04b Rapport Hylkema Erfgoed - Bouwhistorische verkenning met waardestelling
Tekst van het document
Voormalig Esso-smeerstation te Aardenburg Bouwhistorische verkenning met waardestelling Datum: 22 december 2025 [Titel onderzoek] • [datum]
1
Inhoud 1 Algemene gegevens 1.1
Gegevens bouwwerk
1.2
Het onderzoek
2 Bouwhistorie 2.1
Historisch ruimtelijke context
2.2
Bouwgeschiedenis
2.3
Faseringstekening
3 Bouwhistorische beschrijving 3.1
Context/situatie
3.2
Exterieur
3.3
Constructie
3.4
Interieur
4 Waardestelling 4.1
Inleiding
4.2
Contextuele monumentwaarde
4.3
Intrinsieke monumentwaarde
4.4
Waarderingsplattegrond
5 Advies Bibliografie Colofon
2
Beeld van de Oude Kerkstraat met zicht op nummer 7 met het voormalige Esso tankstation in januari 1968. (Archief gemeente Sluis)
1. Algemene gegevens 1.1 Gegevens bouwwerk Adres
: Oude Kerkstraat 7, 4527CT Aardenburg
Gemeente
: Sluis
Kadastrale gegevens
: E-2794
Monument
: Gemeentelijk monument
Monumentnummer
: sl.032
Oorspronkelijke functie
: Smeerstation van Esso tankstation
Bouwperiode
: Vermoedelijk 1961
Omschrijving uit het gemeentelijk monumentenregister Klein éénlaags gebouwtje onder flauw hellend lessenaardak met overstek, met een schoorsteen in het rechter gedeelte. Het gebouw is opgetrokken uit baksteen, met name de zijkanten en achterzijde. De voorzijde bestaat bijna geheel uit stroken van geschakelde rechthoekige vensters met houten kozijnen. Boven deze gevelopeningen bevindt zich een rechthoekige plaat waarin nog vaag de naam “Esso” valt af te lezen.
Het smeerstation bevindt zich op het achterterrein van het perceel aan de Oude Kerkstraat 7. (Google Earth, 2025) 3
1.2 Het onderzoek Plan van Aanpak
onderdeel van de vroegere bedrijvigheid. De bouwvergunning werd in 1961 aangevraagd door
In opdracht van de gemeente Sluis heeft Hylkema Erfgoed een bouwhistorische verkenning
eigenaar Adolf Hoogerwerf; de architect van het gebouw is niet bekend. Het smeerstation behoort
uitgevoerd naar het voormalige Esso smeerstation aan de Oude Kerkstraat 7 te Aardenburg. Het
tot het type kleinschalige tankstationkiosken, die in de periode van toenemende automobiliteit tot
smeerstation is sinds 2019 aangewezen als gemeentelijk monument. Aanleiding voor het huidige
stand kwam. Het gebouw sluit aan bij de bredere ontwikkeling van compacte servicestations in de
onderzoek is het verzoek om het gebouw uit het monumentenregister te schrappen, zodat op de
jaren 1950 en 1960, waarin garage-, verkoop- en servicefuncties in één efficiënt volume werden
betreffende locatie woningen gerealiseerd kunnen worden. De gemeentelijke adviescommissie stelt
gecombineerd en waarin een herkenbare merkidentiteit een belangrijke rol speelde. Hoewel er
dat het smeerstation aanzienlijke cultuurhistorische waarde heeft, vooral vanwege de historische
geen enkele aanwijzing is dat het gebouw is ontworpen door Willem Dudok, vertoont het wel
betekenis van de plek, en adviseert daarom behoud of - als dat niet haalbaar blijkt - herbouw
overeenkomsten met de Esso-vormgeving uit dezelfde periode, zoals een rechthoekige bouwmassa,
op de huidige locatie, of eventueel op een andere goed passende plek binnen de gemeente.
grote glaspartijen, gepleisterde gevels, een markante kroonlijst en een prominente plaatsing van het
Hylkema Erfgoed is verzocht een onafhankelijke second opinion op te stellen, bestaande uit een
Esso-logo.
bouwhistorische waardestelling en een verkenning van drie scenario’s: behoud op de huidige locatie, behoud door verplaatsing en sloop.
Advies Als representant van een vroeg type benzinekioskgebouw, herinnert het smeerstation aan de
Het onderzoek is uitgevoerd volgens de Uitvoeringsrichtlijn Bouwhistorisch onderzoek met
ontwikkeling van automobiliteit en brandstofvoorziening in Nederland. Binnen zijn typologie wordt
waardestelling, vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen Restauratiekwaliteit (15-02-
het smeerstation als schaars beschouwd. Bovendien is het nog volledig authentiek en daarmee
2024), van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM, URL 2007). Het rapport
zeldzaam als overgebleven onderdeel van het historische ensemble dat gedurende de twintigste
begint met een omschrijving van de bouwgeschiedenis, waarbij een faseringsplattegrond hoort.
eeuw het aanzien en gebruik van de plek bepaalde.
Vervolgens wordt het pand omschreven waarbij steeds wordt aangegeven welke elementen zijn gewijzigd. In hoofdstuk 4 volgt een waardenstelling. Deze waardenstelling bestaat uit een contextuele
Het gebouw is in hoge mate authentiek gebleven in bouwvolume, exterieur, constructie en indeling,
waardenstelling en een intrinsieke waardenstelling. In de intrinsieke waardenstelling wordt de
waarbij de oorspronkelijke functie nog goed afleesbaar is. De architectuurhistorische waarde komt
aangetroffen monumentwaarde in kaart gebracht. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen
tot uiting in de compacte rechthoekige bouwmassa met kenmerkend dakoverstek en de grote
elementen die van essentieel belang zijn voor de aangetroffen monumentwaarde, elementen die
kozijnen die veel daglicht toelaten en kenmerkend zijn voor een functionele architectuurtypologie;
een ondersteunende rol hebben in de monumentale waarde van het pand en elementen die een
deze elementen verdienen primair behoud en bescherming, terwijl de overige gevelopeningen
indifferente (of soms storende) rol spelen in de monumentale waarde.
daaraan ondergeschikt zijn. Het interieur is nog grotendeels origineel en vertelt het verhaal van de gebruiksgeschiedenis als functioneel smeerstation. Oorspronkelijke tegelafwerkingen op wanden en
Samenvatting
vloeren, evenals interieurelementen zoals het oliedispenser, verdienen behoud en bescherming.
Op het terrein aan de Oude Kerkstraat 7 stond oorspronkelijk het Burgergasthuis, een instelling die in 1604 werd opgericht en teruggaat op het middeleeuwse Sint-Jansgasthuis. Na de realisatie van
De gezamenlijke erfgoedwaarden rechtvaardigen behoud als gemeentelijk monument en vormen
een tweede gasthuisgebouw in 1892 en de opheffing van het gasthuis in 1929 kwam het complex in
een solide basis voor handhaving in het gemeentelijk monumentenregister.
