CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

11 Rekenkamer HTS - Rapport vergelijkend onderzoek Welzijn Hulst Sluis Terneuzen

Commissie Ruimte/AB 6 mei 2025, gemeente SluisBij agendapunt: A-brieven (voor kennisgeving aannemen en in handen stellen van het college ter verdere afdoening)15.351 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rekenkamers Hulst, Sluis en Terneuzen

Rapport vergelijkend onderzoek inzet brede welzijnsorganisaties Hulst, Sluis en Terneuzen

Definitief rapport 6 februari 2025

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Samenvatting Context De decentralisatie van rijkstaken naar de gemeenten per 1 januari 2015 vormde een trendbreuk in de uitvoering van welzijnsdienstverlening. Alle drie de gemeenten belasten vanaf dat moment de traditionele welzijnsuitvoering tevens met het uitvoeren van de toegang tot voorzieningen Jeugd en gezin en Wmo en ook het Maatschappelijk Werk. In Hulst betreft dit Hulst voor Elkaar, in Sluis het nieuwe Team Porthos binnen de gemeente en in Terneuzen aan-z. Het opdrachtgeverschap en de beleidsregie liggen bij de gemeentelijke beleidsafdelingen. Het opdrachtnemer-schap en hiermee de uitvoering ligt bij de welzijnsorganisatie. Focus De gemeenten hebben samen met de welzijnsorganisaties een onderscheiden focus. De gemeente Hulst en Hulst voor Elkaar gaan voor nabijheid; lokaal werken met gebiedsteams in alle wijken en kernen. De gemeente Sluis en Team Porthos gaan voor ‘integraal informeren en ondersteunen van, jongeren, ouders, volwassenen en senioren vanuit één plek’. De gemeente Terneuzen en aan-z gaan voor een bij de behoefte passende en ondersteuning van inwoners aansluitend bij eisen en inzichten van deze tijd. Kerngegevens De maatschappelijke opgaven Jeugd en gezin en Wmo zijn in Zeeuws-Vlaanderen groter dan landelijk gemiddeld.

Ook het percentage jongeren met jeugdhulp ligt voor alle drie de gemeenten boven het landelijke gemiddelde. Het aantal inwoners met een Wmo-voorziening in Hulst ligt onder het landelijke gemiddelde, voor Sluis erboven en Terneuzen nagenoeg op dit gemiddelde. De inzet van het aantal medewerkers per 1000 inwoners is in Sluis lager dan in Hulst en Terneuzen. Het budget per inwoner dat ten laste van de gemeente komt is voor alle drie de gemeenten ongeveer hetzelfde. Cliëntervaringen Conform de Wmo en de Jeugdwet is de gemeente vanaf 2016 verplicht om jaarlijks een representatief cliënt-ervaringsonderzoek uit te (laten) voeren. Deels komt dit op gang binnen de gemeenten, deels is het nog zoeken naar een passende uitvoering. Voor zover resultaten bekend zijn blijkt hieruit tevredenheid over de ondersteuning zelf. Uit onderzoeken over 2023 voor Jeugd en gezin Hulst en Wmo Sluis blijkt minder tevredenheid over doorlooptijden. Zicht op en beperking van doorlooptijd is breed een punt van aandacht. Speerpunten bij actuele doorontwikkeling Welzijnsorganisaties werken aan versterking van dienstverlening en organisatie. Binnen het onderzoek vallen de onderstaande speerpunten in de actuele doorontwikkeling op. • Voor Hulst voor Elkaar zijn passende kwaliteit van de afgegeven indicatieadviezen en de organisatiecontinuïteit belangrijke speerpunten.

• Voor Porthos Sluis is het doorzetten en afmaken van de intensieve organisatietransitie een belangrijk speerpunt. • De belangrijke speerpunten voor aan-z bij de toegang is het tijdig op- en afschalen van indicaties; binnen de welzijnsdienstverlening zijn dit door-ontwikkelen ‘van zorgen voor naar zorgen dat’ en het aanscherpen van rolverdeling met partners binnen het samenwerkingsnetwerk. Regionale samenwerking De rekenkamers signaleerden binnen het onderzoek nadrukkelijk opties tot Zeeuws-Vlaamse samenwerking bij toegang en welzijn. • Synchroniseren van aanbod en aanpak met het oog op eenduidige informatie en aanbod aan inwoners over de grenzen van de gemeenten heen. • Gezamenlijk ontwikkelen van innovatieve programma’s en eventueel de werving van landelijke subsidies hierbij. • Gezamenlijk afstemmen met gemeente-overschrijdende samenwerkingspartners. • Behalen van efficiëntiewinst door bijvoorbeeld gezamenlijke inkoop van diensten en voorzieningen en het samenvoeging van hiertoe geschikte activiteiten. 1

Conclusies De zorg- en welzijnsopgaven zijn fors De decentralisatie van rijkstaken naar de gemeenten in 2015, onder meer met de Jeugdwet en Wmo, vroeg en vraagt nog steeds veel van de gemeenten en hun netwerkpartners. De afgelopen jaren neemt het voortijdig schoolverlaten zonder startkwalificatie toe binnen Hulst, Sluis en Terneuzen. De grijze druk is binnen alle drie de gemeenten groot. Ook de leefbaarheid in de steden en dorpen vraagt bijzondere aandacht.

De organisatie en de uitvoering verschilt tussen de drie gemeenten De organisatie en de uitvoering van toegangs- en brede welzijnsactiviteiten binnen Hulst, Sluis en Terneuzen verschillen. De gemeente Hulst toont samen met stichting Hulst voor Elkaar een focus op lokale nabijheid. De gemeente Sluis en gemeentelijk team Porthos tonen een focus op integraal werken vanuit één plek. De gemeente Terneuzen en BGTS aan-z tonen een focus op vernieuwende ondersteuning passend bij de behoefte. Ook de activiteitenpakketten die de gemeenten aan de instellingen opdragen verschillen in bepaalde mate. De beperking tot het feitenonderzoek zorgt ervoor dat binnen dit onderzoek niet zichtbaar wordt in hoeverre en hoe de verschillen in organisatie en uitvoering leiden tot verschillen in cliëntervaring en – tevredenheid binnen de drie werkgebieden.

Continue doorontwikkeling De gemeenten en de netwerkpartners werkten èn werken hard aan het volbrengen van de complexe opgaven. Veel is geregeld en gaat goed. Op specifieke onderdelen kost passende doorontwikkeling nog moeite. Porthos Sluis werkt nadrukkelijk aan een transitie. Voor een aanzienlijk deel geschiedt doorontwikkeling voortvarend. Uit de interviews blijkt dat proactieve en co-creërende afstemming tussen beleid en uitvoering cruciaal is bij deze doorontwikkeling. Verdergaande regionale samenwerking vormt een kans

Enkele dossiers vragen extra aandacht •

• •

Bij de toegangsactiviteiten vraagt de doorlooptijd van de eerste melding tot en met de start van ondersteuning aandacht. Daar waar er ontevredenheid is, betreft dit vaak de doorlooptijd. Gemeenten-breed zijn er zeker initiatieven tot verkorting, de resultaten van deze inspanning zijn nog niet duidelijk in beeld. De gemeenten zijn vanaf 2016 verplicht om jaarlijks een representatief cliënt-ervaringsonderzoek uit te (laten) voeren. Een sluitende en in de tijd volgbare uitvoering met duidelijk zicht op resultaten is nog beperkt in beeld. De gemeenten startten in 2023 gedrieën onder de noemer ‘onafhankelijk meedenken’ een pilot onafhankelijke cliëntondersteuning op. Deze pilot is on hold gezet.

Aanbevelingen 1. Geef achterblijvende dossiers prioritaire aandacht. • Ontwikkel expliciet zicht en grip op de doorlooptijd met hulp van coherente meetpunten en werk verder aan verkorting van deze doorlooptijd. • Geef de onafhankelijke cliëntondersteuning nadrukkelijker vorm, eventueel met alsnog uitvoeren van de pilot ‘onafhankelijk meedenken’. Breng de mogelijkheid tot onafhankelijk meedenken meer onder de aandacht van cliënten van jeugd- en Wmo-voorzieningen. • Ontwikkel expliciet zicht en grip op de (ontwikkeling in) cliëntervaringen en -tevredenheid met een coherente meetpraktijk. 2. Onderzoek proactief de toegevoegde waarde van verdere regionale samenwerking. Betrek hierbij onder meer de waarde van Zeeuws-Vlaams breed synchroniseren van het aanbod, samen optrekken bij de inzet van innovatieve programma’s en de opties tot efficiëntiewinst uit samenwerking op specifiek dossiers.

