03 RMDO Adviesreactie Leerlingenvervoer 15 juli 2021.pdf
Tekst van het document
Aan: College van Burgemeester en Wethouders Gemeente Sluis CC: Dhr. Stefan Bosman, beleidsambtenaar gemeente Sluis Dhr. Richard Schriemer, contactambtenaar RMDO Onderwerp: Reactie en advies Verordening leerlingenvervoer 2021 Datum: 15 juli 2021 Geachte wethouders Werkman en Poissonnier Geacht College, De Raad voor Maatschappelijke en Demografische Ontwikkeling (RMDO) wil door middel van deze brief een reactie en advies uitbrengen op de door u gepresenteerde Verordening Leerlingenvervoer. Hierbij zijn wij uitgegaan van het beschreven beleid en de vastgestelde doelstelling in Krachtig Verbonden - Sociaal Domein 2020- 2024. “We zetten ondersteuning in de vorm van vervoer in voor hen die dit het hardst nodig hebben.” De RMDO onderschrijft deze doelstelling en complimenteert de opstellers van deze verordening dat zij dit als uitgangspunt hebben genomen. De RMDO kan zich hierin vinden en het bevestigt ook dat de gemeente het sinds 1987 gedecentraliseerde leerlingenvervoer in overeenstemming met de nationale wetgeving en de taakstelling wenst uit te voeren. Gemeenten zijn sindsdien verplicht een regeling vast te stellen op basis waarvan ouders van leerlingen - onder bepaalde voorwaarden aanspraak kunnen maken op bekostiging van de vervoerkosten van en naar school.
De wettelijke basis van het leerlingenvervoer is gelegen in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs. De financiële middelen die hiervoor ter beschikking worden gesteld, zijn onderdeel van de algemene uitkering gemeentefonds. De VNG heeft voor de genoemde regeling een model opgesteld: de Modelverordening leerlingenvervoer, waarbij de RMDO erkent dat door de geografische ligging van de gemeente Sluis als grensgemeente dit bijzondere omstandigheden met zich meebrengt. De achtergrond en voorgestelde aanpassingen in deze verordening zijn gebaseerd op het verzoek van de gemeenteraad kostenreducties te onderzoeken en waar mogelijk besparingen door te voeren. De RMDO kan hiervoor begrip opbrengen, maar het mag niet zo zijn en er moet in elk geval worden voorkomen dat daardoor leerlingen buiten de boot vallen of dat aan de wettelijke taak afbreuk wordt gedaan. Zo meent de RMDO dat de voorgestelde regeling om leerlingen, die noodzakelijkerwijs van onderwijs in België gebruik moeten maken, alleen de vervoerskosten tot aan de grens te vergoeden in strijd is met het eerstgenoemde beleidsdoel. Vooraf een goede afweging op basis van alle noodzakelijke en beschikbare informatie of al deze leerlingen werkelijk naar België moeten gaan voor hun bijzondere onderwijs lijkt ons een eerste vereiste.
Alleen vergoeding van vervoer toekennen als er geen andere effectieve of efficiënte mogelijkheid aanwezig is, lijkt ons dan ook een terechte beslissing. Vanuit deze context meent de RMDO dat het van groot belang is dat de gemeente Sluis intensieve en goede samenwerking en afstemming aangaat met de Vlaamse onderwijsorganisaties om te komen tot een gezamenlijke oplossing voor de kosten van het leerlingenvervoer. Vooral ook omdat RMDO-secretariaat: secretariaat.rmdo@gmail.com
kinderen, zodra deze zijn ingeschreven in de meest nabijgelegen school in Vlaanderen voor buitengewoon onderwijs van het onderwijsnet waarvoor is gekozen of wordt aanbevolen, recht hebben op een tussenkomst in de vervoerkosten, of op gratis collectief vervoer voor het kind. Zo zou de gemeente Sluis door overleg met de grensgemeenten, de betrokken scholen voor buitengewoon of bijzonder onderwijs en het Vlaamse ministerie van Onderwijs kunnen onderzoeken of kinderen uit onze gemeente op gezamenlijke opstappunten net over de grens mogelijk gebruik kunnen maken van het door Vlaanderen georganiseerde en betaalde leerlingenvervoer, zodat de vervoerskosten voor de gemeente Sluis worden verlaagd en de ouders van leerlingen extra hogere kosten worden bespaard. Door de ligging van West Zeeuws-Vlaanderen en het beperkte aanbod van bijzonder en buitengewoon onderwijs, wonen leerlingen doorgaans ver van de school waarvoor zij in aanmerking komen. Dit betekent dat voor geschikt onderwijs buiten (West) Zeeuws Vlaanderen er relatief grote afstanden moeten worden overbrugd en dit behalve extra reistijd ook extra vervoerskosten veroorzaakt. In vergelijking tot de meeste andere Nederlandse gemeenten zullen deze kosten dan ook altijd substantieel blijven.
