08-06 - Beleidsplan Kindvoorzeiningen - Bijlage 6 Inspraakreactie indiener zienswijze 2.pdf
Tekst van het document
Bij deze wil ik alvast laten weten dat ik interesse heb in het deelnemen in een oudergroep.
Doel(groep) beleidsplan Wat ik uit het beleidsplan opmaak is, dat de “ervaren gezamenlijke verantwoordelijkheid” in hoofdstuk 5 de reden is waarom dit document er nu ligt. Dit kader zou dan ook mijns inziens niet pas in hoofdstuk 5 genoemd moeten worden maar vrij snel na een inleidend stuk. De lezers van dit beleidsplan zullen erbij gebaat zijn om de focus scherp te houden. Er is dan ook mijns inziens nergens in dit document SMART benoemd noch gekwantificeerd wat er nu eigenlijk bestreden/voorkomen moet worden → Wat is feitelijk het probleem? Hoeveel kinderen hebben een onderwijsachterstand / blijven zitten / verlaten school? Oftewel: waarvoor dient dit gehele plan nu echt? In de titel van paragraaf 5.1.1 wordt de doelgroep weer tot 18 jaar beschreven, maar in noot 22, wordt dat weer ontkracht middels de opmerking: “Aangezien de betrokken partijen zich richten op de kinderen in leeftijd tussen 0 en 12 ligt daar de focus. De leeftijd van 12 tot 18 wordt hier buiten beschouwing gelaten.” Pas de titel aan van deze paragraaf, dit beleidsdocument heeft ook in de titel enkel “kinderen van 0 tot 12 jaar” staan. Context waarin dit document geschreven is: COVID-19 Het verbaast mij enigszins dat de impact van de pandemie en de bijbehorende maatregelen niet genoemd worden in dit document. Ik vermoed dat die impact zeker nog zal reiken tot 2024 voor kinderen, direct dan wel indirect.
Denk aan uitdaging via sociaal onbekende situaties voor kleine kinderen (eenkennig). Dat mag wat mij betreft meer expliciet benoemd worden, want het is toch van invloed op het kader waarbinnen geopereerd wordt. Deze pandemie tijd lijkt voor ons volwassenen een kort deel van ons leven, maar voor kinderen zijn de eerste levensjaren vormend voor hun zelfbeeld, gedrag en karakter. De komende jaren is het van belang dat hier voldoende aandacht voor is. Signalering van onwenselijke situaties is daarnaast nu ook nog eens vele malen lastiger door alle corona maatregelen (minder social controle), maar des te meer noodzakelijk. Op pagina 4 staat “landelijke ontwikkelingen” in de eerste zin van paragraaf 1.2. Mijns inziens zou de impact van covid-19 hier best benoemd mogen worden. Daarbij heb ik dan vragen als: • Groeit het aantal kinderen? • Zijn de bezoekjes aan consultatieburo door het inkorten, minder frequent te doen nog voldoende kwalitatief om een waarheidsgetrouw beeld te schetsen van een kindje? • Onrust bij ouders over sluiting opvang/school. Zeker als vervolgens in paragraaf 3.1 de volgende ambitie gesteld wordt: “Eventuele achterstanden of zorgvragen worden in een vroeg stadium gesignaleerd en opgepakt.
Daarbij geldt dat de leeftijdscategorie van 0-4 jaar van groot belang is om achterstanden in de ontwikkeling te signaleren en terug te dringen, zoals bij taalontwikkeling, hechtingsproblematiek en gedragsproblemen.” In paragraaf 5.1.2 wordt geschreven: “[...] zijn de jeugdconsulenten vanaf 2019 wekelijks een x aantal uren aanwezig op de scholen.” Dat is in de praktijk niet zo vanwege Covid-19. Beschrijf dan ook zoals het is: "Er kan een afspraak gemaakt worden voor een gesprek op school."
Zienswijze van een ouder op beleidsplan Kindvoorzieningen: publicatie week 12 2021
Referentiekader van beleidsplan Als er verwezen wordt naar andere documenten/mensen/instanties, dan is het voor een lezer meer waardevol om daar gelijk naar toe te kunnen klikken via een hyperlink, zoals voor (niet limitatief): • Beleidsplan Sociaal Domein → op pagina 3, noot 4 en 25 • Visiedocument ‘Krachtig Verbonden’ → op pagina 3, noot 6, • ‘Transformatieplan Jeugd Zeeland.’ → op pagina 3, noot 3, 7 en 25 Welk document is dit (onvindbaar via google)? Naam is niet overal in het beleidsplan exact hetzelfde. • Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) → op pagina’s 3 (voetnoot), noot 28 Als hiermee VVE bedoeld wordt, dan graag een link naar de rijksoverheid informatie en/of Hoofdstuk 1, Titel IV, afdeling 10 van de wet op het primair onderwijs. • Coalitieakkoord 2018 → noot 2 en 24 • Jeugdwet → op pagina 4, noot 8, • René Peeters (Wie is dit? Wat is zijn rol/functie?) → op pagina 4 • Landelijke Kopgroep voor kindcentra → op pagina 4 • Rapport "Investeren in mensen" → op pagina 4, 5, noot 9, 10, 11 De naam van het rapport “Investeren in mensen” en de organisatie daarachter “Toekomst van de Arbeid” worden door het beleidsplan niet uniform gebruikt.
• Wet Kinderopvang → op pagina 6 • Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie → op pagina 9 • Wet Primair Onderwijs → op pagina 6 • Het samenwerkingsverband → op pagina 6, 8, 9 en 12 Welk samenwerkingsverband wordt hiermee bedoeld? Onderaan pagina 8 staat “De schoolbesturen binnen het samenwerkingsverband”. Wordt hiermee nog andere schoolbesturen dan die van Scoba en Escalda bedoeld? Hoe dan ook, het vermelden van de namen: "Scoba”, “Escalda", etc etc lijkt mij beter. • Kernteamoverleg Wat dient dit en wie nemen deel? → op pagina 15 • Lokale Educatieve Agenda Wat houdt dit in? → op pagina 15 • Verbeterplan Jeugd Wat houdt dit in? → op pagina 16 • Meldcode / HGKM → o.a. in paragraaf 5.1.2, noot 26 Als hiermee Meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling bedoeld wordt, dan graag een link • Verwijsindex / VIRZ Wat houdt dit in? → in paragraaf 5.1.2 • Observatiegroep Wat houdt dit in? → in paragraaf 5.1.2, tabel in hfdst 6 • NT2 kinderen → in paragraaf 5.1.2 • Kamerbrief: Investeren in onderwijskansen → noot 27 • Werkwijze Handle with Care → noot 26 • Binnen- en buitenschools leren.
