CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Begroting 2022.docx

Raad 11 november 2021, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de begroting 202225.000 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

268

Onttrekking aan reserves

495

622

2

2

2

Geraamd resultaat

-19.935

-20.064

-20.386

-20.439

-20.384 -20.114

Specificatie taakvelden 2022

(bedragen x € 1.000)

Taakveld

Lasten

08-3

Overige baten en lasten

-1.702

43-3

Onderwijsbeleid en leerlingzaken

2.541

51-3

Sportbeleid en activering

75

-75

56-3

Media

586

-586

61-3

Samenkracht en burgerparticipatie

1.569

-1.569

62-3

Wijkteams

403

-403

63-3

Inkomensregelingen

6.213

64-3

Begeleide participatie

5.420

65-3

Arbeidsparticipatie

642

8

-634

66-3

Woonvoorzieningen

1.010

7

-1.003

671-3 Maatwerkdienstverlening 18+

2.259

-2.259

672-3 Maatwerkdienstverlening 18-

4.567

-4.567

681-3 Geescaleerde zorg 18+

165

682-3 Geescaleerde zorg 18-

1.336

-1.336

71-3

892

-892

Totaal

Volksgezondheid

25.977

30

Baten

Saldo 1.702

528

4.855

-2.013

-1.359 -5.420

190

5.589

25

-20.388

2

Investeringen De volgende investering is gepland: Omschrijving (bedragen x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

MFC IJzendijke

7.000

-

-

-

Beleidskader - Krachtig Verbonden (2021) - Kaderstelling Sociaal Domein (2014) - Bibliotheekvisie (2012) - Onderwijs: Onderwijsvisie 2012-2026 (2012) - Nota Minimabeleid (2019) - Plan Jeugdparticipatie gemeente Sluis (2015) - Nota Integraal jeugdbeleid 2015-2018 - Nota Subsidiebeleid 2015 (2015) - Toekomstige Zorg West Zeeuws-Vlaanderen - Raadsbesluit Integraal armoedebeleid (2017) - Beleidsplan Schuldhulpverlening (2012-2016) - Beleidsplan Sociaal Domein gemeente Sluis (2020-2024)

31

Programma 4: Bestuur en veiligheid Inleiding Burgerparticipatie wordt steeds belangrijker. We zien daarbij een belangrijke rol voor individuele burgers, partijen in het maatschappelijke middenveld, ondernemers en stads- en dorpsraden. Burgerparticipatie kan vorm krijgen door informeren, meedenken, meedoen en meepraten tot coproduceren en ruimte bieden aan burgerinitiatieven. De gemeente stemt haar rol daar telkens op af. Burgers weten wat zij van de gemeente mogen verwachten, zijn tevreden over de gemeentelijke dienstverlening en hebben geen last van onnodige regels. Steeds meer diensten komen digitaal beschikbaar voor burgers en bedrijven. Onze inwoners en bezoekers wonen, verblijven en leven in een veilige omgeving. Speerpunten 4.1 Dienstverlening en communicatie De gemeente Sluis staat voor een effectieve, klantvriendelijke en goed functionerende dienstverlening. Het strategisch communicatie frame (2019-2022) geeft team Communicatie de ruimte om snel te kunnen acteren in een wendbare en snel veranderende omgeving. In 2022 wordt de communicatie verder op orde gebracht. Iedereen communiceert: burgers, de raad, het college en ambtenaren. Als team Communicatie ondersteunen wij deze verschillende belanghebbenden en zijn we sparringpartner.

Wat willen we bereiken: Wat gaan we daarvoor doen: 4.1.1Dienstverlening Gegarandeerde bereikbaarheid, zowel Continu optimaliseren en digitaliseren van fysiek als digitaal, in alle dienstverlenende onze dienstverlenende processen, processen. Daarbij worden uniformiteit en afgestemd op de veranderende wensen en transparantie in communicatie met behoeften in de maatschappij. Dit doen we betrekking tot alle vragen en verzoeken als onder andere door het creëren van een ook lopende processen, geborgd. Burgers integraal klantbeeld en de ontwikkeling van en ondernemers voelen zich gehoord en het kennismanagementproces. Waar begrepen en worden betrokken bij de mogelijk en gewenst betrekken we de ontwikkeling van initiatieven. burgers en ondernemers conform het in 2020 vastgestelde beleid Burgerparticipatie. Op 16 maart 2022 vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Wij zijn inmiddels gestart met de voorbereidingen hiervoor. 4.1.2 Communicatie Begrijpelijke taal voor iedereen. We gaan de organisatie verder trainen om te schrijven op taalniveau B1. We streven naar een digitale dienstverlening Er wordt beleid opgesteld en die voor iedereen, zowel intern als extern, geïmplementeerd op het gebied van digitale toegankelijk is. toegankelijkheid met een focus op webformulieren en PDF-bestanden. Beleid kabinetszaken

We gaan beleid voor kabinetszaken verder ontwikkelen en uitvoeren, zoals bijvoorbeeld representatie en relatiegeschenken. 32

4.2 Veiligheid We zetten in op een veilige woon-, verblijfs- en leefomgeving; een gemeente waar bewoners en bezoekers zich veilig voelen. Wat willen we bereiken: Wat gaan we daarvoor doen: 4.2.1 Veiligheid Samen met burgers en natuurlijke We geven uitvoering aan de speerpunten uit veiligheidspartners (politie, justitie, het Integraal Veiligheidsbeleid: brandweer, zorgpartners en andere hulpverleningsdiensten) bijdragen aan een Jeugd: meldingen over jeugdoverlast worden snel en adequaat opgepakt. veilige leefomgeving. Jongerenwerkers, school en de jeugdagent van politie gaan aan de slag met deze problematiek. Preventie is hierbij een belangrijke pijler. Kwetsbaren in de samenleving: samen met politie en zorgpartners kijken we naar hoe de stijging in het aantal meldingen van verwarde personen een halt toegeroepen kan worden. Ondermijning: - Binnen de interne organisatie wordt gekeken naar hoe het staat met de bestuurlijke weerbaarheid tegen ondermijnende criminaliteit. Hoe zorgen we er gezamenlijk voor dat de dijken die de afgelopen jaren zijn opgeworpen tegen ondermijnende criminaliteit, op hoogte blijven en dat het ontwikkelde beleid actueel blijft en op elkaar afgestemd wordt. - Het gemeentelijk grondgebied is erg groot en omvat veel buitengebied. Een aantrekkelijke streek voor het uitoefenen van criminele activiteiten.