2

INHOUDSOPGAVE

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................. 1 INHOUDSOPGAVE .................................................................................................. 3 HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................. 4 HOOFDSTUK 2 HET ONDERZOEK ......................................................................... 5 2.1 De aanleiding............................................................................................ 5 2.2 De doelstelling .......................................................................................... 5 2.3. De vraagstelling ........................................................................................ 5 2.4 De aanpak ................................................................................................ 5 2.5 De afbakening........................................................................................... 6 HOOFDSTUK 3 HET STELSEL .............................................................................. 7 3.1 De organisaties ......................................................................................... 7 3.2 Het werkproces gemeente - welzijnsorganisatie ............................................ 7 3.3 De gemeentelijke beleidskaders ..................................................................

7 3.4 De opdracht vanuit de gemeente aan de welzijnsorganisatie ........................... 8 3.5 Het activiteitenpakket ................................................................................ 8 3.6 Cliëntervaringen ........................................................................................ 9 HOOFDSTUK 4 ANTWOORDEN OP DE ONDERZOEKSVRAGEN .................................11 4.1 Antwoord op de centrale vraag ..................................................................11 4.2 Antwoord op de deelvragen .......................................................................12 HOOFDSTUK 5 BESTUURLIJKE REACTIES .............................................................18 HOOFDSTUK 6 NAWOORD REKENKAMER ..............................................................23 BIJLAGEN .................................................................................................26 Bijlage A: Nota van bevindingen Kerngegevens .....................................................26 Bijlage B: Nota van bevindingen Hulst – Hulst voor Elkaar ......................................32 Bijlage C: Nota van bevindingen Sluis – Porthos Sluis ............................................38 Bijlage D: Nota van bevindingen Terneuzen – aan-z ..............................................43 Bijlage E: Geraadpleegde bronnen

.......................................................................49

3

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

Op basis van de suggesties van gemeenteraadsleden besloten de rekenkamers Hulst, Sluis en Terneuzen tot de uitvoering van een drie-gemeenten-breed vergelijkend feitenonderzoek naar de inzet van de drie brede welzijnsorganisaties. In opdracht van gemeente Hulst voert Stichting Hulst voor Elkaar brede welzijnsdiensten uit. Binnen gemeente Sluis doet de gemeentelijke afdeling Porthos Sluis dit en in opdracht van gemeente Terneuzen voert aan-z dit uit. Met dit onderzoek willen de rekenkamers inzicht geven in de feitelijke overeenkomsten en verschillen tussen de drie uitvoeringspraktijken en de mogelijke leerpunten naar de toekomst. Hierbij treft u het rapport van dit onderzoek aan. Met de, voor de drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen gelijkluidende ‘Verordening gemeentelijke rekenkamer’ werden drie rekenkamers ingesteld met ingang van 1 januari 2024, een voor Hulst, een voor Sluis en een voor Terneuzen. De rekenkamers functioneren als een personele unie, dit wil zeggen dat de drie rekenkamers dezelfde personele samenstelling hebben. De rekenkamers ondersteunen de gemeenteraden van Hulst, Sluis en Terneuzen bij de kader stellende en controlerende rol.

Leeswijzer Het rapport is gelaagd opgesteld. De lezers met weinig tijd hebben genoeg aan het lezen van de samenvatting, conclusies en aanbevelingen. De lezers die meer tijd hebben en meer willen weten over de onderzoeks-opbrengst lezen het rapport. De lezers die nog dieper willen duiken in de achtergronden lezen ook de nota’s van bevindingen in bijlagen A tot en met D. Het rapport In hoofdstuk 2 komt eerst de aanleiding voor het onderzoek in beeld, vervolgens de doelstelling, de centrale vraagstelling, de deelvragen en de aanpak bij het onderzoek. Dit hoofdstuk sluit af met de afbakening van het onderzoek. In hoofdstuk 3 komen de beleids- en uitvoeringspraktijk bij toegangs- en welzijnsactiviteiten binnen Hulst, Sluis en Terneuzen in beeld; kortweg ‘het stelsel’. Achtereenvolgens komen aan de orde: de organisaties, het werkproces, de gemeentelijke beleidskaders, de uitvoeringsopdracht, het activiteitenpakket, de cliënttevredenheid en de belangenbehartiging. In hoofdstuk 4 staan de antwoorden op de onderzoeksvragen. Eerst de centrale vraagstelling, vervolgens de deelvragen. De rekenkamers formuleerde de antwoorden op basis van de feiten en bevindingen die in het onderzoek naar boven kwamen. In hoofdstuk 5 zijn de bestuurlijke reactie opgenomen, en in hoofdstuk 6 het nawoord van de rekenkamers. De bijlagen In de bijlagen zijn de nota’s van bevindingen opgenomen.

In bijlage A de kerngegevens, bijlage B Hulst – Hulst voor Elkaar, bijlage C Sluis – Team Porthos en bijlage D Terneuzen – aan-z. In bijlage E tot slot zijn de geraadpleegde bronnen benoemd.

4

HOOFDSTUK 2

HET ONDERZOEK

In dit hoofdstuk komt eerst de aanleiding voor het onderzoek in beeld, vervolgens de doelstelling, de centrale vraagstelling, de deelvragen en de aanpak bij het onderzoek. Dit hoofdstuk sluit af met de afbakening van het onderzoek.

2.1

De aanleiding

Op basis van de suggesties van gemeenteraadsleden en gesprekken met de begeleidingscommissies besloten de rekenkamers tot de uitvoering van een drie-gemeenten-breed vergelijkend onderzoek naar (de leerpunten bij) de inzet van de drie brede welzijnsorganisaties. In opdracht van gemeente Hulst voert Stichting Hulst voor Elkaar de diensten uit. Binnen gemeente Sluis doet de gemeentelijke afdeling Porthos Sluis dit. In opdracht van gemeente Terneuzen doet de Benelux Groepering voor Territoriale Samenwerking (BGTS) aan-z dit. Binnen de gemeenteraden spelen er vragen over de inzet, uitvoering en effecten van de drie brede welzijnsorganisaties. De vragen van de gemeenteraden verschillen per gemeente. Het vergelijkend onderzoek naar de welzijnsdienstverlening 1) raakt bestaand beleid, 2) heeft een maatschappelijk belang, 3) biedt perspectief op lessen naar de toekomst.

2.2

De doelstelling

Met het vergelijkend onderzoek naar de brede welzijnsorganisatie binnen de drie gemeenten beogen de rekenkamers inzicht te geven in: • de feitelijke verschillen en overeenkomsten tussen de drie uitvoeringspraktijken • de leerpunten naar de toekomst.

2.3.

De vraagstelling

Als centrale vraagstelling formuleerden de rekenkamers: Hoe verloopt, per gemeente, de opdrachtverstrekking en uitvoering van toegang- en welzijnsdiensten in Hulst door Hulst voor Elkaar, in Sluis door Porthos en in Terneuzen door aan-z en wat zijn van hieruit mogelijke leerpunten naar de toekomst? Aanvullend op de centrale vraag formuleerde de rekenkamers de onderstaande deelvragen: 1. Wat zijn, per gemeente, de speerpunten van beleid? 2. Welke opdracht geeft ieder van de drie gemeenten aan diens brede welzijnsorganisatie? 3. Wat zijn, per welzijnsorganisatie, de opvallende kenmerken van de uitvoeringspraktijk? 4. Wat zijn, per gemeente en welzijnsorganisatie, de cruciale kerngegevens? 5. Hoe wordt er Zeeuws-Vlaams breed samengewerkt door gemeenten en welzijnsorganisaties? 6. Welke leerpunten op weg naar doorontwikkeling van de brede welzijnsdienstverlening in Zeeuws-Vlaanderen zijn in beeld?

2.4

De aanpak

Het vergelijkend onderzoek zou zich richten op feiten èn ervaringen. Door een publicatie in de krant over Porthos Sluis hebben de rekenkamers, na afstemming met de gemeenten, besloten om het onderzoek (voor nu) te beperken tot het feitenonderzoek. Het onderzoek is gefaseerd uitgevoerd. 1. Voorbereiding = oriëntatie op het object van onderzoek -> concept onderzoeksopzet 2. Vooronderzoek = verkenning bronnen en startgesprekken -> definitieve onderzoekopzet 3. Inventariserend feitenonderzoek = bronnenonderzoek + interviews + verdiepend onderzoek + opmaken bevindingen en analyse -> conceptrapport exclusief conclusies en aanbevelingen.