Wat houdt dit in? → in paragraaf 3.1 & 5.1.3 • Integraal leren Wat houdt dit in? → in paragraaf 5.1.3 Wordt met deze 2 vormen van ‘leren’ niet hetzelfde bedoeld? • Combinatiefunctionarissen → in paragraaf 5.1.3 Wat en wie zijn dit? Welke functionarissen binnen welke organisaties? • Jeugdfonds Sport en Cultuur → in paragraaf 5.1.3 • Cultuur- en sportmenu’s van Tijl Clement. → in paragraaf 5.1.3 Moet dit niet "Cultuureducatie Zeeuws-Vlaanderen" zijn? • Beleidsmedewerker zorg → in tabel in hfdst 6 Dat is geen functionaris zoals benoemd in de CAO kinderopvang. Waarom zou dit door KOZV betaald moeten worden en dus door alle KOZV klanten? • Project JOGG Wat houdt dit in? → in tabel in hfdst 6 Natuurlijk is het een optie om steeds een link in een voetnoot te zetten, wat ook wel her en der door het document gepoogd is. Hierdoor kan iedere lezer er gemakkelijk zelf meer achtergrondinformatie op naslaan. Dat maakt het wel waardevoller t.b.v. bijvoorbeeld het indienen van een zienswijze. Zienswijze van een ouder op beleidsplan Kindvoorzieningen: publicatie week 12 2021
Zienswijze m.b.t. SMART document Ook in dit document is het aan te raden extra aandacht te hebben voor e.e.a. SMART te beschrijven: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdsgebonden. Met name de doelen beschreven onderaan pagina 16 / paragraaf 5.1.2 zijn daarbij belangrijk. Deze niet voldoende tijdsgebonden, want de eerste 3 doelen zijn in tegenwoordige tijd geschreven en de doelen daarna in voltooide / verleden tijd. Enkele voorbeelden daarvan zijn: • Op een aantal plaatsen in hoofdstuk 1 wordt de term stakeholders en zelfs hun achterban gehanteerd. Het is niet volledig duidelijk wie dit zijn: beschrijf bijvoorbeeld naam, functie, organisatie. • In paragraaf 1.1 en 5.1.1 maar ook in andere documenten/informatie/webcast besturenfusie wordt gesproken over “warme overdracht” → Wat betekent dat? Warm is namelijk een temperatuur, geen feit of situatie. Het lijkt mij dat een kind veel meer gebaat is bij het juist in kaart brengen van zijn/haar situatie/problematiek en diens gedrag/respons daarop i.c.m. de impact daarvan op de thuissituatie? Ik zou kiezen voor “waarheidsgetrouwe overdracht”, want een overdracht die de werkelijke situatie waarheidsgetrouw beschrijft, lijkt mij meer zinvol. • In de laatste zin van de 2e alinea van paragraaf 1.2 (3e zin pagina 5) staat “bijdraagt aan”.
Als een bijdrage gesteld wordt, dan is het aan te raden te beschrijven hoe wordt deze bijdrage gemeten? Is dit bijvoorbeeld t.o.v. de uitgaven/kosten van de speelleerschool? • Op pagina 7 staat in de 2e alinea “daadwerkelijk te bereiken”. Het is niet duidelijk wat dit concreet inhoudt: Wat gaat de gemeente daartoe doen? Zie verdere uitwijding verderop in dit document. • In paragraaf 2.1.2 staat voorlaatste opsommingsteken (pagina 8): “- Integrale hulp [...] multiproblematiek” Het is niet duidelijk wat dit concreet inhoudt: Wat gaat de gemeente daartoe doen? Zie verdere uitwijding verderop in dit document. • Een aantal van de opgesomde punten in paragraaf 3.1 (pagina 10) zijn onvoldoende SMART. Met name bij afspraken, evaluatie, reflectie is SMART maken van groot belang. Zie verdere uitwijding verderop in dit document. • In paragraaf 3.2 uitgangspunten staat bij het eerste opsommingsteken “het hebben goede verbindingen” dat is foutief geschreven en niet SMART, want ‘hebben’ is een momentopname en ‘verbinding’ is niet specifiek. “Het samenwerken binnen de kaders van wet- en regelgeving” kan wellicht een betere woordkeuze zijn. • Bij de doelen in paragraaf 5.1.2 staat “we zetten logopedie in”.
Dat is een zeer specifieke beroepsgroep, is die van voldoende omvang in gemeente Sluis om dit doel te kunnen faciliteren (realistisch)? Zo niet, wordt het wel een erg makkelijk excuus om achteraf te zeggen: "is niet gerealiseerd want er waren te weinig logopedisten door langdurige afwezigheid beschikbaar." • In de tabel in hoofdstuk 6 staat “Samenwerking opzetten met Jeugdfonds [...]” → Duidelijk niet Specifiek, noch Realistisch (SmaRt), want hoe kan een samenwerking opgezet worden als alle inzet nog nader te bepalen is? • Wat wordt in hoofdstuk 6 bedoeld met “Bestrijding onderwijsachterstanden in peutergroepen in aansluiting onderwijszorg/ versterken VVEaanbod”? Wat valt hier nu concreet onder? VVEindicaties / Uk & Puk programma's? Hoe wordt het geld verdeeld? obv kindaantal per kern? • In hoofdstuk 7 staat “[...] hebben we het volgende afgesproken:” → wie is we? • Als laatste zin: “Waar besluiten moeten worden genomen die voorbehouden zijn aan de besturen, worden deze voorzien van een advies ter instemming of ter goedkeuring.” Wordt hier bedoeld de KO/PO besturen resp. OC/MR? Zo ja, beschrijf expliciet!
