CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

03 BeIeidsplan sociaal domein gemeente Sluis 2026-2030 - Bijlage b Inspraakverslag Beleidsplan sociaal domein gemeente Sluis 2026

Raad 18 december 2025, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van het Beleidsplan sociaal domein gemeente Sluis 2026-20303.246 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inspraakverslag Beleidsplan Sociaal Domein 2026-2030 Gemeente Sluis

DECEMBER 2025

Hoofdstuk 1 Inleiding Het sociaal domein van de gemeente Sluis heeft betrekking op alle activiteiten en voorzieningen die we samen met partnerorganisaties aanbieden in functie van hun welzijn en zelfredzaamheid. Het gaat om hulp en ondersteuning op het gebied van bestaanszekerheid (werk en inkomen), meedoen, welzijn, zorg, opvoeden en opgroeien. In het Beleidsplan Sociaal Domein leggen we vast wat onze gemeenschappelijke opdracht is, welke gemeente we willen zijn, wat we belangrijk vinden, en wat we willen doen. Inspraakprocedure Aangezien er tijdens de evaluatie van het Beleidsplan Sociaal Domein gemeente Sluis 2020-2024 al veel informatie is opgehaald heeft het college op 3 juni jl. besloten tot een alternatieve inspraakprocedure. We hebben informatie opgehaald bij onze inwoners via enquête(s) /vragenlijst(en) via SamenSluis. Daarnaast is er advies gevraagd aan de Adviesraad Sociale Zaken en de Raad voor Maatschappelijke en Demografische Ontwikkelingen. Inspraakreacties Er is een reactie ontvangen van de Adviesraad Sociale Zaken en de Raad voor maatschappelijke en demografische ontwikkeling. Ook de resultaten uit de enquêtes zijn verwerkt in dit inspraakverslag. In het volgende hoofdstuk gaan we in op deze reacties. Hoofdstuk 2 Zienswijzen.

2.1 Raad voor maatschappelijke en demografische ontwikkeling (RMDO) De RMDO wil in de eerst plaats de complimenten overbrengen voor het concept Beleidsplan Sociaal Domein 2026-2030 en de bijbehorende concept verordening. Het beleidsplan heeft een heldere structuur waarin de zeven strategische doelen, met de bijbehorende resultaten en acties, duidelijk zijn uitgewerkt. Ter beoordeling van het concept beleidsplan en de verordening hebben ze de volgende drie vragen geformuleerd. 1. Dekken de zeven strategische doelstellingen de lading op gebied van het Sociaal Domein? Het antwoord hierop kunnen we met ja beantwoorden. Ze zijn veelzijdig en hebben betrekking op de gehele samenleving. Bij de gewenste resultaten en begeleidende acties hebben we enkele kritische vragen en opmerkingen: 1.1 We vragen ons af of de basisvoorwaarde inclusie door de integrale aanpak ook daadwerkelijk een consistent onderdeel gaat vormen of zal verzanden in een papieren tijger! Reactie: Als strategische doelstelling zal dit in alle beleidsvelden terug moeten komen. Niet alleen binnen het sociaal domein, maar ook in de aanpalende beleidsvelden. Hiermee voorkomen we dat dit een “papieren tijger” wordt. 1.3 De veronderstelling dat versterking van de sociale basis tot een afname van maatwerkvoorzieningen zal leiden, vinden wij iets te rooskleurig gesteld. Reactie: We denken dat dit effect wel zou optreden.

Een sterker sociaal netwerk en betere voorzieningen kunnen ervoor zorgen dat mensen minder afhankelijk zijn van professionele hulp. Dit gebeurt doordat gemeenschappen beter in staat zijn om elkaar te ondersteunen, waardoor de behoefte aan individuele, op maat gemaakte voorzieningen afneemt. We verwijzen hierbij ook naar het onderzoek ‘De sociale basis en de houdbaarheid van de Wmo’1 van augustus 2024.

https://www.verwey-jonker.nl/wpcontent/uploads/2024/09/123370_De_sociale_basis_en_de_houdbaarheid_van_de_Wmo.pdf 1

