03 Vastgesteld bestemmingsplan van 220623
Tekst van het document
Bestemming Detailhandel Gemengd Horeca (tm 2b) Gemengd Bedrijf Bedrijf Bedrijf (nuts)
Minimaal 10 / 0 10 / 0 10 / 0 10 / 0 30 / 10 30 / 10 30 / 10
Feitelijk
17 20 6 26 6 / 12 27 77
Figuur 14. Bedrijfsmatige activiteiten in de omgeving van het plangebied Zwinstraat
Huidige activiteit Antiek- en curiosawinkel Restaurant-rotisserie Boutique-appartementen Industrieel ontwerp Transformatorhuis
De bedrijfsmatige activiteiten die zich in de directe omgeving bevinden, zijn weergegeven in figuur 14. Daarbij is zowel de huidige (feitelijke) activiteit als de bestemming (de planologisch mogelijke activiteit) weergegeven. In de uitgave Bedrijven en milieuzonering wordt aan elke planologisch mogelijke activiteit een minimaal aan te houden afstand gekoppeld. Deze afstand geldt voor een rustige woonwijk. Er is op grond van de uitgave Bedrijven en Milieuzonering echter sprake van een gemengd gebied. In figuur 13 zijn de minimaal aan te houden afstanden opgenomen van een situatie in een rustige woonwijk en in een gemengd gebied. Onder een gemengd gebied wordt in de uitgave Bedrijven en milieuzonering onder meer ‘een lint in een dorpskern waar meerdere functies naast elkaar zitten’ gezien. Daarvan is de Zwinstraat bij uitstek een voorbeeld, gelet op het feit dat tussen de Markt en de brug over een afstand van minder dan 200 meter de volgende functies aan de Zwinstraat gevestigd zijn: winkel, cafetaria, hotel, tot voor kort benzinepomp en grondgebonden woningen. Bij een 'gemengd gebied' kunnen de richtafstanden met één afstandsstap verkleind worden. Uitzondering hierop is de richtafstand voor externe veiligheid. Deze wordt niet verkleind. Omdat externe veiligheid geen rol speelt bij de activiteiten als opgenomen in figuur 14, mag gerekend worden met de afstand van gemengd gebied.
De afstanden dienen gemeten te worden vanaf de uiterste plek waar bedrijfsactiviteiten kunnen worden uitgeoefend en de uiterste plek waar vergunningvrij bijgebouwen bij woningen kunnen worden gebouwd. Gemeten is derhalve van de grens van het plangebied, met uitzondering van de zone aan de Zwinstraat, waar voor de voorgevel geen bebouwing is toegestaan. Gemeten is in eerste instantie tot aan de grens van de bedrijfsmatige bestemming. Dan blijkt uit figuur 14 dat al aan alle minimale afstanden wordt voldaan op Zwinstraat 5 na. Daar dient een afstand van 10 meter (gemengd gebied) aangehouden te worden, terwijl de afstand tot de bedrijfsbestemming circa 6 meter is. Het bouwvlak waar het bedrijf zijn activiteiten mag ondernemen ligt evenwel op 12 meter. Volgens de regels is voor de voorgevel opslag mogelijk, zolang de afstand tot de rand van de Bestemmingsplan Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet- Toelichting - 27
openbare weg minimaal 10 meter is. Dat is hier niet het geval. Per saldo mogen er in de zone voor het bouwvlak geen bedrijfsactiviteiten ondernomen worden die hinder veroorzaken. Het bouwvlak vormt daarmee de maatgevende zone. De kleinste afstand van het plangebied tot het bouwvlak is 12 meter, hetgeen meer is dan de minimaal aan te houden afstand van 10 meter. Conclusie Milieuzonering vormt geen belemmering voor de planvorming.
4.8 Geluid Beleid Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van een geluidgevoelig object dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg een geluidzone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidgevoelige objecten binnen een geluidzone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidbelasting op deze gebouwen of terreinen. Woningen zijn volgens de Wet geluidhinder geluidgevoelige objecten. Toepassing op het plangebied In het plangebied Cadzandsweg worden twee woningen minder gerealiseerd. Er is derhalve geen sprake van nieuwe geluidsgevoelige objecten. Onderzoek is niet nodig. In het plangebied Zwinstraat worden twee woningen toegevoegd. Er is geen sprake van industrie of spoorwegen in de omgeving. De nieuwe woningen liggen aan een weg met een snelheidsregime van 30 kilometer per uur. In de omgeving (op een afstand van 100 meter) ligt de komgrens, vanaf waar een snelheidsregime van 60 kilometer per uur geldt.
De verkeersintensiteiten op de omliggende wegen zijn echter dermate laag, dat met zekerheid gesteld kan worden dat de geluidbelasting op de nieuwe woningen aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voldoet. Conclusie Geluid vormt geen belemmering voor de planvorming.
4.9 Luchtkwaliteit Beleid In de ‘Wet luchtkwaliteit’ (artikel 5.16 van de Wet milieubeheer) is aangegeven in welke gevallen de luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen vormen voor ruimtelijke ontwikkelingen: 1. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde 2. Een project leidt – al dan niet per saldo- niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit 3. Een project draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging 4. Een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, of binnen een regionaal programma van maatregelen.
