04. (Welstandsnota 2012).doc
Tekst van het document
Pagina 25
6.4
Objectcriteria
6.4.1 Antennemasten Antennemasten hebben een vrij grote invloed op het aanzien van gebouwen of op de omgeving. Dit heeft te maken met hun forse afmetingen en afwijkende vormgeving ten opzichte van bijvoorbeeld woningen in een woonomgeving. Vooral de keuze voor de locatie van de antenne speelt hierbij een belangrijke rol. In principe geeft de welstandscommissie een positief welstandsadvies als: - de antennemast buiten de bebouwde kom in landschappelijk minder gevoelige gebieden wordt geplaatst op een locatie waar al een concentratie van activiteiten, gebouwen of kunstwerken aanwezig is zoals verkeersknooppunten, viaducten, bedrijventerreinen en sportparken ; - de antennemast binnen de bebouwde kom wordt geplaatst op een bedrijventerrein of sportpark. In principe geeft de welstandscommissie een negatief welstandsadvies als: - de antennemast wordt geplaatst buiten de bebouwde kom in of nabij landschappelijk gevoelige gebieden zoals natuurgebieden, beschermde dorpsgezichten, nabij kleinschalige dorpskernen of langs waardevolle dorpsrandzones en wanneer op zichtafstand van de gewenste locatie al een mast aanwezig is; - de antennemast binnen de bebouwde kom wordt geplaatst in gebieden met het welstandsniveau “historisch”, in woongebieden en op of nabij begraafplaatsen. De welstandscommissie stelt vooraf de kwaliteit van de locatie vast door een bezoek ter plaatse.
6.4.2 Cataloguswoning Sommige bouwbedrijven hebben catalogussen waaruit een opdrachtgever een woning kan kiezen. Het spreekt voor zich dat de meeste van die woningen niet zonder meer passen in elke omgeving. Dit geldt sterker in de omgeving met welstandsniveau “historisch” dan in welstandsniveau “nieuwbouw”.
6.4.3 Dakopbouwen Een dakopbouw is een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok of de dakrand van het dak, waardoor het silhouet van het oorspronkelijke dak wijzigt. De woonruimtebehoefte is in de afgelopen jaren sterk toegenomen. Dit betekent dat de nieuwe woningen steeds groter worden, maar het betekent ook dat de druk om de bestaande woningen te vergroten toeneemt. Sommige woningtypen lenen zich minder goed voor de meest voor de hand liggende uitbreiding. Een dakkapel is niet voor ieder woning geschikt. Voor dergelijke woningen is het creëren van extra woningoppervlak binnen het bestaande vloeroppervlak soms wel mogelijk door het bouwen van een dakopbouw. Een dakopbouw is veel groter van schaal en heeft veel meer invloed op het profiel, beeld en aanzicht van de bebouwing. Een dakopbouw is daarom alleen geschikt voor een eenvoudige kapvorm en uitsluitend acceptabel op het dakvlak gekeerd naar het achtererf. Een dakopbouw is een vergunningplichtig bouwwerk. Over deze bouwplannen vraagt het college altijd advies aan de welstandscommissie.
Pagina 26
Doelstellingen: - respecteren en in stand houden van het straatbeeld; - voorkomen van een rommelig straatbeeld; - in gebieden met een grote seriematigheid streven naar gelijkvormige exemplaren die passen bij het karakter van de straat. Algemeen: - een dakopbouw is alleen toegestaan op het hoofdgebouw; - dakopbouwen zijn alleen toegestaan in seriematig opgezette woonwijken en dus niet in de gebieden met welstandsniveau “historisch”; - op een dakvlak van een woning(blok) waar al dakkapellen aanwezig zijn is het niet meer mogelijk een dakopbouw te plaatsen; - het bestemmingsplan treedt in eerste instantie regelend op wat betreft situering en afmetingen. In veel gevallen zal de nieuwe goothoogte de toegestane goothoogte overschrijden.
