12 Brief AB RUDZeeland betreft beoordeling plannen van aanpak robuuste omgevingsdienst
Tekst van het document
> Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag
Algemeen Bestuur van Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland T.a.v. de voorzitter per e-mail
Bestuurskern Dir Omgevingsveiligheid & Milieurisico's Cluster E Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag Contactpersoon postbusVTH@minienw.nl Ons kenmerk IENW/BSK-2024/262946
Datum Betreft
20 september 2024 Beoordeling plan van aanpak robuuste omgevingsdienst
Bijlage(n) 1
Geachte mevrouw Smit, Allereerst wil ik u hartelijk bedanken voor het toesturen van het plan van aanpak Robuuste Omgevingsdienst en het vele werk dat u hierin heeft gestoken. Het bestuderen van de plannen van aanpak van alle omgevingsdiensten en een analyse van de haalbaarheid van deze plannen is grondig gedaan met behulp van TwynstraGudde en een begeleidingscommissie bestaande uit de deelnemers van het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Omgevingsdienst NL, het interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP VTH) en mijn ministerie. Dit proces heeft vanwege de noodzakelijke zorgvuldigheid meer tijd gevraagd dan aanvankelijk verwacht. U heeft dan ook lang moeten wachten op deze brief. In totaal zijn 25 plannen van aanpak beoordeeld. De omgevingsdienst Regio Utrecht en de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht hebben een gezamenlijk plan ingediend gelet op hun aangekondigde fusie per 1 januari 2026. Daarnaast zijn twee omgevingsdiensten op basis van hun zelftoets reeds robuust bevonden. In deze brief geef ik, op basis van het advies van TwynstraGudde en de begeleidingscommissie, een oordeel over de haalbaarheid van uw plan van aanpak, ga ik in op de monitoring en bijsturing en meld ik u de stand van zaken rondom de ondersteuning vanuit mijn ministerie voor het proces tot de vorming van een robuuste omgevingsdienst.
Oordeel: de inschatting is dat uw omgevingsdienst op 1 april 2026 niet robuust is Op basis van het plan van aanpak dat wij op 29 maart 2024 hebben ontvangen, kom ik tot de conclusie dat uw omgevingsdienst op 1 april 2026 niet (zelfstandig) robuust kan zijn. In het plan van aanpak zijn de opgenomen acties onzeker en onvoldoende uitgewerkt. Hierdoor lijkt er sprake te zijn van een grote of onduidelijke bestuurlijke en/of financiële afhankelijkheid. Dit beperkt de invloed van de omgevingsdienst op het behalen van het einddoel, waardoor onduidelijk is of de beschreven acties haalbaar zijn. Pagina 1 van 4
Dit is onwenselijk ook gezien de verwachte toenemende complexiteit van uw belangrijke werk in het VTH-stelsel. In het gesprek van 25 september 2024 vernemen wij graag uw reactie op dit oordeel en welke stappen u gaat zetten om ervoor te zorgen dat uw omgevingsdienst uiterlijk 1 april 2026 robuust is. Ik verwacht dat hierbij ook het gesprek met de provincie en gemeenten en de omliggende omgevingsdiensten over een optimale schaalgrootte - mogelijk te bereiken door fusie of opsplitsing – wordt gevoerd.
Bestuurskern Dir Omgevingsveiligheid & Milieurisico's Cluster E
Ons kenmerk IENW/BSK-2024/262946
Hieronder treft u de meest relevante punten aan. In de bijlage is een gedetailleerde beschrijving van de gehele analyse van TwynstraGudde opgenomen. −
−
− −
Er is een zeer forse stijging nodig om de omzetnorm te behalen, waarbij de arbeidscapaciteit ook moet stijgen met 34,3 fte. Gelet op de krappe arbeidsmarkt en het feit dat het bestuurlijk commitment nog niet duidelijk is, is het niet aannemelijk dat de omzetnorm op tijd gerealiseerd gaat worden. Er is nog veel onduidelijkheid over de onderwerpen innovatie (zowel agenda als budget), opleidingsprogramma en business intelligencestrategie. Een tijdsplanning per kwartaal ontbreekt. Gelet de inschatting dat u niet (zelfstandig) robuust kunt worden, is het aannemelijk om concretere acties om te komen tot een fusie op te nemen.