Bestemmingsplan Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet- Toelichting - 28
Toepassing op het plangebied Uit raadpleging van de grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland (RIVM) blijkt dat de concentraties van de relevante stoffen NO2, PM10 en PM2,5 ver onder de grenswaarden zitten. Gebruik makend van de NIBM-tool blijkt dat het project niet “in betekenende mate” bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht . Toetsing aan de grenswaarden kan dus achterwege kan blijven. Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Extra verkeer als gevolg van het plan Maximale bijdrage extra verkeer
Jaar van planrealisatie Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) Aandeel vrachtverkeer NO2 in μg/m3 PM10 in μg/m3
Grens voor “Niet In Betekenende Mate” in μg/m3
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig
2022 16 1,0% 0,01 0,00 1,2
Conclusie Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de planvorming.
4.10 Externe veiligheid Beleid Externe veiligheid betreft de beheersing van de risico's en richt zich op het gebruik, de opslag en het transport van gevaarlijke stoffen. Voor bedrijven is het Besluit externe veiligheid inrichtingen van belang. In dit besluit wordt externe veiligheid in artikel 1 omschreven als "de kans om buiten een inrichting te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen de inrichting waar een gevaarlijke stof betrokken is". Voor transport is de Wet vervoer gevaarlijke stoffen van belang, samen met het Besluit Externe Veiligheid Transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet. Hierin is het basisnet van hoofd(vaar/spoor) wegen vastgelegd waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Daarnaast is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing op onder andere aardgastransportleidingen. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen gelden bovenstaande kaders om veiligheidsafstanden tussen risicobronnen en personen of (beperkt) kwetsbare objecten te bepalen en daarmee het veiligheidsrisico zo laag mogelijk te houden. De te hanteren afstanden worden gebaseerd op het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon, die zich continu onbeschermd op een zekere afstand van de risicovolle activiteit bevindt, komt te overlijden als gevolg van die activiteit.
De wettelijke norm voor het plaatsgebonden risico bedraagt 10-6. Het groepsrisico (GR) geeft de kans per jaar dat een groep mensen van een zekere omvang (10, 100 of 1.000 mensen) binnen het invloedsgebied tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval. Hiermee is het een maat voor de maatschappelijke ontwrichting in het geval dat er zich een ramp voordoet. Het groepsrisico wordt weergegeven in een curve waarin het aantal personen is afgezet tegen de kans per jaar op (gelijktijdig) overlijden. Ten aanzien van het groepsrisico bestaat er voor gemeenten een verantwoordingsplicht. Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten staan gedefinieerd in Bevi artikel 1. Woningen vallen daaronder. Toepassing op het plangebied In het plangebied Cadzandsweg worden twee woningen minder gerealiseerd. Er is derhalve geen sprake van nieuwe kwetsbare objecten. Onderzoek is niet nodig.
Bestemmingsplan Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet- Toelichting - 29
In het plangebied Zwinstraat worden twee woningen toegevoegd. Uit de risicokaart blijkt dat er geen transportlijnen of buisleidingen in de omgeving zijn. De dichtstbijzijnde inrichting met een veiligheidsrisico ligt op meer dan een kilometer. Conclusie Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de planvorming.
4.11 M.e.r.-plicht Op grond van de Wet milieubeheer is het verplicht ten aanzien van plannen, gevallen, activiteiten en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu, een procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r. is bedoeld om milieubelangen meer expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. Sinds 7 juli 2017 zijn gemeenten verplicht om een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (MER). Het besluit behoeft niet separaat te worden gepubliceerd, maar moet wel worden opgenomen in het besluitvormingsproces van het bestemmingsplan. Mede op basis van de bevindingen in dit hoofdstuk kan geconcludeerd worden dat er geen passende beoordeling en geen MER behoeft te worden opgesteld. De gemeenteraad van Sluis heeft daarenboven op 21 juni 2018 besloten dat voor ontwikkelingen met minder dan 12 woningen geen m.e.r.-beoordelingsplicht bestaat.
Bestemmingsplan Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet- Toelichting - 30
H5. Juridische vormgeving 5.1 Plansystematiek De Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vormen het wettelijk kader voor het bestemmingsplan. Nieuwe ruimtelijke plannen moeten digitaal, uitwisselbaar en vergelijkbaar zijn. Tevens worden deze plannen en verordeningen digitaal beschikbaar gesteld voor burgers, bedrijven en medeoverheden. In het Bro is verankerd dat een vergelijkbaar ruimtelijk plan is opgebouwd volgens de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012). Het voorliggende bestemmingsplan is opgebouwd en vormgegeven conform de bindende afspraken van de SVBP 2012. Op de verbeelding is aangegeven welke bestemming geldt voor de betreffende gronden en waar bebouwing is toegestaan. Door middel van hoofdletters wordt de bestemming aangeduid. Op het renvooi wordt de betekenis aangegeven van de bestemmingen en de aanduidingen. Tevens wordt in een onderhoek op de analoge verbeelding de naam van het bestemmingsplan aangegeven, de datum van terinzagelegging, vaststelling en (eventueel) van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook is het identificatienummer van het bestemmingsplan en het kaartblad aangegeven. De analoge verbeelding bestaat uit 1 kaartblad en renvooi op een schaal van 1:1.000.