1.5 Wij ondersteunen het in kaart brengen van de ondersteuningsbehoefte en de omslag naar meer zelfverantwoordelijkheid van de burger, in plaats van te focussen op “waar iemand recht op heeft”. Wel maken wij ons zorgen over de realisatie hiervan. Gezien het afwachtende en behoudende karakter van veel inwoners vraagt dit om extra inzet voor laagdrempelige en uitnodigende activiteiten, ondersteund door brede en wederzijdse communicatie. Reactie: We zullen hier aandacht voor hebben. De communicatieparagraaf zal hier ook op inzetten. 1.6 Gesproken wordt over de Doorbraakmethode en de Top-3 methodiek. Deze methodieken zijn voor velen onbekend. Advies: geef hiervan een korte toelichting in het beleidsplan! Reactie: Er is een korte toelichting toegevoegd. 1.7 Het gebruik van KPI’s als sturingsinstrument voor zowel gemeente als ketenpartners vinden wij vanzelfsprekend en essentieel. Meten is weten; dit moet een integraal onderdeel zijn van het werkproces. Reactie: We hebben de opmerking voor kennisgeving aangenomen. 2

Zien we de aandachtspunten zoals genoemd in onze zienswijze op de evaluatie Beleidsplan Sociaal Domein 2020-2024 terug in het concept Beleidsplan Sociaal Domein 2026-2030? Algemeen kunnen we concluderen dat de onderwerpen eenzaamheid, toegankelijkheid en dementie zijn opgenomen in de basis van de zeven strategische doelstellingen. We zullen de uitwerkingen in latere beleidsstukken met veel belangstelling en kritisch blik blijven volgen. Reactie: We hebben de opmerking voor kennisgeving aangenomen

3

Sluit de concept verordening aan bij het concept Beleidsplan Sociaal Domein 2026-2030? De verordening sluit goed aan bij de koers die het beleidsplan uitzet. Zowel het beleidsplan als de verordening zijn duidelijk afgestemd op het idee van één sociaal domein: één toegang, één regisseur en ondersteuning over de grenzen van afzonderlijke wetten heen. Reactie: We hebben de opmerking voor kennisgeving aangenomen. De beantwoording van de vragen over de verordening zijn meegenomen in het inspraakverslag bij de verordening sociaal domein.

2.2 Adviesraad Sociale Zaken • Artikel 3.2 bladzijde 12 Tekst: We monitoren periodiek de ervaring van onze geïndiceerde dienstverlening. Ervaring vanuit de Adviesraad leert dat cliëntenonderzoeken weinig response opleveren door de doelgroepen. Dat de gemeente zich breder wil gaan inzetten op cliëntervaringsonderzoeken, daar kan de Adviesraad zich in vinden, maar de manier waarop dit wordt gecommuniceerd, het gebruikte taal niveau en de doel van zo’n onderzoek, daar moet beter over worden nagedacht. Reactie: We hebben met het onderzoeksbureau afgesproken dat de onderzoeken in B1 taal moeten zijn opgesteld. •

Artikel 4.1.1 bladzijde 15 Tekst: Het faciliteren van ontmoeting en samenzijn is een belangrijk aspect van de sociale basis. Ontmoetingsruimten kunnen we vormgeven in bestaande locaties, zoals dorpshuizen of MFC’s maar ook bijvoorbeeld culturele locaties. De Adviesraad onderschrijft het belang van ontmoetingsruimtes in alle woonkernen in de gemeente Sluis. Ruimtes die kunnen worden gebruikt voor veel maatschappelijke activiteiten voor haar bewoners, ontmoetingsruimtes voor

sociale contacten. De Adviesraad is van mening dat, wanneer een locatie beschikbaar wordt gesteld door de gemeente, dat deze locatie niet van tijdelijke aard mag zijn. Dorpshuizen, ontmoetingsruimtes, daarvoor stelt de gemeentes een beheerder aan, die met vrijwilligers zo’n ruimte kunnen bemensen als er activiteiten zijn. De Participatiewet in Balans geeft de mogelijkheid om langdurige werklozen, werklozen zonder uitzicht op een vaste dienstbetrekking, een invulling te geven aan hun dagbesteding, wanneer mogelijk moet er dan, door de gemeente, worden ingezet op vrijwilligerswerk in de ontmoetingsruimtes door deze doelgroep. Reactie: Bij het beschikbaar stellen en/of faciliteren van ontmoetingsplekken, streven we ernaar om aan te sluiten bij de noden en behoeften van de gebruikers(doelgroepen). Soms kan een tijdelijke voorziening daar in voorzien. We delen echter uw opvatting dat we, bij voorkeur, structurele oplossingen dienen aan te bieden. •

