03. Vaststellen integrale Verordening sociaal domein gemeente Sluis 2026 - Bijlage c Inspraakverslag integrale Verordening sociaal domein gemeente Sluis 2026
Tekst van het document
Inspraakverslag Integrale Verordening Sociaal Domein 2026 Gemeente Sluis
DECEMBER 2025
Hoofdstuk 1 Inleiding Het sociaal domein omvat verschillende wetten op het gebied van jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, schuldhulpverlening, (arbeids)participatie, inkomen en inburgering. Voor elk van deze wetten heeft de gemeenteraad afzonderlijke lokale verordeningen vastgesteld. Naar aanleiding van wetswijzigingen en nieuwe aanbestedings- en inkooptrajecten zijn deze verordeningen aan actualisatie toe. Per 1 januari 2026 gaan nieuwe aanbestedingsafspraken in voor jeugdhulp en nieuwe contracten voor de Wmo. Deze afspraken zijn tot stand gekomen in respectievelijk Zeeuwse en Zeeuws-Vlaamse samenwerking met andere gemeenten. Daarnaast treedt de Participatiewet in Balans gefaseerd in werking vanaf 1 januari 2026. De actualisatie van de verordeningen benutten we om de bestaande regelingen en bepalingen te bundelen in één Verordening Sociaal Domein. Dit sluit aan bij de beweging naar meer integraliteit binnen het beleid en de uitvoering van het sociaal domein. De nieuwe, integrale verordening draagt hieraan bij. Daarnaast is de verordening opgesteld in begrijpelijke taal (B1-niveau), zodat inwoners weten waarvoor de gemeente verantwoordelijk is en wat er van hen wordt verwacht (het principe van eigen kracht). Inspraakprocedure Het college heeft op 26 augustus 2025 besloten tot een alternatieve inspraakprocedure.
Dit omdat de inhoudelijke aanpassingen grotendeels verplicht en technisch van aard zijn (vanwege aanbestedingen, inkooptrajecten en wetswijzigingen), is sprake van een ondergeschikte herziening waarvoor geen formele inspraak vereist is. De conceptverordening is voor advies voorgelegd aan de adviesraden, die de belangen van kwetsbare doelgroepen vertegenwoordigen en zo bijdragen aan de kwaliteit en zorgvuldigheid van het beleid. Inspraakreacties Op de Integrale Verordening is zowel een reactie ontvangen van de Adviesraad Sociale Zaken als de Raad voor maatschappelijke en demografische ontwikkeling. In het volgende hoofdstuk gaan we in op deze reacties. Hoofdstuk 2 Zienswijzen. 2.1 Zienswijze Raad voor maatschappelijke en demografische ontwikkeling (RMDO) • In de eerst plaats willen we de complimenten overbrengen voor het concept Beleidsplan Sociaal Domein 2026-2030 en de bijbehorende concept verordening. Ter beoordeling van de verordening hebben we voor onszelf de volgende vraag geformuleerd die we hieronder hebben uitgewerkt. o
Sluit de concept verordening aan bij het concept Beleidsplan Sociaal Domein 2026-2030? De verordening sluit goed aan bij de koers die het beleidsplan uitzet. Zowel het beleidsplan als de verordening zijn duidelijk afgestemd op het idee van één sociaal domein: één toegang, één regisseur, en ondersteuning over de grenzen van afzonderlijke wetten heen. Reactie: We hebben de opmerking voor kennisgeving aangenomen.
o
Wij kunnen ons vinden in het omdenken vanuit het juridisch kader naar cliëntgerichte aanpak. Het centraal stellen van “wat heeft iemand nodig” in plaats van “waar heeft iemand recht op” biedt meer kansen en mogelijkheden voor eigen inbreng van de cliënt. Het in eigen kracht zetten van de hulpvrager zien we als een zeer positief element in de verordening. Reactie: We hebben de opmerking voor kennisgeving aangenomen
o
Het schrijven in begrijpelijke taal kunnen wij zeer waarderen. Het maakt de verordening goed en prettig leesbaar. Toch kwamen wij een aantal woorden tegen die ook om uitleg vragen. Vandaar in de bijlage een extra woordenlijst. Reactie: We verwijzen naar de reactie bij de bijlage hieronder.
•
Daarnaast hebben we nog enkele vragen over de verordening: o Worden er op basis van deze verordening nog nadere regels of beleidsregels opgesteld? Reactie: Er worden inderdaad nog nadere regels en/of beleidsregels opgesteld. o
Zo ja: worden deze integraal uitgewerkt of per wet? Reactie: Deze worden per wet uitgewerkt.
o
Zo ja, worden deze dan eveneens in voor iedereen begrijpelijke taal opgesteld? Reactie: Deze worden voor alsnog niet in begrijpelijke taal opgesteld, overigens zouden hier in de toekomst wel de mogelijkheden voor zijn.
