CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

08-04 - Beleidsplan kindvoorzieningen - Bijlage 4 Notitie beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen.pdf

Raad 24 juni 2021, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het Beleidsplan Kindvoorzieningen gemeente Sluis 2021- 20246.145 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Ten behoeve van het Beleidsplan Kindvoorzieningen gemeente Sluis 2021 - 2024 Behorend bij het besluit van de gemeenteraad d.d. 24 juni 2021

1

1. Inleiding Vanuit de gemeente Sluis, de schoolbesturen en de kinderopvang bestaat er een grote behoefte om tot helder beleid te komen op het gebied van kindvoorzieningen. Daarom is het aan u voorliggende Beleidsplan Kindvoorzieningen gemeente Sluis 2021-2024 opgesteld. In dit beleidsplan zijn ambities geformuleerd, is gekeken naar de reeds vastgestelde Zeeuws-Vlaamse ambities en zijn doelen geformuleerd waarmee we de ambities kunnen behalen. Dit alles in gezamenlijkheid en afstemming. Inspraakprocedure Beleidsplan Kindvoorzieningen gemeente Sluis 2021-2024 Het conceptbeleidsplan heeft met ingang van 24 maart tot en met 5 mei 2021 voor iedereen tijdens openingstijden in het Klanten Contact Centrum (KCC), Nieuwstraat 22 te Oostburg ter inzage gelegen. Publicatie heeft plaatsgevonden in het Zeeuws Vlaams Advertentieblad en de gemeentelijke website. Naar aanleiding van de terinzagelegging van het concept beleidsplan zijn twee zienswijzen ingediend. De ingediende zienswijzen geven deels wel en deels geen aanleiding tot aanpassing van de beleidsnotitie. Dit is inzichtelijk gemaakt in deze notitie. Wijze van beantwoording Hoofdstuk 2 ‘Overzicht ingediende zienswijzen’ bevat een opsomming van de indieners van de zienswijzen, datum ontvangst en het poststuknummer.

In hoofdstuk 3 wordt inhoudelijk gereageerd op de ingediende zienswijzen en wordt aangegeven of de zienswijze aanleiding is om het conceptbeleidsplan aan te passen.

2. Overzicht ingediende zienswijzen Naar aanleiding van de terinzagelegging van het de conceptbeleidsplan Kindvoorzieningen zijn twee externe zienswijzen ingediend. In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de ingediende zienswijzen en het door ons toegekende poststuknummer. Op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming is het niet toegestaan de persoonsgegevens (NAW-gegevens) van natuurlijke personen te verwerken zonder bijvoorbeeld een wettelijke grondslag, dringende noodzaak of toestemming van de betreffende personen. In dit overzicht van beantwoording wordt de indiener van zienswijze 2 daarom niet met naam genoemd. Reclamant 1. RMDO 2. Indiener zienswijze 2

Datum ontvangst 21 april 2021 6 mei 2021

Poststuknummer E21.001199 E21.001327

Zienswijze 1 is binnen de gestelde termijn binnengekomen. Zienswijze 2 is buiten de gestelde termijn ontvangen. De indiener had dit echter aangekondigd en heeft hierover via mail overleg gevoerd en daarom worden beide zienswijzen inhoudelijk in behandeling genomen.

2

3. Inhoudelijke behandeling zienswijzen In dit hoofdstuk wordt via onderstaande tabel per zienswijze aangegeven wat de inspraakreactie inhield (samengevat), op welke wijze wij hierop zullen antwoorden en of het ingediende punt leidt tot aanpassing in het Beleidsplan.

Naam

Inspraakreactie (samengevat)

Beantwoording

1. RMDO

1.1 De RMDO waardeert dat het beleidsplan Kindvoorzieningen uitgaat van de wil van de gemeente Sluis en alle stakeholders om tot een helder beleid te komen. 1.2 De RMDO kan zich vinden in de opgestelde ambities en uitgangspunten in hoofdstuk 3, 3.1 en 3.2. 1.3 De RMDO mist bij het doel ‘Er is een continue ‘warme overdracht’ tussen kinderopvang, basisonderwijs en voortgezet onderwijs.’ de warme overdracht naar het speciaal onderwijs en is van mening dat dit in de tekst benoemd moet worden.

v.k.a.

1.4 Het lijkt de RMDO juist om de startgroepen gemeentebreed in te voeren, zodat alle kinderen binnen de gemeente hiervan kunnen profiteren.

Er zijn Zeeuws-Vlaams afspraken gemaakt over de locaties van de startgroepen en daaruit is de conclusie gekomen dat alleen locaties met een hoog ‘weglekpercentage’ met een maximale afstand tot de grens van 6km in aanmerking komen voor een startgroep. We zullen dit opnemen met de collega’s van de beleidsterreinen ‘sport’ en ‘volksgezondheid’.

Leidt niet tot aanpassing

Er is in de planvorming gesproken met de bestuurders en medewerkers van Kinderopvang Zeeuws-Vlaanderen, Escalda en Scoba. Voor individuele doelstellingen is

Leid niet tot aanpassing.

1.5 De RMDO wil ervoor pleiten dat er een integrale verbinding wordt gemaakt met andere beleidsplannen die over ‘gezond bewegen’ gaan en dat samenwerking wordt bevorderd om bij het algemene deel kindvoorzieningen erbij te betrekken. 1.6 Het is de RMDO niet duidelijk wie er vallen onder ‘stakeholders’ wanneer er wordt gesproken over een integrale samenwerking tussen gemeente, onderwijs

v.k.a. We delen deze mening en hebben hierop de tekst en het doel aangepast.

