06 Visie musea.docx
Tekst van het document
CONCEPT VISIE OP MUSEA
Versie 1 maart 2021
1
Voorwoord De Gemeente Sluis kent een brede variëteit aan musea. Van klassieke musea die zich toespitsen op één onderwerp of thema dat lokaal ingebed is in de historie van een kern of gebied, tot musea met een bredere oriëntatie. Het merendeel van deze musea wordt in stand gehouden door grotere of kleinere groepen vrijwilligers. Zij vormen het fundament van onze musea. Door hen wordt het thema of onderwerp in de musea uitgediept en uitgelicht. Er bestaan landelijke en internationale organisaties die musea positioneren en aangeven welke taken door musea uitgevoerd moeten worden. De levendige band waarmee musea de verbinding leggen met en tussen de inwoners en bezoekers vormt een culturele basis die we als lokale gemeenschap willen koesteren. De visie op de musea staat niet op zichzelf. Voor het gemeentebestuur bestaat er een verband met de visie op streekpromotie en gastheerschap. De historie en het cultureel erfgoed zijn belangrijke ingrediënten van het DNA van de gemeente Sluis. De musea in de gemeente Sluis vertellen gezamenlijk – en ieder vanuit de eigen achtergrond – een belangrijk deel van het verhaal wat inwoners, recreanten en toeristen zowel in het landschap als in de musea kunnen beleven. De gezamenlijke musea onderschrijven deze opvatting.
De musea fungeren niet alleen als attractie maar willen ook een rol als het gaat om gastheerschap, zij zullen dan ook deel uitmaken van het gastheerschapsnetwerk. Zo spelen zij een rol in het informeren en inspireren van bezoekers om de regio te ontdekken en hierin activiteiten te ondernemen. Hierin worden de musea gefaciliteerd en ondersteund. Daarnaast hebben de musea een inhoudelijke rol binnen het gastheerschapsnetwerk om het cultureel erfgoed bij andere gastheren onder de aandacht te brengen. De promotie van de musea is geen op zichzelf staand verhaal maar wordt waar mogelijk geïntegreerd binnen de promotie van de streek en dus meegenomen in de verschillende kanalen. Met deze visie willen wij, in nauwe samenspraak met alle betrokken, nieuwe paden bewandelen waarbij we vooral de verbinding zoeken met elkaar en met onze streek. Marga Vermue Portefeuillehouder Cultuur
2
Verantwoording Wijze van aanpak De opdracht om te komen tot een Visie voor de musea is gegeven door het college van Burgemeester en wethouders van Sluis. De opdracht luidde als volgt: Stel een gedragen visie voor de musea in de gemeente op. Neem bij de opstelling van de visie de actuele ontwikkelingen op het gebied van streekpromotie en gastheerschap mee. De bedoeling is dat de gemeenteraad met de visie voor de musea waarmee zij de ontwikkeling van de musea op hoofdlijnen kan sturen. Deze opdracht werd medio november 2020 verstrekt en dient te resulteren in een document dat in april 2021 ter bespreking en vaststelling door de gemeenteraad kan worden vastgesteld. Deze visie kon niet tot stand komen zonder de welwillende en actieve medewerking van de besturen van de musea en de RMDO. Als uitwerking van deze opdracht is voor de volgende opzet gekozen: Fase 1: verkenning Fase 2: analyse Fase 3: aanbevelingen, formulering ambities, visie en missie Fase 4: globaal plan van aanpak om de aanbevelingen te vertalen in concrete stappen Fase 5: het maken van afspraken op hoofdlijnen tussen de partners om de realisatie van het globale plan van aanpak te borgen. Gekozen is voor een projectmatige aanpak. Daartoe zijn een tijdelijke stuurgroep musea en een projectgroep ingericht en is een klankbordgroep opgericht. De samenstelling van de gremia treft u in bijlage 1 aan.
Leeswijzer Deze visie is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 1 wordt de actuele situatie zoals die bestond ten tijde van de opdrachtverlening geschetst. Er wordt ook inzicht gegeven in de variëteit aan musea die de gemeente Sluis kent. Musea vormen een onderdeel van het totale aanbod aan culturele organisaties in de gemeente. Vervolgens wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de resultaten van de verkenning van het beleidsterrein waarover deze visie gaat en de aangrenzende beleidsvelden. Hoofdstuk 3 focust op de analyse van de uitkomsten van de verkenning en vertaling in ambities, de visie en de missie. In hoofdstuk 4 worden de aanbevelingen die voortvloeien uit de analyse benoemd en uitgewerkt. Elk hoofdstuk wordt afgerond met een beknopte samenvatting. Deze samenvattingen zijn in een samenvatting (zie bladzijde 8) samengevoegd. 3
Hoofdstuk 1 Verkenning van het veld Maatschappelijke context eind 2020 In het najaar van 2020 werd de deelname aan de VVV Zeeland beëindigd met ingang van 1 januari 2021. Dit betekende concreet dat stappen zijn gezet door de gemeente om een visie voor de streekpromotie op te stellen. Ook zag het college van burgemeester en wethouders zich genoodzaakt om het in 2013 geopende museum in het Belfort, te sluiten tot 1 april 20211. De achtergrond hiervan is dat door de VVV een groot aantal taken werden verricht ten behoeve van de exploitatie van dit in het Belfort gevestigde museum. Naast het denken over de kaders voor de streekpromotie werd door het college van burgemeester en wethouders ook intensief nagedacht over de praktische invulling van de streekpromotie in het post-VVV tijdperk. Gekeken werd naar de manier waarop de musea mogelijk een rol in de streekpromotie zouden kunnen vervullen en andersom, hoe de streek promotionele activiteiten ook binnen musea zouden kunnen worden uitgevoerd. Deze achtergrond vormde de reden om de opdracht voor de Visie voor de musea te geven. Eveneens in het najaar van 2020 ontwikkelde de Raad voor Demografische en Maatschappelijke Ontwikkeling (RMDO) het idee om ‘iets’ te gaan doen met de musea. In september 2020 kwam een eerste overleg met een aantal musea tot stand.
