3h. Concept zienswijze RUD Zeeland
Tekst van het document
Postadres: Postbus 27 4500 AA Oostburg
RUD Zeeland T.a.v. Dagelijks Bestuur de heer W.A.J. Jochems Postbus 35 4530 AA TERNEUZEN
Bezoekadres: Nieuwstraat 22 4501 BD Oostburg Telefoon 140117 Telefoon +31 (0)117 457 000 Telefax +31 (0)117 452 241 IBAN: NL33INGB0661900169 BIC code: INGBNL2A BTW-nummer: 811046321B01 www.gemeentesluis.nl info@gemeentesluis.nl
ons kenmerk uw brieven d.d. uw kenmerk behandeld door doorkiesnummer onderwerp bijlage(n)
: ED/2025 : 16 april 2025 : 2025-000038 en 2024-000039 : P.B. de Croock : 140117 : zienswijzen financiële stukken : Geen
Oostburg,
4 juli 2025
Geachte heer Jochems, Met uw brieven van 16 april 2025 heeft u ons de volgende financiële stukken toegezonden: • •
Jaarrekening 2024 en Resultaatbestemming 2024 Begroting 2026
De begeleidingscommissie van de RUD en de samenstellingscommissie van de VZG (Vereniging Zeeuwse Gemeenten) brachten ook advies uit. Wij hebben deze documenten met één verzamelvoorstel aan de gemeenteraad aangeboden. Op 3 juli 2025 heeft de gemeenteraad besloten de volgende zienswijzen in te dienen. Jaarrekening 2024 en Resultaatbestemming 2024 Onder voorbehoud van de accountantsverklaring heeft de gemeenteraad kennis genomen van de jaarrekening 2024, maar wel met een kanttekening over de reden van het negatieve resultaat. In onze beleving is de hoogte van het negatieve resultaat voor een groot deel te wijten aan de late begrotingswijziging over 2024. In tegenstelling tot voorgaande jaren is deze wijziging nog over 12 maanden in 2024 doorgerekend aan de deelnemers in plaats van naar rato van het aantal maanden (twee) dat nog volgde. Op de resultaatbestemming 2024 dienen we een kritische zienswijze in. Het rekeningresultaat is bepaald op € 661.026. Uit het AB-voorstel maken wij op dat het rekeningresultaat eigenlijk groter was. Daarin is aangegeven om het resterende deel van een bestemmingsreserve circa € 306.000 (de inzet van strategisch advies en communicatie) vrij te laten vallen in 2024. Hierdoor wordt het negatieve resultaat over 2024 al voor een deel gecompenseerd door de vrijval uit de algemene reserve.
Dit doet niet af aan het eindresultaat voor verrekening via de deelnemersbijdrage. Om die reden stemmen wij toch in met de reultaatbestemming. Begroting 2026 Advies Samenstellingscommissie In afwijking van het positieve advies van de Begeleidingscommissie adviseert de Samenstellingscommissie een negatieve zienswijze in te dienen. Er wordt niet voldaan aan de VZG- indexatie en bezuinigingsrichtlijn. In de begroting 2026 zijn de financiële consequenties verwerkt van de nieuwe dienstverlening en huisvesting vanaf 1 januari 2026, gebaseerd op het Pag. 1 / 3
desbetreffende AB voorstel van 25 maart 2025. In dit voorstel is onder punt f opgenomen: "Het algemeen bestuur voorstellen om in te stemmen om dit voorstel niet voor zienswijze voor te leggen aan de deelnemers en de verwachte meerkosten per deelnemer te melden bij de desbetreffende besturen zodat die ze kunnen betrekken bij de voorbereiding van hun begroting 2026". Dit is ten onrechte niet via een begrotingswijziging 2025 voorgelegd aan de deelnemers, omdat er vanaf 2025 al structurele effecten aan dit voorstel verbonden waren, waardoor de deelnemers niet tijdig hierop hebben kunnen reageren. Daarnaast merken wij op dat gelijktijdig met de begroting 2026 een voorstel is aangeboden rond de overdracht van de VTH archieftaken met financiële consequenties voor de deelnemers welke niet in de begroting 2026 zijn verwerkt. Het format van de werkgroep gemeenschappelijke regelingen is niet ingevuld door de begeleidingscommissie. Zienswijze De gemeenteraad heeft besloten een negatieve zienswijze in te dienen op de begroting 2026 conform het advies van de Samenstellingscommissie. Aanvullend op het advies van de Samenstellingscommissie hebben wij de volgende kanttekeningen/opmerkingen op de begroting. Kanttekeningen 1.
Er wordt niet voldaan aan de VZG-indexatierichtlijn en bezuinigingsrichtlijn
2.
De keuzes in het plan van aanpak liggen boven de vastgestelde minimale KPI’s van het Rijk. De gemeenten hebben in 2026 te maken met een bezuiniging in het gemeentefonds. Voor de GR'en geldt daarom de VZG-indexatie en bezuinigingsrichtlijn. We zijn van mening dat hier in het implementatieplan rekening mee gehouden moet worden.
3.