Aanpassing beleidsplan Leidt niet tot aanpassing

Leidt niet tot aanpassing Leidt tot aanpassing

Leidt niet tot aanpassing

3

Naam

Inspraakreactie (samengevat)

Beantwoording

en kinderopvang. De RMDO geeft mee dat basisschoolleerkrachten niet mogen ontbreken in de planvorming, aangezien zij degenen zijn die dit plan ten uitvoer zullen brengen.

eveneens contact gezocht met de mensen op de werkvloer, zoals intern begeleiders op de scholen en de begeleiders vanuit het Samenwerkingsverband. In de uitvoering zullen we met eenzelfde structuur werken: een stuurgroep voor het overkoepelende stuk en individuele werkgroepen met experts vanuit de werkgroepen voor de deelonderwerpen. We hebben om deze ambitie te behalen o.a. de doelstelling ‘We zetten in op de vergroting van de ouderparticipatie, door bijvoorbeeld het opzetten van oudergroepen, waarmee betrokkenheid van de ouders bij de opvang en/of de school wordt gestimuleerd.’ Hiervoor willen we als gemeente eerst onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor ouderparticipatie, vervolgens een plan van aanpak opstellen samen met ouders en dit plan vervolgens gaan uitvoeren. We doen dit op deze manier, omdat we het goed willen voorbereiden en iets willen opzetten dat tegemoetkomt aan de behoeften in de kernen. Er is gekozen voor een opzet met een beleidsplan waarin de doelen en de ambities worden geformuleerd en een uitvoeringsagenda waarin uiteen wordt gezet hoe we de doelen willen behalen. De doelen zijn onderverdeeld in mijlpalen en acties die gedaan moeten worden om ze te halen. We verwijzen u hiervoor naar de bijlage. We onderschrijven het punt over de voorschoolse educatie (VVE). We zien dat er relatief (te) weinig kinderen uit de gemeente Sluis deelnemen aan het aanbod.

Daarom hebben we in het plan als doelstelling opgenomen ‘We zetten ons in voor een dekkend en kwalitatief hoogwaardig aanbod van VVE in de gemeente Sluis.’ Om dit doel te

1.7 Met betrekking tot de ambitie ‘Ouders hebben een sterke rol en worden gezien als gelijke gesprekspartners van de organisaties.’ geeft de RMDO aan dat ze in het beleidsstuk er weinig van terugzien en dat ze benieuwd is hoe dit in de praktijk verder vorm zal worden gegeven.

1.8 De RMDO adviseert bij het opstellen van het beleidsplan en evaluatie vanaf het begin gebruik te maken van de SMART-methodiek, omdat dat evalueren makkelijker maakt.

1.9 De RMDO merkt op dat de communicatie vanuit de gemeente met betrekking tot een aantal onderwerpen beter kan en vraagt daar aandacht voor:  Betere communicatie over het VVE-aanbod naar ouders om zo te bereiken dat meer kinderen deel (kunnen) nemen aan het

Aanpassing beleidsplan

Leidt niet tot aanpassing.

Leidt niet tot aanpassing.

Leid niet tot aanpassing.

4

Naam

Inspraakreactie (samengevat)

2. Indiener zienswijze 2

aanbod, daarbij rekening houdend met eventuele taalbarrières en financiële mogelijkheden. Meer en extra aandacht geven aan de communicatie tussen de betrokkenen om ouders meer te betrekken bij het onderwijs aan hun kind(eren).

Beantwoording

Aanpassing beleidsplan

behalen willen we onderzoeken hoe we ouders het beste kunnen bereiken en op welke manier we het aanbod kunnen versterken. We vinden ouderparticipatie een belangrijk onderdeel. Dit aspect gaan we verder opnemen bij het doel ‘We zeten in op een vergroting van de ouderparticipatie, door bijvoorbeeld het opzetten van een oudergroep(en), waarmee betrokkenheid van de ouders bij de opvang en/of de school wordt gestimuleerd.’

2.1 De indiener merkt op dat pas in hoofdstuk 5 ‘de ervaren gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt genoemd als reden van het schrijven van dit plan. Zij raadt aan om dit in vrij snel in na de inleiding al te benoemen. 2.2 Volgens de indiener wordt in het document niet SMART benoemd wat er bestreden of voorkomen moet worden en wat feitelijk het probleem is. De vraag wordt gesteld waar dit plan nu voor dient.

Wij bedanken u voor deze suggestie en hebben de tekst hierop aangepast.

Leidt tot aanpassing.

We willen met dit plan bereiken dat we de verschillende initiatieven en documenten zoals beschrijven in hoofdstuk 1.1. (Aanleiding) verbinden met de landelijke (wettelijke) kaders (hoofdstuk 2) en met onze ambities en doelen. Het resultaat hiervan moet zijn dat we bereiken wat we beogen: Kwalitatief hoogwaardige, grensverleggende en nabije voorzieningen voor opvang en onderwijs aan kinderen van 0 tot en met 12 jaar in de Gemeente Sluis.

Leidt niet tot aanpassing.

2.3 Indiener geeft aan dat er inconsistentie bestaat tussen de doelgroep 0-18 in de titel van paragraaf 5.1.1. en de in de titel 0 genoemde leeftijdsgroep van 1 t/m 12 jaar. Indiener stelt voor om het niet via de voetnoot uit te leggen, maar de titel aan te passen.

We nemen uw suggestie over en passen dit aan in de tekst.

Leidt tot aanpassing.

5

Naam

Inspraakreactie (samengevat)

Beantwoording

2.4 Indiener verbaast zich erover dat de coronapandemie niet benoemd wordt in het beleidsplan en stelt voor dit explicieter te benoemen gezien de verstrekkende invloed van de pandemie op de levens van (jonge) kinderen. Indiener stelt voor dit te benoemen onder paragraaf 1.2 onder landelijke ontwikkelingen.

