budgetbeheer extern wordt uitbesteed wordt er al snel bewindvoering ingezet, terwijl budgetbeheer of budgetbegeleiding vaak een betere optie is. Inwoners zijn eerder geneigd om in te stemmen met budgetbeheer of budgetbegeleiding, dan met vrijwillige bewindvoering. Door budgetbeheer en budgetbegeleiding in eigen beheer uit te voeren, heb je als gemeente meer regie. Per situatie kan worden gekeken naar het best passende instrument. Het in eigen beheer uitvoeren van budgetbeheer in plaats van bewindvoering brengt wel structurele kosten (inzet fte) met zich mee. Aan de andere kant kan het inzetten van budgetbeheer in plaats van bewindvoering leiden tot een besparing op de kostenpost bijzondere bijstand.
5.3 Monitoring Jaarlijks wordt het college voorzien van een terugkoppeling. Hierin zal een globaal beeld worden geschetst aan de hand van kwantitatieve cijfers, die worden geduid door middel van de lokale trends en gekoppeld worden aan de ontwikkelingen van de ambities in dit beleidsplan. Uitvoeringsplan Er wordt een uitvoeringsplan opgesteld met daarin de prioriteiten voor de komende periode. In het uitvoeringsplan kunnen de eerder beoogde doelen worden bijgesteld op basis van (gewijzigde) wettelijke regelgeving en verplichtingen vanuit het rijk. Eveneens kunnen er aanpassingen vanuit het gemeentelijke beleid worden opgenomen.
19
Hoofdstuk 6: Financiën Voor het zelfstandig uitvoeren van schuldhulpverlening is inzet van medewerkers nodig, maken we gebruik van verschillende systemen en aansluitingen en werken we samen met externe partijen. Hieronder op diverse onderdelen een overzicht van de wijze waarop de hiermee samenhangende kosten in de begroting zijn opgenomen. Er vindt nog een verkenning plaats om budgetbeheer in eigen beheer uit te gaan voeren. Aan de hand van de uitkomsten hiervan zal worden bepaald of hier separate voorstellen van worden voorgelegd. Daarbij zullen de eventuele kosten dan in beeld worden gebracht. 6.1 Informatie en registratie Naast de inzet van reeds genoemde uitvoeringskosten is er structureel in de begroting opgenomen: • Kennisbank Schulinck; • Applicatie vroegsignalering (RIS); • NSR lidmaatschap, inclusief Geldfit • Over Rood • Verder Groep • Schuldhulpmaatje Naast de voornoemde uitvoeringsmiddelen zullen we bezien op het Lidmaatschap Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK). De kosten van het lidmaatschap zijn gebaseerd op het aantal inwoners. Voor de gemeente Sluis bedragen de kosten van lidmaatschap € 3.078,- per jaar. 6.2 Samenwerking externe partijen In dit beleidsplan zijn diverse externe partijen aan bod gekomen. Aan deze partijen samenwerking zijn kosten verbonden. Deze kosten variëren op basis van aantallen en worden betaald vanuit het product armoedebeleid.
De huidige werkafspraken voor saneringskredieten met Verder Groep en De Kredietbank Rotterdam, blijven gehandhaafd. Voor de werkzaamheden die zij uitvoeren, brengen zij € 755,- per bemiddeling in rekening. Het Waarborgfonds saneringskredieten rekent 1 % van de som van een afgesloten saneringskrediet. Door dit bedrag te betalen, verzekeren we ons tegen financieel risico wanneer een schuldenaar niet aflost. 6.3 Nieuwe maatregelen Voor de nieuwe maatregelen zijn er extra kosten. Zoals eerder is aangegeven, gaan we een verkenning doen naar budgetbeheer om dit in eigen beheer uit te voeren. Indien we hiertoe willen overgaan, wordt dit in een separaat voorstel behandeld. De eventuele kosten die hiermee gepaard gaan en waar deze ten laste worden gebracht, worden dan inzichtelijk gemaakt. In het kader van stress-sensitieve dienstverlening zoeken we ook naar een passende opleiding voor de consulenten. Deze kosten worden dan ten laste gebracht van het opleidingsbudget. Momenteel ziet het er naar uit dat het budget in afstemming met het college toereikend is. Mochten er in de toekomst grote financiële afwijkingen of wetswijzigingen zijn wordt hierover nader gerapporteerd.
20