Overeenkomstig SVBP2012 kent de indeling in hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen de volgende vaste volgorde: - In hoofdstuk 1 (inleidende regels) worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd, en wordt de wijze van meten bepaald. - In hoofdstuk 2 (bestemmingsregels) worden alfabetisch de regels gegeven waarmee de bestemmingen die op de verbeelding voorkomen nader worden omschreven. - Hoofdstuk 3 (algemene regels) bevat een aantal regels die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelregel, een procedureregel, dan wel regels die voor de nodige flexibiliteit kunnen zorgen, zoals algemene afwijkingsregel of wijzigingsbevoegdheden. - Hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels) ten slotte geeft overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan. Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2, Bestemmingsregels) wordt als volgt opgebouwd: - bestemmingsomschrijving; - bouwregels (onderverdeeld in toelaatbaarheid van bouwwerken en bouwhoogte, oppervlakte en inhoud); - afwijken van de bouwregels; - specifieke gebruiksregels; - afwijken van de gebruiksregels; - omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; - wijzigingsbevoegdheden. Een bestemmingsartikel behoeft niet alle elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming.
Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels.
Bestemmingsplan Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet- Toelichting - 31
5.2 Gehanteerde bestemmingen Inleidende regels (hoofdstuk 1) Hoofdstuk 1 bestaat uit begripsbepalingen en de wijze van meten. Voor de begripsbepalingen is waar mogelijk gebruik gemaakt van de standaardbepalingen uit de SVBP2012. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd die van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Hoofdbestemmingen (hoofdstuk 2) In beide plangebieden is voor het overgrote deel de bestemming ‘Wonen’ van toepassing. De strook aan de zijde van de weg in het plangebied Cadzandseweg heeft de bestemming ‘Tuin’, net als in het vigerende bestemmingsplan. Een punt van het plangebied Zwinstraat, ter plaatse van de uitrit van bedrijfsruimten en woning, wordt voorzien van de bestemming ‘Verkeer’. In de praktijk ligt op deze driehoek al verharding en uit een beoordeling door een verkeerskundige is gebleken dat deze driehoek bij het openbaar gebied betrokken moet blijven. De bestemmingen zijn gebaseerd op in de gemeente Sluis gangbare bestemmingen. Algemene regels (hoofdstuk 3) In dit hoofdstuk zijn algemene regels opgenomen.
Artikel 6 bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld in geval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Deze bepaling is conform artikel 3.2.4 van het Bro in het bestemmingsplan opgenomen. De artikelen 7 tot en met 11 bieden duidelijkheid over de bestaande maten en het gebruik, de gebiedsaanduiding voor de molenbiotoop in Retranchement, alsmede de ruimte voor afwijking en wijziging. Overgangs- en slotbepalingen (hoofdstuk 4) In dit hoofdstuk is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het bestemmingsplan geregeld. In lid 1 van artikel 12 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In lid 2 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen. Lid 3 geeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om, in geval van onbillijkheid, het overgangsrecht buiten toepassing te laten. Artikel 13 geeft ten slotte aan dat dit bestemmingsplan kan worden aangehaald als ‘Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet’.
Bestemmingsplan Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet- Toelichting - 32
H6. Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid Wanneer met een juridisch-planologisch plan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. In dit geval wordt een anterieure overeenkomst gesloten, waarin de verplichting om de uitrit aan de oostzijde van het plangebied openbaar toegankelijk te houden, wordt vastgelegd en waarin het risico op planschade bij de initiatiefnemer wordt gelegd. Een exploitatieplan is dan ook niet nodig.
6.2 Handhaving Handhaving van regelgeving vraagt om actuele regels. Regels die zijn gebaseerd op gedateerde inzichten, hebben hun geloofwaardigheid verloren en kunnen in redelijkheid ook niet meer afgedwongen worden. Door verouderde regels neemt de kans op misbruik daarvan ook toe. De regels van het bestemmingsplan leggen een ruimtelijk relevante norm vast, met in bepaalde gevallen een daaraan gekoppelde bevoegdheid tot afwijken, die het bestuur de mogelijkheid geeft in te spelen op de dynamiek van de samenleving. Op die wijze wordt ook de gelegenheid geboden een belangenafweging te maken van de individuele belangen ten opzichte van het algemeen belang. Afwijkingsbevoegdheden zijn echter gelimiteerd. Daar waar geen afwijkingen meer mogelijk zijn begint de handhaving. Handhaving van bestemmingsplannen en ruimtelijke regelgeving is de laatste jaren in een steeds verder toenemende belangstelling komen te staan van bestuurlijk Nederland. Door het plaatsvinden van enkele ingrijpende incidenten is de handhaving in een stroomversnelling gekomen. In toenemende mate spreken burgers de gemeente aan op het handhaven van de (eigen) regels. Ook in de jurisprudentie is een verandering tot stand gekomen. De rechter spreekt zich nadrukkelijk uit over het handhaven van de regelgeving en neemt zelfs in beginsel een plicht tot handhaving aan.
Daarnaast krijgt de rechtszekerheid van bestemmingsplannen bij de rechterlijke toetsing een steeds belangrijkere rol. Voor een aanvaardbaar handhavingsbeleid wordt in de eerste plaats gestreefd naar een voldoende draagvlak voor het bestemmingplan en de daarin opgenomen regels. Een bestemmingsplan met weinig draagvlak houdt immers het risico in dat het slecht wordt nageleefd en is dan weinig zinvol. In verband hiermee is het bestemmingsplan zodanig opgezet dat het voor zoveel mogelijk betrokkenen een duidelijke, toegankelijke en op de hedendaagse behoeften en eisen afgestemde bestemmingsregeling bevat. Verder wordt informatie verstrekt omtrent de inhoud van het bestemmingsplan. Hiermee wordt onder andere beoogd het begrip bij de burger te vergroten. Het geven van voorlichting vormt daarmee ook een belangrijke schakel in de handhavingsactiviteiten. Van gemeentewege worden hiertoe de nodige activiteiten ondernomen, waaronder een informatieavond en een inspraakbijeenkomst. Daarnaast worden de regels in de praktijk toegepast en gehandhaafd. Ten aanzien van overtredingen zal een actief handhavingsbeleid worden gevoerd. Getracht wordt de controlewerkzaamheden ten aanzien van geconstateerde overtredingen op een intensieve manier uit te voeren. Handhavingsactiviteiten worden zoveel mogelijk onderling afgestemd.