Zienswijze van een ouder op beleidsplan Kindvoorzieningen: publicatie week 12 2021
Kosten / gemeentelijk apparaat In de laatste zin van paragraaf 4.2.1 (pagina 13) staat: “Zo [...] wordt het personeel ondersteund in het volgen van scholing.” Op grond waarvan moet gemeente Sluis dit ondersteunen? De scholing van pedagogisch (beleids)medewerkers en coaches is toch een wettelijke plicht van de houder van een kindercentrum met VVE, op grond van Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie? Indien dit wel voor rekening van gemeente Sluis dient te komen, lijkt het mij zinvol/eerlijk dit in deze paragraaf expliciet te benoemen. En zo ja, hoe monitort gemeente Sluis dan de uitgaven daarvan door KOZV, geen weglek naar de 2 andere gemeentes? Noot 18 in paragraaf 4.2.1 vermeld “Subsidieregeling peuterwerk en VVE 2020” → Hoeveel bedraagt die en waaraan is die uitgegeven? → Is het antwoord daarop te vinden in de financiële verslaglegging over 2020? In paragraaf 4.2.3 wordt geschreven over “bijdrage vanuit de regiodeal.” Wat is deze bijdrage en wie financiert deze? Wordt er ook getoetst of er in andere kernen dan Aardenburg, Cadzand, Eede en Sluis” uitstroom (naar België) is en deze bijdrage niet over meer kernen verdeeld moet worden? Als de gemeente zo hard inzet op het behouden van kinderen in de gemeente, waarom komt er dan niet meer aandacht voor het kunnen behouden na hun middelbare school (met name huisvesting voor starters)? In paragraaf 5.1.2 staat “De
kwaliteit van de VVE zal in de toekomst verder verhoogd worden door de inzet van HBO’ers op deze groepen.” Dit klopt niet, er komen geen HBO'ers op deze groepen. Deze rol is bedoeld om de pedagogische medewerkers op de groepen te coachen en niet om 'op de groep' als beroepskracht ingezet te worden. In artikel 1.50 van de wet kinderopvang wordt in lid 2 verwezen naar een algemene maatregel van bestuur voor de opleidingseisen. Deze wordt beschreven in artikel 6 van het besluit kwaliteit kinderopvang en in Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Waarin ook weer wordt verwezen naar artikel 7 van regeling wet kinderopvang. Waarin doorverwezen wordt naar de CAO. Pas de tekst aan naar: “De kwaliteit van de VVE zal in de toekomst verder verhoogd worden door de inzet van HBO’ers die de pedagogisch medewerkers op de groep zullen coachen.” In hoofdstuk 6 wordt hieraan zelfs nog een additioneel budget van de gemeente toegekend van € 16.000 → Op grond van welke plicht betaalt gemeente hier aan mee? Er wordt in hoofdstuk 6 geschreven over meldcode. De Meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling is toch al enige tijd verplicht? Is het een digitale invulling van / aanvulling op ...? Nu leest het alsof het geen prioriteit heeft gekregen bij gemeente Sluis.
Zo ja, dan ook de tekst bij noot 26 aanpassen naar: “Er is in 2020 pas gestart met [...] de meldcode.” en in hoofdstuk 6: “Implementatie meldcode” specifieker maken. In hoofdstuk 6 staat: “Het houdt ook in dat wanneer de gelden [...] moeten worden terugbetaald.” Juist bij een overschot aan VVE-budget, verrast het mij dat er weinig VVE-indicaties worden gegeven, vanwege de ‘administratieve rompslomp’ of zelfs ‘financieel nadelig voor de ouder’, als informatie gegeven door houders aan ouders. De tekts zou hierop best als volgt aan te passen zijn: “Mede daarom is het van belang om te bewaken dat het OAB-budget correct verantwoord wordt, maar zeker ook voldoende benut wordt ter ondersteuning van VVE-indicaties.” In hoofdstuk 6 wordt geschreven over een budget van EUR 5.000 voor partnerschappen in kernen. Dit is niet SMART gemaakt, bijvoorbeeld d.m.v. een verdeling o.b.v. kind-aantal per kern. Hoe om te gaan met kernen zonder KO/PO? De kosten van de startgroepen zouden enkel verhaald moet worden bij de school in dat betreffende dorp. De startgroep is er ter instandhouding van de betreffende school, zeker zolang gemeente Sluis het faciliteren van starterswoningen zo laag op de prioriteiten lijst heeft staan. Waarom zouden ouders in kernen zonder KO/PO zoals Waterlandkerkje, Hoofdplaat, etc moeten meebetalen aan de gratis kinderopvang langs de grens? Dat is nu wel de praktijk.
Zienswijze van een ouder op beleidsplan Kindvoorzieningen: publicatie week 12 2021
M.b.t. rol ouders in relatie tot dit beleidsplan Op pagina 10 wordt er gesteld:” ❖ Ouders hebben een sterke rol en worden gezien als gelijke gesprekspartners van de organisaties. ❖ Samenwerking met ouders als gelijkwaardige partners is noodzakelijk om onze ambities te bereiken.” Dit is er momenteel enkel versnipperd: MR per primair onderwijs, oudercommissie per kindercentrum, etc.. Dit zou op een gemeente breed niveau waardevol zijn. Welke ideeën zijn er al binnen gemeente Sluis om dit op een andere en aannvullende manier vorm te geven? Of wordt hiermee bedoeld dat ouders deelnemer zijn in het kernteamoverleg of de oudergroep(en) genoemd op pagina 17? Of de “feedback te organiseren” genoemd op pagina 20? Daarnaast zou het voor alle ouders in gemeente Sluis waardevol zijn te weten welke formele inspraakopties zij hebben m.b.t.: - Kinderopvang: Artikel 1.60 Wet kinderopvang (per kindercentrum/dorp) - Scholen: Wet medezeggenschap op scholen Ik zou dan ook willen aanraden om hiernaar te verwijzen in het beleidsplan, maar daarnaast ook MR en OC leden als eerste benaderen bij “het opzetten van een oudergroep, zoals genoemd op pagina 17”. Zij hebben een wettelijke advies- of inspraakrecht. Dat kan dan ook de inzet zijn van de scholen en KOZV zijn om MR en OC aan te dragen als participant in een oudergroep.
