CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Groenbeheerplan 2022-2032 - Bijlage 3 Integrale beheercatalogus.pdf

Raad 23 december 2021, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het Groenbeheerplan 2022-2031.5.547 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Integrale beheercatalogus Augustus 2012

INLEIDING

2

De ‘Beheercatalogus Sluis’ visualiseert het beeld van de openbare ruimte in de gemeente Sluis. Daarnaast zijn per beheergroep normen en eisen gegeven voor het minimaal te bereiken beeld of resultaat. Hierbij is onderscheid gemaakt in drie kwaliteitniveau’s: A, B en C. Dit document kan worden ingezet bij organisatie, aansturing en controle van de onderhoudswerkzaamheden in de gemeente Sluis. De beheercatalogus vormt tevens een onderdeel van degeldende onderhoudscontracten (bestekken).

INHOUDSOPGAVE

Zonering

3

Normblad

4

Hoofcategorie reiniging Blad- en natuurlijk vuilbeheersing op gras Blad- en natuurlijk vuilbeheersing op verharding Zwerfafvalbeheersing in beplanting Zwerfafvalbeheersing op gras Zwerfafvalbeheersing op verharding Verharding - reiniging algemeen Veegbaar zwerfafval fijn Veegvuil goten Drijfvuilbeheersing

6 7 8 9 10 11 12 13 14

Hoofcategorie bomen Algemeen onderhoud bomen Stam- en wortelopschot Boom in verharding Boom in gazon Vormbomen

16 17 18 19 20

Hoofcategorie beplanting Bosplantsoen Opgaande sierheesters Botanische rozen Struikrozen Bodembedekkende heesters (Blok)Haag Losse haag Vaste planten Wisselperken Bloembakken

22 23 24 25 26 27 28 29 30 31

Hoofcategorie gras Gazon/trapveld Berm gras Ruw gras Ecologisch beheerd gras

34 35 36 37

Hoofcategorie water Vijverpartijen Oevervegetatie Sloten Beschoeiing

40 41 42 43

Hoofcategorie verharding Algemeen onderhoud verharding Elementverharding - onkruid Ongebonden verharding - onkruid

46 47 48

Hoofcategorie kunstwerken Bruggen

50

Hoofcategorie meubilair Afvalbakken Speelvoorzieningen Hekwerken Palen Bebording Geleide elementen

52 53 54 55 56 57

Hoofcategorie riolering Kolken

60

ZONERING

3

De openbare ruimte levert een belangrijke bijdrage aan de uistraling van de gemeente Sluis. De gemeente streeft naar een schone, hele en veilige openbare ruimte. Deze ambitie wordt geconcretiseerd naar drie kwaliteitsniveaus die voorkomen in de openbare ruimte van Sluis. De kwaliteitsniveaus variëren van A tot C. In onderstaande tabel worden de definities gegeven van de drie kwaliteitsniveaus.

HUIDIGE KWALITEITSNIVEAUS

Kwaliteitsniveaus A

Hoogwaardig en representatief

Gericht op het behouden van de maximale esthetische en architectonische waarde met een optimaal verzorgd beeld.

B

Netjes en eenduidig

Gericht op het realiseren van een eenduidig beeld waarbij groen kan uitgroeien tot zijn natuurlijke habitus. Hier en daar is wel iets op aan te merken (bijv. beperkte mate van onkruidgroei), maar over het algemeen is het redelijk netjes.

C

Sober en natuurlijk

Sobere inrichting maakt uitvoeringsgericht en praktisch beheer mogelijk. Gericht op een acceptabel, sober beeld (natuurwaarden en natuurbeleving zijn een meerwaarde).

NORMBLAD

4

In het integraal beeldkwaliteitsplan gemeente Sluis wordt per beheergroepcategorie omschreven hoe de openbare ruimte in de gemeente Sluis eruit moet zien. Bij iedere beheergroepcategorie worden voor drie kwaliteitsniveaus de beheernormen geformuleerd. De normen zijn bepaald op basis van het gewenste verzorgingsbeeld in de openbare ruimte van de gemeente Sluis. De opbouw van een normblad wordt met behulp van onderstaand voorbeeld toegelicht. VOORBEELD NORMBLAD

 

Begripsomschrijving van de betreffende beheergroep.

 

Indicatieve afbeelding van het kwaliteitsniveau.

    



De verschillende normen met de eenheid waarop gemeten wordt.







































De organisatie die de norm bepaald.

De waarden van de norm behorende tot het kwaliteitsniveau

HOOFDCATEGORIE REINIGING

5

BLAD EN NATUURLIJK VUILBEHEERSING OP GRAS

6

Blad en natuurlijk vuil betreft al het organische afval zoals bladafval, bloesem en takken op gras. Het verwijderen van blad- en natuurlijk vuil op gras voorkomt verstikking van gras wat een onverzorgd beeld geeft in de openbare ruimte. Daarnaast wordt blad- en natuurlijk vuil geruimd om de groei van het gras niet te belemmeren.

A

B

C

≤5

≤ 10

≤ 25

Maximale dikte bedekking door blad- en natuurlijk vuil. (cm /100m )

3

10

30

Verstikking door blad en natuurlijk vuil mag niet voorkomen

X

X

X

Verzamelde resten (hopen e.d.) mogen niet voorkomen

X

X

X

≤2

≤5

≤ 10

Maximale dikte bedekking door blad- en natuurlijk vuil. (cm /100m )

1

3

5

Verstikking door blad en natuurlijk vuil mag niet voorkomen

X

X

X

Verzamelde resten (hopen e.d.) mogen niet voorkomen

X

X

X

BLAD EN NATUURLIJK VUIL BINNEN BLADVALPERIODE Maximale bedekking door blad- en natuurijk vuil (opp. % /100m2) 2

BLAD EN NATUURLIJK VUIL BUITEN BLADVALPERIODE Maximale bedekking door blad- en natuurijk vuil (opp. % /100m2) 2

BLAD EN NATUURLIJK VUILBEHEERSING OP VERHARDING

7

Blad en natuurlijk vuil betreft al het organische afval zoals bladafval, bloesem en takken op verharding. Het verwijderen van blad- en natuurlijk vuil op verharding zorgt voor een goede toegankelijkheid en voorkomt een onverzorgd beeld in de openbare ruimte.