Controle in het kader van het Bestemmingsplan Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet- Toelichting - 33
bestemmingsplan wordt gekoppeld aan controle in het kader van milieuwetgeving en omgekeerd. Dit is van belang om de benodigde inzet van extra middelen zo beperkt mogelijk te houden, maar ook om tot een samenhangend handhavingsbeleid te komen. Tegen activiteiten, die in strijd zijn met het bestemmingsplan zal het gemeentebestuur, administratiefrechtelijk optreden, op grond van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Wanneer eenmaal sancties moeten worden getroffen, zal dit op consistente wijze, maar met oog voor de juridische spelregels, worden gedaan. Indien de activiteiten niet kunnen worden gelegaliseerd, zullen de instrumenten van aanschrijving, stillegging bouw, bestuursdwang en dwangsom worden toegepast. De uitvoering van de strafrechtelijke vervolging ligt in handen van het Openbaar Ministerie. De uitvoering en voortgang van de handhaving wordt jaarlijks vastgelegd in een verslag, dat bestuurlijk wordt vastgesteld.
6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het concept ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het wettelijk verplichte vooroverleg toegezonden aan de provincie en het waterschap. De provincie heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben. De opmerkingen van het waterschap die om verduidelijking van een tekstdeel vroegen, zijn doorgevoerd in het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter visie gelegd.
Bestemmingsplan Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet- Toelichting - 34
BESTEMMINGSPLAN ZWINSTRAAT 11 RETRANCHEMENT EN CADZANDSEWEG NIEUWVLIET Bijlagen bij de toelichting
Bestemmingsplan Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet- Toelichting - 35
Bijlage 1. Bodemonderzoek
Bestemmingsplan Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet- Toelichting - 36
Bijlage 2. Watertoets-tabel
Aanmeldformulier watertoets waterschap Scheldestromen De watertoets of waterschapstoets geeft inzicht in de consequenties van uw plan voor de taken van Waterschap Scheldestromen. Voorafgaand aan het overleg stuurt u ons een zo volledig mogelijk ingevuld aanmeldformulier. Dit formulier is de agenda voor ons contact met u (in persoon, per mail en/of telefonisch). De watertoetstabel met definitieve invullingen en eventueel aanvullende documenten is inhoudelijk gelijk aan de, wettelijk verplichte, waterparagraaf van het ruimtelijk plan. Het ruimtelijk plan vormt de basis voor ruimtelijke besluitvorming en vergunningverlening.
Uw gegevens
Gegevens initiatiefnemer (particulier/bedrijf)
Naam: Organisatie: Adres: Postcode + plaats: E-mailadres: Telefoonnummer: Datum aanvraag:
Eigenaar perceel
Formulier ingevuld door
(werkend voor initiatiefnemer, b.v. adviesbureau)
R.J. van Kerkhoff Van Kerkhoff Maatwerk in RO Reinier de Graafstraat 17 5017 GP TILBURG info@vankerkhoffmaatwerk.nl 06-31771881 31 augustus 2021
Gegevens van het plan Wat is de (concept)plannaam: Waar is het plan gelegen:
Bestemmingsplan Zwinstraat 11 Retranchement
Beknopte planomschrijving Toevoeging van twee woningen ter plaatse van geamoveerd benzinestation in de kern van Retranchement en tegelijkertijd twee woningen minder bouwen ter plaatse van de Cadzandseweg in Nieuwvliet Wie is de contactpersoon bij de gemeente? Marnix den Boeft
Watertoetstabel Thema en water(beheer)doelstelling
Veiligheid waterkeringen
Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.
Voorkomen overlast door oppervlaktewater
Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.
Uitwerking Geen waterkering in nabijheid Zwinstraat dakoppervlak dichte bodemverharding doorlatende bodemverharding wateroppervlak
huidige situatie
na realisatie 0
240
1
0
100
2
690
350
3
0
0
4
Bovengenoemde getallen zijn bij benadering.
Bestemmingsplan Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet- Toelichting - 37
Thema en water(beheer)doelstelling Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater
Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.
Grondwaterkwantiteit en verdroging
Uitwerking Schone oppervlakten van dak en terras worden volledig afgekoppeld. Water op oppervlakte van parkeerplaatsen worden via kolken in de Zwinstraat afgevoerd.
Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.
Geen onttrekking van grondwater. Het perceel is niet gelegen in een infiltratiegebied, maar wel gelegen in een bufferzone van een natuurgebied.
Grondwaterkwaliteit
Geen gebruiksmogelijkheden voor functies die invloed hebben op de waterkwaliteit. Geen opslag van gevaarlijke stoffen.
Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.
Oppervlaktewaterkwaliteit
Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.
Geen gebruiksmogelijkheden voor functies die invloed hebben op de waterkwaliteit.
Volksgezondheid
Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.
Niet van toepassing.
Bodemdaling
Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.
Natte natuur
Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.
Niet van toepassing
Geen natte natuur in het geding
Onderhoud oppervlaktewater
Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.
Geen oppervlaktewater in nabije omgeving
Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder
Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.