We erkennen ten zeerste dat de corona-pandemie van grote invloed is geweest en nog steeds is op de levens van (jonge) kinderen. Dit beleidsplan richt zich echter niet op herstelmaatregelen of het wegwerken van eventuele achterstanden als gevolg van corona, maar wil in het algemeen ambities en doelen formuleren. Dat neemt niet weg dat we doorlopend in gesprek zijn met de kinderopvang en de schoolbesturen over maatregelen die we kunnen nemen om kinderen te ondersteunen. Zo werken we o.a. samen in het Nationaal Plan Onderwijs, waar een aparte nota van zal worden gemaakt. We nemen uw suggestie over en passen dit met een toelichting in een voetnoot.

2.5 Indiener stelt dat als gevolg van corona het niet zo is geweest dat jeugdconsulenten wekelijks een aantal uren op de scholen zijn geweest en stelt voor de tekst aan te passen. 2.6 Indiener stelt voor om de documenten, personen en instanties waar naar verwezen wordt direct toe te voegen via een hyperlink, zodat een lezer er direct op kan klikken. 2.7 indiener wijst erop dat de doelen vanaf paragraaf 5.1 niet SMART zijn geformuleerd en raadt aan dit wel te doen.

2.8 Indiener stelt dat de ‘warme overdracht’ beter geformuleerd kan worden als ‘waarheidsgetrouwe overdracht’, omdat dan de gehele situatie van het kind meegenomen kan worden.

We vinden dit een waardevolle suggestie. Helaas is het vanwege beperkte tijd niet mogelijk geweest om dit aan te passen. We gaan onderzoeken of het mogelijk is dit in orde te maken na de behandeling in de gemeenteraad. Er is gekozen voor een opzet met een beleidsplan waarin de doelen en de ambities worden geformuleerd en een uitvoeringsagenda waarin uiteen wordt gezet hoe we de doelen willen behalen. De doelen zijn onderverdeeld in mijlpalen en acties die gedaan moeten worden om ze te halen. We verwijzen u hiervoor naar de bijlage. De term ‘warme overdracht’ wordt hier gehanteerd, omdat dit een gangbare term is binnen de onderwijsketen, die uitgaat van ‘warme’ aanwezigheid van de partijen waartussen een kind wordt overgedragen. Binnen een dergelijk gesprek worden de aspecten die u noemt, zoals

Aanpassing beleidsplan Leidt niet tot aanpassing.

Leidt tot aanpassing.

Leidt mogelijk tot aanpassingen.

Leidt niet tot aanpassing.

Leidt niet tot aanpassing.

6

Naam

Inspraakreactie (samengevat)

2.9 Indiener raadt aan te beschrijven hoe de bijdrage wordt gemeten, zoals gesteld in de 2de alinea van paragraaf 1.2: ‘Er wordt daarnaast landelijk aangegeven dat samenwerking in kindcentra bijdraagt aan de realisatie van inclusieve voorzieningen en een doorgaande ontwikkelingslijn.’ 2.10 Indiener vraagt zich af wat de gemeente zal doen om doelgroeppeuters daadwerkelijk te bereiken, zoals gesteld in paragraaf 2.1.1.

2.11 Het is indiener niet duidelijk wat bedoeld wordt met ‘Integrale hulp aan de jeugdige en zijn ouders, indien sprake is van multiproblematiek’, zoals gesteld in paragraaf 2.1.1.

2.12 Indiener stelt dat de geformuleerde ambities onvoldoende SMART zijn geformuleerd en stelt voor dit aan te passen. 2.13 Indiener stelt voor om het uitgangspunt ‘Het hebben goede verbindingen tussen gemeente, kinderopvang, onderwijs en jeugdhulp is essentieel voor het bereiken van de ambities.’ om te vormen naar ‘het samenwerken binnen de kaders van wet- en

Beantwoording het in kaart brengen van de (thuis)situatie van het kind, zeker meegenomen. Het gaat hierbij om een parafrase uit een landelijk rapport. Er wordt bedoeld dat de samenwerking kan zorgen voor een kindcentrum waar ook kinderen met een zorgbehoefte opvang of onderwijs kunnen volgen die op een ‘losstaande’ voorziening, zonder samenwerking, geen opvang of onderwijs zouden kunnen volgen. Dit wordt verder in paragraaf 2.1.1. uitgewerkt en zal worden meegenomen in het onderzoek naar VVEdeelname onder het doel ‘We zetten ons in voor een dekkend en kwalitatief hoogwaardig aanbod van VVE in de gemeente Sluis.’ Dit is verder uitgewerkt in de uitvoeringsagenda op blz. 12 van de bijlage. Dit is één van de taken die aan de gemeenten zijn opgelegd vanuit de Jeugdwet. Wanneer een jeugdige of een gezin zich meldt bij de gemeentelijke toegang en er spelen meerdere problemen, bijvoorbeeld zowel psychische als verslavingsproblemen, worden deze problemen integraal aangepakt met één ondersteuningsplan. We hebben de ambities vertaald in doelen, die we hebben uitgewerkt in mijlpalen met te nemen acties. Aan de acties is ook een tijdspad verbonden. Dit is uitgewerkt in de uitvoeringsagenda (zie bijlage). We vinden dit een goede suggestie en passen als gevolg daarvan de tekst aan in het plan.

Aanpassing beleidsplan

Leidt niet tot aanpassing.

Leidt niet tot aanpassing.

Leidt niet tot aanpassing.

Leidt niet tot aanpassing.

Leidt tot aanpassing.