A

B

C

≤5

≤ 10

≤ 25

Maximale dikte bedekking door blad- en natuurlijk vuil. (cm /100m )

≤3

≤ 10

≤ 30

Verzamelde resten (hopen e.d.) mogen niet voorkomen

X

X

X

Maximale bedekking door blad- en natuurijk vuil (opp. % /100m2)

≤2

≤5

≤ 10

Maximale dikte bedekking door blad- en natuurlijk vuil. (cm /100m2)

≤1

≤3

≤5

Verzamelde resten (hopen e.d.) mogen niet voorkomen

X

X

X

BLAD EN NATUURLIJK VUIL BINNEN BLADVALPERIODE Maximale bedekking door blad- en natuurijk vuil (opp. % /100m2) 2

BLAD EN NATUURLIJK VUIL BUITEN BLADVALPERIODE

ZWERFAFVALBEHEERSING IN BEPLANTING

8

Zwerfafval betreft afval in beplanting, niet zijnde dumpingen, dat door mensen is weggegooid of achtergelaten en afval dat door indirect toedoen of nalatigheid van mensen op zulke plaatsen terecht is gekomen.

A

B

C

≤3

≤ 10

≤ 25

≤3

≤ 10

≤ 25

≤3

≤ 10

≤ 25

≤3

≤ 10

≤ 25

FIJN ZWERFAFVAL ≤ 10 CM Maximaal aantal eenheden fijn zwerfafval (stuks per m2)

GROF ZWERFAFVAL > 10 CM Maximaal aantal eenheden grof zwerfafval (stuks per 100 m2)

FIJN ZWERFAFVAL ≤ 10 CM BLOEMBAKKEN Maximaal aantal eenheden fijn zwerfafval (stuks per stuk)

GROF ZWERFAFVAL > 10 CM BLOEMBAKKEN Maximaal aantal eenheden grof zwerfafval (stuks per stuk)

ZWERFAFVALBEHEERSING OP GRAS

9

Zwerfafval betreft al het afval op gras, niet zijnde dumpingen, dat door mensen is weggegooid of achtergelaten en afval dat door indirect toedoen of nalatigheid van mensen op zulke plaatsen terecht is gekomen.

A

B

C

≤3

≤ 10

≤ 25

≤3

≤ 10

≤ 25

FIJN ZWERFAFVAL ≤ 10 CM Maximaal aantal eenheden fijn zwerfafval (stuks per m2)

GROF ZWERFAFVAL > 10 CM Maximaal aantal eenheden grof zwerfafval (stuks per 100 m2)

ZWERFAFVALBEHEERSING OP VERHARDING

10

Zwerfafval betreft al het afval op verharding, niet zijnde dumpingen, dat door mensen is weggegooid of achtergelaten en afval dat door indirect toedoen of nalatigheid van mensen op zulke plaatsen terecht is gekomen. Van toepassing op alle verhardingstypen in de openbare ruimte.

A

B

C

≤3

≤ 10

≤ 25

GROF ZWERFAFVAL > 10 CM Maximaal aantal eenheden grof zwerfafval (stuks per 100 m2)

VERHARDING - REINIGING ALGEMEEN

11

Het reinigen van verharding betreft onder andere het verwijderen van blad- en natuurlijk vuil, uitwerpselen, grofvuil en kauwgom. Reiniging voorkomt vervuiling van de openbare ruimte en draagt bij aan een verzorgd beeld van de openbare ruimte. Daarnaast wordt een nette, veilige en prettige leefomgeving behouden.

A

B

C

0

1

1

GROF VUIL Maximale hoeveelheid grof vuil (≥ 10kg en/of ≥ 25 liter) (stuks / 100m2)

VEEGBAAR ZWERFAFVAL FIJN

12

Veegbaar fijn zwerfafval betreft al het veegbare afval op verharding, niet zijnde dumpingen, dat door mensen is weggegooid of achtergelaten en afval dat door indirect toedoen of nalatigheid van mensen op zulke plaatsen terecht is gekomen. Daarnaast behoort tot het veegbaar zwerfafval fijn ook organisch afval zoals blad en dode resten van plantmateriaal. Van toepassing op alle verhardingstypen in de openbare ruimte.

A

B

C

≤6

≤ 20

≤ 50

BLAD EN NATUURLIJK VUIL Maximaal aantal stuks veegbaar zwerfafval fijn (3-10 cm, niet klevend en niet tussen voegen (stuks / 100m2))

VEEGVUIL GOTEN

13

Veegvuil in goten betreft al het organisch of anorganisch afval dat door toedoen van natuur of mens terecht is gekomen in goten. Het vegen van goten draagt bij aan het netheidsbeeld van de openbare ruimte en zorgt voor een ongehinderde afvoer van het regenwater. Van toepassing op goten langs alle typen verharding.

A

B

C

Maximale bedekking goot met veegvuil (opp.% / 100m1)

≤5

≤ 20

≤ 40

Maximale volume van veegvuil in goot (l / 100m1)

≤ 10

≤ 20

≤ 40

BLAD EN NATUURLIJK VUIL

DRIJFVUILBEHEERSING

14

Zwerfafval betreft al het afval dat op of in gemeentelijk oppervlakte water ligt, niet zijnde dumpingen, dat door mensen is weggegooid of achtergelaten en afval dat door indirect toedoen of nalatigheid van mensen op zulke plaatsen terecht is gekomen. Van toepassing op alle watertypen in de openbare ruimte.

A

B

C

≤2

≤4

≤6

≤5

≤ 10

≤ 15

DRIJFVUIL IN WATER Maximale hoeveelheid drijfvuil in water (stuks / 100m2)

DRIJFVUIL LANGS OEVER Maximale hoeveelheid drijfvuil tegen oever (stuks / 100m1)

HOOFDCATEGORIE BOMEN

15

ALGEMEEN ONDERHOUD BOMEN

16

Het uitvoeren van algemeen onderhoud aan bomen is noodzakelijk om de natuurlijke kroonvorm te ontwikkelen en de bomen veilig en duurzaam in stand te houden. Het frequent controleren van bomen op veiligheid en de daaruit voortkomende snoeimaatregelen garanderen een gezond bomenbestand. Onderhoudswerkzaamheden aan een boom zijn verschillend op basis van de eindbeelden die bereikt moeten worden. Het eindbeeld en daarmee ook het benodigde beheer is afhankelijk van de standplaats van de boom. Bijvoorbeeld heeft een boom in beplanting een lagere opkroonhoogte dan een boom langs de weg.

