CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Zeeuwse_Natuurambitie_0.pdf

Commissie Ruimte/AB 11 januari 2022, gemeente SluisBij agendapunt: A-brieven (voor kennisgeving aannemen en in handen stellen van het college ter verdere afdoening)6.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Robuust, rijk en van iedereen

De Zeeuwse Natuurambitie is geschreven door: ZMf, Natuurmonumenten, Het Zeeuwse Landschap, Landschapsbeheer Zeeland, IVN Natuureducatie en Staatsbosbeheer

Inhoud Inleiding Economisch nut van biodiversiteit

3 4

1. Kerngebieden

5

Graslanden Duinen Bossen Waterrijke natuur

5 6 6 7

Ruimtelijke condities verbeteren

8

Milieucondities verbeteren

9

2. Landelijk gebied

11

Introductie

11

Natuurinclusieve landbouw

12

Agrarisch natuurbeheer

14

Openbare ruimte

15

3. Deltawateren

18

4. Bebouwde omgeving

19

Actief beschermen

20

Natuurinclusief bouwen

20

Biodivers beheren

21

Bewust beleven

21

5. Actieplan

23

2

Inleiding Stelt u zich eens voor: hoe ziet de natuur in Zeeland er over tien jaar uit? We zien rondzoemende grashommels en schorzijdebijen. Horen de nachtegaal zingen en ringmussen kwetteren. Tussen het groen ontdekken we boomkikkers, steenuilen, patrijzen en de nachtelijke toeren van laatvliegers. Bontbekplevieren en visdiefjes broeden in groten getale en tureluurs stappen rond in de weilanden. Zeegerst ritselt en bitterling en groot zeegras groeit en bloeit naar hartenlust. Dit toekomstbeeld is niet alleen heel mooi en belangrijk, het is ook heel haalbaar. Natuur en biodiversiteit hebben een grote waarde voor de mens en ook Zeeland kan niet zonder. Soortenrijkdom vergroot de belevingswaarde van de groene én blauwe leefomgeving. Natuur maakt de mens gezond en gelukkig en draagt bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat en een gezonde economie. Daarnaast levert de natuur belangrijke grondstoffen en bouwstenen – denk aan voedsel, zuurstof, luchtfiltering, een gezonde bodem en waterzuivering. De verschillende dier- en plantensoorten en hun leefgebieden horen bij elkaar en moeten in balans zijn. Een gezond milieu kan tegen een stootje want die kan vervuilende stoffen opvangen en afbreken. Biodiversiteit is daarmee een indicator voor een schoon milieu.

De grootste uitdaging voor de komende 10 jaar: biodiversiteitsverlies ombuigen naar biodiversiteitsherstel Een robuuste natuur en een rijk landschap liggen aan de basis van een natuurinclusieve toekomst, waar iedereen in Zeeland profijt van heeft – burgers, bedrijven en toeristen. Maar ondanks de inspanningen voor natuurbescherming in de afgelopen decennia is de biodiversiteit in Zeeland sterk achteruitgegaan. Veel soorten hebben het moeilijk. Het vernietigen van biodiversiteit tast de ecosysteemdiensten aan en vormt daarmee een bedreiging voor onze welvaart en ons welzijn1. Met andere woorden: het gaat steeds slechter met dieren en planten, waardoor wij steeds minder kunnen profiteren van wat de natuur ons biedt. Dat is zorgelijk en schadelijk. Daarom moeten we nú maatregelen nemen om ons natuurlijk kapitaal te versterken. Zes natuurorganisaties in Zeeland2 pleiten in deze gezamenlijke Natuurambitie voor 1

Natuurrapportage Zeeland 2019, Provincie Zeeland. Stichting Het Zeeuwse Landschap, IVN Natuureducatie, Stichting Landschapsbeheer Zeeland, Vereniging Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en ZMf. 2

3

herstel van ecosystemen en meer en meer diverse biodiversiteit. Effectieve bescherming van de Zeeuwse biodiversiteit – zowel op provinciaal als gemeentelijk niveau – is van wezenlijk belang voor álle sectoren in onze samenleving: visserij, transport, landbouw, industrie, wonen en recreatie. Wij zijn ervan overtuigd dat we, met de juiste ingrepen de komende tien jaar, samen kunnen zorgen voor een zalig Zeeland. Want Zeeland kan niet zonder gezonde natuur.

Economisch nut van biodiversiteit De EU heeft haar biodiversiteitsstrategie voor 2030 gepubliceerd. Het herstellen van de biodiversiteit levert alle landen en regio’s in Europa heel veel op. Een aantal voorbeelden uit de EU-strategie die aantonen hoe belangrijk biodiversiteit is1:  Als we de visstand op peil houden, kan de jaarlijkse winst van de sector visserijproducten met meer dan 49 miljard euro stijgen.  Als we wetlands in kustgebieden beschermen, kan dat de verzekeringssector jaarlijks ongeveer 50 miljard euro aan schade door overstromingen uitsparen.  Voor zes sectoren – chemie en grondstoffen; luchtvaart, reizen en toerisme; vastgoed; mijnbouw en metaalindustrie; logistiek en transport; en retail, consumentengoederen en lifestyle – is de toeleveringsketen voor meer dan 50% van de bruto toegevoegde waarde afhankelijk van de natuur.  De voordelen van het Europees Natura 2000-netwerk voor natuurbescherming worden op 200 à 300 miljard euro per jaar geschat.

Economisch nut van biodiversiteit De EU heeft haar biodiversiteitsstrategie voor 2030 gepubliceerd. Het herstellen van de alle we landen en regio’s in Europa heel veel op.er Een aantal voorbeelden Inbiodiversiteit hoofdstuk 1levert leggen uit welke soorten natuurgebieden zijn op het Zeeuwse uit de 1 EU-strategie die aantonen hoeinbelangrijk biodiversiteit is : vasteland. Hoofdstuk 2 gaat op verbetering van biodiversiteit in het landelijk gebied. In

hoofdstuk bespreken wepeil onze ambitie de Deltawateren. hoofdstuk 4 gaat het  Als we3de visstand op houden, kanvoor de jaarlijkse winst van deInsector visserijproducten over de omgeving en stijgen. in hoofdstuk 5 vatten we onze ideeën voor natuurbeleid metbebouwde meer dan 49 miljard euro samen in een actieplan voor Zeeland richting 2030.  Als we wetlands in kustgebieden beschermen, kan dat de verzekeringssector jaarlijks ongeveer 50 miljard euro aan schade door overstromingen uitsparen.  Voor zes sectoren – chemie en grondstoffen; luchtvaart, reizen en toerisme; vastgoed; mijnbouw en metaalindustrie; logistiek en transport; en retail, consumentengoederen en lifestyle – is de toeleveringsketen voor meer dan 50% van de bruto toegevoegde waarde