5

4. Hoor en wederhoor ambtelijk en het bestuur van de welzijnsorganisaties + opmaken conclusies en aanbevelingen -> definitief rapport. 5. Reactie door de colleges van de gemeenten met eventueel een nawoord door de rekenkamers. 6. Presentatie aan gemeenteraden en publicatie.

2.5

De afbakening

De gemeentelijke opgaven, vallend onder de noemer welzijn, zijn breed en veelomvattend. Niet alle aspecten van deze opgaven worden uitgevoerd door de genoemde brede welzijnsorganisatie. Dit onderzoek beperkt zich tot het pakket activiteiten dat de onderscheiden welzijnsorganisaties binnen hun gemeente uitvoeren. Het onderzoek betreft een feitenonderzoek, niet een onderzoek naar brede impact en ervaringen. Het onderzoek is niet primair gericht op het financieel belang van de gemeente.

6

HOOFDSTUK 3

HET STELSEL

In dit hoofdstuk komen de beleids- en uitvoeringspraktijk bij toegangs- en welzijnsactiviteiten binnen Hulst, Sluis en Terneuzen in beeld; kortweg ‘het stelsel’. Achtereenvolgens komen aan de orde: de organisaties, het werkproces, de gemeentelijke beleidskaders, de uitvoeringsopdracht, het activiteitenpakket, de cliënttevredenheid en de belangenbehartiging. In dit hoofdstuk komen de hoofdlijnen in beeld, voor details per gemeente zie de bijlagen B tot en met D.

3.1

De organisaties

Hulst voor Elkaar is een stichting die subsidie ontvangt van de gemeente Hulst. De gemeente is opdrachtgever en beleidsregisseur. Hulst voor Elkaar is opdrachtnemer en uitvoerder. Hulst voor Elkaar typeert zichzelf als een relatief jonge lerende organisatie. Zij werkt naast de drie vaste locaties vooral vanuit de dorpshuizen, wijkcentra en scholen binnen de gemeente. Speciaal voor Hulst voor Elkaar is dat de medewerkers functioneren vanuit 5 integrale gebiedsteams, niet vanuit inhoudelijke vak-teams. Hiernaast functioneren drie ondersteunende teams binnen de organisatie. Team Porthos voert vanuit de gemeente Sluis de toegangs- en welzijnsactiviteiten uit. Binnen de gemeente is de beleidsvorming ondergebracht bij Team Beleid, de uitvoering bij Team Porthos. Deze teams werken parallel aan elkaar en in co-creatie. Team Porthos is nadrukkelijk in transitie. Zij werkt voornamelijk vanuit het gemeentehuis in Oostburg. De medewerkers functioneren vanuit de vak-teams Werk en Inkomen, Jeugd en Gezin, Wmo en Leefbaarheid en Burgerparticipatie. Aan-z is een grensoverschrijdend openbaar lichaam. Zij biedt, naast een uitgebreid pakket toegangen welzijnsdiensten in Terneuzen, een beperkter welzijnsaanbod binnen de Belgische gemeenten Assenede, Kaprijke, Sint-Laureins en Wachtebeke. Aan-z ontvangt bijdragen en subsidies van de gemeente Terneuzen.

De gemeente is opdrachtgever en beleidsregisseur. Aan-z is opdrachtnemer en uitvoerder. Aan-z werkt vanuit 3 hoofdlocaties, 7 inlooppunten en is structureel aanwezig op alle scholen. De medewerkers functioneren vanuit de inhoudelijke vak-teams Jeugd en gezin, Wmo, Maatschappelijk werk, Jeugd en jongerenwerk, Welzijn en vrijwilligerswerk en de ondersteunende teams Support en Directie en staf.

3.2

Het werkproces gemeente - welzijnsorganisatie

Op hoofdlijnen werken de gemeente en de uitvoerder grofweg langs hetzelfde werkproces. De onderdelen van dit proces zijn: de opgaven (wettelijk en zelf bepaald) -> relevant beleid -> opdracht / resultaatverwachting -> uitvoeringsplan -> uitvoering -> periodieke rapportage -> verantwoording. Veel strategische, tactische en operationele afstemming tussen gemeenten en uitvoerders vinden plaats. Dit gebeurt enerzijds langs de formele structuren en anderzijds naar behoefte in het directe contact onderling. Wat opvalt in de werkprocessen. • Hulst kent de ‘inbreekmogelijkheid’. In uitzonderingssituaties kunnen in onderling overleg lopende het jaar wijzigingen in activiteiten en / of budget plaats vinden • Het werkproces in Sluis loopt intern binnen de gemeente met de hier bekende Planning & Control stappen en korte lijnen van afstemming. • In Terneuzen is het werkproces relatief sterk uitgewerkt en vastgelegd in onder meer een samenwerkingsovereenkomst en afstemming binnen strategische, tactische en operationele gremia. Jaarlijks stelt de gemeente prioriteiten vast.

3.3

De gemeentelijke beleidskaders

Binnen alle drie de gemeenten is beleid vastgelegd in een bestuurs- of coalitieakkoord en voor Sluis en Terneuzen ook in een beleidsplan Sociaal Domein. Hiernaast zijn door de gemeenten naar bevind van zaken specifieke beleidsplannen, uitvoeringsplannen en verordeningen vastgesteld.

7

Afgaand op de bestuurs- of coalitieakkoorden vallen de volgende speerpunten per gemeente op. • Het bestuur van Hulst ziet grote uitdagingen. Meer mensen hebben zorg en ondersteuning nodig. Dit levert de opdracht tot efficiënte en effectieve dienstverlening op. De gemeente zal hard vasthouden aan het uitgangspunt dat mensen de zorg moeten ontvangen die zij nodig hebben. Niet meer, maar zeker niet minder. • De coalitie van Sluis gaat uit van de behoeften en mogelijkheden van de inwoners. Zij werkt integraal en multidisciplinair over de grenzen van wetten en financieringsstromen heen en intensief samen met ketenpartners. Middelen zijn schaars, de gemeente blijft effectiviteit van voorzieningen onderzoeken. • Het bestuur van Terneuzen zet in op een gezonde gemeente. Hulp voor mensen die ondersteuning nodig hebben. Met preventie voorkomen dat problemen ontstaan.

3.4

De opdracht vanuit de gemeente aan de welzijnsorganisatie

De opdrachten van de gemeenten aan de welzijnsorganisaties zijn / worden op onderscheiden wijzen vastgelegd. • De uitvoeringsopdracht van de gemeente Hulst aan Hulst voor Elkaar wordt, na onderlinge afstemming, jaarlijks vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst. • Sluis formuleerde een opdracht voor Porthos bij de start in 2016. Deze opdracht geldt tot nu toe. Het beleidsplan Sociaal Domein schept de kaders voor de uitvoering door Porthos. Deze kaders, mede met effecten van de lopende transitieaanpak, landen in (concrete) uitvoeringsplannen. • De structurele opdracht voor aan-z is vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst tussen aan-z en gemeente Terneuzen (2018). De specifieke jaaropdrachten voor aan-z, inclusief de prioriteiten, brengt de gemeente Terneuzen onder in een apart document; de meest recente is de ‘Opdracht aan-z 2024’. Kijkend naar de opdrachten vallen de volgende punten op. • Gemeente Hulst vult jaarlijks de structurele opdracht naar bevind van zaken aan met actuele project- en/of programmaopdrachten. • De opdracht vanuit de gemeente Sluis is voorafgaand aan de start per 2016 vastgelegd. Deze opdracht is sindsdien niet formeel gewijzigd. In de praktijk voert Porthos voert uit wat vanuit de historie als breed takenpakket sociaal domein gegroeid is en vooral wat ‘nodig is voor de inwoners’.

• Gemeente Terneuzen geeft in de jaarlijkse opdracht aan aan-z naast de structurele taken ook jaartaken, specifieke project- en programmaopdrachten en prioriteiten mee.