7

Naam

Inspraakreactie (samengevat) regelgeving tussen gemeente, kinderopvang, onderwijs en jeugdhulp is essentieel voor het bereiken van de ambities.’ 2.14 Indiener is bezorgd dat er te weinig logopedisten in de gemeente Sluis actief zijn om het doel onder paragraaf 5.1.2. ‘We zetten logopedie in om taal- en spraakachterstanden te signaleren en te adviseren/begeleiden wanneer de deskundigen dat nodig achten. Tweedetaalverwerving is hierbij een aandachtspunt.’ te behalen en vreest dat dit als excuus zal worden gebruikt wanneer het doel niet behaald is. 2.15 Indiener vraagt zich af op welke manier de samenwerking gezocht zal worden met het Jeugdfonds sport en cultuur als de inzet nader te bepalen is en verwijst hierbij naar de tabel in hoofdstuk 6.

2.16 Indiener vraagt zich af wat in de tabel in hoofdstuk 6 wordt bedoeld met ‘Bestrijding onderwijsachterstanden in peutergroepen in aansluiting onderwijs-zorg/versterken VVE-aanbod (jaarlijks, t/m 2024) (wel OAB)’ en vraagt zich af hoe het geld verdeeld zal worden.

Beantwoording

Aanpassing beleidsplan

Er zal een uitvraag worden gedaan bij verschillende logopediepraktijken in Zeeuws-Vlaanderen en op basis daarvan zal via een zorgvuldig inkoopproces bepaald worden wie welke diensten zal verlenen aan de kinderen in de gemeente Sluis. Hiervoor zal een werkgroep worden ingesteld met vertegenwoordigers van de verschillende partijen. Dit doel is verder uitgewerkt in de uitvoeringsagenda (zie bijlage, blz. 9).

Leidt niet tot aanpassing.

De samenwerking met het Jeugdfonds sport en cultuur kan een uitwerking zijn van het doel ‘We bieden meer kinderen de mogelijkheid om sport en cultuur te ervaren, door bijvoorbeeld de samenwerking te zoeken met het Jeugdfonds Sport en Cultuur en andere partners in de regio.’ uit paragraaf 5.1.3. Om dit te realiseren zijn mijlpalen geformuleerd en acties uitgezet in de uitvoeringsagenda (zie bijlage, blz. 20).

Leidt niet tot aanpassing.

Dit bestedingsdoel is opgenomen in de raming om rekening te houden met aanvullende uitgaven n.a.v. het onderzoek t.b.v. de realisatie van het doel ‘We zetten ons in voor een dekkend en kwalitatief hoogwaardig aanbod van VVE in de gemeente Sluis.’ We willen extra investeren in het VVE-aanbod, maar daarvoor is eerst onderzoek nodig, zodat we weten dat het geld op de juiste plaats terecht komt.

Leidt niet tot aanpassing.

8

Naam

Inspraakreactie (samengevat)

Beantwoording

2.17 Indiener vraagt wie er bedoeld worden met ‘we’ in hoofdstuk 7.

2.20 Indiener vraagt zich af hoeveel geld er is uitgegeven aan de subsidieregeling peuterwerk en vve 2020, zoals genoemd in noot 19.

Dit zijn de betrokken partijen in dit plan: de gemeente Sluis, kinderopvang Zeeuws-Vlaanderen, Scoba en Escalda. Dit zal worden verduidelijkt in het plan. Hiermee worden besluiten bedoeld die genomen moeten worden door de bestuurders van de betrokken partijen, dus de gemeente Sluis, kinderopvang Zeeuws-Vlaanderen, Scoba en Escalda. De besluiten worden genomen op basis van zorgvuldig voorbereide adviezen en zullen waar nodig worden voorgelegd aan bijvoorbeeld een MR. Het ging hierbij om aanvullende scholing n.a.v. het verhogen van het aantal uren en de veranderde kwaliteitseisen. Dit is een Zeeuws-Vlaamse afspraak, waarbij de drie gemeenten een gemeenschappelijke subsidieregeling hanteren. Kinderopvang ZeeuwsVlaanderen verantwoordt de bestedingen netjes aan de gemeente Sluis en deze verantwoording wordt gecontroleerd door de afdeling financiën. Er is in 2020 € 129.712 uitgegeven aan VVE, bestaande uit € 42.632 aan niet-doelgroeppeuters en € 87.080 aan doelgroeppeuters.

2.21 Indiener stelt een aantal vragen n.a.v. paragraaf 4.2.3.: - Wat is de bijdrage aan de regiodeal en wie financiert deze? - Wordt er ook getoetst of er in andere kernen uitstroom naar België is en of er niet in meer kernen startgroepen moeten komen? - Waarom is er niet meer aandacht voor het behoud van kinderen na hun middelbare school, met name in huisvesting voor starters?

De regiodeal komt vanuit het Rijk en bedraagt voor de startgroepen in geheel Zeeuws-Vlaanderen € 873.000. Er wordt continu bijgehouden hoeveel uitstroom (‘weglek’) er is vanuit iedere kern. Er wordt gehanteerd dat een startgroep maximaal 6km van de grens mag liggen en een weglekpercentage van minimaal 10% moet hebben. Op grond daarvan komen er geen andere kernen in aanmerking voor een startgroep. Het behoud van jongeren na hun middelbare schooltijd en huisvesting valt buiten de scope van dit beleidsplan.

2.18 Indiener vraagt wat er wordt bedoeld met ‘Waar besluiten moeten worden genomen die voorbehouden zijn aan de besturen, worden deze voorzien van een advies ter instemming of ter goedkeuring.’ 2.19 Indiener vraagt zich af op grond waarvan de gemeente Sluis de kinderopvang moet ondersteunen in het volgen van scholing en hoe de gemeente Sluis ervoor zorgt deze scholing ten goede komt aan de gemeente Sluis en niet aan Terneuzen en Hulst, verwijzend naar de tweede alinea van paragraaf 4.2.1.