A

B

C

Vitaliteit van de boom

goed

redelijk

weinig

VTA controle (frequentie / bewerkingspercentage)

1x / 33

1x / 33

1x / 33

Begeleidingssnoei (frequentie / bewerkingspercentage)

1x / 100

1x / 100

1x / 100

Onderhoudssnoei (frequentie / bewerkingspercentage)

1x / 33

1x / 33

1x / 33

VITALITEIT

SNOEIEN (o.b.v. vta-gegevens)

STAM- EN WORTELOPSCHOT

17

Bomen ontwikkelen zowel op de stam als op de wortels jonge, hard groeiende scheuten; het zogeheten stam- en wortelopschot. Deze scheuten ontspruiten uit slapende takknoppen. Om een verzorgd boombeeld te behouden dient het stam- en wortelopschot verwijderd te worden.Wanneer dit tijdig gebeurd kunnen de scheuten relatief gemakkelijk verwijderd worden zonder dat de boom hiervan noemenswaardige schade ondervindt.

A

B

C

≤5

≤ 25

≤ 50

≤ 0,40

≤ 0,70

≤ 1,20

Bedekking boomspiegel oppervlak met wortelopschot (%)

≤ 20

≤ 50

≤ 100

Maximale lengte wortelopschot (m)

≤ 0,40

≤ 0,70

≤ 1,20

STAMOPSCHOT Bedekking stamoppervlak door stamopschot (%) Maximale lengte stamopschot (m)

WORTELOPSCHOT

BOOM IN VERHARDING

18

Bomen in verharding zijn veelal voorzien vaneen boomspiegel. De boomspiegel fungeert als infiltratieoppervlak van water en heeft een beschermende functie tegen invloeden van de omgeving. Daarnaast geeft het een gestructureerd en net beeld in de verharde openbare ruimte. Onkruidbeheersing in boomspiegels is noodzakelijk voor het behouden van de functie. Daarnaast geeft onkruid in boomspiegels een onverzorgd beeld. Het gewenste resultaat van onkruidbeheersing is een strakke en nette functievervullende boomspiegel passend in de omgeving. A

B

C

Maximale bedekking door onkruidbegroeiing (opp. %)

≤ 20

≤ 40

> 40

Maximale bedekking door resten onkruidbegroeiing (opp.%)

≤ 10

≤ 25

≤ 25

Maximale hoogte onkruidgroei (m)

≤ 10

≤ 20

≤ 50

X

X

X

ONKRUIDBEHEERSING BOOMSPIEGEL

Verzamelde resten (hopen e.d.) mogen niet voorkomen

BOOM IN GAZON

19

Het komt regelmatig voor dat bomen in gazon een boomspiegel hebben. De boomspiegel zorgt ervoor dat bijmaaien niet nodig is. Daarnaast geeft het een gestructureerd en net beeld in de verharde openbare ruimte. Onkruidbeheersing in boomspiegels is noodzakelijk voor het behouden van de functie. Daarnaast geeft onkruid in boomspiegels een onverzorgd beeld. Het gewenste resultaat van onkruidbeheersing is een strakke en nette functievervullende boomspiegel passend in de omgeving. A

B

C

Maximale bedekking door onkruidbegroeiing (opp. %)

≤ 20

≤ 40

> 40

Maximale bedekking door resten onkruidbegroeiing (opp.%)

≤ 10

≤ 25

≤ 25

Maximale hoogte onkruidgroei (m)

≤ 10

≤ 20

≤ 50

X

X

X

2x / 100

1x / 100

1x / 100

ONKRUIDBEHEERSING BOOMSPIEGEL

Verzamelde resten (hopen e.d.) mogen niet voorkomen

ONDERHOUD KANTEN Kantsteken boomspiegel (frequentie / bewerkingspercentage)

VORMBOMEN

20

Vormbomen kunnen zowel een functionele als sierwaarde hebben. Functioneel in de vorm van schaduw creëren in de zomer en sierlijk betreffende de verschijningsvorm die zij hebben. Het onderhoud aan de bomen bestaat uit specifieke beheermaatregelen. Met de beheermaatregelen behoudt de boom zijn vorm waarmee het zijn functie kan blijven vervullen. Daarnaast voorkomt het dat de boom uit zijn vorm groeit waarmee het onveilige situaties kan opleveren. Beheer aan vormbomen wordt frequent uitgevoerd waarmee bij bestaande bomen het al gevormde eindbeeld van de boom behouden blijft en bij nieuwe bomen gevormd kan worden.

A

B

C

≤1

≤1

≤1

≤3

≤4

≤5

VORMBOMEN Maximale leeftijd scheuten (jaren)

KNOTBOMEN Maximale leeftijd uitlopers (jaren)

HOOFDCATEGORIE BEPLANTING

21

BOSPLANTSOEN

22

Bosplantsoen is een groep beplanting bestaande uit inheemse boomvormers en struiken. De beheergroep heeft een gemiddeld hoog opper vlak. De gewenste hoogte van de beplanting is variërend van 3 tot 7 meter. Bosplantsoen wordt toegepast in randen en in extensief onderhouden gebieden vanwege de bossige, grove en natuurlijke uitstraling. Het gewenste eindbeeld bestaat uit een diversiteit aan soorten en leeftijden van struik- en boomvormers. Beheermaatregelen worden uitgevoerd om dit te bereiken en een gelaagde opbouw van boomvormers met struiken te behouden. Van toepassing op de volgende beheergroepen.