•
Bijlage Lijst met moeilijke woorden in de Verordening per pagina Reactie: We hebben op basis van het advies van de RMDO bekeken waar het noodzakelijk en passend is om begrippen anders te omschrijven dan wel een toelichting te voorzien. Hieronder een overzicht. o pag 3 verordening: Het begrip verordening wordt in de inleiding van hoofdstuk 1 en in artikel 1.1 toegelicht. De definitie is toegevoegd aan begrippenlijst. o 4 kernwaarden: De definitie is toegevoegd aan begrippenlijst. o 5 onafhankelijke cliënt ondersteuningsbehoefte: De definitie is toegevoegd aan begrippenlijst. o 6 procedure: De definitie is toegevoegd aan begrippenlijst. o 8 zelfredzaamheid: Dit begrip staat reeds in de begrippenlijst. o 15 participatie: In artikel 3.3.1 wordt reeds toegelicht wat een participatieplaats precies inhoudt. o 16 re - integratie bedrijf: Dit betreft een specifieke voorziening. Het doel ervan wordt in artikel 3.3.3 reeds toegelicht. o 19 tegenprestatie: De term wordt reeds toegelicht in artikel 3.3.11. o 23 job coaching in natura: Hiervoor verwijzen we naar artikel 3.5.4. Daarnaast hebben we extra toelichting voorzien in artikel 3.5.9 lid 1 en de definitie toegevoegd aan de begrippenlijst. o ondersteuning in natura: hiervoor verwijzen we naar de omschrijving boven aan Hoofdstuk 8. Deze is aangevuld. o 27 toegankelijk: De definitie is toegevoegd aan begrippenlijst.
o 30 collectief: De definitie is toegevoegd aan begrippenlijst. o 32 sanerings- krediet: We hebben de term aangepast naar “sociale lening (saneringskrediet), schuldregeling” o 33 B1 route, onderwijs route en zelfredzaamheid route: We hebben een toelichting toegevoegd aan artikel 5 lid a t/m c. o 44 incasso: We hebben een extra woord toegevoegd, “invordering”. o 46 bruteren: Op basis van de reeds geldende beleidsregels Terugvordering en Verhaal 2024, hebben we de betreffende bepalingen geschrapt. o 49 calamiteiten: De definitie is toegevoegd aan begrippenlijst.
2.2 Zienswijze Adviesraad Sociale Zaken De Adviesraad heeft kennis genomen van het voorstel over het aanpassen en samenvoegen van de beleidsregels. De raad heeft het rapport verwelkomd en gelezen. Ook wij zien een noodzaak tot samenvoegen van de diverse verordeningen. De Adviesraad heeft kennis genomen van het voorstel
over het aanpassen en samenvoegen van de beleidsregels. De raad heeft het rapport verwelkomt en gelezen. Ook wij zien een noodzaak tot samenvoegen van de diverse verordeningen. Als algemene opmerking geeft de adviesraad het volgende mee: In het streven naar volledigheid is het ons gebleken dat er wel veel tekst gebruikt is waardoor het ook weer onoverzichtelijk is geworden. Wellicht kunnen regelingen waarbij dezelfde maatregelen van toepassing zijn, deze maatregelen slechts één keer noemen, met een verwijzing vanuit de regeling naar de betreffende maatregelen. Artikelsgewijze opmerkingen en adviezen • Artikel 2.1.2 lid 1, artikel 2.2.1 lid 1, artikel 2.3.5. lid c en artikel 6.3 lid 3 De Adviesraad heeft vastgesteld dat de tijd tussen de melding van een probleem en het eerste gesprek niet wordt vermeld in de verordening. De Adviesraad gaat wel uit van een zo’n voor mij zo kort mogelijk periode, maar in noodsituaties kan elke dag één dag te veel zijn. Op dit moment ontbreekt dus een compleet tijdpad in de verordening van melding tot eind besluit Reactie: Voor alle aanvragen op grond van de sociaal domeinwetten geldt een beslistermijn van 8 weken gerekend vanaf de datum van aanvraag. Daar zijn een drietal uitzondering voor, zoals beschreven in artikel 1 lid a t/m c. Dit betekent dat het gesprek altijd binnen de beslistermijn plaatsvindt.
