CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

06 D01 bijlage c paragraaf 1.2.1 KV.pdf

Raad 27 mei 2021, gemeente SluisBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen2.147 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

13

•

• • • • • •

Bij verkoop van gemeentelijke gebouwen staan we open voor verandering van de functie van het gebouw, mits dit kan volgens de geldende regelgeving en er kwalitatief sprake is van een toegevoegde waarde. We stellen huurbeleid voor gemeentelijke gebouwen op en de verhuur van gemeentelijke accommodaties wordt verder geautomatiseerd. We prioriteren de verduurzaming van gemeentelijke gebouwen op basis van de duurzaamheidscore en de bezettingscapaciteit. Indien aan voorwaarden wordt voldaan, stoten we snippergroen af. We stellen een onderhoudsbestek op voor het bomenareaal. Om schade aan onze beplanting door droogte te voorkomen, zetten we in op innovatieve manieren of producten om zoetwater te bufferen. Bij de inrichting van het openbaar groen kiezen we voor minder intensief onderhoud en houden we rekening met klimaatverandering en biodiversiteit.

Uitvoeringsparagraaf: • • •

Een goede inventarisatie en daaraan gekoppeld een meerjarenonderhoudsplan voor gemeentelijk vastgoed. Opstellen huurbeleid voor gemeentelijke gebouwen. Opstellen onderhoudsbestek voor het bomenareaal.

1.2 NATUUR EN DUURZAAMHEID 1.2.1 DUURZAAMHEID EN ENERGIETRANSITIE Waar hebben we mee te maken? •

•

• •

•

•

• •

• • •

Er is toenemende aandacht voor duurzaamheid. Steeds meer wordt gekeken naar de impact van ons handelen, de negatieve effecten daarvan op de aarde en hoe we deze zo klein mogelijk kunnen maken. Duurzaamheid is een kernbegrip geworden. Hoofdzakelijk gaat het over het maken van bewuste en verantwoorde keuzes, die het milieu, de leefomgeving en het klimaat zo min mogelijk schade berokkenen. Duurzaamheid is geen op zichzelf staand thema maar dient onderdeel te zijn van beleid op alle terreinen. Op elk terrein zijn er namelijk keuzes die een relatie hebben met duurzaamheid. De bestaande duurzaamheidsvisie uit 2013 is verlopen en achterhaald. We dienen nieuwe ambities uit te spreken ten aanzien van duurzaamheid, zowel op beleidsmatig vlak als met betrekking tot de eigen organisatie. Het Klimaatverdrag van Parijs uit december 2015 draagt alle deelnemende landen op de opwarming van de aarde te beperken tot een stijging van maximaal 2 graden Celsius voor de periode tot 2050. Het is aan de afzonderlijke landen zelf om concrete maatregelen vast te stellen. Nederland heeft een Klimaatakkoord opgesteld en gepresenteerd in juni 2019. Hierin staat hoofdzakelijk beschreven hoe Nederland de uitstoot van C02 (verantwoordelijk voor de opwarming van de aarde) gaat beperken en de overgang gaat maken naar een volledig fossielvrije (C02-vrije) samenleving.

Het nationale Klimaatakkoord heeft als doelstellingen 49% C02-reductie in 2030 en 95% C02reductie in 2050 ten opzichte van 1990. Provincie Zeeland heeft deze doelstellingen overgenomen en vastgelegd in de Regionale Energiestrategie (RES), door onze gemeente vastgesteld in mei 2020. De RES is de uitwerking van het Klimaatakkoord op provinciale schaal. De gemeente dient aan te geven hoe zij haar bijdrage kan en wil leveren aan het behalen van de doelstellingen uit de RES. Het Rijk verplicht gemeenten om voor eind 2021 een Transitievisie Warmte op te stellen. Daarin staat hoe en wanneer de woningvoorraad aardgasvrij wordt. In de RES staat dat het vastgoed van de Zeeuwse gemeenten in 2040 energieneutraal moet zijn. Dat wil zeggen dat het evenveel energie gebruikt als opwekt.