Aanpassing beleidsplan Leidt tot aanpassing.

Leidt niet tot aanpassing.

Leidt niet tot aanpassing.

Leidt niet tot aanpassing.

Leidt niet tot aanpassing.

9

Naam

Inspraakreactie (samengevat)

Beantwoording

2.21 Indiener stelt voor om in paragraaf 5.1.2. de zin ‘De kwaliteit van de VVE zal in de toekomst verder verhoogd worden door de inzet van Hbo’ers op deze groepen.’ te vervangen door ‘De kwaliteit van de VVE zal in de toekomst verder verhoogd worden door de inzet van hbo’ers die de pedagogisch medewerkers op de groep zullen coachen.’. Indiener stelt daarnaast de vraag waarom de gemeente hier aanvullend budget voor reserveert. 2.22 Indiener vraagt n.a.v. hoofdstuk 6 of de Meldcode HGKM al enige tijd verplicht is en of deze prioriteit heeft gekregen bij de gemeente en stelt voor de tekst bij voetnoot 27 aan te passen.

We vinden dit een goede suggestie en passen als gevolg daarvan de tekst aan in het plan. De hbo’er in de vve is een wettelijke verplichting waarvan de financiering bij de gemeenten vandaan behoort te komen. Vandaar dat hiervoor budget voor gereserveerd wordt.

2.23 Indiener is verrast dat er bij een overschot aan vve-budget weinig vve-indicaties worden afgegeven en stelt voor de zin ‘Mede daarom is het van belang om goed aan te geven en te verantwoorden hoe het OABbudget de komende jaren besteed zal worden.’ te wijzigen in ‘Mede daarom is het van belang om te bewaken dat het OAB-budget correct verantwoord wordt, maar zeker ook voldoende benut wordt ter ondersteuning van vve-indicaties.’

De Meldcode HGKM is inderdaad al enige tijd verplicht en wordt ook als zodanig gebruikt binnen de gemeente. We hebben het doel ‘De meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM) en de Verwijsindex (VIRZ) zijn geïmplementeerd en worden toegepast binnen de gemeente Sluis.’ gesteld om de aanpakken tussen de organisaties te verbinden en om bij de kinderopvangorganisaties en de scholen de verwijsindex (VIRZ) te implementeren. De tekst passen we niet aan, omdat niet pas in 2020 met de aanpak gestart is. We voldoen aan de wettelijke plicht en willen verder gaan dan dat door middel van het plan van aanpak. We hebben inderdaad geconstateerd dat er (te) weinig VVE-indicaties worden afgegeven voor het percentage doelgroepkinderen dat er volgens het Rijk zou moeten zijn. We bereiden daarom een uitbreiding van de doelgroepdefinitie voor en willen door middel van het onderzoek in het kader van de versterking van de VVE onderzoeken wat we nog meer kunnen doen om meer peuters deel te laten nemen aan het VVE-aanbod.

Aanpassing beleidsplan Leidt gedeeltelijk tot aanpassing.

Leidt niet tot aanpassing.

Leidt niet tot aanpassing.

10

Naam

Inspraakreactie (samengevat)

Beantwoording

2.24 Indiener geeft aan dat het budget dat nu gereserveerd is voor ‘partnerschappen in kernen’ à € 5000 niet SMART is gemaakt en vraagt hoe er om wordt gegaan met kernen zonder kinderopvang of school.

Het bedrag is inderdaad nog niet gespecificeerd per kern of verdeeld over de kernen, omdat we eerst willen inventariseren wat er al wordt gedaan en welke behoefte er is rondom dit doel. Dan pas wordt er overgegaan tot een concreet plan van aanpak met begroting. Op deze manier zorgen we ervoor dat het geld daar terecht komt waar er behoefte is. Dit kan ook zijn in een kern zonder opvang of onderwijs, maar dit is niet waarschijnlijk. De startgroepen worden gezamenlijk, Zeeuws-Vlaams gefinancierd door de drie gemeenten, de schoolbesturen en de regiodeal. Ouders uit andere kernen betalen niet mee aan de financiering van de gratis dagdelen. De ouders die gebruik maken van het aanbod, betalen wel zelf de andere dagdelen. We willen inzetten op meer ouderparticipatie bij opvang en onderwijs. We denken hierbij aan een oudergroep of een gemeentelijke klankbordgroep. Hoe we dit precies willen organiseren, gaan we in de komende tijd onderzoeken en verder vorm geven. We maken graag gebruik van het aanbod van indiener om hierover te sparren en eventueel zitting te nemen in de oudergroep. We vinden dit een goede suggestie en passen als gevolg daarvan de tekst aan in het plan in de tabel onder hoofdstuk 2, paragraaf 2.2 en 2.3. De suggestie om de MR en de OC te benaderen wordt opgenomen in de Uitvoeringsagenda.

2.25 Indiener stelt dat de kosten voor de startgroepen enkel verhaald zouden moeten worden in het desbetreffende dorp en wil niet dat ouders in andere kernen meebetalen aan gratis kinderopvang langs de grens. 2.26 Indiener vraagt welke ideeën er al zijn bij de gemeente Sluis om ouders als gesprekspartners te betrekken en om samenwerking met de ouders te realiseren.

2.27 Indiener stelt dat het voor elke ouder waardevol kan zijn om te weten welke formele inspraakopties ouders hebben m.b.t. de kinderopvang en het onderwijs (Artikel 1.60 Wet kinderopvang en Wet medezeggenschap op scholen) en raadt aan om hiernaar te verwijzen in het Beleidsplan. Daarnaast wordt aangeraden de medezeggenschapsraden (MR) en de oudercommissies (OC) als eerste te benaderen bij het opzetten van een oudergroep.

