02- (Oranjedijk 1A, Waterlandkerkje) Ontwerpbestemmingsplan Bijlage 3
Tekst van het document
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
1
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
Opdrachtgever:
Jutsoom Oranjedijk 1a 4508 KC Waterlandkerkje
Datum: 29 januari 2023 (een quickscan is in principe 3 jaar actueel tenzij het plangebied, of de directe omgeving landschappelijk sterk is veranderd) Uitgevoerd en opgesteld door: Adviesbureau Wieland Liniestraat 13 4561 ZS Hulst 0612352169
© Niets uit deze rapportage mag gekopieerd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur.
2
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
INHOUD 1
Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel onderzoek ................................................................................ 4 1.2 Kader ..................................................................................................................... 4 1.3 Afbakening plangebied en werkwijze ..................................................................... 8 1.4 Opzet beoordeling..................................................................................................
9 2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten.............................................10 3 Soortenbescherming.....................................................................................................12 3.1 Zoogdieren............................................................................................................12 3.2 Vogels ...................................................................................................................13 3.2.1 Broedvogels ......................................................................................................13 3.2.2 Watervogels ......................................................................................................14 3.3 Reptielen en Amfibieën .........................................................................................14 3.4 Vissen ...................................................................................................................15 3.5 Ongewervelden .....................................................................................................15 3.6 Vaatplanten...........................................................................................................15 4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn) en Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland
(NNZ)..............................................................................................17 5 Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering ...........................................................18
Bijlage 1 Bijlage 2
Kaart Natuurbeheerplan, Natura 2000 Informatie Wet natuurbescherming Zeeland
3
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel onderzoek
Gepland is om op de locatie Oranjedijk 1a in Waterlandkerkje een bestaande schuur te verbouwen. Een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming is noodzakelijk om te bepalen of hierbij beschermde natuurwaarden een nadelig effect ondervinden. Deze rapportage bevat de resultaten van een voorstudie van beschikbare kennis op het gebied van beschermde natuurwaarden. Op basis van de gevonden resultaten kan op voorhand bepaald worden of significante effecten op de huidige (beschermde) natuurwaarden al dan niet uit te sluiten zijn en wat eventueel nog nader onderzocht dient te worden. In deze beoordeling worden dan ook de volgende vragen, voor zover mogelijk, beantwoord: • • • • •
1.2
Tot welke (mogelijke) effecten leidt het verbouwen van de schuur op beschermde natuurwaarden? Wat is de reikwijdte van de mogelijke effecten? Hoe beïnvloeden de effecten de jaarrond beschermde soorten en de kwalificerende natuurwaarden, gelet op de instandhoudingsdoelen? Zijn mogelijke negatieve effecten significant? Al of niet in combinatie met andere projecten in de omgeving? Op welke wijze kunnen negatieve effecten voorkomen of gemitigeerd worden?
Kader
Soortbescherming De soortbescherming is per 01/01/2017 ook opgenomen in de Wet natuurbescherming. Deze wet omvat ook de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten buiten de aangewezen Natura 2000-gebieden. Deze bescherming geldt overal in Nederland, ook in de beschermde gebieden. De soortbescherming kent geen externe werking. Projecten worden getoetst aan de directe invloed op beschermde waarden binnen de grenzen van het projectgebied. Conform deze wet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Vanuit deze kennis dienen plannen en projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Onder de werking van de soortbescherming vallen circa 930 dier- en plantensoorten. Alle inheemse zoogdieren, vogels, amfibieën, en reptielen zijn beschermd. Tevens hebben een aantal planten, vissen, insecten en ongewervelden een beschermde status. Voor de in het wild voorkomende planten en dieren geldt bovendien de algemene zorgplicht (art. 1.11). Volgens de Wet natuurbescherming mogen beschermde dier- en plantensoorten niet worden, gevangen, opzettelijk worden verontrust of gedood. Voortplanting- of vaste rust of verblijfplaatsen mogen niet opzettelijk worden beschadigd of vernield.
Habitatrichtlijnsoorten mogen tevens niet opzettelijk worden verstoord. Beschermde planten mogen niet opzettelijk van hun groeiplaats worden verwijderd of vernield. De verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb) staan vernoemd in onderstaand kader.