Artikel 4.1.1 bladzijde 17 Vrijwilligers en mantelzorg Vrijwilligers die werken voor de gemeente zouden een vergoeding, beloning moeten krijgen naar ratio van het werk dat zij verrichten. Eenduidigheid is in deze belangrijk. Tekst: Daarnaast hebben we als gemeente ook niet alle mantelzorgers in beeld. We blijven investeren in meer bekendheid van ons aanbod en de toegang tot hulp & ondersteuning. Dat de gemeente er alles aan doet om bekendheid te geven aan welke ondersteuning zij kan geven aan haar bewoners, betreurt de Adviesraad dat het de gemeente niet lukt om alle mantelzorgers in beeld te krijgen. Betere communicatie is in deze gewenst, eventueel via zorgaanbieders informatie verstrekken. Reactie: We streven naar het bereiken van zoveel mogelijk mantelzorgers in onze gemeente. De laatste jaren zien we hierin een toename. Daarbij constateren we dat het, door diverse redenen, niet haalbaar is om alle mantelzorgers in beeld te krijgen. Een van de redenen is dat niet alle inwoners in beeld willen zijn bij de gemeente. Wat betreft de vergoeding c.q. beloning en randvoorwaarden voor de gemeentelijke vrijwilligers werken we toe naar (meer) uniformiteit. Dit staat gepland voor 2026.

•

Artikel 4.4.1 bladzijde 24 Actuele ontwikkelingen voor de Participatiewet Tekst: Een aantal hardheden in de huidige wet worden weggenomen. We zetten inwoners centraal en we gaan uit van vertrouwen. Zodoende wordt beter aangesloten op wat inwoners (aan)kunnen en nodig hebben. Beleidsmatig wordt er ingezet op controle en vertrouwen. Dat er een controle moet plaats vinden is begrijpelijk, maar wanneer kan er vertrouwd worden? De Adviesraad is van mening dat inwoners, zonder uitzicht op een betaalde baan, of op medische en/of sociale gronden, niet met regelmaat moeten worden gecontroleerd, vertrouwen is dan op zijn plaats. Begeleiding naar een vrijwilligers functie moet, waar mogelijk, worden gestimuleerd. Ontziet deze groep inwoners ook van de steeds terugkerende formulieren, wat al bekend is bij de gemeente, moet niet opnieuw worden aangeleverd, kwestie van vertrouwen. Reactie: Naar aanleiding van de Participatiewet in Balans, herzien we zowel onze Verordening, beleidsregels als werkprocessen. Hierbij hebben we aandacht voor enerzijds de administratieve last voor de klant en anderzijds de noodzakelijke verantwoording in kader van rechtmatigheid, opvolging en controle.

•

Artikel 4.4.1 bladzijde 24 Actuele ontwikkelingen voor de Participatiewet Tekst: Uit onderzoek blijkt dat 2,5 miljoen Nederlanders tussen 16 en 75 jaar moeite hebben met taal, rekenen en/of digitale vaardigheden. Hiervan heeft twee derde de Nederlandse taal als thuistaal. Basisvaardigheden zijn cruciaal in kader van zelfstandigheid en het deelnemen aan de samenleving. Voor laaggeletterden geldt bijvoorbeeld dat zij minder inkomsten uit werk behalen en hogere zorgkosten betalen. In het beleidsplan worden de laaggeletterden wel vermeld, wat voor nadelen er kunnen kleven aan laaggeletterdheid, maar een handvat om hen te helpen ontbreekt in dit gedeelte van het beleidsplan. Reactie: In het beleidsplan hebben we als actiepunt opgenomen dat we in 2026 de basismeter implementeren in onze gespreksvoering met klanten van de Participatiewet. Op die manier kunnen we laagdrempelig en snel zicht krijgen op de eventuele scholingsbehoefte van de klant.

