02 (Boulevard de Wielingen 15) - Ontwerpbestemmingsplan.pdf
Tekst van het document
overstroming vanuit oppervlaktewater in
Boulevard de Wielingen 15 Cadzand-Bad
30
maatgevende situaties te voorkomen.
huidige
na
Rekening houden met de gevolgen van
situatie
realisa tie
klimaatverandering en de kans op extreme
dakopper
weersituaties.
vlak
250
472
1
111
144
2
0
0
3
0
0
4
dichte bodemver harding doorlaten de bodemver harding wateropp ervlak
Voor
255x0,075=19,12
gecompenseerd
te
m3 dient
worden.
waterberging
Compenserende
maatregelen op het terrein zijn niet mogelijk. In overleg met gemeente en Waterschap is besloten deze 19,12 m3 te compenseren door een bedrag over te maken in de ‘Voorziening waterberging gemeente Sluis’. Dit bedrag wordt vastgelegd in de bijbehorende anterieure overeenkomst.
Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van
In de huidige situatie wordt gebruikt gemaakt van een gemengd stelsel. In de nieuwe situatie wordt het buiten het gebouw hemelwater en vuilwater gescheiden aangelegd en aangeboden.
hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.
Thema en water(beheer)doelstelling Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.
Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.
Uitwerking De locatie is niet gelegen in een bufferzone rondom een natuurgebied. Er wordt geen grondwater onttrokken en er is geen sprake van grondwateroverlast. Het plangebied wordt gekenmerkt door geringe infiltratiemogelijkheden.
Tijdens de bouw worden geen uitlogende materialen gebruikt. De kwaliteit van het grondwater zal hierdoor niet afnemen.
Boulevard de Wielingen 15 Cadzand-Bad
31
Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden,
Tijdens de bouw worden geen uitlogende materialen gebruikt. De kwaliteit van het oppervlaktewater zal hierdoor niet afnemen.
scheiden, zuiveren.
Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde
Er wordt geen extra voorziening of ‘open water’
ziekten en plagen. Voorkomen van
gerealiseerd waardoor geen extra risico’s kunnen
verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de
ontstaan.
daarvoor benodigde ruimte.
Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra)
Het plangebied is aangeduid als matig
maaiveldsdalingen in zettinggevoelige
zettingsgevoelig gebied.
gebieden kunnen veroorzaken.
Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke
In de directe omgeving is geen bestemming met
gevarieerde en natuurlijk karakteristieke
de functie natte natuur.
aquatische natuur.
Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije
Er zijn geen waterlopen in de omgeving aanwezig.
onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.
Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering)
De locatie is niet gelegen in de directe omgeving van objecten van de waterbeheerder.
van de waterbeheerder niet belemmeren. Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing) 1. in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? 2 na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? 3 na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? 4 na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? 5 na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).
1. Nee, bouwmaterialen worden aangevoerd via de Boulevard de Wielingen dit is een gemeenteweg. 2.Ja, zie paragraaf 3.4. 3.De bereikbaarheid blijft ongewijzigd. 4.Ja er wordt op eigen terrein geparkeerd. De parkeerplaatsen zijn aangegeven op tekening. 5.Nee er wordt niet binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk gerealiseerd.
Boulevard de Wielingen 15 Cadzand-Bad
32
4.
Juridisch
4.1
Algemeen
Het bestemmingsplan kan, afhankelijk van het gevoerde beleid van de gemeente, een meer of minder globaal karakter dragen. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een planologisch-juridische regeling gegeven. Voor de gronden van het plangebied is aansluiting gezocht bij de bestaande regelingen binnen Cadzand-Bad en de daaruit voortvloeiende bebouwingsregels. De regels sluiten verder aan bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012.
4.2
Verbeelding
Het gehele plangebied krijgt de bestemming ‘Gemengd’. Binnen deze bestemming zijn een kantoorruimte
en
maximaal
13
appartementen
toegestaan.
Tevens
zijn
ondergrondse
parkeervoorzieningen binnen het plangebied mogelijk evenals bij de deze functies behorende voorzieningen zoals ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, andere terreinverhardingen, groen en water, waterberging en overige voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding.
4.3
Regels
Gemengd: De voor ‘Gemengd’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatief verblijf voor maximaal 13 appartementen; b. enkel op de begane grond: kantoor en dienstverlening tot maximaal 80 m2; c. in aanvulling op het bepaalde onder a mag een appartement permanent bewoond worden indien de prijs van het appartement (inclusief belastingen en aanhorigheden) bij aankoop € 500.000,- of meer en € 4.000,- per vierkante meter of meer heeft bedragen; d. gebouwde parkeervoorzieningen; e. bij deze functies behorende voorzieningen zoals ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, andere terreinverhardingen, groen en water, waterberging en overige voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. Tevens bevat de bestemming regels met betrekking tot het bouwen en gebruiken van grond en gebouwen. 5.
Economische uitvoerbaarheid
In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Er wordt nader ingegaan op de grondexploitatie en de koppeling met het exploitatieplan.
5.1
Economische uitvoerbaarheid
Toetsingskader De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De
Boulevard de Wielingen 15 Cadzand-Bad
33
bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van een of meer woningen en de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd én geen locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. Conclusie De ontwikkeling van het appartementencomplex zal worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst waarin de ontwikkeling en mogelijke planschade wordt opgenomen. De volledige ontwikkeling en de bijbehorende kosten daarvan zijn voor rekening van initiatiefnemer. In de anterieure overeenkomst wordt tevens de bovenplanse bijdrage voor het Investeringsfonds Cadzand-Bad opgenomen.
6.
Maatschappelijke haalbaarheid
6.1
Procedure
Het ontwerpbestemmingsplan, overeenkomstig de wettelijke procedure in de Wet ruimtelijke ordening, zal gedurende zes weken ter visie worden gelegd. Gedurende deze termijn is het mogelijk zienswijzen
in
te
dienen.
ontwerpbestemmingsplan
Waar
nodig
aangepast.
