11 Stadsraad Sluis zienswijze bruggetje Kaai Sluis.PDF
Tekst van het document
Aan: het College van Burgemeester en Wethouders Van Sluis t.a.v. afd. Externe Dienstverlening Postbus 27
Gemeente Sluis Ingekomen
4500 AA Oostburg
16 M 2021 NR.
Datum: 15 maart 2021 Uw kenmerk: 20.2153/U/20.16198 Uw brief: 29-01-2021 met kenmerk ED/U/21.946 Betreft : Zienswijze bouw voetgangersbrug Damsche Vaart Bijlage: ~ 21.0002685 Inkomende documenten Gemeente Sluis
Geacht college, Als reactie op uw voornemen om een omgevingsvergunning te verlenen voor de bouw van een voetgangersbrug over de Damsche Vaart ter hoogte van Kaai 31 te Sluis, vanaf 04 februari 2021 gepubliceerd op www.ruimtelijkeplannen.nl, maken wij als vertegenwoordigers van een groot aantal inwoners van Sluis als stichting Stadsraad Sluis nogmaals bezwaar tegen dit voornemen en dienen daartoe deze schriftelijke zienswijze in.
Even een opmerking vooraf. Op genoemde datum was de ontwerpbeschikking niet weergegeven op de website, maar was dat pas enkele dagen later het geval. Bovendien was de relevante informatie dusdanig weggestopt dat een en ander moeilijk te vinden was. Graag voor de toekomst hier uw aandacht voor.
Nadere toelichting op onze zienswijze 1. Uw college stelt op basis van de ruimtelijke onderbouwing van de Andromi Groep (planologisch adviesbureau) dat door de bouw van een brug er geen nadelige effecten optreden t.a.v. het rijksmonument. Maw. de brug verstoort het zicht op het monument niet. Deze stelling wordt niet nader onderbouwd, omdat hieromtrent simpelweg geen advies is gevraagd bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Voorts staat in de overwegingen van het ontwerpbesluit wederom abusievelijk vermeld, dat de kademuren gemeentelijk monument zijn. Dit is onjuist. De kademuren zijn sinds de járen 70 van de vorige eeuw aangewezen als rijksmonument. Een rijksmonument kan nooit een gemeentelijk monument zijn. Bij een wijziging of (mogelijke) verstoring van een rijksmonument, zoals valt te lezen in de omschrijving van de activiteit Monument, dient op grond van de Erfgoedwet een monumentenvergunning bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te worden aangevraagd. Of dient tenminste een verzoek om advies bij deze dienst te zijn ingediend. In de Notitie Zienswijzen en Ambtshalve aanpassingen d.d. november 2020 gaat uw
college gemakshalve ervan uit dat het advies van de Monumentencommissie voldoende is en dat er-ongemotiveerd- geen nadelige effecten zijn voor het rijksmonument. Dat bepaalt de RCE en niet de Monumentencommissie;
2.
Uw college heeft naar ons idee onvoldoende aannemelijk gemaakt en niet onderbouwd waarom de bouw van een brug noodzakelijk is. U houdt het bij: versterking van de horecastructuur. Een veel te vaag begrip dat nergens door u duidelijk wordt uitgewerkt. U baseert zich op het inmiddels sterk verouderd en achterhaald horecabeleid uit 2014 waarin het versterken van de horecastructuur aan beide zijden van de Kaai wordt genoemd. Aan deze stelling ontbreekt een degelijk economisch onderzoeksrapport, waaruit e.e.a zou kunnen worden afgeleid;
3.
Bovendien beperkt het vigerende bestemmingsplan c.q. de beheersverordening een aanzienlijke uitbreiding van horecabedrijven, zelfs in een horecaconcentratiegebied als de Kaai. De zuidzijde van de Kaai is overigens ongeschikt voor (veel) horeca. Zoals bekend floreert een horecabedrijf bij een aantrekkelijk en ruim terras. De fysieke ruimte aan de zuidzijde is mede door de smalle rijbaan en de parkeerplaatsen, daartoe veel te beperkt en derhalve ongeschikt. Voorts is er op die locatie voornamelijk schaduwwerking, hetgeen de animo om daar op het terras te gaan zitten niet bepaald zal bevorderen;
4.
Als gevolg van de Covid-19 pandemie bevinden we ons op dit moment in financieel en economisch zeer zware tijden. Wij vragen ons dan ook af of dergelijke investeringen, zoals de bouw van een voetgangersbrug, die enkele tonnen aan gemeenschapsgeld zal bedragen, wel verantwoord zijn. De tijd is nu niet rijp (meer) voor zulke uitgaven;
5.
Verder heeft de bouw van het bruggetje geen enkele toegevoegde waarde voor de bewoners en komt het enkel en alleen ten goede aan de eigenaar van een tweetal horecapanden aan de zuidkant van de Kaai. Er zal trouwens geen bezoeker extra naar Sluis komen om van de voetgangersbrug gebruik te maken. Zijn er in het verleden onder de stroom bezoekers enquetes gehouden naar een eventuele behoefte van een brug ? Volgens ons niet.
6.
Mede gelet op de huidige gemeentelijke financiële problemen
kan het begrootte geld voor een
niet noodzakelijk bruggetje beter aangewend worden voor de ontwikkeling van de kern Sluis in het algemeen, zoals een tourist info punt, de bemensing van de musea, waarvoor u nu vrijwilligers wilt aantrekken terwijl dat wij allen weten dat er bijna geen vrijwilligers meer te vinden zijn;
7.
Wij verstaan onder een verdere ontwikkeling van de Kaai het verkeersvrij maken van de binnenstad met enkel toegang voor voetgangers en evt fietsers vanaf 12:00 uur ‘s middags alsmede het versmallen van de rijbaan voor het autoverkeer 's morgens, bomen planten in metalen bakken en niet in de grond om zodoende de kaaimuren voor een verdere afbrokkeling te behoeden door de verdere wortelvorming. Ook zijn wij geen voorstander van parkeerplaatsen langs de Kaai vanwege de beperkte ruimte
8.
U neemt aan dat zich geen calamiteiten zullen voordoen, nadat de voetgangersbrug eenmaal is aangelegd. U weet ook dat de samenleving snel verhardt en er steeds mínder politie in het straatbeeld ís te zien. Wij zijn er als Stadsraad van overtuigd dat behalve voetgangers ook scooters en brommers hiervan gebruik zullen maken met mogelijk alle gevolgen van dien. Van de zijde van Handhaving is er op dit punt helaas niks te verwachten.
Conclusie Uit de ontwerpbeschikking blijken onvoldoende argumenten om tot de aanleg van een voetgangersbrug te kunnen komen. De noodzaak daartoe is niet overtuigend aangetoond. De gereserveerde financiën voor de brug zijn in deze tijd onverantwoord en kunnen beter worden besteed aan o.a. het behoud en ontwikkeling van het huidige winkelcentrum en overigens ook aan het zeer noodzakelijk onderhoud van de wandelwallen rondom Sluis. De conclusie is dat het ontwerpbesluit onvoldoende is gemotiveerd, niet alle belangen zijn afgewogen en daarmee is het ontwerpbesluit in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
HoogacJ
namens: itichtipg-'Stadsraad Sluis RM.EseuiV'^