4
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wnb)
Bron: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van Economische Zaken
De werkingssfeer van de Wet natuurbescherming is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft de beschermde soorten overal in Nederland bescherming. In o.a. artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbeschermingswet worden de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden weergegeven. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de ontheffing- of vrijstelling (zoals werken met een goedgekeurde gedragscode) hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het plangebied. Beschermde soorten – met (Provinciale) vrijstelling: Voor deze soorten geldt een vrijstelling van een of meerdere verbodsbepalingen (zoals bijvoorbeeld het vangen van dieren en/of het vernielen van vaste verblijfsplaatsen. Voor deze soorten is derhalve in veel gevallen geen ontheffing nodig. Wel geldt ten aanzien van deze soorten de zorgplicht, die eveneens van de Wet natuurbescherming uitgaat. Soorten die vallen onder de vrijstelling betreft over het algemeen (en dus per Provincie verschillend) onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals algemene muizen- en spitsmuizen, de woelrat, de egel, ree en vos, algemene amfibiesoorten, waaronder de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.
Overige ‘nationaal beschermde’ soorten: Voor deze soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer een mogelijkheid voor ontheffing, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de
5
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
gunstige staat van instandhouding van de soort’. Voor deze soorten is derhalve een ontheffing nodig of kan gewerkt worden met een goedgekeurde gedragscode. Soorten die vallen onder dit nationale beschermingsregime vallen betreft onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals das, boommarter, algemene amfibieën en reptielen alpenwatersalamander, hazelworm, flora als schubvaren en bokkenorchis en vissoorten waaronder de grote modderkruiper. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Habitatrichtlijnsoorten: Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Tot dit beschermingsregime horen o.a. alle vleermuissoorten, de bever, otter, noordse woelmuis, verschillende amfibiesoorten waaronder rugstreeppad en kamsalamander. Vogelrichtlijnsoorten: Alle vogels zijn in Nederland gelijk beschermd.
Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling ook geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Zorgplicht Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten, dus ook voor onbeschermde en beschermde soorten die zijn vrijgesteld geldt wel de ook ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Deze zorgplicht houdt in dat initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan beschermde gebieden en in het wild voorkomend plant en diersoorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden voor de verschillende soortgroepen zijn niet allen gelijk.
Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en diersoorten als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een locatie in die periode bouwrijp wordt gemaakt, kan daarna gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar probleemloos worden gewerkt. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, zodat er geen vogels gaan broeden en het tegen de winter ook ongeschikt is voor kleine zoogdieren of amfibieën die in winterslaap gaan. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen genomen te worden om
6
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen of terreindelen af te zetten en het werk ter plaatse stil te leggen). Ecologische begeleiding kan hierin voorzien. Gebiedenbescherming Natura 2000 De Europese Vogelrichtlijn (1979) regelt de bescherming van leefgebieden van Europees bedreigde en kwetsbare vogelsoorten. Met de Europese Habitatrichtlijn (1992) worden Europese (half-) natuurlijke habitats en bedreigde en kwetsbare dier- (andere dan vogels) en plantensoorten beschermd. De Natura 2000-gebieden zijn de gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszones (SBZ’s) in het kader van de EU Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Deze gebieden samen vormen het omvangrijke Europese netwerk Natura 2000. Het hoofddoel van Natura 2000 is het stoppen van de achteruitgang en de waarborging van de biodiversiteit in Europa. De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Wet natuurbescherming (Wnb) overgenomen. Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn belangrijke bepalingen overgenomen. Eén van die bepalingen is het afwegingskader, incl. compenserende maatregelen, zoals dat in artikel 6 van de Habitatrichtlijn staat. Het afwegingskader geeft aan op welke wijze besluitvorming plaats moet vinden voor plannen en projecten met mogelijke gevolgen voor beschermde natuurgebieden.