Het
wordt
naar
aanleiding
ontwerpbestemmingsplan
van zal
de
zienswijzen
vervolgens
het
worden
voorgelegd en vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Sluis. De omgevingsvergunning bouw wordt verleend door het college van burgemeester en wethouders. Zowel het vastgestelde bestemmingsplan als de verleende omgevingsvergunning worden wederom gezamenlijk ter inzage gelegd voor de beroepsprocedure (coordinatiebesluit).
6.2
Conclusie
Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande niet leiden tot overwegende planologische bezwaren. De bestemmingswijziging betekent, na afweging van de verschillende belangen, een aanvaardbare invulling van het plangebied.
Boulevard de Wielingen 15 Cadzand-Bad
34
Regels
bestemmingsplan “Boulevard de Wielingen 15”
Planstatus:
ontwerp
Versiedatum:
2020-12-18
Vaststellingsdatum:
NL.IMRO.1714.bpbouldewiel15cdz-ON01
Plan identificatie: Adromi Auteur:
Adromi B.V.
Pagina 1 van 11
1 Inleidende regels................................................................................................................................... 3 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 3 Artikel 2 Wijze van meten .................................................................................................................... 6 2 Bestemmingsregels ............................................................................................................................... 7 Artikel 3 Gemengd ............................................................................................................................... 7 3 Algemene regels ................................................................................................................................... 9 Artikel 4 Overige regels ........................................................................................................................ 9 Artikel 5 Anti-dubbeltelregel................................................................................................................ 9 Artikel 6 Algemene bouwregels ...........................................................................................................
9 Artikel 7 Algemene afwijkingsregels .................................................................................................. 10 Artikel 8 Algemene wijzigingsregels ................................................................................................... 10 4 Overgangs- en slotregels..................................................................................................................... 11 Artikel 9 Overgangsrecht ................................................................................................................... 11 Artikel 10 Slotregel ............................................................................................................................ 11
Adromi B.V.
Pagina 2 van 11
1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen
1.1 Het plan het bestemmingsplan Boulevard de Wielingen 15 van de Gemeente Sluis. 1.2 Het bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1714.bpbouldewiel15cdz-ON01 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3 Aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 Aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 Antenne - installatie installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.6 Appartementen boven dan wel beneden of naast elkaar gesitueerde woningen in één gebouw waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is. 1.7 Bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.8 Bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein. 1.9 Bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.10 Bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.11 Bijgebouw een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.
Adromi B.V.
Pagina 3 van 11
1.12 Bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats. 1.13 Bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.14 Bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor verblijfsfuncties geschikt of geschikt te maken is. 1.15 Bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.16 Bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.17 Bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.18 Brutovloeroppervlakte de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten.
1.19 Detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.20 Detailhandel in volumineuze goederen Detailhandel in volumineuze goederen, welke vanwege hun omvang en aard een relatief groot oppervlak nodig hebben voor de uitstalling. Dit betreft bijvoorbeeld auto’s, boten, caravans, keukens, badkamers, landbouwwerktuigen, bouwmarkten, grove bouwmaterialen, brand- en explosiegevaarlijke stoffen, detailhandel in scooters en vergelijkbare gemotoriseerde voertuigen, zwembaden, tuincentra, keukens, woninginrichting waaronder meubels en kringloopwinkels en naar aard en omvang vergelijkbare goederen. 1.21 Gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Adromi B.V.
Pagina 4 van 11
1.22 Hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.23 Kap een afdekking van een gebouw met één of meer schuine zijden waarvan de hellingshoek ten minste 26 graden bedraagt. 1.24 NEN door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan. 1.25 Nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling, apparatuur voor telecommunicatie en reinwaterkelders. 1.26 Overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak. 1.27 Peil a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg (ter plaatse van de hoofdtoegang); b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; c. voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in het water: NAP. 1.28 Recreatief verblijven het door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar tijdelijk te verblijven.
1.29 Seksinrichting een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder elk geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.30 Souterrain een gebruiksruimte in een gebouw, welke ruimte voor andere doeleinden dan wonen wordt gebruikt en zich gedeeltelijk ondergronds bevindt. 1.31 Voorgevelrooilijn de lijn gelegen: a. evenwijdig aan de weg en in het verlengde van de dichtst bij de weg gelegen gevel van een (bedrijfs)woning;
Adromi B.V.
Pagina 5 van 11
b. dan wel (indien deze gevel niet evenwijdig is aan de weg): evenwijdig aan de weg door het dichtst bij de weg gelegen hoekpunt van gevels van een (bedrijfs)woning. 1.32 Woning een gebouw of een gedeelte van een gebouw geschikt en bestemd voor de zelfstandige huisvesting van niet meer dan één huishouden.
Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 Afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 Bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 Breedte, lengte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.4 Goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot/de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5 Inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6 Oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7 Vloeroppervlakte de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.
Adromi B.V.
Pagina 6 van 11
2 Bestemmingsregels
Artikel 3 Gemengd 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatief verblijf voor maximaal 13 appartementen; b. enkel op de begane grond: kantoor en dienstverlening tot maximaal 80 m2; c. in aanvulling op het bepaalde onder a mag een appartement permanent bewoond worden indien de prijs van het appartement (inclusief belastingen) bij aankoop € 500.000,- of meer en € 4.000,- per vierkante meter of meer heeft bedragen; d. gebouwde parkeervoorzieningen; e. bij deze functies behorende voorzieningen zoals ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, andere terreinverhardingen, groen en water, waterberging en overige voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. 3.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 3.2.1 Gebouwen Voor de bouw van gebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.
f.
gebouwen dienen in een bouwvlak te worden opgericht; er mogen maximaal 13 appartementen worden gebouwd; de maximaal toegelaten goothoogte bedraagt 14 meter; de maximaal toegelaten nokhoogte bedraagt 17 meter; het bepaalde onder a is niet van toepassing op de bouw van stallingsgarages, voor zover gelegen onder peil en evenmin op de bouw van toegangen naar garages, ook voor zover gelegen boven peil. in afwijking van het bepaalde onder d mag de maximaal toegelaten nokhoogte worden overschreden tot een hoogte van 18 meter door: 1. façadegevels en daarmee vergelijkbare doorlopende dakvlakken.
