26 J.A. van Zuilekom, B.L.H. Schulte en Stichting Euregiotuinen voor ons zienswijze regiopark Oostburg.pdf
Tekst van het document
De planlocatie ligt ten zuiden van de kem Oostburg. Op de locatie is meestal sprake van wind uit het zuidwesten. Dat betekent dat lawaai c.q. geluid door de wind gedragen wordt in de richting van de kern Oostburg, en meer in het bijzonder nog in de richting van gevoelige objecten als school, ziekenhuis, verzorgingstehuizen en appartementencomplex, die gelegen zijn in de richting waarheen het geluid door de wind gedragen zal worden. Ten onrechte is daaraan geen extra aandacht besteed bij de voorbereiding van het ontwerp. Uit de uitgevoerde metingen van geluidsbelasting blijkt niet dat een correctie is toegepast voor de meest voorkomende windrichting. In strijd met de Omgevingsverordening Zeeland is geen beschrijving gegeven van de wijze waarop rekening is gehouden met de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurgebied Groote Gat en wordt ook niet aannemelijk gemaakt dat geen onevenredige aantasting van de bedoelde kenmerken en waarden plaatsvindt. Evenmin is aantoonbaar rekening gehouden met de richtwaarde voor geluid die geldt binnen het milieubeschermingsgebied Groote Gat. In 2018 en 2019 is een natuuronderzoek uitgevoerd in opdracht van Van Damme Recreatie. Uit dat onderzoek blijkt dat veel verschillende diersoorten op de planlocatie voorkomen. Behalve de gerapporteerde soorten zijn in het gebied ook nog gesignaleerd: ree, velduil, bunzing, buizerd en horst.
De gemeente Sluis heeft zich blijkens ‘Krachtig Verbonden’ gecommitteerd om een bijdrage te leveren aan het in stand houden en bevorderen van biodiversiteit. Er wordt in de toelichting bij het ontwerp gesteld dat vanuit het Natura2000 gebied geen verbinding is met de Euregio tuinen (‘Betreding direct vanuit het Regiopark is niet mogelijk’). Dit is onjuist. De waterloop is wel degelijk met het Groote Gat verbonden onder de weg door. In dit kader is het zelfs een belangrijke verbindingsfactor voor waterleven. Dit is ook terug te zien in de biodiversiteit in de waterloop van de Euregiotuinen. In de waterloop bevindt zich namelijk een voor West Zeeuws Vlaamse begrippen vrij diverse flora en fauna. Waaronder de Zwanenmossel, welke duidt op een goede waterkwaliteit. In de onderbouwing wordt hier niet op in gegaan en dit is dan ook onvoldoende gemotiveerd. 21
In de toelichting wordt verder gesteld dat er beschermde amfibieën voorkomen. Dit is correct, er wordt echter ook gesteld dat de steile oevers van de aangelegde vijver niet ideaal zijn en hiermee het leefgebied niet ideaal is. Het leefgebied is echter ideaal voor amfibieën. Dit blijkt wel uit de stenen vijvers gelegen naast het gebouw in de Euregiotuinen welke in het paarseizoen wemelen van de parende amfibieën. De keuze voor het ‘verhuizen’ van de voortplantingsbiotoop naar één of twee aan te leggen poelen wordt niet gemotiveerd. Een evenemententerrein zal haar evenementen voornamelijk in de maanden april tot september (o.a. broedseizoen) organiseren. In de onderbouwing wordt volledig voorbij gegaan aan de invloed van geluid op in de planlocatie aanwezige flora en fauna. Onder andere uit het rapport ‘Verstoring van vogels door recreatie; Literatuurstudie van verstorìngsgevoeligheid en overzicht van maatregelen’ van Vogelbescherming Nederland blijkt dat mitigerende maatregelen bij muziekfestivals in de open lucht uiterste noodzaak zijn om schadelijke gevolgen voor vogels (vertrapping van nesten, nestverlies, nestverlaťmg, sterfte van jongen, verhoogde predatie, verlaten van territorium of habitat) te voorkomen.
Mitigerende maatregelen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit beperkte openingstijden, beperkte toegankelijkheid, locaties van podia en verkooppunten, beperken van verlichting etc. Ten onrechte is geen aandacht besteed aan een verplichting tot het nemen van dergelijke maatregelen bij evenementen. Daarnaast is het maar zeer de vraag of voor een evenement in genoemde maanden geen ontheffing in het kader van de Wet Natuurbescherming (WNB) vereist is. In het plangebied komt een groot aantal soorten voor waardoor de kans aannemelijk is dat er ontheffing in het kader van WNB vereist is voor zowel de bouw als de afzonderlijke evenementen. In het natuuronderzoeksrapport wordt tot uitgangspunt genomen dat een ‘zonering’ gehanteerd zal worden zoals ook verbeeld op figuur 8 in de toelichting bij het ontwerp. De gehele planlocatie, op de te bouwen woning na, krijgt echter de bestemming ‘Recreatie’ en zou dus conform die bestemming gebruikt mogen worden. Er is voor de gebruiker van de locatie geen enkele belemmering om ook de ‘zones’ die zijn ingekleurd als voedselbos, broedplaats of natuur te gaan gebruiken ten behoeve van recreatie. De enige beperking ter plaatse van de functie-aanduidingen ‘groen’ en ‘parkeerterrein’ is dat daar geen verblijfsrecreatie-eenheden (gebouwen voor recreatief nachtverblijf) en groepsaccommodaties zijn toegestaan.
Wanneer ook die delen van de planlocatie gebruikt worden ten behoeve van (verblijfs)recreatie en/of evenementen, dan zal wel degelijk een ernstige verstoring van de natuurlijke omgeving en broedplaatsen van de diverse beschermde diersoorten plaatsvinden. Ten onrechte is hiertegen geen bescherming geboden in het ontwerpbestemmingsplan. Een mogelijke oplossing is om het deel waar de meeste beschermde soorten verblijven te bestemmen als ‘Natuur’ met bijbehorende regels. In de toelichting bij het ontwerp wordt verwezen naar bodemonderzoeken uit 1998 en 2006. Ondanks dat de leeftijd van een bodemonderzoek niet wettelijk is vastgelegd, hanteren overheden een houdbaarheidsduur van een bodemonderzoek van vijf jaar. Genoemde bodemonderzoeken zijn dan ook niet meer voldoende actueel en er dient nieuw bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Temeer er inmiddels op gebied van bodem een hoop ontwikkelingen geweest zijn (b.v. de Pfas-problematiek). In de toelichting wordt ook gesteld dat het verhard oppervlak niet direct verandert door het plan. Het plangebied had en houdt bestemmingen die tot enige mate van verharding kunnen leiden. Twee zinnen later wordt het volgende gesteld 22
‘Extra verharding is te verwachten door de bouw van verblijfsrecreatie-eenheden en van de groepsaccommodaties '.
een
woning,
de
Dit spreekt elkaar tegen en is dan ook onvoldoende gemotiveerd. Daarnaast verandert de verharde oppervlakte wel degelijk ten aanzien van het huidige bestemmingsplan buitengebied, wat ook in de toelichting zelf bevestigd wordt.
4. Planregels bestemming ‘Recreatie’. Bouwregels Volgens de planregels mag van het bouwvlak maximaal 1507o bebouwd worden met gebouwen. Dat is maximaal circa 4.500 m2, waarvan 750 m2 tot een hoogte van 15 meter gebouwd mag worden. Buiten het bouwvlak mogen nog de gebouwen ten behoeve van verblijfsrecreatie, groepsaccommodaties en broedplaatsen worden gebouwd. Dat is samen maximaal 2.450 m2. Dat betekent dat in totaal maar liefst circa 7.000 m2 bebouwd mag worden met gebouwen. Artikel 8.3 biedt daarenboven de mogelijkheid om aanbouwen tot 2,5 buiten de bouwgrenzen toe te voegen aan de gebouwen. Daar komen nog tot 50 kampeerplaatsen voor maximaal 200 personen bij. Tot slot mogen onbeperkt andere bouwwerken worden gebouwd binnen de bestemming ‘Recreatie’, met inachtneming van artikel 3.2.4 in de planregels voor wat betreft de bouwhoogte. Het plan biedt dus volstrekt onnodig veel te veel ruimte voor bebouwing, terwijl dit niet noodzakelijk is voor een goede ruimtelijke ordening.
De bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van verblijfsrecreatie-eenheden wordt, in afwijking van artikel 2.3 van de regels, gemeten tussen de bovenzijde van de begane grond vloer en het hoogste punt van het gebouw. Naast het feit dat deze wijze van meten afwijkt van de wijze van meten als onder artikel 2.3 wijkt deze tevens af van alle andere bestemmingsplannen in de gemeente Sluis. Deze wijze van meten heeft tot gevolg dat het mogelijk is om een heuvel te maken en daar bovenop een recreatie eenheid te realiseren. Gelet op het landschapsbeeld lijkt dit zeer onwenselijk. Uit de Notitie beantwoording inspraak- en overlegreacties blijkt dat voor deze meetwijze is gekozen om een verblijfseenheid in de vorm van een boomhut mogelijk te maken. Dat is een ontoereikende motivering. Met de huidige planregels kan op een creatieve manier tot een (veel) grotere hoogte worden gebouwd. Daarenboven past het realiseren van boomhutten niet bij de beweerde intentie om de aanwezige natuur zoveel mogelijk ongemoeid te laten.
23
Ten behoeve van groepskamperen mag volgens de regels van het ontwerpbestemmingsplan een sanitairgebouw gebouwd worden. Dit gebouw mag 150 m2 in oppervlakte zijn en mag tot 8 meter hoog gebouwd worden. Dat mag dus een vrij kolossaal gebouw van twee verdiepingen worden. Dat biedt onnodig veel planologische bouwruimte en is niet noodzakelijk voor een goede ruimtelijke ordening wanneer het sanitairgebouw uitsluitend bedoeld zou zijn voor maximaal 200 groepskampeerders. Specifieke gebruiksregels In de gebruiksregels in het ontwerpbestemmingsplan wordt horeca in de categorieën 1a, 1b (m.u.v. hotel), 1c, 2a en 2b toegestaan. De toegestane ‘middelzware’ horeca in het buitengebied is niet wenselijk en is ook strijdig met provinciaal beleid. De middelzware horeca is ook niet nodig om de exploitatie van de door de initiatiefnemer beoogde ondernemer rendabel te maken. De toegestande horeca-activiteiten uit categorie zijn daartoe ruimschoots voldoende.
In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan wordt gesteld dat de horeca gelinkt moet zijn aan de diverse functies binnen het totale gebied. In de regels staat echter slechts dat de horeca primair ten dienste staat van de genoemde activiteiten. Horecaactiviteiten die niet direct gelinkt zijn aan de diverse functies worden dus niet verboden in de regels. In de gebruiksregels is bepaald dat parkeren volledig op eigen terrein georganiseerd dient te worden, ook tijdens niet vergunningplichtige evenementen (vermoedelijke wordt hiermee bedoeld kleine evenementen als bedoeld in de Nota Evenementenbeleid). Ten behoeve van vergunningplichtige evenementen (vermoedelijk wordt hiermee bedoeld middelgrote en grote evenementen als bedoeld in de Nota Evenementenbeleid) is het toegestaan om parkeercapaciteit buiten het eigen terrein te gebruiken. In het voorontwerp was hieraan toegevoegd: ‘Door middel van een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken en kan worden toegestaan dat het parkeren buiten het terrein wordt georganiseerd, mits wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op aanvaardbare loopafstand, dan wel in combinatie met vervoer van en naar het terrein (pendelbussen). ’ Dit is nu losgelaten. Nu is gekozen voor de regeling dat ingeval van parkeren buiten het eigen terrein een mobiliteitsplan wordt ingediend met de aanvraag voor de evenementenvergunning.
De belasting van omgeving, milieu en infrastructuur zal dus telkens afhankelijk zijn van de Ínhoud van het op te stellen mobiliteitsplan. Daarmee schept het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende duidelijkheid. Hierbij wordt voorts opgemerkt dat nog geen rekening is gehouden met de gevolgen van de verkeersbewegingen voor het fietspad aan de Nieuwstraat. Dat fietspad wordt zeer intensief gebruikt door inwoners, toeristen, fietsgroepen, wielrenners en scholieren. Elke verkeersbeweging van en naar het terrein betekent dat een voertuig het fietspad moet kruisen. Dat leidt ongetwijfeld tot veelvuldige verkeersonveilige en gevaarlijke situaties, waarbij ongevallen op de loer liggen. Dit moet nader worden 24
onderzocht. In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan wordt overwogen dat de komende tijd benut zal worden om de verkeerssituatie in de Nieuwstraat goed in beeld te brengen en te bezien of nadere maatregelen nodig zijn. Op deze wijze is het ontwerpbestemmingsplan onzorgvuldig voorbereid. Om te kunnen beslissen of parkeren buiten het eigen terrein mogelijk en wenselijk is, zal de verkeerssituatie in de Nieuwstraat en de omliggende infrastructuur reeds in beeld gebracht moeten zijn. In de paragraaf ‘Geluidbelasting als gevolg van de ontwikkeling ’wordt alleen ingegaan op de ontsluiting richting de rotonde. Wanneer een evenement eindigt is het scenario dat door de grote gelijktijdige verkeersverplaatsing de Dierkensteenweg, Boomkreekweg, Bakkerstraat en de route door Oostburg gebruikt worden als ontsluiting realistisch. Hier wordt niet op in gegaan in de onderbouwing. West Zeeuws Vlaanderen heeft met name in de zomermaanden een enorme influx van toeristen. Het wordt elk jaar nog drukker in West Zeeuws Vlaanderen. Dit mede door de ongebreidelde toevoeging van recreatieterreinen in de streek. De vraag is in hoeverre hierbij rekening wordt gehouden met de capaciteit van de hulpdiensten. Een situatie waarbij een groot ongeluk tijdens een evenement plaatsvindt is niet ondenkbaar. Calamiteiten hebben de afgelopen járen op meerde festivals plaatsgevonden.
Bij de plankeuze en planvorming heeft de VRZ kennelijk niet geadviseerd. Is de capaciteit van brandweer, ambulances en politie in onze regio bij evenementen zoals die op de planlocatie zouden plaatsvinden nog gewaarborgd ten opzichte van de enorme influx van mensen? Uit de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan blijkt dat het advies van de VRZ nog steeds niet is gevraagd, ondanks de inspraakreacties die zijn ingediend naar aanleiding van het voorontwerp. Ook hiermee is het ontwerpbestemmingsplan onzorgvuldig voorbereid. In de toelichting bij het plan staat te lezen dat wordt ingeschat dat er bij kleinschalige evenementen kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein en dat pas bij vergunningplichtige evenementen wellicht uitgeweken zal moeten worden naar parkeren op andere locaties. In het voorontwerp was de overweging dat bij een evenement met meer dan 2.000 bezoekers wellicht uitgeweken zou moeten worden naar parkeren buiten het eigen terrein. Nu wordt de koppeling met het verwachte aantal bezoekers dus losgelaten. In het ontwerpbestemmingsplan wordt niet gedefinieerd wat een ‘vergunningplichtig evenement’ is. Uit de toelichting kan worden afgeleid dat daarvoor aangesloten moet worden bij de Nota Evenementenbeleid. In deze Nota staat te lezen dat een kleinschalig evenement niet vergunningplichtig is.
De definitie van een ‘kleinschalig evenement’ in de Nota Evenementenbeleid is echter een geheel andere definitie dan de definitie van een ‘kleinschalig evenement’ in het ontwerpbestemmingsplan. Het blijft dus volstrekt onduidelijk wanneer er sprake is van een vergunningplichtig evenement. In de Nota Evenementenbeleid is de onderverdeling in categorieën evenementen niet afhankelijk gesteld van het te verwachten aantal bezoekers, maar van de duur, uitstraling, te verwachten hinder of overlast, en te verwachten inzet van politie en brandweer. Een kleinschalig, en dus niet-vergunningplichtig, eendaags evenement kan dus wel degelijk meer dan 2.000 bezoekers ontvangen, mits sprake is van een lokale uitstraling, geen afsluiting van wegen en geen versterkte muziek na 21.00 uur. Als tijdens een dergelijk evenement op het terrein alle verblijfsaccommodaties en alle 25
kampeerplaatsen zijn bezet, dan verblijven er circa 400 mensen in een accommodatie, kampeertent of camper op het terrein. Als er wordt gerekend met 2 inzittenden per auto, dan dienen alleen al voor de personen die verblijven op het terrein 200 parkeerplaatsen beschikbaar te zijn. Daar komen dan nog bij de parkeerplaatsen die nodig zijn voor de bezoekers van het evenement die niet op de locatie verblijven in een accommodatie of op het kampeerterrein. Op het terrein worden circa 400 parkeerplaatsen voorzien. Buiten het deel van de planlocatie met aanduiding ‘parkeerterrein’ is parkeren niet toegestaan. Het is dus op voorhand duidelijk dat niet voorzien zal kunnen worden in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein indien een groot aantal bezoekers een kleinschalig evenement bezoekt. Aanvullende parkeergelegenheid binnen aanvaardbare loopafstand is niet beschikbaar. De grotere parkeerterreinen binnen de kem Oostburg liggen op meer dan een kilometer van de planlocatie verwijderd. Het risico is levensgroot dat bezoekers, wanneer zij niet meer op het terrein van de planlocatie kunnen parkeren, zullen gaan parkeren langs de Nieuwstraat en andere omliggende wegen en zich dan te voet zullen bewegen langs deze druk bereden straat, met alle verkeersonveilige situaties van dien.