Aanpassing beleidsplan Leidt niet tot aanpassing.

Leidt niet tot aanpassing.

Leidt niet tot aanpassing.

Leidt tot aanpassing.

11

Naam

Inspraakreactie (samengevat)

Beantwoording

2.28 Indiener raadt aan de betrokken stakeholders uit hoofdstuk 1 volledig duidelijk te beschrijven. 2.29 Indiener vraagt aandacht voor de rol van de ouder in het toestemming geven voor hetgeen besproken wordt bij de ‘warme overdracht’ zoals genoemd in paragraaf 5.1.1. Ouders moeten volgens indiener expliciet toestemming geven voor hetgeen besproken wordt of moeten zelf aanwezig kunnen zijn bij dit gesprek. Indiener stelt voor om de laatste zin van de alinea te wijzigen in ‘De behoeften van het kind en zijn/haar ouders/voogd vormen steeds het uitgangspunt.’ 2.30 Indiener vraagt wat er bedoeld wordt met de observatiegroep in paragraaf 5.1.2 en welke rol ouders daarin spelen.

De betrokken stakeholders worden beschreven in paragraaf 1.3. We vinden dit een goede suggestie en passen als gevolg daarvan de tekst aan in het plan.

2.31 Indiener wijst erop dat stads- en dorpsraden geen formeel adviesrecht hebben en wil de tekst wijzigen in ‘We zetten in op verbindingen leggen met medezeggenschapsraden, oudercommissies en eventueel dorpsraden om de positie van de kinderopvang en de school in de kernen te versterken.’.

De observatiegroep is een kleinschalige bovenschoolse voorziening waarin kinderen waarvan de ouders, leerkrachten en/of pedagogisch medewerker denken dat zij gebaat zijn bij extra hulp of begeleiding geobserveerd worden door professionals om zo te komen tot een passend begeleidingsplan voor terugkeer naar de oude setting of tot een passende onderwijs- of opvangplek elders. Ouders zijn betrokken voor, tijdens en na plaatsing in deze groep. De plannen hiervoor worden momenteel verder uitgewerkt. Binnen deze actielijn gaat het niet om formele adviesaangelegenheden, maar om het versterken van de verbindingen tussen kinderopvang en onderwijs met de desbetreffende kern. De stads- en dorpsraden zijn belangrijke partners voor de gemeente Sluis en daarom willen we hen ook hierbij betrekken. De medezeggenschapsraden en oudercommissies worden bij andere doelstellingen zeker wel betrokken.

Aanpassing beleidsplan Leidt niet tot aanpassing. Leidt tot aanpassing.

Leidt niet tot aanpassing.

Leidt niet tot aanpassing.

12

Naam

Inspraakreactie (samengevat)

Beantwoording

2.32 Indiener stelt voor om voor het behalen van de landelijke doelstelling ‘Achterstanden bij kinderen worden ingehaald voor ze voor het eerst naar school gaan’, zoals gesteld onder paragraaf 1.2, een uitvraag te doen bij de kleuterleerkrachten om zo te inventariseren welke ideeën zij hierover hebben en of er meer of andere kinderen een VVE-indicatie hadden moeten krijgen. 2.33 Indiener vraagt n.a.v. het gesprekspunt dat gemeenten verplicht zijn om met de partners te bespreken ‘De organisatie van een doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie.’ of het mogelijk is om ook in kernen waar meer scholen zijn, goede afspraken te maken over het samen optrekken van peuter- en kleutergroepen, zoals beschreven werd in de live-uitzendingen rondom de besturenfusie. 2.34 Indiener vraagt welke medewerkers betrokken zijn geweest bij de evaluatie van de startgroepen in 2020, zoals beschreven in paragraaf 4.2.3, omdat indiener van mening is dat de medewerkers in de kinderopvang hier niets over te zeggen hebben, aangezien het hen werkgelegenheid oplevert en meer waarde hecht aan de mening van de kleuterleerkrachten. 2.35 Indiener vraagt op welke wijze leerkrachten gefaciliteerd zullen worden i.h.k.v. de warme overdracht zoals beschreven wordt in paragraaf 5.1.1.

We vinden dit een waardevolle suggestie en nemen dit mee in de uitvoeringsagenda onder de doelstelling ‘We zetten ons in voor een dekkend en kwalitatief hoogwaardig aanbod van VVE in de gemeente Sluis.’

Aanpassing beleidsplan Leidt niet tot aanpassing.

We streven als gemeente naar een goede samenwerking tussen de schoolbesturen onderling en met de kinderopvangorganisatie. De samenwerking in dit plan is daar een voorbeeld van. Ook in de toekomst zullen we samen optrekken om te kijken wat we hierin kunnen faciliteren.

Leidt niet tot aanpassing.

De evaluatie is breed uitgezet en er zijn ook medewerkers van de kinderopvang bevraagd, aangezien het een samenwerkingsproject is tussen gemeente, kinderopvang en onderwijs.

Leidt niet tot aanpassing.

In afstemming met de schoolbesturen en de kinderopvangorganisatie zal worden bekeken in hoeverre de leerkrachten hiervoor extra facilitering nodig hebben. Er zijn nu logischerwijs al contacten tussen opvang, onderwijs en jeugdzorg en we willen samen bereiken dat deze

Leidt niet tot aanpassing.

13

Naam

Inspraakreactie (samengevat)

2.36 Indiener vraagt wat het doel is van de startgroepen, zoals beschreven onder paragraaf 1.1. en wil graag meer aandacht voor het VVE-aanbod in de gemeente.