Geen waterschapswegen in nabije omgeving
Wegen in beheer bij het waterschap
* in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? * na realisatie: bereikbaarheid Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd?
Ja, over de wegen naar Retranchement Ja, maximaal 16 bewegingen per etmaal extra (2 woningen) Plangebied is direct ontsloten op de Zwinstraat, een weg in beheer bij gemeente
Bestemmingsplan Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet- Toelichting - 38
Thema en water(beheer)doelstelling
Uitwerking
* na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd?
Ja
* na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).
Nee
Bestemmingsplan Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet- Toelichting - 39
Bijlage 3. Aerius-berekening
Bestemmingsplan Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet- Toelichting - 40
Projectberekening
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron
Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Van Kerkhoff Maatwerk in RO Zwinstraat 11, 4525AC Retranchement BP Zwinstraat 11 en Cadzandseweg Bestemmingsplan voor het bouwen van twee woningen
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RUUS75CHHv6F 15 februari 2022, 19:50 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2021
Situatie 1 - Beoogd
Resultaten
Emissie NH3 < 0,1 ton/j
Hoogste depositie Hexagon Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j
RUUS75CHHv6F (15 februari 2022)
Emissie NOx < 0,1 ton/j Gebied
2/6
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2021 Emissiebronnen Verkeersnetwerk
RUUS75CHHv6F (15 februari 2022)
Emissie NH3 < 0,1 ton/j
Emissie NOx < 0,1 ton/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RUUS75CHHv6F (15 februari 2022)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
RUUS75CHHv6F (15 februari 2022)
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)
0,00
0,00
0,00
0,00
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)
0,00
0,00
5/6
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.2_20220128_2eee9c6138 Database versie 2021_2eee9c6138 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RUUS75CHHv6F (15 februari 2022)
6/6
BESTEMMINGSPLAN ZWINSTRAAT 11 RETRANCHEMENT EN CADZANDSEWEG NIEUWVLIET REGELS
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Tuin Artikel 4 Verkeer Artikel 5 Wonen Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Artikel 7 Algemene bouwregels Artikel 8 Algemene gebruiksregels Artikel 9 Algemene aanduidingsregels Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Artikel 11 Algemene wijzigingsregels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht Artikel 13 Slotregel
3 3 8 9 9 10 11 16 16 17 18 19 20 21 22 22 23
Regels - Bestemmingsplan ‘Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet’ - 2
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
1.5. 1.6.
1.7. 1.8. 1.9. 1.10.
1.11. 1.12.
1.13.
plan: het bestemmingsplan ‘Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet’ van de gemeente Sluis; bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1714.bpzwinstraat11-VG01 met de bijbehorende regels; verbeelding: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1714.bpzwinstraat11-VG01; aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangegeven, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; aan- of uitbouw: een uit de gevel springend, in architectonisch opzicht ondergeschikt deel van een hoofdgebouw dat door de indeling en inrichting is bestemd hoofdzakelijk te worden gebruikt overeenkomstig de functie van het hoofdgebouw; achtergevel: de meest van de wegzijde afgekeerde gevel van een gebouw; afgewerkt bouwterrein: de gemiddelde hoogte van de grond die gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde omringt; afwijking bij omgevingsvergunning: een afwijking als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, sub c juncto artikel 2.12, lid 1, sub a, onderdeel 1 van de Wabo, zoals die luidde ten tijde van inwerkingtreding van dit plan; architectonische waarde: de in het kader van dit plan aan een gebouw toegekende waarde gekenmerkt door de opbouw en/of indeling
van de gevels, de dakopbouw en het materiaal en/of kleurgebruik eventueel in samenhang met de omgeving; bebouwing: één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde; bed & breakfast: een kleinschalige overnachtingsaccomodatie in de woning of het bijgebouw gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, ondergeschikt aan de (woon)bestemming; bedrijf aan huis: het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer geldt, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
Regels - Bestemmingsplan ‘Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet’ - 3
1.14. beroep aan huis: een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.15. bestaand: ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.16. bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.17. bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.18. bevoegd gezag: het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning, zoals bedoeld in de Wabo; 1.19. bijgebouw: een met het hoofdgebouw verbonden of daarvan vrijstaand gebouw dat ten dienste staat van het hoofdgebouw en door zijn ligging, functie, constructie of afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.20. Bor: Besluit omgevingsrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.21. bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.22. bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.23.
bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.24. bouwperceelsgrens: de grens van een bouwperceel; 1.25. bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangegeven, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.26. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.27. cultuurhistorische waarde: de in het kader van dit plan aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde gekenmerkt in verband met ouderdom en gaafheid; 1.28. detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, alsook aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies in de vorm van functie-ondersteunende horeca; 1.29.
erf: al dan niet omheind stuk grond dat in ruimtelijk opzicht direct behoort bij, in functioneel opzicht ten dienste staat van, en in feitelijk opzicht direct aansluit aan een gebouw en dat, blijkens de kadastrale gegevens behoort tot het bouwperceel waarop dat gebouw is geplaatst; Regels - Bestemmingsplan ‘Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet’ - 4
1.30. escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of van omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte (van een seksinrichting) wordt uitgeoefend; 1.31. functie-ondersteunende horeca: bij een detailhandel in voor consumptie bestemde producten (zoals bakker, slager, kaas e.d.) behorende, daaraan ondergeschikte (=maximaal 20% van het vloeroppervlak en minder dan 35 m²) en niet-zelfstandige horeca, waarbij producten al dan niet onder het genot van niet-alcoholische drank worden aangeboden voor consumptie ter plaatse en waarbij de openingstijden gekoppeld zijn aan de openingstijden van de detailhandel, zonder aparte toegang en niet fysiek gescheiden van de hoofdfunctie; 1.32. gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.33. gevellijn: denkbeeldige dan wel op de verbeelding aangegeven lijn die strak langs de gevel van een gebouw loopt tot aan de bouwperceelsgrenzen; 1.34. hoofdgebouw: een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken; 1.35.