Gebruiksregels ‘Evenementen’ In de omschrijving van de bestemming ‘Recreatie’ is bepaald dat de gronden binnen deze bestemming onder meer bestemd zijn voor kleinschalige en middelgrote evenementen. In artikel 3.5 van het voorontwerp worden nadere regels gegeven voor de bestemming evenementen. Het begrip ‘evenement’ wordt in het voorontwerp gedefinieerd als ‘periodieke en/of incidentele manifestaties’, gevolgd door enkele voorbeelden. In artikel 3.5.5 is bepaald dat maximaal 5 middelgrote evenementen per jaar mogen plaatsvinden, waarbij elk middelgroot evenement maximaal vier aaneengesloten dagen mag duren en per jaar maximaal gedurende 10 dagen een middelgroot evenement mag worden gehouden. Een middelgroot evenement is gedefinieerd als een evenement dat niet past binnen de representatieve bedrijfssituatie zoals voorgeschreven volgens het Activiteitenbesluit en niet past binnen de incidentele bedrijfssituaties ex artikel 2.21, lid 1 onder b, van het Activiteitenbesluit. Er is volgens het voorontwerp dus pas sprake van een middelgroot evenement indien dat evenement niet past binnen de representatieve bedrijfssituatie en niet past binnen de incidentele bedrijfssituaties.
Met de representatieve bedrijfssituatie wordt volgens de ‘Handreiking meten en rekenen Industrielawaai 1999’ bedoeld: die situatie waarbij de voor de geluidproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit in de te beschouwen etmaalperiode. Een door zijn aard als hoofdactiviteit aan te merken activiteit binnen de inrichting is onderdeel van de representatieve bedrijfssituatie. Het aantal keren per jaar dat een activiteit voorkomt heeft geen invloed op het al dan niet onderdeel uit maken van de representatieve bedrijfssituatie.
26
het plan biedt. Zoals hiervoor betoogd, zijn die mogelijkheden op grond van de planregels nagenoeg onbegrensd. De Afdeling heeft overwogen dat zonder een beperking in de planregels wat betreft het aantal, de aard en de omvang van de evenementen een dergelijke beoordeling van de maximale mogelijkheden niet goed denkbaar is. Daarbij is ook van belang dat niet alle af te wegen belangen en gevolgen die in het kader van een bestemmingsplan afgewogen dienen te worden, ook in het kader van de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning kunnen worden beoordeeld. Dat evenementen (mede) door de APV gereguleerd kunnen worden, is evenmin een reden om een nadere regeling ten áánzien van evenementen in de planregels achterwege te laten, aldus de Afdeling. Ten onrechte zijn in het voorontwerp geen nadere regels gesteld ten aanzien het aantal evenementen per jaar, het soort evenementen en de maximale bezoekersaantallen. In de Nota Evenementenbeleid wordt onder meer overwogen: Aan de gemeente is dan de taak om de belangen van een evenement af te wegen tegen de belangen van het woongenot Vanuit dat oogpunt is er reden om grenzen te stellen aan het aantal (overlast veroorzakende) evenementen en om overbelasting van bepaalde locaties te voorkomen.
Uit het voorontwerp en de toelichting daarbij blijkt echter uit niets dat door de gemeente een afweging is gemaakt tussen de belangen van een nieuw evenemententerrein en de belangen van het woongenot van omwonenden en overige inwoners van Oostburg en omgeving.
In artikel 3.5.5, sub d, van het ontwerpbestemmingsplan is bepaald dat de eindtijd voor het voortbrengen van versterkt (muziek)geluid wordt gesteld op 24.00 uur (zondag t/m donderdag), dan wel 01.00 uur (vrijdag, zaterdag en dagen vóór een officiële feestdag). Er is echter géén eindtijd voor een evenement opgenomen. Dat is in strijd met de Nota Evenementenbeleid, waar de eindtijd voor een evenement is bepaald op 00.30 uur respectievelijk 01.30 uur. Er behoren in het bestemmingsplan regels gesteld te worden voor de eindtijd voor versterkte en onversterkte muziek én voor de eindtijd van te organiseren evenementen. In artikel 3.5.5, sub e, van het voorontwerp is slechts een maximaal equivalent geluidsniveau, gemeten in dB(A), voor de middelgrote evenementen vastgelegd. Ten eerste dient voor alle te houden evenementen en festiviteiten, althans voor alle evenementen die vallen buiten de representatieve bedrijfssituatie, maximale geluidsniveaus opgenomen te worden in het bestemmingsplan. Ten tweede dient ook een maximaal geluidsniveau in dB(C) in het bestemmingsplan opgenomen te worden. Bij het organiseren van evenementen waarbij muziek ten gehore wordt gebracht, dragen de lagere bastonen van de muziek immers verder dan de hogere tonen.
Om te voorkomen dat de lagere tonen voor teveel geluidsoverlast zorgen, dient een maximaal geluidsniveau in dB(C) bepaald te worden, bijvoorbeeld 85 dB(C). Tot slot is in deze bepaling opgenomen dat het geluidsniveau wordt gemeten en beoordeeld ter plaatse van (de gevels van) woningen op een hoogte van 1,5 meter. Er is echter niet bepaald bij welke woning er gemeten en beoordeeld moet worden. Er dient opgenomen te worden dat er gemeten en beoordeeld moet worden ter plaatse van (de gevels van) de dichtstbijzijnde woning, gemeten vanaf de geluidsbron.
28
Uit het ontwerpbestemmingsplan, de toelichting daarbij en het uitgevoerde geluidsonderzoek blijkt niet in hoeverre er bij de bepaling van de maximale geluidsniveaus rekening is gehouden met het stemgeluid dat wordt voortgebracht door de bezoekers van evenementen.
5, Planregels bestemming ‘Wonen’. In 2017 schrijft de gemeente Sluis een prijsvraag uit en nodigt belangstellende uit om een bod te doen op het perceel met daarbij een plan voor ontwikkeling van het perceel. Als voorwaarde in die prijsvraag wordt onder andere vermeld:
*
Woningbouwontwikkeling wordt niet toegestaan op deze locatie.
Het alsnog toestaan van woningbouw is dus in strijd met het in de prijsvraag geschetste kader. In het visiedocument ‘Krachtig Verbonden’ is als beleid opgenomen dat nieuwbouw van woning vraaggericht dient te zijn en dat elke nieuwe woning in de basis levensloopbestendig moet zijn. Uit de toelichting bij het bestemmingsplan blijkt niet dat enige vraag bestaat naar de op te richten woning. Evenmin blijkt dat een levensloopbestendige woning gebouwd zal worden. De betreffende locatie is geen voor de hand liggende ‘inbreilocatie’ voor nieuwbouw van een woning. Gezien al de voorgaande argumenten kan het voorontwerp van het bestemmingsplan niet in stand blijven.
van Zuilekom
Stichting Euregiotuinen voor ons Bakkersstraat 58 4501 RB Oostburg
J.A.
n Zuilekom,
J.E. Ruijterman, ningmeester
29 ţjoJLć
JgjBfpĮ: 7
f "
J' -
Ţ euregiotuinenvoorons@outlook.com
Vragen bij
; ontwerp bestemmingsplan
Algemeen Bij het voorontwerp bestemmingsplan zijn veel van deze vragen al eerder gesteld. Het was een vervelende zoektocht om in de reactie van de gemeente de antwoorden op onze vragen te vinden. Wij komen dan ook tot de conclusie dat 1. Veel vragen niet beantwoord zijn 2. Dat er bij veel antwoorden rond de pot gedraaid wordt en 3. Sommige vragen niet goed gelezen of begrepen zijn en 4. Er binnen alle documenten nogal wat tegenstrijdige antwoorden gegeven worden. Wij verwachten deze keer wel een duidelijk antwoord te krijgen op onze vragen. Onder de inwoners van de gemeente Sluis leeft het idee dat het afwijken van de regels die de gemeente zelf opstelt, het verlenen van bouwvergunningen en de wijzigingen van bestemmingsplannen vooral te maken hebben met het financieel gewin voor de gemeente. 1. Is hetjuist dat de gemeente hetfinancieel gewin stelt boven de regels en de belangen van de inwoners? 2. Is de koopprijs van de Euregiotuinen conform de huidige marktprijs? 3. In welke mate is hier sprake van een vorm van staatssteun in het kader van artikel 107 tot 109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Een van de wedstrijdvoorwaarden was dat bedrijfsrecreatie als hoofdfunctie niet mogelijk is. 4. Betekent dit dat er geen woningen zullen verhuurd worden als er geen evenement in de tuinen is?