4

1. Kerngebieden Natuurgebieden vormen de kern voor de biodiversiteit in Zeeland. Een goede aaneenschakeling en diversiteit van natuurgebieden in combinatie met groene stads- en dorpsranden en verantwoord handelen van boeren, vissers en bedrijven zorgt voor herstel, ontwikkeling én instandhouding van de biodiversiteit. Voor de instandhouding van soorten moet het totaal aan natuurgebied in Zeeland voldoende rust en ruimte kunnen bieden. Zeeland is daarnaast internationaal belangrijk vanwege een aantal dier- en plantdiersoorten die zich specifiek thuis voelen in en nabij de intergetijdengebieden die Zeeland rijk is. Deze internationale gebieden zijn aangewezen als Natura 2000-gebied en verdienen speciale aandacht. Veel van de habitats en vogelsoorten hebben nu een matige, ongunstige of zelfs zeer ongunstige staat van instandhouding. Samen met de belangrijke nationale en regionale natuurgebieden vormt het geheel aan Zeeuwse natuurgebieden het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ, vroeger Ecologische Hoofdstructuur). Veel algemene planten- en diersoorten in het Natuurnetwerk Zeeland doen het goed, maar een aantal typisch Zeeuwse soorten neemt al jaren af; juist die soorten waarvoor Zeeland een hoge internationale verantwoordelijkheid draagt, staan onder druk.

Alle natuurgebieden ‘op de eilanden’ in Zeeland zijn grofweg in te delen in vier natuurtypen: graslanden, duinen, bossen en watergebieden. Elk natuurtype heeft zijn eigen aandachtspunten en beleidsmogelijkheden.

Graslanden De kwaliteit van onder meer de typisch Zeeuwse bloemdijken, vochtige hooilanden en typisch Zeeuwse graslanden laat te wensen over. Verbetering is nodig, vooral van de milieucondities: de stikstofdepositie moet drastisch omlaag, het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de naastgelegen landbouw moet omlaag én het waterbeheer moet beter om verdroging te voorkomen. Daarnaast zijn de startcondities voor nieuwe natuur vaak zeer slecht. Natuurontwikkeling vindt veelal plaats op voormalige landbouwgronden, die jarenlang zijn bemest, ontwaterd en bewerkt. Om als kwalitatief goede natuur te kunnen functioneren, moet er in die voormalige landbouwgebieden eerst flink worden geïnvesteerd. De dier- en plantsoorten in 5

de typisch Zeeuwse graslanden kunnen alleen onbedreigd voortbestaan als het totale oppervlak aan die graslanden wordt uitgebreid en de kwaliteit van de graslanden wordt verbeterd.

Duinen Gezonde duingebieden veranderen voortdurend van uiterlijk onder invloed van wind en getijden. Een gebrek aan dynamiek maakt het onmogelijk om van de duingebieden robuuste ecosystemen te maken. Dynamiek in de duinen realiseren is een zeer omvangrijk en vaak moeizaam proces vanwege de primaire functie die de duinen vervullen voor de waterveiligheid. Toch zien wij in Zeeland nog kansen om die dynamiek verder te verhogen. De geleidelijke overgang van zee, strand, duin naar binnenduinrand en uiteindelijk het achterliggende landelijke gebied is landschappelijk en ecologisch van groot belang. Robuustheid van de diverse ecosystemen en samenhang ertussen is cruciaal voor het beschermen en ontwikkelen van alle bijbehorende natuurwaarden. Een actueel milieueffect als verdroging heeft negatieve effecten op duinvalleien en duinbossen, die vochtig horen te zijn, en stikstofdepositie remt door het dichtgroeien van het duin de dynamiek sterk af.

Bossen

Veel bossen in Zeeland zijn klein. Voor een goed natuurnetwerk is het nodig om de ruimtelijke condities van diverse bossen te verbeteren: om robuuster te worden zouden ze een oppervlakte van minimaal 100 hectare moeten hebben. Dat kan lang niet overal in Zeeland. Grotere boscomplexen passen in de Zeeuwse natuur als ‘mantelingbos’ (direct achter de duinen) of op de overgang naar de zandgronden in ZeeuwsVlaanderen. De versnippering van bos is in Zeeland ook tegen te gaan door (cultuurhistorische) landschapselementen opnieuw te omarmen. Zie hiervoor hoofdstuk 2 over het landelijk gebied. 6

Op dit moment werken diverse partijen3 aan een gezamenlijke bosvisie. De Zeeuwse natuurorganisaties zullen daar actief aan meewerken en nieuwe bossen en landschapselementen blijven planten de komende tien jaar. Naast de uitbreiding van het areaal bos en aantal bomen in Zeeland is ook de kwaliteit van de huidige bossen een aandachtspunt. Veel bossen in Zeeland staan onder druk door de aanwezigheid van exoten (bijvoorbeeld de vogelkers), vergrassing, beperkte soortenrijkdom en leeftijdsopbouw en hoge stikstofdepositie. Het beheer zal aangepast moeten worden om deze bedreigingen tegen te gaan en de kwaliteit van bestaande bossen te verhogen.

Waterrijke natuur De rijkdom van een delta kenmerkt zich door de vele verbindingen van wateren. Juist op de lange overgangen van deze verbindingen bevinden zich de bijzondere natuurwaarden. Kreken liggen veelal versnipperd in ons landschap. Die ruimtelijke conditie is erg lastig als we een robuust en veerkrachtig ecosysteem willen creëren. Er is meer netwerk nodig tussen de waterrijke natuurgebieden. Diverse kreken kunnen nog toegevoegd worden aan het natuurnetwerk en de oevers moeten worden heringericht tot natuurvriendelijke en volwaardige verbindingszones. Daarnaast kunnen de gronden rondom de kreken een bufferfunctie voor natuur vervullen. Daarbij is dubbel functiegebruik met landbouw, maar ook opvang van zoet water mogelijk. De ontwikkeling van waterrijke natuur hangt nauw samen met de klimaatopgave. Een aandachtspunt bij alle waterrijke gebieden is de waterkwaliteit. In het water is vaak een overschot aan voedingsstoffen door uitspoeling van onder meer meststoffen vanaf landbouwgronden. Aanwezigheid van dit water in natuurgebieden zorgt voor zeer eenzijdige en verstoorde ecosystemen. De kenmerken en problemen bij de vier soorten kerngebieden leiden tot de volgende aanbevelingen voor het beleid tot 2030:

3

Provincie Zeeland, alle Zeeuwse gemeenten, Vereniging Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Stichting Het Zeeuwse Landschap, Rijkswaterstaat, Waterschap, ZLTO, Landschapsbeheer Zeeland, North Sea Port, Zeeuws Particulier Grondbezit, Bosgroep Zuid-Nederland.