Aangezien in hoofdstuk 1 de term stakeholders en zelfs hun achterban wordt gehanteerd, zou ik verwachten dat GMR en oudercommissies betrokken zijn geweest bij het opstellen van dit beleidsplan. Voor oudercommissies inzake adviesrecht voorschoolse educatie, kan ik stellen: dat is niet gedaan. De betrokken stakeholders zou ik volledig duidelijk beschreven willen zien: beschrijf bijvoorbeeld naam, functie, organisatie, etc. In paragraaf 5.1.1 staat er “In dit systeem moet ruimte zijn voor een zogenoemde ‘warme overdracht’ tussen de organisaties waarin positieve zaken en knelpunten van ieder kind besproken worden tussen de oud-mentor en de nieuwe klassendocent.” → Een heel belangrijke, maar niet beschreven aspect hiervan is: heeft de ouder hiertoe toestemming gegeven en is deze overdracht vooraf door oud-mentor met ouders besproken en door ouders geaccordeerd om te delen met de nieuwe klassendocent? Zo nee, dan kan dit ‘warme overdracht’ gesprek enkel plaatsvinden in het bijzijn van de ouder! De laatste zin van die alinea zou dan ook beter aangepast worden naar: “De behoeften van het kind en zijn/haar ouders/voogd vormen steeds het uitgangspunt.” In paragraaf 5.1.2 staat voor het eerst “thuissituatie” benoemd. Goed dat dit, naast ontwikkelingsachterstand, benoemd wordt als mogelijke reden voor een VVE indicatie.
Want niet iedere thuissituatie is zo gelukkig, nooit pech gehad te hebben (doordenkertje). Daarnaast wordt in paragraaf 5.1.2 een “observatiegroep” benoemd. Wat houdt dat in? Wie gaat wat doen en wat is de rol/betrokkenheid van ouders hierin? In paragraaf 5.1.3 wordt verbindingen leggen met dorpsraden benoemd, maar die hebben geen formeel adviesrecht, waar medezeggenschapsraden dat hebben voor de school en oudercommissies voor de kinderopvang → pas tekst aan naar: “We zetten in op verbindingen leggen met medezeggenschapsraden, oudercommissies en eventueel nog dorpsraden om de positie van de kinderopvang en de school in de kernen te versterken.”
Zienswijze van een ouder op beleidsplan Kindvoorzieningen: publicatie week 12 2021
M.b.t. rol (kleuter)leerkrachten in relatie tot dit beleidsplan Op pagina 5 staat “- Achterstanden bij kinderen worden ingehaald voor ze voor het eerst naar school gaan” Het lijkt mij zinvol om het oordeel van de kleuter leerkrachten in gemeente Sluis omtrent achterstanden te peilen. Vinden zij dat er voor sommige kinderen wel/meer VVE indicatie gegeven had moeten worden? Die vraag is gerust te stellen over de afgelopen 2 jaar, daartoe hoeven zij geen privacy te schenden. Op pagina 7 wordt geschreven over “○ De organisatie van een doorlopende leerlijn”. Ik hoorde in de webcast van de besturenfusie PO Zeeuws Vlaanderen dat er gekeken wordt naar de mogelijkheid om voorschoolse (peuters) en vroegschoolse (kleuters) educatie meer met elkaar te laten ‘optrekken’. Hoe wordt dat georganiseerd in kernen met nog meer dan 1 school (Oostburg, IJzendijke)? Hoe wordt het voorschoolse aanbod daarop afgestemd of krijgen de vroegschoolse leerkrachten extra facilitering daartoe? Of hebben de kinderen in die kernen ‘pech’ dat het niet gefaciliteerd kan worden? In paragraaf 4.2.3 staat “Bij de evaluatie van begin 2020 is opgemerkt dat ouders, kinderen en medewerkers tevreden zijn over de werkwijze.” Welke medewerkers betreft dit? Hopelijk die van kleuterleerkrachten.
Want ik acht het niet van belang wat een pedagogisch medewerker van KOZV hiervan vindt? Hij/zij krijgt door een positief oordeel over de startgroep toch enkel meer werkgelegenheid.... Dus hun evaluatie kan nooit gezien worden als een onafhankelijk oordeel. Het is wel van belang wat de ervaringen van de kleuter leerkracht zijn in deze 4 kernen! Blijft het kindaantal op peil, komen ze zonder achterstand naar groep 1, etc? In paragraaf 5.1.1 wordt geschreven “Men moet elkaar kunnen vinden en stappen durven te zetten. De behoeften van het kind vormen steeds het uitgangspunt.” → beschrijf hoe dit wordt gefaciliteerd aan de leerkrachten die hiervan afhankelijk zijn?
Zienswijze van een ouder op beleidsplan Kindvoorzieningen: publicatie week 12 2021
Inhoudelijke opmerkingen Met betrekking tot noot 2 op pagina 3: Wat is het beoogde doel van “startgroepen voor kinderen vanaf 2 jaar stimuleren.”? Dat is mijns inziens onvoldoende duidelijk beschreven. Een aantal vragen die bij mij op komen zijn: • Wat is de behoefte van ouders? • Hoeveel kinderen maken hoe vaak gebruik van VVE op een startgroep? • Wat is de samenstelling van de leeftijd op die groep? • Waarom is er zoveel focus voor de startgroepen en zo weinig voor de lokaal geboren doelgroepkinderen middels een VVE-indicatie? Er zijn namelijk ouders die er voor kiezen hun peuter niet naar een zoals zij dat zeggen "knippen en plakken" les laten gaan. Als deze kinderen dan vervolgens in een relatief grote kleuterklas komen, zijn ze de routine en autoriteit van een leerkracht niet gewend. Waarom daarvoor niet meer aandacht? Met betrekking tot pagina 3: “Er wordt aangegeven dat preventie meer aandacht verdient [...]” hierbij mag zeker in deze pandemie tijd wel expliciet benoemd worden wat de verhoogde risico’s zijn door de Corona maatregelen (verminderde sociale controle etc). Kijk maar naar de landelijke aantallen qua kindermisbruik, gemiste uren onderwijs, etc. Met betrekking tot pagina 3: “worden de doelstellingen ‘we zetten de jeugdhulp in, zo dicht mogelijk in of bij de thuissituatie’ en ‘in Sluis heeft iedereen recht op een veilige (thuis)situatie’”.