14

•

•

• •

•

• •

•

•

•

• • •

De energietransitie, zoals de in het Klimaatakkoord beschreven opgave genoemd wordt, gaat uit van enerzijds besparing van energie en anderzijds het gebruik van schone energie. De energietransitie is een geleidelijk proces dat uiteindelijk invloed heeft op en consequenties voor alle inwoners. Het bewustzijn en de urgentie hiervan bij de inwoners is momenteel echter beperkt. Gemeenten zijn verplicht een energieloket te hebben, waar inwoners terecht kunnen voor vragen over verduurzaming van woningen. Hiervoor werken we samen met het Duurzaam Bouwloket. Ook ondersteunen we de Stichting Energiek Zeeland, die maatwerkadviezen voor woningen levert. Hoeveel de uitvoering van de energietransitie kost, is nog onbekend. Het staat echter vast dat deze grootschalige transitie veel kosten met zich mee zal brengen Technisch gezien zijn wind- en zonne-energie op dit moment de enige methoden voor het opwekken van duurzame energie, die op grote schaal te realiseren zijn in onze gemeente. Andere methoden zijn nog in ontwikkeling of niet geschikt vanwege de geografische eigenschappen van onze gemeente. Daarom betekent duurzame energie vooralsnog wind- en zonne-energie. Wat mogelijk is in de gemeente Sluis baseren we op de opbouw van het elektriciteitsnetwerk en op het provinciale beleid voor wind- en zonne-energie.

Op dit moment is het elektriciteitsnetwerk berekend op 14,6 MW (megawatt) extra op te wekken energie. Beleidsmatig en technisch bezien zijn er in onze gemeente twee potentiële locaties voor grootschalige opwek van duurzame energie: rondom het hoofdverdeelstation van Oostburg en rondom de windturbines in de Hoofdplaatpolder. Momenteel worden er op bedrijventerreinen twee locaties voor zonnepanelen ontwikkeld en zijn er vijf windmolens nabij Hoofdplaat gesitueerd. Het provinciale beleid staat windturbines hoger dan 20 meter toe in de omgeving van de Hoofdplaatpolder. Windturbines met een maximale tiphoogte (het hoogste punt) van 20 meter zijn elders onder voorwaarden toegestaan. Het huidige gemeentelijke beleid hanteert echter een maximale tiphoogte van 15 meter. Het Rijk is voornemens de N-1 redundantie los te laten, een norm voor reservecapaciteit bij storingen. Hierdoor komt er mogelijk 30 MW extra aansluitcapaciteit beschikbaar voor de opwek van duurzame energie. Technisch gezien is het mogelijk het elektriciteitsnetwerk verder te verzwaren en meer opwek van duurzame energie mogelijk te maken. Hiervoor is een aanpassing van het verdeelstation in Oostburg nodig in overleg met de netbeheerder, wat een forse ruimtelijke en financiële ingreep betekent.

Omdat netbeheerder Enduris namens de overheid het elektriciteitsnetwerk beheert, zullen deze kosten uiteindelijk afgewenteld worden op de maatschappij. Het provinciale beleid staat zonneparken binnen bebouwd gebied toe. Buiten bebouwd gebied zijn zonneparken onder voorwaarden toegestaan. Een belangrijke voorwaarde is dat gekeken moet worden naar functiecombinaties, bijvoorbeeld zonnepanelen op bedrijventerreinen. Zonnepanelen op daken zijn in principe vergunningsvrij (met uitzondering van monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten). Een van de doelen van het Rijk is Nederland circulair in 2050. Dat wil zeggen dat de economie volledig draait op herbruikbare grondstoffen. Ook op het gebied van mobiliteit speelt verduurzaming een steeds grotere rol. Fossiele brandstoffen worden op termijn vervangen door schone energie, vooral door een transitie richting elektrisch rijden.

Wat willen we bereiken? • •

• •

Het belang van duurzaamheid staat meer centraal bij onze beleidsvoornemens. Duurzaamheid dient een plaats te krijgen binnen alle beleidsterreinen. Een voorbeeldfunctie vervullen voor andere organisaties door een duurzame bedrijfsvoering. Dit betekent dat duurzaamheid een plaats zal moeten krijgen in onze interne processen, ons onderhoudsprogramma, aanbestedingsbeleid en inkoopbeleid. Inwoners, en specifiek jongeren, die het belang van duurzaamheid onderschrijven en hier voldoende kennis over hebben (zie 1.2.2. Natuur en landschap). Een voorbeeldfunctie vervullen voor onze inwoners. We willen onze verantwoordelijkheid nemen voor de energietransitie en naar redelijkheid bijdragen aan de doelen van de RES. Dit

