CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

07 RUD Zeeland vastgestelde begroting 2023 en jaarrekening 2021.pdf

Commissie Ruimte/AB 6 september 2022, gemeente SluisBij agendapunt: A-brieven (voor kennisgeving aannemen en in handen stellen van het college ter verdere afdoening)31.764 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

29

Begroting 2023

9.3 PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Op 10 juli 2018 stelde het algemeen bestuur het beleidskader Weerstandsvermogen en Risicobeheersing vast. Dit beleidskader implementeerden we op 27 februari 2019 stelden we de resultaten van de eerste risico-inventarisatie vast. Op 1 maart 2021 stelde het algemeen bestuur de geactualiseerde inventarisatie van de risico’s vast.

RISICOSCORE 2023 Op organisatieniveau is per risico de gevolgklasse gerelateerd aan de kansklasse. Zo ontstaat de risicoscore. De risicoscore is bepalend voor de aandacht die een specifiek risico krijgt van het management en het bestuur. De risicoscore (op organisatieniveau) op basis van de geactualiseerde risico-inventarisatie ziet er als volgt uit: Kansklasse

< 10%

Gevolgklasse

10 - 30%

30 - 50%

gemiddeld laag

5

groter dan 50.000

4

tussen 40.000 en 50.000

gemiddeld groot

3

tussen 30.000 en 40.000

gemiddeld

2

tussen 15.000 en 30.000

gemiddeld klein

e

1

tussen 5.000 en 15.000

klein

g

laag

50 - 70%

> 70%

gemiddeld gemiddeld

hoog

hoog

a, b, c

groot

f

GEÏDENTIFICEERDE RISICO’S EN DOORREKENING (BEDRAGEN IN €)

Versie: ontwerp begroting 2023.docx

30

Begroting 2023

TOELICHTING EN ONTWIKKELINGEN Risico’s met een hoge kans en een groot gevolg (donkerrood): a. Aanzienlijke onbalans tussen de omvang en aard van de taken en de omvang en b. Onevenwichtig personeelsbestand / krapte op de arbeidsmarkt Belangrijke constatering bij Onbalans in taken, verschil tussen omvang en kwaliteit taken versus omvang en kwaliteit capaciteit, en een Onevenwichtig personeelsbestand / krapte op de arbeidsmarkt is dat dit feitelijk geen risico’s betreffen maar een zekerheid zijn. c. Implementatie van de Omgevingswet De implementatie levert uitgaande van de invoering per 1 juli 2022 een set aan risico’s op: - per gemeente ontstaat een lokaal handhavingskader waardoor het risico op niet-juist handhaven toeneemt, - bij de implementatie van de Omgevingswet vindt er verschuiving plaats van (vergunningverlening alsmede) toezicht en handhaving van inrichtingen naar activiteiten (hetgeen niet past niet in de huidige P maal Q systematiek), - de implementatie c.q. uitvoering van de Omgevingswet vraagt andere (advies-)vaardigheden van medewerkers, - lokale systemen dienen aan te sluiten op de landelijke voorziening van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) om informatie uit te wisselen en om aan te sluiten op de DSO dient RUD Zeeland de huidige applicatie te migreren naar een recentere versie (RX mission) waarbij de migratie mogelijk niet of niet tijdig plaatsvindt.

Ook risico de Implementatie Omgevingswet is naar alle waarschijnlijk geen risico maar een werkelijkheid. Bovengenoemde donkerrode risico’s detecteerden we ook al in 2019. Het managementteam managet deze risico’s tot op heden door de productie in lijn te brengen met de beschikbare personele en materiële budgetten. Omdat geen ruimte wordt gepland voor ad hoc taken is de enige mogelijkheid bij onvoorziene inzet dit ten koste van de Zeeuwse Kwaliteit te laten komen. In financiële zin doen deze risico’s zich dus niet per se voor, maar wel als milieurisico in de uitvoering. Op termijn is dit geen houdbare en dus een ongewenste situatie omdat (de kansen op) incidenten toe zullen nemen. In 2020 stelde de directie van RUD Zeeland een integrale toekomstvisie op (Toekomstvisie OD Zeeland 2021 – 2024). In deze toekomstvisie zijn ook concrete maatregelen opgenomen om de visie te realiseren onder meer op het gebied van onbalans tussen taken en personele capaciteit (inclusief flexibele schil), de onevenwichtige samenstelling van het medewerkersbestand voor wat betreft leeftijd, de krapte op de arbeidsmarkt en de gevolgen van de Omgevingswet. Deze risico-inventarisatie onderstreept daarmee de noodzaak van de voorgestelde maatregelen in de toekomstvisie. Risico met een lage kans en met een (gemiddeld) klein gevolg (groen): e.

Alle taken op het gebied van PIOFACH (Personeel & Organisatie, ICT, Financiën en Communicatie) zijn uitbesteed bij een deelnemer waarbij de dienstverleningsovereenkomst in beperkte mate kwaliteitscriteria bevat. g. De inrichting van de huisvesting is niet optimaal. Risico met een gemiddeld lage kans en met een gemiddeld hoog gevolg (groen): f. Onveilige werkomstandigheden bij de uitvoering van toezicht- en handhavingswerkzaamheden. d. Ondersteuning ICT We voorzien geen aanzienlijke risico’s meer voor verbindingsproblemen en traagheid van het netwerk (ICT). Om deze problematiek op te lossen investeerden we afgelopen twee jaar in nieuwe apparatuur en een nieuwe ICT omgeving . Via de servicedeskmeldingen worden de connectieproblemen gemonitord. Indien nodig lossen we via maatwerk de problemen op.

Versie: ontwerp begroting 2023.docx

31

Begroting 2023

WEERSTANDSCAPACITEIT VAN RUD ZEELAND Het weerstandsvermogen; de beschikbare gedeeld door de benodigde weerstandscapaciteit, geeft de mate aan waarin de organisatie financiële tegenvallers kan opvangen. De kwalificatie van de verschillende ratioklassen is als volgt: Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6

Beoordeling Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

RUD Zeeland heeft als doel een ratio weerstandsvermogen te hebben in de categorie ‘voldoende’ dus tussen 1,0 en 1,4. In deze categorie is er een verantwoorde balans tussen enerzijds de aanwezige risico’s en anderzijds de financiële buffer om deze risico’s op te vangen zonder dat dit ten koste gaat van de organisatiedoelstellingen. De benodigde weerstandscapaciteit afgezet tegen de aanwezige (incidentele en structurele) weerstandscapaciteit geeft het volgende beeld:

2022

2023

2024

2025

2026

Totaal benodigde weerstandscapaciteit:

1.795.000

1.795.000

1.795.000

1.795.000

1.795.000

Totaal beschikbare weerstandscapaciteit: Incidenteel beschikbare weerstandscapaciteit:

1.254.000 1.104.000

166.000 -

169.000 -

172.000 -

175.000 -

(in EUR)

Algemene reserve

888.000

Bestemmingsreserve P maal Q*

216.000

-

-

-

Stille reserves

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Structureel beschikbare weerstandscapaciteit:

150.000

166.000

169.000

172.000

175.000

Onvoorzien

150.000

166.000

169.000

172.000

175.000

Aanvullende bijdragen deelnemers

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

Ratio weerstandscapaciteit: - enkelvoudig 2021 - cumulatief tot en met 2025

0,70 0,22

Het werkelijke weerstandsvermogen bedraagt dus voor 2022 enkelvoudig 0,7 en cumulatief (voor de jaren 2022 en met 2026) 0,22. De werkelijke ratio 2022 valt niet binnen het gewenst beleidsdoel, tussen 1,0 en 1,4, en het ratio voor de 2022 tot en met 2026 ligt aanzienlijk onder het beleidsdoel. Zoals in deze paragraaf staat, zijn een drietal donkerrode risico’s werkelijkheid. Indien het algemeen bestuur de ‘Toekomstvisie Zeeland 2021 – 2024’ vaststelt, mitigeren we de donkerrode risico’s. Na mitigering van de donkerrode sluiten de risico’s veel beter aan bij de aard en omvang van onze activiteiten en bij de totaal beschikbare weerstandscapaciteit. Versie: ontwerp begroting 2023.docx

32

Begroting 2023

RISICO’S COVID -19 Door Covid-19 hebben we de wijze van uitvoering van onze werkzaamheden moeten aanpassen in 2020 en 2021. Dit heeft geleid tot creatieve oplossingen, waardoor onze werkzaamheden bijna onverminderd doorgang konden vinden. Natuurlijk hebben we extra kosten maar andere kosten, bijvoorbeeld reiskosten, zijn weer lager. We verwachten per saldo geen extra lasten voor 2023.