Mijns inziens zou hier best mogen staan “op een veilige, stabiele en betrouwbare (opgroei)situatie’” Immers, denk maar aan 1-ouder gezinnen of co-ouderschap, daar hebben ouders bij het creëren van stabiliteit namelijk met meer/andere bemoeilijkende/'verstorende'/'onvoorspelbare' factoren te maken. Deze hebben mogelijk niets met veiligheid te maken, maar kunnen het wel lastiger maken voor een alleenstaande ouder om zaken te regelen / kind te bieden. Maar daarnaast hebben kindercentra, scholen en gemeenten ook een plicht om een (brand)veilige situatie ter beschikking te stellen voor KO/PO. Dat is niet altijd het geval (geweest) → brandveilig gebruiksvergunningen. De regel daar staat “Daarnaast wordt ook in het beleidsplan de noodzaak” wordt daarmee bedoeld Beleidsplan Kindvoorzieningen of Beleidsplan Sociaal Domein? Met betrekking tot pagina 3, laatste zin: “In de gemeente Sluis zijn alle peutergroepen VVE-groepen, waardoor alle peuters in de gemeente gebruik kunnen maken van dit kwalitatief sterke aanbod”. Die keuze blijft aan ouders of ze dat doen. Die keuze kan en zal vaker (ja werkeloosheid zal stijgen) niet gemaakt worden, puur vanwege het financiële plaatje. Zeker als er ouders geadviseerd wordt geen VVE-indicatie te krijgen omdat ze dan goedkoper uit zullen zijn.
Ja dat gebeurt! Mijns inziens is enkel het aanbieden niet genoeg: monitor hoe veel kinderen er gebruik maken van VVE en hoe vaak. Dat lijkt mij een rol voor de GGD al dan niet i.c.m. KOZV. Iets verder op pagina 4 staat: “neemt wethouder Werkman deel aan” wat houdt deze deelname in nu concreet in? Waaraan besteedt hij zijn tijd? Laatste zin op pagina 4: “‘speelleerschool’, waarin kinderen tussen 1 en 4 jaar een programma volgen”. Hoe zinvol is het om dit voorbeeld te noemen in een plan 2021-2024, want "Over de financiering na 2022 zijn nog geen concrete bedragen bekend"? Dit is geen relevante 'bouwsteen' om te noemen voor de periode 20212024, de waarschijnlijkheid dat dit binnen die termijn gerealiseerd wordt, is minimaal. Op pagina 5 staat een ogenschijnlijk mooi verhaal over inkomensafhankelijke bijdrage, maar is van weinig toegevoegde waarde: Het 2021 minimumloon is EUR 1.684,80 per maand. 130% van het minimumloon is in 2021 een jaarloon van EUR 28,385.51. Hoeveel ouders in de gemeente Sluis vallen in die doelgroep? En hoeveel daarvan hebben Zienswijze van een ouder op beleidsplan Kindvoorzieningen: publicatie week 12 2021
momenteel geen VVE indicatie? Oftewel hoe groot is deze doelgroep en de behoefte? Bij dat inkomen heeft men al 96% kinderopvangtoeslag in 2021. Dus deze vorm van opvang kost hen dus momenteel ook maar slechts: 16 uur per week / 52 weken per jaar kost dan slechts 4% * 16 * 52 / 12 * EUR 8,46 = EUR 23.46 per maand. Ik vermoed dat door deze ‘constructie’ in dit beleidsplan het wellicht nog gemakkelijker zal worden voor KOZV om het uurtarief te verhogen tot boven maximum uurtarief voor de kinderopvangtoeslag. Op pagina 5 bij noot 10 wordt verwezen naar Investeren in mensen en in dat rapport staat: • Op pagina 14: "Alle kinderen van 1 tot 4 jaar kunnen 832 uur per jaar (zestien uur per week) naar de speelleerschool" --> 52 weken per jaar, 4 ochtenden per week van 4 uur. • Op pagina 33: "Kinderen tussen 1 en 4 jaar gaan zestien uur per week naar de speelleerschool (die voor deze groep onder de regelgeving valt van de huidige Wet KO). Ouders betalen een inkomensafhankelijke eigen bijdrage, die nul euro bedraagt voor ouders met een inkomen dat lager is dan 130 procent van het minimumloon." [...] "Jonge kinderen, tussen 1 en 4 jaar, gaan zestien uur per week samen naar de speelleerschool." • Op pagina 34: "Jonge kinderen gaan standaard naar de speelleerschool." • Op pagina 35: "Deze kindcentra zijn in principe het hele jaar open.
De kindcentra worden direct bekostigd door de overheid, waarbij ouders een (inkomensafhankelijke) bijdrage verschuldigd zijn voor extra ingekochte opvang. De keuzevrijheid voor ouders blijft; de kinderopvangtoeslag aan ouders verdwijnt en wordt vervangen door een vorm van directe financiering." Dit is voor mij niet duidelijk te interpreteren: is het 16 uur per week gratis en meer uren dan 16 per week zijn inkomensafhankelijk? of een andere variant? Het klinkt allemaal heel mooi, maar het voordeel voor de ouders is minimaal, zeker in situaties waarbij je meerdere kinderen hebt en de schooltijden niet op de speelleerschool-tijden aansluiten (is nu ook niet zo KDV en PO). Zeker als er in je woonplaats geen school/KDV meer is (Hoofdplaat, Waterlandkerkje, Zuidzande, Sint Kruis, etc.) Tel daarbij op: gratis opvang door familie.... het gebruik zal minimaal zijn, tenzij het aanbod ook echt waarde toevoegt EN praktisch is voor ouders. Analyseer bijvoorbeeld hoeveel gebruik er gemaakt wordt van de 3e, 4e en 5e gratis ochtend op de startgroep in Aardenburg? Hoeveel gebruik wordt er gemaakt van de startgroepen door de niet-werkende ouders? Wat gebeurt er dan met de VVE indicaties? Gegeven door KOZV (niet onafhankelijk)? Maken die de gehele speelleerschool gratis? Op pagina 7 staat in de 2e alinea “daadwerkelijk te bereiken”.