U kunt de gevraagde informatie aanleveren en toelichten in het gesprek dat gepland staat op 25 september 2024. Een alternatief is dat u het meeneemt in de eerstvolgende voortgangsrapportage. Wanneer deze rapportage ingediend moet worden, leest u verder in deze brief. De aanvullende informatie kan mij in de gelegenheid stellen om het oordeel bij te stellen. Monitoring en bijsturing TwynstraGudde heeft voor de monitoring voor de periode september 2024 tot 1 april 2026 een monitoringsinstrument en -advies ontwikkeld. Dit advies neem ik over. Dit betekent dat: −
− −
−
−
De omgevingsdiensten worden gevraagd halfjaarlijks de voortgang van het proces tot robuust wording te rapporteren via een vastgesteld format. Dit betekent dat u in de periode tot 1 april 2026 driemaal een voortgangsrapportage moet opstellen. Na 1 april 2026 de omgevingsdiensten een eindrapportage indienen met het behaalde eindresultaat. In oktober 2024 IenW, als eerste stap in de monitoring, op ambtelijk niveau het gesprek met de voorzitter en secretaris van het algemeen bestuur van de omgevingsdiensten voert over de haalbaarheid van de plannen van aanpak en de wijze van monitoring en bijsturing. Dit gesprek staat reeds met u ingepland op 25 september 2024. In het 4e kwartaal van 2024 de directeur-generaal van IenW met de gedeputeerden van de provincies het gesprek voert over de coördinerende taak van de provincie. De voortgang van het proces tot robuust wording wordt geagendeerd en besproken in het Bestuurlijk Omgevingsberaad (BOb). In dit overleg zitten bestuurlijke vertegenwoordigers vanuit IPO, VNG, de Unie van Waterschappen, het Openbaar Ministerie (OM) en de ministeries van Binnenlandse Zaken en
Pagina 2 van 4
−
−
Koninkrijksrelaties (BZK), Infrastructuur en Waterstaat (IenW), Justitie en Veiligheid (JenV) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Indien de eerste voortgangsrapportage aangeeft dat er sprake is van te weinig voortgang in het proces om te komen tot een robuuste omgevingsdienst, voer ik als stelselverantwoordelijke op bestuurlijk niveau het gesprek met de betreffende eigenaren/opdrachtgevers van de omgevingsdiensten. Naar aanleiding van de tweede voortgangsrapportage neem ik als stelselverantwoordelijke een besluit of verdergaande maatregelen gewenst zijn om te komen tot robuuste omgevingsdiensten.
Bestuurskern Dir Omgevingsveiligheid & Milieurisico's Cluster E
Ons kenmerk IENW/BSK-2024/262946
De provincie en gemeenten hebben, als eigenaren van uw omgevingsdienst, een gezamenlijke verantwoordelijkheid in het proces tot wording van een robuuste omgevingsdienst. Vanuit deze rol is het mijn verwachting dat de voortgang van dit proces standaard geagendeerd wordt in de reguliere overleggen van het dagelijks en algemeen bestuur van de omgevingsdienst en vergaderingen van colleges, gemeenteraden en provinciale staten. Tot slot zal de Tweede Kamer twee keer per jaar geïnformeerd worden over de voortgang van het proces tot robuuste omgevingsdiensten. Ondersteuningsbehoefte Zoals al eerder genoemd, zijn de provincie en gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk voor de robuustheid en financiering van uw omgevingsdienst. Mijn voorganger heeft toegezegd het bevoegd gezag en de omgevingsdiensten te willen ondersteunen in het proces om te komen tot robuuste omgevingsdiensten. In de gesprekken in het eerste kwartaal 2024 en de schriftelijke uitvraag in april jl. hebben de omgevingsdiensten aangegeven een financiële bijdrage te willen voor het uitvoeren van de verschillende activiteiten uit het plan van aanpak. Voor de ondersteuning bij de uitvoering van de plannen van aanpak stel ik eenmalig in totaal 7 miljoen euro beschikbaar. Deze gelden worden medio vierde kwartaal van 2024 via een incidentele subsidie aan Omgevingsdienst NL ter beschikking gesteld.
Vanaf dat moment kunt u een verzoek indienen bij Omgevingsdienst NL voor een bijdrage in de kosten voor de activiteiten die nodig zijn om robuust te kunnen zijn op 1 april 2026. Voor het bereiken van een robuuste omgevingsdienst middels een fusie of een opsplitsing is het mogelijk om een separate incidentele subsidie aan te vragen. Indien u hier gebruik van wenst te maken kunt u dit aangeven in het gesprek op 25 september 2024. Tot slot Een goed functionerend stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) is essentieel voor het voorkomen van schade aan het milieu. Een robuuste omgevingsdienst, die voldoet aan de criteria die alle partijen gezamenlijk hebben vastgesteld, is een belangrijke spil in het VTH-stelsel en draagt bij aan het voorkomen van milieuschade.
Pagina 3 van 4
In het reeds geplande gesprek op 25 september 2024 vernemen wij graag uw reactie op dit oordeel en welke stappen u verwacht te gaan zetten die noodzakelijk zijn om uiterlijk 1 april 2026 robuust te kunnen zijn. Hoogachtend,
Bestuurskern Dir Omgevingsveiligheid & Milieurisico's Cluster E
Ons kenmerk IENW/BSK-2024/262946
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT - OPENBAAR VERVOER EN MILIEU,
C.A. Jansen
Pagina 4 van 4