Toelichting Hl 1.1 Voorgeschiedenis
Er zijn argumenten die de gemeente hebben doen besluiten om van Damme te kiezen als winnaar van de wedstrijd. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur leert ons echter het volgende: "Het besluit moet zorgvuldig en deugdelijk tot stand zijn gekomen. De belangen van alle partijen moeten tegen elkaar worden afgewogen. Daarbij mogen de nadelige gevolgen voor belanghebbenden niet onevenredig groot zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Motivering besluit Wanneer een besluit genomen is, moet het deugdelijk gemotiveerd worden. Waarom is het besluit genomen, op welke gronden en welke afwegingen zijn gemaakt? Die motivatie moet navolgbaar en logisch zijn. Eventueel reeds bekende bezwaren moeten worden meegenomen in deze motivering.." De verandering van het bestemmingsplan vraagt toelichting, o.a. over de keuze van de prijswinnaar. Eveneens moet een officieel besluit terug te zien via het archief. 5. Met welke argumenten is besloten dat het plan van van Damme de beste inschrijving was? 6. Op welke wijze heeft de gemeente de beoordeling van de wedstrijd georganiseerd? 7. Is hier sprake geweest van een commissiesamenstelling waarin diverse geledingen zijn vertegenwoordigd? 8. Welke deskundigheid is betrokken geweest bij de voorbespreking? 9.
Is hetjuist dat de keuze en de besluitvorming hebben plaatsgevonden tijdens een informele vergadering in 2017 waarbij niet alle raadsleden aanwezig hoefden te zijn? 10. Is deze besluitvorming via het archief in te zien? 11. Waar kan de Stichting Euregiotuinen voor ons de argumentatie voor de keuze plan regiopark inzien?
In 2019 is een communicatiemoment met de omwonenden beloofd. Dit zou in het voorjaar van 2019 plaatsvinden. 12. Waarom is dit moment voor er sprake was van een coronaexcuus er nooit gekomen ?
Ons inziens is het niet mogelijk om te spreken van een toegevoegde waarde als er geen belangenafweging heeft plaatsgevonden met name t.a.v. de door dhr van Damme genoemde "zwakke schakel", de omwonenden. Wij zijn er van overtuigd dat veel bewoners het gebied graag zouden bezoeken maar we geloven zeker niet dat dit in het milieuvriendelijker plan niet zou kunnen. 13. Wat voegt dit plan nu toe aan de bestaande voorzieningen en wat is dus voor ons nieuw toegevoegde waarde van het plangebied? 14. Wie bepaalt wat de nieuw toegevoegde waarde is? 15. Hoe wordt zichtbaar dat het park "flexibel meebeweegt op snelle veranderingen in de maatschappij”? 16. Op welke wijze wordt van de omwonenden verwacht dat zij meebewegen in dit flexibele concept? 17. Wat wordt er verstaan onder 'belevingseconomie'? 18. Welke rol speelt de belevingseconomie in het plan? 19. Wie bepaalt dit en wie controleert dit? 20. Wat verstaat u onder een "organische ontdekkingstocht”?
21. Is er voorzien in een regelmatig overleg met omwonenden en andere belanghebbenden over de "organische ontdekkingstocht"? Op welke manier? 22. Welke onderdelen passen niet in het vigerende bestemmingsplan? 23. Het plan krijgt "zoveel mogelijk ruimte en flexibiliteit". Wie bepaalt dit? Hoe worden de belangen van omwonenden beschermd? Hoe wordt dat zichtbaar voor de omwonenden ? Wie controleert?
1.3 Vigerende planologische situatie 24. Hier is sprake van een "buitengebied". Hoe kan er dan tegelijkertijd sprake zijn van stedelijk gebied aangezien stedelijk gebied is gekoppeld aan een verhoogde urbanisatiegraad? 25. Is er sprake van een verhoogde urbanisatiegraad bij het bouwen van tijdelijke vakantieverblijven? Waarop baseert de gemeente een 'verhoogde urbanisatiegraad' op grond van de huidige situatie? 26. Waarom wijktfiguur 3 af van de bestaande situatie en waarom hebben niet alle woningen een woonbestemming? 27. Welke sportieve evenementen worden bedoeld onder wedstrijden? 28. Worden bij muzikale evenementen, rock, hardcore, house trance en hardsţyle uitgesloten? 29. Het bestemmingsplan biedt 58 voorstellingen a max 500 personen in de maanden mei t/m september. Wat wordt verstaan onder voorstellingen? 30. Het bestemmingsplan praat over horeca 3. Wat garandeert ons dat er hier geen disco, dansevenementen en nachtclub komt? 31. Biedt de gemeente een garantie op geluidsmonitoring? 32. Welke maatregelen worden genomen om de omgeving/omwonenden te beschermen tegen lawaaioverlast? Wie zorgt voor de monitoring? 33. Wat wordt verstaan onder dagrecreatie? Wat is de begintijd en wat is de eindtijd? In het bestemmingsplan wordt gesproken van kleinschaligheid.
Volgens de normen van een doorsnee vakantie park kunnen er in de 20 "kleinschalige" woningen en de drie groepsverblijven ongeveer 200 mensen verblijven. 34. Spreekt men in dat geval nog van kleinschaligheid? 35. Waarom zijn er misleidende illustraties bijgevoegd die geen reëel beeld geven van de werkelijkheid? 36. Aangezien de verblijfsrecreatie ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit nemen wij aan dat er alleen verbleven mag worden tijden evenementen. Is ditjuist?
In het concept bestemmingsplan wordt betreffende de woning vermeld dat er in basis gedacht wordt aan de functie bedrijfswoning. 37. Laat dit ruimte voor een andere invulling dan bedrijfswoning? 38. Op grond van welke argumenten is deze woning daar noodzakelijk?
Als bij nader inzien geen behoefte meer is aan een bedrijfswoning zal de woning een andere bestemming krijgen of doorverkocht worden. 39. Wordt er een meerwaardeclausule opgenomen voor dit bouwperceel? 40. Op grond van welke argumenten wordt er gekozen voor drie groepsverblijven?
Landelijke gegevens tonen aan dat de APV's niet voldoende bescherming bieden tegen geluidsoverlast.
41. Hoe gaat de gemeente dit hier aanpakken? 42. Worden er i.v.m. de jaarbrede invulling aangepaste APV'sgemaakt?
8m hoge lichtmasten die bij nacht blijven branden, geven een veranderde lichtsituatie voor de omwonenden. 43. Is er onderzoek gedaan naar het effect hiervan?
De gemeente acht het niet realistisch dat er in onze streek sprake is van overlast door alcohol en drugsgebruik. Festivals zijn echter niet voor gezinnen en de omvang (dhr van Damme spreekt van 80.000 bezoekers) vraagt een doelgroep die van ver buiten de Zeeuws-Vlaamse grenzen komt Hieruit blijkt ook dat er geen gebruik wordt gemaakt van de gegevens van het TRIMbosinstituut Wij raden de gemeente van harte aan eens dergelijke festivals te bezoeken en dan te oordelen wat realistisch is. Vandaar nogmaals de vraag: 44. Hoe denkt de gemeente de vele vaak onder invloed verkerende bezoekers van een festival in de nachtelijke uurtjes onder controle te houden? 45. Wat wordt er gedaan om bij aanvoer vanfestivalmateriaal met vrachtwagens de natuur te ontzien?