A

B

C

1x / 20

1x / 20

1x / 20

TECHNISCH ONDERHOUD Dunnen beplanting (frequentie / bewerkingspercentage) Afzetten 1e rij beplanting (frequentie / bewerkingspercentage)

1x / 33

1x / 33

1x / 33

Snede (scherp / rafelig)

scherp

scherp

scherp

Maximale overgroei buiten plantvak tot (m)

0.15

0.30

0.45

Snoeien binnen plantvak van 0.00 tot maximaal (m)

0.15

0.30

0.30

scherp

scherp

scherp

2x / 100

2x / 100

1x / 100

X

X

X

TECHNISCH ONDERHOUD RAND

Snede

ONKRUIDBEHEERSING RAND Uitmaaien zicht rand 2 meter incl. afvoeren (frequentie / bewerkingspercentage) Verzamelde resten (hopen e.d.) mogen niet voorkomen

OPGAANDE SIERHEESTERS

23

Opgaande heesters zijn solitaire of in groepsverband gesitueerde houtachtige planten met een sierwaarde en/of specifieke functie. Zijtakken ontwikkelen zich sterker dan of gelijkwaardig aan de hoofdtak tot een hoogte van ongeveer 3 meter. Opgaande heesters ofwel sierheesters worden vooral toegepast in woonwijken en centrumgebieden. Beheermaatregelen zijn soortspecifiek en onder andere afhankelijk van de bloeiperiode. Het juiste beheer zorgt voor vitale beplanting en een verzorgd straatbeeld. A

B

C

1x / 33

1x / 33

1x / 33

TECHNISCH ONDERHOUD Terugzetten beplanting (frequentie / bewerkingspercentage)

X

X

X

scherp

scherp

scherp

Maximale overgroei buiten plantvak tot (m)

0.15

0.30

0.45

Snoeien binnen plantvak van 0.00 tot maximaal (m)

0.15

0.30

0.30

scherp

scherp

scherp

Maximale bedekking door onkruid (opp. % / 100m2)

≤ 20

≤ 40

> 40

Maximale bedekking door resten (opp. % / 100m )

≤ 10

≤ 25

> 25

Maximale hoogte onkruid (cm / 100m )

≤ 10

≤ 30

≤ 50

Zodevorming

nee

nee

nee

Verzamelde resten (hopen e.d.) mogen niet voorkomen

X

X

X

Terugzetten tot 25cm boven maaiveld Snede

TECHNISCH ONDERHOUD RAND

Snede

ONKRUIDBEHEERSING

2

2

BOTANISCHE ROZEN

24

De beheergroep botanische rozen wordt toegepast vanwege haar hoge sierwaarde. Rozen creëren met hun bloeivorm en open takkenstructuur een sierlijk beeld in de openbare ruimte. Botanische rozen worden enkel toegepast in intensief onderhouden gebieden zoals zichtlocaties en centrumgebieden. Met het beheer van de rozen wordt hun sierwaarde en daarmee haar functie behouden. Het beheer van rozen is specifiek en vraagt intensievere verzorging dan andere beheergroepen. Door beheer gestructureerd uit te voeren wordt een sierlijk beeld in de openbare ruimte gecreëerd. A

B

C

Zomersnoei beplanting (frequentie / bewerkingspercentage)

1x / 100

1x / 100

1x / 100

Terugzetten beplanting (frequentie / bewerkingspercentage)

1x / 33

1x / 33

1x / 33

X

X

X

scherp

scherp

scherp

Maximale overgroei buiten plantvak tot (m)

0.15

0.30

0.45

Snoeien binnen plantvak van 0.00 tot maximaal (m)

0.15

0.30

0.30

scherp

scherp

scherp

Maximale bedekking door onkruid (opp. % / 100m2)

≤ 20

≤ 40

> 40

Maximale bedekking door resten (opp. % / 100m )

≤ 10

≤ 25

> 25

Maximale hoogte onkruid (cm / 100m2)

≤ 10

≤ 30

≤ 50

Zodevorming

nee

nee

nee

Verzamelde resten (hopen e.d.) mogen niet voorkomen

X

X

X

TECHNISCH ONDERHOUD

Terugzetten tot 25cm boven maaiveld Snede

TECHNISCH ONDERHOUD RAND

Snede

ONKRUIDBEHEERSING

2

STRUIKROZEN

25

De beheergroep struikrozen hebben een hoge sierwaarde. De rozen worden vaak toegepast vanwege hun bloeivorm en visuele aantrekkelijkheid. Door de open takkenstructuur wordt de struikroos vaak gecombineerd met een bodembedekker. Vanwege hun sierwaarde worden struikrozen voornamelijk toegepast op zichtlocaties en in centrumgebieden. Met het beheer van de rozen wordt hun sierwaarde en daarmee haar functie behouden. Het beheer van rozen is specifiek en vraagt intensievere verzorging dan andere beheergroepen. Door beheer gestructureerd uit te voeren wordt een sierlijk beeld in de openbare ruimte gecreëerd.

A

B

C

Zomersnoei beplanting (frequentie / bewerkingspercentage)

1x / 100

1x / 100

1x / 100

Terugzetten beplanting (frequentie / bewerkingspercentage)

1x / 33

1x / 33

1x / 33

X

X

X

scherp

scherp

scherp

Maximale overgroei buiten plantvak tot (m)

0.15

0.30

0.45

Snoeien binnen plantvak van 0.00 tot maximaal (m)

0.15

0.30

0.30

scherp

scherp

scherp

Maximale bedekking door onkruid (opp. % / 100m2)

≤ 20

≤ 40

> 40

Maximale bedekking door resten (opp. % / 100m )

≤ 10

≤ 25

> 25

Maximale hoogte onkruid (cm / 100m2)

≤ 10

≤ 30

≤ 50

Zodevorming

nee

nee

nee

Verzamelde resten (hopen e.d.) mogen niet voorkomen

X

X

X

TECHNISCH ONDERHOUD

Terugzetten tot 25cm boven maaiveld Snede

TECHNISCH ONDERHOUD RAND

Snede

ONKRUIDBEHEERSING

2

BODEMBEDEKKENDE HEESTERS

26

Bodembedekkende heesters zijn in groepsverband geplante beplantingen met een functionele en/of sierfunctie. De heesters hebben het vermogen om zich te sluiten en daardoor de bodem te bedekken. Bodembedekkende heesters is een onderhoudsarme en functionele beheergroep waardoor deze veel wordt toegepast in woon- en werkgebieden. De snel sluitende beplanting zorgt ervoor dat met een beperkte hoeveelheid onderhoud toch een acceptabel beeld wordt bereikt. Met snoei van de heesters en het onderhoud aan de randen wordt de functie en/of sierwaarde behouden.