Medewerking is dan alleen mogelijk door middel van een vrijstelling van het bestemmingsplan; - op een dakvlak van een woning(blok) waar al een dakopbouw aanwezig is, gebouwd volgens deze nota, geldt die dakopbouw als te volgen precedent (andere dakopbouwen moeten dus in dezelfde stijl worden uitgevoerd); Plaatsing: - alleen toegestaan op zadeldaken; - alleen toegestaan op het achterdakvlak; - alleen toegestaan op kappen waarvan de helling minder dan 30° bedraagt en de inwendige vrije hoogte onder de nokbalk minimaal 2 meter bedraagt; - de nokverhoging vindt plaats door het verlengen van het voordakvlak, waardoor de nok naar achteren verschuift (dakopbouw gericht op achtererf). Maatvoering: - de kozijnhoogte, gemeten tussen de snijpunten van het kozijn en het dak, bedraagt niet meer dan 0,8 meter; - de breedte van de dakopbouw bedraagt minimaal 80% en maximaal 100% van de breedte van de woning; - bij eindwoningen blijft de dakopbouw minimaal 1 meter vrij ten opzichte van eindgevel. Vormgeving: - de hellingshoek van het dakvlak van de dakopbouw is gelijk aan die van het dakvlak van het hoofdgebouw; - de bovenkant van het kozijn blijft onder de oorspronkelijke nokhoogte van het dak van het hoofdgebouw; - maatverhoudingen van de ramen zijn gerelateerd aan die van het hoofdgebouw.
Materiaal en kleur: - de materialen en kleuren zijn gelijk aan die van het hoofdgebouw; - de zijwangen echter zijn van plaatmateriaal in een donkere kleurstelling.
6.4.4 Installaties op het dak Utiliteitsgebouwen zoals horecabedrijven (waaronder strandpaviljoens), kantoren, winkels, bakkerijen etc. beschikken vaak over installaties. Het gaat hierbij om airco’s en rookgasafvoeren die men veelal op een plat dak plaats. De welstandscommissie beoordeelt deze installaties positief als deze visueel zijn weggewerkt (ver van de dakrand, onopvallend kleurgebruik) of bouwkundig zijn Pagina 27
geïntegreerd in het gebouw. De situering van het gebouw ten opzichte van de gebouwen in de omgeving en de locatie speelt hierbij ook een rol.
6.4.5 Reclame-uitingen Bedrijven maken reclame om de naamsbekendheid te vergroten. Aandacht trekken van de consument en de herkenbaarheid van het bedrijf spelen hierbij een grote rol. In het straatbeeld heeft reclame ook een oriënterende functie voor het publiek. Naast deze functionele aspecten kan reclame, mits goed ontworpen, ook een positieve bijdrage leveren aan het straatbeeld. Bedrijven hebben de neiging tegen elkaar op te bieden. Het risico bestaat dat bedrijven de reclames steeds groter en meer schreeuwend uitvoeren. Het doel van de criteria voor reclame-uitingen is het bieden van spelregels met duidelijke grenzen. Reclamezuilen zijn vergunningplichtig op grond van de Woningwet, gevelreclame is vergunningplichtig op grond van de Woningwet of vergunningplichtig op grond van de APV. Een plan dat voldoet aan de criteria voor reclame-uitingen voldoet aan redelijke eisen van welstand. De gemeente vraagt in dat geval geen advies meer aan de welstandscommissie. Een bouwplan dat niet voldoet aan de criteria legt de gemeente voor advies voor aan de welstandscommissie. De commissie toetst het bouwplan verder aan de criteria van hoofdstuk 6.1. Welstandscriteria voor reclame-uitingen Bij het onderdeel plaatsing, aantal en afmeting is een splitsing gemaakt tussen drie veel voorkomende reclames.
