8e wijziging APV Raadsvoorstel (1).docx
Tekst van het document
Raadsvoorstel Pag. 1/15
Datum vergadering Omschrijving agendapunt Portefeuillehouder
11 mei 2023 Voorstel tot het vaststellen van de 8e wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Sluis. Burgemeester mr. M.M.D. Vermue
Samenvatting Met deze actualisatie wordt uw raad voorgesteld om de APV op een aantal onderdelen te wijzigen. Een aantal onderdelen betreffen geen inhoudelijke, maar tekstuele en technische aanpassingen. De inhoudelijke aanpassingen betreffen geveltuinen, proeverijen in slijtlokalen, bedelarij, defecte voertuigen en voertuigwrakken. Aan de raad, De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Sluis (hierna APV) is op 18 december 2014 door uw raad vastgesteld. Op 23 december 2021 heeft u de zevende en laatste wijziging van deze verordening vastgesteld. Uitgangspunt voor deze verordening is de model-APV van de VNG. De APV wordt regelmatig tegen het licht gehouden en geactualiseerd. Naast een aantal kleine tekstuele en technische aanpassingen is een aantal inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. Wij stellen u thans voor de APV op onderstaande onderdelen te wijzigen. Tekstuele en technische aanpassingen B. C. E. G. H. J. Artikelen 2:24; 2:27; 2:60; 4:13; 5:12; 5:38 In deze onderdelen worden geen inhoudelijke, maar tekstuele en technische aanpassingen voorgesteld die bovendien grotendeels voor zich spreken, zodat zij geen afzonderlijke toelichting behoeven. In artikel 2:24 werd nog verwezen naar de Drank- en Horecawet (vervallen) en wordt nu verwezen naar de Alcoholwet (onderdeel B).
Artikelen 2:27, 2:60, 4:13 en 5:12 worden aangepast conform de model-APV van de VNG (onderdelen C, E, G en H). In artikel 5:38 wordt de aanhef aangepast en wordt aan lid 4 de gemeente toegevoegd (onderdeel J). A. Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op een openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan Het is verboden zonder vergunning een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan en/ of zonder inachtneming van de veiligheid. In lid 2 worden situaties omschreven waarbij dit verbod niet van toepassing is. Om het aanleggen en onderhouden van geveltuinen te faciliteren en stimuleren wordt u voorgesteld om dit zo te formuleren dat als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, geen vergunning nodig is voor het aanleggen en onderhouden van geveltuinen. Ons college kan hiervoor beleidsregels vaststellen. Met deze bepaling zijn er voor inwoners minder administratieve lasten als zij een geveltuin willen aanleggen en onderhouden. D. Artikel 2:35 Proeverijen in slijtlokalen Het is voor slijters verboden in hun slijterij een proeverij te organiseren. Het is alleen toegestaan de klant te laten proeven indien hij daarom verzoekt en dat proeven moet bovendien gratis zijn (artikel 13, tweede lid, van de Alcoholwet).
Artikel 25e van de Alcoholwet maakt het mogelijk om bij verordening vrijstelling te verlenen van dit verbod, zodat betaalde proeverijen in slijtlokaliteiten zijn toegestaan. Deze vrijstelling geldt voor alle slijters in de gemeente. Dit nieuwe artikel 2:35 voorziet in die vrijstelling. De voorwaarden waaraan een proeverij moet voldoen staan in artikel 6.1 van het Alcoholbesluit. Zo mogen maximaal één proeverij per dag en maximaal drie proeverijen per week worden gegeven.
Raadsvoorstel Pag. 2/15
F. Artikel 2:66 Bedelarij Op grond van dit artikel is het verboden te bedelen op openbare plaatsen in een door het college aangewezen gebied. Het motief ‘voorkoming of beëindiging van overlast’ wordt daaraan toegevoegd. Aanleiding is een uitspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens, waarin hij oordeelt dat de menselijke waardigheid wordt aangetast als iemand niet beschikt over voldoende bestaansmiddelen en dat deze beschermd wordt door artikel 8 EVRM (het recht op de eerbiediging van het privéleven). Dit recht kan op grond van artikel 8, tweede lid, EVRM beperkt worden, mits deze beperking een legitiem doel dient, een wettelijke basis heeft en noodzakelijk is voor de democratische samenleving. De laatste voorwaarde vereist een afweging van de belangen van het individu en die van de maatschappij. Veiligheidshalve nemen wij daarom het motief ‘voorkomen of beëindiging van overlast’ op in artikel 2:66. De bepaling is ook redactioneel aangepast. I. 5:12a Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan Dit artikel in de Model-APV van de VNG is vervallen. Zowel het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) als het ministerie van Verkeer en Waterstaat vinden dat de bepaling in strijd is met hogere regelgeving, namelijk artikel 10 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).