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d.
de bouwhoogte van straatverlichting bedraagt ten hoogste 5 m; de bouwhoogte van een vlaggenmast bedraagt ten hoogste 10 m; de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
3.2.3 Ondergronds bouwen a. op deze gronden mag tot 5,50 meter beneden het peil worden gebouwd; b. het bepaalde onder a stelt geen beperkingen aan de bouw van fundaties.
Adromi B.V.
Pagina 7 van 11
3.3 Specifieke gebruiksregels
3.3.1 Algemeen Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. het bruto vloeroppervlak aan detailhandel, kantoor en zakelijke dienstverlening bedraagt ten hoogste 114 m²; b. detailhandel en kantoor/zakelijke dienstverlening zijn uitsluitend toegelaten op de begane grond en daaronder gelegen bouwlagen; c. het gebruik van de gronden als seksinrichting is niet toegestaan; d. de opslag van materialen en goederen buiten gebouwen, overkappingen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is niet toegestaan. 3.3.2 Parkeren Ten behoeve van deze bestemming dient binnen het plangebied te worden voorzien in parkeerruimte voor automobielen, waarbij de volgende regels gelden: a. het aantal parkeerplaatsen in de ondergrondse parkeervoorziening bedraagt ten minste 16. 3.4 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan bij al dan niet tijdelijke omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 1 sub a voor het toelaten van permanent woonverblijf in een appartement, mits dit: a. b. c. d. e.
in overeenstemming is met het provinciale en gemeentelijke beleid; niet ten koste gaat van de leefbaarheid van de kern; niet ten koste gaat van het recreatieve voorzieningenniveau in de gemeente; bijdraagt aan het behoud van het overige voorzieningenniveau in de kern; de bestaande gebruiksmogelijkheden van omliggende functies niet aantast.
Adromi B.V.
Pagina 8 van 11
3 Algemene regels Artikel 4 Overige regels Alle wet- en regelgeving waar in deze regels naar wordt verwezen, worden in het kader van dit bestemmingsplan aangewend zoals deze luidden op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Gronden die in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 6 Algemene bouwregels In aanvulling op de regels hoofdstuk 2 gelden de volgende bouwregels. 6.1 Aanduidingen de aanduidingen in de verbeelding worden in acht genomen;
6.2 Bovenafwerking van gebouwen 6.2.1 Afdekking met kap Indien gebouwen of overkappingen worden afgedekt met een kap gelden de volgende regels. a. voor de zijden van een bouwwerk welke gesitueerd zijn richting een openbare weg dient een kap in ieder geval te worden voorzien van een schuine zijde. 6.2.1.1 Dakkapellen Bij de bouw van dakkapellen gelden de volgende regels. a. de zijkant dient meer dan 0,5 meter van de gebouwscheidende muur of van de zijkant van het dakvlak te zijn gelegen; b. de voet van de dakkapel mag tevens zijn gelegen in een gevelvlak en/of het gevelvlak van een erker; c. een dakkapel mag onderdeel zijn van een hoogteaccent; d. alle in dit lid genoemde maten worden horizontaal en verticaal gemeten (dus niet langs de dakhelling). 6.2.2 Afdekking zonder kap In geval een gebouw of een gedeelte van een gebouw niet wordt voorzien van een kap, dan worden de volgende bouwregels in acht genomen: a. de maximum toegelaten bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 2 meter boven de maximum toegelaten goothoogte, voor zover het voorzieningen betreft in de vorm van een valbeveiliging, een doorlopende gevel of een boeibord, noodzakelijk voor de veiligheid, een goede afwerking of afwatering van het gebouw of voor (afscherming van) de voorzieningen en installaties op het dak.
Adromi B.V.
Pagina 9 van 11
Artikel 7 Algemene afwijkingsregels Tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is, kan van dit plan bij omgevingsvergunning worden afgeweken, met in achtneming van de volgende bepalingen: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. de bevoegdheid tot afwijken wordt niet gebruikt, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
Artikel 8 Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.
Adromi B.V.
Pagina 10 van 11
4 Overgangs- en slotregels Artikel 9 Overgangsrecht
9.1 Overgangsrecht bouwwerken a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. b. eenmalig kan in afwijking van sub a een omgevingsvergunning worden verleend voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; c. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsregel van dat plan. 9.2 Overgangsrecht gebruik a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.
het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, zoals bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, zoals bedoeld onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.
Artikel 10 Slotregel Deze regels worden aangehaald onder de naam 'Regels van het bestemmingsplan Boulevard de Wielingen 15' van de gemeente Sluis.
Adromi B.V.
Pagina 11 van 11
Plangebied Boulevard de Wielingen 15
Enkelbestemmingen GD
Gemengd
Bouwvlakken bouwvlak
GD
Bestemmingsplan:
Schaal:
Datum:
Boulevard de Wielingen 15, Cadzand-Bad
1:300
28-04-2020
Formaat:
Versie:
A4
2
Gemeente:
Sluis IMRO code:
Planstatus:
NL.IMRO.1714.BlvrdWielingen15-ON01
Ontwerp
BIJLAGE AERIUS WNB Nota van uitgangspunten
Postadres: Boxmeerseweg 9 5835 AB Beugen
+316 14 85 24 54 info@derks-advies.nl www.derks-advies.nl
kvk 74263552 NL16RABO0322772796 btw NL859829893B01
Versluys Bouwgroep BVBA Boulevard de Wielingen 15 4506 JH Cadzand-Bad
Titel : Bijlage 1 Nota van uitgangspunten Wnb AERIUS calculator Versie : 1.1 Datum : 19 februari 2021 Pagina 2 van 32
Inhoud 1.
Gegevens inrichting ..................................................................................................................... 4 1.1
Opdrachtgever ...................................................................................................................... 4
1.2
Projectlocatie ........................................................................................................................ 4
2.
Gegevens locatie .......................................................................................................................... 4
3.
Gegevens project.......................................................................................................................... 4
4.
Emissies tijdens de bouw ............................................................................................................ 5
5.