Daarnaast bieden we in samenwerking met diverse partners een formeel en informeel aanbod aan voor het bevorderen van basisvaardigheden. Nadere uitwerking van het thema laaggeletterdheid/basisvaardigheden loopt via afspraken met bijvoorbeeld de bibliotheek. Ook is er een Zeeuws- en regionaal educatieplan gericht op volwasseneducatie en basisvaardigheden. •

Artikel 4.4.3 bladzijde 25 We monitoren de door- en uitstroom naar school en werk. Tekst: Door het monitoren van de door- en uitstroom(cijfers) naar school en werk, van zowel inwoners met een uitkering als niet-uitkeringsgerechtigden, krijgen we inzicht in en kunnen we inspelen op veranderende behoeften van de doelgroep én ontwikkelingen in de samenleving. Niet alle Niet-uitkeringsgerechtigden (NUG-ers) zullen in beeld zijn bij de gemeente omdat de mogelijkheid bestaat dat zij, of voor hun, geen beroep is gedaan op de gemeente voor ondersteuning. De mogelijkheid bestaat dat dit vooral inwoners zijn met diverse soorten van beperkingen, zowel lichamelijk, geestelijk of met een grote taal achterstand. De Adviesraad adviseert hierbij om met de inwoners te gaan communiceren en hun te vragen of zij mensen kennen die onder deze doelgroep vallen. Het mag niet zo zijn dat een NUG-er overal buiten de boot valt, terwijl participatie de insteek zou moeten zijn. Reactie: Als gemeente willen we inwoners met kwetsbaarheden en/of mogelijke ondersteuningsbehoeften eerder in beeld krijgen, inclusief de niet-uitkeringsgerechtigden. Dit geven we vorm binnen het concept van de brede maatschappelijke dienstverlening.

•

Artikel 4.5.3 bladzijde 27 Uitvoering Hersteloperatie Kinderopvangtoeslag Tekst: De brede ondersteuning stopt wanneer de doelen zijn behaald of een inwoner niet gedupeerd lijkt. Of een inwoner niet gedupeerd lijkt, in de praktijk kan dit betekenen, een inwoner heeft ondersteuning gehad, waar men geen recht op had. Uitgaande dat alles, door de gemeente, was uitgezocht en men recht had op ondersteuning volgens de regels, geeft het vermelde stuk tekst, dat er altijd een mogelijkheid bestaat dat men niet gedupeerd was. Gaat de gemeente over op terugvordering van de ondersteuning als het gaat over financiële tegoeden. Reactie: De gemeente is enkel verantwoordelijk voor de brede ondersteuning aan gedupeerden van de kinderopvangtoeslagaffaire. Hiervoor gelden afzonderlijke (beleids)regels. De Uitvoeringsorganisatie Hersteloperatie Toeslagen (UHT) is verantwoordelijk voor de beoordeling, eventuele erkenning en de financiële compensatie van gedupeerden. Bovendien geldt dat niet iedereen die gedupeerd is, ook een gemeentelijk ondersteuningsaanbod wil.

•

Artikel 5.1 bladzijde 28 Communicatie Tekst: Daarnaast blijven we inzetten op het gebruik van begrijpelijke taal. Alle communicatie, van brieven tot gesprekken en van artikelen tot formulieren, moet helder, eenvoudig en voor iedereen te begrijpen zijn. Zo zorgen we ervoor dat inwoners weten waar ze aan toe zijn, wat ze kunnen verwachten en hoe ze gebruik kunnen maken van voorzieningen. Communiceren richting de inwoners van de gemeente Sluis moet altijd op een niveau zijn dat de meeste inwoners kunnen begrijpen. Eenvoudig van taalgebruik, waar mogelijke moeilijke woorden moeten worden gebruikt, zet tussen haakjes een verklaring. Vermijd lange teksten, vertel in zo weinig mogelijk woorden wat je wilt overbrengen. Ondersteund teksten met eenvoudige graphics. Sta open voor mensen die steun nodig hebben met teksten die toch nog te moeilijk blijken te zijn, leer van zulke vormen van ondersteuning. Aan communicatie wordt aandacht besteed op pagina 28 van het Beleidsplan Sociaal Domein 2026-2030 Gemeente Sluis, terwijl dit onderwerp eigenlijk thuis hoort op pagina 1. Reactie: We delen met u de belangrijkheid van een goede communicatie. Dit kwam ook als een belangrijke randvoorwaarde naar voren uit de evaluatie. Daarom is er ook een apart communicatiehoofdstuk opgenomen. De plaats van dit hoofdstuk in het beleidsplan lijkt ons minder relevant.