3.5

Het activiteitenpakket

Voor inwoners van de gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen staat een breed scala aan sociaalmaatschappelijke activiteiten open; dit per gemeente onder verschillende noemers en in verschillende rubricering. Zie hieronder een globaal overzicht van de activiteiten die de brede welzijnsorganisaties Hulst voor Elkaar, Porthos Sluis en aan-z uitvoeren in opdracht van hun gemeenten. In iedere gemeente zijn, naast ‘de brede welzijnsorganisatie’, ook andere organisaties actief met aanpalende welzijnsdiensten. Activiteiten Jeugd en gezin Opvoedondersteuning Toegang naar externe voorzieningen Aanvullende programma’s Wmo Toegang naar externe voorzieningen Aanvullende programma’s Maatschappelijk werk

Hulst voor Elkaar

Porthos Sluis

aan-z

X X

X X

X X X

X X

X X

X X

X

X

X 8

Onafhankelijke cliëntondersteuning Welzijn en preventie Doelgroepgerichte programma’s en activiteiten Ondersteuning inzet vrijwilligers Ondersteuning mantelzorg Sport Kunst en cultuur (tot eind 2023) Beheer welzijnsaccommodaties Werk, inkomen en schuldhulpverlening Inburgering Publieke gezondheid, geestelijke gezondheidszorg, en aanpak personen met verward gedrag

X

X

X

X X X X (X) X

X X X X

X X X

X X X

X

Afgaand op het activiteitenpakket vallen de volgende punten op. • De gemeente Hulst draagt ook taken inzake Sport en bewegingsactiviteiten en Accommodatiebeheer op aan Hulst voor Elkaar. Tot 2023 ook taken Kunst en Cultuur, maar dat stopt als apart pakket per 2024. • De gemeente Sluis brengt naast taken uit de Jeugdwet en Wmo ook taken uit de Participatiewet, de Wet schuldhulpverlening en de Wet inburgering onder bij Porthos. • De gemeente Terneuzen brengt opvoedondersteuning onder bij aan-z.

3.6

Cliëntervaringen

Conform de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet zijn de gemeenten vanaf 2016 verplicht om jaarlijks een representatief cliënt-ervaringsonderzoek uit te (laten) voeren. Sinds 2021 staat het gemeenten vrij om zelf een methode te kiezen om de cliëntervaringen te meten. Wel moeten de elementen toegang, kwaliteit en effect terugkomen in de opzet. In de werkpraktijk is deze verplichting in de drie gemeenten deels, nog niet volledig, ten uitvoer gekomen. De resultaten van de uitgevoerde metingen zijn weinig tot niet vergelijkbaar met elkaar. De gebruikte methoden, gestelde vragen en wijzen van uitvoeren verschillen te veel. Dit geldt zowel voor de Jeugdwet als de Wmo. Bij de rapporten over Cliëntervaringen vallen onderstaande punten op. • Voor Hulst tonen cliënten jeugdhulp zich over 2023 tevreden over de ondersteuning zelf, minder tevreden over de doorlooptijd en bejegening. Cliënten Wmo tonen zich tevreden over de ondersteuning en voldoende tevreden over de toegang. • Voor Sluis is er geen representatief onderzoek onder cliënten jeugdhulp beschikbaar, de respons was te laag. De gemeente onderzoekt hoe ze beter vorm kan geven aan het onderzoek. De cliënten Wmo tonen zich tevreden over de ondersteuning en minder tevreden over het wachten tot het eerste formele contact en tot de start van de hulp.

• Voor Terneuzen kwamen er uit het onderzoek over 2023 onder cliënten jeugdzorg veel sprekende verhalen naar boven, echter geen representatief beeld voor de hele doelgroep. De Wmo-cliënten tonen zich over het algemeen tevreden over de ondersteuning en over de toegang.

3.7

Belangenbehartiging en ondersteuning van inwoners en cliënten

Belangenbehartiging en ondersteuning van cliënten geschiedt globaal langs twee lijnen. Enerzijds is er de onafhankelijke cliëntenondersteuning. Anderzijds zijn er per gemeente een of meer adviesraden. Onafhankelijke cliëntondersteuning Gemeenten zijn wettelijk verplicht om cliëntondersteuning te organiseren voor alle burgers. Een cliëntondersteuner denkt met de cliënt mee, helpt de cliënt om inzicht te krijgen in diens situatie en geeft daarbij zo nodig informatie en advies. Dit kan gaan om vragen op allerlei gebieden: wonen,

9

inkomen, werk of dagbesteding, zorg, contacten. Een cliëntondersteuner kan iemand bij voorbeeld helpen bij het voorbereiden op en voeren van het keukentafelgesprek, bij een eventuele beroepsprocedure en bij het zoeken en vinden van de hulp en steun die bij hem of haar past. Alle drie de gemeenten voeren de wettelijke taak tot cliëntondersteuning uit in de vorm van ‘een onafhankelijke meedenker’, ondergebracht bij de welzijnsuitvoering. Omwille van de onafhankelijkheid denkt een functionaris vanuit de ene gemeente mee met inwoners van een andere gemeente. Beoogd was om de onafhankelijk meedenker vanuit een Zeeuws-Vlaams brede pilot in de periode 2023-2024 door te ontwikkelen. De afspraak tot de pilot blijft actueel, de uitvoering is tijdelijk on-hold gezet vanuit Sluis. De actuele uitvoering van ondersteuning vindt plaats binnen de drie gemeenten. Adviesraden Binnen de drie gemeenten functioneren diverse, onafhankelijk opererende, adviesraden. Zij halen op wat er in de samenleving speelt. Deze informatie helpt hen om de gemeente te adviseren bij de inrichting en uitvoering van betrokken taken.

Adviesraad Sociaal Domein / Sociale Zaken Seniorenraad Raad voor Maatschappelijke en Demografische Ontwikkeling (RMDO)

Hulst X X

Sluis X

Terneuzen X

X

10

HOOFDSTUK 4 ANTWOORDEN OP DE ONDERZOEKSVRAGEN In dit hoofdstuk staan de antwoorden op de onderzoeksvragen. Eerst de centrale vraagstelling, vervolgens de deelvragen. De rekenkamers formuleerde de antwoorden op basis van de feiten en bevindingen die in het onderzoek naar boven kwamen.

4.1

Antwoord op de centrale vraag

Hoe verloopt, per gemeente, de opdrachtverstrekking en uitvoering van toegang- en welzijnsdiensten in Hulst door Hulst voor Elkaar, in Sluis door Porthos en in Terneuzen door aan-z en wat zijn van hieruit mogelijke leerpunten naar de toekomst? Het verloop op hoofdlijnen De opdrachtverstrekking en uitvoering van toegang- en welzijnsdiensten bestaat globaal binnen alle drie de gemeenten uit de volgende stappen: 1. Uitgangspunt zijn de maatschappelijke opgaven. Voor een belangrijk deel zijn deze maatschappelijke opgaven verankerd in wettelijke taken voor de gemeenten. Voor een deel benoemt de gemeente zelf aanvullende opgaven. 2. De gemeenten stelt relevant beleid en uitvoeringskaders vast. 3. De gemeente kiest wat zij zelf uitvoert en wat zij opdraagt aan derden. De gemeente stelt de opdracht aan derden vast. 4. De uitvoerende organisatie, dit kan de betrokken afdeling binnen de gemeenten zijn, stelt een uitvoeringsplan en begroting op. Desgewenst geeft de gemeente akkoord op dit uitvoeringsplan. De gemeente stelt het budget beschikbaar. 5. De uitvoerende organisatie voert de taken uit. Periodieke rapportage en afstemmingsoverleg tussen de gemeente en de welzijnsorganisatie vindt plaats. 6.

De welzijnsorganisatie of gemeentelijke afdeling verantwoordt zich over de voortgang, resultaten en het ingezette budget; naar behoefte kan periodiek overleg tussentijds binnen het jaar plaatsvinden, in ieder geval per jaar achteraf. 7. Afhankelijk van de gemeente stelt het college of de gemeente(raad) de beschikking of de jaarstukken vast. De keuzes de uitdagingen en wat uniek is per gemeente Hulst • • •

Sluis • • •

De keuze: Gemeente Hulst en Hulst voor Elkaar gaan voor nabijheid; lokaal werken met gebiedsteams aanwezig in alle wijken en kernen De uitdaging: Het samengaan van enerzijds in de leefwereld dicht bij mensen aanwezig zijn met het generieke gebiedsteam in wijken en kernen en anderzijds in de systeemwereld de kwaliteit van processen en resultaten borgen, ook nog eens binnen de financiële grenzen. Wat uniek is: Bij twee-staps-aanpak bij de toegang: 1) Hulst voor Elkaar doet de intake en de keukentafelgesprekken en verstrekt per casus een advies aan de gemeente en 2) de gemeente toetst het advies en verstrekt de beschikking. De keuze: Gemeente Sluis en Team Porthos gaan voor ‘integraal informeren en ondersteunen van, jongeren, ouders, volwassenen en senioren vanuit één plek’ De uitdaging: de actuele transitie van Team Porthos spoedig doorzetten naar een stabiele werkpraktijk in control waarbij vervolgens de energie naar uitvoering en versterking van de kerntaken gaat. Wat uniek is: Team Beleid en Team Porthos werken binnen de organisatie parallel aan elkaar in interactieve co-creatie, de lijnen zijn kort.