Binnen Nederland zijn er, in de periode 1986-2005, 79 belangrijke vogelgebieden als speciale beschermingszone (SBZ) van de Vogelrichtlijn aangewezen. In het kader van de Habitatrichtlijn zijn in 2003 141 gebieden aangemeld bij de Europese Commissie. Ongeveer 87% van het oppervlak van deze Habitatrichtlijngebieden heeft overlap met de gebieden die als Vogelrichtlijngebied zijn aangewezen. In Aanwijzingsbesluiten wordt door de minister van EZ de bescherming van de Natura 2000-gebieden juridisch vastgelegd. Centraal in de Aanwijzingsbesluiten staan de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van leefgebieden, natuurlijke Habitats en populaties van in het wild levende plant- en diersoorten, waarvoor het betreffende gebied is aangewezen. Het toetsingskader van de Wet natuurbescherming kent de volgende procedurevarianten: 1. Er is zeker geen kans op effecten: geen vergunningplicht; 2. Er een kans op effecten, maar zeker niet significant: vergunningaanvraag via een verstoringstoets/ verslechteringstoets; 3. Er is een kans op significante effecten: vergunningaanvraag via Passende Beoordeling (alternatieventoets + dwingende redenen van groot openbaar belang). Het referentiekader voor de toetsing wordt gevormd door de instandhoudingsdoelen voor de habitats en soorten waarvoor het Natura 2000gebied is aangewezen.
Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Zeeland, vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Zeeuwse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende
7
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
agrarisch gebied. Het maakt onderdeel uit van het Nederlandse netwerk. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het Natuurnetwerk Nederland moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen.
1.3
Afbakening plangebied en werkwijze
Het plangebied is weergegeven in figuur 1. Het plangebied is het gebied waar de werkzaamheden zullen plaatsvinden (rood aangegeven).
8
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
Figuur 1. Plangebied (te verbouwen locatie).
Het plangebied is bezocht op 14 januari 2023. Daarnaast zijn lokale verspreidingsatlassen geraadpleegd, zijn gegevens opgevraagd en zijn openbare websites geraadpleegd.
1.4
Opzet beoordeling
De opzet van deze beoordeling is als volgt. In hoofdstuk 2 is een korte beschrijving gegeven van het studiegebied, het plangebied en de voorgenomen activiteit. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de te verwachten en de aangetroffen natuurwaarden in het gebied. Deze gegevens zijn vervolgens geïnterpreteerd en beoordeeld in relatie tot de voorgenomen activiteit.
9
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten In dit hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de huidige situatie. Het plangebied waar deze quickscan op van toepassing is, is gelegen tussen Waterlandkerkje en Oostburg. Het betreft een zorgboerderij met erf met woning en schuren. Hieraan grenzend liggen landbouwpercelen. Het erf en de bebouwing worden dagelijks betreden. Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied.
10
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
Foto 1. Buitenzijde van het gebouw.
Foto 2. Binnenzijde van het gebouw.
11
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
3
Soortenbescherming
Hieronder worden soorten vernoemd die in de omgeving van het plangebied voorkomen. Vervolgens wordt uitgewerkt of deze soorten ook in het plangebied voorkomen en of er eventueel nadelige effecten te verwachten zijn.
3.1
Zoogdieren
Overige soorten: egel, bosmuis, huisspitsmuis, rosse woelmuis, ree, vos. Beschermde soorten: Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, haas, konijn, wezel, hermelijn, bunzing. Voorkomen / functie van het plangebied: Bron: Bekker 2009, Zoogdieren in Zeeland, NDFF 19 januari 2023. Voor zoogdieren is de te verbouwen schuur niet geschikt. De schuur wordt dagelijks intensief gebruikt en er zijn geen geschikte potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen. Uit te voeren maatregelen: Verbouwen van bestaande landbouwschuur. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Mitigerende maatregelen / Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Het gebouw is niet geschikt voor grondgebonden zoogdieren en voor vleermuizen. Er zijn geen effecten te verwachten.