De RMDO bepleit als eerste en beste insteek om vooral te sturen op betere kwaliteit, het zo mogelijk optimaal aanscherpen en strikt uitvoeren van beleidsregels, waarvoor overleg, samenwerking en goede communicatie met alle betrokken partijen randvoorwaarden zijn. Daarnaast adviseert de RMDO het college, gelet op de ligging van de gemeente, hetzij via en met behulp van de VNG of rechtstreeks met het ministerie van OC&W in gesprek te gaan over extra financiële middelen. Zo nodig kan via deze weg ook het Vlaamse ministerie van Onderwijs hierin worden betrokken. Een ander aspect dat bij het effectiever en efficiënter uitvoeren van het leerlingenvervoer kan worden betrokken, is het toekennen van woningen aan gezinnen met schoolgaande kinderen in een kleine kern. Het plaatsen van deze gezinnen in kleine kernen, waar onderwijs en openbaar vervoer ontbreken en leerlingenvervoer extra kosten met zich meebrengt, zou vooraf goed benoemd moeten worden en waar mogelijk rekening mee moeten worden gehouden. Gelet op de prioritering van de gemeente te investeren in vijf dragende kernen, geldt dit grosso modo natuurlijk voor alle gezinnen met schoolgaande kinderen, die een beroep op leerlingenvervoer kunnen en willen doen, voor een reguliere school binnen of buitengewoon onderwijs buiten de gemeente.
Met betrekking tot Artikel 3.4 in de Verordening in relatie tot het vergoeden van vervoerskosten voor stageplaatsen bepleit de RMDO om vanuit het oogpunt van maatschappelijk verantwoord ondernemen met de betreffende stage aanbieders in overleg te gaan en hun proberen te overtuigen de kosten voor vervoer geheel of gedeeltelijk voor eigen rekening te nemen. Als het gaat om leerlingen in het voortgezet speciaal of buitengewoon onderwijs, begrijpt de RMDO de keuze om deze leerlingen meer zelfstandig en zelfredzaam te maken door indien mogelijk van het openbaar vervoer gebruik te maken. Echter rekening houdend met het zeer beperkte aanbod van openbaar vervoer en de lange reistijd die dit met zich meebrengt, zal een kostenbesparing bij elke leerling een individuele afweging moeten zijn. Samenvattend stelt de RMDO dat door de bijzondere en ten opzichte van de rest van Nederland min of meer geïsoleerde ligging van West Zeeuws-Vlaanderen, leerlingenvervoer altijd relatief duurder dan elders zal zijn. Daarom is gelet op de taak binnen de nationale wetgeving striktere naleving, het aanscherpen van beleidsregels, goede individuele afweging en heldere communicatie hierover naar RMDO-secretariaat: secretariaat.rmdo@gmail.com
alle partijen van groot belang, maar mag kostenbesparing als zodanig niet de enige leidraad zijn. Het starten van een lobby voor extra financiële middelen lijkt de RMDO dan ook gerechtvaardigd. Met het bovenstaande heeft de RMDO in samenwerking en afstemming met de leden van de Koepel Zorg & Welzijn getracht u zo goed mogelijk te adviseren m.b.t. de verdere uitwerking en implementatie van de verordening leerlingenvervoer 2021- 2024. Het spreekt voor zich dat de RMDO immer bereid is over dit advies in gesprek te treden met de verantwoordelijke portefeuillehouder en de contactambtenaar Sociaal Domein om de nodige toelichting of uitleg te geven. Vertrouwende u voor dit moment voldoende te hebben geïnformeerd, kijken wij met belangstelling uit naar uw antwoord. Hoogachtend en vriendelijke groeten, Namens de RMDO en de Koepel Zorg & Welzijn, Voorzitter Rien Puyenbroek.
RMDO-secretariaat: secretariaat.rmdo@gmail.com