Terneuzen • De keuze: Gemeente Terneuzen en aan-z gaan voor een inhoudelijk passende ondersteuning van inwoners aansluitend bij de behoefte en de eisen en inzichten van deze tijd. 11

• •

De uitdaging: Het ‘voorliggend veld’ door ontwikkelen; van individueel werken naar groepswerken, wijkgericht kijken en werken, gebruik maken van burgerkracht en sluitende rolverdeling tussen netwerkpartners. Wat uniek is: Betrokken functionarissen van de gemeente en aan-z werken samen aan het signaleren, ontwikkelen en uitvoeren van de gewenste innovaties in de dienstverlening; de aanpak eenzaamheid is een mooi voorbeeld.

Mogelijke leerpunten naar de toekomst De binnen het onderzoek gesignaleerde leerpunten binnen de lokale praktijken betreffen op hoofdlijnen: • hoe door te ontwikkelen naar een meer integrale ondersteuning op maat van inwoners die dit nodig hebben; voor de toegangstaken met een passende doorlooptijd, voor de welzijnstaken met een goede aanwezigheid in wijken en kernen, aansluitend bij burgerkracht • hoe om te gaan met ‘dossiers die (te) lang blijven hangen’ zoals bijvoorbeeld greep op doorlooptijden, doorontwikkeling van de onafhankelijke meedenkers, passend onderzoek naar cliëntervaringen • hoe meer zicht te krijgen op resultaten en maatschappelijke effecten? Zie voor meer uitwerking van deze leerpunten de nota’s van bevindingen B t/m D onder 8. doorontwikkeling.

De binnen het onderzoek gesignaleerde leerpunten bij de gemeente-overschrijdende regionale Zeeuws-Vlaamse samenwerking betreffen: • hoe synchroniseren van aanbod en aanpak tussen gemeenten met het oog op een eenduidig aanbod aan inwoners over de grenzen van de gemeenten heen • hoe is meer gezamenlijk op te treden bij onder meer de ontwikkeling van innovatieve programma’s, afstemming met gemeente-overschrijdende samenwerkingspartners en het oplossen van personele vraagstukken • in hoeverre en hoe is efficiëntiewinst te behalen bij onder meer gezamenlijke inkoop van diensten en voorzieningen en bij samenvoeging van backoffice activiteiten? Zie voor meer toelichting het antwoord op deelvraag 5.

4.2

Antwoord op de deelvragen

1.

Wat zijn, per gemeente, de speerpunten van beleid?

Afgaand op de relevante inhoud van de bestuurs- coalitieakkoorden komen per gemeente de onderstaande speerpunten in beeld. De gemeente Hulst ziet steeds meer mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben. Zij moeten deze krijgen. Niet meer en zeker niet minder. De uitdaging is om deze zorg en ondersteuning uit te voeren met de beschikbare financiële middelen. De gemeente Sluis zet in op integraal werken over de grenzen van wetten en financieringsstromen heen. De zorgkloof (vraag – aanbod) neemt toe. De gemeente wil nog meer dan voorheen inzetten op preventie en ombuiging van zorg naar welzijn. De gemeente Terneuzen zet in op een gezonde gemeente. Passende hulp voor mensen die ondersteuning nodig hebben. Met preventie zoveel mogelijk voorkomen dat problemen ontstaan. Reflectie rekenkamers • Voor de gemeenten is het nog steeds een zoektocht hoe de, in 2015 gedecentraliseerde taken, uitgevoerde kunnen worden met zowel passende ondersteuning van inwoners als uitvoering binnen de budgettaire kaders. • De rekenkamers treffen bij alle drie de gemeenten relatief veel intentioneel getoonzette beleidsteksten aan. In samenwerking met elkaar concretiseren de beleidsfunctionarissen en

12

uitvoerende functionarissen binnen de welzijnsorganisaties deze intentionele beleidsdoelen naar een werkende toegangs- en welzijnspraktijk. Veel aanscherping vindt plaats ‘in het werk’.

2 Welke opdracht geeft ieder van de drie gemeenten aan diens brede welzijnsorganisatie? De gemeente Hulst verstrekt een structurele opdracht aan Hulst voor Elkaar tot enerzijds het uitvoeren van de toegangsactiviteiten op grond van de Jeugdwet en de Wmo en anderzijds de brede welzijnsactiviteiten mede op grond van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Hiernaast draagt de gemeente ook op tot de uitvoering van sportactiviteiten en beheer van accommodaties. Gemeente Hulst vult de structurele opdracht naar bevinden aan met actuele project- / programmaopdrachten. De opdracht wordt jaarlijks bijgesteld en daalt neer in een uitvoeringsovereenkomst. De interne opdracht binnen de gemeente Sluis aan Porthos betreft de integrale taakuitvoering vanuit het brede pakket van Participatiewet, Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning, Wet inburgering en Wet schuldhulpverlening. De opdracht binnen de gemeente Sluis aan Porthos is voorafgaand aan de opstart per 1 januari 2016 geformuleerd en sindsdien niet actief bijgesteld. Een geactualiseerde opdracht gaat eind 2024 neerdalen in het teamplan en de clusterplannen die momenteel in ontwikkeling zijn. De structurele opdracht van de gemeente Terneuzen aan aan-z betreft de toegang voor Jeugd en gezin en Wmo, specifieke eerstelijns ondersteuning van cliënten en brede welzijnsdiensten.

Deze opdracht is vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst tussen aan-z en gemeente Terneuzen (2018). Per jaar verstrekt de gemeente ter aanvulling en specificering een meer inhoudelijke jaaropdracht met hieraan gekoppelde prioriteiten. Reflectie rekenkamers • Alle drie de gemeenten dragen toegangstaken Jeugd en gezin en Wmo op aan de welzijnsorganisatie. In de uitvoering van eerste lijn individuele ondersteuning van cliënten lijkt aan-z meer te doen dan Hulst voor Elkaar en zeker Porthos. • Enerzijds is er de formele opdracht. Anderzijds is er concretisering van de opdracht in de samenspraak tussen gemeentelijke beleidsfunctionarissen en de leiding van welzijnsorganisatie. De proactieve en co-creërende afstemming tussen deze functionarissen, zo blijkt uit het onderzoek, is cruciaal voor de effectieve uitvoering van de opdracht.

3. Wat zijn, per welzijnsorganisatie, de opvallende kenmerken van de uitvoeringspraktijk? Op basis van voortschrijdend inzicht verbreden de rekenkamers deze deelvraag en hiermee het antwoord. De formulering ‘welzijnsorganisatie’ verbreden we naar ‘gemeente èn de welzijnsorganisatie’. De formulering ‘uitvoeringspraktijk’ verbreden we naar ‘beleids- en uitvoeringspraktijk’. De rekenkamers kwamen de onderstaande opvallende kenmerken tegen in de onderscheiden praktijken. Hulst • •

•

De gemeentelijke beleidskaders zijn deels verouderd maar gelden nog wel. Zij worden in het eerste halfjaar van 2025 herijkt. De gemeente Hulst verstrekt een subsidie aan Hulst voor Elkaar conform de reguliere subsidieverordening. De partners vragen zich af of de subsidievorm, met de specifieke vereisten, nog steeds een goede keuze is voor de (financiële) werkrelatie tussen de gemeente Hulst en Stichting Hulst voor Elkaar? In de opdracht en hiermee het activiteitenpakket van Hulst voor Elkaar zijn Sport en Beheer welzijnsaccommodaties opgenomen, tot en met 2023 ook Kunst en cultuur.

13

• • •

Sluis •

•

• • •

Hulst voor Elkaar organiseert het werk vanuit gebiedsteams. Zij voert de activiteiten uit vanuit de dorpshuizen, wijkcentra en scholen. Zij is aanwezig in alle kernen en wijken binnen de gemeente. Bij maatwerkvoorzieningen doet Hulst voor Elkaar de intake en de keukentafelgesprekken. Zij verstrekt een advies aan de gemeente. De gemeente toetst het advies en verstrekt de beschikking. De partners werken continue aan de doorontwikkeling van dit proces. Hulst voor Elkaar typeert zichzelf als een relatief jonge en lerende organisatie, soms nog zoekend. Met herhaaldelijke wisselingen in het bestuur is de bestuurlijke continuïteit een punt van aandacht. Dit geldt ook voor de werving van passend personeel.

