3 Notitie beantwoording zienswijzen.docx
Tekst van het document
Notitie beantwoording zienswijzen Ten behoeve van de Nota Grondbeleid 2021 Behorend bij het besluit van de gemeenteraad van 23 september 2021
1
1. Inleiding Grondbeleid van een gemeente vormt het kader waarbinnen vastgesteld ruimtelijk beleid op een verantwoorde en transparante wijze vorm kan krijgen. Het wordt vastgelegd in een Nota Grondbeleid. De vorige Nota Grondbeleid 2015-2020 is vastgesteld door de gemeenteraad op 25 februari 2016. De Nota Grondbeleid 2021 is een actualisatie van voornoemde nota. In de Nota Grondbeleid 2021 staat aangegeven welke vorm van grondbeleid de gemeente voorstaat en welke instrumenten het zal inzetten om de ruimtelijke beleidsdoelstellingen – zoals weergegeven in het Visiedocument Krachtig Verbonden 2021 - tot uitvoering te brengen. Verder zijn in de Nota Grondbeleid 2021 de verschillende vormen van verevening nader uitgewerkt. De Nota Grondbeleid De Nota Grondbeleid 2021 (hierna: de Nota) heeft met ingang van 6 mei 2021 gedurende zes weken voor iedereen tijdens openingstijden in het Klanten Contact Centrum (KCC), Nieuwstraat 22 te Oostburg ter inzage gelegen. Publicatie heeft plaatsgevonden in het Zeeuwsch Vlaams Advertentieblad en de gemeentelijke website. Naar aanleiding van de terinzagelegging zijn 2 zienswijzen ingediend. Beide zienswijzen zijn in behandeling genomen. De ingediende zienswijzen geven aanleiding tot één aanpassing van de Nota. Wijze van beantwoording De zienswijzen zijn in deze notitie in tabelvorm weergegeven.
De tabel bestaat uit de samengevatte inspraakreactie, een beantwoording en een conclusie of dit leidt tot aanpassing van de Nota. Een aantal reacties van reclamanten gaan inhoudelijk in op de beleidsdoelstellingen die zijn opgenomen in Hoofdstuk 3 van de Nota. Deze beleidsdoelstellingen zijn echter geheel overgenomen uit het in februari 2021 door uw raad vastgestelde Visiedocument Krachtig Verbonden 2021 (hierna: het Visiedocument). De reacties op het bepaalde in het Visiedocument zijn niet relevant in het kader van deze Nota. Deze Nota is slechts een verdere uitwerking van de beleidsdoelstellingen als opgenomen in het Visiedocument met betrekking tot de keuze van het grondbeleid en de verevening. De inhoudelijke beantwoording van de zienswijzen beperkt zich dan ook tot de overige reacties.
2
2. Overzicht ingediende zienswijzen Naar aanleiding van de terinzagelegging van de Nota zijn 2 zienswijzen ingediend. Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming is het niet toegestaan de persoonsgegevens (NAWgegevens) van natuurlijke personen te verwerken zonder bijvoorbeeld een wettelijke grondslag, dringende noodzaak of toestemming van de betreffende personen. In dit overzicht van beantwoording worden indieners van zienswijzen daarom niet met naam genoemd, met uitzondering van de gegevens van rechtspersonen. Onderstaand vindt u een overzicht van de ingediende zienswijzen met datum van binnenkomst. Reclamant
Gegevens
Datum ontvangst
1
Reclamant 1:
14 juni 2021
Actiegroep Tegenwind + meerdere natuurlijke personen
(poststuknummer: 21.0008553)
Reclamant 2
15 juni 2021
2
(poststuknummer: 21.0008569)
Ontvankelijkheid inspraakreacties De Nota heeft met ingang van 6 mei 2021 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen, dus tot en met woensdag 16 juni 2021. De inspraakreacties zijn binnen de termijn dat de Nota ter inzage heeft gelegen ontvangen en zijn zodoende ontvankelijk lettende op het bepaalde in de Inspraakverordening gemeente Sluis, de Awb en de Wet ruimtelijke ordening.
3
3. Inhoudelijke behandeling zienswijzen Waar wordt verwezen naar de Nota Grondbeleid 2021, wordt dit in onderstaande tabel “de Nota” genoemd. Waar wordt verwezen naar het Visiedocument Krachtig Verbonden 2021, wordt dit in onderstaande tabel “het Visiedocument” genoemd.
1. Beantwoording zienswijze Reclamant 1 Inspraakreactie (samengevat)
Beantwoording
Aanpassing visie Leidt tot aanpassing.
1. Voorgesteld wordt om het aspect duurzaamheid te verwerken in de inleiding bij de doelstelling van het grondbeleid en de tekst te wijzigen in: “Grondbeleid heeft een belangrijke functie in het zeker stellen van de financieel-economische uitvoerbaarheid en duurzaamheid van ontwikkelingen”.