Samen met de ondermijningspartners kijken we op welke manier er effectief toezicht uitgeoefend kan worden in het buitengebied en hoe de meldingsbereidheid van burgers vergroot kan worden. Aan de hand van de uitkomsten van het wetenschappelijk onderzoek Kwetsbaarheid buitengebied Zeeuws-Vlaanderen wordt ook gekeken hoe er gestuurd kan worden op het crimineel minder aantrekkelijk maken van het buitengebied. - De jachthavens in Breskens en Cadzand zijn van grote toeristische waarde. Echter, ook criminelen zien kansen in de jachthavens. Door de ligging aan of in de directe nabijheid van de Noordzee zijn de jachthavens een aantrekkelijke locatie 33

voor het smokkelen van bijvoorbeeld vreemdelingen, drugs of wapens. In het komende jaar wordt gekeken naar de weerbaarheid van de jachthavens en hoe deze verbeterd kan worden. Voorkomen van calamiteiten, crises en Opleiden, trainen en oefenen: trainen en verstoringen. oefenen op onze rol, taken en verantwoordelijkheden in de Zeeuwse crisisorganisatie (kolom Bevolkingszorg). Ontplofbare Oorlogsresten (OO, voorheen niet gesprongen explosieven): door ontwikkelingen op het gebied van explosievenopsporing, wetgeving en de oprichting van het Kenniscentrum explosieven is er veel veranderd binnen de opsporing van ontplofbare oorlogsresten. Het huidige NGE beleid wordt naar aanleiding van deze ontwikkelingen herzien.

4.3 Bestuurlijke samenwerking We hebben te maken met diverse gemeente-overstijgende vraagstukken. We zoeken daarbij actief samenwerking op met andere partners (overheid, maatschappelijke instanties en bedrijfsleven) om samen sterker te staan, kennis te delen, kwetsbaarheid weg te nemen en efficiencywinst te behalen. Bestaande samenwerkingsverbanden worden daarom verder uitgediept. Wat willen we bereiken: Wat gaan we daarvoor doen: 4.3.1 Bestuurlijke samenwerking Gezamenlijke kracht, efficiencywinst en Actieve deelname in minder kwetsbaarheid. samenwerkingsverbanden op diverse niveaus, zoals: - regionaal: Zeeuws-Vlaamse gemeenten, Onbegrensd Zeeuws-Vlaanderen (samen met bedrijfsleven), Toekomstige zorg enz. - Zeeuws: VZG, OZO. Continuering OZO. Op 8 november 2018 besloot de gemeenteraad bij het vaststellen van de begroting 2019 tot deelname aan het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO). Hiervoor is een structurele jaarlast opgenomen van € 1 per inwoner. Zoals bij aanvang afgesproken, vond na 2 jaar een evaluatie plaats. Het eindrapport ‘Zeeuwse samenwerking naar vlieghoogte’ ontving de raad 26 februari 2021. Uit de evaluatie blijkt dat het OZO een stevige basis legt voor bundeling van Zeeuwse krachten bij regionale opgaven en lobbythema’s. Ook worden aanbevelingen gedaan om de resultaten van het OZO verder te vergroten, 34

-

waaronder meer aansluiting bij de volksvertegenwoordigers. Op basis van het rapport stellen wijvoor de samenwerking met het OZO te continueren. Financieel brengt dit geen nieuwe gevolgen voor de meerjarenbegroting met zich mee (bedrag is structureel geraamd). grensoverschrijdend: samenwerking met de gemeenten Maldegem, Knokke-Heist, Damme en Sint Laureins (GOS).

Het verbinden van de Regiovisie ZeeuwsVlaanderen, de werkagenda North Sea Port District en de Regiodeal Zeeuws-Vlaanderen tot een sterk streekproces en een gezamenlijke, Zeeuws-Vlaamse strategische agenda en lobbytraject. Verbonden partijen Veiligheidsregio Zeeland De Veiligheidsregio staat de komende jaren voor een aantal grote uitdagingen: hoe blijft goede brandweerzorg beschikbaar binnen de Zeeuwse gemeenten. Teruglopende vrijwilligersaantallen en hoge kosten zijn hierbij aandachtspunten. Het nieuwe meerjaren beleidsplan dat eind 2021 vastgesteld wordt geeft de uitdagingen hierin weer. Eén van de uitgangspunten hierbij is dat het uitvoering geven aan de wettelijke kerntaken voorop staat. Nieuw beleid zal door middel van begrotingswijzigingen voorgelegd worden aan gemeenten.

35

Wat gaat het kosten? (Bedragen x € 1.000)

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Lasten

3.653

2.875

2.668

2.708

2.746

2.785

Baten

369

564

573

584

593

602

Saldo van baten en lasten

-3.284

-2.310

-2.095

-2.125

-2.154

-2.183

Toevoeging aan reserves

200

Onttrekking aan reserves

200

152

2

2

2

2

Geraamd resultaat

None

-2.158

-2.093

-2.123

-2.152

-2.181

Specificatie taakvelden 2021

(bedragen x € 1.000)

Taakveld

Lasten

01-4

Bestuur

1.162

02-4

Burgerzaken

1.232

532

-701

12-4

Openbare orde en veiligheid

274

42

-232

2.668

573

-2.095

Totaal

Baten

Saldo -1.162

Investeringen Geen investeringen gepland Beleidskader - Krachtig Verbonden (2021) - Strategisch communicatie frame - Integraal veiligheidsbeleid 2018-2022 met jaarlijks een bijbehorend uitvoeringsprogramma - Zeeuws-Vlaamse visie op dienstverlening: dienstverlening samen doen 2012-2015 - Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland (2014) - Buiten de lijnen, integrale persoonsgerichte aanpak voor mensen in een sociaalmaatschappelijk kwetsbare positie.