Sinds 1 januari 2016 voert de gemeente Sluis een integraal pakket aan toegangs- en welzijnsactiviteiten uit in eigen beheer. Binnen de gemeente functioneert het ‘Team Porthos. Binnen Porthos is een heel breed pakket van taken ondergebracht. Eén plek dus voor integrale informatie aan en ondersteuning van jongeren, ouders, volwassenen en senioren. De beleidsvorming ondergebracht bij ‘Team Beleid’, de relevante uitvoering bij ‘Team Porthos’. Deze teams werken binnen de organisatie parallel een elkaar en in interactieve cocreatie. Van een formele rolverdeling opdrachtgever – opdrachtnemer is geen sprake. Leden van de twee teams zijn ook collega’s; elkaar aanspreken kan moeite kosten. Binnen Team Porthos zijn naast de taken vanuit de Jeugdwet en Wmo ook taken vanuit de Participatiewet en de Wet Schuldhulpverlening en de Wet inburgering opgenomen. Team Porthos is nadrukkelijk in transitie. Een heroriëntatie vindt plaats op de opgave, de organisatie, de taken, de omvang, de werkprocessen en de cultuur. De teamleider is de afgelopen jaren herhaaldelijk gewisseld. Porthos voert de activiteiten voornamelijk uit vanuit één locatie.

Terneuzen • Als ‘Benelux Groepering voor Territoriale Samenwerking (BGTS) biedt aan-z naast het brede pakket in Terneuzen ook een beperkter welzijnsaanbod aan binnen de Belgische gemeenten Assenede, Kaprijke, Sint-Laureins en Wachtebeke (de laatste tot en met eind 2024). • In 2021 vond een herinrichting van de governance-verhouding tussen gemeente Terneuzen en aan-z plaats. Binnen aan-z trad een nieuw directie aan. Betrokken functionarissen getuigen binnen het onderzoek van een intensieve en constructieve inhoud- en resultaatgericht samenwerking. • Aan-z en de gemeente werken gezamenlijk aan een steeds passender aanbod voor inwoners. Aandacht krijgen het tijdig op- en afschalen van indicaties, wijkgericht werken, de inzet van burgerkracht (van zorgen voor naar zorgen dat), van individueel naar groepsgericht werken. Ook werken zij aan een passende rolverdeling met aanpalende organisaties bij de uitvoering van opgaven. Reflectie rekenkamers Alle drie de werkpraktijken kennen krachten en leerpunten. De ervaringen van de betrokken functionarissen en de burgers / cliënten met de onderscheiden werkpraktijken waren geen onderdeel van het feitenonderzoek. Hiermee kwam nog beperkt in beeld wat de specifieke krachten en leerpunten per werkpraktijk zijn.

4.

Wat zijn, per gemeente en welzijnsorganisatie, de cruciale kerngegevens?

De scores op de kerngegevens zelf zijn weergegeven in Bijlage A: Nota van bevindingen kerngegevens. De kerngegevens betreffen: 1) de maatschappelijke opgaven; 2) de maatschappelijke steunkracht, 3) de inzet Jeugd en gezin, 4) de inzet Wmo, 5) de algemene druk van voorzieningen en 6) de inzet door de organisaties in de toegang en het welzijnswerk. Het algemene beeld bij de kerngegevens over de drie gemeenten heen is gemêleerd. Er is niet een gemeente die dominant op veel of alle gegevens hoger of lager scoort. Hierbij het overzicht met opvallende scores per gemeente. Hulst 14

• • • • • • • Sluis • • • • • • • • • •

Het voortijdig schoolverlaten zonder startkwalificatie neemt sterkt toe van 2020 naar 2023. De grijze druk is groter dan gemiddeld in Nederland. De eenzaamheid neemt sterk toe van 2020 naar 2022 Mantelzorg neemt af van 2020 naar 2022. Het percentage jongeren met jeugdhulp is hoog, maar neemt af van 2021 naar 2023 Het aantal besluiten tot een voorziening Jeugd en Gezin neemt fors toe van 2020 naar 2023. De inzet van het gemeentelijk budget stijgt fors van 2020 naar 2023.

Het voortijdig schoolverlaten zonder startkwalificatie neemt sterkt toe van 2020 naar 2023. De grijze druk is groter dan gemiddeld in Nederland. Mantelzorg neemt af van 2020 naar 2022. Vrijwilligerswerk neemt af van 2020 naar 2022. Het percentage jongeren met jeugdhulp is hoog en nam snel toe van 2021 naar 2023 Het aantal besluiten tot een voorziening Jeugd en Gezin neemt fors af van 2020 naar 2023 Het aantal unieke cliënten met een Wmo voorziening per 1000 inwoners neemt toe van 2020 naar 2023 Het aantal besluiten tot een voorziening Wmo neemt fors af van 2020 naar 2023 De inzet van het aantal fte’s per 1000 inwoners door Porthos Sluis is minder dan bij Hulst voor Elkaar en aan-z. De inzet van het gemeentelijk budget daalt licht van 2020 naar 2023.

Terneuzen • Het voortijdig schoolverlaten zonder startkwalificatie neemt sterkt toe van 2020 naar 2023. • De grijze druk is groter dan gemiddeld in Nederland. • Mantelzorg neemt af van 2020 naar 2022. • Het percentage jongeren met jeugdhulp is hoog, maar neemt af van 2021 naar 2023 (waarschijnlijk een administratieve aanpassing) • Het aantal besluiten Jeugd en Gezin neemt toe van 2020 naar 2023 • Het aantal unieke cliënten met een Wmo voorziening per 1000 inwoners neemt fors toe van 2020 naar 2023 (in belangrijke mate veroorzaakt door een stelselwijziging) • Het aantal besluiten Wmo neemt fors toe van 2020 naar 2023 • De inzet van het aantal fte’s per 1000 inwoners door aan-z neemt toe van 2020 naar 2023. • De inzet van het gemeentelijk budget stijgt van 2020 naar 2023. Reflectie rekenkamers • De maatschappelijke opgaven zijn voor de Zeeuws-Vlaamse gemeenten bovengemiddeld, hiermee ook de druk op de uitvoering. • De rekenkamers missen meetgegevens bij de doorlooptijden waarmee vergelijking hierop tussen de drie werkpraktijken niet mogelijk is. Dit komt door onduidelijkheden en verschillen in (interpretaties van) het startmoment en het eindmoment en ook door onvolkomenheden in administraties. • De rekenkamers missen meetgegevens waardoor vergelijking op cliënttevredenheid tussen de drie werkpraktijken niet mogelijk is.

5. Hoe wordt er Zeeuws-Vlaams breed samengewerkt door gemeenten en welzijnsorganisaties? Regionale samenwerking op Zeeuws-Vlaams niveau vindt veelvuldig plaats, zowel met betrekking tot de toegang- als tot de welzijnsactiviteiten. De samenwerkingsactiviteiten blijken veelvormig. Deels periodiek en gestructureerd, deels op afroep van een van de partners, deels bilateraal en deels trilateraal. Hieronder benoemen de rekenkamers de meest cruciale samenwerkingsvormen tussen de gemeenten en tussen de welzijnsorganisaties. Er zijn ook bovenregionale samenwerkingsverbanden op provinciaal en landelijk niveau. Deze bovenregionale samenwerkingsverbanden vormden geen onderdeel van dit onderzoek.

15

Afstemming over toegang- en welzijn-gerelateerde (beleids-)zaken tussen de gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen 1. Adhoc afstemming over ‘dat wat zich voordoet’ 2. Periodiek afstemmingsoverleg Jeugd en gezin. 3. Maandelijks overleg huiselijk geweld en kindermishandeling. 4. Periodiek afstemmingsoverleg Wmo. 5. Gezamenlijke inkoop Jeugd en gezin en Wmo. Afstemming tussen de welzijnsorganisatie Hulst voor Elkaar, aan-z en Porthos Sluis 1. Ad hoc afstemming op strategisch, tactisch en operationeel niveau over ‘dat wat zich voordoet’. 2. Oriëntatie op, voorbereiding van en /of uitvoering van specifieke programma’s, waaronder: • aanpak eenzaamheid • sterke lokale teams. Reflectie rekenkamers • Samenwerking tussen gemeenten en welzijnsorganisaties welzijn vindt in verschillende vormen plaats. De rekenkamers krijgen moeilijk zicht op het al dan niet structurele karakter hiervan en de urgentie hierbij. • De afstemming tussen Hulst voor Elkaar en aan-z onderling is intensiever dan met Team Porthos.