KENGETALLEN In het BBV staat een voorschrift om een aantal specifieke kengetallen (inzake solvabiliteit, schuldquote, grondexploitatie, belastingcapaciteit en structurele exploitatieruimte) op te nemen in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing met een beoordeling van deze kengetallen. RUD Zeeland begroot geen rentelasten of aflossingen. Er is ook geen sprake van grond in exploitatie of inkomsten uit belastingheffing. De begrote structurele lasten zijn in evenwicht met de begrote structurele baten. Alleen het kengetal voor solvabiliteit is dus op RUD Zeeland van toepassing. No.

Omschrijving

Jaarrekening 2020

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

1.

Solvabiliteit

48%

35%

35%

35%

35%

35%

Solvabiliteit: dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin RUD Zeeland in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal is het eigen vermogen gedeeld door het balanstotaal.

Versie: ontwerp begroting 2023.docx

33

Begroting 2023

10 FINANCIËLE BEGROTING In onderstaande financiële begroting staan alle lasten en baten naar kostensoort. Jaarschijf 2022 is de oorspronkelijke begroting, en is dus exclusief de begrotingswijzigingen externe veiligheid en actualisatie vergunningen maar inclusief de onttrekking van algemene reserve voor ondersteuning op het gebied van de omgevingswet.

ONTWIKKELINGEN FINANCIËN • Consolideren begroting Op 6 december 2021 stemde het algemeen bestuur in om de begrotingssystematiek, voor zover het gevolgen van de invoering van de Omgevingswet betreft, tot en met 2024 te consolideren. Door verschuiving van de bevoegdheden m.b.t. het thema bodem van provincie naar gemeenten maken we voor deze taken een uitzondering op de consolidatie. Vanaf het moment dat dit duidelijk is, zal hier een begrotingswijziging voor worden voorbereid. We gebruiken deze periode om met elkaar de gevolgen van de Omgevingswet te onderzoeken en te implementeren zoals, processen in te richten, kentallen te ontwikkelen, de PDC te actualiseren, verschuiving van bevoegdheden, en de gevolgen van de overgang van het begrip ‘inrichting’ naar ‘activiteit’ te bepalen. Overige wijzigingen, zoals ten gevolge van de evaluatie P*Q, gevolgen van de lopende onderzoeken van de provincie en samenwerking GGD, VRZ en RUD, en nieuwe taken (exclusief Ow), worden wel zoals gebruikelijk in de begroting of een begrotingswijziging meegenomen. •

Overzicht baten en lasten naar kostensoort. 2022 begroot

2023 begroot

2024 begroot

2025 begroot

2026 begroot

8.174 69 1.932 150

9.309 19 2.091 166

9.587 20 2.131 169

9.873 20 2.171 172

10.167 20 2.212 175

10.325

11.585

11.906

12.236

12.575

9.991 26 -30 288 50

11.590 26 -31 -

11.911 27 -31 -

12.241 27 -32 -

12.580 28 -32 -

Totaal baten

10.325

11.585

11.906

12.236

12.575

Resultaat

-

-

-

-

-

Omschrijving (bedragen * € 1.000) 1 Lasten a Personele lasten b Personeel van derden c Overige kosten d Onvoorzien Totaal lasten 2 Baten a Algemene bijdrage deelnemers b Materieel budget bijdrage deelnemers c BTW-compensatie Waterschap Scheldestromen d Frictiekostenvergoeding BRZO e Onttrekkingen reserves

Versie: ontwerp begroting 2023.docx

34

Begroting 2023

Toelichting op 1. Lasten naar kostensoort: 1a. Personele lasten Personele lasten * € 1.000) Salarissen en sociale lasten Reis-en verblijfkosten Opleidingskosten Opleidingskosten (POB) Incidentele prestatiebeloning Terugontvangst kosten

(bedragen

Totaal lasten

2022 begroot

2023 begroot

2024 begroot

2025 begroot

2026 begroot

7.499 443 147 83 19 -16

8.606 494 162 40 23 -17

8.871 504 165 41 23 -17

9.143 513 169 42 23 -17

9.423 523 172 43 24 -18

8.174

9.309

9.587

9.873

10.167

De personele lasten zijn vanaf 2023 aanzienlijk hoger als gevolg van de eerder genoemde uitbreidingen voor Externe veiligheid, actualisaties vergunningen en extra taken provincie Zeeland en gemeente Vlissingen.

1b. Personeel van derden Voor inhuur voor het programma Milieu is structureel € 19.000 begroot. In 2022 is de begroting incidenteel verhoogd met € 50.000 voor ondersteuning op het gebied van de invoering van de Omgevingswet. De kosten hiervan dekken we uit de algemene reserve (2e begrotingswijziging 2022)

1c. Overige kosten Omschrijving (bedragen x € 1.000) Organisatie kosten Huur onroerende zaken Geo-diensten Milieuklachtenlijn Overige directe kosten Accountantskosten Ondernemingsraad

2022 begroot 1.565 182 59 53 43 22 9

2023 begroot 1.710 186 60 54 47 25 9

2024 begroot 1.743 189 61 55 48 25 9

2025 begroot 1.776 193 62 56 49 26 10

2026 begroot 1.810 197 63 57 50 26 10

Totaal overige kosten

1.932

2.091

2.131

2.171

2.212

De organisatie kosten zijn vanaf 2023 aanzienlijk hoger als gevolg van de eerder genoemde uitbreidingen in fte voor Externe veiligheid, actualisaties vergunningen en extra taken provincie Zeeland en gemeente Vlissingen.

1d. Onvoorzien Om te voorkomen dat we eventuele tegenvallers niet kunnen opvangen, nemen we in de begroting een post onvoorzien op. De directeur van RUD Zeeland mag beschikken over onvoorzien tot een bedrag van € 25.000 per besluit. RUD Zeeland informeert het dagelijks en algemeen bestuur over besluiten ten laste van onvoorzien.

Toelichting op 2. Baten naar kostensoort: 2a. Algemene bijdrage deelnemers en 2b. Materieel budget bijdrage deelnemers Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten, bedraagt de begrote deelnemersbijdrage (inclusief materieel budget) voor 2023 € 11,6 miljoen. Het begrote materiële budget zijn de verwachte externe kosten voor de bemonstering van indirecte lozingen.

Versie: ontwerp begroting 2023.docx

35

Begroting 2023

Onderstaande tabel geeft het verloop van de bijdrage ten opzichte van de begroting 2022 weer. Omschrijving

Bedrag (x € 1000)

Deelnemersbijdrage 2022

10.017

1e wijziging 2022: Externe veiligheid 2e wijziging 2022: onttrekking reserve* 3e wijziging 2022: Actualisatie vergunningen Extra taken gemeenten (Vlissingen en Tholen) Extra taken provincie Terugdraaien schaalvoordeel Inflatie (VZG norm) Persoonlijk ontwikkelbudget Correctie Inrichtingenbestand

200 0 155 99 900 22 296 -43 -30

Deelnemersbijdrage 2023

11.616

* De 2e wijziging 2022 betreft de onttrekking van € 50.000 uit de algemene reserve voor implementatie Omgevingswet. Deze wijziging heeft geen invloed op de hoogte van de deelnemersbijdrage.

2c. BTW compensatie De BTW is voor waterschappen niet compensabel. Om die reden besloten we bij oprichting dat waterschap deze BTW krijgt gecompenseerd.

2d. Frictiekosten Het schaalvoordeel als gevolg van de structureel hogere bijdrage door de inbrenging van extra taken door provincie Zeeland compenseert de frictievergoeding. De frictievergoeding door provincie Zeeland vervalt hierdoor vanaf 2023. Alle extra overgedragen werkzaamheden zorgen ervoor dat het geraamde schaalnadeel voor 2023 en verder, dit was voor 2023 geraamd op € 79.000, ook niet meer optreedt.

JAARREKENING RESULTAAT 2020 Op voorstel van de werkgroep “Aanpak voor een goede samenwerking tussen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen” nemen we in de begroting een analyse op van de laatst vastgestelde jaarrekening (2020) en het effect hiervan op de begroting. Zo ontstaat er inzicht in de actuele financiële positie.