1935 in handen van de gebroeders Hoogerwerf. Zij verbouwden het geheel tot een dubbel woonhuis met winkel, Esso-tankstation, garage en smeerstation. Het smeerstation is het enige overgebleven 4
2. Bouwhistorie 2.1 Historisch ruimtelijke context 2.1.1 Ruimtelijke ontwikkeling van Aardenburg Aardenburg ontwikkelde zich op een verhoogde zandrug langs de Eede, een aftakking van het voormalige Zwin. Het gebied geldt als een van de oudste bekende bewoningsplaatsen binnen Zeeland. Sporen van menselijke activiteit dateren uit het midden van de steentijd (circa 1550 voor Christus) en wijzen op de aanwezigheid van rondtrekkende jagers en vissers. Meer permanente bewoning ontstond in de Romeinse periode, toen tussen circa 170 en 275 na Christus een castellum deel uitmaakte van de kustverdediging en er tot ongeveer 275 na Christus Romeinse soldaten gelegerd waren. Het rechthoekige grondplan van deze vesting beïnvloedde blijvend de latere structuur van de stadskern. De hoofdassen van het castellum volgden globaal de lijnen van de huidige Sint Bavostraat en de Burchtstraat. Na het vertrek van de Romeinen raakte het gebied vrijwel ontvolkt en bleef het dat tot in de vijfde en zesde eeuw. Waarschijnlijk speelden de toenemende risico’s van het kustlandschap en de dreiging van de zee daarbij een belangrijke rol. In de vijfde eeuw stond op de plek van het huidige Aardenburg een versterking die bekendstond als Rodanborch. Deze burcht werd rond 460 door de Frankische koning Childeric verwoest, maar later opnieuw opgebouwd en ontwikkelde zich tot het centrum van de nederzetting.
Vanaf de zevende eeuw droegen missionarissen zoals Sint Amandus, Sint Eligius en Ursmarus bij aan de kerstening van het gebied door het stichten van kerken en kloosters. Rond 879 viel Rodanborch ten prooi aan invallen van Noormannen en Denen. Omstreeks het jaar 900 kwam de regio onder het bestuur van het graafschap Vlaanderen te staan en werd zij vanuit Brugge bestuurd. In de negende eeuw werd materiaal van het vroegere Romeinse castellum hergebruikt voor een nieuwe versterking, die in 966 werd vermeld als de Rodenburg. Aardenburg maakte in de middeleeuwen een sterke ontwikkeling door. Kort voor 1187 kreeg de nederzetting bij de burcht stadsrechten en ging deze Aardenburg heten. De stad trad toe tot de Vlaamse Hanze en kreeg in 957 het recht om een weekmarkt te houden. In de dertiende eeuw groeide Aardenburg uit tot een vooraanstaand handels- en bedevaartcentrum, met een levendige handel in laken, wol, turf en zout, evenals diverse privileges die kooplieden uit heel Europa aantrokken. De door de Gentse Sint-Baafsabdij gestichte Bavokapel, en later vooral de Mariakerk, maakten Aardenburg in de veertiende eeuw tot een belangrijke plaats van devotie. 5
Aardenburg weergegeven op historische rasterkaart uit 1560. Het perceel aan de Oude Kerstaat, schuin tegenover de Sint Bavokerk is wit omcirkeld. (NGR, Nationaal Georegister)
De periode van voorspoed eindigde abrupt nadat de Genste volksleider Frans Ackerman samen
Naam en wapen van Aardenburg
met Gentse troepen de stad in 1383 verwoestte, en opnieuw bij een aanval in 1452. Aardenburg
De vroegere benaming van Rodenburg is waarschijnlijk afgeleid van het Angelsaksische woord rode,
wist nooit meer volledig van deze tegenslagen te herstellen; aan het einde van de vijftiende eeuw
dat “ree” of “rede” betekent: een aanduiding voor een gunstige aanleg- of ligplaats voor schepen,
telde de stad nog maar enkele tientallen woningen. Toch bleven instellingen van liefdadigheid,
wat deze locatie destijds ook bood. Het (voormalig) wapen van Aardenburg bestaat uit een schild
zoals het Sint-Janshuis en het burgerweeshuis, hun werkzaamheden voortzetten. Daarnaast had de
met rode burcht, geflankeerd aan weerszijde door rode leeuwen. De rode burcht is afgeleid van de
toenemende verzanding van de Eede in de vijftiende eeuw een nadelige invloed op de ontwikkeling
oude benaming Rodanburg. De leeuwen zijn aan het wapen toegevoegd na de verdediging van de
van de stad. In 1580 werd de dubbele omwalling, die inmiddels een verlaten stad omsloot,
stad tegen de Fransen in 1672. Het wapen werd door de Hoge Raad van Adel op 31 juli 1817 officieel
afgebroken, en in 1583 vonden innundaties in de omgeving plaats.
aan de stad toegekend.
In de zestiende eeuw zette de bevolkingsafname van Aardenburg door, onder meer als gevolg van militaire verwoestingen en plunderingen door de watergeuzen. In 1604 kwam de stad zonder strijd in handen van de troepen van prins Maurits van Oranje, die Aardenburg liet versterken met een nieuwe, kleinere vestingwal. Tussen 1620 en 1625 werd onder leiding van Samuel Crop een geheel
Wapen van Aardenburg (Hoge Raad van Adel)
nieuwe vesting aangelegd, waardoor een groot deel van de oude middeleeuwse stad - waaronder de kort na 1625 gesloopte Mariakerk - buiten de verdedigingswerken kwam te liggen. In 1606 ging het gotische raadhuis aan de Markt verloren door een zware storm. Tijdens het rampjaar 1672 wist de bevolking twee Franse aanvallen af te slaan, een gebeurtenis die de geschiedenis inging als de “berenning van Aardenburg”. Hoewel de vesting deze aanvallen doorstond, werd zij in 1688 opgeheven en met de ontmateling begonnen. In de achttiende eeuw kreeg de stad opnieuw te maken met oorlogsdreiging en tijdelijke Franse bezettingen. In 1794 werd Aardenburg zonder weerstand ingenomen. De Franse overheersing duurde tot 1814, toen StaatsVlaanderen weer onder Nederlands bestuur kwam. Door de aanleg van de Havenpolder in 1813 verdween tevens de haven van Aardenburg. Tijdens gevechten in 1944 liep vooral de zuidzijde van de stad zware schade op. Vanwege zijn stedebouwkundige ervaring in West Zeeuwsch-Vlaanderen werd ir. F.H. Klokke aangesteld om de wederopbouw vorm te geven. Hierbij werd aan de westkant, tussen de stad en de Elderschans, een nieuwe woonwijk werd gerealiseerd.
6
Plattegrond van de vestingwerken van Aardenburg, naar een ets vervaardigd door J. Blaeu. (Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)
e
e
Aardenburg Aardenburg vanaf de Romeinse vanaf de tijd Romeinse tot 17 eeuw tijd tot 17 eeuw Uitsnede kaarten vanOntwikkeling Aardenburg Ontwikkeling
wikkeling Aardenburg vanaf de Romeinse tijd tot 17e eeuw
Romeins Castellum (ca. 170-275 na Christus) gelegen aan het riviertje de Rudanna.
Middeleeuwse (1299) dubbele omwalling met dubbele gracht en vier stadspoorten.
Zeventiende-eeuwse wal van 8 meter hoog in de vorm van een zeshoek (1620-1650).
Bron: Gemeente Sluis; 2006; Uitvoeringsprogramma woningbouw 2
Wal op vijf punten versterkt met een bastion of halfbastion.
Bron: Gemeente Sluis; Bron: 2006; Gemeente Uitvoeringsprogramma Sluis; 2006; Uitvoeringsprogramma woningbouw 2006 woningbouw – 2016 Aardenburg 2006 – 2016 Aardenburg Stadspoorten en onbeschermde wallen worden Om het geheel komt een enveloppe of lage wal en het versterkt met een ravelijn. geheel wordt gevuld met water.