2.37 Indiener wil graag bij het stukje over preventie onder paragraaf 1.1 meer aandacht voor de gevolgen van de coronamaatregelen en wil dit expliciet benoemen. 2.38 Indiener zou graag de doelstelling uit het Beleidsplan sociaal domein ‘in Sluis heeft iedereen recht op een veilige (thuis)situatie’ willen veranderen in ‘in Sluis heeft iedereen recht op een veilige, stabiele en betrouwbare (opgroei)situatie’. 2.39 Indiener merkt n.a.v. de zin ‘In de gemeente Sluis zijn alle peutergroepen VVE-groepen, waardoor alle peuters in de gemeente gebruik kunnen maken van dit kwalitatief sterke aanbod.’ op dat alleen aanbieden niet genoeg is, maar dat er ook monitoring nodig is door bijvoorbeeld de GGD. 2.40 Indiener vraagt waarom de speelleerschool onder paragraaf 1.2 genoemd wordt, omdat het volgens indiener niet relevant is om te benoemen aangezien

Beantwoording voldoen aan de behoeften van leerkrachten, ouders en kinderen. Het doel van de startgroepen wordt beschreven onder paragraaf 5.1.1. We willen de komende tijd meer investeren in het VVE-aanbod en willen ook onderzoeken hoe we meer kinderen en ouders hierbij kunnen betrekken. Dit is vervat onder het doel ‘We zetten ons in voor een dekkend en kwalitatief hoogwaardig aanbod van VVE in de gemeente Sluis.’, zoals hierboven reeds beschreven is. Zie zienswijze 2.4.

Aanpassing beleidsplan

Leidt niet tot aanpassing.

Leidt niet tot aanpassing.

Het gaat hierbij om een doelstelling uit het Beleidsplan Sociaal Domein, dat reeds is vastgesteld door de gemeenteraad. Een aanpassing van de doelstellingen uit dat plan is dus niet meer mogelijk.

Leidt niet tot aanpassing.

Er wordt reeds bijgehouden door zowel de GGD als Kinderopvang Zeeuws-Vlaanderen hoeveel kinderen er deelnemen en of zij wel of niet een indicatie hebben. Over deze gegevens beschikking wij ook als gemeente. Verder willen we werken aan betere communicatie over het VVEaanbod, na het doen van een onderzoek, zoals we hierboven hebben beschreven. We hebben ervoor gekozen dit te benoemen om zo de link te kunnen leggen met landelijke ontwikkelingen.

Leidt niet tot aanpassing.

Leidt niet tot aanpassing.

14

Naam

Inspraakreactie (samengevat) het waarschijnlijk pas na de planperiode gerealiseerd wordt. 2.41 Indiener stelt n.a.v. de inkomensafhankelijke bijdrage onder paragraaf 1.2 dat het hierdoor makkelijker zou worden voor de kinderopvang om de prijzen te verhogen tot boven het maximumuurtarief dat de belastingdienst hanteert. Daarnaast stelt indiener een aantal vragen over de speelleerschool. 2.41 Indiener vraagt zich af welke inspanningen de gemeente gaat doen om peuters daadwerkelijk te bereiken, zoals beschreven in paragraaf 2.1.1 en stelt een aantal punten aan de orde over de rol van Kinderopvang Zeeuws-Vlaanderen in de gemeente Sluis.

2.42 Indiener vraagt zich af waarom de GGD niet genoemd wordt in de opsomming onder 2.1.1 wanneer het gaat om het afgeven van indicaties.

2.43 Indiener geeft aan dat de tekst in de opsomming onder paragraaf 2.1.2 erg juridisch klinkt en niet ‘warm’ en stelt een aantal wijzigingen voor, waaronder het uitleggen van de term ‘familiegroepsplannen’. 2.44 Indiener stelt een aantal vragen n.a.v. de ambities paragraaf 3.1 en vraagt hoe de gemeente Sluis het

Beantwoording

Aanpassing beleidsplan

Het gaat hierbij om een landelijk plan dat wellicht wordt uitgevoerd, afhankelijk van de kabinetsformatie. Wanneer hier meer over bekend wordt, zullen we hierop actie ondernemen en de genoemde aandachtspunten meenemen.

Leidt niet tot aanpassing.

Wij ontvangen vanuit de GGD een rapportage over het aantal kinderen dat deelneemt aan VVE en hebben regelmatig gesprekken met de kinderopvang over hoe het aanbod vormgegeven wordt. Wij gaan n.a.v. het doel met betrekking tot VVE onderzoek doen naar hoe we ouders en peuters het beste kunnen bereiken. Uw suggesties zullen we daarin meenemen. Wij zien Kinderopvang Zeeuws-Vlaanderen als een belangrijke partner in dit gebied en hebben de ervaring dat er naast Zeeuws-Vlaams, ook zeker gekeken wordt naar de behoeften in de gemeente Sluis. Dit is een opsomming vanuit de wet, de GGD wordt hierin niet benoemd. De GGD is voor ons wel een gesprekspartner, bijvoorbeeld in het aanpassen van de doelgroepdefinitie. Dit is verder uitgewerkt in de uitvoeringsagenda. Dit zijn inderdaad juridische teksten afkomstig uit de jeugdwet. Wij doen daarom hier geen aanpassingen in de tekst. Wij zullen de term ‘familiegroepsplannen’ in een voetnoot uitleggen. Sporten mogelijk maken tijdens de lockdown valt buiten de scope van dit beleidsplan.

Leidt niet tot aanpassing.

Leidt deels tot aanpassing.