Emissies na ingebruikname ......................................................................................................... 7
6.
Conclusie en afweging................................................................................................................. 7
BIJLAGE: AERIUS-bestand bouwfase .................................................................................................. 9 BIJLAGE: AERIUS-bestand bouwfase België..................................................................................... 14 BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase ........................................................................................... 20 BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase België ............................................................................... 25
Pagina 3 van 32
1. Gegevens inrichting 1.1
Opdrachtgever
Handelsnaam
: Verhage-Lemahieu B.V.
Adres
: Rondweg 1
Postcode
: 4524 JL
Telefoon
: 0117 – 760 160
1.2
Plaats:
Sluis Mail:
bram@verhage-lemahieu.nl
Projectlocatie
Statutaire naam
: Versluys Bouwgroep BVBA
Adres
: Boulevard de Wielingen 15
Postcode
: 4506 JH
Kadastrale ligging : Oostburg
Plaats:
Cadzand-Bad Sectie:
EC
Nr(s):
182
2. Gegevens locatie Voor een bestemmingsplan en de bouw van een appartementencomplex binnen de Gemeente Sluis dienen de effecten van de bouw en het gebruik op de locatie in relatie tot het plan/project te worden onderzocht. Hiervoor is onder andere een onderzoek naar de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden nodig. In deze nota zijn de uitgangspunten en resultaten van de berekeningen van de stikstofdepositie met AERIUS Calculator vastgelegd. Het betreft hier een bouwlocatie aan de Boulevard de Wielingen 15 te Cadzand-Bad in de bebouwde kom, waar de bouw van 13 appartementen en een kantoor zijn gepland ter vervanging van het huidige vrijstaande huis. Dit betekent dat de locatie zowel tijdens de bouwfase als na ingebruikname in potentie emissies van NOx kan veroorzaken op omliggende beschermde Natura2000 gebieden.
3. Gegevens project Het betreft een locatie waar woningbouw (13 appartementen en een kantoor) wordt gerealiseerd en een parkeergarage. Eerst zal de woning worden gesloopt en grond worden afgevoerd voor de kelderverdieping. De verwachte bouwtijd bedraagt 18 maanden. Eerst zal de sloop plaats vinden met een kraan die in 16 uur het huis afbreekt en zo veel mogelijk in gescheiden fracties in containers stort om af te voeren. Dit zullen 3 puincontainers zijn, 1 container met hout, een met staal en een met restafval. Deze worden met zes vrachtwagens afgevoerd. Vervolgens vind het grondwerk plaats met een kraan, waarbij in totaal 20 uur gemoeid is en een negentig vrachtwagens het terrein zullen aandoen voor afvoer van grond en eventueel aanvullen met zand voor de fundering (verbeterd grondwerk). Daarna komen dagelijks maximaal 3 busjes per dag. Bij het vijfmaal aanleggen van een dek zal een kraan een dag aanwezig zijn gedurende 6 uur werkzaam en gemiddeld komt elke week een Pagina 4 van 32
vrachtwagen materiaal lossen of een container ophalen, waarbij pieken bestaan bij lossen van wapening en los daarvan zijn in het begin telkenmale bij de stort continue betonwagens aan het pendelen met 14 m3 beton. De grootste stort is de keldervloer die ze in een keer doen bij de bouw van de parkeergarage onder het appartementencomplex. Het gaat hier om een stort van 310 m3 oftewel 22 vrachtwagens op die dag. Uitgaande van een gemiddelde afwerkvloerdikte van 20 cm per dek en zo’n 600 m2 verdiepingsvloer gemiddeld, 120 m3 en bij 5 dekken 43 vrachtwagens. Uitgaande van een gemiddelde laad- en lostijd van ongeveer driekwart uur zal gedurende de 18 maanden er 49 uur beton storten en 30 uur overig een vrachtwagen op terrein stationair of met een lage snelheid mobiel over het terrein rijden (op jaarbasis 20 uur voor de vrachtwagens die bouwmaterialen brengen). Op de locatie zelf zijn verder behalve de kraan en vrachtwagens geen stikstof veroorzakende activiteiten.
4. Emissies tijdens de bouw Voor het bepalen van de depositieberekening in AERIUS is voor de emissies ingevolge de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator van januari 2018 twee bronnen te onderscheiden. Een lijnbron van transport gelieerd aan de locatie en een vlak op de bouwplaats voor de activiteiten van het laden en lossen van producten en de aanwezige kraan. Transport naar de bouwplaats (verkeer en vervoer) In de AERIUS-berekeningen zijn de rijdende voertuigen als volgt opgenomen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal verkeersbewegingen die in een worstcase situatie van en naar de bouwplaats komen in de aan te vragen situatie. Hierin zijn de totale transportbewegingen van het gehele project van 18 maanden meegenomen. Transportbewegingen ten behoeve van bouwmaterialen, afvalstromen en bouwvakkers. Tabel 1: aantal transportmiddelen (worst-case) van en naar het bouwproject
Licht verkeer (personenauto’s) Middel zwaar (bestelbus) Zwaar verkeer
Bewegingen Bewegingen project (80 weken) 4/werkdag 1.600
Bewegingen project/jaar t.b.v. AERIUS calculator 1.070
6/werkdag
2.400
1.600
12 sloop + 180 grond + 2/week + 130 beton
12 180 160 130
12 180 110 130
De bewegingen zijn gemodelleerd van de rotonde bij binnenkomst van Cadzand-Bad bij Tienhonderdsedijk tot aan de bouwplaats. Hierbij is gebruik gemaakt van de emissiefactoren voor licht, middelzwaar en zwaar verkeer die in het rekenmodel AERIUS Calculator zijn verwerkt. Door hierbij uit te gaan van snelheden “binnen bebouwde kom” en 10% stagnerend verkeer is niet uitgegaan van een worst-case scenario, omdat deze weg enkel in de zomerperiode filevorming kent. De emissiefactoren voor zwaar verkeer die zijn opgenomen in AERIUS Calculator zijn gebaseerd op het gemiddelde Nederlandse vrachtwagenpark en daarmee representatief. Omdat de bouwfase 1,5 jaar duurt en AERIUS calculator is slechts over een periode van een jaar kan rekenen is dit gecorrigeerd. Pagina 5 van 32
Activiteiten op de bouwplaats (mobiele en stationaire bronnen) De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Uitgangspunt voor de berekeningen van de stationaire bronnen op de bouwplaats zijn gebaseerd op het TNOrapport "Emissiemodel Mobiele Machines gebaseerd op machineverkopen in combinatie met brandstof Afzet (EMMA)", met het kenmerk TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML, november 2009 (te vinden op de website www.emissieregistratie.nl van de Rijksoverheid). Voor vrachtwagens kan worden uitgegaan van de "Invoergegevens luchtkwaliteit die jaarlijks door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat" (voorheen Infrastructuur en Milieu) bekend worden gemaakt.