Andere vormen zoals zuilen op de grond, reclames op zonneschermen of terrasschotten beoordeelt de welstandscommissie aan de hand van de algemene welstandscriteria (hoofdstuk 6.1) Doelstelling: - respecteren en in stand houden van het straatbeeld; - voorkomen van een rommelig straatbeeld; - bij bedrijfsverzamelgebouwen en winkelstraten met een verbindend element zoals een luifel streven naar gelijkvormigheid wat betreft situering en afmetingen. Algemeen: - reclame is plaatsgebonden (direct verbonden aan het pand); - geen gevaar of hinder voor publiek; - de verlichtingssterkte levert geen hinder op voor mens en dier. De verlichting gaat uit wanneer de winkel sluit, maar in ieder geval om 0.00 uur; - reclame mag de gevelarchitectuur niet domineren, maar vormt een ondergeschikte toevoeging aan de gevel en is zoveel mogelijk geïntegreerd in de architectuur van het pand; - geen reclame voor diensten of producten die niet in het pand plaatsvinden c.q. verkrijgbaar zijn; - niet groter dan voor een goede leesbaarheid van die locatie noodzakelijk is; - reclame mag het uitzicht op de openbare ruimte niet ernstig belemmeren; - voor reclame-uitingen in een beschermd dorps- of stadsgezicht vraagt het college altijd advies aan de monumentencommissie.
Plaatsing, aantal en afmetingen: - wat betreft afmetingen en plaatsing is de reclame in harmonie met de bestaande gevelopzet; - maximaal één reclame-uiting tegen de gevel en één reclame-uiting loodrecht op de gevel; - reclame laat de aanwezige ritmiek ongemoeid; - afstand tot de belending of de zijkant van de gevel maximaal 0,5 meter; Pagina 28
-
-
-
geen reclames op het dak of uitstekend boven de gootlijn van een gebouw; plaatmaterialen: De breedte van een reclame-uiting evenwijdig aan de gevel is niet groter dan 70% van de breedte van de gevel, de hoogte bedraagt niet meer dan 0,5 meter, de reclameuiting bevindt zich tussen de ramen van de begane-grond en die van de verdieping, of tegen de luifel; lichtbak: Een reclame-uiting tegen de gevel heeft een oppervlakte van maximaal 0,5 m² (0.6 x 0.8 meter); de reclame-uiting bevindt zich tussen de ramen van de begane-grond en die van de eerste verdieping; banier: Een reclame-uiting tegen de gevel heeft een oppervlakte van maximaal 1 m² (0,5 x 2 meter); de reclame-uiting bevindt zich tussen de ramen van de eerste verdieping maar niet hoger dan de bovendorpel van de kozijnen.
Vormgeving, kleur en materiaalgebruik: - knipperende, bewegende en reflecterende reclames zijn niet toegestaan; - losse letters en geschilderde letters op de gevel of op de luifel genieten de voorkeur; - het aanlichten van reclame teksten geniet de voorkeur boven neonletters of lichtbakken; - een donker fond met lichte letters geniet de voorkeur boven een licht fond met zwarte letters (lichtbakken). Aanvullende criteria of opmerkingen voor reclame per gebied: Winkelgebieden: - de bovengenoemde criteria zijn toepasbaar in de winkelgebieden van Breskens, Oostburg en Sluis. Voor Aardenburg (Weststraat) en alle overige gebieden waar een vermenging aanwezig is van winkels en wonen is altijd een advies van de welstandscommissie nodig; - het is mogelijk en het heeft de voorkeur dat ondernemingsverenigingen in samenspraak een op de situatie gerichte afspraak maken die zowel privaatrechterlijk als publiekrechterlijk handhaafbaar is. Sport- en recreatieterreinen: - de reclame op sportterreinen moet naar binnen gericht zijn op een hoogte lager dan 2 meter (rondom de sportvelden plaatsen); - de reclame op campings e.d. moet naar binnen gericht zijn. Voor de afmetingen op de terreinen zijn de bovengenoemde criteria toepasbaar. Voor de reclame-uitingen gericht naar de openbare weg (aan de ingang van het terrein) is overleg met de welstandscommissie noodzakelijk.