Dit is niet SMART beschreven, want het is niet duidelijk wat dit concreet inhoudt: Wat gaat de gemeente daartoe doen? Die ene vraag die ouders op het consultatiebureau krijgen of het kind naar de opvang gaat, dekt niet de lading. KOZV (enige aanbieder VVE, geen concurrentie) noch GGD mag informatie delen over welke peuters er wel/niet en hoe vaak VE genieten. Dus hoe zorgt de gemeente ervoor dat deze ouders bereikt worden? Dat lijkt mij enkel vanuit GBA te kunnen, toch? Een mogelijkheid kan zijn het versturen van een brief zoals die van RBL voor bijna 4-jarigen. Maar een andere mogelijkheid is als de gemeente een enquete onder ouders houdt over de invulling van de speelleerschool. Hierbij dient aandacht te zijn voor de valkuil dat KOZV een Zeeuws Vlaams brede aanpak zal willen, maar dat kan wellicht niet aansluiten op de behoefte(n) van gemeente Sluis. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar: - het wel aanwezig zijn van concurrentie in gemeente Hulst: (goedkopere Fox Kidz opvang, wel eigendom KOZV), - het specifieke aanbod voor KDV voor zorgmedewerkers (wie gaat dat betalen?). In gemeente Terneuzen zijn er wellicht veel meer VVE indicaties (NT2) door expats werkend voor de grote bedrijven in de kanaalzone.
Oftewel: hoe gaat gemeente Sluis bewaken dat KOZV een aanpak voor gemeente Sluis gaat maken en niet alles over 1 kam zal scheren? Wie gaat die meerkost voor die gemeentespecifieke aanpak betalen? Ouders bovenop het maximum uurtarief voor kinderopvangtoeslag? Zienswijze van een ouder op beleidsplan Kindvoorzieningen: publicatie week 12 2021
Op pagina 7 staat “○ Het vaststellen welke kinderen...”. Aangezien VVE-indicaties momenteel worden gegeven door GGD/consultatieburo, verbaast het mij dat GGD hier niet genoemd wordt als overleg partner. De signalerende functionaris wordt zo ‘buiten spel gezet’. Op pagina 7 wordt gesproken over “Daarnaast zijn gemeenten en de bevoegde gezagsorganen van de scholen en de kinderopvang verplicht om ten minste jaarlijks overleg te voeren over: “. Aangezien ouders op pagina 10 worden genoemd als “hebben een sterke rol”, “gelijke gesprekspartners van de organisaties” en “gelijkwaardige partners”, zou ik willen adviseren om notulen van een dergelijk overleg via een online publicatie te delen met ouders. Op pagina 8 in paragraaf 2.1.2 staat een opsomming: - bij het 4e opsommingsteken: “- [...] hun verantwoordelijkheid te dragen voor de opvoeding en het opgroeien van jeugdigen;” Het enkel benoemen van de “verantwoordelijkheid te dragen” klinkt erg juridisch en niet ‘warm’. Mijns inziens is een betere woordkeuze: "juist te handelen bij moeilijke situaties die bij het opgroeien en opvoeden van jeugdigen kunnen voorkomen." - voorlaatste opsommingsteken: “- Integrale hulp [...] multiproblematiek” Dat is wederom erg vaag en niet SMART.
Dit zou meer specifiek gemaakt kunnen worden door bijvoorbeeld vragen als: ➢ hoe goed ervaren 'klanten' van gemeente Sluis/Porthos de ondersteuning/respons? ➢ hoe wordt ervoor gezorgd dat 'integrale hulp' ook de zorg-/steun-vraag van ouders dekt? te stellen. - bij het laatste opsommingsteken wordt gesproken over de term ‘familiegroepsplannen’. Die term komt nergens anders in het document terug. Het verdient de aanbeveling deze term te verklaren/uit te leggen. Op pagina 10 in paragraaf 3.1 staat: ❖ “Alle jeugdigen binnen de Gemeente Sluis groeien veilig op, krijgen de kansen om hun talenten te ontwikkelen en naar vermogen mee te doen.” → Hoe kan Gemeente Sluis het sporten tijdens een lockdown bevorderen? Wat kan de gemeente faciliteren, zoals bijvoorbeeld het sporten op de parking onder gemeentehuis (droog en in buitenlucht)? Kan er bijvoorbeeld sportmateriaal tijdelijk nabij of in het gemeentehuis opgeslagen worden. Soms zitten oplossingen in kleine dingen.