Tabel 2: mobiele en stationaire bronnen op het bouwproject Algemeen NOx Emissiefactor TAFEmissie Bedrijfs- Emissie Activiteit vermogen lastfactor* stage III* factor* stage III duur stage III kW % g/kWh % g/uur uur/jaar kg/jaar Afvoer sloop vrachtwagen 108,75 5 0,54 Afvoer grond vrachtwagen 108,75 68 7,40 Aanvoer vrachtwagen bouwmateriaal 108,75 15 1,63 Afvoer containers 108,75 5 0,54 Kraan stationair 80 0,6 3,3 1,05 166,32 16 2,66 Kraan stationair 80 0,6 3,3 1,05 166,32 20 3,33 Kraan stationair 80 0,6 3,3 1,05 166,32 30 4,99 TOTAAL: 21,09 *bron: het TNO-rapport 'Emissiemodel Mobiele Machines gebaseerd op machineverkopen in combinatie met brandstof Afzet (EMMA)', met het kenmerk TNO-034-UT-2 009-01 782_RPT-ML, november 2009
In tabel 2 is de emissies (in kg/jaar) weergegeven tijdens het bouwproject van 18 maanden die zijn gebruikt in de berekeningen in AERIUS gebaseerd op machines die voldoen aan de emissienorm voor Stage Ill, die afhankelijk van het type en vermogen van de voertuigen geldt sinds ongeveer 2006. Door de aannemer is mondeling aangegeven dat gelet op het feit dat niet alle onderaannemers en daarmee de machines die het terrein opkomen al bekend zijn, maar de ervaring leert dat ongeveer een kwart van het machinepark van voor 2006 is en dat de rest nieuwer is. De emissies van nieuwere voertuigen zijn aanzienlijk lager dan die van Stage Ill, zodat onderstaande geen onderschatting zal zijn van de feitelijke emissies. Voor zwaar vrachtverkeer is uitgegaan van de waarden van 2019 bij verkeer in stad, stagnerend, zoals opgenomen in de emissiefactoren voor niet-snelwegen. De bron van stationair aanwezige mobiele bronnen veroorzaakt een NOx-emissie van 21,09 kg/jaar. Voor de ammoniakemissie bij mobiele bronnen is gebruik gemaakt van het TNOrapport 'Onderbouwing AERIUS emissiefactoren voor wegverkeer, mobiele werktuigen, binnenvaart en zeevaart', met het kenmerk TNO 2020 R11528, van 8 oktober 2020. Hierin wordt voor vrachtverkeer 0,003 g/uur en bij stage III motoren 0,0026 g/kWh.
Hiermee komt deze emissie met respectievelijk 66 uur kraanactiviteiten en 80 kWh machines met en belasting van 55% op 0,007550 kg en 0,000279 kg NH3/jaar transport. Pagina 6 van 32
5. Emissies na ingebruikname In het onderzoek zijn de emissies ten gevolge van het wegverkeer van en naar de planlocatie beschouwd. In de nieuwe situatie is namelijk enkel het verkeer nog relevant. De inrichting wordt duurzaam opgezet waarbij de gebouwen worden verwarmd met warmtepomp en zonnepanelen en ook van het aardgas afgekoppeld. Voor het bepalen van de depositie in de gebruiksfase wordt bij 13 appartementen uitgegaan van een parkeernorm van 1,2 in totaal 15,6 parkeerplaatsen. Kantoorfuncties zijn vrijgesteld. In de kelder worden in totaal 17 parkeergarages gerealiseerd. Deze plaatsen zijn dus geheel voorzien op eigen terrein. Hiermee wordt voldaan aan de geldende parkeernormen. Voor de bepaling van de effecten van de appartementen op de stikstofdepositie is de beoogde situatie onderzocht. Ook hier wordt uitgegaan van een ontsluiting in de richting van de rotonde buiten Cadzand-bad. Als rekenjaren is het jaar 2021 gehanteerd. Het geplande jaar van vaststelling van het bestemmingsplan. Tabel 3: aantal transportmiddelen na in gebruik name
Licht verkeer (personenauto’s)
Bewegingen 17x2/dag
Bewegingen project (jaar) 12.410
6. Conclusie en afweging Voor een bestemmingswijziging is gekeken naar het effect van de bouwfase en gebruiksfase. Bij de gebruiksfase is gekeken naar situatie waarbij het beoogde project per saldo zelf niet leidt tot een toename van N-depositie ten opzichte van de eerdere toestemming binnen de begrenzing van het project of de locatie. Uit de AERIUS berekening blijkt dat het projecteffect op omliggende gebieden nihil is en daarmee ook geen effect heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden. Bij het beoogde gebruik is de depositie eveneens nihil op alle omliggende gebieden. Een Wet natuurbeschermingsvergunning is voor zowel de aanlegfase als gebruiksfase dan ook niet noodzakelijk.