In verband hiermee is feitelijke handhaving/strafbaarstelling onmogelijk en is de bepaling een dode letter en kan deze dus vervallen. K. 5:4 Defecte voertuigen Veelvuldig doet zich het verschijnsel voor dat niet-rijklare voertuigen op de weg worden geplaatst. De eigenaar of houder van een of meer van dergelijke voertuigen heeft deze meestal aangekocht om na weken of zelfs maanden van nijvere zelfwerkzaamheid weer een volwaardig voertuig te creëren. Veelal slaagt hij in deze poging niet, waarna het voertuig op de weg wordt achtergelaten, waar het na verloop van tijd degenereert tot autowrak. Deze bepaling richt zich in het bijzonder tegen dit soort parkeergedragingen. Het excessieve is in het bijzonder gelegen in het in relatie tot het tekort aan parkeerruimte niet gerechtvaardigde doel waartoe men het voertuig op de weg zet. Daarnaast kan het hier bedoelde parkeren een ontsiering van het uiterlijk aanzien van de gemeente meebrengen en om die reden excessief zijn. Beperking van het verbod tot die gevallen waarin er sprake is van min of meer ernstige gebreken aan het voertuig, moet noodzakelijk worden geacht, wil het verbod niet een te ruime strekking krijgen. L.
5:5 Voertuigwrakken Anders dan de niet-rijklare voertuigen die ingeval van parkeren gedurende zekere tijd in het bijzonder een parkeerexces kunnen opleveren door het in relatie tot het tekort aan parkeerruimte niet gerechtvaardigde doel waartoe men een voertuig op de weg zet, geeft een achtergelaten voertuigwrak, inclusief een fiets of bromfiets, in de eerste plaats aanstoot, doordat het een ontsierend element in het straatbeeld vormt. Ook houdt een wrak een gevaar in voor spelende kinderen en voor de weggebruikers. Zie bijvoorbeeld ABRvS 21-09-2011, ECLI:NL:RVS:2011:BT2119. Het verbod in dit artikel richt zich op degene die het voertuigwrak op de weg plaatst of heeft geplaatst. Dat is op zich al een ruimere kring van subjecten dan alleen de bestuurder; ook andere belanghebbenden bij het voertuig vallen onder deze bepaling. Voorstel Gelet op het voorgaande stellen wij voor om de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Sluis gewijzigd vast te stellen overeenkomstig het ontwerp 8e wijziging van de APV. In de 'bestaande tekst' zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de 'nieuwe tekst' zijn de nieuwe woorden en leestekens vetgedrukt. Na vaststelling van de wijzigingsverordening door uw raad wordt deze bekend gemaakt in het Elektronisch Gemeenteblad.
De gewijzigde APV wordt in geconsolideerde versie, dus inclusief de wijzigingen, geplaatst op de gemeentelijke website en wordt opgenomen in de landelijke regelingenbank (www.overheid.nl).
Raadsvoorstel Pag. 3/15
Oostburg 11 mei 2023, BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN SLUIS,
De secretaris,
De burgemeester,
S.I. de Kievit-Minnaert
mr. M.M.D. Vermue
Bijlage(n): a. Ledenbrief VNG 19 juli 2022.
DE RAAD VAN DE GEMEENTE SLUIS
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders 4 april 2023;
gelet op de artikelen 147, 149, en 151c van de Gemeentewet;
gezien het positieve advies van de Commissie Ruimte/AB d.d. 25 april 2023;
BESLUIT:
vast te stellen de 8e wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Sluis;
Artikel I De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Sluis wordt gewijzigd als volgt: A Artikel 2:10 wordt gewijzigd als volgt:
Raadsvoorstel Pag. 4/15
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op een openbare plaats in strijd met de op een openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan
publieke functie ervan
1. Het is verboden zonder vergunning een 1. Het is verboden zonder vergunning een openbare plaats anders te gebruiken dan openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig
de
publieke
functie overeenkomstig
de
publieke
functie
daarvan en/of zonder inachtneming van daarvan en/of zonder inachtneming van de veiligheid.
de veiligheid.