In de eerste begrotingswijziging 2025 zijn de middelen gemaximeerd op 16,5 miljoen euro (prijspeil 2023). In de ontwerpbegroting 2026 staat dat deze maximering niet meer aan de orde is. Hierover heeft nog geen besluitvorming binnen het algemeen bestuur plaatsgevonden.
Geen duidelijkheid Daarnaast hebben wij op de volgende punten geen duidelijkheid hoe de stand van zaken is. 4.
Op pagina 4 van de ontwerpbegroting staat dat er een implementatieplan Robuuste RUD ligt. Volgens dat plan vond in maart en april de uitwerking van het respectievelijk organisatieontwerp en formatieplan plaats. Deze stukken zijn nog niet aanwezig. Dit heeft direct een relatie met het hoofdstuk 7 "Financiële effecten" van het plan van aanpak Robuuste RUD. Hier staat dat de opgenomen bedragen, inschattingen van de kosten zijn gebaseerd op de informatie die op het moment van opstellen van het plan van aanpak beschikbaar was. Bij nadere uitwerking en implementatie van het plan geeft dit een concreter beeld.
5.
Generieke taken worden begroot op circa 1/3e deel van de deelnemersbijdrage. Aangegeven wordt dat de generieke kosten voor 2026 hoog uitvallen. De basis voor de ontwerpbegroting is het destijds opgestelde ingroeimodel. Aangegeven wordt dat het ingroeimodel onlangs is geactualiseerd. Van deze actualisatie hebben wij helaas nog geen stukken mogen ontvangen.
6.
Aangegeven wordt dat de nadere uitwerking van het ingroeimodel tijdens het implementatietraject om te komen tot een robuuste RUD plaatsvindt in 2025. In afwachting van deze nadere prioritering staan nog niet geprioriteerde functies in een 'vergaarbak' en zijn in totaliteit ogenomen in het onderdeel generiek. Na prioritering worden deze functies uiteindelijk ondergebracht bij de producten waar ze betrekking op hebben. Dit kan gevolgen hebben op de deelnemersbijdrage per deelnemer, maar niet Pag. 2 / 3
op de totale deelnemersbijdrage. In 2025 wordt een plan voorgelegd voor de inzet van generieke taken in 2026. We hebben geen inzicht omdat dit nog niet aanwezig is. 7.
Volgens het Plan van aanpak Robuuste RUD wordt 43,6 fte aangetrokken. Het werven hiervan start pas in augustus 2025. Het is de vraag of het realistisch te noemen is dat in 2026 al dit personeel kan worden aangetrokken. Enerzijds door tijdspad en capaciteit voor inwerken, anderzijds door de schaarste op de arbeidsmarkt. Ook is het plan voor deze werving en selectie ons niet bekend. Omdat we verwachten dat in 2026 niet alle fte’s gevuld zijn willen we hiervoor realistische bedragen opgenomen zien in de begroting 2026.
8.
Gelijktijdig met de begroting 2026 is een voorstel is aangeboden voor zienswijze rond de overdracht van de VTH archieftaken. Deze ontwikkeling is niet benoemd in het ABvoorstel over de begroting 2026. Onze zienswijze op het voorstel overdracht VTH archieftaken zenden wij u apart toe.
Verdere overwegingen Gelopen traject Gezien de loop van het traject realiseren wij ons dat door tijdsdruk (1 april 2026) processen onzorgvuldig lopen of niet gelopen kunnen worden. Onzorgvuldigheid zorgt weer voor onrust, onbegrip en minder vertrouwen. Door het niet op tijd afronden van processen zijn de benodigde maatregelen voor een robuuste RUD niet op tijd te nemen. Het risico bestaat dat er geen RUD Zeeland meer kan zijn en er een gedwongen fusie komt. Wij willen een schoon en veilig Zeeland, maar zoals hiervoor aangegeven willen wij ook een realistische begroting 2026. Wij vragen dan ook dit bij de staatssecretaris kenbaar te maken. Daarnaast met het dringende verzoek de deadline van 1 april 2026 te herzien. Financiële middelen Rijk Eerder dienden we als Zeeuwse Vlaamse gemeenten een zienswijze in waarin we aangeven dat het Rijk extra financiële middelen beschikbaar moet stellen om te komen tot een robuuste omgevingsdienst Zeeland. Deze zienswijze stuurden wij ook in afschrift naar de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. De Provincie Zeeland en daarmee het werkgebied van de RUD, heeft het tweede grootste risicoprofiel van heel Nederland. Het is daarom niet reëel om de steeds stijgende kosten neer te blijven leggen bij de deelnemers terwijl de bijdrage van het Rijk achter blijft.
Zeker in het kader van het Nationaal Programma Vitale Regio's mag niet verwacht worden dat de deelnemersbijdrage blijft stijgen, zonder extra bijdrage van het Rijk. We vragen u met klem: • • •
Verstrek ons de bij bovenstaande punten gevraagde informatie. Geef inzicht over tijdspad en voortgang. Stel een financieel realistische begroting op die past bij wat daadwerkelijk kan worden uitgevoerd.
Hoogachtend, BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN SLUIS,
De secretaris,
De burgemeester,
S.I. de Kievit-Minnaert
mr. M.M.D. Vermue
Pag. 3 / 3