kampeermiddel: tent, tentwagen, tenthuisje, kampeerauto of (sta)caravan, al dan niet een bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge de wet geen omgevingsvergunning tot bouwen vereist is, één en ander mits deze geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of gebouwd dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.36. maatvoeringsvlak: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar een bepaalde maatvoering geldt; 1.37. nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut; 1.38. omgevingsvergunning: vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 van de Wabo; 1.39. overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde voorzien van een gesloten dak en voorzien van maximaal één wand, waaronder begrepen een carport; 1.40. passend in bebouwingsbeeld: • een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; • een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en; • een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is; 1.41. peil: de kruin van de weg indien de afstand tussen het bouwwerk en de kant van de weg minder dan 5 meter bedraagt, en in de andere gevallen de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwterrein; 1.42.
perceelgrens: de scheiding tussen bouwpercelen, die niet aan eenzelfde eigenaar behoren dan wel niet door eenzelfde gebruiker worden benut; 1.43. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
Regels - Bestemmingsplan ‘Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet’ - 5
1.44. raamprostitutie: een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostitué/prostituee tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen met als doel het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.45. recreatief nachtverblijf: recreatie in ruimten welke zijn bestemd of gebouwd voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, kampeerhuisje, logeergebouwen, pension of kampeermiddel, door personen die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.46. seksautomatenhal: een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of life-shows van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven; 1.47. seksbioscoop/-theater: een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door vertoningen van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven; 1.48. seksinrichting: de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotisch-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.49.
standplaats: een ruimte voor het plaatsen van een kampeermiddel; 1.50. straatprostitutie: zich op de openbare weg respectievelijk op openbare ruimten of in een zich op de openbare weg respectievelijk openbare ruimte bevindend voertuig beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.51. voorgevel van een hoofdgebouw: de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt; 1.52. voorgevellijn: de gevellijn waarin de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan; 1.53. voorste perceelsgrens: de kadastrale grens aan de wegzijde bij een bouwperceel die de zijkanten van een bouwperceel verbindt. Indien meerdere zijden van het bouwperceel naar de weg gekeerd zijn, wijst het bevoegd gezag een voorste perceelsgrens aan; 1.54. vrijstaand: een gebouw zonder gemeenschappelijke wand met een andere gebouw; 1.55. Wabo: de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.56. waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede waterkering, wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, (hemel)waterinfiltratie en waterkwaliteit.
Hierbij kan onder meer gedacht worden aan voorzieningen als duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, ondergrondse bergbezinkbassins en dergelijke; 1.57. weg: als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub b van de Wegenverkeerswet 1994; 1.58. Wegenverkeerswet:
Regels - Bestemmingsplan ‘Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet’ - 6
de Wegenverkeerswet 1994, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.59. wonen: het gehuisvest zijn in een woning; 1.60. woning: een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.61. Wro: Wet ruimtelijke ordening, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.62. zijdelingse perceelsgrens: de kadastrale grens van een bouwperceel tussen twee bouwpercelen, die voor- en achterzijde van een bouwperceel verbindt;
Regels - Bestemmingsplan ‘Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet’ - 7
Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstanden van gebouwen onderling alsmede afstanden van bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de perceelsgrens worden daar gemeten, waar deze afstanden het kleinst zijn; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4 de breedte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken, met dien verstande, dat wanneer de betreffen-de gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat; 2.5 de diepte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de voor- en achtergevel; 2.6 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.
de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; indien zich op een gebouw één of meer dakkapellen bevinden waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de gevelbreedte, wordt de goot of het boeibord van de dakkapel(len) als hoogte aan-gemerkt; 2.7 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neer-waarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.9 het bebouwde oppervlak optellen van de oppervlakten van alle op een terrein gelegen gebouwen en overkap-pingen bij elkaar, tenzij in deze regels anders is bepaald;
Regels - Bestemmingsplan ‘Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet’ - 8
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Tuin 3.1
Bestemmingsomschrijving
3.1.1 Bestemming De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen en worden niet bebouwd als erf zoals bedoeld in het Besluit bouwvergunningsvrije en lichtbouwvergunningsplichtige bouwwerken; b. auto-ontsluitingen of inritten ten behoeve van ontsluiting van het perceel; c. waterhuishoudkundige voorzieningen. 3.1.2 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 3.1.1 genoemde bestemming worden gebouwd: a. bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde Bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde bedraagt maximaal: - speelvoorzieningen: 2 meter; - overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3 meter. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Afwijking Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 3.1.2, sub a, teneinde bijgebouwen of overkappingen te kunnen toestaan, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 10 m² bedraagt en de goothoogte niet meer dan 3 meter bedraagt. 3.3.2 Voorwaarde De in lid 3.3.1 genoemde afwijkingen bij omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheid; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.