36

5: Algemene onvoorzien

dekkingsmiddelen,

overhead,

vpb

en

Inleiding De gemeentelijke uitgaven worden gedekt uit verschillende inkomstenbronnen. Deze zijn te splitsen in specifieke en algemene inkomstenbronnen. De specifieke zijn direct te relateren aan de uitgaven van de programma's en zijn dan ook hierbinnen verantwoord. De inkomstenbronnen en uitgaven die niet direct te relateren zijn aan de programma's (algemene uitkering, lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is, deelnemingen enzovoorts) zijn in dit hoofdstuk opgenomen. Een onderdeel van het programmaplan bestaat uit een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen, een overzicht van de kosten van de overhead, het bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting en het bedrag voor onvoorzien. Voor het overzicht van de kosten van de overhead verwijzen wij naar de paragraaf Bedrijfsvoering. Wat gaat het kosten? (Bedragen x € 1.000)

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Lasten

8.927

13.847

13.028

12.557

13.097

13.925

Baten

55.082

57.812

55.314

56.106

56.807

57.575

Saldo van baten en lasten

46.154

43.964

42.286

43.549

43.710

43.650

Toevoeging aan reserves

3.524

152

Onttrekking aan reserves

2.975

2.111

82

82

82

82

Geraamd resultaat

45.606

43.964

42.286

43.549

43.710

43.650

Specificatie taakvelden 2022 Taakveld 010-5 Mutaties reserves

(bedragen x € 1.000) Lasten

Baten

Saldo

166

397

231

011-5 Resultaat van rekeningen van baten2.660 en lasten 04-5 Overhead 9.487

27

-9.460

05-5

27

469

061-5 OZB woningen

4.165

4.165

062-5 OZB niet-woningen

2.473

2.473

553

-58

Treasury

064-5 Belastingen overige

-442

611 37

-2.660

07-5 08-5

Algemene uitkering en uitkering gemeentefonds Overige baten en lasten

overige

09-5

Vennootschapsbelasting (VpB)

34-5

Economische promotie

Totaal

40.088

40.088

546

-546

13.028

7.585

7.585

55.314

42.286

Investeringen De volgende investering is gepland: Omschrijving (bedragen x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

Fietsproject

15

15

15

15

Beleidskader - Financiële verordening Sluis 2017 - Controleverordening 2012 - Nota Reservebeleid 2017-2020 - Treasurystatuut 2021 - Belastingverordeningen

38

Financiële positie In het hoofdstuk financiële positie wordt ingegaan op de diverse onderdelen die van invloed zijn en inzicht geven in de financiële positie van de gemeente Sluis.

39

Uitgangspunten Het uitgangspunt van deze begroting is de Kadernota 2022 waarop als gevolg van een aantal ontwikkelingen aanpassingen zijn aangebracht. Onder de paragraaf Begrotingssaldo/Meerjarenperspectief 2022-2025 gaan we hierop verder in. De uitgangspunten die hieronder opgesomd zijn, zijn vastgesteld voor het vaststellen van de kadernota en kennen geen wijzigingen op de rentelasten na. Deze zijn aangepast als gevolg van nieuwe berekeningen ten aanzien van de financieringsbehoefte van de gemeente Sluis in de komende jaren. Daarnaast is de meicirculaire nu verwerkt in de begroting conform de regels die zijn afgesproken met de gemeenteraad. De verwachting blijft dat deze uitgangspunten de komende jaren zullen fluctueren door de huidige maatschappelijke ontwikkelingen. Daarom zal hiervoor elk jaar uitgebreid aandacht zijn in de kadernota. De verwerkte uitgangspunten zijn: Omschrijving

2022

2023

2024

2025

Inwoners

23.165

23.150

23.100

23.050

Woonruimten

18.200

18.250

18.300

18.350

Salarissen/sociale lasten

1,2%

2,0%

1,8%

2,1%

Gemeentelijke heffingen*

1,60%

1,90%

1,60%

1,60%

Renteomslag% voor investeringen

1,27%

1,27%

1,27%

1,27%

Algemene uitkering

De meicirculaire 2021 Gemeentefonds vormt de basis voor de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025

* Voor verdere toelichting wordt verwezen naar de paragraaf Lokale heffingen.

40

Begrotingssaldo / meerjarenperspectief 2022-2025 De voorliggende begroting, die een doorwerking betreft van de uitgangspunten van de vastgestelde 1e Bestuursrapportage 2021, resulteert in het volgende meerjarenperspectief: bedragen x € 1.000

2022

2023

2024

2025

Saldo Kadernota 2022

2.953

2.458

3.044

3.924

Bijstellingen kapitaallasten

-293

-274

-286

-282

Saldo begroting 2022-2024

2.660

2.184

2.758

3.642

260

260

260

Ontwikkelingen saldo Compensatie Jeugdzorg

1.066

Compensatie Jeugdzorg structureel Herverdeling Algemene uitkering

2.800

2.800

2.800

2.800

Effecten realistisch begroten

pm

pm

pm

pm

Bijstellingen Het opstellen van de detailbegroting heeft geleid tot een aantal bijstellingen die betrekking hebben op: - verbonden partijen; - bestuur en organisatie; - verwerking meicirculaire 2021; - het opnemen van de investering MFC IJzendijke; - minder rentelasten a.g.v. lage rentestand en uitstel aantrekken langlopende geldlening; - indexering van budgetten; - effecten bijstelling budgetten rioolheffing en afvalstoffenheffing. Saldo begroting 2022-2025 De begroting 2022 en het meerjarenperspectief 2023-2025 zijn sluitend. Ontwikkelingen saldo In bovenstaand overzicht van het saldo staat een aantal ontwikkelingen die van invloed kunnen gaan zijn op het saldo in de komende jaren: - Compensatie Jeugdzorg: zowel de structurele als incidentele bedragen voor Jeugdzorg zijn nog niet definitief en kunnen nog veranderen; - Herverdeling Algemene uitkering: dit bedrag komt voort uit de laatste berekening maar is nog niet definitief. Gezien de grote verschillen met eerdere berekeningen van het ministerie kunnen we hierop zeker nog geen voorschot nemen; - Effecten realistisch begroten: de planning is om de eerste resultaten van de 2e fase van het realistisch begroten te vermelden in de 2e bestuursrapportage, waarna een analyse plaatsvindt in de komende maanden. Dit resulteert in een raadsvoorstel in december 2021.

De eerste inzichten laten zien dat er structureel tekorten zijn op de budgetten die elk jaar worden gemaskeerd door incidentele voordelen op andere plaatsen in de exploitatie.