Er bleek behoefte en belangstelling bij de musea te bestaan om te kijken of samenwerking tussen de musea haalbaar en zinvol is en op welke -praktische- wijze hieraan invulling kan worden gegeven. Dit werd in eerste instantie gevonden in het onderwerp ‘voorlichting en publiciteit’. Dit onderwerp is voor ieder museum van belang. Bovendien lijken er goede kansen te bestaan dat door gezamenlijk stappen te zetten en door het deels gezamenlijk inzetten van middelen besparingen én meer kwaliteit voor iedereen te bereiken te is. 2020 was door de COVID-19 pandemie een bewogen jaar voor velen en ook voor de maatschappelijke organisaties en bedrijven in onze gemeente. Voor de musea betekende dit dat zij drie keer met verplichte sluiting werden geconfronteerd. Dat de exploitatie hierdoor sterk beïnvloed is, behoeft geen nadere toelichting. Een belangrijk deel van de exploitatie wordt immers gevormd door de inkomsten uit bezoek aan de musea. Een aantal musea heeft dan ook een beroep gedaan op de van Rijkswege aan gemeenten beschikbaar gestelde middelen als tegemoetkoming in de vaste lasten.
1 De periode van 15 december tot en met (voorlopig) 2 maart 2021 is gelijk aan de periode dat alle musea
vanwege de COVID-19 pandemie op last van de Rijksoverheid waren gesloten.
4
Musea De term ‘Museum’ vormt geen beschermd begrip. Iedereen die enthousiast is over een bepaald onderwerp kan in principe een museum openen. Er is echter ook een gangbare definitie2 van wat we onder een museum kunnen verstaan. “A museum is a non-profit, permanent institution in the service of society and its development, open to the public, which acquires, conserves, researches, communicates and exhibits the tangible and intangible heritage of humanity and its environment for the purposes of education, study and enjoyment.” 3 (vertaald: Een museum is een permanente organisatie zonder winstoogmerk in het maatschappelijke belang en de ontwikkeling hiervan, geopend voor publiek, die het materiële en immateriële erfgoed van de mensen en haar omgeving verwerft, bewaart, onderzoekt, communiceert en tentoonstelt met het oog op onderwijs, studie en plezier.) Deze definitie kan vrij worden vertaald: een museum omvat de volgende functies voor een museum: Verwerft, Behoudt, Onderzoekt, Presenteert, Documenteert en Geeft bekendheid aan de materiële en immateriële getuigenissen van de mens en zijn omgeving, voor doeleinden van studie, educatie en genoegen. De stuurgroep is van mening dat deze definitie niet voldoende recht doet aan de musea in onze gemeente. Zij staat voor een brede(re) interpretatie waarbij het 4e en 6e pijltje zwaarwegend dienen te zijn.
Terwijl ook het non-profit gegeven niet als doorslaggevend mag worden beschouwd. Tegen deze achtergrond is dan ook de verkenning van de ‘musea’ in de gemeente gestart. Musea in de gemeente Sluis. Bij de verkenning zijn de volgende organisaties herkend als musea: 1. Archeologisch Museum in Aardenburg 2. Romeins Forum i.o. te Aardenburg 3. Visserijmuseum in Breskens 4. Vuurtoren in Breskens 5. Groede Podium te Groede 6. Grote Kerk in Groede 7. Vlaams Erfgoed in Groede 8. Museumcafé in Nieuwvliet 9. Museumhuis 1912 in Nieuwvliet 2 ICOM-definitie van musea; ICOM staat voor de International Council of Museums
3 Dit is de definitie die ICOM hanteert sinds 2007. Binnen de organisatie wordt een discussie gevoerd sinds 2018
om te komen tot een nieuwe definitie.
5
10. Switchback in Oostburg 11. Het Klinket in Schoondijke 12. Belfort museum in Sluis 13. Bizarium in Sluis 14. Museum het Bolwerk in IJzendijke Alle bovengenoemde musea hebben deelgenomen aan het verkennende gesprek dat de projectleider met hen heeft gevoerd in de periode van 15 november tot 17 december 2020.
Afbakening Eerder werd aangegeven dat de Visie op de musea het uitlichten van een onderdeel betekent van het totale cultuurbeleid in onze gemeente. Van belang is deze afbakening ook naar gerelateerde vakgebieden nader toe te lichten. Musea maken deel uit van ons materieel erfgoed. Het erfgoed bestaat echter uit veel (meer) elementen. Te denken valt aan bijvoorbeeld de molens, de archeologie, landschappelijk erfgoed en de beschermde stads- en dorpsgezichten. De verschillende musea hebben een sterke band met bepaalde onderdelen van het erfgoed in onze gemeente. Denk daarbij aan de relatie van het museum het Bolwerk met de StaatsSpaanse linies, aan die van het visserijmuseum en de visserij en handel en nijverheid op dit vlak, de relatie van de Vuurtoren in Breskens met de (veelal maritieme) beeldende kunst enz. enz. De musea vormen de knooppunten tussen de verschillende elementen van het cultureel erfgoed en zijn als zodanig herkenbaar voor de inwoners en bezoekers van de streek. Deze visie beperkt zich nadrukkelijk tot die relaties die actief door de musea worden beschouwd als onlosmakelijk verbonden met hun belangrijkste scope. Dus aanknopingspunten met de beleving van onze prachtige streek vanuit het perspectief van de musea nemen we mee. Echter specifieke onderdelen van ons cultureel erfgoed zoals de molens nemen we niet mee.
Samenvatting In dit hoofdstuk is de context waarin deze visie is opgesteld benoemd, is het begrip museum verkend en is dit begrip voor deze visie gedefinieerd. Er is ook een afbakening geformuleerd binnen het totale veld dat we aanduiden als het cultureel erfgoed.
6
Hoofdstuk 2 Resultaten verkenning De verkenning ten behoeve van dit document is verdeeld in enerzijds het bureau-onderzoek en anderzijds het ‘veldonderzoek’.
Bureauonderzoek Hiervoor zijn de eerdere Cultuurnota’s en evaluaties daarvan bezien, de actuele rapportage van de Raad voor het Cultuurbeleid, het ontwerp beleidskader Streekpromotie en Gastheerschap.