In het bestemmingsplan en de informatie van dhr van Damme en/of Kerkhof zijn verschillende aantallen te vinden betreffende de overnachtingsplaatsen voor kampeerders? 46. Welke van de drie is de juiste? 47. Is het getal voor kampeerders een harde grens of is dit getal oprekbaar? 48. Wat is het minimale aantal personen om een groep te vormen? 49. Wordt er voorzien in een nooduitgang en -toegang? 50. Hoe breed en waar gesitueerd? 51. Als de evenementen jaarvullend zijn, zijn daar dan de gewone APVregels op van toepassing? Zijn dit de APVregels van Sluis 2016? 52. Is de gemeente bereid om af te wijken van de A.P.V regels wat betreft geluidsmaximalisering en sluitingstijd? 53. Wat zijn de mogelijkheden van de omwonenden als de gemeente afwijkt van de gemaakte afspraken wat betreft geluidsoverlast of er niet gehandhaafd wordt?
H2. Plan 2.3 Marktconcept 54. De benadering "authenticiteit als basis voor de geloofwaardigheid". U bedoelt? 55. Wat moeten omwonenden verstaan onderflexibele concepten? 56. Wie bepaalt de grens van deze flexibiliteit? Hoe worden omwonenden beschermd tegen deze flexibele concepten? Is hier overleg voor gepland? 57. Het volgen van trendgevoelige concepten kent ongekend risico's o.a. voor de omwonenden. In hoeverre wordt hier rekening mee gehouden? 58. "organische ontwikkelingen, circulaire principes en co-creatie”. Waaraan herkennen wij deze? 59. Is er onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van deze plannen? 60. Op welke wijze en kunt u de resultaten van dit onderzoek overleggen? 61. Wanneer en bij welke doelgroep is dit onderzoek gedaan?
62. Bij hoeveel bezoekers is er een break-even punt? 63. Zijn er alternatieve locaties voor dit plan in overweging genomen en op grond waarvan zijn deze het niet geworden? 64. Wat van de geplande evenementen kan niet in Groede Podium of op het Veerplein (waar minder woonlocaties omheen liggen) en waarom worden deze niet daar gepland? 65. Randvoorwaarde is een positieve exploitatie in elke fase. Financieel positief? Wat gebeurt er als er geen positieve exploitatie is? 66. Welke clausule bouwt de gemeente in in geval van mislukken van plan regio om grondspeculatie te voorkomen? 67. Op welke wijze kunnen de regels en voorwaarden dan aangepast worden? 68. Is de uitbater verplicht de activiteiten van het afgelopen seizoen en de plannen voor het komende seizoen te evalueren? Als het marktconcept trendvolgend is, zijn de evaluaties dan nog van belang? 69. Aan welke andere partners moeten wij hier denken?
2.4 Hoofdopzet Op de nieuwe zoneringskaarten is te zien dat de vijver binnen het bouwvlak valt. 70. Betekent dit dat de langgerekte vijver aan de zuidwestkant zal verdwijnen? 71. Is de kleinschalige horeca op het hele terrein mogelijk? 72. Hoe wordt de geluidslost van deze horeca geregeld? 73. Er komt bebouwing voor start-ups. Is deze bebouwing tijdeĩijk? 74. Welke eisen en voorwaarden worden gesteld aan de start-ups en partners? 75. Wordt er voorzien in sanitair en andere voorzieningen op het camperterrein?
"De gronden in het zuidwesten die nu worden gebruikt voor landbouwkundige doeleinden worden ingezet als ruimte voor het verblijf van grote groepen. Er is in de regio nu geen mogelijkheid voor verenigingen en grote groepen om een weekend weg te organiseren, omdat de verblijfsaccommodaties daar niet voor geëquipeerd zijn en de menging met reguliere gasten veelal als belastend wordt ervaren.” Navraag bij bestaande campings leert ons dat deze mogelijkheid er wel degelijk is maar dat de gemeente daar geen toestemming voor geeft. 76. Waarom krijgtfirma van Damme wel toestemming om groepen op te vangen en bestaande campings niet?
Er is sprake van groeiend campertoerisme en daarom zijn er hier 7 camperplaatsen voorzien. Navraag leert ons weer dat er op de bestaande campings voldoende ruimte is voor campers, dat zij onderling contact hebben als er een enkele keer niet meteen aan de vraag voldaan kan worden zodat er alsnog plek gevonden wordt. 77. Waarom wil dit plan de concurrentie aangaan met bestaande campings en hun voorzieningen uithollen? 78. Moet er geen aparte vergunning worden aangevraagd voor het aanleggen van een camping? 79. Als menging met reguliere gasten als belastend wordt ervaren waarom zou de omgeving dit dan niet als belastend ervaren? 80. Hoe wordt het verblijf van grote groepen op de gronden in het zuidwesten vorm gegeven? Kamperen is hier toegestaan? 81. Welke kampeermiddelen zijn hier toegestaan?
82. Is hetjuist dat de kampeerders zijn op te delen in 2 groepen: Groepskampeerders van max. 100/150/300 personen en kamperen door evenementbezoekers. 83. Kunnen festivalbezoekers wel gebruik maken van de kampeerfaciliteiten? 84. Is er sprake van 300 kampeermiddelen? 85. Hoeveel personen mogen tijdens evenementen er overnachten? 86. Welke brandveilige voorzieningen worden daarbij gehanteerd? 87. Waarom mag de hoogte van het sanitair gebouw tot 8 m zijn? 88. Is dit gebouw ook circulair Z klimaat neutraal? 89. Waarin verschilt dit terrein dan van een gewone camping?
De locatie van de "kleinschalige bijzondere vormen van verblijf’ kan veranderen. 90. Betekent dit dat deze voorzieningen, die gemiddeld 70 m2 groot zijn, geen water, stroom en afvoer hebben?
Verblijfsrecreatie is uitgesloten in een strook van 10 meter breed t.o.v. de dichtstbijzijnde woningen. 91. Wat is de argumentatie voor 10 meter? Draagt lawaai niet verder dan 10 meter?
Daarmee wordt voorkomen dat er conflicten ontstaan tussen de belangen van omwonenden en van de recreanten. 92. Hoe garandeert een strook van 10 meter met beplanting zonder erfafscheiding het vermijden van conflicten? 93. Waarom wordt er een situatie gecreëerd op het terrein waarvan je van te voren al weet dat er conflicten kunnen ontstaan? 94. Welke mogelijke andere voorzieningen worden getroffen om lawaai te dempen?
In de reactie op onze vraag over de klachtenbehandeling lezen wij dat: "Tijdens evenementen is de beheerder de contactpersoon voor de omwonenden. De beheerder zal klachten en aandachtpunten van de omwonenden behandelen en registreren. Dit kan niet geborgd worden via het bestemmingsplan." Volgens ons blijft de gemeente verantwoordelijk voor alle vormen van overlast door bedrijfsvoering. 95. Waar ligt hier de verantwoording van de gemeente? 96. Komt daarvoor een vast aanspreekpunt bij de gemeente ook buiten de reguliere kantooruren? 97. Waarom is er geen uitwerkingsplan t.a.v. de gebouwen in het concept bestemmingsplan ? 98. Is er bij dit bij dit bestemmingsplan sprake van een uitwerkingsplicht, een wijzigingsbevoegdheid of een binnenplanse afwijking? 99. Tevens vragen wij een overzicht van de verharding die naar deze gebouwen en het kampeerterrein leiden.
2.5 Nader inzicht in de beoogde activiteiten "In de ontwikkeling is de bouw van één woning voorzien. In basis wordt daarbij gedacht aan de functie bedrijfswoning. De wens is nadrukkelijk aanwezig om een meer flexibel gebruik van de woning niet bij voorbaat uit te sluiten. 100. Flexibel gebruik, wat is dat in dit geval?
Volgens de definities van de gemeente hoort ook de overzijde van de Nieuwstraat bij het stedelijk gebied. 101. Betekent dit ook dat de bewoners van deze panden bouwvergunningen kunnen krijgen en hun bouwkavels kunnen opsplitsen?