41

Nieuwe ontwikkelingen De 'wereld draait door'. De begroting 2022 zal een dynamische begroting worden, ingegeven door diverse ontwikkelingen zoals de herverdeling van het gemeentefonds en de vorming van een nieuwe coalitie volgend jaar met haar eigen speerpunten. Deze ontwikkelingen worden, wanneer ze zijn uitgewerkt, in separate raadsvoorstellen voorgelegd aan de gemeenteraad waarin zij duidelijk wordt geïnformeerd over de beleidsmatige en financiële impact van deze ontwikkelingen. In de begroting is al een aantal van deze ontwikkelingen opgenomen: -

gronddepot Sasputsestraat Schoondijke; Klimaatadaptatie Strategie Zeeland (KaSZ); duinboulevard Nieuwvliet; Vitaal West Zeeuws-Vlaanderen; actief grondbeleid; sportvoorzieningen; speelvoorzieningen; plan parkeerterreinen; zandsuppletie.

42

Overzicht van baten en lasten In onderstaande grafiek en de tabel (volgende pagina) op de volgende bladzijde zijn totaaloverzichten opgenomen van de baten en lasten en het saldo per programma. Overeenkomstig het BBV worden hierin de bedragen voor algemene dekkingsmiddelen, de overhead, heffing Vennootschapsbelasting en onvoorzien, afzonderlijk vermeld.

Een specificatie naar de nieuwe taakvelden is opgenomen onder de programma's. Een totaaloverzicht van de taakvelden is opgenomen in bijlage 4. In bijlage 5 vindt u het meerjarenperspectief van de baten en de lasten.

43

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2020

Begroting na wijz 2021Begroting 2022

Baten en lasten per programma

Lasten

Lasten

Baten

Baten

Lasten

Baten

Saldo

1

Ruimte en beheer

32.416

15.138

34.362

15.117

33.539

15.178

-18.361

2

Economie

2.562

1.285

2.602

879

2.392

950

-1.442

3

Sociaal domein

28.813

8.651

26.371

5.684

25.977

5.589

-20.388

4

Bestuur en veiligheid

3.653

369

2.875

564

2.668

573

-2.095

5

Algemene dekkingsmiddelen, onvoorzien Overhead

653

54.986

2.479

53.636

169

54.891

54.722

8.289

96

9.288

27

9.487

27

-9.460

overhead,

vpb

en

Vennootschapsbelasting (VpB)

-15

Onvoorzien

1.805

546

-546

Totaal saldo baten en lasten

76.371

80.526

77.977

75.908

74.778

77.207

2.430

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma Mutaties reserve

5.612

4.455

590

4.149

166

397

231

Totaal na bestemming

81.983

84.980

78.567

80.057

74.944

77.604

2.660

Resultaat

2.997

44

1.490

2.660

Overzicht van incidentele baten en lasten Door een indicatie van de incidentele baten en lasten te geven wordt informatie gegeven die relevant is voor het beoordelen van de financiële positie en de meerjarenraming. Onder incidenteel wordt verstaan baten en lasten die zich niet langer dan drie jaar voordoen. (Bedragen x € 1.000) 2022 2023 2024 2025 PG

Omschrijving lasten Exploitatielasten:

1

Implementatie omgevingswet

2

Ondersteuning Visserijmuseum

35

3

Financieel onderwijs

99

5

Reserveringen nieuwe ontwikkelingen:

arrangement

36 voortgezet

- Voorbereiding MFC IJzendijke

36

35

40

- Verkeersveiligheid

100

- Overige ontwikkelingen

120

subtotaal incidentele exploitatielasten:

294

171

36

0

Toevoegingen aan reserves:

2

PG

Storting deel bouwleges in egalisatiereserve havengebied Breskens

151

subtotaal onttrekkingen reserves:

151

0

0

0

Totaal incidentele lasten

445

171

36

0

Omschrijving baten Exploitatiebaten:

1

Bijdrage projectontwikkelaars Havengebied Breskens

195

1

Bouwleges Havengebied Breskens

886

subtotaal incidentele exploitatiebaten:

1.081

0

0

0

Totaal incidentele baten

1.081

0

0

0

Totaal saldo incidentele lasten en baten

-636

171

36

0

Het bedrag aan incidentele lasten en baten is relatief laag, met uitzondering van de ontvangsten en reservering in het kader van Havengebied Breskens in 2022. Het merendeel van de incidentele lasten behoeft nog een separaat raadsbesluit voordat deze beschikbaar worden gesteld. 45

Structureel en reëel evenwicht Op basis van onderstaand overzicht wordt aangetoond dat de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025, conform de uitgangspunten in het BBV, structureel in evenwicht zijn. Dit houdt in dat structurele lasten kunnen worden gedekt met structurele baten. Indien dit niet het geval zou zijn, zou de kans groot zijn dat er op termijn een begrotingstekort ontstaat. De huidige ramingen tonen aan dat dit risico op dit moment niet aan de orde is. Het structureel begrotingsevenwicht wordt berekend door de totale lasten en baten te verminderen met de incidentele lasten en baten. Het saldo dat overblijft moet op termijn positief zijn (de structurele baten zijn dan groter dan de structurele lasten). In alle jaren van de meerjarenraming is sprake van een positief structureel begrotingssaldo. 2022

(bedragen x € 1.000) Saldo baten en lasten voor bestemming Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo

46

2023

2024

2025

2.429

1.677

2.355

3.298

231

507

403

344

2.660

2.184

2.758

3.642

636

-171

-36

0

2.024

2.355

2.794

3.642

Taakstellingen De begroting bevat nog een taakstelling. Het uiteindelijk behalen van deze taakstelling is van belang voor de beoordeling van de hiervoor gepresenteerde begrotingssaldi. De taakstelling is in onderstaande tabel weergegeven, gevolgd door een toelichting. 2022

bedragen x € 1.000

2023

2024

2025

Sociaal domein

1.700

1.700

1.700

1.700

Totaal te realiseren

1.700

1.700

1.700

1.700

Toelichting Sociaal Domein In de 2e bestuursrapportage is een apart hoofdstuk gewijd aan de stand van zaken ten aanzien van de taakstelling Sociaal Domein. Voor een nadere toelichting wordt u hiernaar verwezen.