7

Ruimtelijke condities verbeteren 

Het afronden van het Natuurnetwerk Zeeland in 2027 is een must. Zet daarbij vooral in op waterrijke natuur, typisch Zeeuwse graslanden en houtachtige landschapselementen. Bij die natuurtypen is een robuuster netwerk noodzakelijk voor meer veerkrachtige ecosystemen.

Het afronden van het huidige Natuurnetwerk Zeeland is niet voldoende. Er is meer nodig om de natuur in Zeeland robuust te maken. Onderzocht moet worden hoeveel hectares en welke verbindingen er nodig zijn. De eerdere Ecologische Hoofdstructuur voorzag in meer oppervlakte voor typisch Zeeuwse landschappen als inlaagzones, karrevelden en hogere gronden. Deze plannen zouden in het onderzoek moeten worden getoetst.

Betrek particulieren, bedrijven en boeren bij het creëren van ‘groene linten’ als erfbeplanting of een singel om een boomgaard. Groene linten zorgen voor verbindingen tussen kleinere natuurgebieden en landschapselementen en maken het natuurnetwerk robuuster.

Natuur beleven is een groot goed, maar staat soms haaks op de bescherming van de biodiversiteit in de natuurgebieden. Het risico is groot dat de toegankelijkheid van natuurgebieden en de recreatiedruk leiden tot te veel verstoring en vervuiling. Een robuuste en veerkrachtige natuur kan meer hebben. Het halen van de Zeeuwse natuurambities zou dus automatisch mogen leiden tot een vermindering van dit risico. Maar soms zal het nodig zijn om de toegankelijkheid van natuurgebieden te reguleren. De groei van verblijfsrecreatie direct naast of soms zelfs in Natura 2000-gebieden is de laatste jaren door de Zeeuwse Kustvisie al flink tot staan gebracht langs de Noordzeekust. Maar alle Zeeuwse natuurgebieden hebben dringend behoefte aan een gezamenlijke visie of convenant; overal is recreatiedruk een toenemend risico voor de ecosystemen.

Het afronden van het Natuurnetwerk in 2027 met nog circa 880 hectare natuur én onderzoek naar de noodzaak van extra natuurgebieden in Zeeland moeten leiden tot een robuuste natuurruimte voor dier- en plantensoorten.

8

Milieucondities verbeteren Het verbeteren van milieucondities is zeer urgent. Beheer en extra middelen voor natuurherstel kunnen zaken maar beperkt veranderen als de milieucondities zo slecht blijven voor veel dier- en plantsoorten. 

Een van de grootste problemen in de natuur is de neerslag van grote hoeveelheden stikstof. Deze depositie moet zo snel mogelijk worden teruggedrongen. Wij juichen daarom de ambitie van de Rijksoverheid toe: in 2030 moet 50% van de stikstofgevoelige hectares onder de kritische depositie terechtkomen en in 2050 moet dit 100% zijn. Dat is nodig om in 2030 voor 70% van de habitats in Natura 2000-gebieden in Zeeland een gunstige staat van instandhouding te bereiken.

Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen moet flink worden teruggedrongen bij landbouw en fruitteelt grenzend aan natuurgebieden (zie ook de Farm to Forkstrategie van de Europese Commissie en bufferzones rondom natuur in hoofdstuk 2).

Hydrologische condities moeten worden verbeterd en beschermd. Veel natuurwaarden zijn gebaat bij meer natuurlijke, meestal hogere (grond)waterstanden, met name in het voorjaar. In Zeeland gaat het onder meer om kreken, amfibieënpoelen, broedgebieden van weidevogels, zilte graslanden en natte duinvalleien. Als gevolg van klimaatverandering en (deels illegale) onttrekking van water voor onder meer irrigatie en drinkwaterproductie, is verdroging een toenemend probleem. Het traditionele waterbeheer dat gericht is op het snel afvoeren van regenwater en het laag houden van de slootpeilen ten gunste van de landbouw, verergert de kwetsbaarheid van de natuur én van de landbouw. Wij pleiten voor het vasthouden van regenwater, hogere polderpeilen (met name rondom natuurgebieden), bescherming van grondwatervoorraden en streng toezicht op (grond)wateronttrekkingen.

9

Een goede waterkwaliteit of herstel van de waterkwaliteit is een belangrijke randvoorwaarde voor het herstel van natuur. Daarbij gaat het over onder meer vermindering van nutriënten, verbetering van de chemische waarden en verbetering van de mogelijkheden voor vismigratie.

Door het verminderen van stikstofdepositie, het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen grenzend aan natuur en het tegengaan van verdroging, kan 70% van de habitats in 2030 weer gezond en robuust zijn. Het verbeteren van de milieucondities van de natuurgebieden raakt voor een groot deel aan de natuurinclusieve ambities voor het landelijke gebied, die in hoofdstuk 2 aan bod komen. Veel kwetsbare dier- en plantensoorten ondervinden hinder van slechte milieucondities in het aangrenzende landelijke gebied – bijvoorbeeld als er naast een bloemrijk grasland een intensief beheerd stuk landbouwgrond ligt. Door bufferzones aan te leggen langs de grenzen van zo’n natuurgebied, kan de biodiversiteit in dat gebied sneller herstellen. In de bufferzones zijn de milieucondities beter dan op de aangrenzende landbouwgrond en de grond zal hier extensiever worden beheerd. De aanleg van een bufferzone leidt tot een vermindering van de impact van gewasbeschermingsmiddelen, vernatting van natuurgebieden en de vermindering van stikstofdepositie.