2. Het verbod in het eerste lid is niet van 2.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:
toepassing op:
a. evenementen als bedoeld in artikel a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
2:24;
b. terrassen als bedoeld in artikel 2:28, b. terrassen als bedoeld in artikel 2:28, vijfde lid;
vijfde lid;
c. standplaatsen als bedoeld in artikel c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18;
5:18;
d. overige gevallen waarin krachtens een d. het maken en hebben van geveltuinen wettelijke regeling een vergunning voor voor het gebruik van de weg is verleend e. door het bevoegd bestuursorgaan aan te wijzen categorieën van voorwerpen
zover
overeenkomstig
deze de
zijn
uitgevoerd
voorschriften
als
bedoeld in de ‘Beleidsregels geveltuinen Sluis’;
waarvoor met een melding kan worden e. overige gevallen waarin krachtens een volstaan. 3. Het plaatsen van een voorwerp als
wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend
bedoeld onder lid 2 sub e. kan geschieden f. door het bevoegd bestuursorgaan aan indien het bevoegd bestuursorgaan niet te wijzen categorieën van voorwerpen binnen vier weken na ontvangst van de waarvoor met een melding kan worden melding heeft beslist dat de gewenste volstaan. plaatsing wordt verboden.
3. Het plaatsen van een voorwerp als bedoeld onder lid 2 sub e. kan geschieden
Raadsvoorstel Pag. 5/15
4.
Van
deze
melding
wordt
kennis indien het bevoegd bestuursorgaan niet
gegeven in een huis- aan huisblad.
binnen vier weken na ontvangst van de
5.Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde of de woonen
leefomgeving
nadere
plaatsing wordt verboden.
regels 4.
Van
deze
melding
wordt
kennis
gegeven in een huis- aan huisblad.
vaststellen. 6.
melding heeft beslist dat de gewenste
Het
college
kan
een 5.Het bevoegd bestuursorgaan kan in het
omgevingsvergunning verlenen voor het belang van de openbare orde of de woonin dit artikel bedoelde gebruik, voor zover en
leefomgeving
nadere
regels
kan
een
dit een activiteit betreft als bedoeld in vaststellen. artikel 2.2, eerste lid onder j. of k. van de Wet
algemene
bepalingen
omgevingsrecht.
6.
Het
college
omgevingsvergunning verlenen voor het in dit artikel bedoelde gebruik, voor zover
7. Het in het eerste lid verbod geldt niet dit een activiteit betreft als bedoeld in voor
zover
het
daarin
geregelde artikel 2.2, eerste lid onder j. of k. van de
onderwerp wordt voorzien door de Wet Wet
algemene
bepalingen
beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 omgevingsrecht. van
de
Wegenverkeerswet,
of
provincialen wegenverordening.
de
7. Het in het eerste lid verbod geldt niet voor
zover
het
daarin
geregelde
8. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene onderwerp wordt voorzien door de Wet wet
bestuursrecht
(positieve
fictieve beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5
beschikking bij niet tijdig beslissen) is van niet van toepassing.
de
Wegenverkeerswet,
of
de
provincialen wegenverordening. 8. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
bestuursrecht
(positieve
fictieve
beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.
B Artikel 2:24 wordt gewijzigd als volgt:
Raadsvoorstel Pag. 6/15
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:24 Begripsomschrijving
Artikel 2:24 Begripsomschrijving
1.
In
deze
afdeling
wordt
onder 1.
In
deze
afdeling
wordt
onder
evenement verstaan: elke voor publiek evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
met uitzondering van:
a. bioscoopvoorstellingen;
a. bioscoopvoorstellingen;
b. markten als bedoeld in artikel 160, b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5.23 van deze verordening;
en artikel 5.23 van deze verordening;
c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
kansspelen;
d. het in een inrichting in de zin van de d. het in een inrichting in de zin van de
Drank en Horecawet gelegenheid geven Alcoholwet tot dansen; e.
gelegenheid
geven
tot
samenkomsten
en
dansen;
betogingen,
samenkomsten
en e.
betogingen,
vergaderingen als bedoeld in de Wet vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; 2.