6. Welke leerpunten op weg naar doorontwikkeling van de brede welzijnsdienstverlening in Zeeuws-Vlaanderen zijn in beeld? Per gemeente Bij de rekenkamers komen de onderstaande leerpunten bij de doorontwikkeling van de toegangs- en welzijnsdienstverlening per gemeente in beeld. Ter toelichting zie in de Nota’s van bevindingen B t/m D onder het onderdeel ‘de doorontwikkeling’. De leerpunten worden onderverdeeld naar ‘Wat kunnen anderen van ons leren?’ en ‘Wat willen wij leren? Wat willen wij leren? • Synchroniseren eisen en vaardigheden op weg van opstelling advies naar toetsing en vaststelling van de indicatie. • Actueel gemeentelijk beleid. Sluis • De korte lijnen en snel schakelen • Doorwerken van de onderhanden tussen beleid / opdrachtgever en transitie naar het gewenste uitvoering / opdrachtnemer organisatieniveau. • ‘Doen wat gedaan moet worden’ • Passende inzet naar lokale en zonder overmatig veel instructie. regionale innovaties. Terneuzen • Het volume en de doorzettingskracht in • Tijdig op- en afschalen indicaties. het algemeen en bij innovaties in het • Van zorgen voor naar zorgen dat. bijzonder. • Meer duidelijke rol- en • De proactieve, positieve en intensieve taakverdeling met partners in het samenspraak en samenhang tussen de werkveld. gemeentelijke beleidsafdeling en de • Verdere focus op resultaat en leiding van aan-z. maatschappelijk effect.

Zie voor verdere toelichting en onderbouwing per gemeenten de nota’s van bevindingen B t/m D. Hulst

Wat kunnen anderen van ons leren? • Integraal gebiedsgericht werkende teams; toegangstaken inbegrepen. • Brede aanwezigheid in wijken en kernen.

In de regionale Zeeuws-Vlaamse werkpraktijk In interviews met de functionarissen uit de gemeenten en de welzijnsorganisatie vroegen de rekenkamers naar thema’s waarop regionale samenwerking Zeeuws-Vlaanderen waarde toe kan voegen. Hieronder worden de meest benoemde opties weergegeven. Eerst de opties gericht op de inhoud van het werk, dan de opties gericht op de randvoorwaarden.

16

Inhoud van het werk 1. Synchroniseren van het aanbod en de aanpak in Hulst, Sluis en Terneuzen met oog op eenduidig aanbod aan inwoners over de grenzen van de gemeenten heen (vooral bij de toegang). 2. Uitwisseling van succes-activiteiten = leren van elkaar. Samen optrekken bij toonaangevende innovatieve aanpak en programma’s. Inspiratie opdoen bij innovatieve landelijke programma’s. Gebruik maken van aanvullende financiering bij landelijk uitgezette programma’s. 3. Daartoe geschikte lopende activiteiten gezamenlijk uitvoeren, denk bijvoorbeeld aan de uitvoering van maatschappelijk werk, onafhankelijke meedenkers enz. 4. Synchroniseren van de informatievoorziening toegang en welzijn over de drie gemeenten heen, dit met versterking van vindbaarheid en toegankelijkheid. 5. Vormen van een Zeeuws(-Vlaams) brede ‘welzijnscoalitie’, analoog aan de bestaande zorgcoalitie. De invulling van randvoorwaarden 1. Meer gestructureerd en proactief afstemmen tussen 1) de gemeenten onderling, 2) de welzijnsuitvoerders onderling en 3) de gemeenten en welzijnuitvoerders samen. 2. Gesynchroniseerd afstemmen met netwerkpartners, waaronder verbonden partijen zoals Dethon, WSP, RBL enz. 3. Onderlinge afspraken maken over (grenzen bij) werving van schaars personeel, dit gegeven het feit dat de uitvoerders qua personeel ‘in dezelfde vijver vissen’. 4.

Gezamenlijk oppakken van complexe dossiers waaraan geen lokale kleur gekoppeld is; bijvoorbeeld het voldoen aan de AVG-regelgeving, ICT-toepassingen enz.. 5. Samenvoegen van backoffice activiteiten die zich hiertoe lenen, denk hierbij aan personele zaken, financiële administratie, ICT-ondersteuning enz. Reflectie rekenkamers • Veel samenwerkingsopties komen naar voren. Dit biedt perspectief! . • Uit de gesprekken komt ook de behoefte naar voren om lokale kleuren te herkennen, erkennen en bewaren.

17

HOOFDSTUK 5 BESTUURLIJKE REACTIES Hieronder volgen de bestuurlijke reacties op het rapport van achtereenvolgend de gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen.

18

19

20

21

22

23

24

HOOFDSTUK 6 NAWOORD REKENKAMER De rekenkamers namen met plezier kennis van de bestuurlijke reacties van de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Hulst, Sluis en Terneuzen. Wij zijn blij met de, door de colleges, verstrekte instemming met de conclusies en de initiatieven om opvolging te geven aan de aanbevelingen. In aansluiting op de reactie van het college van de gemeente Sluis bevestigen wij dat de wettelijke taak tot uitvoering van onafhankelijke cliëntondersteuning ook binnen de gemeente Sluis uitvoering krijgt. Voor zover een andere indruk gewekt was in een eerdere versie van het rapport, is de tekst hierop aangepast. Tenslotte danken de rekenkamers de ambtelijke en bestuurlijke organisatie van de gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen en de besturen en medewerkers van de betrokken welzijnsinstellingen Hulst voor elkaar, Porthos Sluis en aan-z voor de constructieve samenwerking bij de uitvoering van het onderzoek.

25

BIJLAGEN Bijlage A: Nota van bevindingen Kerngegevens In deze nota van bevindingen zijn de vergelijkende kerngegevens voor de uitvoering van welzijnsdienstverlening binnen Hulst, Sluis en Terneuzen weer gegeven. Achtereenvolgens komen kerngegevens aan bod inzake: 1. Maatschappelijk opgaven 2. Maatschappelijke steunkracht 3. Jeugd en gezin 4. Wmo 5. Algemene druk zorg en ondersteuning (Jeugdwet, Wmo èn Participatiewet) 6. Inzet organisaties.

1.

Maatschappelijke opgaven

Sociaaleconomische status De sociaaleconomische status (SES) is een indicator om de maatschappelijke positie van personen of huishoudens te bepalen. Het CBS heeft een SES-score ontwikkeld, die is gebaseerd op Welvaart, Opleiding en Arbeid (WOA). Voor elke gemeente, wijk en buurt is een gecombineerde score berekend op basis van gegevens over huishoudens. De gemiddelde SES WOA-score in Nederland is 0. Een score hoger dan 0 betekent een hogere sociaaleconomische positie ten opzichte van het gemiddelde, een score daaronder een lagere sociaaleconomische positie ten opzichte van gemiddeld (zie ook de toelichting van het CBS). SES-WOA score1 Jaar 2019 2022 2022 tov 2019

Hulst +0.073 +0.099 +0.026

Sluis +0.130 +0.155 +0.025

Terneuzen -0,041 -0.026 +0.015

Nederland 0.000 0.000 0.000

Voortijdig schoolverlaten zonder startkwalificatie Een voortijdig schoolverlater is een leerling die in een gegeven jaar het onderwijs verlaat zonder startkwalificatie. Schoolverlatersscore2 Jaar

Hulst

2020 2023 2023 tov 2020

1,2% 1,7% +0,5%

Ref. groep gem 25000 50000 inw 1,4% 2,1% +0,7%

Sluis

2,1% 3,3% +1,2%

Ref. groep gem < 25000 inw 1,3% 1,9% +0,6%

Terneuzen

2,1% 3,1% +1,0%

Ref. groep gem 50000 100000 inw 1,7% 2,4% +0,7%

Grijze druk Het cijfer ‘grijze druk’ geeft inzicht in de verhouding tussen het aandeel ouderen en werkende deel van de bevolking. Het cijfer betreft het aantal personen van 65 jaar of ouder / het aantal personen van 2065 jaar.

1

Bron: https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/gemeentelijke-monitor-sociaal-domein/1-uitgangspositie 2 Bron: https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/gemeentelijke-monitor-sociaal-domein/3-jeugdwet 26

Grijze druk score3 Jaar

Hulst

2020 2023 2023 tov 2020

44,6% 47,4% +2,8%

Ref. groep gem 25000 50000 inw 39,6% 41,3% +1,7%

Sluis

53,0% 55,2% +2,2%

Ref. groep gem < 25000 inw 40,3% 42,3% +2,0%

Terneuzen

45,7% 45,7% +0,0%

Ref. groep gem 50000 100000 inw 35,8% 37,1% +1,3%

Eenzaamheid Een van de doelen van de Wmo is dat mensen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Langer thuis wonen betekent echter ook een verhoogde kans op eenzaamheid. Percentage personen van 18 jaar en ouder dat zich eenzaam voelt4 Jaar Hulst Sluis Terneuzen Nederland 2020 43,8% 52,9% 53,2% 47,0% 2022 54,7% 53,3% 55,0% 48,6% 2022 tov 2020 +11,1% +0,4% +1,8% +1,6%

2.