"Belasting van evenementen bestaan uit geluids- en verkeersdruk". 102. Voorziet het plan om tijdens de evenementen te corrigeren op geluid en verkeersdrukte? Hoe is dit vormgegeven? 103. Waarom is er ook een podium gepland nabij de omringende bewoning aan de Dierkensteenweg, de Grotendam en de Bakkersstraat? 104. De milieucategorie van festivals is nader te bepalen. Wie bepaalt dit? Wanneer is dit duidelijk? 105. Wat valt er allemaal onder "12 incidentele bedrijfssituaties"? 106. Welke maatregelen worden er genomen tegen de overlast van de incidentele bedrijfssituaties? 3. Beleidskader
3.2 Provinciaal beleid 107. Wat is de visie op de balans van duurzaam en concurrerend enerzijds en klimaatbestendigheid anderzijds? Hoe wordt dit zichtbaar? 108. "Economische haalbaarheid, aantoonbaar uitvoerbaar." Hoe wordt dit aangetoond? 109. Welke bijdrage wordt geleverd aan de werkgelegenheid voor Zeeuws-Vlamingen? 110. Om hoeveel personen zal het gaan? 111. Hoe fluctueert dit met de seizoenen ? 112. Welke voorzieningen worden behouden met dit plan? 113. Op welke wijze is er onderzoek gedaan naar de start-up behoefte? Wie doen hieraan mee? 114. art 3.19. Op welke manieren wordt in het plan voorzien dat de natuurlijke rust in het Groote Gat niet wordt verstoord? 115. Waarom wordt met het NIET verstoren van de rust in het Groote Gat gebruik gemaakt van een indicatieve tabel die niet correct is? (fig.19)
3.3 gemeentelijk beleid 116. Bij verwijzing naar het visiedocument Krachtig Verbonden wordt het thema burgerparticipatie niet als relevant genoemd. Dit betekent dat burgerparticipatie voor de gemeente ook niet relevant is? Waarom wordt er in Krachtig verbonden dan wel een heel hoofdstuk aan gewijd? 117. Bij het thema wonen wordt de wens genoemd om inwoners op voorhand te betrekken bij planvorming met betrekking tot het inrichten van de openbare ruimte. Waarom is dit dan niet gebeurd? 118. Waaruit blijkt dat het wegennet tot de Euregiotuinen voorbereid is op de grote verkeersintensiteit? U maakt hier immers een manke vergelijking aangezien de 100.000
bezoekers voor de Euregiotuinen nooit gekomen zijn, het geen doorstromingsverkeer betreft en de verkeersintensiteit aanzienlijk toegenomen is evenals het zware landbouwverkeer. Er worden gegevens gebruikt van 18 jaar geleden. 119. Wat wordt bedoeld met een voorziening die op een breder deel van het toerisme is gericht en die niet uit de exploitatie bekostigd wordt? Om welke voorziening gaat het?
18 19.
120. Hoe zit het met de vereveningsbijdrage? Deze wordt wel besproken in het voorontwerp maar niet in het concept
H4 toetsing 4.1 archeologie 121. Waarom zijn de exacte locaties van de start-ups en groepsaccommodaties nog niet bekend? 122. Wat moeten wij verstaan onder intensieve dagrecreatie?
4.5 verkeer H4 "...beleid rondom verkeer en parkeren in de gemeente Sluis is vastgelegd in de nota Krachtig Verbonden. Er is hierbij getoetst aan de CROWnormen. De gemeente heeft, volgens het document, geen eigen normen vastgesteld. De CROWnormen zijn geen wettelijke normen maar adviserend. Het bestemmingsplan bepaalt dat de N253 en de Nieuwstraat wegen zijn die geschikt zijn om het regiopark binnen de geldende verkeersnormen te bereiken en te verlaten. We praten hier over 78.500 verkeersbewegingen op jaarbasis met een piekbelasting in de maanden juli/augustus van 10.000 per maand. Het bestemmingsplan maakt geen melding van intensief landbouwverkeer in deze periode en toeristenverkeer. Men spreekt van een 'voorzichtige doorrekening’. 123. Hoe denkt de gemeente de verkeersstroom naar het park te kunnen regelen via de N253 zonder wegafsluiting vanuit de rotonde bij de watertoren?
Indien dit niet wordt opgenomen in een mobiliteitsplan, hoe kan het rapport van dhr van Kerkhoff dan de conclusie trekken dat verkeer en parkeren op afdoende wijze georganiseerd zijn? 124. Hoe neemt de gemeente Sluis hierin haar verantwoording?
In het bestemmingsplan staat zonder toelichting dat de N253 en de Nieuwstraat geschikt zijn voor de afwikkeling van het autoverkeer. 125. Zijn het intensieve landbouwverkeer in de maanden juli/augustus en de passerende lijnbussen opgenomen in de berekeningen? 126. Hoe moeten de lijnbussen van en naar Oostburg als de N61 verstopt zit? 127. Hoe wordt de piekbelasting wat betreft het verkeer doorberekend? 128. Hoe wordt de "verkeerspiek" bij start en einde van een evenement geregeld? 129. Waarom vermeldt van Kerkhoff hetfietspad alleen als mogelijkheid om het Regiopark veilig perfiets te bereiken?
Dit fietspad heeft een rijbaan van 2 rijstroken en is daardoor minder veilig dan gescheiden fietspaden. Dit fietspad kent een intensief gebruik: schooljeugd, recreatiefietsers, pelotonfietsers, wandelaars, omwonenden die van en naar huis moeten via dit verplichte fietspad. Daarnaast ook scooters en scootmobielen. In dit plan ontbreekt een risicoanalyse ten aanzien van het langzame verkeer. 130. Wat onderneemt de gemeente Sluis om de veiligheid van het langzame verkeer te waarborgen? 131. Hoe garandeert de gemeente de veiligheid van late gebruikers bij nachtelijk verlaten van motorvoertuigen?
Het fietspad is vanaf de hoek Dierkensteenweg tot de eerste rotonde volledig onverlicht. 132. Wordt deze situatie aangepast met adequate verlichting?
Het plan maakt een vergelijking met de ooit verwachte 100.000 bezoekers op jaarbasis van de Euregiotuinen. Ook destijds was de verkeerssituatie een groot punt van discussie, ook in combinatie met het langzame verkeer. Een aftakking van de rotonde met parkeergelegenheid op de uiterste zuidpunt werd destijds vanwege financiële overwegingen afgewezen. De 100.000 bezoekers zijn nooit geweest want het park was in 2004 al failliet verklaard. 133. Waarom maakt het plan gebruik van een mankgaande vergelijking? 134. Waarom is de gemeente Sluis tijdens de diverse contactmomenten (o.a. 2 gesprekken met mevrouw Poissonnier) nooit inhoudelijk ingegaan op de vragen die door de Stichting 'Euregiotuinen voor ons' over deze kwestie gesteld zijn?
De rondweg N253 is destijds aangelegd om het verkeer van en naar Oostburg via de Nieuwstraat te ontlasten. De Nieuwstraat is desondanks nog steeds een druk traject. Dit zal door het Regiopark nog drukker worden. 135. Hoe verantwoordt de gemeente het toestaan en creëren van deze situatie?
De rotonde heeft vier afritten: richting Sluis, richting Oostburg-Zuidzande-Schoondijke, richting Nieuwstraat Oostburg en richting ventweg-golfterrein-boerderijcamping, 136. Hebben de gemeente en van Kerkhof/een verkeersrisicoanalyse gemaakt ten aanzien van het kruisende fietspad en de mogelijke filevorming?
Woningen hebben hun erf en dus hun directe uitrit aan de Nieuwstraat. 3 panden hebben hun toegang zelfs recht tegenover de ingang van het park. 137. Op welk wijze gaat de gemeente deze woningen compenseren ten aanzien van overlast in de vorm van verkeershinder, geluidshinder, luchtvervuiling bij filevorming en stationair draaien/nachtelijke overlast bij vertrekkende bezoekers? 138. Wordt de trajectsnelheid aangepast vanaf de rotonde? Nu is de snelheid 80 km op
het eerste deel tot het bord bebouwde kom. Plan van Kerkhoff maakt melding van een mobiliteitsplan ten tijde van vergunningplichtige evenementen. 139. Betekent dit dat andere, mogelijke drukke momenten, niet ondersteund gaan worden dooreen eventueel aangepast mobiliteitsplan? 140. De verkeersdichtheid is berekend op de N253, dit is de ringweg. Wat zijn de berekeningen voor de Nieuwstraat in het plan?