Hierbij houden we uiteraard rekening met eventuele noodgevallen. De inwoner ontvangt na indienen van de melding of aanvraag (afhankelijk van welke wet het betreft) binnen 3 werkdagen een bevestiging van ontvangst. •
Artikel 2.2.2 lid 3 en artikel 2.2.3 lid 5 Volgens artikel 2.2.2 lid 3 is een inwoner, na een melding, opgeroepen voor het eerste gesprek, tijdens dit eerste gesprek moet de inwoner zich identificeren, op welke wijze gaat de gemeente handelen wanneer het identiteitsbewijs verlopen is, of niet meer geldig is. Reactie: Dit verschilt per wet. Voor de Jeugdwet is een geldig identiteitsbewijs niet verplicht. Voor de Participatiewet en Wmo vragen we klanten om hun identiteit aan te tonen met een geldig document. Als het identiteitsbewijs is verlopen, wordt de klant verzocht om een nieuw identiteitsdocument aan te vragen. Bij weigering, kan de uitkering bijvoorbeeld worden opgeschort of stopgezet.
•
Artikel 2.3.5 lid 2 Uit deze tekst kan men opmaken dat de inwoner wel alle gegevens correct heeft aangeleverd, maar de gemeente is niet in staat om binnen de vermelde tijd een beslissing te nemen. De Adviesraad gaat er dan vanuit, in noodgevallen, dat er beroep op eerder genoemde artikel 2.5.1 wordt gedaan. Reactie: Bij de behandeling van aanvragen wordt inderdaad rekening gehouden met eventuele noodgevallen.
•
Artikel 3.3.3 Proefplaatsing en artikel 3.3.4 Werkervaringsplaats Aan het eind van het tijdelijk contract van 2 maanden verlengd met 4 maanden, als er dan geen zicht is op een vaste baan, kunnen deze inwoners weer in een uitkering terugvallen en begint het gehele proces weer opnieuw. Draaideur werknemers genoemd. Inwoners met een arbeidsbeperking van tussen de 20% tot 80% daarvan mag de gemeente hun een garantiebaan aanbieden bij een werkgever. Garantiebanen ontbreken in naam in deze verordening. Reactie: Het gaat hier om drie verschillende instrumenten. 1. De participatieplaats is een gemeentelijk instrument. Dit in tegenstelling tot een garantiebaan die een wettelijk instrument is inwoners die staan geregistreerd in het doelgroepenregister van het UWV. De wettelijke benaming voor dit instrument is “banenafspraak”. Het is bedoeld voor inwoners die niet zelfstandig het minimumloon per maand kunnen verdienen. Er is geen (gemeentelijke) beleidsmatige vrijheid om de banenafspraak vorm te geven, dus is het ook niet opgenomen in de verordening.
2. De proefplaatsing wordt in principe ingezet bij reguliere werkgevers voor de doelgroep die niet in het doelgroepregister zit. De duur van een proefplaatsing is beperkt tot twee maanden en verlengbaar met maximaal vier maanden in functie van het beoogde doel. De werkgever dient namelijk binnen aanzienlijke termijn te kunnen beoordelen of er een dienstverband mogelijk is. Indien een nadere test of onderzoek noodzakelijk is, kan dit binnen de verlenging plaatsvinden. Dit biedt perspectief voor de klant én hierdoor kunnen we ervoor waken dat er “gratis werknemers” beschikbaar worden gesteld aan werkgevers. 3. Een werkervaringsplaats wordt ingezet bij Dethon. Er bestaan drie varianten waarover we aanvullende afspraken hebben gemaakt in een dienstverleningsovereenkomst (DVO). •
Artikel 3.3.11 Tegenprestatie Op welke wijze gaat de gemeente om met inwoners die zich niet willen inzetten voor een tegenprestatie. De gemeente kan, wil en zal ook maatwerk leveren, maar wat als alle wegen al zijn bewandeld, hoe dan verder als een inwoner echt niet wil meewerken? Reactie: De inwoner die een uitkering ontvangt en waarbij is vastgesteld dat hij/zij mogelijkheden heeft om te participeren, kan een traject worden ingezet. Dit traject wordt vastgelegd in een plan van aanpak, waarbij de medewerking aan dit plan niet vrijblijvend is (artikel 9 Participatiewet). Indien geen medewerking wordt verleend, kan afstemming plaatsvinden op houding en gedrag.
•
Artikel 3.5.10 lid 1 De vraag van de Adviesraad is: wat is de maximale vergoeding die een inwoner kan krijgen van de gemeente, mocht deze inwoner vallen onder artikel 3.5.10 lid 1. Reactie: De maximale reiskostenvergoeding wordt vastgelegd in beleidsregels en is gebaseerd op de werkelijke reiskosten onder aftrek van vergoedingen die de werknemer ontvangt. Hierbij wordt uitgegaan van het tarief van het openbaar vervoer. Als dat niet mogelijk is, kan voor een motorvoertuig een vergoeding worden verleend ter hoogte van de fiscale vrijlating kilometervergoeding (€ 0,23 per kilometer). Vergoedingen in natura worden zijn ook mogelijk.