Pagina 7 van 32
AERIUS berekening tijdens de bouwfase
AERIUS berekening tijdens de beoogde gebruiksfase
Pagina 8 van 32
BIJLAGE: AERIUS-bestand bouwfase
Pagina 9 van 32
Pagina 10 van 32
Pagina 11 van 32
Pagina 12 van 32
Pagina 13 van 32
BIJLAGE: AERIUS-bestand bouwfase België
Pagina 14 van 32
Pagina 15 van 32
Pagina 16 van 32
Pagina 17 van 32
Pagina 18 van 32
Pagina 19 van 32
BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase
Pagina 20 van 32
Pagina 21 van 32
Pagina 22 van 32
Pagina 23 van 32
Pagina 24 van 32
BIJLAGE: AERIUS-bestand gebruiksfase België
Pagina 25 van 32
Pagina 26 van 32
Pagina 27 van 32
Pagina 28 van 32
Pagina 29 van 32
Pagina 30 van 32
Pagina 31 van 32
Quickscan natuurwetgeving project Boulevard de Wielingen 15 Cadzand Bad
Quickscan natuurwetgeving project Boulevard de Wielingen 15 Cadzand Bad
1
Quickscan natuurwetgeving project Boulevard de Wielingen 15 Cadzand Bad
Quickscan natuurwetgeving project Boulevard de Wielingen 15 Cadzand Bad
Datum: 4 mei 2020 Opdrachtgever: Uitgevoerd en opgesteld door:
Adviesbureau Wieland Liniestraat 13 4561 ZS Hulst 0612352169 © Niets uit deze rapportage mag gekopieerd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur.
2
Quickscan natuurwetgeving project Boulevard de Wielingen 15 Cadzand Bad
INHOUD 1
Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel onderzoek ................................................................................ 4 1.2 Kader ..................................................................................................................... 4 1.3 Afbakening plangebied en werkwijze ..................................................................... 8 1.4 Opzet beoordeling..................................................................................................
9 2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten.............................................10 3 Soortenbescherming.....................................................................................................14 3.1 Zoogdieren............................................................................................................14 3.2 Vogels ...................................................................................................................15 3.2.1 Broedvogels ......................................................................................................15 3.2.2 Watervogels ......................................................................................................15 3.3 Reptielen en Amfibieën .........................................................................................16 3.4 Vissen ...................................................................................................................16 3.5 Ongewervelden .....................................................................................................17 3.6 Vaatplanten...........................................................................................................17 4 Toetsing Natura 2000 (Vogelrichtlijn / Habitatrichtlijn) en Natuurbeschermingswet en Natuurnetwerk Zeeland
(NNZ)..............................................................................................18 5 Conclusies en aanbevelingen mbt de uitvoering ...........................................................19
Bijlage 1 Kaart Natuurbeheerplan, Natura 2000 Bijlage 2 Informatie Wet natuurbescherming
3
Quickscan natuurwetgeving project Boulevard de Wielingen 15 Cadzand Bad
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel onderzoek
De opdrachtgever wil op de locatie Boulevard de Wielingen 15 te Cadzand Bad bebouwing afbreken en nieuwbouw realiseren. Voor deze activiteit geldt een onderzoeksplicht in het kader van beschermde natuurwaarden. Deze rapportage bevat de resultaten van een voorstudie van beschikbare kennis op het gebied van beschermde natuurwaarden. Op basis van de gevonden resultaten kan op voorhand bepaald worden of significante effecten op de huidige (beschermde) natuurwaarden al dan niet uit te sluiten zijn en wat eventueel nog nader onderzocht dient te worden. In deze quickscan worden dan ook de volgende vragen, voor zover mogelijk, beantwoord: • • • • •
1.2
Tot welke (mogelijke) effecten leidt het slopen van de bebouwing op beschermde natuurwaarden? Wat is de reikwijdte van de mogelijke effecten? Hoe beïnvloeden de effecten de jaarrond beschermde soorten en de kwalificerende natuurwaarden, gelet op de instandhoudingsdoelen? Zijn mogelijke negatieve effecten significant? Al of niet in combinatie met andere projecten in de omgeving? Op welke wijze kunnen negatieve effecten voorkomen of gemitigeerd worden?
Kader
Soortbescherming De soortbescherming is per 01/01/2017 ook opgenomen in de Wet natuurbescherming. Deze wet omvat ook de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten buiten de aangewezen Natura 2000-gebieden. Deze bescherming geldt overal in Nederland, ook in de beschermde gebieden. De soortbescherming kent geen externe werking. Projecten worden getoetst aan de directe invloed op beschermde waarden binnen de grenzen van het projectgebied. Conform deze wet is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Vanuit deze kennis dienen plannen e projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Onder de werking van de soortbescherming vallen circa 930 dier- en plantensoorten. Alle inheemse zoogdieren, vogels, amfibieën, en reptielen zijn beschermd. Tevens hebben een aantal planten, vissen, insecten en ongewervelden een beschermde status. Voor de in het wild voorkomende planten en dieren geldt bovendien de algemene zorgplicht (art. 1.11). Volgens de Wet natuurbescherming mogen beschermde dier- en plantensoorten niet worden gedood, gevangen, opzettelijk worden verontrust of gedood. Voortplanting- of vaste rust of verblijfplaatsen mogen niet opzettelijk worden beschadigd of vernield.
Habitatrichtlijnsoorten mogen tevens niet opzettelijk worden verstoord. Beschermde planten mogen niet opzettelijk
4
Quickscan natuurwetgeving project Boulevard de Wielingen 15 Cadzand Bad
van hun groeiplaats worden verwijderd of vernield. De verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb) staan vernoemd in onderstaand kader. Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Wnb)
Bron: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van Economische Zaken
5
Quickscan natuurwetgeving project Boulevard de Wielingen 15 Cadzand Bad
De werkingssfeer van de Wet natuurbescherming is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft de beschermde soorten overal in Nederland bescherming. In o.a. artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbeschermingswet worden de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden weergegeven. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de ontheffing- of vrijstelling (zoals werken met een goedgekeurde gedragscode) hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het plangebied. Beschermde soorten – met (Provinciale) vrijstelling: Voor deze soorten geldt een vrijstelling van een of meerdere verbodsbepalingen (zoals bijvoorbeeld het vangen van dieren en/of het vernielen van vaste verblijfsplaatsen. Voor deze soorten is derhalve in veel gevallen geen ontheffing nodig. Wel geldt ten aanzien van deze soorten de zorgplicht, die eveneens van de Wet natuurbescherming uitgaat. Soorten die vallen onder de vrijstelling betreft over het algemeen (en dus per Provincie verschillend) onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals algemene muizen- en spitsmuizen, de woelrat, de egel, konijn, ree en vos, algemene amfibiesoorten, waaronder de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander.