Veldonderzoek Met alle 13 musea is een verkennend gesprek gevoerd. Belangrijke elementen daarin vormden: De scope, De organisatie Ontwikkelingen Financiën en bezoekersaantallen Verwachtingen van musea naar elkaar Beeld over streekpromotie en gastheerschap Verwachtingen naar de gemeente Sluis Daarnaast zijn gesprekken gevoerd met stakeholders; dit waren: Stichting Johan Hendrik van Dale (incl. de Literaire Kring) Stichting Cultuureducatie West Zeeuws-Vlaanderen Gidsenteam Zeeuws-Vlaanderen en Museum consulent van Erfgoed Zeeland Per besproken onderdeel worden de belangrijkste reacties benoemd. Daarnaast zijn de uitkomsten van de gesprekken met de 13 musea aan de hand van stellingen ten behoeve van het globale plan van aanpak, in deze visie meegenomen.
SCOPE van de Musea De scope van de musea is sterk afhankelijk van het onderwerp dat centraal staat bij ieder museum. Nagenoeg ieder museum is zich bewust van de relatie van het centrale onderwerp met de maatschappelijke realiteit van het heden. Daar wordt zo actief mogelijk op ingespeeld. Anderzijds vormen de verschillen tussen de centrale onderwerpen ook een uitdaging als het gaat om het realiseren van gemeenschappelijk verhaal voor de musea. Een gemeenschappelijk verhaal wordt, onder andere, als mogelijk marketingelement onderkend, maar in de praktijk vaak niet als eerste prioriteit gezien. Kort samengevat vormen de scopes van onze musea: De landbouw en visserij van eind 19e eeuw tot heden een herkenbare scope (Visserijmuseum, Het Klinket, Museumhuis 1912). 7
De specifieke onderdelen van de geschiedenis van de streek (Belfortmuseum, Archeologisch museum, Museum het Bolwerk, Switchback, Groede Podium, Vlaemsch Erfgoed, Vuurtoren, de Grote Kerk en het museumcafé). Het museum Bizarium vormt een uniek ‘buitenbeentje’ qua collectie omdat zij zich op een breder vlak van ontwikkeling van de mensheid richt.
ORGANISATIE van de musea Het merendeel van de musea kent de ‘klassieke’ rechtspositie-vorm van een stichting. Uitzondering vormen Museumhuis 1912, Bizarium, Groede Podium en het museumcafé Koekoeksnest. Deze kennen respectievelijk de juridisch rechtspersoonlijkheid als vereniging, eenmansbedrijf (2x) en een maatschap. De musea Belfort en het Archeologisch museum zijn onderdeel van een publieke organisatie: de gemeente Sluis. Een belangrijk aspect van de meeste musea vormen de vrijwilligers. Zowel de vrijwilligers die instaan voor het openhouden en de dagelijkse exploitatie als de vrijwilligers die de als bestuurders van de organisaties aan de slag zijn. De zorgen op dit punt van de bestuurders zijn groot. Er wordt vooral gebrek aan nieuwe aanwas van vrijwilligers ervaren en het gegeven dat een belangrijk deel van de bestaande vrijwilligers op leeftijd begint te raken baart zorgen. Uit de jaarverslagen kan worden opgemaakt dat ongeveer 120 vrijwilligers betrokken zijn bij de musea. Het overgrote deel is actief in het zomerseizoen. Voor enkele musea geldt dit aspect niet of in mindere mate. Bizarium wordt in feite als eenmanszaak geëxploiteerd, waarbij de eigenaar en zijn partner de belangrijkste steunpilaren vormen terwijl ondersteuning wordt ingehuurd, dit geldt ook voor het museumcafé Koekoeksnest. Op het vlak van openingstijden is een minder genuanceerd beeld aan de orde.
We kennen globaal twee vormen: óf seizoenopenstelling óf openstelling het jaar rond. Sommige musea beschikken over personele ondersteuning, die al dan niet een structureel karakter heeft. Voor de bekostiging hiervan is veelal steun van de gemeente ontvangen.
ONTWIKKELINGEN bij de musea De ontwikkelingen in de specifieke musea verlopen veelal in een vaste cyclus. Tijdens het openings-(zomer)seizoen wordt vooral ingezet op de lopende tentoonstellingen. Daarna wordt gestart met de voorbereiding van de tentoonstelling van een volgend seizoen. Als er centrale thema’s worden aangereikt – veelal door derde partijen - dan doet men zijn best daarbij aan te sluiten. Dit was bijvoorbeeld het geval rond de viering van 75 jaar bevrijding. Vanuit de eigen scope en in overleg met de thema-coördinatoren wordt dan invulling gegeven aan zo’n thema. Als er geen centraal thema is, wordt vanuit de eigen scope een specifiek onderwerp in een bepaald seizoen belicht. De samenwerking met anderen komt dan veelal op incidentele basis tot stand. De musea geven aan dat het gewenst is dat een gezamenlijke benadering een belangrijk winstpunt kan zijn, maar dat zij in gezamenlijkheid de kracht die hiervoor noodzakelijk is, niet kunnen generen. In dat verband wordt uitgesproken dat er behoefte bestaat een coördinator om de gezamenlijkheid en samenhang te borgen en bepaalde gezamenlijke taken te helpen oppakken.
8
FINANCIEN en BEZOEKERS Op het vlak van de financiën hebben we ook te maken met een gedifferentieerd beeld. In onderstaande tabel is een nadere duiding van de verhouding tussen het museum en de gemeente toegelicht. De bedragen die in onderstaande tabel zijn opgenomen zijn gebaseerd op de financiële administratie van de gemeente Sluis. Daarbij zijn de baten en lasten gesaldeerd en betreffen dit de exploitatielasten voor de gemeente Sluis per museum.