Afbeeldingen verkregen uit het Bestemmingsplan ‘Kom Aardenburg’. (BRO Ruimte) 7 Bron: GemeenteBron: Sluis;Gemeente 2006; Uitvoeringsprogramma Sluis; 2006; Uitvoeringsprogramma woningbouw 2006 woningbouw – 2016 Aardenburg 2006 – 2016 Aardenburg
Uitsnede kaarten van Aardenburg
Aardenburg ca. 1560. (kaartenenatlassen.nl)
Aardenburg ca. 1672. (Europeana)
Aardenburg ca. 1750. (Atlas van Hattinga, 1750)
Aardenburg ca. 1915. (Topotijdreis)
Aardenburg ca. 1950. (Topotijdreis)
Aardenburg ca. 1975. (Topotijdreis) Het smeerstation verschijnt op de kaat.
8
Aardenburg ca. 2024. (Topotijdreis)
2.1.2 Geschiedenis van het benzinestation in Nederland Om de betekenis van het smeerstation beter te kunnen duiden, wordt eerst ingegaan op de ontwikkeling van het benzinestation in Nederland en vervolgens op het ontstaan van het standaardstation van Esso. Ontwikkelingen voor de Tweede Wereldoorlog De eerste benzinepompen die in Nederland verschenen, waren straatpompen die werden geplaatst bij onder meer drogisterijen, garages, rijwielhandels, cafés en hotels. Rond 1930 verdwenen deze pompen vanwege het risico op brand. In dezelfde periode ontstond een nieuw type inrichting: het zogenaamde pompeiland, een open terrein met een in- en uitrit, uitgerust met één of meerdere pompen die waren aangesloten op ondergrondse tanks. Bij deze voorzieningen hoorde vaak een kleine kiosk of een luifel, die de pompbediende beschutting bood en ruimte bood voor afrekening en de verkoop van olieproducten.
Brabant Service Station, 1933 ‘s-Hertogenbosch door architect A.V.J.M. Melink. (Joelix)
In de Verenigde Staten ontstonden in de jaren twintig en dertig vaak opvallend vormgegeven tankstations, bedoeld om de aandacht van automobilisten te trekken. In Nederland bleef de vormgeving echter veel bescheidener, onder meer omdat het wegennet nog volop in ontwikkeling was en daarmee ook de geschikte locaties voor tankstations geregeld veranderden. Om die reden werden veel stations opgebouwd uit onderdelen die eenvoudig konden worden verplaatst. Toch ontstonden ook enkele permanente voorbeelden, zoals het benzinestation aan de Citadellaan (1929) en het Brabant Service Station (1933), beide in ‘s-Hertogenbosch.
9
Pompeiland in Ede ontworpen door Sybold van Ravesteyn, 1935. (Het Nieuwe Instituut, ongedateerd)
Benzinepomp aan de Citadellaan, 1929, ‘s-Hertogenbosch door architect H.Danser. (Beeldbank erfgoed ‘s-Hertogenbosch)
Ontwikkelingen na de Tweede Wereldoorlog Met het Rijkswegenplan van 1948 werd het Nederlandse wegennet aanzienlijk uitgebreid. Daarbij werd vastgelegd dat langs de nieuwe wegen om de 10 à 15 kilometer een tankstation moest worden gerealiseerd. Voor de bouw van dergelijke stations was een vergunning vereist, en Rijkswaterstaat stelde strikte eisen aan zowel hun inrichting als hun uiterlijk. Opvallende kleuren en grote reclameuitingen waren bijvoorbeeld niet toegestaan en de verlichting mocht het verkeer niet hinderen. De kleuren rood en groen werden daarbij verboden. Ook golden vaste openingstijden en moesten voorzieningen zoals gratis water en lucht beschikbaar zijn, moest een telefoon en hulppost aanwezig zijn in een ruimte van minimaal 3,20 bij 2,20 meter, en waren kleine reparaties - zoals aan bougies, banden en verlichting - toegestaan. Na de oorlog richtten oliemaatschappijen zich sterker op het ontwikkelen van een herkenbare visuele identiteit voor hun tankstations. De inzet van gerenommeerde architecten speelde hierbij een belangrijke rol, mede omdat maatschappijen hoopten dat goed ontworpen stations zonder problemen zouden worden goedgekeurd door de Schoonheidscommissie. Binnen deze ontwikkeling namen Sybold van Ravesteyn en Willem Dudok een prominente plaats in. Van Ravesteyn ontwierp
Benzinestation voor Purfina in Arnhem. Sybold van Ravesteyn, 1957. (Hans Spies, Nederlands fotomuseum, ongedateerd)
tussen 1948 en 1964 vierentwintig stations voor de N.V. Petroleum Maatschappij Fina, die vrijwel allemaal een eigen vormgeving kregen. Het standaardstation dat Dudok in 1953 voor Esso ontwierp, werd in de veertien jaren daarna 112 keer gerealiseerd. Ook andere architecten leverden bijdragen aan de vormgeving van Nederlandse benzinestations, waaronder Arthur Staal voor Shell, Leendert Rondeltap voor Caltex en Hugh Maaskant voor Caltex, Esso en Shell.
10
Esso benzinestsation ontworpen door Willem Dudok. (Dudok Architectuur Centrum, ongedateerd)
2.1.3 Esso in Nederland Esso is de oudste oliemaatschappij van Nederland. Het bedrijf ontstond in 1891 in Rotterdam door een fusie van twee ondernemingen die al jarenlang petroleum uit de Verenigde Staten invoerden. De nieuwe onderneming kreeg de naam American Petroleum Company (APC) en verkocht aanvankelijk uitsluitend lampolie van de Standard Oil Company. Na de opsplitsing van Standard Oil in 1911 introduceerde APC benzineverkoop in Nederland, aanvankelijk onder verschillende merknamen zoals De Automaat en vanaf 1914 Motorspirit, later gevolgd door Standard. In 1923 werd de naam Esso ingevoerd. De Franse tak van het bedrijf gebruikte aanvankelijk de naam Eco, afgeleid van l’économique, maar deze werd in veel talen uitgesproken als echo. De fonetische uitspraak van S.O. (Standard Oil) – uitgesproken als Esso – gaf uiteindelijk de doorslag. Het beeldmerk ontwikkelde zich van een rond verkeersbord met rode rand en blauwe letters in een wit vlak naar een ovaal logo, dat in 1938 en opnieuw in 1965 enkele kleur- en vormwijzigingen onderging. In 1953 werd Willem Dudok door Esso gevraagd een gestandaardiseerd tankstationontwerp te ontwikkelen dat aansloot bij de eisen van die tijd.
De eerste Esso-kioskvariant werd in Utrecht neergezet. (Esso-archief)
Het Esso logo uit de beginperiode (links, bron: 1000logo’s) en het huidige logo (rechts, bron: Esso).