Saldo jaarrekening Over het jaar 2020 realiseerden we een positief rekeningresultaat van € 451.000. Dit resultaat is als volgt tot stand gekomen:

Omschrijving 1. Resultaat 2e Bestuursrapportage 2. Programma milieu 3. Overhead 5. Algemene dekkingsmiddelen 6. Onvoorzien 7. Onttrekkingen Eindtotaal

Versie: ontwerp begroting 2023.docx

Resultaat (bedragen x € 1.000) 276 -61 154 175 12 -104 451

V N V V V N V

36

Begroting 2023

Effecten van het jaarrekening resultaat 2020 voor de begroting 2023 zijn er niet. Het resultaat over 2020 komt door incidentele meevallers.

OVERZICHT VAN INCIDENTELE LASTEN EN BATEN 2023 Het overzicht incidentele lasten en baten geeft inzicht in de mate waarin er sprake is van ‘materieel evenwicht’. Materieel evenwicht, of een reëel sluitende begroting, is een belangrijk uitgangspunt. De term materieel evenwicht houdt in dat de begroting voldoet aan bepaalde eisen. De belangrijkste daarvan is dat structurele lasten zijn gedekt door structurele baten. Incidentele lasten mogen worden gedekt door incidentele baten, waaronder onttrekkingen aan de reserves. Voor het begrip ‘incidenteel’ moet gedacht worden aan lasten en baten die zich gedurende maximaal 3 jaar voordoen (art.19 BBV). In de begroting 2023 zijn er geen incidentele lasten of baten geraamd.

GEPROGNOTISEERDE BALANS De geprognotiseerde balans geeft inzicht in de verwachte schulden en bezittingen van de RUD van 2021 tot en met 2026.

Activa per 31 december (*€ 1.000) Vaste activa Voorraden

Geprognotiseerde balans 2021 2022 2023 2024 2025 begroot begroot begroot begroot begroot 0 0 0 0 0

2026 begroot 0

0

0

0

0

0

0

Kortlopende vorderingen

1.890

1.840

1.840

1.840

1.840

1.840

TOTAAL ACTIVA

1.890

1.840

1.840

1.840

1.840

1.840

890

840

840

840

840

840

Voorzieningen

0

0

0

0

0

0

Langlopende leningen

0

0

0

0

0

0

Kortlopende schulden

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

TOTAAL PASSIVA

1.890

1.840

1.840

1.840

1.840

1.840

0

0

0

0

0

0

Passiva per 31 december (*€1.000) Eigen Vermogen

EMU saldo

Het eigen vermogen van afgerond € 890.000. In 2021 besliste het AB door middel van een 2e begrotingswijziging 2022 om € 50.000 te onttrekken voor de nieuwe Omgevingswet.

Versie: ontwerp begroting 2023.docx

37

Begroting 2023

11 DOOR HET ALGEMEEN BESTUUR TE AUTORISEREN BEGROTINGSBEDRAGEN 2023 Het algemeen bestuur stelt de bij de programma’s opgenomen budgetten vast. Onderstaande tabel geeft een overzicht van baten en lasten 2023. Begroting 2023 (bedragen * € 1.000)

Programma: Programmalijn Milieu - Vergunningverlening Programmalijn Milieu - Toezicht en Handhaving Overzichten: Algemene bijdrage deelnemers (incl. BTW compensatie) Materieel budget bijdrage deelnemers Frictiekosten vergoeding Overhead Schaalnadeel overhead Vpb Onvoorzien Saldo van baten en lasten Mutaties reserves: Programmalijn Milieu - Vergunningverlening Programmalijn Milieu - Toezicht en Handhaving

Resultaat

lasten

baten

saldo

3.454 4.551

0 0

3.454 4.551

3.414 0 166

11.559 26 0 0 0 0 0

-11.559 -26 0 3.414 0 0 166

11.585

11.585

0

0 0

0 0

0 0

11.585

11.585

0

Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van de RUD Zeeland op …/…/

De secretaris

De voorzitter,

De heer ing. A. van Leeuwen MPA

De heer A.G. van der Maas

Versie: ontwerp begroting 2023.docx

38

Begroting 2023

12 BIJLAGEN

Versie: ontwerp begroting 2023.docx

39

Begroting 2023

Bijlage 1 Baten en lasten per taakveld Taakvelden (bedragen * € 1.000)

Begroting 2023 Lasten Baten

Saldo

0.4 Overhead 0.8 Overige baten en lasten 7.4 Milieubeheer Totaal

3.414 166 8.005 11.585

3.414 166 -3.580 0

Versie: ontwerp begroting 2023.docx

11.585 11.585

40

Begroting 2023

Bijlage 2 meerjarig overzicht en berekening van de bijdrage per deelnemer Bijdrage per deelnemer (in €, inclusief materieel budget en exclusief BTW compensatie Waterschap Scheldestromen)

Deelnemer Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Waterschap Scheldestromen Provincie Zeeland TOTAAL

2022

2023

2024

2025

2026

584.000 615.300 578.100 266.700 222.900 297.700 494.200 687.900 744.100 978.200 332.800 226.200 296.600 95.500 3.596.400 10.016.600

630.400 656.900 601.200 288.500 256.200 307.900 538.000 753.500 783.600 1.038.700 373.900 243.100 433.800 98.100 4.611.700 11.615.500

647.900 675.100 617.900 296.500 263.300 316.400 552.900 774.400 805.300 1.067.500 384.300 249.800 445.800 100.800 4.739.600 11.937.600

665.800 693.800 635.000 304.700 270.600 325.200 568.200 795.800 827.600 1.097.000 394.900 256.800 458.200 103.600 4.870.800 12.268.000

684.300 713.000 652.600 313.100 278.100 334.200 584.000 817.900 850.500 1.127.400 405.800 263.900 470.900 106.500 5.005.700 12.607.900

De deelnemersbijdrage is gewijzigd als gevolg van inflatie, het inrichtingenbestand en de uitbreiding van capaciteit als gevolg van begrotingswijzigingen externe veiligheid, actualisaties, extra taken gemeenten Vlissingen en provincie Zeeland en de mutatie van het persoonlijk ontwikkelbudget.

Conform de bijdrageverordening actualiseren we de bijdrage 2023 van de deelnemers op basis van het inrichtingenbestand per 1 april 2022. Ook maken we samen met de deelnemer werkafspraken voor 2023. Beide mutaties verwerken we in het Jaarplan voor 2023. De uitkomsten van de actualisatie en werkafspraken kunnen leiden tot aanpassingen in de deelnemersbijdrage voor 2023. De begrotingswijziging die daar uit voortvloeit leggen we voor aan het algemeen bestuur.

Versie: ontwerp begroting 2023.docx

41

1

Inhoudsopgave VOORWOORD........................................................................................................................................................................ 3 1

SAMENVATTING ............................................................................................................................................................ 5

2021 IN HET KORT ................................................................................................................................................................. 8 2

3

4

PROGRAMMA’S ........................................................................................................................................................... 10 2.1

PROGRAMMA MILIEU..................................................................................................................................... 11

2.2

PROGRAMMALIJN VERGUNNINGVERLENING ................................................................................................. 12

2.3

PROGRAMMALIJN TOEZICHT EN HANDHAVING ............................................................................................. 18

OVERZICHTEN ............................................................................................................................................................. 26 3.1

OVERHEAD...................................................................................................................................................... 26

3.2

ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN ................................................................................................................... 26

3.3

ONVOORZIEN.................................................................................................................................................. 26

PARAGRAFEN .............................................................................................................................................................. 27 4.1

BEDRIJFSVOERING .......................................................................................................................................... 28

4.2

FINANCIERING ................................................................................................................................................ 33

4.3

WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ......................................................................................... 34

5

VERANTWOORDING BEGROTINGSRECHTMATIGHEID................................................................................................. 37

6

JAARREKENING 2021 ................................................................................................................................................... 39 6.1

BALANS ........................................................................................................................................................... 40

6.2

OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN ............................................................................................................... 45

6.3

ANALYSE REKENINGRESULTAAT ..................................................................................................................... 46

6.4

WET NORMERING TOPINKOMENS (WNT) ...................................................................................................... 48

6.5

TOELICHTING BATEN EN LASTEN PER PROGRAMMA ..................................................................................... 50