10

2. Landelijk gebied Introductie De Zeeuwse natuurorganisaties schreven samen met andere partners het Deltaplan Biodiversiteitsherstel voor Nederland. Die basis staat aan de wieg van deze natuurambitie voor het Zeeuwse landelijke gebied en van ons droombeeld van Zeeland: Herstel van de biodiversiteit staat niet op zichzelf en is verbonden met veel andere uitdagingen in het landelijke gebied: het bieden van toekomstperspectief aan boeren, klimaatadaptatie, de zoetwateropgave, de energietransitie en het creëren van een aantrekkelijk landelijk gebied om te wonen, werken en recreëren. Boeren(organisaties), ketenpartijen, onderzoekers, de politiek, financiers en natuur- en milieuorganisaties moeten de handen ineenslaan om verlies van biodiversiteit om te zetten naar herstel. Dit is onder meer van belang voor de voedselproductie. De diversiteit van en samenhang tussen soorten in het landelijk gebied ondersteunen de voedselproductie op zeer diverse manieren, waaronder: bodemvruchtbaarheid, plaagbestrijding, bestuiving, waterkwaliteit en koolstofvastlegging.

In 2030 is de groene ruimte in Zeeland rijk aan biodiversiteit. We vinden er o.a. volop bodemleven, planten, insecten en boerenlandvogels. Het sprankelt er van de soorten. Mensen leven, werken en recreëren er graag. Landschappen zijn herkenbaar

aan

hun

inrichting

en

begroeiing,

mensen

identificeren zich ermee en zijn er trots op. Diversiteit zorgt ervoor dat het systeem beter om kan gaan met onvoorspelbaarheden. Hoe groter de afwisseling, hoe rijker en gezonder het gebied is. Voor beleidsontwikkeling om de biodiversiteit in het landelijk gebied te vergroten, zijn er drie onderwerpen van belang: natuurinclusieve landbouw, agrarisch natuurbeheer en de openbare ruimte.

11

Natuurinclusieve landbouw De huidige voedselproductie is het resultaat van decennialang beleid in de 20ste eeuw, dat was gericht op hoge productie, schaalvergroting, intensief grondgebruik en goedkoop voedsel. Logisch op dat moment, maar met flinke gevolgen voor een aantal belangrijke maatschappelijke waarden op dit moment, waaronder bestaanszekerheid voor boeren, landschapskwaliteit, gezonde lucht en biodiversiteit. Intensief landgebruik en het monotone agrarische landschap zijn redenen voor de achteruitgang van soorten, zowel onder als boven de grond. Vooral monocultuur is schadelijk voor de natuur. Steeds meer soorten verdwijnen, de bodemkwaliteit keldert achteruit, de veerkracht is weg en daarmee is het systeem uit balans. Dat is een gevaar voor de agrobiodiversiteit, en daarmee voor onze voedselproductie. We staan voor een nieuwe uitdaging: voedsel produceren met herstel van de biodiversiteit. Het streven is om de voedselproductie binnen de marges van de ecologische draagkracht van de omgeving te brengen. Zo kunnen ecosystemen zich herstellen: landbouwgronden krijgen weer een gezonde bodem, rijk aan organische stof en vol bodemleven. Ook zullen er weer volop insecten, bloeiende kruiden en boerenlandvogels leven. De nieuwe vorm van landbouw bedrijven is natuurinclusief.

Voor de Zeeuwse natuurorganisaties staat dat voor een landbouwsysteem dat ecologische functies en biodiversiteit op en om het bedrijf omarmt, dat natuurlijke hulpbronnen optimaal beheert en integreert in de bedrijfsvoering en daarnaast financieel rendabel is. Natuurinclusieve landbouw is een vorm van kringlooplandbouw (of: volhoudbare landbouw) die verder gaat in de aansluiting bij natuurlijke processen en een grotere bijdrage levert aan een natuurlijk boerenlandschap. Wij gaan graag aan de slag met boeren om hun bedrijf natuurinclusief te maken. Wij werken daarbij samen en ondersteunen daar waar maar mogelijk is. Voor het herstel van de biodiversiteit is een snelle realisatie van de onderstaande twee punten van groot belang: 

In 2030 werkt 50% van de agrarische bedrijven met het principe van kringlooplandbouw of volhoudbare landbouw. Dit moet een stap bevatten richting grondgebondenheid, waarbij de eigen grond van het bedrijf grotendeels toereikend is voor de bedrijfsvoering, waaronder het produceren van veevoer en het uitrijden van mest. Voor een volhoudbaar bedrijf is dus een structurele aanpassing van de bedrijfsvoering nodig. Zo moeten water-, bodem-, gewas- en diercycli worden verbeterd en moeten dieren ruimte krijgen voor hun natuurlijk

12

gedrag. Het bedrijf maakt beter gebruik van de functionele agrobiodiversiteit: de natuurlijke soortenrijkdom van het landbouwgebied onderdrukt ziekten en plagen en ondersteunt de teelt. 

In 2030 heeft 10% van de agrariërs een natuurinclusief bedrijf. Het bedrijf is vergaand grondgebonden, waarbij kringlopen geoptimaliseerd zijn en natuur en landschap integraal onderdeel zijn van de bedrijfsvoering. Het bedrijf werkt in en met de natuurlijke omgeving. Aanleg en onderhoud van landschapselementen en maatregelen voor specifieke soorten zijn integraal onderdeel van het bedrijf. Er zijn bijvoorbeeld kruidenrijk grasland, robuuste koeienrassen en/of plas-draszones. Deelname in een gebiedscollectief met ambitieuze gebiedsbeheerplannen voor groenblauwe dooradering en soortenbeheer versterken de resultaten.

Farm to Fork De Zeeuwse natuurorganisaties omarmen de Farm to Fork-strategie van de Europese Commissie. Deze strategie geeft invulling aan een aantal zeer wezenlijke voorwaarden voor herstel van de biodiversiteit. Het belang van deze voorwaarden is in dit visiedocument besproken in hoofdstuk 1 (‘Milieucondities verbeteren’). 

Het gebruik van pesticiden in de landbouw vervuilt bodem, water en lucht. De Commissie onderneemt actie om tegen 2030 het gebruik en risico van chemische pesticiden met 50% en van gevaarlijkere pesticiden met 50% te verminderen.

Het nutriëntenoverschot in het milieu is een belangrijke bron van lucht-, bodemen watervervuiling, met een negatieve invloed op de biodiversiteit en het klimaat. De Commissie onderneemt actie die moet leiden tot ten minste 50% minder nutriëntenverliezen met behoud van de vruchtbaarheid van de bodem en ten minste 20% minder gebruik van meststoffen tegen 2030.

Door antimicrobiële resistentie als gevolg van overmatig antibioticagebruik bij mens en dier sterven elk jaar zo’n 33.000 mensen in de EU. De Commissie wil de verkoop van antibiotica voor landbouwdieren en in de aquacultuur tegen 2030 met 50% verminderen.