11
2.1.4 Esso en het station van Willem Dudok
van witte lampen. Het eerste prototype werd in 1953 gerealiseerd aan de Schandelerboord 25 in
In 1953 verzocht Esso architect Willem Dudok een nieuw gestandaardiseerd tankstationtype te
Heerlen. Later dat jaar werkte Magnée het definitieve standaardmodel verder uit, dat op 27 mei
ontwerpen dat voldeed aan de technische en esthetische eisen van Rijkswaterstaat, aansloot
1953 werd vastgesteld.
bij de visuele identiteit van Esso en zonder moeilijkheden zou worden goedgekeurd door de Schoonheidscommissie. Het bestaande Esso-type was na de oorlog financieel niet langer haalbaar
Magnée introduceerde een variant met een verdiept geplaatste kiosk, voorzien van vier ramen
door materiaalschaarste, terwijl het alternatief dat huisarchitect F.A. Deierkauf had voorgesteld naar
aan beide zijden van de centrale kolom. Hierdoor ontstond extra binnenruimte, maar moesten
verwachting geen goedkeuring zou krijgen. Er bestond daarom behoefte aan een betaalbaar en
de pompen worden verplaatst naar een afzonderlijk pompeiland vóór de kiosk. Op verzoek van
architectonisch verantwoord standaardontwerp dat in grote aantallen langs de Nederlandse wegen
de gemeente Groningen ontwierp Dudok bovendien een grotere uitvoering met een verbrede
kon worden geplaatst.
voorgevel, zodat een transformatorruimte kon worden geïntegreerd.
Dudok ontwikkelde daarop een station met een betonnen luifel in V-vorm, gedragen door twee naar
Het standaardtype van Dudok, aangeduid als C-6662, bleek niet in alle situaties toepasbaar. Daarom
boven toe verbredende betonnen kolommen. Onder deze luifel positioneerde hij een kiosk met
ontwierp hij in de loop van 1953 twee kleinere varianten waarin het kenmerkende V-dak behouden
rondom stalen raamkozijnen. De combinatie van luifel en kiosk werd door Dudoks compagnon Robert
bleef, maar de afmetingen van de glazen kiosk werden aangepast. De kleinst uitgevoerde versie,
Magnée omschreven als “een constructie van een lichtheid die aan het immateriële grenst”. Voor de
met een kiosk bestaande uit zes bij vier vensterassen, werd onder meer in Gennep gerealiseerd.
herkenbaarheid maakte Dudok gebruik van de rood-witte huisstijlkleuren van Esso. De overwegend
Daarnaast ontwierp Dudok een derde, uitgebreidere variant met een geïntegreerde wasstraat en
witte gevels vormden een sterk contrast met de rode neonletters op het dak, de rode rand langs de
smeerstation, gekenmerkt door een voorgevel van vijftien vensterassen en een diepte van tien
luifel en de circa dertig centimeter hoge rode plint. Om ook in de avonduren goed zichtbaar te zijn,
vensterassen (vier vóór en zes achter de centrale kolom). Een afgeleide van dit grotere type werd
integreerde Dudok tl-verlichting aan de onderzijde van de luifel en werden de neonletters voorzien
onder meer gebouwd aan de Soestdijkerstraatweg in Hilversum.
Het Esso prototype in Heerlen in de bekisting, 1953. (P.J. Prett)
12
Het Esso prototype in Heerlen, de betonconstructie na het verwijderen van de bekisting, 1953. (P.J. Prett)
Het Esso prototype direct na de oplevering, 1953. (P.J. Prett)
Het Esso station in kermerkende rood-wit kleurstelling. Willem Dudok, Raamsdonksveer. (Louwman Museum)
Versimpeling van het prototype In de jaren 50 ontwikkelde Esso een nieuw servicestationtype dat bekendstaat als de oblong box. Dit betrof een strak vormgegeven, rechthoekig volume waarin alle functies van het station waren geïntegreerd. Het ontwerp was functioneel van karakter en vond zijn oorsprong in een type dat Walter Teague in 1934 voor Texaco ontwikkelde. De vormgeving sloot aan bij de principes van de International Style, die begin jaren dertig in Duitsland (onder meer bij het Bauhaus) tot ontwikkeling kwam. De constructie bestond doorgaans uit een rechthoekig staalskelet met invulwanden van gestuct baksteen, terwijl functies als verkoopruimte, wachtruimte, doorsmeerplaats en wasgelegenheid achter grote glaspuien werden samengebracht.
Naoorlogs basistype zonder luifel in Bergum. (Esso-archief)
Dit concept, vaak in aangepaste of gemoduleerde vorm, vond snel navolging bij andere Amerikaanse oliemaatschappijen. De verschillen tussen de stations waren veelal beperkt tot het gebruik van specifieke kleuren en merksymbolen. Esso schrapte de traditionele luifel vanwege de hoge kosten en de beperkte functionaliteit ervan, en verving deze door een markante uitstekende kroonlijst. In Nederland experimenteerde Esso al in de periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog met deze luifelloze uitvoering; de wanden waren toen nog afgewerkt met geglazuurde tegels.
Esso servicecenter. Hillegom, 1955. (Esso-archief)
13
Variant op de Oblong Box met luifel en drive-in en een bovenwoning. Velp, 1995. (Esso-archief)
2.2 Bouwgeschiedenis De Oude Kerkstraat heeft in het verleden drie benzinestations gehuisvest, die inmiddels alle zijn verdwenen. Eén daarvan bevond zich op Oude Kerkstraat 7 (de onderzoekslocatie) en werd geëxploiteerd door Esso. Deze locatie omvatte een tankstation met bijbehorende garage en smeerstation. In het hoofdgebouw aan de Oude Kerkstraat werden destijds grasmaaiers verkocht. Daarnaast waren er tankstations gevestigd aan Oude Kerkstraat 11, eveneens voorzien van een garage, en aan Markt 21, op de hoek met de Oude Kerkstraat. Het terrein aan de Oude Kerkstraat 7 maakte oorspronkelijk deel uit van het Burgergasthuis, een liefdadige instelling die in 1604 op initiatief van prins Maurits van Oranje werd opgericht en zijn oorsprong vond in het middeleeuwse Sint-Jansgasthuis. In 1892 werd achter het hoofdgebouw een tweede pand gerealiseerd, bedoeld als huisvesting voor oudere mannen en vrouwen. Dit betrof een tweelaags gebouw in eclectische stijl met gepleisterde gevels. Na de opheffing van het gasthuis in 1929 kwamen de gebouwen in 1935 in het bezit van de gebroeders Hoogerwerf. Zij verbouwden het complex tot een dubbele woonhuisconfiguratie met winkel, Esso-tankstation, garage en smeerstation. Het smeerstation - of kiosk - maakte oorspronkelijk deel uit van dit geheel en werd gesitueerd op het achterterrein.
De garage droeg de naam van de toenmalige eigenaar, Adolf Hoogerwerf, een naam die behouden bleef toen zijn zoon Willy Hoogerwerf het bedrijf overnam. De garage- en werkplaatsfuncties zijn inmiddels verdwenen, het smeerstation is het enige overblijfsel van de bedrijvigheid die het terrein in de twintigste eeuw kenmerkte.
3
Het huidige smeerstation staat geregistreerd als gemeentelijk monument (nummer Sl.032) en
2
dateert vermoedelijk uit 1961, het jaar waarin de bouwvergunning werd aangevraagd en verleend. Het exacte bouwjaar van het gebouw is niet met zekerheid te herleiden. Volgens de huidige eigenaar van het perceel zou de toenmalige eigenaar het station zelf hebben gebouwd en staat het sinds circa 2005 leeg, maar dit kon niet worden geverifieerd. Het smeerstation behoort tot de typologie van
1
4
kleinschalige tankstationkiosken die in een periode van snel groeiende automobiliteit steeds vaker werden gebouwd. De exploitatie vond plaats onder de merknaam Esso.