A

B

C

1x / 100

1x / 100

1x / 100

Maximale overgroei buiten plantvak tot (m)

0.15

0.30

0.45

Snoeien binnen plantvak van 0.00 tot maximaal (m)

0.15

0.30

0.30

scherp

scherp

scherp

Maximale bedekking door onkruid (opp. % / 100m2)

≤ 20

≤ 40

> 40

Maximale bedekking door resten (opp. % / 100m2)

≤ 10

≤ 25

> 25

Maximale hoogte onkruid (cm / 100m2)

≤ 10

≤ 30

≤ 50

Zodevorming

nee

nee

nee

Verzamelde resten (hopen e.d.) mogen niet voorkomen

X

X

X

TECHNISCH ONDERHOUD Verjongingssnoei / terugzetten

TECHNISCH ONDERHOUD RAND

Snede

ONKRUIDBEHEERSING

(BLOK)HAAG

27

De hagen bestaan uit houtachtige gewassen met als functie omheining, afscheiding, afscherming of geleiding van elementen in de openbare ruimte. Beheer en verzorging van de haag wordt afgestemd op de functie die de haag heeft. Hagen worden voor het in stand houden van de visuele aantrekkelijkheid en functie regelmatig geschoren waardoor een compacte vorm behouden blijft. Frequent beheer is noodzakelijk om een onverzorgd beeld of onveilige situaties door achterstallige snoei te voorkomen. Aandachtspunt is met het beheer te controleren op de dichtheid van de haag. Een haag met veel open plekken kan namelijk zijn functie verliezen.

A

B

C

Snede (scherp / rafelig)

scherp

scherp

scherp

Snoeien hagen (frequentie / bewerkingspercentage)

2x / 100

2x / 100

2x / 100

Maximale bedekking door onkruid (opp. % / 100m2)

≤ 20

≤ 40

> 40

Maximale bedekking door resten (opp. % / 100m2)

≤ 10

≤ 25

> 25

Maximale hoogte onkruid (cm / 100m2)

≤ 10

≤ 30

≤ 50

Zodevorming

nee

nee

nee

Verzamelde resten (hopen e.d.) mogen niet voorkomen

X

X

X

TECHNISCH ONDERHOUD

ONKRUIDBEHEERSING

LOSSE HAAG

28

Losse hagen hebben naast hun functie als afscheiding en geleiding ook een ecologische waarde. Een losse haag bestaat daarom vaak uit meerdere inheemse soorten. Het beheer bestaat voornamelijk uit snoeien. Uitgangspunt is dat er altijd voldoende beschutting in de haag moet zijn voor fauna.

GEEN FOTO BESCHIKBAAR

GEEN FOTO BESCHIKBAAR

GEEN FOTO BESCHIKBAAR

A

B

C

Terugzetten hagen (frequentie / bewerkingspercentage)

1x / 20

1x / 20

1x / 20

Snede (scherp / rafelig)

scherp

scherp

scherp

Snoeien hagen (frequentie / bewerkingspercentage)

1x / 40

1x / 40

1x / 40

Maximale bedekking door onkruid (opp. % / 100m2)

≤ 20

≤ 40

> 40

Maximale bedekking door resten (opp. % / 100m2)

≤ 10

≤ 25

> 25

Maximale hoogte onkruid (cm / 100m )

≤ 10

≤ 30

≤ 50

Zodevorming

nee

nee

nee

Verzamelde resten (hopen e.d.) mogen niet voorkomen

X

X

X

TECHNISCH ONDERHOUD

ONKRUIDBEHEERSING

2

VASTE PLANTEN

29

De beheergroep vaste planten bestaat uit meerjarige planten die geen blijvende houtachtige stengels vormen. De vaste planten hebben een sierwaarde in blad en/of bloei en sterven in de winter tot de grond toe af. Ze worden hoofdzakelijk toegepast in intensief onderhouden gebieden. Het onderhoud van vaste planten bestaat uit bemesten, scheuren en terugzetten. Daarnaast is onkruidbeheersing noodzakelijk om de sierwaarde van de vaste planten tot zijn recht te laten komen.

A

B

C

1x / 100

1x / 100

1x / 100

Maximale bedekking door onkruid (opp. % / 100m2)

≤ 20

≤ 40

> 40

Maximale bedekking door resten (opp. % / 100m )

≤ 10

≤ 25

> 25

Maximale hoogte onkruid (cm / 100m )

≤ 10

≤ 30

≤ 50

Zodevorming

nee

nee

nee

Verzamelde resten (hopen e.d.) mogen niet voorkomen

X

X

X

TECHNISCH ONDERHOUD RAND Terugzetten beplanting (frequentie / bewerkingspercentage)

ONKRUIDBEHEERSING

2

2

WISSELPERKEN

30

Wisselperken zijn beplantingsvakken met een hoge sierwaarde. De beplanting bestaat veelal uit bloeiende vaste planten en eenof tweejarige planten. Het beheer is intensief, mede omdat wisselperken regelmatig opnieuw worden beplant. Daarnaast is onkruidbeheersing noodzakelijk om de sierwaarde van de wisselperken tot zijn recht te laten komen.

A

B

C

2x / 100

2x / 100

2x / 100

≤ 15

≤ 25

≤ 40

Maximale bedekking door onkruid (opp. % / 100m2)

≤ 20

≤ 40

> 40

Maximale bedekking door resten (opp. % / 100m )

≤ 10

≤ 25

> 25

Maximale hoogte onkruid (cm / 100m2)

≤ 10

≤ 30

≤ 50

Zodevorming

nee

nee

nee

Verzamelde resten (hopen e.d.) mogen niet voorkomen

X

X

X

TECHNISCH ONDERHOUD Planten perkgoed (frequentie / bewerkingspercentage) Maximaal aantal uitgebloeide bloemen (% / stuk)

ONKRUIDBEHEERSING

2

BLOEMBAKKEN

31

Bloembakken zijn elementen met een hoge sierwaarde, die worden toegepast op belangrijke punten. De beplanting bestaat veelal uit bloeiende vaste planten en een- of tweejarige planten. Het beheer is intensief, mede omdat bloembakken regelmatig opnieuw worden beplant. Daarnaast is onkruidbeheersing noodzakelijk om de sierwaarde van de bloembakken tot zijn recht te laten komen.