12
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
3.2
Vogels
3.2.1 Broedvogels De volgende broedvogels zijn in de omgeving van het plangebied vastgesteld: Houtduif, Holenduif, Merel, Zanglijster, Koolmees, Pimpelmees, Kauw, Ekster, Zwarte kraai, Spreeuw, Turkse Tortel, Torenvalk, Spreeuw, Boerenzwaluw, Zwarte roodstaart, Groenling, Putter, Kneu, Grasmus, Winterkoning, Heggenmus, Kleine karekiet, Gele kwikstaart, Graspieper, Witte kwikstaart, Fazant, Steenuil, Kerkuil, Huismus. Cursief zijn soorten die zijn opgenomen in categorie 5. Vet gedrukt soorten zijn soorten waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is. Voorkomen / functie van het plangebied: Bron: veldinspectie, vogelatlas van Nederland, NDFF versie 19 januari 2023. De bebouwing is geschikt voor de huismus. Deze kan broeden onder de dakpannen. Aan de dakpannen worden geen werkzaamheden uitgevoerd. De bebouwing is niet geschikt voor andere soorten waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is. Er zijn geen broedmogelijkheden voor deze soorten. Er zijn wel mogelijkheden van andere meer algemene soorten broedvogels. Broedende vogels zijn beschermd en mogen niet verstoord worden. Uit te voeren maatregelen: Verbouwen van bestaande landbouwschuur. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Broedvogels kunnen verstoord worden. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Werkzaamheden uitvoeren buiten de broedperiode.
Conclusie: De bebouwing is geschikt als broedplaats voor algemene broedvogels als boerenzwaluw, holenduif, winterkoning en kauw. Het dak is geschikt voor de huismus. Hier vinden geen werkzaamheden plaats. De eventuele broedplaats blijft behouden. Voor andere soorten waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is, is de bebouwing niet geschikt. De werkzaamheden uit te voeren (op te starten) buiten de broedperiode kan voorkomen worden dat broedende vogels verstoord worden. .
13
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
3.2.2 Watervogels Er komen geen watervogels voor in het plangebied. Trekvogels en watervogels Voorkomen / functie van het plangebied: (Ministerie van Verkeer en Waterstaat e.a., Deltavogelatlas, atlas van vogelconcentraties en vliegbewegingen in het Deltagebied, digitale versie19 januari 2023.; SOVON Vogelonderzoek Nederland & Ganzenwerkgroep Zeeland.2019; Omdat het een erf betreft met bebouwing en opgaande bomen en er geen water aanwezig is, is het ongeschikt voor watervogels. Geschikte gebieden voor watervogels liggen op meer dan 200 meter. Uit te voeren maatregelen: Verbouwen van bestaande landbouwschuur. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet te verwachten Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen nadelig effect te verwachten. Het plangebied is ongeschikt voor watervogels. De afstand tot belangrijke watervogel gebieden is voldoende groot.
3.3
Reptielen en Amfibieën
Amfibieën die kunnen voorkomen in de ruimere omgeving van het plangebied zijn: Algemene beschermde soorten: Bruine kikker, Groene kikker, Kleine watersalamander, Gewone pad. Voorkomen en functie van het plangebied: Bron: website www.ravon.nl, NDFF datum 19 januari 2023. De genoemde soorten komen voor in de omgeving van het plangebied. Het plangebied heeft geen waarde voor de beschermde soorten omdat er geen voortplantingswateren aanwezig zijn. Het habitat is niet geschikt voor reptielen. Uit te voeren maatregelen: Verbouwen van bestaande landbouwschuur. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Het betreffende plangebied is niet geschikt als leefgebied. Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Niet in het geding. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen nadelige effecten te verwachten. Het biotoop is ongeschikt voor amfibieën en reptielen.
14
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
3.4
Vissen
Voorkomen en functie van het plangebied: Bron: website Ravon versie 19 januari 2023 Er komen geen vissen voor. Er is geen water. Uit te voeren maatregelen: Verbouwen van bestaande landbouwschuur. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Geen negatieve effecten te verwachten. Er is geen water.
3.5
Ongewervelden
Voorkomen en functie van het plangebied: Vlinder- en Libellenwerkgroep 2003; Geene et. al. 2007; Wagenaar 2007, NDFF 19 januari 2023. In het plangebied komen geen dagvlinders, nachtvlinders, libellen, sprinkhanen en overige ongewervelden voor die beschermd worden door de Wet natuurbescherming. Het plangebied is ongeschikt omdat het bestaat uit verhard gebied. Ook zijn ook geen populaties van beschermde soorten gelegen binnen 1 kilometer afstand. Uit te voeren maatregelen: Verbouwen van bestaande landbouwschuur. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Er komen geen beschermde soorten voor. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: het biotoop is ongeschikt voor beschermde ongewervelden. Geen negatieve effecten te verwachten. Er komen geen beschermde soorten voor.