Het perceel aan de Oude Kerkstraat 7 met de locatie van de twintigste-eeuwse bedrijvigheid: 1=locatie pompstation aan de straat, 2=Voormalig Burgergasthuis, later winkel, 3=Dwarsvleugel Burgergasthuis, later gebruikt als werkplaatst, 4=smeerstation. (Google Earth, 2025) 14
nr.7
Aardenburg met zicht in de Oude Kerkstraat, linksachter de locatie nummer 7 met Burger Gasthuis. (Archief Gemeente Sluis)
De in 1892 gerealiseerde dwarsvleugel van het Burgergasthuis, bedoeld als huisvesting voor oudere mannen en vrouwen, gezien vanuit de tuin. Oude Briefkaart. (Postcardpeter)
Beeld op de Oude Kerstraat 5 en 7 met voormalig Burgergasthuis. (Archief gemeente Sluis)
De in 1892 gerealiseerde dwarsvleugel van het Burgergasthuis, bedoeld als huisvesting voor oudere mannen en vrouwen, gezien vanuit de tuin vanaf ongeveer de locatie van het smeerstation. (Zeeuws Archief)
15
Beeld van de Oude Kerkstraat met zicht op nummer 7 met het voormalige Esso tankstation in januari 1968. (Archief gemeente Sluis)
Beeld van de Oude Kerkstraat met op de voorgrond een Shell pompstation (Markt 21) en in de achtergrond nummer 7 met het voormalige Esso tankstation en het tankstation op nummer 11. (Archief gemeente Sluis)
Beeld van de Oude Kerkstraat met links in de voorgrond nummer 7 met het voormalige Esso tankstation. (Archief gemeente Sluis)
Op een foto uit 2009 is te zien dat het voormalige gasthuis was uitgerust met een grote garagedeur. De toenmalige eigenaar, Hoogwerf, gebruikte de achterliggende ruimte als werkplaats. (Google Maps)
16
De vergunning voor het oprichten van ‘‘een gebouw dienende voor smeerstation’’ werd in maart 1961 aangevraagd door de eigenaar van het terrein, Adolf Hoogerwerf, voor het perceel met kadastrale aanduiding E1917 aan de Oude Kerkstraat 7 te Aardenburg. De aanvraag werd ingediend bij de Centrale Dienst West Zeeuwsch-Vlaanderen, verantwoordelijk voor bouw- en woningtoezicht in de regio. Het college van burgemeester en wethouders van Aardenburg verleende op 10 april 1961 de bouwvergunning. De architect van het bouwwerk is niet bekend.
17
Gemeente Sluis (1961). Bestektekening Smeerstion Oude Kerkstraat 7 uit het bouwvergunningsdossier. (Gemeentearchief Sluis)
2.3 Faseringstekeningen
zuidoost
noordwest
noordoost
zuidwest Het smeerstation is in één keer Plattegrond
Doorsnede
gerealiseerd, vermoedelijk in 1961. 1961
18
3. Bouwhistorische beschrijving 3.1
Context/situatie
Het smeerstation is gesitueerd op het terrein van het perceel aan de Oude Kerkstraat 7. Het gebouw is vanaf de straat duidelijk zichtbaar. Het terrein is zonder fysieke toegangsbarrière te betreden, maar betreft privégrond en is derhalve niet openbaar toegankelijk. De noordoost-, zuidwest- en noordwestgevel van het gebouw grenzen aan een open grasveld dat momenteel geen functionele bestemming heeft en slechts incidenteel wordt gebruikt door een kunstenaar. Aan de zuidoostzijde grenst het gebouw aan het naastgelegen perceel (E-2795). Dichte begroeiing, bestaande uit struiken en kleine bomen, onttrekt het gebouw op deze locatie grotendeels aan het zicht en bemoeilijkt de toegang. Vanuit deze zijde is tevens een aanzienlijk deel van de voorgevel (gericht naar de straat) overwoekerd door klimop.
3.2
Exterieur
Bouwmassa
Benadering van het voormalig smeerstation vanaf de Oude Kerstraat.
Het gebouw, een rechthoekig volume, heeft een rechthoekig grondplan met buitenafmetingen van circa 7,54 meter breed en 10,54 meter lang. De bouwhoogte bedraagt ongeveer 5,10 meter, gemeten vanaf het maaiveld. Het platte dak wordt rondom afgesloten met een uitkragende dakrand van circa 50 centimeter. Aan de rechterzijgevel bevindt zich een schoorsteen, die momenteel door de overwoekering van groen slecht zichtbaar is
GEMEENTELIJK MONUMENTENREGISTER Sl.032 Foto's
Op een foto uit 2019 is de positie het voormalige Esso logo nog zichtbaar. (Gemeente Sluis) Zicht op de voorgevel en linkerzijgevel. 19
Voorgevel De voorgevel wordt aan weerszijden geflankeerd door gemetselde penanten, uitgevoerd in rood/ oranje baksteen met grijze voeg in halfsteensverband. Centraal in de gevel bevindt zich een grote houten kozijnpartij, bestaande uit vijf segmenten die horizontaal zijn onderverdeeld in zes vlakken. Deze is uitgevoerd als een vouwpui en oorspronkelijk bedoeld voor de toegang van voertuigen tot de smeerruimte. Rechts hiervan is een afzonderlijk rechthoekig houten kozijn geplaatst, voorzien van een vierkante roedeverdeling, dat momenteel volledig is overwoekerd door groen. Beide kozijnen zijn uitgevoerd in de kleur wit. Boven de openingen, tussen de gemetselde penanten, bevindt zich een betonnen strook waarop voorheen de merknaam Esso was aangebracht. Door overwoekering van groen is dit opschrift inmiddels niet langer zichtbaar. Linkerzijgevel De linkerzijgevel is volledig afgewerkt met stucwerk, momenteel wit/rood gekleurd. In deze gevel bevindt zich een houten buitendeur met glasopening, die toegang biedt tot de toiletruimte en twee grote rechthoekige houten kozijnen, beide voorzien van een vierkante roedeverdeling. De kozijnen en deur zijn uitgevoerd in wit. Het stucwerk is op plinthoogte (circa 70cm) ingesneden met een
Vouwpui met bovengelegen betonstrook.
siervoeg.
Voorgevel. 20
Maaiveldaansluiting.
Linkerzijgevel.
Venster met roedeverdeling.
Achtergevel De achtergevel is eveneens volledig voorzien van stucwerk. Een dubbele, naar buiten draaiende houten deur geeft toegang tot de bergruimte. Aan weerzijde hiervan zijn kleinere rechthoekige houten uitzetramen in de gevel opgenomen. Alle deuren en kozijnen zijn uitgevoerd in de kleur wit. Aan beide zijden van de gevel is een regenpijp aangebracht. Het stucwerk is op plinthoogte (circa 70cm) ingesneden met een siervoeg. Op de overgang naar de rechterzijgevel is het stucwerk plaatselijk afgebrokkeld, waardoor het achterliggende metselwerk zichtbaar is geworden. Tevens is boven de dubbele deuren scheurvorming in het stucwerk aanwezig. Rechterzijgevel De rechterzijgevel is door de dichte begroeiing slechts beperkt toegankelijk. Ook deze gevel is volledig voorzien van stucwerk. In de gevel bevinden zich twee grote rechthoekige houten vensters met een vierkante roedeverdeling, uitgevoerd in wit. Er is tevens een gemetselde penant aangebracht, eveneens voorzien van stucwerk, die fungeert als schoorsteen. Deze steekt circa één meter boven het dakvlak uit en gaat vervolgens over in een enkele rookgasafvoer. Delen van de gevel verkeren in slechte staat. Het stucwerk is plaatselijk afgebrokkeld, waardoor het achterliggende
Achtergevel met regenpijp en aansluiting dakrand.
Rechterzijgevel met schoorsteen.
metselwerk zichtbaar is geworden.