Regels - Bestemmingsplan ‘Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet’ - 9
Artikel 4 Verkeer 4.1
Bestemmingsomschrijving
4.1.1 Bestemming De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verhardingen, wegen, voet- en fietspaden, rabatten, parkeerterreinen, speelvoorzieningen, jongerenontmoetingsplaatsen, straatmeubilair, afvalverzamelvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, groenvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, waterhuishoudkundige voorzieningen, beeldende kunst of kunstuitingen en gedenktekens; b. horecaterrassen behorend bij nabijgelegen horecabedrijven of detailhandelsvestigingen met ondersteunende horeca-activiteiten. 4.1.2 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 4.1.1 genoemde bestemming worden gebouwd: a. gebouwen b. bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Gebouwen Met betrekking tot het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de oppervlakte van gebouwen bedraagt maximaal 15 m²; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 3,5 meter; c. de afstand tot de bestemmingsgrens bedraagt minimaal 5 meter; 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde Bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal: - antennes: 5 meter; - speeltoestellen: 3 meter; - openbare nutsvoorzieningen: 3 meter; - lichtmasten en overige masten: 10 meter; - terrasschermen: 2 meter; - overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 2 meter. 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Afwijking Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 4.2.2, sub a tot een bouwhoogte van 10 meter. 4.3.2 Voorwaarde De in lid 4.3.1 genoemde afwijkingen bij omgevingsvergunning kunnen slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld; b. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken. Regels - Bestemmingsplan ‘Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet’ - 10
Artikel 5 Wonen 5.1
Bestemmingsomschrijving
5.1.1 Bestemming De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. tuinen, erven, paden, verhardingen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming; 5.1.2 Toelaatbare bebouwing Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 5.1.1 genoemde bestemming worden gebouwd: a. vrijstaande hoofdgebouwen ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’; b. vrijstaande en twee-aaneengebouwde hoofdgebouwen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding-lint’; c. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’; d. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding-lint’; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’; f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduidinglint’. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Hoofdgebouwen ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’ Met betrekking tot het bouwen van hoofdgebouwen ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’ gelden de volgende regels: a. de hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden opgericht; b. er mogen uitsluitend vrijstaande hoofdgebouwen worden gebouwd; c. de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte; d. de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de op de verbeelding aangegeven goothoogte; e. de dakhelling van de hoofdgebouwen bedraagt ten minste de op de verbeelding aangegeven minimale dakhelling en ten hoogste de op de verbeelding aangegeven maximale dakhelling; f. de voorgevel van hoofdgebouwen dient ten minste 2 meter en ten hoogste 6 meter uit de voorste perceelsgrens te liggen; g. de (horizontale) diepte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 12 meter ten opzichte van de voorgevelrooilijn; h. van het hoofdgebouw bedraagt de afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen ten minste 5 meter; i. van de hoofdgebouwen mogen ten hoogste 4 identieke nokrichtingen naast elkaar gesitueerd zijn; j. ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is het maximum aantal woningen bepaald.
Regels - Bestemmingsplan ‘Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet’ - 11
5.2.2 Hoofdgebouwen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding-lint’ Met betrekking tot het bouwen van hoofdgebouwen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding-lint’ gelden de volgende regels: a. de hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden opgericht; b. er mogen uitsluitend vrijstaande en twee-aaneengebouwde hoofdgebouwen worden gebouwd; c. de breedte van een hoofdgebouw – een aangebouwd bijgebouw, aan- en uitbouw als genoemd in lid 5.1.2 sub d niet meegerekend – zal minimaal 4,80 meter bedragen; d. de afstand tussen de hoofdgebouwen – een aangebouwd bijgebouw, aan- en uitbouw als genoemd in lid 5.1.2 sub d niet meegerekend – en de zijdelingse perceelsgrens zal minimaal 0,5 meter aan één zijde bedragen; e. de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt maximaal de op de verbeelding aangegeven maat; f. de bouwhoogte bedraagt maximaal 4 meter meer dan de maximaal toegestane goothoogte, uitgezonderd daar waar de bouwhoogte op de verbeelding is aangegeven; g. ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is het maximum aantal woningen bepaald. 5.2.3 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’ Ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’ mogen aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a.
binnen een afstand van 5 meter langs één van de zijdelingse perceelsgrenzen zijn geen aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen toegestaan; b. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen, en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 7 meter; c. de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 3 meter; d. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 meter; e. per bouwperceel mag ten hoogste 40% worden bebouwd met aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen met een maximum van 60 m². f. de onderlinge afstand van niet-aaneengebouwde gebouwen op hetzelfde bouwperceel mag niet minder bedragen dan 1 meter. 5.2.4 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduidinglint’ Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding-lint’ mogen aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. bijgebouwen en aan- en uitbouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding ‘erf’ worden gebouwd; b. de maximale goothoogte bedraagt 3,30 meter tenzij anders op de verbeelding is weergegeven; c. de maximale bouwhoogte bedraagt 7 meter; d. de afstand tussen het hoofdgebouw en vrijstaande bijgebouwen bedraagt minimaal 1 meter; e. de afstand tot de perceelsgrens mag niet minder dan 1 meter bedragen, tenzij gebouwen in de perceelsgrens worden gebouwd; f.