De bezoekers van de musea zijn te onderscheiden in verschillende doelgroepen. Daarbij is het aantal bezoekers per museum ook sterk verschillend. De musea registreren niet specifiek naar doelgroep. De doelgroepen die men herkent zijn de volgende: vaste bezoekers schoolbezoek inwoners toeristen 9
Bezoekersaantallen musea in de gemeente Sluis Museum
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Gemeentelijk Archeologisch Museum Aardenburg Oorlogsmuseum Switchback Oostburg Museum Het Belfort Sluis
2.252
1.880
1.835
1.562
2.030
1.502
380
412
400
0
470
108
6.448
7.960
8.587
8.376
10.684
6.900
Visserijmuseum Breskens Breskens
13.135
12.067
9.835
9.752
10.605
4.385
Museumstraat Het Vlaemsche Erfgoed Groede Het Bolwerk, museum voor StaatsSpaanse Linies IJzendijke
3.000
3.000
3.500
3.500
3.750
2.100
3.200
5.166
3.019
2.946
3.566
1.576
VERWACHTING VAN MUSEA NAAR ELKAAR Dit onderwerp is actief ter sprake gebracht in de verkennende gesprekken. De musea hebben geen grote verwachtingen naar elkaar, maar ieder museum geeft aan dat men een meerwaarde ziet om bepaalde onderdelen van de ‘noodzakelijke’ taken gezamenlijk aan te pakken. Daarbij worden concrete onderwerpen benoemd. Dit zijn in volgorde van belangrijkheid4 1. voorlichting / promotie / publiciteit 2. ondersteuning t.b.v. onderlinge coördinatie en afstemming 3. vrijwilligersbeleid/ werving / coaching / begeleiding 4. verwijzing naar lokale en regionale activiteiten / partners 5. ondersteuning naar elkaar op punten waarin één museum specifieke kracht kent 6. vrijwilligersbeleid / werving / coaching / begeleiding 7. ontwikkeling van arrangementen (tussen musea en andere partners) De indruk bestaat dat het initiatief van de RMDO in het najaar het latente bewustzijn om samenwerkingsmogelijkheden te ondersteunen sterk heeft bevorderd.
BEELD OVER STREEKPROMOTIE EN GASTHEERSCHAP De musea onderkennen allemaal dat streekpromotie een belangrijke randvoorwaarde vormt voor meer bekend worden van de activiteiten van de organisaties. Initiatieven uit voorgaande jaren waren minder succesvol. De musea geven vrijwel unaniem aan dat zij hechten aan een goede promotie van onze prachtige gemeente en dat zij in principe bereid zijn daarin een rol te vervullen. Ook geeft men aan het gastheerschap belangrijk te vinden. Daarbij wordt aangegeven dat men dit ook een belangrijk element vindt voor de wijze waarop de bezoekers in de musea nu al tegemoet worden getreden. Verdieping van deze functie juicht men in principe toe.
10
VERWACHTINGEN NAAR DE GEMEENTE SLUIS Dit onderwerp vormt voor sommige musea een gevoelig punt, terwijl andere hier heel positief in staan ondanks dat men tegenvallers heeft ervaren. De gevoeligheid ligt vaak op het vlak van ‘erkend voelen’ en ‘gewaardeerd voelen’. De erkenning en waardering meten de betreffende organisaties vaak af aan belangstelling vanuit de gemeente en het wel of niet ontvangen van subsidie. De blik is op dit ogenblik specifiek gericht op onze gemeente om de hiervoor ook al gesignaleerde noden: oppakken en ondersteuning bij streekpromotie en coördinatierol voor de samenwerking tussen musea onderling en eventueel andere partijen. Samenvatting In dit hoofdstuk zijn de resultaten benoemd die in de gesprekken met de 13 musea naar voren kwamen. Deze resultaten zijn geordend op basis van de volgende thema’s: De scope, De organisatie, Ontwikkelingen, Financiën en bezoekersaantallen, Verwachtingen van musea naar elkaar, Beeld over streekpromotie en gastheerschap en Verwachtingen naar de gemeente Sluis. Daarnaast is met een aantal stakeholders die relevant zijn voor de musea gesproken evenals de bestuurlijk verantwoordelijken binnen de gemeente.
11
Hoofdstuk 3 Analyse De informatie uit de kennismakingsgesprekken en de informatie uit het ‘bureau-onderzoek’ vormen samen de aanknopingspunten voor deze analyse.
3.1. Organisatie 3.1.1. Vrijwilligers Het merendeel van de musea kan bestaan door de inzet van vrijwilligers en/of exploitanten. Er is sprake van een hoge mate aan betrokkenheid. Dit blijkt onder meer uit de gemiddeld lange duur dat vrijwilligers actief zijn bij een museum en dat ondernemers genoegen nemen met een relatief beperkte opbrengst uit hun onderneming. Een deel van de vrijwilligers heeft een leeftijd boven de 50 jaar, maar er zijn ook jongere mensen betrokken (aan het raken) bij onderdelen van het werk van de musea. De leeftijdsopbouw van de betrokkenen vormt een punt van aandacht voor zowel de besturen als van de gemeente.
3.1.2. Personeel Sommige musea hebben medewerkers in (direct of indirect) in dienst. Zie onderstaand overzicht.
Museum Bolwerk Visserijmuseum Belfort Archeologisch museum (oud) Bizarium
Aantal medewerkers 2 1 2 1
Aard dienstverband Parttime Parttime
2
Fulltime en parttime Parttime
Museum café 2-4 Koekoeksnest Switchback Grote Kerk Groede Vlaemsch Erfgoed 5-10* Museumhuis 1912 Het Klinket 1 Vuurtoren
Parttime
Parttime
Aantal vrijwilligers 30 30 0 0 1 5 1 15 10-15 5 15
In samenhang met de personele bezetting zijn waardevolle samenwerkingsverbanden ontstaan die een maatschappelijke meerwaarde vertegenwoordigen; voor de mensen die er werken en voor de samenleving.
12
3.1.3. Juridische vorm De musea in Sluis kennen drie juridische vormen van rechtspersoonlijkheid. Dit zijn commercieel bedrijf (éénmanszaak; maatschap en BV), vereniging en stichting. In de operationele vorm bestaat één museum uit PPS (privaat-publieke samenwerking). Dit onderscheid vormt een aandachtspunt om rekening mee te houden in de benadering vanuit de (lokale) overheid naar de musea.
