CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

08. bijlage stikstofdepositieonderzoek

Commissie Ruimte/AB 2 september 2025, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen voor het realiseren van 14 recreatieve nachtverbijven op het perceel Kieweg 2 te Breskens2.657 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE Stikstofrapportage

Postadres: Boxmeerseweg 9 5835 AB Beugen

+316 14 85 24 54 info@derks-advies.nl www.derks-advies.nl

kvk 74263552 NL16RABO0322772796 btw NL859829893B01

bestemmingswijziging Kieweg 2 4511 RP Breskens

Titel : Bijlage stikstofrapportage Versie : 1.1 Datum : 12 februari 2025

Pagina 2 van 25

Inhoud 1.

Gegevens project.......................................................................................................................... 4 1.1

Opdrachtgever ...................................................................................................................... 4

1.2

Locatienaam ......................................................................................................................... 4

2.

Gegevens locatie .......................................................................................................................... 4

3.

Gegevens verandering ................................................................................................................. 4

4.

Emissies tijdens de bouwfase ..................................................................................................... 5

5.

4.1

Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer) ...................................................... 6

4.2

Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen).................................... 6

Emissies na ingebruikname ......................................................................................................... 7 5.1

6.

Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer) ...................................................... 7

Conclusie en afweging................................................................................................................. 9

BIJLAGE: AERIUS-bestand bouw- en aanlegfase............................................................................. 10 BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase ........................................................................................... 17

Pagina 3 van 25

1. Gegevens project 1.1

Opdrachtgever

Statutaire naam

: Vlaming & De Zeeuw

Adres

: Boulevard de Wielingen 33

Postcode

: 4506 JJ

Contactpersoon

: De heer A.B. (Bram) Verhage

Telefoon

: 0117 – 700 550

1.2

Plaats:

Cadzand Mail:

info@vlamingendezeeuw.nl

Locatienaam

Naam

: Wijzigen bestemming voor verblijfsrecreatie

Adres

: Kieweg 2

Postcode

: 4511 RP

Plaats:

Kadastrale ligging : Oostburg

Breskens Sectie:

EL Nr(s): 423, 424, 1007, 1008

2. Gegevens locatie Voor een omgevingsvergunning om een restaurant met horecabestemming te verruimen met recreatief nachtverblijf in Breskens binnen de gemeente Sluis dienen de effecten van de verbouw en het gebruik van het pand op de locatie in relatie tot het plan/project te worden onderzocht. Hiervoor is onder andere een onderzoek naar de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden nodig. In deze nota zijn de uitgangspunten en resultaten van de berekeningen van de stikstofdepositie met AERIUS Calculator vastgelegd. Het betreft hier een perceel die in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2e herziening’ een bestemming horeca heeft, bestaande uit een restaurant, parkeervoorziening, twee buitenspeeltuinen, één binnenspeeltuin en 18 minigolfbanen. Op het terrein worden in totaal 14 recreatiehuisjes toegevoegd. Dit betekent dat de locatie zowel tijdens de bouwfase als na ingebruikname in potentie emissies van NOx kan veroorzaken op omliggende beschermde Natura2000 gebieden. Op 250 meter ten noorden van de locatie ligt het Natura2000 gebied Westerschelde & Saeftinghe.

3. Gegevens verandering Het betreft een locatie gelegen nabij het strand van Breskens tussen twee recreatieparken waar initiatiefnemer voornemens is het restaurant een kwaliteitsimpuls te geven. De minigolfbanen liggen rondom het huidige restaurant en worden richting het noorden verplaatst. Nadat de minigolfbanen zijn verplaatst ontstaat er ruimte op het zuidelijke gedeelte van het terrein. Op deze locatie worden 14 recreatieve ‘duinhuisjes’ gerealiseerd. Ook komt er een nieuwe entree. Er ontstaat hiermee strijdigheid met het bestemmingsplan, omdat het maximaal bebouwd volume wordt overschreden. De extra recreatieve verblijfseenheden kunnen planologisch gerealiseerd worden door middel van een omgevingsvergunning bouw afwijkend gebruik. Pagina 4 van 25

De hoeveelheid verkeersbewegingen als gevolg van het toevoegen van de recreatieve verblijfseenheden op de locatie zal toenemen en is in de verdere rapportage afgewogen. Hierbij is voor het gebruik niet meegewogen dat de bezoekers van het hier gevestigde horecabedrijf naar verwachting gelijk zullen blijven.