6.6

OVERZICHT INCIDENTELE LASTEN EN BATEN ................................................................................................. 52

7

CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT ............................................................................ 53

8

BIJLAGEN JAARREKENING 2021................................................................................................................................... 54 8.1

Informatie paragraaf verbonden partijen deelnemers ................................................................................... 54

8.2

Lasten en baten per taakveld ......................................................................................................................... 55

2

VOORWOORD Het resultaat van de jaarrekening 2021 is € 889.000 positief. Op zich is het positief dat er geld over blijft. Tegelijkertijd is dit wel een fors bedrag wat verschillende oorzaken heeft. Daar ga ik zo dieper op in. Eerst wil ik hier kwijt dat er vermoedelijk geen jaarrekening of jaarverslag van 2021 is die niet het woord corona kent. De pandemie heeft natuurlijk ook gevolgen voor de RUD. Het positieve resultaat heeft er zelfs mee te maken. Deze jaarrekening laat zien dat er door corona minder reis- en (groeps)opleidingskosten zijn gemaakt. Maar dankzij het grote aanpassingsvermogen van de werknemers heeft de RUD gewoon zijn werk kunnen doen. Vanaf deze plaats wil ik we daar opnieuw mijn waardering voor uitspreken. De sociale kant van werken op kantoor werd wel degelijk gemist. Tegelijkertijd beseffen we dat het thuiswerken definitief zijn plek heeft ingenomen. Maar er is meer In opdracht van de deelnemers is gestuurd op productiviteit. Die lag in 2021 gemiddeld hoger dan in de eerste en tweede bestuursrapportage werd verwacht. Het landelijke uitstel van de invoering van de Omgevingswet speelde hier een rol in. Het afgelopen jaar bereidde de RUD zich zo goed mogelijk voor op de komst ervan. In 2022 wordt hier verder aan gewerkt. De invoering van RX-mission is op dit moment nog onduidelijk. Er is een kans dat dit doorgeschoven wordt naar begin volgend jaar.

We zagen daarnaast dat verschillende vacatures ongewild later zijn ingevuld door de krappe arbeidsmarkt. Met name deze componenten zorgden voor fors lagere lasten op verschillende projecten. Deze zijn, als gevolg daarvan, niet of niet volledig uitgevoerd. Dit verklaart tegelijkertijd het grootste deel van het overschot. Openheid en zichtbaarheid Een toenemende aandacht voor toezicht, veiligheid en milieu is zicht- en voelbaar. De discussie over milieueffecten groeit. De online dienstverlening en proactieve informatieverstrekking is verbeterd door de investering in een nieuwe website. Toegankelijkheid, nieuwe standaarden en technieken zorgden ervoor dat onze processen en informatieverstrekking beter bij de vraag van bewoners en ondernemers aansluit. Inzet op integrale aanpak Als uitvoeringsdienst hebben we iedere dag te maken met de effecten van (Rijks)beleid en wet- en regelgeving. We staan bekend om de klassieke VTH-taken: vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dat doen we goed. Verbetering is mogelijk door de komende jaren verder in te zetten op de integrale aanpak van die taken. Met vriendelijke groet, Adrie van der Maas Voorzitter Dagelijks Bestuur

3

JAARVERSLAG 2021

4

1 SAMENVATTING In dit hoofdstuk vindt u een samenvatting van onze prestaties. Algemeen Het hele jaar 2021 hebben we te maken gehad met de corona pandemie. Met wisselende maatregelen vanuit de Rijksoverheid hebben we onze taken voortvarend opgepakt. Het digitaal overleggen en werken vanuit huis heeft goed gewerkt, met de kanttekening dat velen het menselijke contact van tijd tot tijd gemist hebben. Fysiek samen werken kent een extra dynamiek, die met digitaal samen werken gemist wordt. Er zijn veel productieve uren gerealiseerd. Een laag ziekteverzuim, fors lagere besteding generieke uren en de toename van het aantal verlofuren zijn hier onder andere debet aan. Vergunningverlening Het thuis afhandelen van vergunningaanvragen en meldingen is ook in 2021 een feit geweest. De ervaring van thuiswerken is dat efficiënter kan worden gewerkt dan in de kantoortuin. Contact met collega's en bedrijven wordt echter wel gemist. Efficiënter werken, substantieel minder verlof en redelijk succesvolle inhuur hebben tot een hoger aantal productieve uren geleid.

Om zoveel mogelijk te voorkomen dat bedrijven vanwege onze personele onderbezetting last ondervinden voor hun bedrijfseconomische ontwikkeling, ligt net als vorig jaar de focus op: het voorkomen dat milieuneutrale veranderingsvergunningen van rechtswege van kracht worden; het begeleiden van nieuwe bedrijfsinitiatieven of het ondersteunen van deelnemers bij bedrijfsontwikkelingen. Dit kan resulteren in langere doorlooptijden van m.n. de revisie- of veranderingsvergunningen. In 2021 analyseerden opnieuw het vergunningplichtige industriële bedrijvenbestand met als doel een beeld te krijgen van de bedrijven waarvan de onderliggende oprichtings-/revisievergunning dateert van vóór 2010. Dit laatste is met het oog op het voorgenomen VTH-beleid waarbij vergunningen niet ouder mogen zijn dan 10 jaar, tenzij uit een actualiseringstoets blijkt dat de voorschriften nog redelijk actueel zijn. Per 31 december 2021 zijn er 138 inrichtingen met een vergunning van tien jaar of ouder. In maart 2022 stemde het algemeen bestuur in met het voorstel voor toetsing en actualisering van vergunningen. Toezicht en handhaving Om natuurlijk verloop binnen de afdeling op te vangen zijn in de loop van 2021 drie nieuwe inspecteurs in dienst gekomen. De nieuwe inspecteurs volgden een intensief opleidingstraject en zij voldoen nu aan de landelijk gestelde eisen in de kwaliteitscriteria VTH 2.2.

Ondanks de corona-crisis voerden we de controlebezoeken zoveel mogelijk fysiek uit, ook tijdens de perioden van lockdown. Daar waar fysieke controles niet mogelijk waren, voerden we administratieve en zelfcontroles uit. We geven invulling aan risicogericht toezicht en zetten de beschikbare capaciteit daar in waar het nodig of wenselijk is. Het aantal hercontroles is hoger dan voorzien in de kentallen P*Q. Ook de inzet op (voornemen) last onder dwangsom, is aanzienlijk hoger. We geven prioriteit aan een strakke opvolging van hercontroles en (voornemens) last onder dwangsom. Waar mogelijk geven we gehoor aan ad hoc vragen vanuit de deelnemers. Dit gaat echter ten koste van andere werkzaamheden. De boa-capaciteit is de laatste jaren flink uitgebreid. We zijn daardoor beter in staat om uitvoering te geven aan strafrechtelijke opvolging. In 2021 verbeterden we onder meer de kwaliteit van de dossiervorming. Door de uitbreiding van het aantal boa’s kunnen we ook voldoen aan verzoeken van onze deelnemers om deel te nemen aan integrale acties in het kader van ondermijning. Realisatie jaarplannen 2021 De jaarplannen van de deelnemers bevatten de raming van de te leveren producten voor de betreffende deelnemer. Dit jaarplan bevat planbare productvarianten, zoals periodieke controles en actualisatievergunningen. Ook bevat dit jaarplan

5

niet planbare productvarianten zoals klachten en omgevingsvergunningen. In 2021 leverden we tegen de verwachting in 100% van de geraamde uren In hoofdstuk 2 van dit jaarverslag informeren we u over geleverde prestaties over de vergunningverlening, toezicht en handhaving. Via de deelnemersrapportages informeren we de deelnemers over de aan hun geleverde producten. Financieel resultaat 2021 Het resultaat bedraagt € 889.000 positief en hiervoor zijn drie belangrijke oorzaken Meer productieve uren 2021 is het eerste jaar dat we op werkelijke uren afrekenen. In opdracht van onze deelnemers is er gestuurd op productiviteit. Gemiddeld is de productiviteit 5 % hoger dan begroot in de 2e bestuursrapportage en 10% hoger dan de 1e bestuursrapportage. De hogere productiviteit konden we realiseren doordat diverse geplande projecten werden uitgesteld of minder tijd vergden. Denk aan de invoering van de Omgevingswet, invoering nieuw zaaksysteem RX-mission en door het uitvallen van groepsgewijze opleidingen a.g.v. Corona. Deze hogere productiviteit verklaart ongeveer de helft van het verschil tussen begroting en jaarrekening. Krappe arbeidsmarkt Daarnaast konden we in 2021 de ontstane vacatures die als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt maar moeizaam invullen, dat kostte meer tijd dan voorzien. Dit had gevolgen voor de uitvoering van diverse projecten.