❖ “Er liggen duidelijke afspraken over waar welke besluiten worden genomen en wie daarin welke verantwoordelijkheid heeft.” → Hoe is geborgd dat deze afspraken SMART zijn? ❖ “We evalueren en reflecteren op structurele wijze binnen en tussen de organisaties, opdat we met en van elkaar leren.” → Dit is onvoldoende SMART beschreven: moet binnen ieder overleg tussen 'stakeholders' deze reflectie gedeeld worden? is het bijvoorbeeld een vast agendapunt en/of worden notulen openbaar gemaakt? In paragraaf 3.2 staat “Kansenongelijkheid en segregatie wordt actief tegengegaan.” Dit is niet overal even gemakkelijk te realiseren, kijk bijvoorbeeld maar naar IJzendijke (2 basisscholen) of de school in Groede (veel instroom van omliggende dorpen). Die situaties werken segregatie helaas wel in de hand, door bijvoorbeeld 2 niet samenwerkende scholen (IJzendijke: keet op Molenbolwerk ipv klas van Schuttershoek gebruiken, het niet gelijklopen van schooltijden → daardoor extra BSO kosten voor ouders) of ouders die zich genoodzaakt voelen hun kind niet naar het reguliere onderwijs in hun eigen kern te laten gaan (Breskens > Groede). Als er beschreven wordt “actief tegengegaan” dan zou ik verwachten hierop meer actie te zien van een gemeente, bijvoorbeeld m.b.t. huisvesting. Zienswijze van een ouder op beleidsplan Kindvoorzieningen: publicatie week 12 2021
In paragraaf 4.1.2 in de laatste zin staat: “Dit blijkt een succesvol middel [...]” Als dat daadwerkelijk ‘blijkt’, waaruit dan, vermeld hier dan de bronnen! Welke cijfers/trends zijn er beschikbaar over de in de laatste jaren gebouwde MFC's? In paragraaf 4.2.2 staat: “Er wordt in de gemeente Sluis door alle partners geïnvesteerd in de ontwikkeling van multifunctionele centra (mfc) en integrale kindcentra (ikc).” Eerder in het beleidsdocument is er geschreven over gelijkheid/inclusie etc, beschrijf e.e.a. dan ook 'gelijk'...., dus benoem alle dorpen binnen gemeente Sluis. Dus ook de dorpen die geen school of kinderopvang (meer) hebben en ook dorpen waar nog geen MFC/IKC is. In Groede is het bijvoorbeeld niet in 1 pand gevestigd, maar wel zeer nabij gelegen. In paragraaf 5.1.2 wordt als doel benoemd: “De behoeften van de NT2 kinderen in de kinderopvang en het PO zijn in kaart gebracht en ontvangen voldoende ondersteuning in hun onderwijs.” Zijn NT2 kinderen nietNederlands talige kinderen of kinderen van niet-Nederlands talige ouders? Hoe dan ook, dit valt toch gewoon onder de VVE-indicatie / doelgroepkinderen en zou vanuit daar bekostigd moeten worden? Peutergroep / voorschoolse educatie heeft een bezetting van 1:8, die ligt in het primair onderwijs veel hoger.
Het gaat er dus om dat er tijdig de juiste VVE-indicaties komen, ook in het belang van de leerkrachten in het primaire onderwijs. Het nog moeten bijsturen van NT2-leerlingen in het primaire onderwijs (door onvoldoende VVE aanbod of afname op kinderopvang) gaat ten koste van de onderwijstijd van de niet NT2-leerlingen. Heeft gemeente Sluis in beeld om hoeveel kinderen per kern dit gaat? Hoe wordt er gemonitord dat NT2-kinderen frequent genoeg (4 ochtenden per week) gebruik maken van de startgroepen? In de tabel in hoofdstuk 6 staat “NT2 activiteiten” en dan EUR 20.000 budget vanuit gemeente, maar valt dit niet onder doelgroepkinderen en VVE-indicaties? Ook staat “Scoba in formatie” → hoe dan, in welke vorm? In hoofdstuk 7 staat “Om het proces te monitoren hebben we het volgende afgesproken: - We komen de eerste twee jaar [in 2021 en 2022] viermaal per jaar bij elkaar om de acties op te volgen, te zijn in april, juli, september en december. Daarnaast vinden er informele overleggen plaats tussen betrokken [betrokkenen] om de plannen uit te voeren. - De tweede twee jaar [in 2023 en 2024] komen we tweemaal per jaar bij elkaar om de acties op te volgen;” Deze zijn niet echt SMART te noemen. → Is de timing van deze acties in lijn met de individuele jaarplannen van de stakeholders, om zo mismatch te voorkomen? Volgens mij ook al gesuggereerd door de PvdA.
En wie zijn de betrokkenen, de stakeholders? Iets verder wordt dan weer gesproken over “Alle partijen staan [...]”
Zienswijze van een ouder op beleidsplan Kindvoorzieningen: publicatie week 12 2021
Tekstuele opmerkingen Door het document heen worden een aantal begrippen op meerdere plaatsen gehanteerd. Echter deze zijn niet altijd uniform toegepast, dan wel correct beschreven. Het verdient de aanbeveling dat termen gehanteerd worden, zoals deze in de wet- en regelgeving beschreven zijn. Enkele voorbeelden zijn hierna benoemd, waarvan het op prijs gesteld wordt als die tekstueel worden aangepast: Term: Opvang versus kinderopvang: Op pagina 1 in de titel staat: “Grensverleggende en nabije voorzieningen voor opvang en onderwijs aan kinderen van 0 tot 12 jaar in de Gemeente Sluis”. Ik zou adviseren om overal waar in dit document enkel 'opvang' staat, maar 'kinderopvang' bedoeld wordt, dat aan te passen. Zodat het doorzoeken van het document gemakkelijker is, maar zeker ook het duidelijker is wat/wie er bedoeld wordt. Opvang kan namelijk ook geïnterpreteerd worden als crisisopvang in een niet-veilige thuissituatie. Deze termen lijken nu door het document door elkaar gebruikt te worden.
Zie ook: • punt 4 van de opsomming op pagina 9: “een vak: kwalitatief goede KINDERopvang” • 1e alinea van hoofdstuk 3: “organisaties die verantwoordelijk zijn voor zorg, KINDERopvang, onderwijs, cultuur en sport.” • Paragraaf 4.1: “gewerkt aan kwaliteitsbehoud en kwaliteitsverbetering van KINDERopvang [...]” • Paragraaf 4.1.1: “Daarnaast is deze vorm van KINDERopvang direct verbonden met [...]” • Paragraaf 4.1.2: “In deze vorm van opvang/onderwijs voor kinderen van 0 tot ca. 12 jaar [...]” → eventueel opvang/onderwijs in zijn geheel vervangen door pedagogie/educatie. • Paragraaf 5.1.1: “Kansengelijkheid groeit door een goed en op elkaar aangesloten systeem voor KINDERopvang, onderwijs en zorg.” • Paragraaf 5.1.4: 4 keer opvang aanpassen naar KINDERopvang en “de opvang/het onderwijs” aanpassen naar “HET KINDERCENTRUM / DE SCHOOL” Term: Kindcentrum versus kindercentrum: In de kinderopvang (ook de wetten, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen) wordt enkel de term kindercentrum gebruikt. Zorg dat enkel deze term geschreven is daar waar er VVE, KDV of kinderopvang bedoeld wordt. Met de term kindcentrum wordt waarschijnlijk bedoeld: “integrale kindcentrum” zoals dat bedoeld wordt vanuit de VNG.