ter plaatse van de aanduiding ‘erf’ mogen de gronden tot maximaal 40% worden bebouwd met bijgebouwen, aan- en uitbouwen, overkappingen meegerekend met een maximum van 60 m². 5.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’ Ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’ mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen grenzend aan openbaargebied bedraagt ten hoogste 1 meter; b. de bouwhoogte van overige erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 meter; c. de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt ten hoogste 3 meter; Regels - Bestemmingsplan ‘Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet’ - 12
d. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 meter; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 1 meter. 5.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding-lint’ Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding-lint’ mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal: − antennes: 5 meter; − speeltoestellen: 3 meter; − openbare nutsvoorzieningen: 3 meter; − vlaggenmasten: 10 meter; − overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 2 meter. b. in afwijking van het bepaalde onder lid 5.2.6, sub a bedraagt de bouwhoogte van een tuin- of erfafscheiding, die gebouwd wordt vóór (het verlengde van) de voorgevellijn maximaal 1 meter. 5.2.7 Voorwaardelijke verplichting waterhuishouding Met het bouwen van gebouwen mag pas worden gestart, als een inrichtingsplan, waarin duidelijk is op welke wijze de waterhuishouding plaatsvindt in de beoogde situatie, ter afstemming en goedkeuring aan het Waterschap is voorgelegd. 5.3 Afwijken van de bouwregels a. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.1, sub d tot een goothoogte van maximaal 5 meter. b.
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.3, sub a tot een bouwhoogte van maximaal 10 meter. c. De in lid 5.3.1, sub a en sub b genoemde afwijkingen kunnen slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de samenhang in het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; 3. de in de omgeving aanwezige architectonische en/of cultuurhistorische waarden; 5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1 Algemeen Het aantal woningen per bouwvlak mag niet meer bedragen dan 1, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven. 5.4.2 Verboden gebruik Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, sub c Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen ten behoeve van de huisvesting van personen; b. het gebruik van woningen als logies voor arbeidsmigranten en/of kamerverhuur; c. recreatief nachtverblijf met uitzondering van bed & breakfast; d. garages en bergplaatsen voor handel en distributie van goederen; e. uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten in een woning en/of bij de woning behorende bijgebouwen. 5.4.3 Toegestaan gebruik Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, sub c Wabo wordt niet gerekend:
Regels - Bestemmingsplan ‘Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet’ - 13
a. het gebruik van woningen voor permanente bewoning en tweede woninggebruik, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – 1’ uitsluitend permanente bewoning van de woningen is toegestaan; b. beroep aan huis, met dien verstande dat: 1. het vloeroppervlak ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen ten hoogste 25% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw, inclusief aan- en uitbouwen, met een maximum van 50 m² bedraagt; 2. het beroep uitsluitend is toegestaan als nevenfunctie van het wonen; 3. geen afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de omgeving; 4. de woning blijft voldoen aan het Bouwbesluit; 5. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of bijgebouw uitvoert tevens bewoner van de woning is; 6. er geen sprake mag zijn van zodanige verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; 7. er geen verstoring plaatsvindt in de evenwichtige opbouw in de voorzieningenstructuur. c. het gebruiken van een deel van de woning, een aan- of uitbouw van de woning ten behoeve van het ontvangen of verlenen van mantelzorg; d. het gebruiken van maximaal 3 kamers (maximaal 6 slaapplaatsen) ten behoeve van bed & breakfast.
5.4.4 Voorwaardelijke verplichting parkeren Het gebruik van de gronden met de bestemming 'Wonen' conform de bestemming en het verlenen van omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw is alleen dan toegestaan indien op het bouwperceel per hoofdgebouw ten minste 2 parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd en in stand gehouden. 5.4.5 Voorwaardelijke verplichting erfafscheiding Ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’ is het gebruik van de gronden met de bestemming 'Wonen' conform de bestemming en het verlenen van omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw alleen dan toegestaan indien op het bouwperceel een erfafscheiding van ten minste 1,3 meter hoog wordt opgericht en in stand gehouden aan de noordzijde van het perceel. 5.5
Afwijking van de gebruiksregels
5.5.1 Bedrijf aan huis Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.4.2, sub d voor de uitoefening bedrijfsmatige activiteiten in een woning en/of bij de woning behorende aan- en uitbouwen met een oppervlakte van ten hoogste 25% met een maximum van 50 m², met dien verstande dat: a. het bedrijf uitsluitend is toegestaan als nevenfunctie van het wonen; b. geen afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter van de omgeving; c. de woning blijft voldoen aan het Bouwbesluit; d. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of bijgebouw uitvoert tevens bewoner van de woning is; e. er geen sprake mag zijn van zodanige verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; f. er geen verstoring plaatsvindt in de evenwichtige opbouw in de voorzieningenstructuur;
Regels - Bestemmingsplan ‘Zwinstraat 11 Retranchement en Cadzandseweg Nieuwvliet’ - 14
g. geen vergunning tot afwijking wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid die vergunnings- of meldingsplichtig is op grond van bijlage I van het Bor of andere milieuwetgeving, tenzij het gebruik de woonfunctie op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving niet zal aantasten; h. geen detailhandel is toegestaan tenzij als ondergeschikte nevenactiviteit van de bedrijfsmatige activiteit. 5.5.2 Mantelzorg Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.4.2, sub a voor het inrichten en/of gebruiken van een bijgebouw als woonruimte ten behoeve van het bieden of ontvangen van mantelzorg, met dien verstande dat: a. de vergunning uitsluitend wordt verleend voor percelen waarop een woning aanwezig is, die krachtens het bestemmingsplan op de betreffende gronden toelaatbaar is; b. er sprake is van mantelzorg waarbij een zorgindicatie van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) of een doktersverklaring als toetsinstrument wordt toegepast; c. per bouwperceel maximaal 1 woonruimte ten behoeve van het bieden of ontvangen van mantelzorg is toegestaan; d. maximaal 75 m² van de bijgebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van de inwoning; e. de vergunning tot afwijking niet tot gevolg heeft dat de belangen van derden onevenredig worden geschaad; f.