•
Artikel 3.6 lid 1c Beëindiging voorziening Tekst: de voorziening is verstrekt op basis van verkeerde of onvolledige gegevens die u heeft verstrekt. Vraag: als een inwoner ondersteuning heeft gekregen, in welke vorm dan ook, en deze zijn vertrekt op basis van artikel 3.6. lid1c, op welke wijze wordt de gemeente dan gecompenseerd zonder dat de inwoner in de financiële problemen komt ? Reactie: Hier wordt maatwerk toegepast. De maatregel is ook (mede) afhankelijk van welke verkeerde of onvolledige gegevens zijn verstrekt. Als de informatie bepalend is voor het recht op een uitkering, kan er een terugvordering plaatsvinden.
•
Artikel 6.1 lid 4 De Adviesraad wil, op het gebied van de schuldhulpvraag, dat de gemeente zich daar breed voor in zet. Op het gebied van communicatie wordt er al veel gedaan, maar de vraag is: bereikt de communicatie wel de doelgroep, of wil de doelgroep wel onderkennen dat zij een probleem hebben en de stap richting de gemeente niet uit eigen beweging zullen gaan zetten. De Adviesraad ondersteund de in artikel 6.1 lid 4 genoemde werkwijze, maar gaat er ook van uit dat de privacywetgeving in acht wordt genomen. Reactie: We zijn als gemeente verplicht om uitvoering te geven aan de (wettelijke) vroegsignalering. We geven maandelijks opvolging aan alle binnengekomen signalen van vastelastenpartners, binnen de gestelde kaders. De klant is echter vrij om al dan niet in te gaan op het hulpverleningsaanbod.
•
Artikel 7.3 Handhaving Wet inburgering Bij onvoldoende medewerking aan de inburgering kan er boete of maatregel worden opgelegd. De Adviesraad gaat er vanuit dat de inburgeraar eerst meerdere waarschuwingen heeft gekregen voordat er een actie wordt ondernomen.
Reactie: Aan een boete of maatregel gaat steeds een waarschuwing vooraf. •
Artikel 9.1.1 lid 1d Is het bij de gemeente bekend dat niet alles terug te vinden is op de huidige site, wat niet bekend is bij de gemeente, zal ook niet worden toegevoegd aan de nieuwe site. Artikel 11.4 Vertrouwenspersoon is niet terug te vinden op de huidige site, terwijl artikel 11.1 Doelen klacht- en bezwaarprocedure wel is terug te vinden op de site. Reactie: We hebben een verplichting tot het aanstellen van een vertrouwenspersoon voor de Jeugdwet. De organisaties Jeugdstem en Zorgbelang zijn hiervoor door het Rijk en VNG aangesteld. We onderzoeken nog de meerwaarde en mogelijkheden om dit uit te breiden naar andere sociaal domeinwetten. We plaatsen de informatie op de website.
•
Artikel 9.1 lid 1h De gemeente maakt binnen de wettelijke mogelijkheden gebruik van gegevens die al binnen de gemeente aanwezig zijn en vraagt alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. De Adviesraad gaat er vanuit dat bovengemelde artikel ook in praktijk zal worden uitgevoerd. Inwoners met meerdere hulpvragen moeten ook vaak informatie vertrekken die bij de gemeente al bekend zijn. Gebruik de al bekende gegevens bij een hulpvraag en laat de hulpbehoevende inwoner alleen de gegevens corrigeren die ondertussen gewijzigd zijn. Reactie: Naar aanleiding van de Participatiewet in Balans, herzien we zowel onze Verordening, beleidsregels als werkprocessen. Hierbij hebben we aandacht voor enerzijds de administratieve last voor de klant en anderzijds de noodzakelijke verantwoording in kader van rechtmatigheid, opvolging en controle.
•
Artikel 9.7.4 Bruteren De Adviesraad gaat er vanuit, om te voorkomen dat inwoners in de financiële problemen geraken, dat maatwerk hier ruimschoots op zijn plaats is, ongeacht door wie zijn schuld de problemen zijn ontstaan. Reactie: We zijn het met u eens dat maatwerk belangrijk is om (meer) financiële problemen onder inwoners te voorkomen. Op basis de reeds geldende beleidsregels Terugvordering en Verhaal 2024, hebben we de betreffende bepalingen geschrapt.
•
Artikel 11.4 Vertrouwenspersoon Het is de Adviesraad onbekend hoe men in contact kan komen met de Vertrouwenspersoon, informatie hierover ontbreekt, o.a., op de internetsite van de gemeente. Een inwoner van de gemeente moet in contact kunnen komen met de Vertrouwenspersoon zonder bij de gemeente navraag te hoeven doen wie de Vertrouwenspersoon is en hoe die bereikt kan worden. Reactie: Hiervoor verwijzen we naar onze beantwoording bij Artikel 9.1.1 lid 1d