Wij onderschrijven dat wij duurzaamheid als opgave zien op ieder beleidsterrein en dat grondbeleid hiermee een functie heeft om ook het duurzaamheidsaspect zeker te stellen, naast de financieeleconomische uitvoerbaarheid.
2. Er wordt geadviseerd om een begrippen- en afkortingenlijst op te nemen vooraan of achteraan de Nota.
Waar afkortingen worden gebruikt, staan deze de eerste keer volledig uitgeschreven in de tekst. De begrippen – voor zover duidelijk wat onder “een begrip” wordt verstaan - die in de Nota worden geïntroduceerd, staan eveneens in de Nota toegelicht. Wij zien dan ook niet de noodzaak voor het toevoegen van een aparte begrippen- of afkortingenlijst.
Leidt niet tot aanpassing.
3. Er wordt in de Nota niet duidelijk gemaakt welke betekenis aan het begrip duurzaamheid wordt gegeven in het kader van het grondbeleid. Geadviseerd wordt om de 3 P’s (People, Planet, Prosperity) in de nota op te nemen en per item een toelichting te geven.
In de Nota wordt aan het begrip “duurzaamheid” geen andere betekenis gegeven dan bedoeld in het Visiedocument. Waar in hoofdstuk 3 van de Nota wordt gesproken over duurzaamheid, is dit tekstueel overgenomen uit de beleidsuitgangspunten als verwoord in het Visiedocument en kent “duurzaamheid” dezelfde betekenis. In Hoofdstuk 7 van de Nota ziet Duurzaamheid en het hieraan gekoppelde grondbeleid met name toe op de verduurzaming van woningen en de realisatie van duurzame energie als uitvoering van het nationale Klimaatakkoord en de Regionale Energiestrategie (RES).
Leidt niet tot aanpassing
Wij nemen uw suggestie dan ook graag over.
Het Klimaatakkoord is door MVO Nederland mede ondertekend. De 3 P’s als zijnde de pijlers voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen - zijn geborgd in het Klimaatakkoord.
4
4. Er wordt verzocht om de tekst inzake hanteren zonneladder in paragraaf 3.2 aan te passen en hiervoor aan te sluiten bij de letterlijke tekst die wordt gebruikt door de Rijksoverheid aangaande de zonneladder.
Is vastgelegd in het vastgestelde Visiedocument. Reactie is dan ook niet relevant in het kader van deze Nota.
Leidt niet tot aanpassing.
5. Verzocht wordt om: a) op te nemen dat de gemeente onderzoek gaat doen naar: - De behoefte aan energie - Het potentieel zon op dak, hard oppervlak en/of vervuilde grond b) in kaart te brengen wat nu inmiddels aan duurzame energie wordt opgewekt in de gemeente.
Voor de opgave inzake het opwekken van energie conformeren we ons aan het Klimaatakkoord en de RES. In het kader van het te voeren grondbeleid beperkt de Nota zich tot de vorm van grondbeleid en de daarbij behorende instrumenten die kunnen worden ingezet om voornoemde doelstellingen en de beleidsdoelstellingen zoals verwoord in het Visiedocument, te kunnen realiseren.
Leidt niet tot aanpassing.
6+21. Verzoek om in paragraaf 3.2 de verwijzing naar een stuk landbouwgrond rondom hoofdverdeelstation Oostburg als zoeklocatie voor de grootschalige opwek van duurzame energie te schrappen daar dit niet strookt met de toepassing van de zonneladder. Is ook in strijd met de uitspraak van de Raad van State uit 2007: als een bedrijventerrein (Stampershoek Noord) niet mag, dan mag zonne-industrie ook niet daar sedert 2007 niets wezenlijks is veranderd.
Is vastgelegd in het vastgestelde Visiedocument. Reactie is dan ook niet relevant in het kader van deze Nota.
Leidt niet tot aanpassing.
7+8+9. Verzoek om de grootschalige opwek van energie helemaal te schrappen daar: - gemeente Sluis niet is aangewezen als NOVI-gebied. - grootschalige opwek niet mogelijk is want het huidige netwerk laat een beperkte uitbreidingscapaciteit toe. Verzoek om deze beperkte capaciteit te gebruiken voor zon op daken. - grootschalige opwek op landbouwgrond niet verantwoord is daar goede landbouwgrond nodig is voor de productie van plantaardig voedsel.
Is vastgelegd in het vastgestelde Visiedocument. Reactie is dan ook niet relevant in het kader van deze Nota.
Leidt niet tot aanpassing
10. De indruk wordt gewekt dat de gemeente bereid is om met iedere initiatiefnemer van een zonnepark een anterieure overeenkomst te sluiten. Verzocht wordt om aan te geven dat er geen zonneparken worden toegestaan als uit onderzoek blijkt dat zon op landbouwgrond niet nodig is.