15

•

•

•

•

•

•

• • •

betekent dat we de doelen in het Klimaatverdrag van Parijs en het landelijke Klimaatakkoord onderschrijven. We zetten in, waar mogelijk, op besparing van energie. We besparen enerzijds als gemeentelijke organisatie en anderzijds wijzen we burgers en bedrijven op het belang van energiebesparing. Energiebesparing is de eerste stap in de energietransitie. Alles wat bespaard wordt, moet immers niet opgewekt worden. Een groter bewustzijn onder burgers over wat de energietransitie inhoudt en wat hun rol, mogelijkheden en uitdagingen daarbij zijn. Burgers die aan de slag willen met de energietransitie willen we stimuleren en mogelijkheden bieden. Ook willen we dat zij goed op de hoogte zijn van alle (on)mogelijkheden. Een helder toetsingskader voor de energietransitie tot 2030 en een doorkijk richting 2050. Innovaties en technische ontwikkelingen gaan dusdanig snel dat het niet realistisch is om heel concreet beleid te formuleren voor 2050. Daarnaast wordt de voortgang van de energietransitie gemonitord en het beleid steeds geëvalueerd. Benutting van de extra opwekmogelijkheden voor duurzame energie, voor zover het huidige elektriciteitsnetwerk dit toelaat, en al dan niet met het loslaten van het principe van N-1 redundantie. Opwekking van duurzame energie op land in het buitengebied zal impact hebben op het landschap.

We willen bereiken dat dergelijke initiatieven zo min mogelijk een verstoring van het landschap met zich meebrengen. Een zo optimaal mogelijke ruimtelijke ordening is daarbij essentieel. Initiatieven voor opwekking van duurzame energie moeten kunnen rekenen op draagvlak van de omwonenden. We vinden het belangrijk omwonenden in een vroeg stadium bij dergelijke ontwikkelingen te betrekken of dat ze deze zelf vormgeven. Opbrengsten uit de opwekking van duurzame energie, worden zoveel mogelijk geïnvesteerd in de directe omgeving. In plannen voor de opwekking van duurzame energie wordt vastgelegd hoe de ontmanteling van de energie-installatie na afloop van de operationele periode wordt verzorgd en gefinancierd. Een infrastructuur die bijdraagt aan de transitie naar duurzame mobiliteitsvormen. Concreet betekent dit voor de kortere termijn een richtinggevende visie ten aanzien van locaties en hoeveelheden laadpalen.

Hoe willen we het bereiken? •

• • •

•

• •

We onderzoeken hoe we de gemeentelijke bedrijfsvoering verder kunnen verduurzamen. Dit kan onder andere op het gebied van afvalinzameling, gebouwenbeheer, inkoop- en aanbestedingsbeleid, het gemeentelijk wagenpark et cetera. Hiertoe stellen we een plan 'verduurzaming gemeentelijke organisatie Sluis’ op. Bij aanbestedingen, prijsvragen en andere soortgelijke procedures wordt duurzaamheid een onderdeel waar (mede) op geselecteerd wordt. We continueren de samenwerking met Natuur & Zo voor educatie over duurzaamheid (zie 1.2.2 Natuur en landschap). We zetten ons blijvend in om de bewustwording onder inwoners te vergroten en hen waar mogelijk te adviseren. Hiertoe zetten we de samenwerking voort met Duurzaam Bouwloket. Er wordt onderzocht hoe Stichting Energiek Zeeland hierin een rol kan spelen. We zetten een stimuleringsregeling op om woningeigenaren te stimuleren energiebesparende maatregelen te nemen. De gemeente neemt de rol van regisseur op zich in de ontwikkeling van de Transitievisie Warmte, die voor 2022 is opgesteld. De visie wordt ontwikkeld samen met verschillende belanghebbenden zoals de netbeheerder, de woningcorporatie en (belangenvertegenwoordigers van de) inwoners. Hoewel de voorkeur uitgaat naar zonne-energie, sluiten we windenergie voor de lange termijn (na 2030) niet uit. Wat betreft windenergie zijn de mogelijkheden beperkt.