Biologische landbouw is een milieuvriendelijke manier van werken die verder ontwikkeld moet worden. De Commissie stimuleert de ontwikkeling van de biologische landbouw in de EU met als doel biologische landbouw op 25% van alle landbouwgrond tegen 2030.

13

Bufferzones rondom natuur Natuurinclusieve landbouw is allereerst van groot belang grenzend aan of nabij natuurgebieden. Eerder schreven we al dat de huidige milieucondities en ruimtelijke condities ervoor zorgen dat de kwaliteit van veel natuur niet op orde is. Daardoor kan de biodiversiteit zich niet herstellen. In ‘bufferzones’ rondom natuurgebieden moet zo spoedig mogelijk gewerkt worden aan natuurinclusieve landbouw. Deze gebieden kunnen functioneren als pilotgebieden waar terreinbeherende natuurorganisaties en boeren de handen ineenslaan om versneld tot oplossingen te komen. Projecten kunnen, ook al lukken ze niet altijd, tot innovatieve oplossingen leiden die elders toepasbaar zijn. Een maatschappelijke bijdrage voor deze pilots is absolute noodzaak. Het risico van deze innovatieve stappen bij boerenondernemers mag niet op hen worden afgewenteld.

Agrarisch natuurbeheer Waar natuurinclusieve landbouw vooral inzet op een wijziging in de manier van werken om de balans in het ecosysteem te herstellen, is agrarisch natuurbeheer specifiek bedoeld om soorten te beschermen tegen uitsterven (in bepaalde regio’s). Hier ligt een grote maatschappelijke waarde aan ten grondslag: het realiseren van (internationale) natuurdoelen. In Zeeland gaat het om 55 doelsoorten: vooral boerenlandvogels en kustbroedvogels, maar ook enkele soorten zoogdieren, amfibieën, vissen en planten. Wij vinden het van groot belang dat agrarisch natuurbeheer subsidie blijft krijgen van de provincie Zeeland. De stand van veel van deze soorten is (ondanks de inspanning van velen) nog steeds zorgwekkend. Het areaal gesubsidieerd agrarisch natuurbeheer nam de afgelopen jaren toe, maar de oppervlakte landbouwgrond met agrarisch natuurbeheer is nog steeds slechts 0,9% van het totale landbouwareaal in Zeeland. In de komende periode is er een noodzaak dit areaal verder uit te breiden. Niet anders dan landelijke evaluaties aangeven, blijkt ook in Zeeland het rendement van het reguliere agrarisch natuurbeheer laag. Jarenlange inzet voor agrarisch natuurbeheer heeft niet kunnen voorkomen dat de biodiversiteit van het agrarisch gebied steeds verder achteruit is gegaan.

Mede vanwege de beperkte financiële middelen, is het realiseren van een hoger rendement van groot belang. Meer sturing op kwaliteit door onafhankelijke toetsing, het geven van advies en goede ondersteuning bij het beheer zijn daarbij essentiële onderdelen. Maatregelen voor agrarisch natuurbeheer zouden vooral betaald moeten worden uit de gelden van het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), zodat ze niet zo zwaar wegen op het nationale budget voor natuurbeheer. Natuurorganisaties zetten zich onverminderd in om tot meer areaal voor agrarisch natuurbeheer te komen. We bedenken daarvoor allerlei inventieve oplossingen,

14

bijvoorbeeld de verpachting van gronden waar boeren op een groter oppervlakte extra maatregelen nemen voor dier- en/of plantensoorten in ruil voor pachtverlaging. Wij vragen partijen als overheden en financiers om ook hun inzet verder te vergroten. Ons idee is dat agrarisch natuurbeheer vooral daar wordt toegepast waar dit het meest kansrijk is voor een goed natuurrendement. Want er is een beperkte hoeveelheid financiën beschikbaar. En toch geven we ook graag blijk van waardering als mensen echt vanuit het hart buiten de agrarische leefgebieden willen helpen bij de bescherming van soorten. Het zou mooi zijn als een financiële tegemoetkoming mogelijk zou zijn buiten de kerngebieden voor kleine parels in het landschap. Focus aanbrengen werkt alleen als de genomen maatregelen een duurzaam karakter hebben. Het is van groot belang dat agrarisch natuurbeheer voor een lange termijn wordt uitgevoerd en daarvoor is een constante stroom middelen essentieel.

Openbare ruimte Berm- en dijkbeheer In de openbare ruimte moeten biodiversiteit en landschappelijke identiteit, naast veiligheid en aantrekkelijkheid, kerndoelen zijn van het beheer door (semi-)overheden. Bermen en dijken worden over het algemeen niet ecologisch beheerd (uitgezonderd een aantal bijzondere situaties). Het wordt tijd dat politiek bestuurlijk Zeeland zich tot doel stelt om alle bermen en dijken ecologisch te gaan beheren. Dat betekent bij dijken dat (pacht)contracten stringente maatregelen moeten gaan bevatten om de biodiversiteit te bevorderen. Kruidenrijke vegetaties doen niet onder voor grasvegetaties qua waterveiligheid (er is zelfs wetenschappelijk onderzoek waaruit blijkt dat kruidenrijke dijken juist steviger zijn4). Het is belangrijk om te stoppen met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en mest op dijken en dijken niet meer als intensief grasland te beheren. Deze langgerekte elementen in ons landschap kunnen een goede bron vormen voor biodiversiteit. Daarnaast moet de uitvoering van het maaibeleid worden verbeterd. Nogal eens staat het beleid wel goed op papier, maar ontbreken kennis en duidelijke afspraken ter plaatse bij de uitvoering.

Landschapselementen

4

Bloemrijke sterke dijken, Stowa.

15

Opgaande beplanting in het landelijke gebied kan bijdragen aan de vorming van robuuste boscomplexen voor dier- en plantensoorten. Door de inundatie van Walcheren, de watersnoodramp van 1953 en de schaalvergroting van de herverkaveling in de vorige eeuw, zijn veel bomen, bosjes en opgaande beplanting uit het landschap verdwenen. Erven en clusters van kleine landschapselementen zijn groene eilanden in het open polderlandschap van Zeeland. Samen met lijnvormige landschapselementen als sloten, houtwallen en Zeeuwse hagen vormen ze belangrijke stapstenen en verbindingen en zorgen ze voor een onmisbaar netwerk van kleinere gebieden in het landschap waar dieren plantsoorten kunnen verblijven of waarlangs ze zich kunnen verplaatsen: tussen stapstenen of grotere natuureenheden. Daarnaast kent Zeeland een aantal cultuurhistorische landschapselementen als de Staats-Spaanse Linies in ZeeuwsVlaanderen en de moerneringsgronden in de Bevelanden. Veel, vooral nieuwe erven en bedrijven(terreinen), kennen geen landschappelijke inpassing. Ook zij kunnen, voorzien van een (robuuste) aankleding met landschapselementen, onderdeel uitmaken van het landschappelijke netwerk en van betekenis zijn voor soorten en voor de beleving door omwonenden of recreanten.