2.3 Enquêtes In de vragenlijst is gebruik gemaakt van een zevental hoofdvragen, met enkele deelvragen. Hieronder schetsen we globaal de ontvangen antwoorden op de vragenlijst en geven daarbij per punt onze reactie. Aan het begin van de vragenlijst is gevraagd naar leeftijd, gender en woonplaats. Er is een gemixte groep inwoners die de vragen hebben beantwoord. De vragenlijst is ingevuld door inwoners in de leeftijd tussen de 30 en 80 jaar. Vraag 1 Terugblik Evaluatierapport Sociaal Domein a. Herkent u de 5 verbeterthema’s uit het evaluatierapport? b. Prioriteer: geef aan welke punten u het meest belangrijk vindt, waarbij 1= Meest belangrijk en 5= Minst belangrijk c. Ontbreken er volgens u nog thema’s of verbeterpunten? Maximaal 2. Over het algemeen worden de verbeterthema’s uit het evaluatierapport herkend. Een enkele inwoner herkent deze allemaal niet. Als het gaat om prioritering wordt gesteld dat het inzetten op preventie door middel van laagdrempelige en/of voorliggende voorzieningen het belangrijkst wordt geacht. Op de tweede plaats komt het verbeteren van de communicatie. Wat over het algemeen nog gemist wordt of waar extra aandacht voor wordt gevraagd zijn laagdrempelige ontmoetingsplekken. Hierbij is het van belang dat de gemeente wel een partij is. Daarnaast is inclusie en toegankelijkheid op alle gebieden een ontbrekend thema of verbeterpunt.

Vraag 2 Uitgangspunt stimuleren eigen kracht, zodat inwoners zelf, eventueel met hulp van hun netwerk, problemen kunnen oplossen of hun situatie kunnen verbeteren. a. Als u een idee of initiatief heeft ter bevordering van uw leefomgeving (wijk, kern, gemeente), met wie zoekt u dan contact? b. Kunt u een goed voorbeeld noemen van eigen kracht of samenkracht uit uw leefomgeving? c. Welke kansen ziet u om de eigen kracht of sociale verbondenheid te versterken? Dit kan zowel in uw eigen woonplaats zijn, als binnen de Gemeente Sluis. Inwoners geven aan contact te zoeken met actieve inwoners, bijvoorbeeld via de dorpsraad of de adviesraden. Een enkele geeft aan niet bekend te zijn waar een dergelijke vraag gesteld kan worden. De gemeente wordt in een paar antwoorden genoemd als mogelijke partij waar contact mee wordt gezocht, maar dit niet altijd het effect geeft waar op wordt gehoopt. Goede voorbeelden die worden benoemd zijn de particuliere clubjes of activiteiten die worden georganiseerd. Vooral de kleine kernen worden hier meermaals benoemd. Ook de inzet van vrijwilligers en het vrijwilligerswerk is aangedragen. Inwoners zien kansen in het benutten van het huidige aanbod en deze te gebruiken om, waar nodig, extra in te zetten op sociale verbondenheid. Het aantrekkelijker en toegankelijker maken van dit aanbod wordt als een belangrijke randvoorwaarden gesteld.

Daarnaast wordt zowel aangegeven dat activiteiten voor jong en oud kan bijdragen. Lokale verbinding in de diverse kernen is een pré. Vraag 3 Om inwoners te bereiken en van dienst te zijn, werken veel gemeenten in de nabijheid van inwoners en/of zijn zichtbaar in de kernen. Wat zou een nabije en zichtbare werkwijze voor u(w kern) kunnen betekenen? Leg uit aan de hand van een voorbeeld. Inwoners vinden het vooral belangrijk dat er structureel en op een fysieke locatie iemand aanwezig is. Hier kunnen laagdrempelig vragen worden gesteld. Het voorbeeld wordt gegeven van een sociaal spreekuur, aansluitend op het spreekuur van een huisarts/praktijkondersteuner. Ook het bundelen/gelijktijdig aanbieden van diverse activiteiten in een centrale ontmoetingsplek kan bijdragen aan meer zichtbaarheid en nabijheid voor inwoners. Een fysieke locatie hoeft niet per se een aparte voorziening te zijn, maar er kan ook gebruik gemaakt worden van bestaande locaties zoals de bibliotheek. Het belangrijkste is dat inwoners meer te weten komen bij wie ze terecht kunnen met welke vragen.