Bij 7.3.3. van de Nota staat aangegeven: “We sluiten met iedere initiatiefnemer van een gewenste duurzame energieontwikkeling een anterieure overeenkomst waarin we naast het kostenverhaal afspraken willen maken over bijdragen aan de Voorziening Duurzaamheid.”
Leidt niet tot aanpassing.
Een ontwikkeling is gewenst indien wordt voldaan aan het bepaalde in het “Beleidsplan zonneparken”. Dit beleidsplan wordt thans opgesteld waarna het plan ter inzage zal worden gelegd (zie ook beantwoording punt 20).
5
11+12. In de Nota staat niets over het aanplanten van bomen/bossen. Dit is eveneens een afspraak uit het Parijs akkoord. Verzoek om een bosstrategie op te nemen in de Nota.
Als gemeente zijn we niet voornemens om een eigen bosstrategie te ontwikkelen. We sluiten aan bij de Bosvisie die is opgesteld in opdracht van de provincie Zeeland die hiervoor voldoende handvatten biedt.
Leidt niet tot aanpassing.
13+15+16. een grootschalig zonnepark bij Oostburg verstoort het landschap, de aantrekkelijkheid van het achterland en het historisch polderlandschap.
Is vastgelegd in het vastgestelde Visiedocument. Reactie is dan ook niet relevant in het kader van deze Nota.
Leidt niet tot aanpassing.
14. De gemeente biedt de mogelijkheid voor realisatie van zonneparken op de bedrijventerreinen. Reclamant vindt dit een goed alternatief voor zonneparken op landbouwgrond.
v.k.a.
Leidt niet tot aanpassing.
17+18+19. Verzocht wordt om in de Nota op te nemen hoe invulling wordt gegeven aan het behoud en het versterken van de kernkwaliteiten van het landschap en hoe rekening wordt gehouden met de kernbeslissingen van de Nota Ruimte van de Rijksoverheid en de status als Natura 2000 gebied.
De Nota kent geen beleidsmatige bepalingen maar is gericht op uitvoering. Alle initiatieven worden getoetst aan geldend beleid. In hoofdstuk 3.2 van de Nota staan de beleidsuitgangspunten opgenomen als vastgesteld in het Visiedocument. In hoofdstuk 7.3.2 van de Nota wordt verwezen naar het reeds opgestelde rapport “Kansen voor recreatienatuur in West-ZeeuwsVlaanderen”. Uiteraard is hierbij rekening gehouden met de status als Natura 2000 gebied. Pas nadat een initiatief mogelijk en wenselijk blijkt, wordt gekeken welke instrumenten zoals opgenomen in de Nota kunnen worden ingezet in relatie tot het initiatief.
Leidt niet tot aanpassing.
20. Verzoek om op de hoogte te worden gebracht van de ontwikkeling van het opstellen van kaders voor de vestiging van zonneparken.
Op dit moment wordt het “Beleidsplan zonneparken” opgesteld en worden hiertoe gesprekken met omwonenden van de zoeklocatie Oostburg gevoerd. Op enig moment wordt het beleidsplan ter inzage gelegd waarbij eenieder in de gelegenheid wordt gesteld om een zienswijze in te dienen.
Leidt niet tot aanpassing.
22. De verevening van € 1.000 per opgesteld MWh zonne-/windenergie staat niet in verhouding tot de opbrengsten die de landeigenaar ontvangt. Deze opbrengsten worden betaald uit subsidie of uit energietarief. Verzoek om deze subsidie beschikbaar te stellen aan bedrijven en burgers.
De verevening kan alleen in rekening worden gebracht bij de initiatiefnemer die de zonnepanelen/windmolens wenst te realiseren en dit op basis van het vigerende bestemmingsplan niet kan uitvoeren. Indien de gemeente medewerking verleent aan de aanpassing van het bestemmingsplan om een dergelijk initiatief mogelijk te kunnen maken, dan wordt in dat kader een overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer (de zogenaamde “anterieure overeenkomst”) en kunnen hierin bepalingen over verevening worden opgenomen. De gemeente sluit dus geen overeenkomst met de oorspronkelijke
Leidt niet tot aanpassing.
6
grondeigenaar. Dit is ook niet mogelijk daar de gemeente geen partij is in de grondverkoop tussen eigenaar en initiatiefnemer. Het bedrag van € 1000,- per opgesteld MWh energie, is gebaseerd op een landelijk gemiddelde. De opbrengst die hieruit wordt gegenereerd, wordt geïnvesteerd in de bestaande bebouwde omgeving door het toepassen van maatregelen die bijdragen aan de duurzaamheidsopgave meer bepaald het stimuleren van de energietransitie op de particuliere woningmarkt. 23. Verzoek om in de Nota te beschrijven op basis van welke criteria de keuze voor de vorm van grondbeleid wordt gebaseerd.