Als gevolg van de vacature hoofd staf konden in 2021 diverse projecten, waarvoor lasten waren voorzien, niet of niet volledig worden uitgevoerd. Dat laatste leidt tot minder projectkosten en ook meer personele inzet op productieve uren i.p.v. generieke uren. Deze vacatures en gevolgen hiervan verklaren ongeveer een derde van het verschil tussen begroting en jaarrekening. Corona Ook maakten we als gevolg van corona (thuiswerken) minder reisbewegingen en daarmee ook minder reiskosten. Ook konden minder groepsgewijze cursussen dan voorzien worden georganiseerd. Met ook weer als gevolg minder opleidingsuren en meer productieve uren. Deze corona-gerelateerde ontwikkelingen verklaren ongeveer 10 % van het verschil tussen begroting en jaarrekening.

Oorzaak resultaat 2021 2%

12% 33%

Hogere productiviteit Corona gerelateerd

53%

Krappe arbeidsmarkt Overig

Voor een uitgebreide analyse van het resultaat verwijzen we u naar hoofdstuk 6.

6

Reserves Onze reservepositie bedraagt circa € 1.104.000 ofwel 9% van het begrotingstotaal. Dit is nog onvoldoende om onze financiële risico’s te kunnen opvangen. Hiervoor hebben we een reserve nodig van circa € 1,8 mln. In de nota “Afspraken samenwerken met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland” staat dat reservevorming uit batige saldi beperkt zijn toegestaan. De richtlijn is 5% van alle baten van de deelnemers. Voor ons komt dat overeen met een algemene reserve van € 0,6 mln. Wij vinden dat deze richtlijn te weinig aandacht besteedt aan de specifieke risico’s die er bij een gemeenschappelijke regeling aan de orde kunnen zijn. In onze ogen is er meer maatwerk noodzakelijk en om die reden wijken we af van de voorgeschreven richtlijn van 5%; zie ook onze paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Als risico’s hoog zijn is een hogere algemene reserve nodig als risico’s laag zijn kan volstaan worden met een lagere algemene reserve. 2021 is het eerste jaar dat we onze werkzaamheden op werkelijke ureninzet verrekenen met onze deelnemers. Op basis van de opgedane ervaringen actualiseren we in 2022 onze risico’s en het benodigde weerstandsvermogen.

7

2021 IN HET KORT

Mens Aantal medewerkers

Medewerkers Tevredenheidsonderzoek

Stakeholders

88

6,6

6,9

83

(2018: 6,4)

(2017: 6,7)

Inspecties (grijs) 1

Vergunningen

Meldingen activiteitenbesluit

Milieuklachten

117%

94%

118%

204%

(raming 2021: 4.001)

(raming 2021: 229)

(raming 2021: 546)

(raming 2021: 899)

55%

64%

206%

Verzuim

4,5% 2020

7,4%

Werk

2020

110%

Middelen Uitgaven*

Inkomsten*

Restant onvoorzien

Personeel van derden

95%

104%

€ 59.000

€ 1.088.000

(begroot 2021: 11,4 mln.)

(begroot 2021: 11.1 mln.)

(begroot 2021: € 148.000)

(begroot 2021: € 1.189.000)

101%

€ 12.000

€ 1.415.000

2020

97%

*exclusief materiële budgetten en ten opzichte van de bijgestelde begroting

1

Alle inspecties binnen productgroep TH01 (periodieke controles, aspectcontroles, hercontroles, etc).

8

Financiën x € 1 mln

Inkomsten

Uitgaven 2021

-12,4

11,5

2020 -11,5

11,1

2019 -12,9

12,4

Lasten: per programma

Lasten: per kostensoort

x € 1mln

x € 1mln

8,7

3,7

9,1

8,0

7,6

3,5

3,3 2,2

2,1

2020 Milieu

2021

Overhead

2020

Personele kosten Materieel budget

Personeel Openstaande vacatures

0,7

0,6

2019

Reserves

2,2

1,2

0,2

2019

8,6

8,3

2021 Organisatiekosten

Taken Verzuim

Vergunningen

Periodieke inspecties

7,4 10,8

6,3

1.557

159 4,5

5,0

1.246

1.302

2019

2020

146 136

1,0 2019

2020

2021

2019

2020

2021

2019

2020

2021

2021

9

2 PROGRAMMA’S PROGRAMMA MILIEU

11

PROGRAMMALIJN VERGUNNINGVERLENING PROGRAMMALIJN TOEZICHT EN HANDHAVING OVERZICHT BATEN EN LASTEN PROGRAMMA MILIEU

12 18 24

10

2.1

PROGRAMMA MILIEU

In de onderstaande alinea’s lichten we in algemene zin de uitvoering van onze primaire taken toe. De realisatie is gebaseerd op de uitvoering van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021. In de deelnemersrapportages rapporteren we de uitvoering van de taken specifiek per deelnemer. Grafiek 1 Productieve uren 2021

Realisatie versus raming productieve uren 106%

(in %)

101% 96%

RE

TH

Overig

realisatie TH RE Overig

: Toezicht en handhaving : Regulering (vergunningen en meldingen) : Bezwaar, beroep, adviesverzoeken, projecten, informatie-ontsluiting

Ureninzet per deelnemer

Deelnemer Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Zeeland Waterschap Scheldestromen Eindtotaal

Raming uren 5.035 5.738 5.034 2.349 2.138 2.501 4.259 6.133 6.591 9.196 2.960 2.025 3.151 33.949 387 91.448

Werkelijk Uren 5.687 5.294 4.735 2.120 1.895 2.365 4.222 6.288 6.083 11.432 3.230 2.380 4.258 32.786 21 92.799

% gerealiseerde uren 113% 92% 94% 90% 89% 95% 99% 103% 92% 124% 109% 118% 135% 97% 5% 101%

Dit geplande realisatie is gedurende het jaar bijgesteld van 90% naar 95% en is uiteindelijk uitgekomen op 101%. Een hogere realisatie in uren heeft als effect dat opbrengsten voor de RUD aanzienlijk hoger zijn dan verwacht. Beleidsmatige thema’s Onderwerpen die de aandacht hebben gehad in 2021 binnen het programma milieu zijn o.a.: • VTH-beleid: - Deelname en inzet aan de diverse werkgroepen om tot Zeeuws breed gedragen beleid te komen - Landelijke kwaliteitscriteria 2.2.: bezien of de organisatie voldoet aan de kwaliteitscriteria, inclusief het door een extern bureau per medewerker beoordelen welke competenties aanwezig zijn - Ondermijning: in opdracht van het AB en in samenspraak met de AOV-ers en deelnemers (bestuurders) een plan-van-aanpak om ondermijning te positioneren binnen RUD Zeeland uitgewerkt 11

• • • • • •

2.2

- Start LHS- implementatie - Meerjarenplan afdeling Toezicht en handhaving. Omgevingswet: voorbereiden op komst Omgevingswet door onder andere geven van training, nagaan consequenties omzetting van inrichting naar MBA, deelname aan SpoZ-werkgroep. Doorontwikkeling risicogericht en informatie gestuurd werken: onder meer via branchegerichte aanpak. Zeer Zorgwekkende Stoffen ( ZZS ) en Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (wet Bibob) Wet elektronische publicatie (WEP) Grensoverschrijdende m.e.r. (Helsinki Espoo)

PROGRAMMALIJN VERGUNNINGVERLENING

Wat wilden we bereiken? De doelstelling van programmalijn Vergunningverlening is om tot een eenduidige uitvoering van de taken in de regio te komen. Dit houdt in: Een gelijkwaardige en evenwichtige beoordeling van vergunningaanvragen, meldingen en ontheffingen. Dit leidt tot kwalitatief goede vergunningen en toestemmingen en een voor bedrijven ‘level playing field’. • •

Adviesverzoeken zijn van goede kwaliteit en behandelen we tijdig. Plustaken, waaronder het afgeven van bodembeschikkingen en behandelen van meldingen Besluit bodemkwaliteit, voeren we op een efficiënte en effectieve wijze uit.