Wij pleiten voor het instellen van een ‘rood voor groen’-landschapsfonds waarin iedere ontwikkeling een bijdrage levert aan de vergroening van Zeeland. Het geld kan besteed worden op de locatie waar de ontwikkeling plaatsvindt, maar ook daarbuiten. Daarmee kunnen we extra landschapselementen realiseren die buiten de ontwikkelingsplannen vallen, waaronder bomenrijen, Zeeuwse hagen, poelen, laagtes en kleinere waterpartijen en dorpsbossen. Voorwaarde is wel dat landschapselementen goed worden aangelegd en langdurig in stand worden gehouden, zodanig dat ze een effectieve bijdrage leveren aan de kwaliteit van het landschap en de biodiversiteit. Vanzelfsprekend horen daarbij de keuze voor inheemse en liefst autochtone beplanting en duurzaam beheer. Dit fonds is er voor investeringen in en beheer van het landschap buiten het Zeeuws Natuurnetwerk en in aanvulling op huidige regelingen voor bijvoorbeeld agrarisch natuurbeheer. Bij al deze mogelijkheden is maatwerk belangrijk, met oog voor de aanwezige biodiversiteit in de gebieden waar we nieuwe structuren willen aanbrengen. De nieuwe landschapsstructuur moet passend zijn in het cultuurhistorische en natuurhistorische landschap van Zeeland. Invasieve exoten Er is een aantal soorten dat in toenemende mate om aandacht vraagt: invasieve exoten.

Deels vanwege de overlast die ze bezorgen voor de mens, soms ook voor de natuur en biodiversiteit zelf. Iedereen kent de Japanse duizendknoop wel of de reuzenberenklauw.

16

Maar ook de minder bekende soorten als de vogelkers leveren ecologische problemen op. Het is van belang om deze invasieve soorten op korte termijn in het hele landelijke gebied aan te pakken en dat de leidraad hiervoor gecommuniceerd wordt met bewoners en derden. Vanwege klimaatverandering is onze verwachting dat het probleem van invasieve soorten alleen maar zal toenemen. Kennisontwikkeling over exoten en het klimaat is bij alle exoten van belang om te kunnen inschatten welke soorten zich invasief zullen gedragen.

17

3. Deltawateren Voor het functioneren van een gezonde, natuurlijke en rijke delta is voorwaarde nummer één dat de getijdendynamiek intact blijft. Immers, als het getij vermindert, bijvoorbeeld door (gedeeltelijke) afsluiting van zeearmen, gaat de motor haperen en komen de voor de delta fundamentele processen in het gedrang. Zo zal sediment niet meer worden verspreid en vindt geen opbouw meer plaats van de schorren, platen en slikken. Tegelijkertijd vindt er wel afbraak plaats, omdat golven de platen blijven aanvallen, waardoor het areaal intergetijdengebied afneemt en geulen worden opgevuld met zand en slib. De ontwikkeling en het behoud van een gezonde, rijke delta begint daarom bij het terugbrengen van een voldoende krachtig getij; om te zorgen dat de opbouwende krachten groter zijn dan de afbrekende krachten. In Zeeland is, op de Westerschelde na, in geen van de zeearmen nog sprake van voldoende getijdenbeweging voor opbouw van platen en slikken. Voor herstel van de natuurlijke processen en zand- en slibdynamiek zijn de volgende veranderingen nodig: 1. Een zo groot mogelijke opening van de deltawateren aan de zeezijde; 2. Opheffen van de compartimentering binnen de delta; 3. Aanvullend zand en slib suppleren om de opgebouwde tekorten te compenseren en natuurwaarden te behouden.

Daarnaast pleiten wij voor de teruglegging van dijken en de aanleg van dubbele dijksystemen en voorlanden in de vorm van schorren en slikken. Deze ingrepen bieden – mits zorgvuldig uitgevoerd – niet alleen een goede uitgangssituatie voor het noodzakelijke natuurherstel maar verhogen ook de waterveiligheid van de Zeeuwse eilanden. Juist ook bij een stijgende zeespiegel. Wanneer herstel van de zand- en slibdynamiek in bepaalde delen van de Zuidwestelijke delta niet of slechts beperkt mogelijk is, zien wij een minder ambitieuze weg om ook hier tot een zekere mate van natuurherstel te komen: het vergroten van de waterdynamiek middels doorlaatmiddelen in dijken en dammen. Hiermee kan de uitwisseling van water tussen de bekkens worden vergroot en ontstaat een beperkte getijslag. Langs die weg

18

worden dan tenminste de voedingstoffen over de delta verspreid en worden problemen met overschotten en tekorten aan voedingstoffen uitgemiddeld, zoals ook in een gewone delta gebeurt, en kan ecologische connectiviteit voor bijvoorbeeld trekvissen hersteld worden.

Getijde brengt dynamiek. Dynamiek is essentieel voor een gezonde en rijke delta. Fundamenteel voor de komende jaren is het herstel van de condities waardoor voedselrijke platen, schorren en slikken ontstaan. Tenslotte is van groot belang dat de randen van de deltawateren worden beschermd. Recreatieve druk heeft aan de kust al geleid tot een kralenketting van vakantieparken en huisjesterreinen. De kustzone en de randen van de deltawateren zijn, mits in goede conditie, onderdeel van een gezond en robuust systeem. In de Zeeuwse Kustvisie staan drie opgaven centraal voor de Noordzeekust: het behouden en versterken van de dijken en stranden, de natuur- en landschapswaarden en de toekomst van de recreatiesector. Wat ons betreft moet deze lijn doorgetrokken worden langs de randen van de deltawateren.