N.a.v. een recente telling van het verkeer hebben wij de volgende vragen: 141. Waarom wordt het verkeer geteld in april en niet in de zomermaanden tijdens de zeer drukke vakantieperiode en waarom na de afslag Dierkensteenweg als het sluipverkeer al onttrokken is aan de verkeersstroom? 142. Waarom is er geen rekening gehouden met de grotere pelotons wielrenners inclusief volgauto die vrnl. in de zomermaanden gebruik maken van de rijbaan van het traject Nieuwstraat vanaf de rotonde tot de afslag Dierkensteenweg en vice versa? 143. Waarom wordt alleen gesproken overfietsers en worden de andere weggebruikers niet genoemd en dus niet meegenomen in de beoordeling van de verkeerssituatie?
144. Waarom wordt de zeer gevaarlijke situatie die ontstaat ter hoogte van de smalle ingang van het regiopark via hetfietspad niet meegenomen in de beoordeling van de verkeerssituatie? 145. Hoe wordt de veiligheid van de verkeersdeelnemers gegarandeerd en wie is daar verantwoordelijk voor?
De Brugse Vaart is een doodlopende smalle polderweg die uitkomt uit op de Nieuwstraat. Aan deze weg ligt het funderingsbedrijf Fundex. Dit bedrijf werkt op bouwlocaties met behulp van apparatuur die vervoerd wordt met vrachtwagen en oplegger met een lengte van 25 tot 28 meter met transportbegeleiding. Het uitrijden van deze combinatie naar de Nieuwstraat en vervolgens het nemen van de rotonde N253 is een actie die enige tijd behoeft. Om de bocht Brugsevaart/Nieuwstraat richting rotonde te kunnen nemen wordt achteruit de Dierkensteenweg ingereden om vervolgens de bocht te nemen. Door dit proces is Nieuwstraat enige tijd geblokkeerd met als gevolg dat er zeker in drukke tijden files ontstaan en kunnen de bewoners van zowel de Nieuwstraat als de Brugse Vaart bij noodgevallen geen gebruik maken van de erftoegangsweg. De rotonde moet links genomen worden en daarom moeten de N253 en de Nieuwstraat gestremd worden. 146. Hoe wordt de filevorming die ontstaat opgelost ? 148. Waar komt de rijruimte voor hulpdiensten bij calamiteiten ?
In de tekst wordt gesproken van aannames, beoogd groeimodel, het park beweegt in samenwerking met anderen flexibel mee op snelle veranderingen in de maatschappij en het bijzonder met de belevingseconomie. Het is niet bekend wat de toekomst brengt en daarom is toetsen wat de effecten zijn op het gebied van geluid en stikstof niet mogelijk. U doet een poging het aantal bezoekers te schatten op basis van aannames enz enz. Toch wordt de conclusie getrokken dat het verkeer afdoende is georganiseerd, 149. Kunt u dit uitleggen hoe deze conclusie tot stand is gekomen zonder de feiten? 150. Wie zijn de "anderen" die flexibel meebewegen (zie citaat tekst bij vraag 149)? 151. Wie is verantwoordelijk voor de veiligheid/logistiek op het gedeelte Nieuwstraat, inclusieffietspad buiten de bebouwde kom ? 152. Is hetjuist dat de Provincie Zeeland en het Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Zeeland de ambitie hebben om geen vermijdbare ongevallen te laten plaatsvinden ? 153. Welke verantwoordelijkheid hebben bovengenoemde instanties bij de verkeersveiligheid op het gedeelte Nieuwstraat metfietspad buiten de bebouwde kom ? 154. In hoeverre is er ingeschat dat er sluiproutes gaan ontstaan? 155. Waarom ontbreekt er bij het concept bestemmingsplan een analyse en oordeel van een verkeersconsulent voor de verkeerssituatie rond de Euregiotuinen?
4.6 parkeren Plan van Kerkhoff toetst zich aan 'toekomstig extensief parkeren'[CROW december 2018). Het plan baseert zich op een 'mix van parkeercijfers’. Links en rechts van de ingang bevinden zich 2 parkeerterreinen van elk ca 140 plaatsen voor in totaal 280 motovoertuigen. De plannen/activiteiten, festivals en evenementen geven regelmatig piekbelastingen aan van mogelijk 2000 bezoekers. 2 bezoekers per auto betekent 1000 auto's; d.w.z. een parkeertekort van 720 plaatsen. Landelijke statistieken geven aan dat ook al zijn er pendelbussen beschikbaar, 4Wo van de
bezoekers met eigen autovervoer komt Dit levert dus, als men voor 60 07o gebruik maakt van de pendeldienst, nog steeds een tekort op van minstens 300 parkeerplaatsen. 156. Waar gaat de gemeente, in overleg met de ondernemer, deze locaties realiseren? 157. Wordt er parkeergeld op eigen terrein/op de daarvoor bestemde parkeerterreinen? 158. 'Metgrote evenementen is afstemming met het bevoegde gezag en de directe omgeving aan de orde. 'Kunt u dit nader toelichten? 159. Waarom wijkt het plan af van de eigen regels, nl. dat het parkeren op eigen terrein moet worden georganiseerd? 160. Waarom wordt er mbt verkeer parkeerkrapte geen grenswaarde aangegeven voor bezoek. Vol = Vol principe? 161. Bij grote evenementen zullen de parkeerterreinen in de omgeving gebruikt worden. Welke parkeerterreinen komen hiervoor in aanmerking? 162. Wie gaat bepalen welke parkeerterreinen daarvoor gekozen worden? 163. Hoe wordt voorkomen dat er gratis geparkeerd wordt op loopafstand bij het voetbalveld, de school, de supermarkten en in het centrum? 164. Betekent dit ook dat er auto's geparkeerd zullen worden aan de Nieuwstraat, de Boomkreekweg, de Dierkensteenweg en de Grotendam? 165. Wat gaat de gemeente Sluis organiseren om bermparkeren te verhinderen? 166.
Wat ontwikkelt de gemeente om parkeren mogelijk te blijven maken voor sporthal- en terreinenbezoek, supermarktbezoek, ziekenhuisbezoeken en parkeren voor de aangrenzende bewoners? 167. Bij uitbating van zware horeca categorie 3 is het aantal bezoekers niet te voorspellen maar trekken volgens het bestemmingsplan veel bezoekers. Bij samenloop met andere functies (verhuur enz) is de kans groot dat er te weinig parkeerplaatsen zijn op het eigen terrein. Waar kunnen de bezoekers dan parkeren ? 168. Zal er bij de vergunning plichtige evenementen voor het parkeren uitgeweken worden naar het terrein tussen de Grotendam en het complex Hoogendamme ? Dit omdat daar ook de voetgangersuitgang is gesitueerd ? 169. Waarom wordt bij de woning Nieuwstraat 87 niet de verplichte afstand van 30 meter met betrekking tot parkeren gehanteerd ? 170. Welke maatregelen worden genomen om de geluidsoverlast veroorzaakt door parkeren tot in de nachtelijke uren met de daarbij behorende overlast van licht te voorkomen en waarom ontbreekt de motovatie voor woningen binnen de richtafstand van 30 meter (zie hiervoor de site van Rijkswaterstaat, onderwerp Geluid en Parkeren)? Extra opmerking; iedere woning rond het terrein zal geregeld voldoen aan de 30 meter richtlijn door berm parkeren en de variabele ligging van de parkeerterreinen. 171. Bij aanleg van een parkeerterrein is er ecologisch onderzoek nodig.
Er zijn beschermde diersoorten aanwezig op het terrein en daarom er moet een beoordeling plaats vinden van mogelijk negatieve effecten en ontheffing van de wet Natuurbescherming. Waarom ontbreekt de rapportage van een ecoloog hierover ?. (ziesite Rijkswaterstaat onderwerp natuur en parkeren)
4.7 Natuur: gebiedsbescherming 172. Zal in geval van klachten uit Oostburg het geluid richting Draaibrug worden gestraald? 173. Waarom is de geurfactor (als gevolg van foodtrucks en bunkerfestivals) niet meegerekend in het bepalen van de richtafstand?
174. Hoe wordt bij een vergunningplichtige evenement de akoestische situatie vooraf berekend? Wie doet dit en met welk rekenmodel? 175. Figuur 18. Hoe verklaart u het grote verschil tussen de getallen van het bronvermogen en de afstand op 10 meter? 176. Waar vinden wij in de tabellen de getallen van de basgolven? 177. Waarom is de blootstellingsduur niet vastgesteld?