4. Emissies tijdens de bouwfase De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000-gebieden aan. Op grond van artikel 2.44 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Voor een Natura 2000-activiteit is meestal een omgevingsvergunning nodig (artikel 5.1, 1e lid, sub e, Omgevingswet). De uitgebreide voorbereidingsprocedure is van toepassing (artikel 10.24, 1e lid, Omgevingsbesluit). Op grond van artikel 4.11 is de provincie het bevoegd gezag en artikel 5.29 geeft aan dat de stikstofruimte bepalend is voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Voorheen was dit in de Wet natuurbescherming geregeld. Hierin was in artikel 2.9a een partiële vrijstelling opgenomen voor bouwen en slopen van een bouwwerk en voor het aanleggen, veranderen en verwijderen van een werk. Deze partiële bouwvrijstelling is met de Porthos-uitspraak (ECLI:NLRVS:2022:3159) wegens strijd met artikel 6 Habitatrichtlijn1 op 2 november 2022 vernietigd.

Nu aanleg en bouwen onlosmakelijk onderdeel uitmaken van het project, dient onderbouwd te worden wat de effecten zijn op omliggende Natura2000 gebieden tijdens de bouw. In de Omgevingswet is dit in artikel 16.53c opgenomen. Een passende beoordeling is nodig als er bij een nieuwe of wezenlijk wijziging de kans bestaat dat een significant effect plaatsvind die de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten in het gebied een negatief beïnvloeden. Voor het bepalen van de depositieberekening in AERIUS is voor de emissies ingevolge de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator bij de bouw twee bronnen te onderscheiden. Een lijnbron van transport gelieerd aan de locatie en een vlak op de bouwplaats voor de activiteiten van het laden en lossen van producten en de aanwezige kraan. Tijdens de bouwfase van de 14 recreatieve verblijfseenheden en bijbehorende recreatie voorzieningen vinden extra emissies plaats. De verwachte bouw- en aanlegtijd bedraagt 9 maanden (39 weken). Eerst zal de verwijdering van de speeltoestellen en huidige minigolfbaan plaatsvinden met een kraan die in 8 uur de voorzieningen afbreekt en zo veel mogelijk in gescheiden fracties in containers stort om af te voeren. Dit zullen twee puincontainers zijn, drie met staal en een met restafval. Deze worden met 6 trekkers in een kwartier aangehaakt en afgevoerd.

Vervolgens vind het grondwerk plaats met een kraan of loader, waarbij in totaal 16 uur gemoeid is en een acht trekkers in een kwartier het terrein zullen aandoen voor de aan- en afvoer van grond en granulaat en/of zand. Daarna komen dagelijks gemiddeld 4 (bestel)auto’s en 2 zware r.o. 49. Op grond van het voorgaande kan de Afdeling niet anders dan tot de volgende conclusie komen: de bouwvrijstelling is gebaseerd op een niet toereikende generieke voortoets. Daarom moeten artikel 2.9a van de Wnb en artikel 2.5 van het Bnb, in onderling verband gelezen, wegens strijd met artikel 6 van de Habitatrichtlijn buiten toepassing worden gelaten.” 1

Pagina 5 van 25

bestelbussen met personeel die aanleg- en bouwwerkzaamheden verrichten. Bij de fundering (betonvloer en wanden) en de betondek (verdieping en dak op kanaalplaten) wordt in meerdere etappes beton gestort, omdat het gebouw vrijwel geheel onder de grond komt. Tijdens kanaalplaten leggen zal een kraan die dagen in werking zijn. In het totale project zal dit neerkomen op circa 12 uur. Er komen naar verwachting 25 vrachtwagens gedurende een half uur materiaal lossen of een container ophalen, waarbij pieken bestaan bij lossen van wapening/kanaalplaten en los daarvan zijn in het begin telkenmale bij de stort continue betonwagens aan het pendelen met 14 m3 beton. De grootste stort is de betonvloer die ze in een keer doen. In totaal gaat het hier om de stort van circa 350 m3 oftewel circa 14 vrachtwagens beton. Uitgaande van een gemiddelde laad- en lostijd van ongeveer driekwart uur zal gedurende de 9 maanden er 10,5 uur beton storten en met een betonwagen op het terrein worden gereden. Op de locatie zelf zijn verder behalve de kraan en vrachtwagens geen stikstof veroorzakende activiteiten.

4.1

Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer)

In de AERIUS-berekeningen zijn de rijdende voertuigen als volgt opgenomen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verkeersbewegingen die in een worstcase situatie van en naar de bouwplaats komen in de aan te vragen situatie. Hierin zijn alle transportbewegingen van het gehele project van 39 weken meegenomen. Transportbewegingen ten behoeve van bouwmaterialen, afvalstromen en bouwvakkers. Tabel 1: aantal transportmiddelen (worst-case) van en naar de bouwplaats

Licht verkeer (personenauto’s) Middel zwaar (bestelbus) Zwaar verkeer vrachtwagens

voertuigen 4/werkdag 2/werkdag 6 sloop 8 grond 25 materiaal 14 beton

Bewegingen bouwproject (39 weken) 1.560 780 12 trekker met containers 16 trekker met gronddumpers 50 vrachtwagen bouwmaterialen 28 betonstorters