4. Bebouwde omgeving Nogal eens wordt biodiversiteit in de bebouwde omgeving gezien als een bedreiging voor de voortgang van plannen voor woningbouw, infrastructuur of bedrijfslocaties. Ten onrechte: groen in de bebouwde omgeving beperkt de gevolgen van klimaatverandering én draagt bij aan het welbevinden van inwoners en werknemers. Klimaatadaptatie door groen betekent minder wateroverlast, minder hittestress en een betere bodem met minder kans op droogteschade. Voor bewoners betekent het een gezondere en aantrekkelijke woonomgeving met meer sociale cohesie. Daarom is het belangrijk dat gemeentes een beleid voeren gericht op biodiversiteitsherstel en de actieve bescherming van bedreigde soorten. Bijvoorbeeld door stadsof dorpsnatuurgebiedjes aan te wijzen of eigen 19

beleid te ontwikkelen voor typisch stadse dier- en plantsoorten. Een beleid waarin het ontwikkelen, behouden en versterken van groen-blauwe netwerken in steden en dorpen centraal staat, geeft een veerkrachtige basis voor de biodiversiteit. Groen-blauwe netwerken zorgen voor verbinding van natuur in en rond een dorp of stad met de grotere natuurgebieden in de provincie. Deze verbinding is onderdeel van een gezonde leefomgeving en een vitale natuur. Goede verbindingen zijn te realiseren of verbeteren door ze te koppelen aan opgaven in en rond dorp en stad (ontsluiting, woningbouw, klimaatmaatregelen). Om de biodiversiteit in de bebouwde omgeving te verbeteren, is er beleid nodig op basis van deze vier uitgangspunten: actief beschermen, natuurinclusief bouwen, biodivers beheren en bewust beleven.

Actief beschermen Natuurwaarden moeten worden beschermd en bewaakt. Hiervoor is de Wet natuurbescherming van belang. Maar in plaats van alleen een toetsing als er ergens moet worden ingegrepen, kan er ook gewerkt worden met soortmanagementplannen. Daarmee wordt er gebiedsgericht gekeken naar (kwetsbare) soorten en kan worden bezien welke maatregelen te nemen zijn om soorten vooruit te helpen. Het is van belang om inzicht te krijgen in de huidige staat van soorten in steden en dorpen, waar de kwetsbaarheden liggen en wat we daaraan kunnen doen. Soortmanagementplannen vormen tevens een basis voor de wettelijke ontheffingsregeling. Met inwoners en werknemers kan een dynamische biodiversiteitsatlas worden gemaakt voor hun stad, dorp, wijk of bedrijventerrein. Het geeft ieder inzicht in de aanwezige soorten, en minstens zo belangrijk: het betrekt mensen bij de natuurwaarden in hun leefomgeving.

Natuurinclusief bouwen In de bebouwde omgeving is het nodig om natuurinclusief te bouwen om de biodiversiteit te vergroten. Niet alleen via natuurontwikkeling, maar vooral ook door natuurversterking te laten meeliften bij de bouw en ontwikkeling van woningen, infrastructuur en bedrijfsterreinen. Natuurversterking lift ook makkelijk mee met andere thema’s als klimaatadaptie, leefbaarheid, gezondheid en spelen. Bijvoorbeeld: leg bij de bouw van een bedrijventerrein tegelijkertijd een groen park aan dat aansluit op een groen-blauw netwerk om soorten uit de omgeving te ondersteunen. Natuurinclusief bouwen hoort in

20

2030 de norm te zijn bij woningcorporaties, aannemers, gemeenten, projectonwikkelaars en andere partijen in de bouw. Natuurinclusief moet doorsijpelen in elk aspect van het bouwen aan onze steden en dorpen – van eerste schets tot bestek en bouw. Daarnaast kunnen gemeenten de natuur versterken door actief biodiversiteitsprojecten te initiëren in samenspraak met bewoners of bedrijven. Zo kunnen bewoners, natuurverenigingen, dorps- of wijkraden, ondernemingsraden of andere belanghebbenden samenwerken aan het inrichten van biotopen. Zo’n biotoop kan een schoolplein, akker of een bosje zijn, maar ook tijdelijke natuur op een braakliggend terrein. Maar het kan ook gaan om soortgerichte maatregelen als nestkasten en bijenplekken.

Biodivers beheren In de ontwikkeling van stadsnatuurbeleid dient het beheer van de aanwezige natuur veel aandacht te krijgen. Veel biodiversiteit gaat verloren of komt niet tot ontwikkeling door incompetent beheer. Een omschakeling naar ecologisch groenbeheer is urgent en haalbaar. Natuur, milieu, klimaat en beleving kunnen hier prima samengaan. Biodiversiteit is onder andere te bevorderen door een insectenvriendelijk en bloemenrijk beheer van bermen en het toepassen van inheemse bomen en struiken. Het kan gaan om het minder intensief beheren, het behouden van ondergroei, het minder vaak maaien of het inzetten op andere beheersvormen. Net als archeologische en erfgoedwaarden, moeten ook natuurwaarden beter geborgd kunnen worden in allerlei ontwikkelingen en activiteiten, zowel in het beleid als in de uitvoering. Daarvoor is het nodig dat er op diverse niveaus bij overheden ecologen in dienst zijn. In veel steden en dorpen zijn er lokale groepen met deskundigheid op dit gebied waarmee de gemeente tot samenwerking kan komen. Een gezamenlijke verkenning tussen overheden, lokale natuurorganisaties en inwoners hoe de biodiversiteit door een aangepast beheer kan worden bevorderd is een must.

Bewust beleven Bewust beleven betekent dat natuur en de biodiversiteit zichtbaar en beleefbaar zijn en daarmee een bron van inspiratie en enthousiasme vormen voor bewoners, werknemers en recreanten. Daarvoor is het nodig dat overheden burgers beter informeren over wat die biodiversiteit is, wat er te zien is en waar we samen aan werken. Het vraagt ook om het beleefbaar maken, bijvoorbeeld via wandel- en fietsverbindingen tussen binnenstad, woonwijken en buitengebied. Natuureducatie kan daarbij een sterke rol spelen. Oog hebben voor biodiversiteit begint letterlijk met het kunnen zien en horen van de soorten. In kleine dorps- of stadsnatuurgebiedjes met observatiepunten kunnen mensen