Aangezien niet iedere kern in gemeente Sluis een MFC of integraal kindcentrum heeft, is het van belang dat deze termen niet foutief door elkaar heen toegepast worden in het beleidsplan kindvoorzieningen. Dit staat bijvoorbeeld niet juist in de laatste alinea van paragraaf 2.3 op pagina 9 en ook niet in paragraaf 3.1 en 4.1. Term: Kinderopvangorganisatie versus Kinderopvang Zeeuws Vlaanderen (verder KOZV) Op de 1e bladzijde staat maar 1 logo, ook is er in gemeente Sluis maar 1 aanbieder van voorschoolse educatie, namelijk KOZV. Vervang overal kinderopvangorganisatie(s) door KOZV. Deze monopolie mag best expliciet en feitelijk beschreven worden. Overigens is het teleurstellend om vast te moeten stellen dat geen enkele van de locaties van KOZV in gemeente Sluis met het juiste KvK-vestigingsnummer in het landelijk register kinderopvang vermeld is door de verantwoordelijk functionaris binnen gemeente Sluis. Dit is een wettelijke verplichting op grond van lid 1 sub a van artikel 5 Besluit landelijk register kinderopvang en lid 2 van artikel 7 Besluit landelijk register kinderopvang.
Zienswijze van een ouder op beleidsplan Kindvoorzieningen: publicatie week 12 2021
Term: Wijk versus dorp Een dorpsraad heeft geen adviesrecht op primair onderwijs dat is de MR en voor kinderopvang is dat de OC. De rol van een dorpsraad wordt te sterk beschreven in dit document: MR en OC hebben juridisch gezien een hogere zeggenschap dan hen en dienen dan ook als zodanig actiever door de gemeente betrokken te worden dan een dorpsraad. In het schema bij hoofdstuk 5 staat bij actielijn III “in wijk en dorp”. Dat spreekt tevens noot 21 tegen waarin staat: “In de gemeente Sluis zijn geen ‘wijken’ of ‘wijkraden’. Daarom wordt in het vervolg gesproken over samenwerking ‘in de kernen’.” → pas tekst actielijn III aan naar “Samenwerking tussen onderwijs & Jeugd: in de kernen”. Ook in paragraaf 5.1.3 staat in de opsomming 2 maal het woord wijk: “We zetten in op verbindingen leggen met wijk- en of dorpsraden om de positie van de kinderopvang en de school in de wijk/het dorp te versterken.” → pas tekst aan naar: “We zetten in op verbindingen leggen met medezeggenschapsraden, oudercommissies en eventueel nog dorpsraden om de positie van de kinderopvang en de school in de kernen te versterken.” Opmaak / leesbaarheid document Het is handiger als er onder de koptekst “Beleidsplan kindvoorzieningen gemeente Sluis 2021-2024” een (stippel)lijn gezet wordt. Er is in opmaak namelijk geen verschil tussen de koptekst en de gewone tekst.
Nu is het op iedere nieuwe bladzijde weer even terug kijken naar de vorige pagina, wat de laatste zin ook weer was en dan naar de nieuwe bladzijde deze tekst weer overslaan. In de tabel in hoofdstuk 2 (pagina 6) zou het de leesbaarheid dienen als er opsommingstekens toegepast zouden worden in de afzonderlijke hokjes/cellen. De laatste zin op pagina 7: “Het gemeentelijke beleid inzake [...] en jeugdreclassering is gericht op:” is de aanhef van een opsomming. Het is niet handig dat de punten van de opsomming dan op de volgende pagina staan. Dus ik zou deze zin naar de volgende bladzijde verplaatsen [ctrl+enter]. De laatste zin van paragraaf 2.3 zou ik verduidelijken door het hanteren van opsommingstekens: “Wat betreft voorschoolse educatie [...], waarin onder andere duidelijk wordt: - wat de visie is van het kindERcentrum op voorschoolse educatie, - de wijze waarop de ontwikkeling van het jonge kind wordt gestimuleerd, - de wijze waarop de ontwikkeling van peuters wordt gevolgd en de wijze waarop het aanbod van voorschoolse educatie hierop wordt afgestemd, - de wijze waarop de ouders betrokken worden bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen.” De tabel in hoofdstuk 6 heeft niet alle rijen volledig op dezelfde pagina (18) staan. zorg ervoor dat iederen rij geheel op 1 pagina staat ipv 2 [ctrl+enter].
Spelling/grammatica/schrijfstijl Graag het document nog zorgvuldig nalezen op schrijf-, spel- en grammaticafouten, onder andere: • tussen 2 persoonsvormen hoort een komma. Bijvoorbeeld: “Om het proces te monitoren, hebben we het volgende afgesproken:” • Voetnoot 4 op pagina 3: verwijst nog naar concept beleidsplan Sociaal Domein. • Pagina 4: “betrokkenen samen in de zowel de planvorming als de uitvoering.” • Pagina 8 is het 2e en 3e streepje van de opsomming exact hetzelfde: “Het versterken van het opvoedkundig klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen en kinderopvang.” • In paragraaf 5.1.1 wordt er in de 2e alinea: “De startgroepen maken deel uit van [...] vergroten van de ontwikkelkansen van de kinderen in deze kernen.”. Dit is in eerdere paragrafen ook al uitvoerig benoemd. Laat het hier weg, startgroepen zijn maar 1 onderdeel van VVE. Zienswijze van een ouder op beleidsplan Kindvoorzieningen: publicatie week 12 2021
• • •
Paragraaf 5.1.2: “Dit geldt bijvoorbeeld voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand of een onvoldoende ondersteunende thuissituatie.” Het woord ondersteunend klinkt in deze woordcombinatie erg hard, wellicht is faciliterende een betere optie. Paragraaf 5.1.4: “We zetTen in op [...]” Hoofdstuk 6: “Wanneer de kosten de ruimte binnen het budget dreigen de overschrijven overschrijden [...]”
Zienswijze van een ouder op beleidsplan Kindvoorzieningen: publicatie week 12 2021