Onder
evenement
openbare manifestaties; wordt
mede 2.
Onder
evenement
wordt
mede
verstaan: een herdenkingsplechtigheid, verstaan: een herdenkingsplechtigheid, een feest of wedstrijd op of aan de weg een feest of wedstrijd op of aan de weg (dit bepaalde geldt niet voor zover in het (dit bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
geregelde
onderwerp
wordt daarin
geregelde
onderwerp
wordt
voorzien door artikel 10 juncto artikel voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 Wegenverkeerswet 1994 of als artikel 148 Wegenverkeerswet 1994 of als artikel 5.32 van toepassing is).
5.32 van toepassing is).
3. De burgemeester kan nadere regels 3. De burgemeester kan nadere regels stellen in verband met het organiseren stellen in verband met het organiseren van evenementen en nadere voorschriften van evenementen en nadere voorschriften verbinden aan de vergunning voor het verbinden aan de vergunning voor het evenement.
evenement.
Raadsvoorstel Pag. 7/15
C Artikel 2:27 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:27 Begripsbepalingen
2:27 Definitie
1. In deze afdeling wordt verstaan onder:
1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria,
a. openbare inrichting;
snackbar,
discotheek,
buurthuis
of
1. een hotel, restaurant, pension, café, clubhuis of elke andere voor het publiek waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, toegankelijke, besloten ruimte waarin discotheek, buurthuis of clubhuis; 2.
elke
andere
voor
het
bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
publiek
toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of
dranken
rookwaren
worden of
geschonken
spijzen
voor
bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of
dranken
rookwaren
worden
of
spijzen
geschonken voor
of
directe
consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.
of 2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde directe besloten ruimte liggend deel waar sta- of
consumptie ter plaatse worden verstrekt zitgelegenheid kan worden geboden en of bereid; waar tegen vergoeding dranken kunnen b. terras: een buiten de besloten ruimte worden geschonken of spijzen voor
van de openbare inrichting liggend deel directe consumptie ter plaatse kunnen daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden bereid of verstrekt, waaronder in worden
geboden
vergoeding
dranken
geschonken
of
en
waar
kunnen
spijzen
voor
tegen ieder geval een terras, maakt voor de
worden toepassing van deze afdeling deel uit van directe die besloten ruimte.
consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt. 2. Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden
geboden
en
waar
tegen
Raadsvoorstel Pag. 8/15
vergoeding
dranken
geschonken
of
kunnen
spijzen
voor
worden directe
consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt.
D Artikel 2:35 wordt toegevoegd als volgt: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:35 Proeverijen in slijtlokaliteiten 1. Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit. 2. De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de
Winkeltijdenwet
regulier
is
opengesteld.
E Artikel 2:60 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of Artikel 2:60 Houden of voeren van schadelijke dieren
hinderlijke of schadelijke dieren
1. Het is verboden een of meer dieren te 1. Het is verboden op door het college ter houden of aanwezig te hebben die naar voorkoming of beëindiging van overlast het oordeel van het college voor de of schade aan de openbare gezondheid omgeving schadelijk of hinderlijk zijn, of aangewezen
plaatsen,
buiten
een
Raadsvoorstel Pag. 9/15
schade aan de openbare gezondheid inrichting
in
de
zin
van
de
Wet
toebrengen, dan wel een of meer dieren milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit te houden of aanwezig te hebben op een aangeduide dieren: voor
de
omgeving
schadelijke
of
hinderlijke wijze. 2. Onverminderd het in het eerste lid bepaalde moet degene die de zorg heeft voor een dier voorkomen dat dit voor een omwonende
of
overigen
voor
a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels;
de c. aanwezig te hebben in een groter
omgeving geluids- of anderszins hinder aantal dan in het aanwijzingsbesluit is veroorzaakt.
aangegeven;
3. Het in dit artikel bepaalde geldt niet d. te voeren. voor zover de Wet milieubeheer van 2. Het college kan de rechthebbende op toepassing is. een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.
F Artikel 2:66 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:66 Bedelarij
Artikel 2:66 Bedelarij
Het is verboden in door het college Het is verboden op een openbare plaats
aangewezen gebieden op een openbare te bedelen om geld of andere zaken in plaats te bedelen om geld of andere door het college ter voorkoming of zaken.
beëindiging van overlast aangewezen gebieden.