47

Geprognosticeerde balans Op grond van de begrotingsvoorschriften dient in de begroting een meerjarige geprognosticeerde balans te worden opgenomen. Hierna vindt u eerst de geprognosticeerde balans (activa en passiva) en daarna een nadere toelichting op de onderdelen investeringsplan (maakt deel uit van de vaste activa) en de reserves en voorzieningen. Tot slot wordt het EMUsaldo berekend. Activa (bedragen x € 1.000)

1-1-2022

31-12-2022 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025

Vaste activa Immaterieel Bijdragen in activa eigendom van derden

177

169

160

151

143

Investeringen economisch nut

43.158

54.353

51.498

49.993

47.172

Investeringen economisch nut, waarvoor heffing kan worden geheven

43.803

45.176

46.024

48.218

48.886

Investeringen maatschappelijk nut

15.537

14.915

14.290

12.263

13.221

Kapitaalverstrekkingen deelnemingen

1.295

1.295

1.295

1.295

1.295

Overige uitzettingen rentetypische periode van één jaar of langer

1.432

1.432

1.432

1.432

1.432

105.402

117.340

114.699

113.352

112.149

1.263

1.161

886

449

301

600

600

500

500

500

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

0

1.000

1.000

1.000

1.000

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

Materieel

Financieel

Totaal vaste activa Vlottende activa Voorraden Onderhanden werk Gereed product en handelsgoederen Uitzettingen met rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in rijks schatkist Overige vorderingen Liquide middelen

48

Kas-, banksaldi

1.512

1.512

1.512

1.512

1.512

500

500

500

500

500

8.375

9.273

8.898

8.461

8.313

113.777

126.613

123.597

121.813

120.462

Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen tlv volgende jaren

Totaal vlottende activa Totaal balans Passiva (bedragen x € 1.000)

1-1-2022

31-12-2022 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025

Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve

11.241

11.241

11.241

11.241

11.241

Bestemmingsreserve

15.577

16.048

16.425

16.955

17.329

0

2.660

2.184

2.758

3.642

4.510

4.510

4.510

4.510

4.510

11.012

11.012

11.012

11.012

11.012

Onderhandse leningen binnenlandse banken en overige financiele instellingen

51.132

52.477

53.996

55.191

56.812

Totaal vaste passiva

93.471

97.947

99.368

101.667

104.546

Begrotingssaldo Voorzieningen Voorzieningen voor verliezen en risico's

verplichtingen,

Van derden verkregen middelen met specifieke besteding Vaste schulden met rentetypische looptijd > 1 jaar

Vlottende passiva

49

Netto-vlottende schuld met rentetypische looptijd < 1 jaar Kasgeldleningen

6.430

6.430

6.430

6.430

6.430

Overige schulden

12.476

20.836

16.399

12.316

8.086

Van Eur. En Ned. Overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel voor volgende jaren

100

100

100

100

100

Overige vooruitontvangen bedragen ten bate van volgende begrotingsjaren

1.300

1.300

1.300

1.300

1.300

Totaal vlottende passiva

20.306

28.666

24.229

20.146

15.916

Totaal balans

113.777

126.613

123.597

121.813

120.462

Overlopende passiva

50

Investeringsplan 2022-2025 De investeringsplanning is opgenomen in bijlage 1 bij deze begroting. Bij de berekening van de kapitaallasten is uitgegaan van de bepalingen uit artikel 8 van de Financiële verordening, vastgesteld bij raadsbesluit van 23 maart 2017. Het renteomslagpercentage (onder het BBV verplicht voorgeschreven) is berekend op 1,274%. Omschrijving (bedragen x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

Omvormen halfverharding

86

88

90

93

Vervanging openbare verlichting (masten)

126

126

126

126

Vervanging openbare verlichting (armaturen)

108

108

108

108

Duurzaam onderhoud bruggen

60

75

42

58

Speelterreinen

28

23

162

117

Vrijvervalriool vervanging/renovatie

1.374

1.676

1.727

1.727

Vrijvervalriool afkoppelen/verbetering

876

107

53

53

Renovatie Individuele behandeling waterafval

32

-

-

-

Gemalen/pompunits bouwkundig

30

31

32

33

Gemalen/pompunits mechanisch

30

31

32

33

Gemalen elektrisch

77

79

81

82

Pompunits elektrisch

180

153

24

24

Rioolpersleiding vervanging

151

154

158

162

Vervanging bedrijfsvoertuigen

215

270

62

143

De kapitaallasten die voortvloeien uit deze investeringen zijn onder de lasten van de diverse programma’s geraamd. Vaststelling van de programmabegroting 2022 houdt tevens in het beschikbaar stellen van de kredieten uit de kolom 2022 van het investeringsplan 2022-2025.

51

Reserves en voorzieningen In de nota Reservebeleid 2017-2020 is, voor zover van toepassing, per reserve/voorziening het volgende in beeld gebracht: het doel van de reserve/voorziening; de voedingen en onttrekkingen; de maximale hoogte en maximale looptijd; bijzonderheden. In onderstaand overzicht wordt een totaalbeeld gegeven van het verloop van de reserves en voorzieningen. Voor informatie over de toevoegingen/onttrekkingen in 2022 verwijzen we naar het overzicht van incidentele baten en lasten (hiervoor) en het overzicht van structurele toevoegingen/onttrekkingen reserves (hierna). bedragen x € 1.000 Stand per:

1-1-2022 31-12-2022 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025

Algemene reserves: Algemene reserve

11.241

11.241

11.241

11.241

11.241

Totaal algemene reserves

11.241

11.241

11.241

11.241

11.241

Reserve grondexploitatie

984

984

984

984

984

Reserve infrastructuur

470

491

513

528

543

Egalisatiereserve algemene uitkering GF

1646

1646

1646

1646

1646

Reserve explosievenruiming

284

286

288

290

292

Reserve demografische ontwikkelingen

310

310

310

310

310

Reserve sociaal domein

1530

1530

1530

1530

1530

Egalisatiereserve kapitaallasten

5265

5514

5763

6012

6253

Reserve restauratie monumenten

28

28

28

28

28

Egalisatiereserve bodemsanering

235

235

235

235

235

Egalisatiereserve bestemmingsplannen

254

254

254

254

254

Egalisatiereserve duurzaamheid

226

226

226

226

226

Reserve Rekenkamercommissie

15

15

15

15

15

Reserve onderhoud gebouwen

1329

1375

1386

1398

1409

Reserve onderhoud gebouw Visveiling

134

134

134

134

134

Reserve bedrijfsvoering

161

161

161

161

161

Egalisatiereserve groen

834

834

834

834

834

Egalisatiereserve wegen

676

676

676

676

676

Reserve recreatievisie

192

193

195

196

197

Egalisatiereserve Havengebied Breskens

1006

1157

1249

1501

1604

Totaal bestemmingsreserves

15.577

16.048

16.425

16.955

17.329

Totaal reserves

26.818

27.289

27.666

28.196

28.570

Bestemmingsreserves:

52

Voorzieningen Voorziening recreatienatuur (Rood-voor-groen)

1.535

1.535

1.535

1.535

1.535

Voorziening woningbouwontwikkeling (Herstructureringsfonds)

451

451

451

451

451

Wethouderspensioenen

4.059

4.059

4.059

4.059

4.059

Wachtgelden wethouders

70

70

70

70

70

Voorziening afvalstoffenheffing

1.248

1.248

1.248

1.248

1.248

Voorziening rioolheffing

5.224

5.224

5.224

5.224

5.224

Voorziening waterberging

25

25

25

25

25

1.927

1.927

1.927

1.927

1.927

982

982

982

982

982

Totaal voorzieningen

15.522

15.522

15.522

15.522

15.522

Totaal reserves en voorzieningen

42.340

42.811

43.187

43.718

44.092

Voorziening aantrekkelijk Oostburg Voorziening recreatienatuur (Rood-voor-rood)

53

Overzicht van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Overzicht van de structurele toevoegingen aan en onttrekkingen uit de reserves: bedragen x € 1.000

2022

2023

2024

2025

Structurele onttrekkingen reserves: Reserve infrastructuur tbv: - winkelcentrum Sluis

6

6

0

0

Recreatievisie

1

1

1

1

- programma 1

165

165

165

157

- programma 3

2

2

2

2

- programma 5

82

82

82

82

Dekking exploitatietekort havengebied Breskens uit egalisatiereserve havengebied Breskens

92

252

154

104

Reserve Explosievenruiming

2

2

2

2

Onderhoudsreserve gebouwen

46

11

11

11

Totaal structurele onttrekkingen reserves

397

522

418

359

Reserve infrastructuur tbv herinrichting Oostburg

15

15

15

15

Egalisatiereserve havengebied Breskens

151

0

0

0

Totaal structurele toevoegingen reserves

166

15

15

15

Egalisatiereserve kapitaallasten tbv:

Structurele toevoegingen reserves:

54

EMU-saldo Het EMU-saldo geldt binnen de Europese Unie als een indicator om de gezondheid van de overheidsfinanciën te kunnen bepalen. Dit cijfer geeft aan of een overheid een overschot of een tekort heeft. Gemeenten moeten dit cijfer in hun begroting opnemen omdat het Rijk een verplichting heeft naar Europa. Het EMU saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar gaat uit van ontvangsten en uitgaven van de gemeente, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie. Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. Wat is er dan anders aan de EMU-systematiek dan het (gemodificeerde) baten- en lastenstelsel dat de gemeenten hanteren? Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten. Daarbij wordt uitgegaan van de jaarlijkse kapitaallasten van de investeringen. Investeringen in een bepaald jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. De berekening is in de navolgende tabel opgenomen. Berekening EMU-saldo (bedragen * € 1.000) 2021

2022

2023

1.313

2.047

1.195

1.

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

2.

Mutatie (im)materiële vaste activa

977

1.844

27

3.

Mutatie voorzieningen

-835

-249

-249

4.

Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

1.266

-375

-437

5.

Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa

0

0

0

-1.765

329

1.356

Berekend EMU-saldo (1 - 2 + 3 - 4 - 5)

Voor elke individuele gemeente is een referentiewaarde berekend (geen norm) die, volgens een gelijke verdeling op basis van het begrotingstotaal, het aandeel vormt binnen het totale begrotingstekort van de Nederlandse overheid. Voor de gemeente Sluis bedraagt de referentiewaarde voor 2021 € 2.626.000. De nieuwe waarde wordt in de septembercirculaire vermeld. De verwachting is dat deze niet veel zal afwijken zodat hieruit kan worden geconcludeerd dat de gemeente Sluis zowel in 2021 als in 2022 binnen de referentiewaarde blijft.

55

Paragrafen

56

Paragraaf lokale heffingen De lokale heffingen zijn een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke inkomsten. Het beleid aangaande deze heffingen is vastgelegd in diverse gemeentelijke verordeningen die door de gemeenteraad zijn vastgesteld. We maken onderscheid in twee soorten heffingen: - Belastingen: de opbrengst dient als algemeen dekkingsmiddel. Er staat geen prestatie tegenover. Voorbeelden zijn de onroerende zaakbelastingen, hondenbelasting en forensenbelasting. - Retributies: de opbrengst dient ter dekking van de gemaakte kosten van de dienst. Tegenover deze heffing staat een prestatie, zoals de rioolheffingen en de afvalstoffenheffing. De opbrengst van de retributies mag maximaal kostendekkend zijn. Lokale heffingen In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de inkomsten uit de lokale heffingen. bedragen x € 1.000

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Onroerende zaakbelastingen

6.412

6.528

6.638

6.766

6.880

6.996

Afvalstoffenheffing *

3.434

3.553

3.569

3.640

3.696

3.753

Rioolheffing *

4.520

4.588

4.798

4.950

5.093

5.240

Hondenbelasting

163

166

168

172

174

177

Precariobelasting

227

231

235

239

243

247

Toeristenbelasting

4.635

4.685

4.705

4.790

4.910

4.910

Forensenbelasting

2.030

2.450

2.880

2.910

2.940

2.940

Reclamebelasting

129

131

133

136

138

140

Marktgeld

23

24

24

25

25

26

Lijkbezorgingsrechten

309

315

396

404

410

417

Baatbelasting

11

11

11

11

11

11

Parkeerbelastingen

1.891

1.891

1.909

1.909

1.909

1.909

Naheffingsaanslagen parkeerbelasting

300

300

300

300

300

300

Leges Burgerzaken

505

514

523

533

541

550

Leges bouwvergunningen**

720

733

1.570

695

706

718

Leges overige

155

158

160

163

166

169

25.464

26.278

28.019

27.643

28.142

28.503

Totaal

* na aftrek storting in voorziening dubieuze debiteuren **2022: waarvan € 886 havengebied Breskens