3.6
Vaatplanten
In het plangebied komen geen beschermde soorten voor. Voorkomen en functie van het plangebied: Flora Zeelandica en veldbezoek. NDFF versie 19 januari 2023. In het plangebied komen geen beschermde soorten voor. Tijdens het veldbezoek zijn deze niet vastgesteld. Beschermde vaatplanten komen vooral voor in kalkrijke (vochtige) biotopen, voedselarme akkers en schraallanden. Deze zijn in het plangebied niet aanwezig. Op de muren van het te slopen gebouw zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde muurplanten aangetroffen. Uit te voeren maatregelen
15
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
Verbouwen van bestaande landbouwschuur. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Niet van toepassing. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Niet van toepassing. Conclusie: Er komen geen beschermde soorten voor in het plangebied. Geen negatieve effecten te verwachten.
16
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn) en Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Natura 2000/Natuurbeschermingswet Het plangebied is geen Beschermd Natuurmonument of Natura 2000 gebied, zie bijlage 1. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Groote Gat. Dit is gelegen op meer dan 2,5 kilometer afstand. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 gebieden is groot genoeg om geen negatieve effecten van trilling, geluid of optische verstoring te veroorzaken. Er wordt ook geen grondwater onttrokken dus er zijn geen verdrogingseffecten. De instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden worden niet aangetast.
Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Het plangebied is niet begrensd in het kader van de Natuurnetwerk Zeeland (NNZ, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), zie bijlage 1. Gebieden die begrensd zijn in het kader van het NNZ liggen op meer dan 2,5 kilometer afstand. Dit betreft de Passageule en het Groote Gat. De werkzaamheden zijn kleinschalig van aard en op ruime afstand gelegen van een NNZ gebied. Er zijn geen nadelige effecten te verwachten.
Er wordt geen beplanting gekapt. Het onderdeel houtopstanden in de Wet natuurbescherming is niet van toepassing. Conclusie: Er is geen negatief effect te verwachten op een Natura 2000 gebied. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten op gebieden die zijn aangewezen in het kader van het NNZ. De gebieden zijn op voldoende afstand gelegen en de maatregelen zijn kleinschalig van aard.
17
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
5
Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering
Op de locatie Oranjedijk 1a in Waterlandkerkje wordt een bestaande landbouwschuur verbouwd. De schuur is in gebruik voor opslag van materialen en het huisvesten van dieren. De schuur wordt dagelijks intensief gebruikt. Voor de verbouwing dient rekening gehouden te worden met beschermde soorten De schuur is niet geschikt voor grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. De bebouwing is geschikt als broedplaats voor algemene broedvogels als boerenzwaluw, holenduif, winterkoning en kauw. Het dak is geschikt voor de huismus. Hier vinden geen werkzaamheden plaats. Voor andere soorten waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is, is de bebouwing niet geschikt. Door dee werkzaamheden uit te voeren (op te starten) buiten de broedperiode kan voorkomen worden dat broedende vogels verstoord worden. Voor andere soorten is de bebouwing niet geschikt.
Er is geen negatief effect te verwachten op een Natura 2000 gebied. Er is ook geen negatief effect te verwachten op de natuurkwaliteiten van terreinen die zijn aangemerkt in het kader van het natuurnetwerk Zeeland. Het plangebied is op voldoende afstand gelegen van deze gebieden en de werkzaamheden zijn kleinschalig van aard.
18
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
Bijlage 1 Natuurnetwerk Zeeland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur), rood is plangebied.
19
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
Natura 2000 (rood is plangebied).
20
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
Bijlage 2 Informatie Wet natuurbescherming Zeeland
21
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
22
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
23
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
24
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
25
Quickscan natuurwetgeving project verbouwen schuur Oranjedijk 1a Waterlandkerkje
26