De bewegingen zijn gemodelleerd als lijnbron van de bouwplaats over de Kieweg, Nieuwesluisweg, Rijksweg tot de rotonde bij de Rijksweg (N676) en zal daar opgaan in het overige verkeer. Hierbij is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor licht, middelzwaar en zwaar verkeer die in het rekenmodel AERIUS Calculator zijn verwerkt. Door hierbij uit te gaan van 10% stagnerend verkeer is niet uitgegaan van een worst-case scenario, omdat deze weg vanuit deze weg geen filevorming kent. Voor het wegverkeer is “binnen bebouwde kom, doorstromend” aangehouden, omdat het hier een goed begaanbare en overzichtelijke weg tegen het dorp betreft. De emissiefactoren voor zwaar verkeer die zijn opgenomen in AERIUS Calculator zijn gebaseerd op het gemiddelde Nederlandse vrachtwagenpark en daarmee representatief.

4.2

Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen)

De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Uitgangspunt voor de berekeningen van de stationaire bronnen binnen het bouwproject zijn gebaseerd op de invoergegevens van AERIUS calculator.

Pagina 6 van 25

In tabel 2 hieronder is de emissies (in kg/jaar) weergegeven tijdens het totale bouwproject van 39 weken die zijn gebruikt in de berekeningen in AERIUS gebaseerd op machines die voldoen aan de emissienorm voor Stage Ill, die afhankelijk van het type en vermogen van de voertuigen geldt sinds ongeveer 2006. Door de aannemer is mondeling aangegeven dat gelet op het feit dat niet alle onderaannemers en daarmee de machines die het terrein opkomen al bekend zijn, maar de ervaring leert dat ongeveer een kwart van het machinepark van voor 2006 is en dat de rest nieuwer is. De emissies van nieuwere voertuigen zijn aanzienlijk lager dan die van Stage Ill, zodat onderstaande geen onderschatting zal zijn van de feitelijke emissies. Tabel 2: mobiele en stationaire bronnen op de projectlocatie Vermogen Brandstof Machine kW (ltr/jaar)* Wielkraan sloop

125

Trekker met container Wielkraan grondwerk

Bedrijfstijd (uur/jaar) **

Cilinderinhoud (liter) ***

91

8

6,3

140

19

1,5

7,0

125

181

16

6,3

Trekker met gronddumper

140

25

2

7,0

Kraan zetwerk

80

87

12

4,0

Betonstorter

200

190

10,5

10,0

Vrachtwagen bouw

380

430

12,5

19,0

* Volgens TNO rapport 2021 R12305 wordt de volgende formule gehanteerd: Brandstofverbruik [liter/uur] = 0,25*(A*Pmax[kW] + Pmotor[kW]) waarbij de motorlast 35% is bij vollast en 4% interne verliezen bij stationair draaien. ** Volgens de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator draaien motoren ongeveer 30% van de volledige bedrijfsduur stationair gemiddeld genomen. De bedrijfstijd is de totale tijd van gebruik inclusief deze circa 30% stationair gebruik. *** De cilinderinhoud van de motor wordt in de regel uitgedrukt in liters of in cc (cubic centimer, 1.000 cc = 1 liter). Het gaat daarbij om totale motorinhoud waarbij alle cilinders worden opgeteld. Als de cilinderinhoud van het werktuig niet bekend is, dan kan deze voor werktuigen op diesel berekend worden met de volgende formule: CI (cilinderinhoud [ltr]) = V (totale motorvermogen [kW]) / 20

5. Emissies na ingebruikname Voor het bepalen van de depositieberekening in AERIUS zijn voor de emissies ingevolge de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator twee bronnen te onderscheiden. Een lijnbron van verkeer gelieerd aan de locatie en een puntbron voor eventuele emissies van verbrandingsinstallaties als een CV ketel. Voor de nieuwe recreatieve verblijfseenheden welke met een warmtepomp worden verwarmd is enkel het verkeer relevant.

5.1

Transport naar de projectlocatie (verkeer en vervoer)

In de AERIUS-berekeningen zijn de rijdende voertuigen als volgt opgenomen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verkeersbewegingen die in een worstcase situatie van en naar de projectlocatie gaan in de aan te vragen situatie. In het onderzoek zijn de emissies ten gevolge van het wegverkeer van en naar de projectlocatie beschouwd. In de nieuwe situatie is hier namelijk enkel het verkeer van en naar de 14 nieuwe recreatieve verblijfseenheden nog relevant. Voor de bestaande verkeersbewegingen is uitgegaan van de opgave van de eigenaar. Veel van de recreanten komen lopend vanuit de omliggende parken, een deel komt de met de auto. In de zomerperiode worden de 50 parkeerplaatsen 1,5 maal bezet door bezoekers en in de winter is dat minder dan de helft, gemiddeld genomen betreffen dit neer op circa 16.000 bewegingen Pagina 7 van 25