Bedrijventerreinen: - een bedrijventerreinen is grootschaliger dan een winkelgebied. Hier zijn in overleg met de welstandscommissie grotere reclame-uitingen mogelijk. Het verdient aanbeveling te streven naar eenduidigheid bij verzamelgebouwen en naar een centrale bewegwijzering aan de ingang van een terrein.
6.4.6 Prefab units Prefab units gebruikt men veelal om in een tijdelijke behoefte te voorzien bijvoorbeeld als tijdelijke uitbreiding aan een school- of kantoorgebouw. Zogenaamde tijdelijke bouwwerken (maximaal voor een periode van 5 jaar) zijn op grond van de Woningwet uitgesloten van een welstandstoets. Voor het plaatsen van permanente prefab units vraagt het college advies aan de welstandscommissie. Prefab units zijn vaak vormgegeven als rechthoekige doosvorm met wanden van kunststof in een lichte kleur. Prefab units passen daarom vaak niet in de omgeving wat betreft vorm, materiaal- en kleurgebruik en detaillering. De welstandscommissie beoordeelt deze units in de meeste gevallen negatief. Pagina 29
6.4.7 Zeecontainers Zeecontainers zijn bedoeld als opslagmogelijkheid tijdens het transport van goederen. Een zeecontainer is erg goedkoop en in functioneel opzicht bruikbaar als bijvoorbeeld bergruimte bij openbare gebouwen, agrarische bedrijven, bedrijventerreinen, sport- en recreatieparken. De zeecontainers passen wat betreft vorm, materiaal en detaillering niet in de bebouwde kom of het landelijk gebiedbij de bestaande bebouwing. De gemeente Sluis staat afwijzend tegenover de plaatsing van zeecontainers voor alle gebieden en in alle situaties.
6.4.8 Nissenhutten Nissenhutten en Romneyloodsen zijn loodsen met een halfcirkelvormige doorsnede, opgebouwd uit stalen spanten en dunne staalplaten. De bouwwerken zijn relatief goedkoop. De bouwwerken zijn snel op te bouwen en weer af te breken. Ze zijn bedoeld als tijdelijk bouwwerk. De bouwwerken worden veelal toegepast op bouwterreinen of fabrieksterreinen waarbij ze een tijdelijke functie van opslag of werkplaats vervullen. Nissenhutten en Romneyloodsen zijn niet geschikt voor een permanente plaatsing. Ze zijn samengesteld uit minder duurzame materialen waardoor ze al snel een armoedige uitstraling hebben. De nissenhutten passen wat betreft vorm, materiaal en detaillering meestal niet goed in gebouwde omgeving. De gemeente Sluis staat in principe afwijzend tegenover nissenhutten en Romneyloodsen.
Pagina 30
6.5
Materiaalcriteria
6.5.1 Dakpanprofielplaten Een dakpanprofielplaat is een plaatmateriaal dat meestal is gemaakt van metaal waarin een dakpanmotief aanwezig is. De platen zijn verkrijgbaar in diverse uitvoeringen. Vooral in de detaillering en uitstraling is duidelijk waarneembaar dat het om imitatie gaat. Dakpanprofielplaten zijn daarom alleen toegestaan als het gebouw waarop het wordt toegepast op grote afstand van de openbare weg is gelegen, bijvoorbeeld bij de vervanging van asbestgolfplaten van een landbouwschuur. In de bebouwde kom zijn dakpanprofielplaten alleen toegestaan als zij worden toegepast op dakvlakken van bestaande woningen met een helling van maximaal 15°. Deze daken zijn in de oorspronkelijke situatie vaak afgedekt met bitumen. De vervanging van bitumen door dakpanprofielplaten is dan een verbetering. Bovendien zijn de daken nauwelijks zichtbaar vanaf straatniveau. Een andere toepassing is op lage bijgebouwen op het achtererf. In alle andere gevallen staat de gemeente Sluis afwijzend tegenover de toepassing van dakpanprofielplaten.