G
Raadsvoorstel Pag. 10/15
Artikel 4:13 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel
Nieuwe tekst
4:13
Opslag
voertuigen, Artikel
vaartuigen, mest en afvalstoffen enz.
4:13
vaartuigen,
1. Het is verboden op door het college in
Opslag
mest,
voertuigen,
afvalstoffen
en
dergelijke
het belang van het uiterlijke aanzien van 1. Het is verboden op door het college in de
gemeente,
opheffing
ter
van
voorkoming
overlast
of het belang van het uiterlijk aanzien van de wel gemeente, ter voorkoming of beëindiging
dan
voorkoming van schade aan de openbare van overlast dan wel voorkoming van gezondheid aangewezen plaatsen, buiten schade aan de openbare gezondheid een inrichting in de zin van de Wet aangewezen
plaatsen,
buiten
een
milieubeheer, in de openlucht of buiten inrichting
de
van
Wet
in
zin
de
de weg de volgende voorwerpen op te milieubeheer, in de openlucht of buiten slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: de weg de volgende voorwerpen of a.
onbruikbare
of
aan
hun
oorspronkelijke bestemming onttrokken voer-
of
vaartuigen
of
onbruikbare
of
aan
hun
oorspronkelijke bestemming onttrokken
b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
caravans,
aanwezig te hebben:
onderdelen a.
daarvan;
c.
stoffen op te slaan, te plaatsen of
kampeerwagens,
boten,
tenten en andere dergelijke, gewoonlijk
voer-
of
vaartuigen
of
onderdelen
daarvan; b. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;
voor recreatieve doeleinden gebezigde c. kampeermiddelen als bedoeld in artikel voorwerpen,
indien
het
plaatsen
of 4:17 of onderdelen daarvan, voor zover
aanwezig hebben daarvan geschiedt voor het plaatsen of aanwezig hebben daarvan verkoop of verhuur of anderszins voor geschiedt voor verkoop of verhuur of een commercieel doel; d.
anderszins voor een commercieel doel;
mestopslag,
gierkelder
of
verzamelplaatsen
van
vuil,
andere d. mestopslag, gierkelders of andere een verzamelplaatsen
van
vuil,
een
verzameling ingekuild gras, loof of pulp verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
ingekuilde
landbouwproducten, of
afbraakmaterialen en oude metalen;
ingekuilde
landbouwproducten,
afbraakmaterialen en oude metalen.
Raadsvoorstel Pag. 11/15
e. inzamelmiddelen als bedoeld in de e. inzamelmiddelen als bedoeld in de Afvalstoffenverordening 2020.
Afvalstoffenverordening 2020.
2. Het is verboden op een door het college 2. Het college kan bij de aanwijzing krachtens het eerste lid aangewezen nadere regels stellen. plaats een door hem aangeduid voorwerp of stof:
3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of
a. op te slaan, te plaatsen of aanwezig te krachtens de Wet milieubeheer, de Wet op hebben; dan wel
de Ruimtelijke Ordening of de provinciale
b. op te slaan, te plaatsen of aanwezig te
wegenverordening.
hebben anders dan met inachtneming van de door hen gestelde regels. 3. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet milieubeheer, de Wet op
de
Ruimtelijke
provinciale
Ordening
of
wegenverordening
de van
toepassing is.
H Artikel 5:12 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel
5:12
Nieuwe tekst Overlast
van
fiets
bromfiets
of Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen
Het is verboden op door het college Het is verboden op door het college in het
aangewezen
plaatsen
fietsen
of belang van het uiterlijk aanzien van de
bromfietsen
onbeheerd
buiten
de gemeente, ter voorkoming of beëindiging
daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te van overlast of ter voorkoming van laten staan in het belang van het uiterlijk schade aan de openbare gezondheid aanzien van de gemeente, ter voorkoming aangewezen
plaatsen
fietsen
of
of
onbeheerd
buiten
de
opheffing
van
overlast,
of
ter bromfietsen
Raadsvoorstel Pag. 12/15
voorkoming van schade aan de openbare daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te gezondheid,
verboden
bromfietsen
onbeheerd
is
fietsen
of laten staan.
buiten
de
daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. I Artikel 5:12a komt te vervallen: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5:12a Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan 1. Het is verboden een voertuig te parkeren of laten stilstaan op een door het college aangewezen, niet tot de rijbaan behorend weggedeelte. 2. Het verbod is niet van toepassing op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam.