A

B

C

2x / 100

2x / 100

2x / 100

≤ 15

≤ 25

≤ 40

Maximale bedekking door onkruid (opp. % / stuk)

≤ 20

≤ 40

> 40

Maximale bedekking door resten (opp. % / stuk)

≤ 10

≤ 25

> 25

Maximale hoogte onkruid (cm / stuk)

≤ 10

≤ 30

≤ 50

X

X

X

TECHNISCH ONDERHOUD Planten perkgoed (frequentie / bewerkingspercentage) Maximaal aantal uitgebloeide bloemen (% / stuk)

ONKRUIDBEHEERSING

Verzamelde resten (hopen e.d.) mogen niet voorkomen

32

HOOFDCATEGORIE GRAS

33

GAZON / TRAPVELD

34

De beheergroep gazon / trapveld heeft een recreatieve functie. De gestelde beheernormen vergen een intensief onderhoud, waardoor een egaal en dicht begroeid oppervlak gras ontstaat. Dit type gras wordt meest toegepast in woonwijken, parken, centrumgebieden en industrieterreinen. Duurzaam beheer van het gazon bestaat uit het frequent maaien en indien nodig gaten opvullen en bijzaaien. Beheer van het gazon is noodzakelijk om zijn recreatieve functie te laten behouden en een onverzorgd beeld te voorkomen. A

B

C

Maximale hoogte voor het maaien (mm / 100m2)

≤ 50

≤ 70

≤ 70

Minimale hoogte na het maaien (mm / 100m )

≥ 20

≥ 20

≥ 20

Maximale hoogte na het maaien (mm / 100m2)

≤ 30

≤ 30

≤ 30

Maximaal toegestaan hoogteverschil (mm / 100m2)

≤5

≤5

≤5

≤ 1,5 x zo hoog

≤ 2 x zo hoog

≤ 3 x zo hoog

Gemiddelde lengte overhangend gras (cm / 100m2)

≤5

≤ 10

≤ 25

Maximale lengte overhangend gras (cm / 100m )

≤ 30

≤ 30

≤ 40

Recht gestoken kanten

ja

nee

nee

Gemiddelde lengte overhangend gras (cm / 100m2)

≤5

≤ 10

≤ 25

Maximale lengte overhangend gras (cm / 100m2)

≤ 30

≤ 30

≤ 40

Afsteken graskanten hard (frequentie / bewerkingspercentage)

3x / 100

2x / 100

1x / 100

Afsteken graskanten zacht (frequentie / bewerkingspercentage)

2x / 100

1x / 100

1x / 100

GRASLENGTE

2

BIJMAAIEN RONDOM OBSTAKELS Hoogte van het gras binnen een afstand van 0,3m van obstakel t.o.v. omliggende grasvegetatie

OVERGROEI RANDEN BEPLANTING

2

OVERGROEI RANDEN VERHARDING

KANTEN STEKEN

BERM GRAS

35

Onder de beheergroep berm gras wordt verstaan de grasbermen langs wegen. De bermen worden extensief onderhouden. Er kunnen kruiden aanwezig zijn in de bermen, maar ecologie is geen doel.

A

B

C

Maaien (frequentie / bewerkingspercentage)

3x / 100

2x / 100

1x / 100

Bijmaaien (frequentie / bewerkingspercentage)

3x / 100

2x / 100

1x / 100

GRASLENGTE

RUW GRAS

36

Ruw gras zijn grasvelden met een extensief onderhoud. De bermen worden extensief onderhouden. Er kunnen kruiden aanwezig zijn, maar ecologie is geen doel. Dit type gras wordt het meest toegepast in minder intensief bezochte gebieden.

A

B

C

Maaien (frequentie / bewerkingspercentage)

3x / 100

2x / 100

1x / 100

Bijmaaien (frequentie / bewerkingspercentage)

3x / 100

2x / 100

1x / 100

GRASLENGTE

ECOLOGISCH BEHEERD GRAS

37

Ecologisch beheerd gras wordt extensief onderhouden. De beheergroep heeft met name een ecologische functie. Door de lage maaifrequentie en het opruimen van het maaisel ontstaat er een soortenrijk grasland, deze soortenrijkdom is vervolgens aantrekkelijk voor fauna.

A

B

C

Maaien (frequentie / bewerkingspercentage)

2x / 100

2x / 100

1x / 100

Bijmaaien (frequentie / bewerkingspercentage)

2x / 100

1x / 100

1x / 100

Opruimen maaisel (frequentie / bewerkingspercentage)

2x / 100

2x / 100

1x / 100

GRASLENGTE

38

HOOFDCATEGORIE WATER

39

VIJVERPARTIJEN

40

Waterpartijen met een natuurlijke uitstraling voorzien van ruige grasvegetatie. Door extensief beheer van de grasvegetatie wordt de ecologische waarde van vijverpartijen gewaarborgd

A

B

C

Maaien en afvoeren meterstrook oevervegetatie (frequentie / bewerkingspercentage)

1x / 100

1x / 100

1x / 100

Maaien en afvoeren gehele vijverpartij (frequentie / bewerkingspercentage)

1x / 100

1x / 100

1x / 100

MAAIEN

OEVERVEGETATIE

41

Oevers met een natuurlijke uitstraling voorzien van ruige grasvegetatie. Er wordt gemaaid om het watervoerend vermogen van de watergangen te waarborgen. Door de ruige grasvegetatie en het extensief beheer wordt de ecologische waarde van de oevers vergroot.

A

B

C

2x / 100

1x / 100

1x / 100

X

X

X

2x / 100

1x / 100

1x / 100

MAAIEN Maaien oevervegetatie (frequentie / bewerkingspercentage) Maaisel afvoeren

BIJMAAIEN Bijmaaien obstakels (frequentie / bewerkingspercentage)

SLOTEN

42

Lijnvormig, lager gelegen stuk grasvegetatie voor de afvoer van neerslag waarbij de inrichting volledig is afgestemd op de te vervullen functie (waterafvoer).

A

B

C

≤ 30

≤ 40

≤ 50

Klepelen slootvuil (frequentie / bewerkingspercentage)

≤ 30

≤ 40

≤ 50

Afvoeren slootvuil (frequentie / bewerkingspercentage)

≤5

≤ 40

≤ 40

MAAIEN Korven sloten (frequentie / bewerkingspercentage)

MAAIEN

BESCHOEIING

43

Beschoeiing betreft houten, kunstof of metalen constructies die een oever of waterkant beschermen tegen afkalven, golfkracht of overige invloeden die de stabiliteit van de waterkant in het geding kunnen brengen. Het beheer betreft het incidenteel controleren van de beschoeiing en indien nodig repareren en of vervangen. Onderstaande beeldkwaliteitseisen dienen als leidraad voor beoordeling of technisch beheer noodzakelijk is.