3.1.4. Financiële aspecten. De commercieel geëxploiteerde musea hebben specifieke bronnen van inkomsten zoals de opbrengst van horeca-verkopen (zonder dat er sprake is van verplichte aanschaf van een toegangskaartje) of uitsluitend de kaartverkoop. Als de gemeente wenst bij te dragen aan de instandhouding van dergelijke voorzieningen dan verdient het aanbeveling de Europese regelgeving ten aanzien van subsidies en mogelijke staatssteun nader te onderzoeken. Er bestaan op basis van de Wet Markt en Overheid beperkingen aan het verlenen van steun aan commerciële organisaties. Bij de andere (niet commercieel geëxploiteerde) musea vormt de opbrengst uit kaartverkoop een belangrijke bron van inkomsten, en wordt soms een structurele of incidentele subsidie van de gemeente ontvangen. Zeer incidenteel is sprake van een specifieke subsidie voor projecten. Sommige musea bieden korting op de toegangsprijs als de bezoeker over een museumjaarkaart beschikt. Dit is vooral een belangrijk promotiemiddel om meer bezoekers te trekken, maar genereert een gemiddeld lagere opbrengst dan de reguliere toegangsprijs. De toegangsprijzen verschillen per museum. Afhankelijk van de beschikbare totale budgetten van ieder museum is er meer of minder geld beschikbaar voor onderhoud, verwerving en beschrijvingen van de collecties.
3.2. Collecties en beheer De collecties van de musea zijn deels eigendom van de musea en deel bestaan die op basis van bruikleen van andere organisatie zoals de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en andere organisaties. In alle gevallen is het onderhoud en beheer (zorgvuldig bewaren en presenteren) de verantwoordelijkheid van musea. De daarmee gepaard gaande kosten betreffen deskundigheid; beveiliging; verzekeringen. In het verleden was er een depot waarin onderdelen van de collecties konden worden opgeslagen. Deze opslag bestaat niet meer en er zijn geen signalen dat op dit vlak een probleem bestaat. De gemeente is eigenaar van meerdere (onderdelen) van collecties. Sommige specifieke collecties worden al enige tijd niet meer actief ingezet (bijvoorbeeld collectie van bepaalde klederdrachten).
13
3.3 Promotie, publiciteit, voorlichting en marketing 3.3.1. Promotie Promotie van de verschillende musea gebeurde tot 2020 op verschillende manieren. Iedere organisatie gaf hieraan zelf invulling en via de VVV werd ook informatie over het aanbod gegeven. Recent is door de Taskforce Promotie en Marketing als onderdeel van de promotiecampagne “We zien je hier graag” een overzichtsfolder gemaakt waarin 12 van de 13 musea in beeld worden gebracht. Er wordt samengewerkt aan promotie door musea en andere partijen rondom specifieke thema’s of gezamenlijke tentoonstellingen (bijvoorbeeld rondom 75 jaar bevrijding).
3.3.2. Publiciteit De publiciteit wordt meestal per organisatie georganiseerd rondom specifieke tentoonstellingen en thema’s. De voorlichting onderscheidt zich in specifieke voorlichting over onderdelen van collecties in een museum en over ‘verhaallijnen’ van de musea. Met de verhaallijnen wordt vaak de verbinding met de ‘buitenwereld’ gelegd. Deze is dan afhankelijk van de scope van het museum en focust op het brede erfgoed in het West Zeeuws-Vlaamse landschap of verbindingen met andere organisaties (musea in de regio, waarbij het begrip regio ook grensoverschrijdend kan zijn). Meest aansprekende voorbeelden zijn Bolwerk => StaatSpaanse Linies=> fortificaties van Retranchement tot Antwerpen en visserij => Westerschelde en Noordzee en voedsel.
3.3.3. Marketing Inzet van marketing genereert zowel de aandacht van inwoners als van (potentiële) bezoekers voor de regio West Zeeuws-Vlaanderen. Voor de musea was het met Zeelandpas en in het bijzonder de regionale plus, mogelijk om tegen een beperkte meerprijs musea in de streek gratis te bezoeken. Andere initiatieven waren aansluiting/ samenwerking met de promotie van Zeeland (via de VVV Zeeland) en het initiatief om West Zeeuws-Vlaanderen te positioneren rondom voeding het project van “Catch to Plate”. Een (gezamenlijke) marketingstrategie op basis van een of meer verbindende elementen tussen de musea onderling ontbreekt. Daarnaast werden bij marketingstrategieën nauwelijks herkenbare rollen voor musea betrokken. Intussen is in de Covid-pandemie op initiatief van de lokale overheid en het bedrijfsleven een versterkte marketing ingezet rondom de “WeZienJeHierGraag” – campagne. Het belang van gezamenlijke promotie, marketing en publiciteit wordt door de museale organisaties meer en meer onderkend. Het initiatief van de gemeente om te komen tot een gedragen plan voor streekpromotie en gastheerschap kan in de nabije toekomst dan ook meerwaarde betekenen.
14
3.4. Samenwerking Als rode draad is naar voren gekomen dat samenwerking tussen de musea onderling en mogelijk strategisch partners zoals de toeristisch-recreatieve sector, de middenstand en de horeca nog niet tot stand is gekomen maar wel zinvol wordt geacht. De contacten met andere musea zijn er incidenteel, en veelal gebaseerd op specifieke doelen of – gezamenlijke trajecten. Wel vinden incidentele vormen van samenwerking – gericht op specifieke trajecten plaats. Als oorzaak van het ontbreken van dergelijke strategische samenwerkingen wordt vanuit de musea vooral gewezen op het ontbreken van tijd en beschikbare middelen om hierin te kunnen voorzien.
3.5. Vaststellingen op basis van analyse.
Voor alle musea waarmee is gesproken geldt dat er sprake van onovertroffen en bruisend enthousiasme;
Een promotioneel kader op basis van een breed en gedragen marketingconcept ontbreekt voor de musea. Nu ook de VVV-activiteiten zijn beëindigd wordt het belang van een dergelijk kader groter, dit onderkennen ook de musea. Vanuit de Taskforce Marketing en Promotie is dit eveneens vastgesteld. De gemeente zoekt, naar nieuwe manieren om weggevallen functies die na de beëindiging van de VVV zijn weggevallen in te vullen. Een wezenlijk en essentieel aandachtspunt voor de musea is dat gewerkt moeten worden aan de invulling van het programmajaar/ seizoen 2021. In het kader van het benoemde initiatief van de RMDO hebben de musea dit aspect voor 2021 gezamenlijk opgepakt. Vooruitlopend op deze visie en de visie op Streekpromotie en Gastheerschap is hierover afstemming gezocht met de gemeente. Dit gezamenlijke initiatief laat onverlet dat de musea bereid zijn om actief deel te nemen aan een structurele vorm van marketing en promotie van de streek waarbij het accent mede op het achterland van onze kust komt te liggen. Voor wat betreft de musea dient vanuit een samenhangende culturele en promotionele regie door de gemeente een actieve ondersteuning naar/voor/met hen te worden gerealiseerd. Daarbij is het doel om te komen tot een breed en gedragen aanbod van verhalen die de samenhang in het cultureel erfgoed, de historische ontwikkelingen en de toekomst verbinden.