Maatschappelijke steunkracht

Een deel van de benodigde zorg en ondersteuning wordt opgevangen door mantelzorger en vrijwilligers. Het aandeel mantelzorgers en vrijwilligers geeft een indicatie van de mate waarin inwoners in een gemeente (een deel van) de benodigde zorg weten op te vangen binnen het eigen sociale netwerk. Mantelzorg Mantelzorg is zorg die een zorgbehoevende ontvangt van een bekende uit diens omgeving, zoals een partner, ouder, kind, buur of vriend. De zorg kan bestaan uit het doen van het huishouden, wassen en aankleden, boodschappen doen, gezelschap houden, vervoer, geldzaken regelen enzovoorts. Mantelzorg wordt niet betaald. Percentage inwoners die mantelzorg verleent5 Jaar Hulst Ref. groep gem 25000 -50000 inw 2020 14,9% 14,9% 2022 12.6% 14,5% 2022 tov 2020 -2,3% -0,4%

Sluis

15,7% 14,2% -1,5%

Ref. groep gem < 25000 inw 15,4% 14,7% -0,7%

Terneuzen

15,3% 12,6% -2,7%

Ref. groep gem 50000 100000 inw 13,9% 13,9% 0,0%

Vrijwilligerswerk Vrijwilligerswerk is werk dat in enig verband onverplicht en onbetaald voor anderen of de samenleving wordt verricht. Percentage inwoners vrijwilligerswerk verricht6 Jaar Hulst Ref. groep gem 25000 -50000 inw 2020 26% 27% 2022 25% 26% 2022 tov 2020 -1% -1%

Sluis

27% 25% -2%

Ref. groep gem < 25000 inw 29% 28% -1%

Terneuzen

26% 27% +1%

Ref. groep gem 50000 100000 inw 25% 24% -1%

3

Bron: https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/gemeentelijke-monitor-sociaal-domein/1-uitgangspositie 4 Bron: https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gemeentelijke-monitor-sociaal-domein 5 Bron: https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/gemeentelijke-monitor-sociaal-domein/2--wmo 6 Bron: https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/gemeentelijke-monitor-sociaal-domein/2--wmo 27

3.

Jeugd en gezin

Jongeren met een voorziening jeugdhulp Sinds de decentralisatie van alle zorg voor jeugd naar gemeenten hanteert het CBS het begrip jeugdzorg als verzamelnaam voor jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. De term jeugdhulp hierbinnen omvat alle vormen van hulp en ondersteuning (opvoedvragen, opvoedhulp, jeugd-lvb en jeugd-ggz) variërend van licht ambulant (vaak vanuit een wijkteam, waaronder mogelijk ook gewone opvoedvragen) tot en met intensieve, zeer gespecialiseerde zorg in een al dan niet gesloten setting (jeugdzorgplus).7 Percentage jongeren met jeugdhulp tov alle jongeren in de leeftijd tot 18 jaar 8 Tweede helft Hulst Sluis Terneuzen Nederland jaar 2021 15,1% 12,9% 20,0% 12,5% 2023 14,0% 15,7% 16,5% 11,9% 2023 tov 2021 -1,1% +2,8% -3,5% -0,6% Specifiek voorbehoud: de daling in Terneuzen betreft een administratieve aanpassing, niet een materiële daling. Aantal besluiten / indicaties per 1000 inwoners Voorbehoud!! Onderstaande gegeven aantallen voor de drie gemeenten zijn niet eenduidig. Werkprocessen en hantering meetpunten verschillen tussen de gemeenten. Binnen Hulst wordt het aantal besluiten geregistreerd, ook binnen Sluis het aantal besluiten en binnen Terneuzen het aantal indicaties. Ieder met een eigen inhoud. Aantal afgiftes Jeugd en gezin per 1000 inwoners Jaar Aantal inw 2020

2023

Aantal besluiten / indicaties Aantal/1000 inwoners

Hulst 27556 1102 40,0

Sluis

Terneuzen

23210 1459 62,8

54426 1942 35,7 54993 2157

Aantal inw

27596

Aantal besluiten / indicaties

1404

23243 987

Aantal /1000 inwoners

50.9

42,5

38,6

+27%

-32%

+8%

2023 tov 2020 Doorlooptijd

De rekenkamers konden geen eenduidige en onderling vergelijkbare weergave van doorlooptijden per toegangspraktijk opmaken. Zij troffen onzekerheid over sluitende administratie aan en interpretatievragen bij ‘wat is het startmoment en wat het eindmoment’.

4. Wmo Aantal unieke cliënten met een Wmo-voorziening

7

Bron: https://www.nji.nl/sites/default/files/2021-07/Wat-is-het-verschil-tussen-jeugdzorg-enjeugdhulp-handout.pdf. 8 Bron: https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gemeentelijke-monitor-sociaal-domein 28

De Wmo-voorzieningen worden gebruikelijk ingedeeld naar 1) ondersteuning thuis, 2) hulp bij het huishouden, 3) verblijf en opvang, 4) hulpmiddelen en diensten en 5) overig. De voorziening kan uitgekeerd worden als Zorg in natura en als Persoon-gebonden- budget. Personen kunnen gebruik maken van één voorzieningen, ook kunnen zij gebruik maken van meerdere voorzieningen, eventueel met onderscheiden uitkeringsvorm. De onderstaande score gaat uit van het aantal unieke gebruikers met één of meer voorzieningen. Aantal unieke cliënten met een Wmo-voorziening per 1000 inwoners 9 Jaar Hulst Sluis Terneuzen

Nederland

2020

47

82

56

65

2023

46

89

64

65

2023 tov 2020 -2% +9% +14% 0,0% Specifiek voorbehoud: de toename in Terneuzen wordt vooral veroorzaakt doordat de cliënten van voormalig zo-net over zijn gegaan van een collectieve voorziening naar maatwerkvoorziening. Dit is geen materiële ontwikkeling maar een administratieve correctie.

WMO voorspelmodel Vanaf 2022 is het ook mogelijk om vooruit te kijken naar het toekomstige gebruik van Wmovoorzieningen. Het Wmo voorspelmodel voorspelt het Wmo gebruik per gemeente tot vijf jaar vooruit bij ongewijzigd beleid. Deze informatie geeft meer inzicht in de ontwikkeling van het gebruik van de Wmo, en biedt sturingsmogelijkheden. Het voorspelmodel richt zich niet op de ontwikkeling van kosten per gebruiker. Score voorspelmodel10 Voorspelling 2028 tov 2023

Hulst

Sluis

Terneuzen

+14%

+4%

+6%

Aantal besluiten / indicaties per 1000 inwoners Voorbehoud!! Onderstaande gegeven aantallen voor de drie gemeenten zijn niet eenduidig. Werkprocessen en hantering meetpunten verschillen tussen de gemeenten. Binnen Hulst wordt het aantal besluiten geregistreerd, ook binnen Sluis het aantal besluiten en binnen Terneuzen het aantal indicaties. Ieder met een eigen inhoud. Jaar

Hulst Aantal inw

2020

2023

Aantal besluiten / indicaties Aantal/1000 inwoners

27556 1397 50,6

Sluis

Terneuzen

23210 1889 81,4

54426 2035 37,4 54993 3410 62,0

Aantal inw

27596

Aantal besluiten / indicaties

1407

23243 1059

Aantal /1000 inwoners

51,0

45,6

-44% +66% 2023 tov 2020 +1% Specifiek voorbehoud: de forse toename in Terneuzen wordt vooral veroorzaakt doordat de cliënten van voormalig zo-net over zijn gegaan van een collectieve voorziening naar maatwerkvoorziening. Dit is geen materiële ontwikkeling maar een administratieve correctie. Doorlooptijd

9

Bron: https://www.waarstaatjegemeente.nl/mosaic/dashboard/gemeentelijke-monitor-sociaal-domein Bron: https://wmovoorspelmodel.vng.nl/

10

29

De rekenkamers konden geen eenduidige en onderling vergelijkbare weergave van doorlooptijden per toegangspraktijk opmaken. Zij troffen onzekerheid over sluitende administratie aan en interpretatievragen bij ‘wat is het startmoment en wat het eindmoment’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=d4177897-4424-40b2-8ec9-380fee6558bf