A

B

C

Maximale beschadiging (% / 100m1)

≤5

≤ 15

≤ 30

Maximale scheefstand (% / 100m1)

≤ 10

≤ 30

≤ 50

Maximale aantal spoelgaten (st / 100m1)

≤5

≤ 15

≤ 50

Maximale verzakking (mm / 100m1)

≤5

≤ 15

≤ 25

TECHNISCH ONDERHOUD

44

HOOFDCATEGORIE VERHARDING

45

ALGEMEEN ONDERHOUD VERHARDING

46

Algemeen onderhoud aan verhardingen betreft het beheren van onkruid rondom obstakels, wortelopdruk, zetting, hoogteligging t.o.v. bermen en markering. Het beheer draagt bij aan het voorkomen van onveilige situaties en de verhoging van het netheidsbeeld. Van toepassing op alle verhardingstypen in de openbare ruimte.

A

B

C

Maximale bedekkingsgraad onkruid binnen een straal van 0,5m t.o.v. obstakel (opp.% / m2)

≤ 10

≤ 30

≤ 40

Maximale hoogte van het onkruid rondom obstakel (cm)

≤ 10

≤ 20

≤ 30

≤ 30

≤ 50

≤ 70

X

X

X

ONKRUIDBEHEERSING

HOOGTELIGGING BERM Maximaal hoogteverschil berm t.o.v. verharding (mm) Hoogteligging berm niet hoger dan verharding

ELEMENTVERHARDING - ONKRUID

47

Elementverharding is een verhardingstype bestaande uit losse elementen die in een bepaald bestratingsverband zijn aangebracht. De elementverharding draagt bij aan begaanbaarheid van wegen, fiets- en voetpaden. Daarnaast zorgt verharding voor een gedegen draagkracht van de ondergrond voor gebruikers van de openbare ruimte. Onkruidbeheersing wordt uitgevoerd om begaanbaarheid van de elementverharding te behouden. Daarnaast zorgt het voor een verzorgd beeld in de openbare ruimte en draagt het bij aan de levensduur van de verhardingsmaterialen. A

B

C

≤ 10

≤ 30

≤ 40

≤ 10 st. > 10 cm

≤ 10 st. > 20 cm

≤ 30 st. > 30 cm

0

≤ 100

≤ 200

ONKRUIDBEHEERSING - TEGELS Maximale bedekking van de voeg door onkruidbegroeiing (opp.% / 100m2) Maximale hoogte (cm) onkruid (stuks / 100m2) Maximaal aantal pollen dat mag voorkomen (stuks / 100m2)

ONKRUIDBEHEERSING - KLINKERS Maximale bedekking van de voeg door onkruidbegroeiing (opp.% / 100m2) Maximale hoogte (cm) onkruid (stuks / 100m2) Maximaal aantal pollen dat mag voorkomen (stuks / 100m2)

≤5

≤ 15

≤ 25

≤ 10 st. > 10 cm

≤ 10 st. > 20 cm

≤ 30 st. > 30 cm

0

≤ 100

≤ 200

ONGEBONDEN VERHARDING ONKRUID

48

Ongebonden verharding is een verhardingstype bestaande uit gestorte materialen zoals gralux, gebroken puin, grind, schors of zand. De ongebonden verharding draagt bij aan begaanbaarheid van wegen, fiets- en voetpaden. Daarnaast zorgt verharding voor draagkracht van de ondergrond voor gebruikers van de openbare ruimte. Onkruidbeheersing wordt uitgevoerd om begaanbaarheid van de ongebonden verharding te behouden. Daarnaast zorgt het voor een verzorgd beeld in de openbare ruimte en draagt het bij aan de levensduur van de gestorte materialen. A

B

C

≤3

≤ 15

≤ 25

ONKRUIDBEHEERSING Maximale bedekking door onkruid (opp. % / 100m2) Maximale hoogte onkruid (cm)

≤ 10

≤ 25

≤ 50

Maximaal aantal pollen (stuks / 100m2)

≤ 100

≤ 200

> 200

1x / 100

1x / 100

1x / 100

TECHNISCH ONDERHOUD Aanvullen van paden (frequentie / bewerkingspercentage)

HOOFDCATEGORIE KUNSTWERKEN

49

BRUGGEN

50

Bruggen dienen als verbindingselementen voor gebruikers van de openbare ruimte, tussen twee punten die gescheiden zijn door een rivier, kanaal, weg of spoorweg. Het beheer van bruggen betreft het reinigen van bruggen.

A

B

C

≤ 10

≤ 20

≤ 30

REINIGING Maximale bedekkingsgraad door graffiti (opp.% / 100m2) De graffiti mag niet aanstootgevend (racistisch) zijn

X

X

X

Maximale bedekking door beplakking (m2 / 100m2)

≤ 10

≤ 20

≤ 30

1x / 100

1x / 100

1x / 100

Reinigen (frequentie / bewerkingspercentage)

HOOFDCATEGORIE MEUBILAIR

51

AFVALBAKKEN

52

Afvalbakken zijn opvangbakken voor afval dat door mensen wordt weggegooid. De afvalbakken zijn functioneel en belangrijk voor een schone leefomgeving. Regulier beheer bestaat uit het legen en schonen van de afvalbakken en draagt bij aan een verzorgde openbare ruimte en een prettige leefomgeving. Technisch beheer van de afvalbakken bestaat uit kleine reparatiewerkzaamheden en het (de)monteren van de bakken in de periode rond de jaarwisseling. A

B

C

≤ 40

≤ 80

≤ 100

Uitstekend afval mag niet voorkomen

X

X

X

De graffiti mag niet aanstootgevend (racistisch) zijn

X

X

X

REGULIER ONDERHOUD Maximale vullingsgraad per afvalbak (volume% / stuk)

SPEELVOORZIENINGEN

53

Speelvoorzieningen zijn locaties in de openbare ruimte die ingericht zijn met speeltoestellen of elementen die aanleiding geven tot spelen. Regulier beheer bestaat uit het schoonhouden van de speeltoestellen en het controleren op gebreken ten behoeve van de dagelijkse veiligheid. Technisch beheer en controle op veiligheid wordt uitgevoerd conform inspectie volgens het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. A