Achtergevel. 21
Achtergevel met afgebrokkeld stucwerk.
Fragment rechterzijgevel.
3.3
Constructie
3.4
Interieur
Het gebouw rust op een betonnen strokenfundering van circa 60 centimeter breed en 20 centimeter
Indeling
hoog, met vermoedelijk een betonnen vloer. In deze vloer zijn extra betonnen blokken opgenomen
De plattegrond is rechthoekig van vorm. Aan de voorzijde bevindt zich een open werkruimte,
(50×50×70 cm), waarschijnlijk bedoeld voor het dragen van voertuigen en/of de plaatsing van
aangeduid als smeerstation, met binnenmaat van circa 7,0 meter breed en 8,0 meter diep. Aan de
een hefinstallatie. De rioleringsvoorziening is eenvoudig van aard. De gevels zijn uitgevoerd als
achterzijde is een bergruimte gesitueerd met afmetingen van circa 5,7 meter breed en 1,9 meter
gemetselde spouwmuren met een totale dikte van circa 27 centimeter (opbouw 11–5–11 cm)
diep, toegankelijk vanuit het smeerstation én via een dubbele buitendeur. Aangrenzend bevindt zich
en plaatselijk voorzien van stucwerk. Het dak bestaat vermoedelijk uit een holle keramische
de toiletruimte (circa 1,2 × 1,9 meter), die uitsluitend van buitenaf te bereiken is.
vloerconstructie (ookwel bekend als NeHoBo = Nederlandse Hollandsche Bouwwijze) in combinatie met mortel en wapeningsstaal. De dakvloer is aan de onderzijde afgewerkt met stucwerk. Op diverse
Materialisatie
plaatsen is deze afwerklaag losgeraakt, waardoor de vloerconstructie zichtbaar is. Tevens zijn sporen
Het interieur van de smeerruimte beschikt over een betonnen vloer, afgewerkt met grijze slijtvaste
van lekkage aanwezig, hetgeen duidt op een gebrekkige staat van de dakbedekking. Het gebouw
plavuizen. De wanden zijn tot circa één meter hoogte voorzien van crèmekleurige tegels op een
heeft een plat dak met een rondom doorlopende, uitkragende dakrand van circa 50 centimeter,
smalle zwarte plint, het bovenliggende gedeelte is afgewerkt met wit stucwerk. Ook het plafond is
vermoedelijk uit beton vervaardigd.
gestuct. De wandbetegeling loopt door in de negge tegen de kozijnen aan. De kozijnen zijn aan de binnenzijde lichtblauw geschilderd. Aan een van de muren bevindt zich een oorspronkelijk oliedispenser, compleet met bijbehorende pistolen. De klimop die de buitenzijde van het gebouw overwoekert, is via een opening naar binnen gegroeid. Het stucwerk van het plafond is plaatselijk losgeraakt, waardoor delen van de achterliggende constructie zichtbaar zijn. De bergruimte is eenvoudig van opzet. Wanden en plafond zijn gestuct, en in de ruimte bevinden zich enkele restanten van de voormalige inrichting van het smeerstation. Tevens is hier de stoppenkast geplaatst. De toiletruimte is voorzien van groenachtige vloertegels. De wanden zijn tot circa één meter hoogte betegeld met crèmekleurige tegels op een smalle zwarte plint, daarboven wit stucwerk.
Interieur smeerruimte. 22
Restant van de historische functie als smeerstation.
Toiletruimte.
Bergruimte.
Slijtvaste plavuizenvloer met versteviging voor vermoedelijke brug. 23
Betegelde plint en kozijnaansluiting.
Klimop in het interieur.
Pistolen van oliedispenser.
Interieur met oliedispenser.
Beeld op de Oude Kerstraat 5 en 7. (Archief gemeente Sluis)
Voorgevel van de Oude Kerkstraat 5 met historische bouwsporen. Zichtbaar zijn nog de oude muurankers, gemetselde bogen achter het sierplijsterwerk, metselwerk bij de fries en muurbeëindiging.
Het pand aan de Oude Kerkstraat 7. 24
4. Waardestelling 4.1
Inleiding
Op basis van voorgaande hoofdstukken is inzicht verworven in de geschiedenis van Aarndeburg, de ontwikkelingen van benzinestations en het merk Esso in Nederland en de bouwgeschiedenis van het voormalige Esso-Smeerstation. Met dit inzicht wordt in dit hoofdstuk een waardering gegeven van de monumentwaarden. Deze waardering volgt de Uitvoeringsrichtlijn Bouwhistorisch onderzoek met waardestelling, vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen Restauratiekwaliteit (15-022024), van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM, URL 2007). In onderstaande paragrafen wordt zowel de contextuele als de intrinsieke monumentwaarde van het onderzochte object aangegeven. In de contextuele waardestelling worden de waarden van een gebouw/complex met soortgelijke gebouwen op landelijk, regionaal of plaatselijk niveau vergeleken. Bij een intrinsieke waardestelling wordt het relevante belang van de onderdelen van een bouwwerk benoemd, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen een hoge, positieve of indifferente monumentwaarde. Hierbij is rekening gehouden met de contextuele monumentwaarde. Een indifferente monumentwaarde wordt gegeven aan onderdelen van relatief weinig belang voor de structuur en/of betekenis van het object. Een positieve monumentwaarde kan worden toegekend aan onderdelen die van belang zijn voor de structuur en/of betekenis van het object.
Een hoge monumentwaarde wordt toegekend aan die onderdelen die van cruciaal belang zijn voor de structuur en/of betekenis van het object.
Hoog 1. Historische waarde
Positief
x
2. Ruimtelijke waarde
x
3. Architectuurhistorische waarde
x
4. Bouwhistorische waarde
x
5. Gebruikswaarde en functie-specifieke waarde
25
x
Laag
4.2
Contextuele monumentwaarde
Historische waarde
uitkragende dakrand, in combinatie met grote raampartijen en een brede vouwpui in de voorgevel,
De historische waarden hebben betrekking op het object als uitdrukking van een culturele,
is kenmerkend voor de modernistische uitstraling van het gebouw. De architectonische waarde ligt
sociaaleconomische, geestelijke, bestuurlijke, technische of typologische ontwikkeling dan wel
bovendien in de representativiteit van het object voor deze tijdgebonden ontwerphouding. Op grond
innovatieve waarde of pionierskarakter. Het Smeerstation vormt een herinnering aan de vroege
hiervan wordt aan het smeerstation een positieve architectonische waarde toegekend.
ontwikkeling van de opkomst van de auto in Nederland. Sinds de oliecrisis zijn veel voor- en naoorlogse tankstations verdwenen, hetzij door sloop, hetzij door vervanging door moderne
Bouwhistorische waarde
varianten. Dat in dit geval bovendien sprake is van een bijgebouw - een categorie die in de regel nog
De bouwhistorische waarde heeft betrekking op de waarden op het gebied van materiaalgebruik,
minder vaak wordt behouden - onderstreept de uitzonderlijkheid van het object. Juist door deze
constructie en afwerking in relatie tot andere, vergelijkbare gebouwde objecten. De toegepaste
schaarsheid en zijn betekenis binnen de geschiedenis van de automobiliteit en brandstofvoorziening
constructiemethoden en bouwmaterialen van het smeerstation sluiten aan bij de gangbare
bezit het Smeerstation een hoge historische waarde.