Overige ‘nationaal beschermde’ soorten: Voor deze soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer een mogelijkheid voor ontheffing, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Voor deze soorten is derhalve een ontheffing nodig of kan gewerkt worden met een goedgekeurde gedragscode. Soorten die vallen onder dit nationale beschermingsregime vallen betreft onder andere algemene zoogdiersoorten, zoals das, boommarter, algemene amfibieën en reptielen alpenwatersalamander, hazelworm, flora als schubvaren en bokkenorchis en vissoorten waaronder de grote modderkruiper. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Habitatrichtlijnsoorten: Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode.
Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Tot dit beschermingsregime horen o.a. alle vleermuissoorten, de bever, otter, noordse woelmuis, verschillende amfibiesoorten waaronder rugstreeppad en kamsalamander.
6
Quickscan natuurwetgeving project Boulevard de Wielingen 15 Cadzand Bad
Vogelrichtlijnsoorten: Alle vogels zijn in Nederland gelijk beschermd. Voor deze soorten geldt het zwaarste beschermingsregime en is voor ruimtelijke ontwikkeling ook geen vrijstelling mogelijk van de ontheffingsplicht. Voor deze soorten dient een ontheffing te worden aangevraagd, welke aan drie criteria wordt getoetst: er is sprake van een in of bij wet genoemd belang, er is geen alternatief en ‘doet geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort’. Wel kan als voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang ook bij ruimtelijke ontwikkeling gewerkt worden met een goedgekeurd gedragscode. Daarnaast geldt ook voor deze soorten de algemene zorgplicht. Zorgplicht Voor alle in het wild voorkomende plant- en diersoorten, dus ook voor onbeschermde en beschermde soorten die zijn vrijgesteld geldt wel de ook ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Deze zorgplicht houdt in dat initiatiefnemer passende maatregelen moet nemen om schade aan beschermde gebieden en in het wild voorkomend plant en diersoorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden voor de verschillende soortgroepen zijn niet allen gelijk.
Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en diersoorten als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een locatie in die periode bouwrijp wordt gemaakt, kan daarna gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar probleemloos worden gewerkt. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, zodat er geen vogels gaan broeden en het tegen de winter ook ongeschikt is voor kleine zoogdieren of amfibieën die in winterslaap gaan. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen genomen te worden om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen of terreindelen af te zetten en het werk ter plaatse stil te leggen). Ecologische begeleiding kan hierin voorzien. Gebiedenbescherming Natura 2000 De Europese Vogelrichtlijn (1979) regelt de bescherming van leefgebieden van Europees bedreigde en kwetsbare vogelsoorten. Met de Europese Habitatrichtlijn (1992) worden Europese (half-) natuurlijke habitats en bedreigde en kwetsbare dier- (andere dan vogels) en plantensoorten beschermd.
De Natura 2000-gebieden zijn de gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszones (SBZ’s) in het kader van de EU Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Deze gebieden samen vormen het omvangrijke Europese netwerk Natura 2000. Het hoofddoel van Natura 2000 is het stoppen van de achteruitgang en de waarborging van de biodiversiteit in Europa. De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Wet natuurbescherming (Wnb) overgenomen. Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn belangrijke bepalingen overgenomen. Eén van die bepalingen is het afwegingskader, incl. compenserende maatregelen, zoals dat in artikel 6 van de Habitatrichtlijn staat. Het afwegingskader geeft aan op welke wijze besluitvorming plaats moet vinden voor plannen en projecten met mogelijke gevolgen voor beschermde natuurgebieden.
7
Quickscan natuurwetgeving project Boulevard de Wielingen 15 Cadzand Bad
Binnen Nederland zijn er, in de periode 1986-2005, 79 belangrijke vogelgebieden als speciale beschermingszone (SBZ) van de Vogelrichtlijn aangewezen. In het kader van de Habitatrichtlijn zijn in 2003 141 gebieden aangemeld bij de Europese Commissie. Ongeveer 87% van het oppervlak van deze Habitatrichtlijngebieden heeft overlap met de gebieden die als Vogelrichtlijngebied zijn aangewezen. In Aanwijzingsbesluiten wordt door de minister van EZ de bescherming van de Natura 2000-gebieden juridisch vastgelegd. Centraal in de Aanwijzingsbesluiten staan de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van leefgebieden, natuurlijke habitats en populaties van in het wild levende plant- en diersoorten, waarvoor het betreffende gebied is aangewezen. Het toetsingskader van de Wet natuurbescherming kent de volgende procedurevarianten: 1. Er is zeker geen kans op effecten: geen vergunningplicht; 2. Er een kans op effecten, maar zeker niet significant: vergunningaanvraag via een verstoringstoets/ verslechteringstoets; 3. Er is een kans op significante effecten: vergunningaanvraag via Passende Beoordeling (alternatieventoets + dwingende redenen van groot openbaar belang). Het referentiekader voor de toetsing wordt gevormd door de instandhoudingsdoelen voor de habitats en soorten waarvoor het Natura 2000gebied is aangewezen.
Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Zeeland, vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Zeeuwse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het maakt onderdeel uit van het Nederlandse netwerk. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het Natuurnetwerk Nederland moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen.
1.3
Afbakening plangebied en werkwijze
Het plangebied is weergegeven in figuur 1. Het plangebied is het gebied waar de werkzaamheden zullen plaatsvinden (rood aangegeven).
8
Quickscan natuurwetgeving project Boulevard de Wielingen 15 Cadzand Bad
Figuur 1. Plangebied.
Het terrein is bezocht op: 22 april 2020. Daarnaast zijn lokale verspreidingsatlassen geraadpleegd, zijn gegevens opgevraagd en zijn openbare websites geraadpleegd.