6.5.2 Damwandprofielplaat Damwandprofielplaat is een geprofileerde stalen plaat die loodsenbouwers veel toepassen voor wand- en dakbeplating van loodsen op bedrijventerreinen en bij agrarische bedrijven. Dit materiaal heeft een industriële uitstraling. De gemeente Sluis staat in principe afwijzend tegenover het gebruik van deze platen in een woonomgeving (bebouwde kom), tenzij het een architectuur ondersteunende functie heeft.
6.5.3 Geglazuurde dakpannen Een nadeel van geglazuurde pannen is dat ze wat betreft textuur sterk afwijken van de veel toegepaste dakpannen. Geglazuurde pannen hebben een erg glad oppervlak in tegenstelling tot gewone gebakken pannen. De reflectie van zonlicht wordt door omwonenden bovendien vaak als hinderlijk ervaren. De gemeente Sluis staat in principe afwijzend tegenover het gebruik van geglazuurde dakpannen.
6.5.4 Prefab beton Prefab beton is een materiaal dat loodsenbouwers veel toepassen als wandbekleding van loodsen op bedrijventerreinen en bij agrarische bedrijven. Dit materiaal heeft een industriële uitstraling. Deze uitstraling past in principe niet in een woonomgeving (bebouwde kom), tenzij het een architectuur ondersteunende functie heeft. Naast prefab beton wandelementen bestaan er ook prefab betonnen bouwwerken zoals garages, bergingen en dierenverblijven. De gemeente Sluis staat in principe afwijzend tegenover het gebruik van prefab beton. In de volgende gevallen is prefab beton welstandshalve voorstelbaar: - als wandbekleding van de gevels van bedrijfspanden op bedrijventerreinen en bij agrarische bedrijven, mits dit aansluit bij het karakter van de bestaande omgeving; - prefab beton bijgebouwen op het achtererf bij woningen, mits dit aansluit bij het karakter van de bestaande omgeving.
Pagina 31
7
Excessenregeling
Ook bestaande (omgevingsvergunningvrije) bouwwerken moeten aan minimale welstandseisen voldoen. Volgens artikel 19 van de Woningwet kunnen burgemeester en wethouders de eigenaar van een bouwwerk dat in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand aanschrijven om die strijdigheid op te heffen. Volgens datzelfde wetsartikel kan het college alleen aanschrijven als de gemeenteraad hiervoor criteria heeft vastgesteld. Een exces betreft altijd een bouwwerk of een aspect daarvan dat omgevingsvergunningvrij is. Voor omgevingsvergunningplichtige bouwwerken zijn in de welstandsnota al welstandscriteria opgenomen die de gemeente op de reguliere wijze kan handhaven. De gemeente Sluis hanteert bij het toepassen van deze excessenregeling het criterium dat er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Het uiterlijk van een bouwwerk is in ernstige mate in strijd met redelijke eisen van welstand als: -
een bouwwerk visueel of fysiek is afgesloten voor zijn omgeving. Bijvoorbeeld: dichttimmeren van ramen of het volledig dichtplakken van ramen met (vergunningsvrije) reclame; bij aanpassing van een bouwwerk architectonische bijzonderheden zijn ontkend of vernietigd; armoedig materiaalgebruik is toegepast; felle of contrasterende kleuren zijn toegepast; er sprake is van een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is. Wat in de omgeving gebruikelijk is staat aangegeven in de gebiedscriteria.
Vergunningsvrije bouwwerken die voldoen aan de sneltoetscriteria zijn in ieder geval niet in ernstige mate in strijd met redelijke eisen van welstand.
Pagina 32
8
Slotopmerkingen
Deze nota vervangt de nota die de raad heeft vastgesteld op 24 april 2008. Wanneer de raad nieuwe bestemmingsplannen vaststelt, gelden de bijbehorende beeldkwaliteitseisen voor het betreffende ontwikkelingsgebied in plaats van de welstandsnota. Indien de raad expliciet vaststelt dat een ontwikkelingsgebied welstandsvrij is dan gelden er in dat gebied geen welstandseisen.
Pagina 33