bouwpraktijk van de periode waarin het gebouw tot stand kwam. Het object is in één bouwfase gerealiseerd en in de loop der tijd niet ingrijpend gewijzigd, waardoor de oorspronkelijke
Ruimtelijke waarde
bouwkundige opzet nog duidelijk herkenbaar is. De constructie is eenvoudig en rationeel
Het perceel aan de Oude Kerkstraat maakte oorspronkelijk deel uit van het Burgergasthuis en kreeg
van aard en vertoont geen kenmerken van bijzondere technische innovatie of experimentele
in de twintigste eeuw een nieuwe functie als garage met tankstation en bijbehorend bijgebouw.
materiaaltoepassing. Hoewel het gebouw daarmee niet kan worden aangemerkt als technisch
Hoewel deze latere functies zijn verdwenen, zijn het hoofdgebouw aan de straat en het smeerstation
uitzonderlijk of onderscheidend, vormt het, doordat dergelijke kleinschalige smeerstations
behouden gebleven. De teruggesprongen situering van het smeerstation op het achterterrein
en serviceloodsen grotendeels uit het straatbeeld zijn verdwenen, een relatief zeldzaam en
maakt de historische gelaagdheid en de onderlinge samenhang binnen het oorspronkelijke
goed bewaard gebleven voorbeeld van dit specifieke gebouwtype. Op grond hiervan wordt de
gebruiksensemble nog steeds afleesbaar. Als bewaard gebleven gebouw van dit ensemble bezit
bouwhistorische waarde als positief beoordeeld.
het smeerstation een zekere mate van zeldzaamheid. Op grond van deze contextuele betekenis en de afleesbaarheid van de historische situering wordt aan het object een positieve ruimtelijke
Gebruikswaarde en functie-specifieke waarden
waarde toegekend. Deze ruimtelijke waarde is echter sterk afhankelijk van de aanwezigheid van
De gebruikswaarde en functie-specifieke waarden zijn waarden van het object in relatie tot andere
de bebouwing aan de straatzijde; sloop van het pand op nummer 7 zou de ruimtelijke samenhang
objecten met dezelfde functie en/of veranderingen of bijzonderheden in het gebruik. Met andere
aantasten.
woorden in hoeverre de oorspronkelijke functie nog steeds herkenbaar is? Het Smeerstation is na het beëindigen van zijn oorspronkelijke gebruik ongebruikt blijven staan en is in die periode niet
Architectonische waarde
noemenswaardig aangepast of verbouwd. Diverse interieurelementen, waaronder een oliedispenser
De architectuurhistorische waarde gaat om het object in relatie tot een typologie, ontwerpopvatting
met bijbehorende pistolen en vloer- en wandafwerkingen in tegels, verwijzen nog nadrukkelijk naar
en architectonisch concept of de plaats van het object in het oeuvre van een architect. Hoewel het
het oorspronkelijke gebruik. Hierdoor is de functie als smeer- en servicestation nog goed afleesbaar.
smeerstation geen aantoonbaar ontwerp van Dudok is, vormt het wel een typerend voorbeeld van
Deze functionele herkenbaarheid versterkt de betekenis van het object binnen zijn typologische
de sobere en functionele vormgeving die kenmerkend is voor de wederopbouwperiode, waarin
context. Op grond hiervan wordt aan het smeerstation een hoge gebruikswaarde toegekend.
kostenreductie en typologische vereenvoudiging centraal stonden. Het heldere bouwvolume met 26
4.3
Intrinsieke monumentwaarde
Ruimtelijke context Het smeerstation vormt, samen met het hoofdgebouw aan de straat, het enige overblijfsel van de
Constructie
twintigste-eeuwse bedrijvigheid op het perceel. De terugliggende positionering maakt het historische
De constructieve onderdelen, waaronder fundering, draagconstructie en het dak, zijn integraal
gebruik en de samenhang binnen het oorspronkelijke gebruiksensemble nog afleesbaar. In zijn
onderdeel van het oorspronkelijke ontwerp en typerend voor de bouwperiode, ze zijn echter niet
huidige situering bezit het gebouw een positieve ruimtelijke waarde.
zeldzaam of vernieuwd. Hierdoor bezitten zij een positieve tot hoge monumentwaarde.
Bouwgeschiedenis
Indeling, structuur en plattegrond
Het ontwerp sluit aan bij de ontwikkeling van vereenvoudigde naoorlogse kioskgebouwen,
De interne indeling, bestaande uit een smeerruimte, bergruimte en toiletruimte, is volledig
een inmiddels zeldzaam geworden typologie doordat veel vergelijkbare servicestations zijn
oorspronkelijk en sluit direct aan bij het historische gebruik van het gebouw. De heldere, functioneel
verdwenen. Het smeerstation werd in één bouwfase gerealiseerd en is, ondanks technisch verval en
opgezet plattegrond ondersteunt het oorspronkelijke werkproces en versterkt de typologische
overwoekering door groen, nog vrijwel volledig authentiek. Het gebouw is een representant van de
herkenbaarheid. Deze authentieke en doelmatige structuur geven de indeling als geheel een
vroege servicestations met eenvoudige kioskfunctie, wat de historische waarde van deze bouwfase
positieve tot hoge monumentwaarde.
versterkt. Interieur Bouwvolume
Kenmerkend voor de lichte, functionele en modernistische architectuur van het smeerstation
Het bouwvolume uit 1961 is onaangetast en duidelijk herkenbaar als kleinschalig servicestation,
is de combinatie van lichtblauwe kozijnen aan de binnenzijde, functionele lambriseringen van
met een eenvoudige hoofdvorm, grote kozijnpartijen en karakteristieke overkragende dakrand.
crèmekleurige wandtegels met donkere voegen en enkele functiespecifieke elementen, zoals de
De gave hoofdvorm en duidelijke typologische afleesbaarheid geven dit onderdeel een hoge
oliedispenser. Ook de slijtvaste plavuizenvloer draagt bij aan de afleesbaarheid van de oorspronkelijke
monumentwaarde.
functie. Dit samenstel van afwerkingen en elementen getuigt van het historische gebruik van de ruimte. Vanwege de duidelijke afleesbaarheid van de oorspronkelijke functie en de aanwezigheid
Exterieur
van nog herkenbare interieurelementen wordt aan dit ensemble een hoge monumentwaarde
De gevels zijn nagenoeg volledig origineel; zowel de wanden als kozijnen komen overeen met
toegekend. Het stucwerk op wanden en plafonds heeft geen bijzondere historische, architectonische
de bestektekening uit 1961. De karakteristieke waarde ligt met name in de grote kozijnen met
of technische kwaliteiten, maar het betreft wel een oorspronkelijke afwerking die bijdraagt aan de
roedeverdeling en de houten vouwpui, waaraan een hoge monumentwaarde wordt toegekend. Het
authenticiteit en afleesbaarheid van het interieur en wordt daarom een positieve monumentwaarde
materiaalgebruik - hoewel eenvoudig - bestaande uit baksteen, deels afgewerkt met stucwerk, een
toegekend.
betonnen dakoverstek en grote houten kozijnen, is representatief voor dit bouwtype en draagt bij aan de karakteristieke, modernistische uitstraling die kenmerkend is voor de wederopbouwperiode. Op grond hiervan beschikt het exterieur als geheel over een hoge monumentwaarde. De overige gevelopeningen bezitten geen bijzondere architectuurhistorische waarde, maar zijn wel oorspronkelijk en dragen daardoor bij met een positieve monumentwaarde. 27
4.4
Waarderingsplattegrond
De in 4.3 beschreven waardenstelling wordt samengevat in de hierna volgende waarderingsplattegronden. Bij de waardering zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: -
Het gebouw als geheel bezit, door de typologisch heldere vorm, het dakoverstek en de grote kozijnopeningen, een hoge monumentwaarde.