57

Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen Coalitieprogramma Dynamisch, continuerend en grensverleggend Het coalitieprogramma 'Dynamisch, continuerend en grensverleggend' vermeldt over de lokale heffingen: - Lokale belastingen zijn geen sluitpost; - De belastingdruk stijgt niet meer dan met het percentage van de inflatie. In 2019 is een onderzoek uitgevoerd naar onder andere: - leges; - forensenbelasting; - de mogelijkheden om meer middelen te genereren uit de ontwikkelingen op het gebied van recreatie en toerisme, met name aan de kust. Dit onderzoek resulteerde in onderstaande aanpassingen (ingaande 2020 en nog steeds van toepassing). Leges: € 517 leges in rekening brengen voor een principeverzoek voor een planologische procedure (geen verrekening bij het indienen van een definitieve aanvraag). Forensenbelasting: - Heffingsgrondslag wijzigen in een ‰ van de WOZ-waarde; - Het minimumtarief voor de forensenbelasting voor woningen met een WOZ-waarde ≤ € 100.000 bedraagt in 2022 € 500; - Alle objecten met een waarde variërende tussen € 100.000 en € 700.000 euro worden in 2022 belast met 5,0‰ van de WOZ-waarde; - De maximaal te belasten WOZ-waarde van de forensenbelasting is vastgesteld op € 700.000 euro. (Water)toeristenbelasting: De tarieven (water)toeristenbelasting stijgen in 2022 en worden per persoon per overnachting: - (mini)campings/jachthavens m.u.v.

strandslaaphuisjes en € 1,25 de jaarplaatsen 58

-

jaarplaatsen (mini)campings/jachthavens recreatiewoningen, pensions, etc. hotels strandslaaphuisjes

€ 1,55 € 1,55 € 2,05 € 2,05

Toerekening overhead aan de heffingen Definitie van het begrip overhead: - Er wordt aansluiting gezocht bij de definitie in het kader van Vensters voor Bedrijfsvoering; - Overhead zijn alle kosten die indirect samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Bij de toerekening van de overhead aan de heffingen is uitgegaan van een methodiek uit de Handreiking kostenonderbouwing lokale heffingen, te weten een methodiek gebaseerd op de personeelslasten. Niet alle overheadkosten worden toegerekend; nagegaan is welke overhead redelijkerwijs kan worden toegerekend aan de heffingen. Niet toegerekend worden de kosten van: - het bestuurssecretariaat : ondersteuning college van burgemeester en wethouders; - commissie bezwaar, communicatie en gemeentejurist: communicatie en afhandeling van bezwaar- en beroepschriften inzake belastingen loopt via Sabewa Zeeland; - de medewerkers belast met enkele specifieke taken van bedrijfsvoering (bijv. informatiebeveiliging). Daarmee rekeninghoudend komt de toeslag voor de overhead op de directe personeelslasten uit op 66%. Regionale samenwerking Sabewa Zeeland De heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing, rioolheffing, hondenbelasting, toeristenbelasting, forensenbelasting, precariobelasting en reclamebelasting is overgedragen aan de gemeenschappelijke regeling Sabewa Zeeland.

Sabewa Zeeland handelt tevens de kwijtschelding van deze belastingen af. Tarieven 2022 In de begroting 2022-2026 is uitgegaan van een aanpassing van de tarieven met 1,6%, zijnde de prijsindex bruto binnenlands product 2022 die ook wordt gehanteerd in de meicirculaire 2021. Uitzonderingen hierop zijn: Belastingsoort Afvalstoffenheffing

Verhoging

Rioolheffing

Op basis van het GRP 2020-2024 een jaarlijkse tariefsverhoging met 1,25%, verhoogd met het inflatiepercentage van 1,6%.

Toeristenbelasting

Tarieven variëren van € 1,25 tot € 2,05 op basis van soort verblijf.

Lijkbezorgingsrechten

Uitgangspunt is 100% kostendekking. Voor de komende jaren wordt, totdat dit is bereikt, uitgegaan van een jaarlijkse stijging van de tarieven met het inflatiepercentage (1,6%).

Baatbelasting

Uitvoering van de reeds eerder door de raad vastgestelde verordeningen (riolering buitengebied en herinrichting centrum Sluis).

Parkeerbelastingen

Geen wijzigingen t.o.v. de tarieven 2021.

Verhoging tarieven 2021 met 0,5%.

59

Naheffing parkeerbelasting

Vaststellen op het wettelijk maximum voor 2022 ad € 66,50 (was € 65,30; verhoging uitsluitend op basis van een kostenberekening die deze verhoging rechtvaardigt).

Overzicht tarieven belastingen en heffingen Soort

Grondslag

2021

2022

Ozb Woning eigenaar

Percentage WOZ-waarde

0,0999%

0,0944%

Niet-woning eigenaar

Percentage WOZ-waarde

0,2117%

0,2151%

Niet-woning gebruiker

Percentage WOZ-waarde

0,1726%

0,1754%

Gebruiker

Eenpersoonshuishouden

€ 209,10

€ 210,15

Gebruiker

Tweepersoonshuishouden

€ 257,25

€ 258,55

Gebruiker

Meer dan tweepersoonshuishouden

€ 286,10

€ 287,55

Gebruiker

Vakantie-/recreatiewoning

€ 286,10

€ 287,55

Gebruiker

Afvoer 0 afvalwater

m3

€ 273,35

€ 281,15

Gebruiker

Afvoer > 300 t/m 1.000 m3 afvalwater

€ 794,30

€ 816,95

Gebruiker

Afvoer > 1.000 t/m 2.500 m3 € 1.161,25 € 1.194,35 afvalwater

Gebruiker

Afvoer > 2.500 t/m 5.000 m3 € 1.659,70 € 1.707,00 afvalwater

Gebruiker

Afvoer > 5.000 m3 afvalwater € 1.659,70 € 1.707,00

Afvalstoffenheffing

Rioolheffingen t/m

300

Verhoogd met € 0,25 per m3 voor elke m3 waarmee de hoeveelheid afgevoerd afvalwater de 5.000 m3 te boven gaat.

Hondenbelasting 1e hond

Voor de 1e hond

€ 62,90

€ 63,90

Iedere volgende hond

Per hond

€ 116,65

€ 118,50

Kennel

Per kennel

€ 224,50

€ 228,10

60

Precariobelasting Reclameborden, uithangborden e.d.