In hoofdstuk 4 van de Nota staan de vormen van grondbeleid beschreven alsook in welke gevallen het beste voor die specifieke vorm van grondbeleid kan worden gekozen. Juist omdat het niet mogelijk is om op voorhand per specifieke situatie aan te geven welke vorm van grondbeleid aanbevolen is, is de keuze gemaakt voor situationeel grondbeleid zodat per geval – op basis van de criteria als genoemd in hoofdstuk 4 – de beste keuze kan worden gemaakt. De criteria zijn dan met name grondpositie gemeente, risicoprofiel en opbrengstpotentie.
Leidt niet tot aanpassing.
24. Verzoek om te beschrijven hoe de belangen van de burgers concreet worden geborgd bij het sluiten van een anterieure overeenkomst met een initiatiefnemer.
Een anterieure overeenkomst is een privaatrechtelijke overeenkomst die wordt gesloten voorafgaand aan het vaststellen van een planologische maatregel (bv. een bestemmingsplan). Hoofddoel van de overeenkomst is het vastleggen van het kostenverhaal. De Wet Ruimtelijke ordening bepaalt immers dat de gemeente verplicht is om alle kosten die door de gemeente moeten worden gemaakt om het initiatief planologisch mogelijk te maken (bv. planschadekosten, kosten ambtelijke uren, infrastructurele werkzaamheden,..) te verhalen op de initiatiefnemer. Een dergelijke overeenkomst wordt pas gesloten volgend op een besluit om medewerking te geven aan een gewenste ontwikkeling en volgt dus op toetsing van het initiatief aan geldend beleid.
Leidt niet tot aanpassing.
De belangen van de burgers zijn geborgd vanuit het publiekrechtelijke spoor: een planologische maatregel (bv. bestemmingsplan of vergunning met afwijking bestemmingsplan) kan pas worden vastgesteld nadat dit ter inzage
7
heeft gelegen en burgers in de gelegenheid zijn gesteld om hun bezwaren kenbaar te maken. 25. Verzoek om over te gaan tot het opstellen van een aparte Nota Duurzaamheidsbeleid Sluis.
We hebben er voor gekozen niet over te gaan tot het opstellen van één Nota Duurzaamheidsbeleid maar om een aantal verschillende facetten uit te werken in een aparte beleidsnota. Voor de uitwerking van het Klimaatakkoord, sluiten wij ons aan bij de Regionale Energiestrategie. Naast het opstellen van een Beleidsplan Zonneparken zijn we o.a. bezig met het opstellen van een Transitievisie Warmte en zijn we aan het onderzoeken hoe we onze organisatie duurzamer kunnen maken.
Leidt niet tot aanpassing.
2. Beantwoording zienswijze Reclamant 2 Inspraakreactie (samengevat)
Beantwoording
1. Reclamant verwijst naar het bepaalde in Hoofdstuk 3 van de Nota met betrekking tot het thema “Verkeer en Vervoer”. Reclamant vraagt welke keuzes er liggen inzake de uitvoering van de Gebiedsgerichte Aanpak projecten en wenst als belanghebbende op de hoogte te worden gehouden.
De reactie ziet toe op een uitvoeringsaspect van een beleidsdoelstelling die is opgenomen in het Visiedocument. De reactie is niet relevant in het kader van deze Nota.
2. Verzoek om verkeer en vervoer af te stemmen op de slagenstructuur en het parkeerbeleid daar een afgeleide van te laten zijn in plaats van het parkeerbeleid af te stemmen op de slagenstructuur.
Dit beleidsuitgangspunt is vastgelegd in het vastgestelde Visiedocument. Reactie is dan ook niet relevant in het kader van deze Nota.
3. Het beleidsuitgangspunt uit het Visiedocument dat een knip in de zeeweg langs de kust niet wenselijk is, is mogelijk strijdig met de voorgenomen slagenstructuur.
Dit beleidsuitgangspunt is vastgelegd in het vastgestelde Visiedocument. Reactie is dan ook niet relevant in het kader van deze Nota.
Aanpassing visie Leidt niet tot aanpassing.
Het thema Verkeer en Vervoer wordt nader uitgewerkt in een Mobiliteitsvisie. Deze Mobiliteitsvisie wordt op enig moment ter inzage gelegd waarbij eenieder in de gelegenheid wordt gesteld om een zienswijze in te dienen. Leidt niet tot aanpassing.
Uitwerking van dit beleidsuitgangspunt vindt plaats in de Mobiliteitsvisie.
Uitwerking van dit beleidsuitgangspunt vindt plaats in de Mobiliteitsvisie.
8
Leidt niet tot aanpassing.