-
De overige gevelopeningen zijn architectuurhistorisch niet bijzonder, maar doordat ze oorspronkelijk zijn gebleven, dragen zij bij met een positieve monumentwaarde.
-
Interieurelementen, zoals de betegelde wand- en vloerafwerkingen en de oliedispenser, hebben een hoge monumentwaarde.
-
Overige interieurafwerkingen zijn niet vernieuwd of uniek, maar origineel gebleven en dragen daardoor bij met een positieve monumentwaarde.
Legenda Hoge monumentwaarde Positieve monumentwaarde Indifferente monumentwaarde Plafondafwerking Wandafwerking Vloerafwerking Kozijn en glas, of kozijn en deur Dakrand Hoge monumentwaarde Oliedispenser met pistolen 28
Waardering van het voomalige Esso smeerstation.
5. Advies Als representant van een vroeg type benzinekioskgebouw, herinnert het smeerstation aan de ontwikkeling van automobiliteit en brandstofvoorziening in Nederland. Binnen zijn typologie wordt het smeerstation als schaars beschouwd. Bovendien is het nog volledig authentiek en daarmee zeldzaam als overgebleven onderdeel van het historische ensemble dat gedurende de twintigste eeuw het aanzien en gebruik van de plek bepaalde. Het gebouw is in hoge mate authentiek gebleven in bouwvolume, exterieur, constructie en indeling, waarbij de oorspronkelijke functie nog goed afleesbaar is. De architectuurhistorische waarde komt tot uiting in de compacte rechthoekige bouwmassa met kenmerkend dakoverstek en de grote kozijnen die veel daglicht toelaten en kenmerkend zijn voor een functionele architectuurtypologie; deze elementen verdienen primair behoud en bescherming, terwijl de overige gevelopeningen daaraan ondergeschikt zijn. Het interieur is nog grotendeels origineel en vertelt het verhaal van de gebruiksgeschiedenis als functioneel smeerstation. Oorspronkelijke tegelafwerkingen op wanden en vloeren, evenals interieurelementen zoals het oliedispenser, verdienen behoud en bescherming. De gezamenlijke erfgoedwaarden rechtvaardigen behoud als gemeentelijk monument en vormen een solide basis voor handhaving in het gemeentelijk monumentenregister.
29
Bibliografie Literatuur -
-
Blijdenstijn, R., Schulte, E., Cramer, M., Kok, O. N., Van Helden, G., & Weevers, C. H. R. T. (z.d.).
smeerstation, Oude Kerkstraat 7, Aardenburg (Monumentnummer Sl.032). Gemeentelijk
Het Esso-station van W. M. Dudok (Buiten Bedrijf, deel 3). Industrieel-Erfgoed.nl. https:// www.industrieel-erfgoed.nl/sites/default/files/bijlagen/bestanden/buiten_bedrijf_deel_3_
Monumentenregister. -
benzinestations_het_esso-station_van_w._m._dudok.pdf -
Kersten, A. (2014). Blikvangers langs de weg: De architectuur van Nederlandse benzinestations
-
Gemeente Sluis. (2025, 14 oktober). Dossier 7411 - Oude Kerkstraat 5-7 Aardenburg. Afdeling Externe Dienstverlening.
-
tijdens de Wederopbouw. Bulletin KNOB, 113(2), 92–106. https://doi.org/10.7480/ knob.113.2014.2.659
Gemeente Sluis. (2019, 16 april). Inschrijving gemeentelijk monumentenregister: Kiosk Esso-
Gemeente Sluis. (2025, 30 oktober). Motie: Gemeentelijk monument smeerstation Oude Kerkstraat 5-7 Aardenburg. Raadsvergadering gemeente Sluis.
-
Pijnenburg, W. J. J., Roelandts, K., & Vanacker, V. F. (Red.). (1985). Naamkunde: Feestbundel voor
Heemschut. (2024, 23 juli). Brief aan het College van B&W van Sluis inzake gemeentelijk monument Oude Kerkstraat 7, Aardenburg. Erfgoedvereniging Bond Heemschut.
Maurits Gysseling (II) (17e jrg., afl. 1–4). Instituut voor Naamkunde te Leuven & P. J. Meertens-
Instituut.
Websites:
Stenvert, R., Van Ginkel-Meester, S., Stades-Vischer, E., & Kolman, C. (2003). Monumenten in
-
www.topotijdreis.nl
Nederland: Zeeland. Waanders Uitgevers & Rijksdienst voor de Monumentenzorg.
-
www.bagviewer.kadaster.nl
Van der Aa, A. J. (1839). Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden (Deel 1: A). J. Noorduyn
-
BOEi. (2022, 22 november). Tankstations. BOEi Blog. https://www.boei.nl/mensen-vertellen/
en Zoon. -
boei-blog-tankstations/
van Roosmalen, P. (1994). Andermaal herrezen: Aspecten van de wederopbouw van West Zeeuwsch-Vlaanderen. Stichting Raadskelder.
Overige documenten -
Krantenartikelen (online): -
AD. (2025, 25 november). Dudok-kenner kraakt smeerstation Aardenburg. www.ad.nl
-
PZC. (2025, 6 november). Raad Sluis: Smeerstation Aardenburg niet monumentaal: sloop het
Adviseurs Omgevingskwaliteit. (2025, 6 juni). Advies omgevingskwaliteit: Principeverzoek slopen gemeentelijk monument Oude Kerkstraat 7, Aardenburg. Gemeente Sluis.
-
pand voor bouw woningen. www.pzc.nl -
Barth, A. J., Louisse, M. J., Moerland, L. J., & Zuidhof, M. J. F. (2009). Inventaris van het archief
PZC. (2025, 9 november). Parel van architectuur of gribus? Bond Heemschut wil smeerstation behouden. www.pzc.nl
van de stad Aardenburg 1201–1794. Gemeentearchief / Regionaal Archief.
-
Middelburgsche Courant. (1935, 8 maart). [Krantenpagina 6].
-
BRO Ruimte. (2010). Bestemmingsplan ‘Kom Aardenburg’. Gemeente Sluis.
-
De Stem. (1980, 9 september). [Krantenpagina 14].
-
Dekker, V. M. A. (2025, 2 september). Nota aan B&W: Monumentale status smeerstation Oude
-
Kerkstraat 5-7 Aardenburg. Gemeente Sluis, Afdeling Externe Dienstverlening.
Bronvermelding afbeeldingen en foto’s staan onder de desbetreffende beelden vermeld. Overige
De Vries, W. (2018). Inventaris van de gemeente Aardenburg 1941–1994. Gemeentearchief /
afbeeldingen zijn door de auteur gemaakt.
Regionaal Archief.
30
HylkemaErfgoed Advies en Ontwerp
Colofon Product Bouwhistorische verkenning met waardestelling Projectnr: 25.198.02 Datum opname: 11.12.2025 Datum rapportage: 22.12.2025 Versie: 2 Opdrachtgever Gemeente Sluis erfgoed@gemeentesluis.nl Nieuwstraat 22 4501 BD Oostburg Opdrachtnemer Hylkema Erfgoed Contactpersoon: Jasper van uitert Auteur: Jasper van Uitert j.vanuitert@hylkemaerfgoed.nl Mariahoek 4 3511 LD Utrecht 030-2328866 www.hylkemaerfgoed.nl