4.8 soortenbescherming 178. Waarom worden de reeën, de boomkikkers, de marters en wezels, de eekhoorns, de havik, de ijsvogel en de buizerd niet genoemd? 179. Wat wordt gebruikt als vleermuisvriendelijke verlichting? 180. Worden de poelen die bedoeld waren voor de voortplantingsbiotoop nog gerealiseerd en zo ja, waar? 181. Op welke manier denkt men te verhinderen dat er niet gebaad wordt in de poelen die bestemd voor de voortplantingsbiotoop? 182. Gaat men er van uit dat er nog voortgeplant wordt tussen de festivals door? 183. Komt er een garantie dat bestaande water niet wordt ingezet voor enige vorm van recreatie? 184. Hoe worden de broedvogelterreinen beschermd tegen geluid?
"Broedende vogels mogen niet verstoord worden. Het verdient dan ook aanbeveling het terrein voor grote groepen, de camperplaatsen en het parkeerterrein en de zone voor intensieve recreatie binnen het kader van de dubbele bomenrij gedurende de gehele broedperiode intensief te gebruiken. Als gevolg daarvan zullen broedvogels gaan broeden op terreinen met meer dekking, waardoor er geen kans op verstoring is.” In de wet natuurbescherming leert artikel 3.1 lid 4 ons dat het opzettelijk verstoren van vogels verboden is. 185. In hoeverre zorgt het Regiopark voor het niet verstoren van de broedvogels van de Rode Lijst gedurende de periode februari t/m augustus (sommige vogels hebben een dubbele leg)? 186. In de vermelding van het ecologisch bureau ontbreekt de buizerd die al jarenlang broedt in de Euregiotuinen. Vogelbescherming Nederland geeft aan dat de buizerd jaarbreed beschermd moet worden. Hoe wordt dit opgelost? 187. Kan de gemeente verduidelijken hoe geluidsproductie en natuurlijke habitat samen kunnen gaan? 188. Wordt de wet natuurbescherming gerespecteerd, welke deskundigen gaan dit begeleiden? Heeft de gemeente Sluis aanvragen ingediend voor begeleiding? 189. T.a.v. beschermde soorten moeten er ontheffingen aangevraagd worden. Zijn deze inmiddels in gang gezet? 190.
Om te weten of er ontheffing in het kader van de wet natuurbescherming nodig is dienen de verblijfsplaatsen vastgesteld te zijn. Het Natuuronderzoek geeft daar geen uitsluitsel over. Waarom niet? 191. Hoe is er vastgesteld dat er geen negatieve effecten zijn op de fauna tijdens de bouwwerkzaamheden?
4.10 Verkeerslawaai
192. Is de geluidsoverlast berekend als een evenement is beëindigd ofstart en veel auto's en toerbussen in korte tijd over de Nieuwstraat rijden? 193. Waar in de Nieuwstraat hoort het 50 km bord te staan? 194. Hoe heeft men de conclusie getrokken dat de verkeersintensiteit van de Dierkensteenweg laag is? 195. In het plangebied wordt de nieuw te bouwen woning aangemerkt als geluidgevoelig. Zijn de aanpalende woningen dit niet?
4.12 Externe veiligheid 196. Wat wordt bedoeld met de "dóórontwikkeling van het Regiopark"? Welk einddoel heeft men voor ogen?
H5 Juridische vormgeving 5.2 Algemene regels. 197. Is het de bedoeling dat de percelen van eigenaar wisselen? 198. Wordt er dan nog steeds voldaan aan de wedstrijdvoorwaarden? 199. Welke verantwoording behoudt de gemeente als fase 1 van het plan niet slaagt? 200. Is er een meerwaardeclausule in de anterieure intentieovereenkomst opgenomen? 201. Is er bij doorverkoop een meerwaardeclausule ingebouwd en hoeveel jaar is deze geldig?
H6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 202. Wat behelst de anterieure overeenkomst?
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 7 Natuuronderzoek 203. Blijft de ransuil op zijn nest zitten bij popconcerten of bij luidruchtige groepen in de groepsverblijven ? 204. Is er onderzoek gedaan wat er gebeurt met de vleermuizen die lekker hangen te slapen in de rij bomen langs de N61 bij 127 DB?
Bijlage 8 Akoestisch onderzoek industrielwaai(i) Beoogde situatie 205. Waarom is er geen berekening gemaakt van de weerkaatsing op de grote voorruit van het horeca gebouw?
"De strook grond tussen de woningen Nieuwstraat 85 en 87 maakt in de toekomst geen deel uit van het park. Op deze locatie tussen de twee bestaande woningen kan een woning gebouwd worden. Hierdoor ontstaat een duidelijkere begrenzing van het park.” 206. Betekent het woord 'kan' dat hiervoor nog geen vastomlijnde plannen zijn? 207. Of betekent het woord 'kan' dat hiervoor nog geen vergunning verleend is?
208. Wordt dit perceel doorverkocht en heeft het dus niets te maken met de Regiotuinen? 209. Wordt dan nog steeds voldaan aan de wedstrijdvoorwaarden? 210. Kan in de toekomst het hele park doorverkocht en eventueel opgesplitst worden? 211. Wordt in de verkoopovereenkomst een clausule opgenomen om dit soort praktijken te voorkomen? 212. Camping de Wildhofis verdwenen om plaats te maken voor natuurgebied. Gaan we hier natuurgebied inruilen voor een groepscamping met de bijbehorende problemen?
Bijlage 10 Notitie beantwoording inspraak- en overlegreacties voorontwerp bestemmingsplan ‘Regiopark Oostburg’ 213. Er is 1000 m2 gereserveerd voor pop ups buiten het bouwvlak Waarom? 214. Daarnaast is er nog ruimte voor 2000 m2m2 voor de recreatiewoningen, 150 m2 voor een sanitair gebouw, naast het enorme bouwvlak. En er worden nog steeds geen bomen gekapt? 215. Waarom wordt er gebruik gemaakt van verschillende indelingen van de horeca categorieën?
Bestemmingsregeling voorontwerp bestemmingsplan Regiopark Oostburg In artikel 3 van het bestemmingsplan is bepaald dat binnen de bestemming 'Recreatie' verblijfsrecreatie-eenheden en groepsaccommodaties zijn toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein' zijn tevens overnachtingsmogelijkheden, uitsluitend in kampeermiddelen en uitsluitend ten behoeve van groepsactiviteiten gedurende maximaal 4 aaneengesloten nachten dan wel ten behoeve van meerdaagse evenementen in of binnen een straal van hemelsbreed 5 kilometer van het plangebied toegestaan. 216. Aan welke groepsactiviteiten binnen een straal van 5 km wordt bij dit punt gerefereerd?
217. Hoort het tot de mogelijkheden dat binnen deze straal evenementen worden opgestart met vergunningverlening waar de gemeente Sluis in de nabije toekomst positief tegenover staat?
Op pag. 39 van Krachtig verbonden wordt verwezen naar 'nieuwvestiging van verblijfsrecreatie is niet meer toegestaan'. 218. Hoe past de verblijfsrecreatie binnen deze beslissing?
Regels H2
Artikel 1 begrippen 219. Kunt u specifiek aangeven aan welke criteria een 'groep' moet voldoen?
Artikel 3 recreatie 3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.d 220. Waarom wordt er geen melding gemaakt van horeca 3?
3.2 Bouwregels 221. Waar op deze locatie plaatst de ondernemer het sanitaire gebouw van 8m hoog?
222. In het voorontwerp was sprake van een tijdelijke camping. Deze camping wordt nu een permanente camping met vast sanitair? 223. Als dit een structurele camping wordt, moet deze camping dan voldoen aan de eisen die normaliter aan een camping gesteld worden? 224. Welke campingregels zullen van toepassing zijn voor hetgroepskamperen? 225. Wat is de reden dat een ondernemer een camping mag maken van 300 plaatsen en de ander geen vergunning krijgt voor uitbreiding van meer dan 10 kampeerplaatsen? 226. Waarom is in het conceptbestemmingspĩan geen wettelijk voorgeschreven risicoplan opgenomen ten aanzien van camping beheer? 227. Waarom is er een bouwvlak van 30.000 m2 voorzien als voor de omwonenden als tegemoetkoming teruggegaan wordt naar een bebouwing van 4500m2. 228. Wordt er in de toekomsteen vakantiepark voorzien?