Dit geheel in lijn met de visie voor de streekpromotie. De invulling van het element gastheerschap, het creëren van herkenbare ‘stepping stones’ van de kust (het strand) tot Brugge en van Breskens en Fast Ferry tot Zeebrugge (ook wel Zwinregio genoemd) voor de inwoners met een actief up to date aanbod met inspiratiepunten vinden de musea een belangrijk element en steunen zij. Daarbij noemen de musea wel als belangrijke voorwaarde dat initiatieven niet halverwege worden beëindigd en dat men als volwaardig partner wenst te worden beschouwd.
15
In het kader van samenwerking wordt, los van marketing en promotie, het belang van het leggen van verbindingen tussen musea herkend. Daarbij is men zich er ook van bewust dat de inwoners en bezoekers alleen dan terugkomen als het aanbod zodanig is dat dit jaar na jaar interessant blijft. De musea geven aan op dat punt behoefte te hebben aan professionele ondersteuning, opdat de vraag van de klant om meer en sneller wisselend aanbod, effectief kan worden beantwoord. In dit opzicht lijkt een logische samenhang te kunnen worden gevonden tussen de ondersteuning die noodzakelijk is voor de promotie en marketing van de regio en de vraag van musea op dit specifieke vlak. De vergrijzing van de vrijwilligers, die de ruggengraat van veel maatschappelijk relevante voorzieningen vormen in onze gemeente, speelt uitdrukkelijk ook bij de musea. Daarmee komt soms een dagelijkse opening, door onverwacht wegvallen van een vrijwilliger, in het gedrang. Dit past niet in een uitstraling van een gastvrije gemeente zoals wordt nagestreefd in de Visie op streekpromotie en gastheerschap. In dit verband zijn twee vaststellingen opportuun: 1. Concrete back-up regelen voor de organisatie van eerstelijns-taken van vrijwilligers in de musea; 2.
Er ontbreekt een gemeentelijk vrijwilligersbeleid dat concrete ondersteuning in woord en daad biedt aan de sociaal culturele voorzieningen en ondersteuning kan bieden aan de noden en uitdaging op dit vlak. De financiële bijdragen van de gemeente aan de musea zijn niet in evenwicht. Sommige organisaties ontvangen jaarlijks (structurele) bijdragen en andere ontvangen geen of slechts bijdragen voor incidentele activiteiten. Deels lijkt dit verband te houden met de impliciete definiëring van musea (de opvatting over de voorwaarden waaraan een organisatie dient te voldoen om als museum te worden aangemerkt). Hetzelfde kan worden vastgesteld als het gaat om investeringssubsidies. Sommige musea ontvangen bedragen van meer dan één miljoen euro om verder te ontwikkelen en anderen kunnen geen aanspraak maken op bijdragen in investeringen. Daarnaast is er sprake van een relatie tussen de juridische vorm van een organisatie en het verkrijgen van subsidie. Deze is deels ingegeven door wettelijke beperkingen5, maar er is (nog) niet onderzocht hoe op verantwoorde wijze met mogelijke beperkingen om te gaan of anderszins een organisatie te faciliteren. Een belangrijke aanbeveling is gericht op het behoud en versterken van de collecties. Of deze nu in bruikleen zijn of in eigendom van organisaties.
Een zekere make van professionalisering van de beschrijving en het beheer van de collectie, maar ook van het al dan niet tijdelijk uitbreiden hiervan is een aspect dat onderbelicht blijft en verder onderbelicht dreigt te worden. De gemeente heeft daartoe menskracht beschikbaar die hiervoor gekwalificeerd is.
5 Bijv. Wet Markt en Overheid
16
Indirect blijkt uit de gesprekken onduidelijkheid te bestaan over de rollen van de gemeente aan de ene kant en de verwachtingen die leven bij de musea over de taken van de gemeente aan de andere kant. Dat de gemeente exploitant is van 2 musea en ook een rol heeft in het bepalen van het cultuurbeleid en het daarmee samenhangende subsidiebeleid, roept vragen op. De indruk bestaat dat de subsidieregels niet worden toegepast voor de musea. Daarnaast is de ondersteuning die musea ontvangen zeer verschillend en is niet duidelijk waarom en wanneer wel ondersteuning wordt gegeven. Samenvatting In dit derde hoofdstuk is alle input van musea en stakeholders geanalyseerd. Deze analyse is gedaan naar: - organisatorische aspecten (juridische statussen van de organisaties, personele bezetting - professioneel en vrijwilligers – en financiële aspecten; - naar collectie en beheer; - promotie, publiciteit, voorlichting en marketing; - samenwerking. Vervolgens is op basis van de analyse een aantal vaststellingen gedaan.
17
Hoofdstuk 4 Ambitie, Visie en Missie Ambitie De musea tonen in de gevoerde gesprekken veel ambitie. Ambitie die tot uitdrukking komt in de volgende onderwerpen: Zorgvuldig beheer uitvoeren Voor een museum is het van belang om de collectie goed te beheren zodat deze steeds op een kwalitatief verantwoorde wijze kan bijdragen aan het leggen van de verbinding tussen het gisteren, vandaag en morgen rond het centrale onderwerp van het museum. Goede inbedding in lokale samenleving en kernen Borging en inbedding vindt in hoofdzaak langs twee wegen plaats. De eerste weg die voor verschillende musea van toepassing is die via de vrijwilligers (vaak uit de kern en directe omgeving afkomstig). De tweede weg is die via de bevolking en de lokale contacten. Plezierige ‘werkplek’ voor vrijwilligers Vrijwilligers doen hun werk met inzet en betrokkenheid. De werkzaamheden hebben belang in twee richtingen enerzijds door een zinvolle tijdsbesteding te bieden voor de vrijwilligers en anderzijds door betekenisvol te zijn voor de musea en onze maatschappij. Continuïteit waarborgen (op alle onderdelen) De continuïteit van een organisatie is altijd van belang. Daarbij vervullen alle aspecten van de exploitatie een rol. De besturen en eigenaren doen voortdurend meer dan hun best de exploitatie goed te laten verlopen.