Wat hebben we bereikt? Adviesverzoeken zijn van goede kwaliteit en worden tijdig behandeld Dat adviesverzoeken zijn van goede kwaliteit zijn tijdig afgehandeld. Dit maken wij op uit de reacties van de deelnemers; zelden verzoeken zij een nadere onderbouwing en adviezen nemen ze een-op-een over. Het aantal verzoeken om adviezen m.b.t. ruimtelijke ordening groeit. Plustaken voeren we op een efficiënte en effectieve wijze uit Plustaken voerden we in zijn algemeenheid op een efficiënte en effectieve wijze uit, in goed overleg met de betrokken deelnemer; deze lichten we verderop in dit document nader toe. Positief is dat de deelnemers de RUD steeds meer betrekken bij de implementatie van de Omgevingswet. Wat hebben we gedaan? Corona Het afhandelen van vergunningaanvragen en meldingen ging ook dit jaar bijna ongewijzigd door. Werken thuis in plaats van in de kantoortuin heeft voor vele medewerkers grote voordelen en er kan dan ook efficiënter worden gewerkt. Daarentegen wordt het klankborden met collega's en het bezoeken van bedrijven ernstig gemist. Het overall-beeld voor de meest relevante vergunningprocedures is als volgt: Een gelijkwaardige en evenwichtige beoordeling van vergunningaanvragen, meldingen en ontheffingen Vergunningen voor bedrijven zijn van goede tot zeer goede kwaliteit.

Dit blijkt uit het feit dat er van de dertien bezwaaren beroepsprocedures uit 2021, het bevoegde gezag (vertegenwoordigd door RUD Zeeland), in zes procedures in het gelijk is gesteld. Eén bezwaar was niet-ontvankelijk. De overige zes procedures zijn ingetrokken. Door een eenduidige en kwalitatief goede wijze van vergunningverlening en het beoordelen van meldingen ontstaat er voor bedrijven steeds meer een ‘level playing field’. Dit ontwikkelt zich verder door het actualiseren van vergunningen. Vergunningen en meldingen De personele capaciteit om vergunningen en meldingen af te handelen is niet voldoende om alle inkomende vergunningen onmiddellijk op te pakken en binnen de wettelijke termijn af te handelen. In april 2021 is een nieuwe collega aangenomen (functie vergunningverlener A) maar de opleiding en begeleiding van de medewerker kost tijd waardoor achterstanden niet meteen zijn weggewerkt. Daarnaast zijn medio april en eind december twee collega’s met pensioen gegaan waarvoor op dit moment nog geen vervanging is. Daarom worden net 12

zoals voorgaande jaren ook dit jaar externe deskundigen ingeschakeld voor ondersteuning op het gebied van vergunningverlening en meldingen. Wij hebben wel bemerkt in het afgelopen jaar dat de afstemming tussen de externe deskundigen en de RUD aandacht vraagt, dat zal ook voor de komende periode zijn. Met één adviesbureau is de samenwerking verbroken omdat afspraken onvoldoende of niet werden nagekomen. De voorkeur bestaat om vergunningprocedures binnen de eigen organisatie op te pakken en de uitbesteding daarvan minimaal te laten zijn. Samenvattend is de werkvoorraad voor het team vergunningverlening op dit moment fors door pensionering van twee collega’s, de op- en begeleiding van (nieuwe) collega’s. De werkdruk wordt gereguleerd door aanvragen in de werkvoorraad te houden totdat er bij een medewerker ruimte is ontstaan in het werkpakket. Dit zal in 2022 niet anders zijn. Om zoveel mogelijk te voorkomen dat bedrijven vanwege onze personele onderbezetting last ondervinden voor hun bedrijfseconomische ontwikkeling, ligt net als vorig jaar de focus op: het voorkomen dat milieuneutrale veranderingsvergunningen van rechtswege van kracht worden; het begeleiden van nieuwe bedrijfsinitiatieven of het ondersteunen van deelnemers bij bedrijfsontwikkelingen. Dit kan resulteren in langere doorlooptijden van m.n. de revisie- of veranderingsvergunningen.

Aandachtspunten over lopende vergunningprocedures worden onder andere vermeld in de deelnemersrapportages. Vanuit de deelnemersrapportages wordt het volgende meegegeven. - Gemeente Vlissingen heeft om haar moverende redenen het mandaat voor vergunningverlening van een bedrijf ingetrokken. Op dit moment zijn voor het betreffende bedrijf 7 procedures in behandeling die vanwege het intrekken van het mandaat, niet verder kunnen worden afgehandeld. De verwachting is dat begin 2022 duidelijkheid wordt geboden over de verdere afhandeling van de aanvragen. - Op verzoek van gemeente Reimerswaal hebben wij om hen moverende redenen een vergunningaanvraag m.b.t. de realisatie van een windpark met voorrang opgepakt. De door de gemeente gehanteerde aanpak heeft een forse inzet verlangd. Naar aanleiding van een uitspraak van de rechtbank heeft de gemeente de voorschriften en inhoudelijke overwegingen van het milieudeel van de vergunning opgesteld waarover aan ons advies is gevraagd. Deze handelswijze staat op gespannen voet met hoofdstuk 7, paragraaf 7.1, van het Besluit omgevingsrecht. Deze paragraaf gaat over de basistaken van een Omgevingsdienst. Het beslissen op een aanvraag omgevingsvergunning, onderdeel milieu, is aangemerkt als een basistaak. Nader overleg heeft plaatsgevonden met de gemeente en in goede samenspraak met de gemeente is de verdere procedure afgehandeld.

De onderstaande grafiek geeft de geleverde vergunningen en meldingen ten opzichte van de afspraken (raming) weer. Grafiek 2 Omgevingsvergunningen en meldingen activiteiten besluit

Aantallen producten 100%

62

90% 80%

127

70%

546 229

60% 50%

645

40% 30%

146

20% 10% 0% RE01 realisatie

onder handen werk / werkvoorraad

RE02 raming

13

Tabel 1 KPI’s Vergunningverlening

Omschrijving

KPI

Realisatie KPI t/m 31-12-2021

Termijnen vergunningen

90% van de omgevingsvergunningen verlenen we binnen de wettelijke termijn.

56%

Termijnen meldingen

90% van de meldingen Activiteitenbesluit handelen we binnen zeven dagen en gemiddeld binnen 4,75 uur af

28%

Kwaliteit producten

80% van de rechtszaken wint de RUD. Het kennisniveau is op orde.

100%

Vergunningen van rechtswege toegekend

0% van de vergunningen wordt van rechtswege toegekend.

1% (één vergunning)

*circa 28% van de meldingen handelen we binnen zeven dagen en 4,75 uur af. In veel gevallen moeten we aanvullende informatie (bijvoorbeeld akoestisch rapport) opvragen.

Afhandeling vergunningprocedures In 2021 hebben wij 146 vergunningaanvragen (alle RE01-varainten) in behandeling afgehandeld. In 2020 handelden we 159 vergunningen af. We rapporteren aan elke deelnemer over een aantal vergunningenproducten binnen de RE01varianten, die door de RUD zijn gecoördineerd, of de aanvragen zijn afgehandeld binnen de wettelijke beslistermijn. In de analyse staan geen procedures die een deelnemer zelf coördineert en geen procedures die de deelnemer, om onbekende redenen, niet doorzette.

Tabel 2 Analyse: toetsing afgehandelde procedures in relatie tot wettelijke termijnen. Uitsluitend van onderstaande productvarianten (RE01.1, RE01.2, RE01.3, RE01.4 en RE01.10).