21

interessante ecologische kenmerken beleven. Daarnaast leveren bewoners en werknemers vaak graag (tijdelijk) vrijwillige input aan beheerwerkzaamheden. Dit versterkt elkaar: het creëren van een emotionele band met een gebied door de beleefbaarheid zorgt ook voor het zich willen inzetten voor het gebied. Die inzet zorgt weer voor een extra band met de biodiversiteit in het gebied. Het faciliteren van die vrijwilligers is van groot belang, bijvoorbeeld door goede informatievoorziening en het aanbieden van materieel. Geregistreerde vrijwilligersgroepen kunnen via een gereedschapsuitleensysteem gereedschappen bij Stichting Landschapsbeheer Zeeland lenen. Gemeenten zouden een basisbudget moeten hebben om dit soort initiatieven te kunnen ondersteunen. Tenslotte misschien wel het allerbelangrijkst voor de toekomst van de biodiversiteit: kinderen van nu zijn de beslissers van later! Elk kind moet kunnen opgroeien in een gezonde, groene, natuurinclusieve omgeving. Opgroeien in het groen is niet alleen heel erg leuk, maar ook goed voor kinderen5: bij kinderen die opgroeien vlakbij groene gebieden ligt het percentage overgewicht ongeveer 18% lager. Nederlandse kinderen die opgroeien in een woonomgeving zonder natuur spelen minder buiten, ook als je de data corrigeert voor sociale en economische verschillen. Spelen in het groen maakt kinderen creatiever, slimmer, zelfverzekerder en fitter.

Kinderen van nu zijn de beslissers van later! Elk kind moet kunnen opgroeien in een gezonde, groene, natuurinclusieve omgeving. Investeren in natuur en milieu op school is van groot belang, zowel bij de educatie als bij het buitenspelen. Scholen kunnen zelf aan de slag via de natuur- en milieueducatiecentra. Voor groene schoolpleinen steken de natuurorganisaties graag de handen uit de mouwen.

5

Potenties van groen!, Alterra

22

5. Actieplan Wat moet er op provinciaal en gemeentelijk niveau gebeuren voor een robuuste, rijke Zeeuwse natuur in 2030? In de kerngebieden: 

Zet stevig in op het herstel en de verbetering van de staat van instandhouding van habitats en soorten in N2000 en Natuurnetwerk. o Rond het Natuurnetwerk Zeeland in 2027 af; o Onderzoek de effectiviteit en robuustheid van het natuurnetwerk als ecologisch netwerk in het landschap; o Pak de Zeeuwse Bosvisie op. Zorg voor een uitbreiding van het areaal bos en voeg landschapselementen toe; o Zorg voor voldoende financiële middelen voor de natuurontwikkeling op voormalige landbouwgronden; o Verlaag de stikstofdepositie; o Dring het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen terug in gebieden grenzend aan natuur; o Verbeter watercondities voor natuurgebieden als kreken, poelen en natte duinvalleien, onder meer door het vasthouden van regenwater, hogere polderpeilen en bescherming van grondwatervoorraden; o Verbeter de waterkwaliteit door z.s.m. de doelen van de Europese Kaderrichtlijn te halen; o Bufferzones rondom natuurgebieden zijn nodig om milieucondities in natuurgebieden te verbeteren; o Natuurbeleving en bewustwording zijn belangrijk voor draagvlak, maar laat beleving geen synoniem zijn voor toegankelijkheid: creëer ruimte en begrip voor zonering voor alle buitenactiviteiten in de zones rondom de echte natuurkernen en in het landelijk gebied.

In het landelijk gebied:   

Beperk het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en stimuleer natuurinclusieve landbouw; Omarm de Farm to Fork-strategie van de Europese Commissie, samen met de visie van het ministerie van LNV ‘Op weg met nieuw perspectief’ voor landbouw; Zet in op pilots voor natuurinclusieve landbouw in bufferzones rond natuurgebieden;

23

   

 

Versterk agrarisch natuurbeheer met meer financiële middelen, meer sturing op kwaliteit, het geven van advies in combinatie met goede ondersteuning bij het beheer; Versterk biodiversiteit op particuliere erven en bedrijventerreinen; Verbeter berm- en dijkbeheer met kruidenrijke dijken en verbied het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en bemesting op dijken en in bermen; Verbeter watercondities voor natuurgebieden als kreken, poelen en natte duinvalleien, onder meer door het vasthouden van regenwater, hogere polderpeilen, bescherming van grondwatervoorraden en strenger toezicht op (grond)wateronttrekkingen; Investeer in landschapselementen door de oprichting van een Landschapsfonds; Pak invasieve exoten gezamenlijk aan.

In het deltagebied: 

  

Breng en behoud getijdendynamiek in de delta door openingen van de deltawateren aan de zeezijde groot te houden, compartimentering op te heffen en aanvullend zand en slib te suppleren om de opgebouwde platen en slikken; Bescherm de randen van de deltawateren tegen bebouwing door een visie op te stellen per deltawater, conform de Zeeuwse Kustvisie; Geef uitvoering aan de ‘Programmatische Aanpak Grote Wateren’; Ga voor natuurherstel in combinatie met waterveiligheid in de deltawateren.

In de bebouwde omgeving:     

Stimuleer initiatieven van inwoners voor biodiversiteitsprojecten; Zorg dat stadsnatuur ecologisch wordt beheerd; Werk met soortmanagementplannen om per gebied (kwetsbare) soorten te beschermen; Laat natuurontwikkeling meeliften met bouwprojecten door natuurinclusief te bouwen; Investeer in natuur & milieu educatie op scholen, natuur- en milieu-educatiecentra en bezoekerscentra in de natuur.

Van achtertuin tot schoolplein en van bos tot deltawater: de Zeeuwse natuur is in de hele provincie te beleven. Het is een bron van ontspanning, inspiratie en activiteit voor de Zeeuw en een magneet voor toeristen uit binnen- en buitenland. De Zeeuwse natuur voelt goed: de vrijheid, de zeelucht, de dynamiek en de ruimte. En al dat Zeeuwse groen is gezond! Het is goed voor de ontwikkeling van kinderen, verhoogt geluk en vermindert stress. Steeds meer onderzoeken onderstrepen die

24

positieve effecten. Contact tussen mens en natuur moet vanzelfsprekend zijn, zodat we een band opbouwen met de natuur. Thuis, in de buurt, op school, bij het werk en in de natuurgebieden. Helaas is de afstand tussen mens en natuur nog nooit zo groot geweest als nu. En helaas is de biodiversiteit er nog nooit zo slecht aan toe geweest als nu. Maar het is niet te laat om maatregelen te nemen. Deze natuurambitie schetst de oplossing voor de Zeeuwse natuur, voor nieuwe betrokkenheid bij Zeeuws groen. Een natuurinclusieve samenleving zorgt voor het verschil: herstel van de biodiversiteit in 2030!

25 Okt. 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=51157e14-39fd-441d-93bb-b6e5f9d4a156