Samenhang ‘Binnen en buiten’ de museummuren vergroten en versterken Alle musea onderkennen dat een museum op zich weinig voorstelt, zonder de context van het onderwerp dat zij in het bijzonder belichten in samenhang met het leven van vandaag en gisteren en wat te herkennen in ruimtelijke omgeving. Verder vormen investeren in samenwerking met collega musea en andere partners, dienstverlening aan bezoekers, ontwikkelen van promotie en voorlichting bijdragen aan gelijkwaardigheid in verscheidenheid belangrijke elementen. De musea willen graag de samenwerking met de gemeente verder ontwikkelen op basis van een heldere en transparante taakopvatting en gelijkwaardige benadering van alle musea.
18
VISIE en MISSIE
VISIE
ONTWIKKELING van het streek-DNA van GISTEREN naar MORGEN en OVERMORGEN
MISSIE
MUSEA ontwikkelen zich in herkenbaar- en beleefbaarheid voor inwoners en bezoekers van de streek, door samen met (strategische) partners ieder voor zich en daarbij in samenhang met elkaar vorm en inhoud te geven aan de rol van de MUSEA.
Onder strategische partners wordt in ieder geval verstaan het recreatief-toeristisch bedrijfsleven in de gemeenten, de in de gemeente gevestigde horeca en de gemeente Sluis.
Visie
Missie
Ontwikkeling van het streek-DNA van gisteren naar morgen en overmorgen
Bewustwording en beleven van de cultuur en historie
Versterken verbondenheid van inwoners en bezoekers
Inwoners en bezoekers van West-ZeeuwsVlaanderen
Positief tegemoet treden van wat was, wat is en wat kan komen
De musea in Sluis
Het DNA ontwikkelt door herkenning en versterking
Bewust zijn van eigen DNA en ontwikkeling hiervan.
19
STRATEGIE Gezamenlijke verhaalpresentatie musea en streek Ondanks de grote verscheidenheid van de musea in onze gemeente is het gewenst dat een of meer duidelijke verhalen ontwikkeld worden waarin de musea in gezamenlijk overleg individueel een invulling aan geven. De verhaallijnen moeten in lijn zijn met het totale streekpromotiepakket. De in de visie Streekpromotie geschetste verhaallijnen kunnen een basis vormen voor vele vormen van inkleuring, accentuering en doorontwikkeling, ten einde te komen tot een goed samenhangend en herkenbaar product waarin het culturele element samen met het fysiek waarneembare erfgoed een van de dragers vormen van de spreiding van het toerisme.
Streekpromotie is noodzakelijk Streekpromotie wordt door de musea als noodzakelijkheid beschouwd, zowel voor de doorontwikkelingskansen van onze streek als voor de mogelijkheid meer inwoners en bezoekers te interesseren voor cultuur en erfgoed om ons heen.
Musea voeren (bepaalde) gezamenlijke taken uit: Het organiseren van samenwerking tussen de musea wordt door alle musea gezien als een mogelijkheid om verder te ontwikkelen en gezamenlijk oude gebruikelijke taken opnieuw te bekijken en nieuwe horizonnen van de musea te verkennen. In combinatie met het door de musea gestarte initiatief om te komen tot periodiek overleg en een werkgroep voor promotie vormt hierin een belangrijke stap voorwaarts in het opbouwen van samenwerking. Inmiddels zijn – mede op basis van deze visievorming op hoofdlijnen meer werkgroepen gestart, waaronder die voor onderzoek naar de beste manier waarop samenwerking tussen musea vorm kan krijgen.
Lokale betrokkenheid vergroten De musea onderkennen het belang van het vergroten van de lokale betrokkenheid. Dit kan op meerdere manieren. In dit kader in elk geval via het gastherennetwerk6 zoals voorgesteld in de visie voor Streekpromotie en Gastheerschap en langs de lokale lijnen die de musea in de verschillende kernen hebben met middenstands(-vereniging) en stads- of dorpsraad.
Structurele gemeentelijke bijdrage aan musea is nodig voor de toekomst De praktijk leert dat het moeilijk is om een museum te exploiteren op basis van uitsluitend opbrengsten van toegangsbewijzen. In landelijke adviezen vanuit de raad voor de Cultuur wordt deze pragmatische ervaring van de musea in onze gemeente onderschreven. Daarmee doelen de musea niet alleen op financiële middelen, maar ook op vlak van praktische ondersteuning. Daarnaast geven zij aan dat duidelijker positiebepaling van de gemeente gewenst is. De gemeente draagt als het ware twee petten. Eén als exploitant van musea en één als beleidsmaker / subsidieverlener. De musea stellen vast dat de wijze van subsidieverlening duidelijker kan waarbij eenduidige criteria belangrijk worden geacht. 6 Natuurlijk moet overal waar gesproken wordt over ‘gastheren’ ook gelezen worden ‘gastvrouwen’!
20
De musea vragen de gemeente om -
-
heroverweging van de subsidiestromen waarbij rechtsgelijkheid en erkenning van het belang van musea in het totale pallet van het cultureel erfgoed en de betekenis hiervan voor inwoners en bezoekers uitgangspunt vormt; gedurende een nader te bepalen periode op specifieke onderdelen van de invulling van functies van de musea ondersteuning te bieden.