J Artikel 5:38 wordt gewijzigd als volgt: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5:38 Activiteiten en voorwerpen Artikel 5:38 Activiteiten en voorwerpen op het stand 1.
In
aanvulling
op het strand op
het
in
deze 1.
In
aanvulling
op
het
in
deze
verordening ten aanzien van het publiek verordening ten aanzien van het publiek terrein gestelde, is het verboden:
terrein gestelde, is het verboden:
Raadsvoorstel Pag. 13/15
a. op het strand tenten, tafels, banken, a. op het strand tenten, tafels, banken, kisten,
palen,
vlaggen(masten), kisten,
palen,
vlaggen(masten),
speeltoestellen, sporttoestellen of andere speeltoestellen, sporttoestellen of andere objecten of voorwerpen te plaatsen, te objecten of voorwerpen te plaatsen, te laten liggen of te laten staan;
laten liggen of te laten staan;
b. op het strand fun- en beachsporten te b. op het strand fun- en beachsporten te beoefenen waarbij grote hinder wordt beoefenen waarbij grote hinder wordt veroorzaakt voor de strandbezoekers;
veroorzaakt voor de strandbezoekers;
c. op het strand met motorvoertuigen en c. op het strand met motorvoertuigen en (brom-)fietsen te rijden;
(brom-)fietsen te rijden;
d. zich in een wagentje of dergelijke te d. zich in een wagentje of dergelijke te laten voorttrekken door een vlieger, zeil laten voorttrekken door een vlieger, zeil of soortgelijk voorwerp;
of soortgelijk voorwerp;
e. op het strand een surfplank te hebben e. op het strand een surfplank te hebben ten behoeve van golf- en/of windsurfen ten behoeve van golf- en/of windsurfen of daarmee zee te kiezen;
of daarmee zee te kiezen;
f. op het strand een kitesurfboard te f. op het strand een kitesurfboard te hebben of daarmee zee te kiezen of een hebben of daarmee zee te kiezen of een voor kitesurfing te gebruiken kite op te voor kitesurfing te gebruiken kite op te laten;
laten;
2. Het college kan van de in het eerste lid 2. Het college kan van de in het eerste lid gestelde verboden ontheffing verlenen. gestelde verboden ontheffing verlenen. Het
college
kan
eveneens
gebieden Het
college
kan
eveneens
gebieden
aanwijzen waar (enkele van) die verboden aanwijzen waar (enkele van) die verboden niet van toepassing zijn en hieraan niet van toepassing zijn en hieraan nadere regels verbinden.
nadere regels verbinden.
3. Het in het eerste lid onder a. gestelde 3. Het in het eerste lid onder a. gestelde verbod geldt niet voor het plaatsen van verbod geldt niet voor het plaatsen van niet-commerciële
vlaggen,
zoals niet-commerciële
vlaggen,
zoals
bijvoorbeeld de Blauwe Vlaggen en de bijvoorbeeld de Blauwe Vlaggen en de vlagsignalisatie in het kader van een vlagsignalisatie in het kader van een gebiedsafbakening
(bv.
aanduiding gebiedsafbakening
(bv.
aanduiding
Raadsvoorstel Pag. 14/15
bewaakte
zwemgebieden, bewaakte
kitesurfgebieden,..)
zwemgebieden,
kitesurfgebieden,..)
4. Het in het eerste lid onder c gestelde 4. Het in het eerste lid onder c gestelde verbod geldt niet voor voertuigen ten verbod geldt niet voor voertuigen ten dienste
van
geneeskundige
politie,
brandweer, dienste van gemeente, politie, brandweer,
hulpverlening
reddingsdiensten.
en geneeskundige
hulpverlening
en
reddingsdiensten.
K Artikel 5:4 wordt toegevoegd als volgt: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 5:4 Defecte voertuigen
Artikel 5:4 Defecte voertuigen
(gereserveerd)
Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden
gereden,
langer
dan
drie
achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
Artikel II Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 mei 2023. Sluis,
DE RAAD VOORNOEMD,
De griffier,
De voorzitter,
Raadsvoorstel Pag. 15/15
mr. P.T.G. Claeijs
mr. M.M.D. Vermue