Van uitbreiding van het aantal windturbines in de Hoofdplaatpolder is geen sprake op de korte termijn. We onderzoeken of de maximaal toegestane tiphoogte van kleine windturbines gelijkgetrokken kan worden met het huidige provinciale beleid. Dit alleen bij agrarische bedrijven en onder voorwaarden.

16

• •

•

•

•

•

• •

• • •

Binnen de bebouwde kom blijft opwekking van duurzame energie via zonnepanelen mogelijk conform het huidige beleid. We hanteren de zonneladder als uitgangspunt voor het plaatsen van zonnepanelen. Dat houdt in: zonnepanelen bij voorkeur allereerst op daken van woningen en overige gebouwen. Vervolgens kijken we naar mogelijkheden op vervuilde gronden of gronden die niet gebruikt worden. Als laatste wordt er gekeken naar landbouwgronden grenzend aan andere functies. Zonneparken buiten bebouwd gebied staan we toe onder voorwaarden. Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden wijzen we twee locaties voor zonneparken aan in het buitengebied: het hoofdverdeelstation nabij Oostburg (maximaal 10 MW) en nabij de windturbines in de Hoofdplaatpolder (max 8 MW). De overige 4,6 MW die mogelijk is gezien de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk, wordt in afstemming met de netbeheerder gereserveerd voor zonnepanelen op daken en andere ontwikkelingen. De hierboven genoemde mogelijke zonneparken dienen te voldoen aan essentiële randvoorwaarden, zoals een adequate landschappelijke inpassing, een goede vorm van bewonersparticipatie (procesmatig en financieel) en behoud of versterking van de biodiversiteit. Van de opbrengst van zonneparken gaat een deel naar een nog op te richten duurzaamheidsfonds.

Afspraken over zo’n (jaarlijkse) bijdrage zullen in een overeenkomst worden vastgelegd alvorens planologisch medewerking wordt verleend. We werken nader uit waaraan het nog op te richten duurzaamheidsfonds zal worden besteed, ook in relatie tot de nog te ontwikkelen stimuleringsregeling voor woningeigenaren. Kleinschalige locaties voor duurzame energieopwekking in het buitengebied staan we niet toe (met uitzondering van bestaande agrarische bouwvlakken). Dit om het karakteristieke landschap zoveel mogelijk te behouden en verrommeling tegen te gaan. De technische en financiële aspecten van zonnepanelen boven parkeerplaatsen worden nader onderzocht. Elke twee jaar publiceren we een monitoring van de effecten van het energietransitiebeleid. We ontwikkelen een Zeeuwse visie op laadpalen. De provincie Zeeland neemt de regie en pakt dit op samen met de gemeenten. De uitwerking hiervan wordt indien mogelijk opgepakt samen met ondernemers .

Uitvoeringsparagraaf: • • • •

Plan 'verduurzaming gemeentelijke organisatie Sluis'. Transitievisie Warmte Uitwerking duurzaamheidsfonds (in relatie met stimuleringsregeling). Opstellen beleidsregel/toetsingskader zonnepanelen.

1.2.2 NATUUR EN LANDSCHAP Waar hebben we mee te maken? • • • •

• •

Klimaatverandering en de gevolgen daarvan worden steeds duidelijker merkbaar en zichtbaar. Dit heeft gevolgen voor het landschap en de inrichting daarvan. We zien een toenemende verzilting (verzouting van de bodem) en verdroging van percelen, waardoor sommige gebieden steeds minder vruchtbaar zullen zijn. De biodiversiteit (soortenrijkdom) neemt af en staat sterk onder druk. Er is echter steeds meer aandacht voor instandhouding en versterking van de biodiversiteit op verschillende niveaus. Op dit moment besteden we in het groenbeheerplan reeds aandacht aan de instandhouding van de biodiversiteit. De gemeente is echter niet de enige verantwoordelijke voor het beheer van de openbare ruimte; in het buitengebied zijn dit vaak andere partijen. Door de verscheidenheid aan partijen die betrokken zijn bij de inrichting en instandhouding van het landschap is een goede samenwerking essentieel. Rust, ruimte en beleefbaarheid zijn aspecten van het landschap die van belang zijn voor zowel de recreant als onze inwoners. Naast andere kenmerken, maken ze onze streek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=5122b453-b908-4ae3-a5ce-0bbeebed83b1