1.4
Opzet beoordeling
De opzet van deze beoordeling is als volgt. In hoofdstuk 2 is een korte beschrijving gegeven van het studiegebied, het plangebied en de voorgenomen activiteit. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van de te verwachten en de aangetroffen natuurwaarden in het gebied. Deze gegevens zijn vervolgens geïnterpreteerd en beoordeeld in relatie tot de voorgenomen activiteit.
9
Quickscan natuurwetgeving project Boulevard de Wielingen 15 Cadzand Bad
2 Beschrijving huidige situatie en voorgenomen activiteiten In dit hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de huidige situatie. Het plangebied waar deze quickscan op van toepassing is, is weergegeven in figuur 1. Het plangebied is gelegen in Cadzand-Bad. Het betreft een woonhuis, met garage en tuin. Ten noorden van het plangebied ligt een weg en hierachter liggen de duinen en de Noordzeekust. De omgeving bestaat uit woonhuizen, appartementen en tuinen. De geplande werkzaamheden bestaan uit het slopen van bebouwing en realiseren van nieuwbouw. Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied en de omgeving.
10
Quickscan natuurwetgeving project Boulevard de Wielingen 15 Cadzand Bad
Foto 1. Plangebied voorzijde.
Foto 2. Plangebied zijkant huis.
11
Quickscan natuurwetgeving project Boulevard de Wielingen 15 Cadzand Bad
Foto 3. Plangebied, ruimte onder dakgoot.
Foto 4. Loszittende dakpannen.
12
Quickscan natuurwetgeving project Boulevard de Wielingen 15 Cadzand Bad
Foto 5. Kierende gevelbeplating.
Foto 6. Loszittende dakpannen bij schuur.
13
Quickscan natuurwetgeving project Boulevard de Wielingen 15 Cadzand Bad
3
Soortenbescherming
Hieronder worden soorten vernoemd die in en nabij het plangebied voorkomen. Vervolgens wordt uitgewerkt of er eventueel nadelige effecten te verwachten zijn.
3.1
Zoogdieren
Huisspitsmuis, Bosmuis, Konijn, Bosspitsmuis, Veldmuis, Rosse woelmuis, Egel, Vos, Bunzing. Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger, Hermelijn, Wezel. Voorkomen / functie van het plangebied: Bron: Bekker 2009, Zoogdieren in Zeeland en veldbezoek Grondgebonden soorten komen sporadisch voor in het plangebied. De te slopen bebouwing heeft geen waarde voor deze soorten. Vleermuizen komen voor in het plangebied. De te slopen bebouwing is geschikt voor soorten die in bebouwing een dagverblijf hebben. Er zijn kierende dakpannen, kierende boeiboorden/gevelbeplating en open stootvoegen. Uit te voeren maatregelen: Slopen bebouwing, bouwrijp maken van het terrein, bouwen van een woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Het is nog niet bekend of vleermuizen gebruik maken van de te slopen bebouwing, een nader onderzoek moet hier uitsluitsel over geven. Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Werkzaamheden hebben geen effect op de gunstige staat van instandhouding. Mitigerende maatregelen / Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Nog niet bekend. Dit is afhankelijk of vleermuizen gebruik maken van de bebouwing. Conclusie: De bebouwing is geschikt als dagverblijf voor vleermuizen.
Het is niet bekend of vleermuizen daadwerkelijk gebruik maken van bebouwing, een nader onderzoek moet hier uitsluitsel toe geven.
14
Quickscan natuurwetgeving project Boulevard de Wielingen 15 Cadzand Bad
3.2
Vogels
3.2.1 Broedvogels De volgende broedvogels zijn in de omgeving van het plangebied vastgesteld: Houtduif, Holenduif, Zwarte kraai, Kauw, Winterkoning, Heggenmus, Putter, Groenling, Vink, Merel, Zanglijster, Zwarte roodstaart, Huiszwaluw, Koolmees, Pimpelmees, Staartmees, Grasmus, Ransuil, Fazant, Wilde eend, Roodborsttapuit, Bergeend, Turkse Tortel, Witte kwikstaart, Huismus, Gierzwaluw, Zomertortel, Nachtegaal, Braamsluiper, Spotvogel, Tjiftjaf, Fitis, Cettiszanger, Grote Lijster. Vetgedrukt zijn soorten waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is. Voorkomen / functie van het plangebied: Vogelatlas van Nederland, NDFF. De genoemde soorten komen voor in de directe omgeving. De bebouwing is geschikt als broedlocatie. Soorten als Huismus, Gierzwaluw, Turkse Tortel, Zwarte Roodstaart en Kauw kunnen in de bebouwing broeden. Uit te voeren maatregelen: Slopen bebouwing, bouwrijp maken van het terrein, bouwen van een woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten): Nog niet bekend. Dit is afhankelijk of Gierzwaluw, Huismus of andere vogelsoorten in de bebouwing broeden. Gunstige staat van instandhouding / effect op populatieniveau (lokaal): Is niet in geding. Worden er maatregelen uitgevoerd om eventuele schade tot een minimum te beperken: Nog niet bekend. Conclusie: .Het gebouw is geschikt als broedlocatie.
Het is niet bekend of jaarrond beschermde soorten in de bebouwing broeden.
3.2.2 Watervogels Watervogels die in de omgeving van plangebied voorkomen zijn: Blauwe reiger, Wilde eend.
Trekvogels en watervogels Voorkomen / functie van het plangebied: (Ministerie van Verkeer en Waterstaat e.a., Deltavogelatlas, atlas van vogelconcentraties en vliegbewegingen in het Deltagebied, digitale versie 04-05-2020; SOVON Vogelonderzoek Nederland & Ganzenwerkgroep Zeeland.2018; In het plangebied zelf komen geen watervogels voor. Vanwege de ligging in de bebouwde kom is het plangebied niet geschikt voor watervogels. Uit te voeren maatregelen: Slopen bebouwing, bouwrijp maken van het terrein, bouwen van een woning. Verboden handelingen (doden, vernielen, verstoren van beschermde soorten):