Vraag 4 We zien een toename van complexe problemen en een stijging in de zorgkosten. Dit zijn alvast twee argumenten om een ombuiging te maken van zorg naar welzijn. Maak een top 3 van kansen waarop we ons moeten focussen om meer preventief te kunnen werken. Bijvoorbeeld: Verbeterkans om eenzaamheid te verminderen: organisatie van een koffiemiddag In de top drie van kansen werd genoemd; aandacht voor eenzaamheid door structureel aanbod vorm te geven en de mogelijkheden voor ontmoeting te realiseren. Daarnaast de jeugd een plek geven. Er worden kansen gezien door het organiseren en/of realiseren van gezamenlijke activiteiten voor jong en oud, waarbij gerichte programma’s worden ontwikkeld. Als derde punt werd het koppelen van bewegen aan activiteiten. Overkoepelend is de oproep om als gemeente laagdrempelig aanwezig te zijn om (hulp)vragen goed in beeld te krijgen. Vraag 5 preventieve maatregelen Kent u een goed voorbeeld van laagdrempelige, vrij-toegankelijke ondersteuning? Zo ja, hoe kunnen we dat voorbeeld nog breder toepassen of versterken? Het breder inzetten van jongerenwerk, de realisatie van de QR-fit route en beweeggroepen werden genoemd als goede voorbeelden van laagdrempelige en vrij-toegankelijke ondersteuning. Daarbij is het aanbod in openbaar vervoer/taxi als belangrijke randvoorwaarde benoemd. Vraag 6 passend (geïndiceerd) hulpaanbod a.

Als u (zelf) hulp of ondersteuning nodig heeft, met welke organisatie of professional neemt u meestal als eerste contact op? b. De gemeente Sluis werkt samen met hulp- en zorgaanbieders aan de uitvoering van de bovengenoemde wetten. Bent u zelf al in aanraking gekomen met één van deze werkzaamheden van de gemeente? En zo ja, welke? Inwoners geven aan vooral eerst contact te leggen met familie, vrienden of kennissen. Daarnaast wordt ook de huisarts genoemd. Een enkeling probeert het eerst via de gemeente. Inwoners die de enquête hebben ingevuld hebben, zijn over het algemeen niet eerder in aanraking gekomen met de gemeente. Mochten ze wel in contact zijn geweest met de gemeente, is dat via de Wmo. Vraag 7 Welk specifiek (hulp- of zorg)aanbod of welke specifieke taken missen we volgens u nog binnen de gemeente? Misschien kent u een goed voorbeeld uit een andere gemeente, van TV of uit de krant. Licht toe waarom dit aanbod een aanwinst zou zijn voor de gemeente Sluis en wat u daar mogelijk in zou willen betekenen. Naast algemene voorbeelden, werden ook enkele specifieke voorbeelden genoemd. Voornamelijk gericht op de sociale verbondenheid. Het onderzoeken van mogelijkheden met betrekking tot hofjeswonen en voorzorgcirkels werden als goede voorbeelden benoemd. Ook de impact van (inwoner)initiatieven en laagdrempelig aanbod.

Een concreet voorbeeld was het mogelijk maken van een informatieblad waarin een diverse aanbod aan informatie wordt gedeeld. Algemene reactie op de enquêtes: De resultaten van de enquête hebben we samengevoegd. Waar van toepassing hebben we de opgehaalde input verwerkt in het beleidsplan Sociaal Domein. Specifieke voorbeelden, genoemd bij de antwoorden, kunnen nader uitgewerkt worden in de uitvoeringsplannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=ecd1f4a4-a5cd-4fb3-906f-9d3b0ff86444