B

C

≤2

≤5

≤ 10

REGULIER ONDERHOUD Maximale bedekkingsgraad door beplakking en graffiti (opp.% / per stuk) De graffiti mag niet aanstootgevend (racistisch) zijn

X

X

X

Maximale bedekking door natuurlijke aanslag (opp.% / per stuk)

≤5

≤ 10

≤ 20

1x / 100

1x / 100

1x / 100

TECHNISCH ONDERHOUD Reiniging (frequentie / bewerkingspercentage)

HEKWERKEN

54

Hekwerken zijn houten of stalen opstaande constructies die dienen als bescherming of geleiding van beplanting of andere elementen in de openbare ruimte. Het beheer van de hekwerken bestaat uit het controleren van de hekwerken op gebreken en/of losse onderdelen en indien nodig reparatiewerkzaamheden of vervanging. De controle van en de reparatiewerkzaamheden aan de hekwerken dragen bij aan de veiligheid voor mensen en zijn bepalend voor het netheidsbeeld. A

B

C

Dekkingsgraad van de coating (opp.% / per stuk)

> 98

> 95

> 80

Mate van verkleuring (opp.% / per stuk)

≤ 10

≤ 20

≤ 50

Maximale bedekking door natuurlijke aanslag (opp.% / per stuk)

≤5

≤ 10

≤ 20

Maximale scheefstand (graden / stuk)

≤2

≤4

≤ 15

Maximale beschadiging door deuken en gaten (opp.% / per stuk)

≤ 0,1

≤1

≤5

REGULIER ONDERHOUD

TECHNISCH ONDERHOUD

PALEN

55

Palen zijn langwerpige houten, stenen of metalen elementen in de openbare ruimte die zorgen voor afscherming van bijvoorbeeld beplanting en geleiding van verkeer. Regulier beheer van de palen draagt bij aan het netheidsbeeld van de openbare ruimte. Het verwijderen van beplakking, graffiti en eventuele natuurlijke aanslag voorkomt een onverzorgd beeld van de palen in de openbare ruimte. Technisch beheer betreft het controleren op scheefstand en schilderen van de palen ten behoeve van het netheidsbeeld. Daarnaast wordt in verband met veiligheid de reflectie op de palen gecontroleerd en indien nodig gerepareerd.

A

B

C

≤2

≤5

≤ 10

REGULIER ONDERHOUD Maximale bedekkingsgraad door beplakking en graffiti (opp.% / per stuk) De graffiti mag niet aanstootgevend (racistisch) zijn

X

X

X

Dekkingsgraad van de coating (opp.% / per stuk)

> 98

> 95

> 80

Mate van verkleuring (opp.% / per stuk)

≤ 10

≤ 20

≤ 50

Maximale bedekking door natuurlijke aanslag (opp.% / per stuk)

≤5

≤ 10

≤ 20

Maximale scheefstand (graden / stuk)

≤2

≤4

≤ 15

Maximale beschadiging door deuken en gaten (opp.% / per stuk)

≤ 0,1

≤1

≤5

TECHNISCH ONDERHOUD

BEBORDING

56

Bebording betreft verkeers-, informatie- en reclameborden. De borden hebben een informerende (wegbewijzerings-) functie voor verkeersdeelnemers. Regulier onderhoud betreft het schoonhouden van de bebording en draagt bij aan de veiligheid van verkeersdeelnemers, de leesbaarheid van de borden en het netheidsbeeld. Technisch beheer bestaande uit controle, reparatie en/of vervanging zorgt voor het behoud en een langere levensduur van de verkeersborden. A

B

C

≤2

≤5

≤ 10

REGULIER ONDERHOUD Maximale bedekkingsgraad door beplakking en graffiti (opp.% / per stuk) De graffiti mag niet aanstootgevend (racistisch) zijn

X

X

X

Dekkingsgraad van de coating (opp.% / per stuk)

> 98

> 95

> 80

Mate van verkleuring (opp.% / per stuk)

≤ 10

≤ 20

≤ 50

Maximale bedekking door natuurlijke aanslag (opp.% / per stuk)

≤5

≤ 10

≤ 20

Maximale verdraaiing (graden / stuk)

≤3

≤ 16

≤ 30

Maximale beschadiging door deuken en gaten (opp.% / per stuk)

≤2

≤5

≤ 10

Ontbrekende onderdelen mogen niet voorkomen

X

X

X

TECHNISCH ONDERHOUD

GELEIDE ELEMENTEN

57

Geleide elementen zijn snelheidremmers, schrikhekken of vangrails die bijdragen aan de verkeersveiligheid van weggebruikers. Daarnaast dienen de opvallende en reflectrende elementen voor geleiding van het verkeer. Regulier beheer betreft het schoonhouden van de geleide elementen en draagt bij aan behoud van de verkeersveiligheid en het netheidsbeeld van de openbare ruimte. Technisch beheer betreft controle, daaruit voortvloeiende reparatiewerkzaamheden en eventuele vervanging van geleide elementen om de verkeersveiligheid te behouden.

A

B

C

Maximale bedekkingsgraad door beplakking en graffiti (opp.% / per stuk)

≤2

≤5

≤ 10

De graffiti mag niet aanstootgevend (racistisch) zijn

X

X

X

≤2

≤4

≤ 15

REGULIER ONDERHOUD

TECHNISCH ONDERHOUD Maximale scheefstand (graden / stuk)

58

HOOFDCATEGORIE RIOLERING

59

KOLKEN

60

Kolken zijn in de trottoirranden of goten gelegen metalen elementen met een waterafvoerende functie. De kolken staan in verbinding met het riool voor verdere waterafvoer. Het regulier beheer is gericht op het reinigen van de kolken, behoud van de waterafvoerende functie en het indien gebreken geconstateerd worden, het herstellen van gebreken. Technisch beheer bestaat met name uit het controleren van de kolken op verzakkingen en beschadigingen. Uit controle worden beheermaatregelen getroffen waardoor de verkeersveiligheid gewaarborgd blijft.

A

B

C

≤ 15

≤ 30

≤ 50

REGULIER ONDERHOUD Maximale belemmering inlaat van de kolk (met straatvuil (opp. % / stuk))

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=b322d0a9-e8dd-4310-b575-12a04370cb98