Productvariant

RE01.1 Oprichtingsvergunning(1) RE01.2 Revisievergunning(1) RE01.3 Veranderingsvergunning(1) RE01.4 Milieuneutrale veranderingsvergunning(2) RE01.10 Omgevingsvergunning beperkte milieutoets(2) Eindtotaal

aantal procedures

buiten wettelijke termijn 3 5 10 1

regie bij deelnemer

3 9 14 34

binnen wettelijke termijn 0 1 4 30

13 73

6 41

5 24

2 8

0 3 0 3

(1) Wettelijke termijn is 26 weken (2) Wettelijke termijn is 8 weken

Bovenstaande tabel laat zien dat wij 56% 2 van de procedures binnen de wettelijke termijn afhandelden. Wanneer een bedrijf van mening is dat de afhandeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning te lang duurt, heeft het bedrijf de mogelijkheid om de deelnemer c.q. de RUD in gebreke te stellen. Mogelijk moet de RUD of de deelnemer een vergoeding betalen aan het bedrijf. Om te voorkomen dat bedrijven de deelnemer of de RUD in gebreke stellen is o.a. ingezet op een duidelijke communicatie richting bedrijven over de afhandeling van de vergunningaanvraag. In het afgelopen jaar zijn wij niet in gebreke gesteld. Overigens wordt opgemerkt dat de afhandelingstermijn voor vergunningtrajecten door de complexiteit en afstemmingen al kritisch is ten opzichte van de wettelijke termijn. Wij blijven ons inzetten op organisatorische en 2

41 stuks binnen de termijn gedeeld door 73 ontvangen aanvragen

14

technische veranderingen waarin wij mogelijkheden zien om binnen de daarvoor geldende termijnen de procedures af te ronden. Hierbij is externe ondersteuning noodzakelijk. De wens is echter specifieke milieukennis in eigen huis aanwezig te hebben door uitbreiding van de interne organisatie. We verstrekken via de deelnemersrapportage de betreffende deelnemer meer informatie over afhandelingstermijnen en risico’s. Ingetrokken aanvragen of buiten behandeling gelaten In ons zaakgerichtsysteem registreren we vergunningprocedures apart die ondernemers intrekken of waarvan wij de procedure buiten behandeling laten (RE01.11). Het buiten behandeling laten van een procedure gebeurt als een ondernemer, na een verzoek om aanvulling, niet of onvoldoende gegevens aanlevert om een aanvraag te beoordelen of wanneer de aanvraag niet voldoet aan de wettelijk voorgeschreven indieningsvereisten. Wij maken gebruik van deze wettelijke mogelijkheid om langdurige (juridische) procedures te voorkomen. Van rechtswege verleende vergunningen Van de afgehandelde vergunningprocedures (RE01.4) handelden we een vergunning niet binnen de termijn af waardoor sprake was van een van rechtswege verleende vergunning. We informeerden hierover de betrokken deelnemer.

Actualiteit van het vergunningenbestand We hanteren een methode om vergunningen te toetsen op actualiteit van vergunningplichtige industriële inrichtingen. Een actuele vergunning biedt een goede bescherming voor het milieu en anderzijds is het zo, dat een actuele vergunning een bedrijf meer houvast biedt bij eventuele bedrijfseconomische ontwikkelingen omdat zij niet geconfronteerd worden met eventuele aanpassingen in de bedrijfsvoering omdat vanuit regelgeving maatregelen noodzakelijk zijn. In de analyse (juli 2019) pasten we een risicogerichte benadering toe bij vergunningplichtige industriële bedrijven. Die analyse is gebaseerd op twee milieuaspecten van alle bedrijfsactiviteiten: • Landelijk Afvalbeheerplan: analyse van het voorschriftenpakket of deze verwijzen naar sectorplannen en/of een acceptatie- en verwerkingsbeleid (AO/AO-IC). • Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS): analyse van het voorschriftenpakket met het doel te bepalen of vergunningen verwijzen naar een verouderde PGS-richtlijn/veiligheidsrichtlijnen. Ook houden we rekening met de ouderdom van de onderliggende oprichtings-/revisievergunning. In de jaarrekening 2020 meldden we het voornemen om het vergunningplichtige industriële bedrijvenbestand in 2021 opnieuw te analyseren om een beeld te krijgen van de actualiteit van de risicovolle activiteiten bij de betreffende bedrijven.

Daarmee krijgen we tegelijkertijd een beeld van de bedrijven waarvan de onderliggende oprichtings/revisievergunning dateert van vóór 2010. Dit laatste is met het oog op het voorgenomen VTH-beleid waarbij vergunningen niet ouder mogen zijn dan 10 jaar, tenzij uit een actualiseringstoets blijkt dat de voorschriften nog redelijk actueel zijn. Er is een memo over dit onderwerp in augustus 2021 toegezonden aan het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur heeft ingestemd met de aan hen voorgelegde memo. 7 maart 2022 stemde het algemeen bestuur in met de memo en het bijbehorende voorstel voor de begrotingswijzing 2022. Per 31 december 2021 zijn er 138 inrichtingen met een vergunning van tien jaar of ouder. Ontwikkelingen Gevraagde adviezen We nemen een positieve trend waar over het aantal vragen om advies door de deelnemers, waaronder ruimtelijke ordeningsvraagtukken. Veel van deze vragen gaan over de invloed van geluid door ontwikkelingen en initiatieven in gemeenten. Ook vragen over de inpasbaarheid van initiatieven, zoals windmolens, bereiken ons steeds vaker. Onze expertise op het gebied van externe veiligheid was al diverse keren van toegevoegde waarde bij gemeentelijke vraagstukken. Bodemenergiesystemen Voor verschillende gemeenten handelen wij de aanvragen af die betrekking hebben op het realiseren van een gesloten bodemenergiesysteem.

In dat kader kan worden beoordeeld of het energiesystemen een ongewenste invloed heeft op andere bodemenergiesysteem of van een ondoelmatig gebruik van bodemenergie. Een door ons goedgekeurd bodemenergiesysteem wordt geregistreerd in het Landelijke Grondwater Register. Verder is één gevraagde vergunning van rechtswege verleend. Dit heeft niet geleid tot additionele risico’s voor de aanvrager of het betreffende bevoegd gezag. De oorzaak van de termijnoverschrijding was gelegen in onvoldoende interne afstemming.

15

Zeer Zorgwekkende Stoffen Alle bedrijven (die vallen onder het bevoegd gezag van provincie Zeeland) ontvingen een uitvraag om informatie aan te leveren met betrekking tot het gebruik van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Ons doel was om per 1 januari 2021 inzicht te hebben in de emissies van de bedrijven waar provincie bevoegd gezag voor is. Echter, ook bedrijven waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is, gebruiken ZZS stoffen. We schatten in dat via gangbare vergunningprocedures deze bedrijven worden geïnformeerd over ZZS en de mogelijke verplichtingen die daaruit voortvloeien. In het kader van de ZZS uitvraag schreven we alle 49 bedrijven aan waar provincie bevoegd gezag voor is. Hiervan reageerden vier bedrijven niet, ondanks een herhaald verzoek. Intern kijken we welke vervolgstappen we moeten nemen, met als laatste stap inzet van de handhaving. Bij één bedrijf leidde de inventarisatie tot het aanpassen van de vergunning. Bij 36 bedrijven gaat het om een afvalverwerkend bedrijf. Hiervan: - leverde circa de helft van de bedrijven een overzicht aan; - hiervan gaf circa een kwart van de bedrijven een kwantitatieve opsomming op basis van de afvalstromen per sectorplan met eventuele relevante ZZS (Bron: SGS-Intron Rapportnr. : A108010/R20190414a, d.d. 18-12-2019), en - de overige 25% gaf aan zich aan te sluiten bij het landelijk beleid.

Het landelijk beleid is vastgelegd in: “Handelingsperspectief Zorgstoffen voor Afvalverwerkers en hun vergunningverleners” opgesteld (14 mei 2020) en “Handreiking verzoek om informatie over ZZS-afvalbedrijven” tot stand gekomen (3 september 2020). Deze afvalverwerkende bedrijven dienen in 2021 een eerste overzicht te overleggen zoals aangegeven in het landelijk beleid. De verkregen informatie betrekken wij bij vergunningverlening en de taken voor toezicht en handhaving. De verdere aanpak voor ZZS is landelijk gezien in ontwikkeling waarbij het voornemen is om reductie te bewerkstelligen in het kader van ZZS. Wij volgen deze ontwikkelingen en indien nodig stemmen wij de verdere aanpak met betreffende stakeholders af. Warme overdracht (bodem) Gestart is met het digitaliseren van alle bodem dossiers. In februari is gestart is met het invoeren van deze dossiers in het bodeminformatiesysteem Nazca. De verwachting is dat in de loop van februari- maart 2022 alle bodem-dossiers zijn opgenomen in Nazca. Extra aandacht is er voor de dossiers waarop mogelijk een (nieuwe) beschikking genomen moet worden. Dit betreft bijvoorbeeld reeds gesaneerde locaties waarop een monitoringsverplichting rust. Momenteel is nog steeds niet bekend hoe het overgangsrecht voor bodem onder de Omgevingswet eruitziet.