Niet alleen samenwerking tussen ‘erkende’ musea De gezamenlijke musea onderschrijven de benadering om, in het kader van de samenwerking, geen onderscheid te maken voor organisaties die zichzelf als museum aanduiden. De musea zijn van oordeel dat niet de vorm maar het doel namelijk ‘het in beeld brengen van het cultureel erfgoed’ bepalend dient te zijn. De Internationale Standaarden van het ICOM zijn in Nederland basis voor de Museumnorm zoals die door de Museumvereniging wordt uitgebracht. Binnen de gemeente zijn vier musea lid van de museumvereniging en opgenomen in het museumregister (Belfort museum in Sluis (tot voor kort), Archeologisch Museum in Aardenburg, Visserijmuseum in Breskens en Museum Het Bolwerk in IJzendijke). Deze musea moeten voldoen aan de Museumnorm en de kwaliteit leveren die daaruit volgt. Voor Cultuurforum Aardenburg is het bijvoorbeeld een voorwaarde voor de exploitatie van het museum om lid te zijn van de Museumvereniging. Los van deze norm zijn voor de gemeente Sluis alle musea binnen de gemeente van waarde, zowel voor de eigen bevolking als voor bezoekers. Waar incidentele situaties vragen om als gemeente aan te sluiten bij de ICOM kan de gemeente op basis van gerede argumenten aansluiten
21
Hoofdstuk 5 AANBEVELINGEN VOOR DE GEMEENTE In dit hoofdstuk worden de constateringen vertaald in aanbevelingen, zodat de visie ook op langere termijn een basis kan bieden voor de gemeente om haar beleid, acties en samenwerking met de musea nader vorm te geven. In paragraaf 3.5 zijn verschillende constateringen benoemd. Er is behoefte aan ondersteuning op gebied van coördinatie van activiteiten / arrangementen vanuit musea en vanuit streekpromotie Er is behoefte aan ondersteuning op het gebied van specifieke museale taken Er is behoefte aan duidelijkheid over de rol van de gemeente • Verwachtingen tussen musea en gemeente over ondersteuning wederzijds duidelijk maken • Rol gemeente duidelijk invullen • Verwachtingen naar gemeente voor Ondersteuning en coördinatie van activiteiten van de musea Werving (en opleiding) vrijwilligers Deskundigheidsbevordering (bijv. gastheerschap) Draagvlakverbreding musea (streekpromotie?) Vanwege de aard van de constateringen en de impact daarvan op de uitwerking wordt van de volgorde van de constateringen afgeweken in de onderstaande uitwerking.
Er is behoefte aan duidelijkheid over de rol van de gemeente
Twee aspecten zijn hierbij van belang • •
Verwachtingen tussen musea en gemeente over ondersteuning wederzijds duidelijk maken Rol gemeente duidelijk invullen
De gemeentelijke rol kan worden benoemd als exploitant, beleidsmaker en conservator. De exploitatie van de musea wordt binnen de vastgestelde besluitvorming per 1 januari 2022 teruggebracht van twee musea naar één museum. Het (huidige) Archeologisch museum zou ten laatste per die datum moeten worden gesloten waarbij het Cultureel Forum in Aardenburg tegen of per die datum is/wordt geopend. Eenzelfde ontwikkeling kan worden ingezet met het Belfort in Sluis. Dit betekent dat de rol van de gemeente automatisch wijzigt. Het op een andere bestuurlijke en operationele leest schoeien van het Belfort museum is overigens een proces dat enige tijd vraagt.
22
De gemeente werkt toe naar een ontwikkeling waarin wordt gefocust op het ontwikkelen en implementeren van cultuurbeleid. Het bieden van ondersteuning aan deze sector kan op verschillende wijzen vorm worden gegeven. Zowel in materiele (financiële) als praktisch en operationeel. De gemeente zet de ondersteuning van de sector binnen de gestelde marges voort. Op onderdelen kan dit mogelijk worden geïntensiveerd wanneer de maatschappelijke betrokkenheid van de musea en deelname aan de Streekpromotie en het Gastheerschap verder vorm en inhoud krijgen in de komende periode na vaststelling van deze visie en de visie voor streekpromotie en Gastheerschap. Beleidsmatig vormt deze visie uitgangspunt om de bestaande inzet van middelen te heroverwegen en te streven naar meer gelijkmatigheid. Hiervoor zullen objectieve criteria moeten worden geformuleerd en toegepast. Deze criteria zullen bij de subsidieverlening in 2023 kunnen worden ingezet. Daarnaast zal ook de pragmatische ondersteuning vanuit de gemeente worden heroverwogen. In afstemming met de musea moet de ondersteuning worden ingezet binnen de beschikbare ruimte.
Een en ander betekent dat het uitgangspunt is dat het geen gemeentelijke kerntaak is om musea te exploiteren; moet worden gekomen tot een goede balans/evenwicht in de wijze van exploitatie tussen de diverse musea; de subsidieverlening met ingang van de subsidiering in 2023 wordt ingezet op basis van expliciete en objectieve criteria; in samenhang en samenspraak met de musea wordt bezien op welke wijze de pragmatische ondersteuning van de gemeente kan worden vorm gegeven met ingang van uiterlijk 2023.
Behoefte aan ondersteuning op gebied van coördinatie van activiteiten / arrangementen vanuit musea en vanuit streekpromotie Na de vaststelling van de visie Streekpromotie en Gastheerschap wordt een uitveringplan opgemaakt. Dit gebeurt in samenspraak met alle betrokkenen waaronder de musea.
Behoefte aan ondersteuning op het gebied van specifieke museale taken Dit onderdeel is in de beide voorgaande aspecten uitgewerkt.
Werving (en opleiding) vrijwilligers Deze vraag is niet alleen actueel bij de musea die werken met vrijwilligers, maar speelt bij veel meer organisaties die actief zijn in het maatschappelijke veld. Binnen het cluster Burgerparticipatie en Leefbaarheid moet worden bezien op welke manier organisaties in de werving, ondersteuning en opleiding van vrijwilligers kunnen worden ondersteund.
23
Deskundigheidsbevordering (bijv. gastheerschap) en draagvlakverbreding musea (streekpromotie) In het uitvoeringsprogramma van de visie Streekpromotie en Gastheerschap zal dit uitvoerig aan de orde komen Binnen de actieve musea bestaat breed draagvlak om aan zowel de vormgeving van het gastheerschap mee te werken als gebruik te maken van die kennis voor de verdere ontwikkeling van de musea. Daarnaast blijken de musea bereid om een rol als inspiratiepunt voor de inwoners en bezoekers van onze gemeente te vervullen.
24