in zuidelijke richting en de andere helft via de Nieuwesluisweg tot de scherpe bocht naar 750 meter. Omdat wegens eenrichtingsverkeer het twee zijden wordt opgestuurd. Wekelijks komen er ook twee vrachtwagens om de horeca te bevoorraden of bijvoorbeeld afval op te halen ook hiervoor zijn in beide richting 100 bewegingen gemodelleerd. Voor het aantal verkeersbewegingen wat erbij komt wordt uitgegaan van de CROW 2018 waarbij in casu een vakantiehuis overeenkomstig is aan Huur, appartement, duur, categorie Rest bebouwde kom Niet stedelijk. Dit type heeft een verkeersgeneratie van gemiddeld 6 verkeersbewegingen. In een worst-case scenario is dit een toename van 14x6=84 verkeersbewegingen per etmaal. In praktijk zal de verkeersgeneratie anders zijn. Bezoekers van het vakantiehuis zijn vaak ook bezoeker van de dagrecreatie, recreëren veel op de locatie en het naastgelegen strand waardoor 6 keer op en neer rijden per dag niet standaard zal zijn. Voor de 14 huisjes geldt derhalve een verkeergeneratie van 84 verkeersbewegingen per etmaal. Voor de bepaling van de effecten van de 14 nieuwe recreatieve verblijfseenheden op de stikstofdepositie is de beoogde situatie onderzocht met de worst-case situatie van jaarrond 84 bewegingen/etmaal en uitgaande van het feit dat deze allen niet elektrisch, maar op brandstof rijden. Als rekenjaren is het jaar 2024 gehanteerd.

Het geplande jaar van in gebruik name. Tabel 3: aantal bewegingen na in gebruik name

Licht verkeer (personenauto’s)

Bewegingen 84/dag

Bewegingen project (jaar) 30.660

De bewegingen zijn gemodelleerd van de projectlocatie richting het zuiden naar de Langeweg, waar het verkeer remt vanwege de voorrangsweg en weer opgaat in het overige verkeer. Omdat de bewegwijzering van de dagrecreatie zo is aangegeven wordt dit de meest voorkomende route. Hierbij is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor licht verkeer die in het rekenmodel AERIUS Calculator zijn verwerkt.

5.2

Emissiepunten vast opgestelde verbrandingsmotoren (stookinstallaties)

Zoals hiervoor aangegeven hoeft voor de nieuwe gasloze vakantiewoningen geen emissie te worden gehanteerd (ECLI:NL:RVS:2023:3845). In de instructie gegevensinvoer voor AERIUS wordt bij stookinstallaties waar de installatie niet is bemeten verwezen naar de ABees Excel-applicatie van IPLO om te bepalen wat de emissiekentallen zijn. Deze module verwijst naar de emissie-eisen op grond van §4.126 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Hierin is voor aardgas gestookte ketels een norm opgenomen van 70 mg/m3. Voor het bepalen van het rookgasdebiet kan ingevolge de Handleiding Meten van luchtemissies de volgende formule worden gehanteerd: ((P [kW] / 1.000) * 3.600) / 31,65 [MJ/m3] * 9,0 [m3 rookgas/m3 aardgas]. Waarbij P het vermogen van de ketel is. Het aardgasverbruik van afgelopen 3 jaar is gemiddeld 8.789 m3/jaar, wat gelijk staat 79.101 Nm3 rookgas en met bovenstaande flux uitkomt op 5,54 kg NOx per jaar.

Pagina 8 van 25

6. Conclusie en afweging Uit de AERIUS berekeningen blijkt dat bij de bouwfase het projecteffect niet relevant is. Bij de gebruiksfase neemt het projecteffect bij het beoogde gebruik niet toe door het toevoegen van de recreatieve verblijfseenheden. Uit de berekening van de beoogde situatie van de toevoeging van de 14 recreatieve verblijfseenheden blijkt de stikstofdepositie op omliggende gebieden nihil en daarmee ook geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten en daarom is een omgevingsvergunning als bedoelt in artikel 5.1, 1e lid, sub e van de Omgevingswet voor beide fasen dan ook niet noodzakelijk.

Pagina 9 van 25

BIJLAGE: AERIUS-bestand bouw- en aanlegfase

Pagina 10 van 25

Pagina 11 van 25

Pagina 12 van 25

Pagina 13 van 25

Pagina 14 van 25

Pagina 15 van 25

Pagina 16 van 25

BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase

Pagina 17 van 25

Pagina 18 van 25

Pagina 19 van 25

Pagina 20 van 25

Pagina 21 van 25

Pagina 22 van 25

Pagina 23 van 25

Pagina 24 van 25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=497539f6-cc4b-4a33-b9dc-85f1463f0b37