Waarschijnlijk blijft de provincie voor een aanzienlijk deel van de bodemsaneringslocaties het bevoegde gezag. Informatieplicht energiebesparing Op basis van de Informatieplicht energiebesparing moeten bedrijven melden of, en zo ja, welke energiebesparende maatregelen zij genomen hebben. Met een subsidie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is primair ingezet op het laten melden van alle melding-plichtige bedrijven. Een deel van de bedrijven is steekproefsgewijs fysiek gecontroleerd om na te gaan of zij daadwerkelijk de energiebesparende maatregelen hebben doorgevoerd. In opdracht van gemeente Veere en Vlissingen zijn extra bedrijven gecontroleerd. De volgende tabel geeft de kentallen weer van de in 2021 uitgevoerde activiteiten. Werkzaamheden VUE2 voor Zeeuwse gemeenten In 2021 uitgevoerde werkzaamheden (uitsluitend VUE2) Administratieve Vooraankondiging Last onder dwangsom Algemen uren Meldingen Werkzaamheden controles indienen last onder dwangsom voor niet indienen Informatieplicht beoordeeld Informatieplicht voor niet indienen (B2) Borsele 26 10 5 66 Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Totaal

70 40 20 0 9 38 70 70 72

4 419

20 8 4 2 10 20 20 22

116

11 4 4 1 1 4 14 13 10 4 2 0 73

116 62 38 32 32 64 116 124 128 38 22 36 874

12

10 26 48

Fysieke controles Fysieke controles eenvoudige bedrijven complexe bedrijven 2 2 2 1 5 1 2 2 1 2 3 4 0 27

1 2 1 0 2 1 1 2 1 2 2 1 2 18

Cursief: Deze werkzaamheden zijn rechtstreeks uitgevoerd voor en in afstemming met gemeente Veere en Vlissingen hebben aanvullende werkzaamheden vastgelegd in de DVO 2021, deze zijn niet in deze tabel meegenomen.

16

Vuurwerk Ondanks het tweede jaar op rij van een tijdelijk verbod op de verkoop en afsteken van categorie F2 vuurwerk door particulieren, voerden we in de tweede helft van december controles uit bij de vuurwerkverkooppunten. De controles op voorzieningenniveau waren toen al afgerond. De vuurwerkcoördinator informeerde daarover vooraf gemeenten, politie, Veiligheidsregio en de vuurwerk-detaillisten. De reguliere controles tijdens de verkoopdagen werden weer maatwerk controles. Dit waren zowel fysieke als administratieve controles. 5-jaarlijkse toets UPD/PvE Het uitgangspuntendocument voor het brandbeveiligingssysteem van vuurwerkopslagplaatsen toetsen we elke vijf jaar aan de actuele stand van de techniek. Eind 2020/begin 2021 vond er een beoordeling plaats bij een verkooppunt. We namen de eindcontrole op basis van de 5-jaarlijkse toets mee met de reguliere voorcontrole. In 2021 is één bedrijf gestopt met de opslag/verkoop van consumentenvuurwerk. Luchtvaart In 2021 verrichtten we diverse werkzaamheden in het kader van luchtvaart (Wet luchtvaart). Hiertoe behoren onder meer het verlenen van ontheffingen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik (TUG-ontheffingen), procedures voor het vaststellen van luchthavenregelingen en luchthavenbesluiten en adviseren over het TUG-beleid.

Onder reguliere werkzaamheden vallen onder meer advisering voor de Interprovinciale Contactgroep Luchthavens en het beantwoorden van ad hoc vragen over Luchtvaart en TUG-ontheffingen. In afstemming met de provincie legden we bij de uitvoering van de werkzaamheden de prioriteit bij luchthaven Midden-Zeeland. Voor dit vliegveld lopen onder meer procedures voor de uitbreiding van het aantal helikopterbewegingen en de voorgenomen baanrotatie. Naast luchthaven Midden-Zeeland lopen er voor meerdere luchthavens binnen Zeeland procedures voor het vaststellen van een luchthavenregeling of luchthavenbesluit. Externe veiligheid De bijdrage die we via het provinciefonds ontvingen voor Impuls Externe veiligheid vervalt per 1-1-2021. Deze bijdrage zetten we in voor zowel provinciale als gemeentelijke taken. Een deel van de bijdrage verschoof naar het gemeentefonds. De bijdrage is zowel bestemd voor de uitvoering van taken door RUD Zeeland als door de Veiligheidsregio Zeeland. We bereidden een voorstel inclusief begrotingswijziging voor de invulling van de uitvoering van de taken voor externe veiligheid per 1 januari 2021; dit voorstel is door het algemeen bestuur 6 december 2021 vastgesteld. PFAS In het voorjaar 2021 werd enerzijds bekend dat er hoge PFAS-concentraties in de Westerschelde voorkwamen en anderzijds werd er meer bekend over de toxiciteit van stoffen uit deze stofgroep.

Vanuit België was er aandacht voor lozingen van 3M. In de verdragen van Helsinki en Espoo is aangegeven dat lid staten elkaar moeten informeren over grensoverschrijdende effecten van (onder andere) industrie. Deze taak is door de provincie bij ons belegd. De inrichting daarvan is echter risicogericht vormgegeven vanwege beperkte toegekende middelen. Risicogericht betekent dat wij onze beoordeling beperken tot de thema’s lucht en externe veiligheid. Wij ontvangen grote hoeveelheden adviesverzoeken vanuit diverse overheidsinstanties in België. Deze zijn zeer omvangrijk en zeer lastig te doorgronden. In 2018 heeft de provincie Antwerpen een vergunning verleend aan 3M in Zwijndrecht. We zijn voor deze vergunning conform het Verdrag van Helsinki op de hoogte gebracht en om advies gevraagd. We hebben daar niet inhoudelijk op gereageerd. De termen PFAS, PFOA en PFOS kwamen niet in de vergunning voor. In de vergunning wordt alleen melding gemaakt van een historische bodemverontreiniging met PFAS. Er zijn ook geen voorschriften m.b.t. PFAS-verbindingen in de vergunning opgenomen. Rond de zomer rees de vraag of ook PFAS wordt geloosd door Zeeuwse bedrijven. In samenspraak met provincie Zeeland is een tiental bedrijven met indirecte lozingen geselecteerd waar mogelijk PFAS in het afvalwater voorkomt. Deze afvalwaterstromen zijn bemonsterd en geanalyseerd op PFAS.

De resultaten van dit eerste oriënterend onderzoek zijn aan de provincie gepresenteerd. Naar aanleiding van de resultaten van het oriënterende onderzoek is aanvullend onderzoek gestart inclusief uitbreiding van de bemonsteringen bij andere bedrijven en locaties. Dit onderzoek loopt nog.

17

De RUD brengt in overleg met de provincie in beeld hoe de in het kader van de Verdragen van Helsinki en Espoo verkregen informatie effectiever beoordeeld kan worden en met Rijkswaterstaat wordt overleg gevoerd hoe zij haar verantwoordelijkheden ten aanzien van Vlaamse vergunningen met invloed op de waterkwaliteit van de rijkswateren invult. BRIKS Op 9 juli 2020 is in het bestuurlijk overleg over BRIKS-taken voor provinciale bedrijven tussen provincie Zeeland en de Zeeuwse gemeenten een principeakkoord genomen over de werkwijze vanaf 1 januari 2021. Onderdeel van het principeakkoord is dat er een evaluatie zou plaatsvinden van de samenwerking. De eindevaluatie zou tegelijk zijn met het in werking treden van de Omgevingswet. Met het uitstellen van deze Wet is ook de eindevaluatie opgeschort. Er is besloten om een tussenrapportage op te stellen over hetgeen dat in het afgelopen jaar heeft gespeeld. Uitgangspunt voor het principeakkoord is dat gemeenten, in opdracht van de omgevingsdiensten, de advisering voor alle provinciale BRIKS-taken verzorgen. RUD Zeeland coördineert deze taken vanuit het wettelijk uitgangspunt dat de provincie het bevoegd gezag is wat betreft BRIKS-taken voor provinciale bedrijven en dat de provincie de BRIKSbesluitvorming heeft gemandateerd aan de omgevingsdiensten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=7f534884-d2c2-48a5-89b6-ae8813816742