12 Collegebrief - Intentieovereenkomst uitbreiding hoofdverdeelstation Oostburg
Tekst van het document
25.0001170
gemeente sluis
r
inkomende documenten Gemeente Sluis Postadres: Postbus 27 4500 AA Oostburg
Bezoekadres: Nieuwstraat 22 4501 BD Oostburg
Aan de leden van de gemeenteraad
Telefoon 140117 Telefoon +31 (0)117 457 000 Telefax+31 (0)117 452 241 IBAN: NL33INGB0661900169 BIC code: INGBNL2A BTW-nummer: 811046321B01 www.gemeentesluis.nl info@gemeentesluis.nl
ons kenmerk uw brief d.d. uw kenmerk behandeld door doorkiesnummer onderwerp bijlage(n)
: 2soooocĵ j^
Gemeente Sluis Ingekomen
A. Berckmoes :140117 : intentieovereenkomst uitbreiding hoofdverdeelstation Oostburg
:
0 6 MAART 2025
- Concept intentieovereenkomst * kaart
į 6 MRĨ 2025
NR.
Oostburg,
Geachte heer, mevrouw, Op 10 september 2024 hebben wij besloten in principe medewerking te verlenen aan de uitbreiding van het hoofdverdeelstation (hoogspanningsstation) in Oostburg. We hebben daarbij als voorwaarde gesteld dat de ruimtelijke kwaliteit van de locatie gewaarborgd moet worden door middel van een landschappelijke inpassing. Daarnaast hebben we aan Stedin nadrukkelijk aandacht gevraagd voor een zorgvuldige communicatie aan de omwonenden en aan uw gemeenteraad. In dat kader heeft Stedin op 17 maart a.s. een inloopbijeenkomst gepland waarvoor u ook bent uitgenodigd. Zoals in de uitnodigingbrief is vermeld, zijn wij voornemens om het ontwerp Omgevingsplan voor deze uitbreiding kort na de inloopavond ter inzage te leggen. Belanghebbenden kunnen dan een reactie (zienswijze) indienen op het plan. Normaal dient voorafgaand aan het opstarţen van de procedure duidelijk te zijn dat de ontwikkelaar (Stedin) het in zijn macht heeft de ontwikkeling mogelijk te maken. Concreet betekent dit dat Stedin eigenaar is van het plangebied dan wel dat de huidige eigenaren instemmen met het voorgenomen plan. Dit wordt vastgelegd in een intentieovereenkomst die wordt gesloten vooraleer de planologische procedure wordt opgestart. In deze situatie is duidelijk dat Stedin nog geen overeenstemming heeft met 2 van de 3 betrokken eigenaren (eigenaren P 1529 en 1823, zie kaartje in bijlage).
Stedin streeft naar een minnelijke verwerving van de benodigde (deel)percelen maar sluit als uiterste middel een mogelijke onteigening niet uit. Artikel 11.2 sub e Omgevingswet (Ow) bepaalt dat de onteigenaar kan zijn “een andere rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid waaraan de verwezenlijking van de beoogde vorm van ontwikkeling, gebruik of beheer van de fysieke leefomgeving is toegestaan”. Uit de toelichting op dit artikel blijkt dat ook een privaatrechtelijke rechtspersoon zoals Stedin onteigenaar kan zijn. Stedin dient dan zorg te dragen voor de onderbouwing vanuit het algemeen belang. De betreffende onteigeningsbepaling is opgenomen in artikel 2 lid 3 van de concept intentieovereenkomst waarin staat dat wij bereid zijn om “zo nodig en als ultimum remedium op aanvraag van de ontwikkelaar een positief voorstel voor het nemen van een onteigeningsbeschikking ter besluitvorming voor te leggen aan de Raad, mits de ontwikkelaar hiertoe een gedegen onderbouwing aanlevert. ” De intentieovereenkomst is in bijlage aan deze brief toegevoegd.
Pag. 1/2
In het geval Stedin de onteigenaar is, is de gemeenteraad het bevoegd gezag voor het geven van de onteigeningsbeschikking. Artikel 11.4 lid 1 Ow bepaalt namelijk dat een onteigeningsbeschikking kan worden gegeven door de raad van de gemeente waarin de onroerende zaak gelegen is, het algemeen bestuur van het waterschap waarin de onroerende zaak gelegen is, PS van de provincie waarin de onroerende zaak gelegen is en de minister. Lid 2, 3 en 4 bepalen wanneer resp. het algemeen bestuur van het waterschap, PS en de minister kunnen beslissen tot onteigening. Die gevallen doen zich niet voor zodat uw gemeenteraad in
deze het bevoegd gezag is. Wij hebben met Stedin overeenstemming bereikt over de ínhoud van de intentieovereenkomst zoals in bijlage ioegevoegd. Omwille van de opgenomen bepaling met betrekking tot de onteigening, hebben wij wel aan Stedin kenbaar gemaakt de intentieovereenkomst aan u voor te willen leggen alvorens tot ondertekening over te kunnen gaan. Graag vernemen wij van u vóór 14 maart a.s. of u zich kunt vinden in het bepaalde in de intentieovereenkomst, met name met betrekking tot het onteigeningsaspect als genoemd in artikel 2 lid 3.
Hoogachtend,
Pag. 2/2