Leidt niet tot aanpassing. 15

Naam

Inspraakreactie (samengevat)

Beantwoording

sporten tijdens de lockdown kan bevorderen en stelt dat de ambities SMART geformuleerd zouden moeten worden. 2.45 Indiener stelt dat de gemeente Sluis meer kan doen om het uitgangspunt ‘Kansenongelijkheid en segregatie wordt actief tegengegaan.’ te hanteren, o.a. door huisvesting.

Verder, zie zienswijze 2.7.

2.46 Indiener stelt een aantal vragen m.b.t. het doel onder paragraaf 5.1.2 ‘De behoeften van de NT2 kinderen in de kinderopvang en het PO zijn in kaart gebracht en ontvangen voldoende ondersteuning in hun onderwijs.’ indiener stelt dat dit valt onder de VVE-indicatie en vraagt of de gemeente Sluis in beeld heeft om hoeveel kinderen dit gaat, of er gemonitord wordt dat NT2 kinderen gebruik maken van de startgroepen, of het beschikbaar gestelde budget niet zou moeten vallen onder het reguliere VVE-budget en op welke manier Scoba bijdraagt in formatie. 2.47 Indiener geeft aan dat in de opsomming onder ‘monitoring’ in hoofdstuk 7 niet SMART geformuleerd is en doet enkele suggesties om dat aan te passen. 2.48 Indiener geeft suggesties om termen en begrippen uniform te hanteren. Zoals het gebruik van ‘kinderopvang’ i.p.v. alleen ‘opvang’. Verder geeft indiener een aantal suggesties om de leesbaarheid te bevorderen en enkele taalfouten eruit te halen. Daarnaast wordt een vraag gesteld over het ontbreken

Aanpassing beleidsplan

We vinden dit een belangrijk item en willen hier voortdurend aan werken. De situatie is nu nog niet perfect, daarom is dit opgenomen als uitgangspunt. Met betrekking tot huisvesting zijn we voortdurend in overleg met de schoolbesturen en wordt er ook veel mogelijk gemaakt, zoals rondom de bouw van MFC Aardenburg. NT2 kinderen zijn zowel niet-Nederlandstalige kinderen als kinderen van niet-Nederlandstalige ouders. Het gaat hierbij om zowel kinderen die gebruik maken van kinderopvang als van basisonderwijs. Daarom valt het niet volledig onder de VVE indicaties. We hebben via de basisscholen in beeld om hoeveel kinderen het gaat en zijn van plan om de scholen extra te ondersteunen met o.a. lesmateriaal. Hiervoor is budget gereserveerd. Scoba en Escalda hebben beide geïnvesteerd in extra personeel (onderwijsassistenten) om deze leerlingen te begeleiden.

Leidt niet tot aanpassing.

We nemen een deel van uw suggesties over. De timing is afgestemd met de schoolbesturen en de kinderopvang om mismatchen te voorkomen. We nemen een deel van uw suggesties over en hebben dit aangepast in het plan. Uw punt m.b.t. het landelijk register kinderopvang is besproken met de betrokken functionaris. De gemeentelijke functionaris kan deze nummers niet zelf wijzigen, maar er zal aan Kinderopvang Z-VL gevraagd

Leidt deels tot aanpassing.

Leidt niet tot aanpassing.

Leidt deels tot aanpassing.

16

Naam

Inspraakreactie (samengevat)

Beantwoording

van KvK nummers in het Landelijk register kinderopvang (LRK).

worden de nummers te controleren en waar nodig mutatieformulieren in te dienen.

Aanpassing beleidsplan

4. Ambtshalve aanpassingen Gewijzigde inzichten hebben geleid tot een aantal ambtshalve aanpassingen van het Beleidsplan kindvoorzieningen gemeente Sluis 2021-2024. Hieronder wordt aangegeven wat aangepast wordt en wordt gemotiveerd waarom deze aanpassingen benodigd zijn.

Wijziging De laatste ambitie onder paragraaf 3.2 passen we aan naar: Eventuele achterstanden of zorgvragen worden in een vroeg stadium gesignaleerd en opgepakt. We weten dat daarbinnen de leeftijdscategorie van 0-4 jaar van groot belang is om achterstanden in de ontwikkeling te signaleren en terug te dringen, zoals bij taalontwikkeling, hechtingsproblematiek en gedragsproblemen. Aan paragraaf 5.1.1 wordt de doelstelling ‘We zetten in op het doorontwikkelen van de multifunctionele centra (MFC’s) naar integrale kindcentra (IKC’s).’ toegevoegd.

Motivering Dit is een betere weergave van de ambitie.

In de besprekingen rondom de uitvoeringsagenda kwam dit als wens naar voren vanuit de schoolbesturen en de kinderopvang. De gemeente ziet zeker de meerwaarde in de integrale werkwijze en gezamenlijke pedagogische visie van een IKC en wil daarop inzetten. Het behalen van een vignet is een van de middelen om gezond gedrag te bevorderen. Deze doelstelling is daarom algemener gemaakt en het behalen van het vignet is opgenomen in de uitvoeringsagenda als mijlpaal.

De doelstelling ‘Alle basisscholen en kinderopvanglocaties hebben een vignet ‘gezonde school’ of ‘gezonde kinderopvang’ onder paragraaf 5.1.3 passen we aan naar ‘we bevorderen gezond gedrag bij kinderen in de gemeente Sluis.’ In de tabel onder hoofdstuk 6 is bij het onderdeel ‘behoud van startgroepen’ Er is gebleken dat vanwege de cofinanciering aan de regiodeal we deze niet (wel OAB) gewijzigd in (niet OAB). mogen financieren vanuit een specifieke uitkering (de OAB-middelen). In de begroting is voldoende ruimte binnen de andere middelen voor onderwijsachterstandenbeleid om deze verschuiving op te vangen.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=42dd48a2-37a4-48c5-adc0-2f492c22b45b