Per stuk per jaar

€ 36,15

€ 36,75

Zonneschermen en luifels

Per stuk per jaar

€ 30,85

€ 31,35

Terras Boul. de Wielingen Cadzand en Per m2 per maand Kaai, Spuiplein en Oranjeplein Breskens

€ 3,60

€ 3,65

Terras Ledelplein, Markt, Erasmus- Per m2 per maand straat, Raadhuisplein en Eenhoornplantsoen Oostburg

€ 2,90

€ 2,95

Terras bebouwde kom Sluis

Per m2 per maand

€ 4,80

€ 4,90

Terras overig gebouwd gemeente Per m2 per maand Sluis

€ 2,50

€ 2,55

Toeristenbelasting (mini)campings/ Watertoeristen muv Per persoon jaarplaatsen en strandslaaphuisjes overnachting

per

€ 1,20

€ 1,25

Jaarplaatsen

Per persoon overnachting

per

€ 1,50

€ 1,55

Pensions/recreatiewoningen

Per persoon overnachting

per

€ 1,50

€ 1,55

Hotels

Per persoon overnachting

per

€ 2,00

€ 2,05

Strandslaaphuisjes

Per persoon overnachting

per

€ 2,00

€ 2,05

Forensenbelasting Tarief 2022: 5,0‰ van de WOZ-waarde met een minimumtarief van € 500 voor woningen met een WOZ-waarde ≤ € 100.000. De maximaal te belasten WOZ-waarde is € 700.000 (forensenbelasting maximaal € 3.500). Reclamebelasting Deelgebied 1 (kern Oostburg) bij een oppervlakte van de openbare aankondigingen van: Minder dan 0,1 m2

nihil

0,1 m2 of meer maar minder dan 15 m2

€ 963,95

nihil € 979,35

15 m2 of meer maar minder dan 25 m2

€ 1.074,15 € 1.091,35

25 m2 of meer

€ 1.294,50 € 1.315,20

Deelgebied 2 (bedrijventerrein Oostburg) bij een oppervlakte van de openbare aankondigingen van : Minder dan 0,1 m2 nihil nihil 0,1 m2 of meer maar minder dan 15 m2

€ 771,15

€ 783,50

15 m2 of meer maar minder dan 25 m2

€ 859,25

€ 873,00

61

25 m2 of meer

€ 1.035,55 € 1.052,10

Parkeerbelastingen Naheffing parkeerbelasting

€ 65,30

Overige

€ 66,50

Ongewijzigd

Toelichting Onroerende zaakbelastingen De onroerende zaakbelastingen worden geheven naar de taxatiewaarde van een object (woningen en niet-woningen) op basis van de Wet WOZ. Deze waarde wordt jaarlijks opnieuw getaxeerd. Voor de belastingaanslagen 2022 is de WOZ-waarde per 1 januari 2021 bepalend. In deze begroting is uitgegaan van een jaarlijkse tariefverhoging met het inflatiepercentage (1,6%). Dit percentage wordt gecorrigeerd met de waardeontwikkelingen in het kader van de Wet WOZ. Vrijstellingen: uitsluitend de wettelijke verplichte vrijstellingen. Kwijtschelding: onroerende zaakbelastingen komen in aanmerking voor kwijtschelding. Macronorm onroerende zaakbelastingen: deze norm is in 2019 voor de laatste keer toegepast. In plaats daarvan komt een benchmark waarin de onroerende zaakbelastingen, de afvalstoffen- en de rioolheffingen worden vergeleken. Het resultaat van deze benchmark komt in de COELO-Atlas (maart 2022). Afvalstoffenheffing In de afvalstoffenheffing worden de lasten doorberekend voor het inzamelen, afvoeren en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen. Heffingsmaatstaf: tariefdifferentiatie naar aantal bewoners van een perceel met als peildatum 1 januari van het belastingjaar. Vrijstellingen: geen vrijstellingen. Kwijtschelding: voor de afvalstoffenheffing kan kwijtschelding verleend worden.

In de berekening van de tarieven worden, naast de directe kosten, meegenomen: de overhead op de interne personeelskosten, de kosten van heffing en invordering door Sabewa Zeeland, de compensabele btw, het bedrag dat aan afvalstoffenheffing wordt kwijtgescholden en het bedrag dat in de voorziening dubieuze debiteuren wordt gestort. In onderstaande tabel zijn de baten en lasten voor het huishoudelijk afval opgenomen (kostenonderbouwing): Omschrijving Uitgaven Inkomsten 2022 incl. 2022 incl. BTW BTW Huishoudelijk afval

3.027.036

Milieustraat Oostburg

701.302

62

243.171

Heffing/invordering afvalstoffenheffing

58.423

Kwijtschelding

94.000

Voorziening dubieuze debiteuren

72.000

Totaal uitgaven en inkomsten

3.952.761

Netto lasten door afvalstoffenheffing

te

berekenen

in

de 3.709.590

Opbrengst afvalstoffenheffing Onttrekken aan afvalstoffenheffing

de

243.171

3.641.477 voorziening

Dekkingspercentage afvalstoffenheffing

68.113 98,2%

Eventuele tekorten c.q. overschotten worden verrekend met de voorziening afvalstoffenheffing. De huidige voorziening bedraagt ongeveer € 1,1 miljoen. Middels raadsbesluit van 30 april 2020 ligt er een claim van € 700.000 op de voorziening afvalstoffenheffing. Dit voor een jaarlijkse onttrekking van € 70.000 gedurende 10 jaar (20212030) met betrekking tot de investering Inzamelmiddelen grondstofplan 2019-2023. Volgens de berekeningen voor de meerjarenbegroting 2022-2026 moeten geen aanvullende middelen aan de voorziening afvalstoffenheffing onttrokken worden en is de voorziening nog toereikend genoeg. Rioolheffingen De rioolheffing is een heffing die op grond van artikel 228a van de Gemeentewet wordt geheven om de kosten op te vangen die voortvloeien uit de zorgplicht voor: - de afvoer van afvalwater; - de afvoer van hemelwater; - het kwaliteitsbeheer van grondwater. De wijze waarop aan deze zorgplicht invulling wordt gegeven is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2020-2024, vastgesteld bij raadsbesluit van 27 juni 2019. Tegelijkertijd is besloten om de tarieven rioolheffing jaarlijks te verhogen met 1,25% en het dan geldende inflatiepercentage. Voor 2022 is het inflatiepercentage vastgesteld op 1,6% waarmee de tarieven rioolheffing zullen stijgen met 2,85%.

De rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Het tarief is afhankelijk van het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. Vrijstellingen: de Gemeentewet schrijft geen verplichte vrijstellingen voor. Ook in de gemeentelijke belastingverordening zijn geen vrijstellingen opgenomen. Kwijtschelding: voor de rioolheffing kan kwijtschelding worden verleend. In de tarieven worden, naast de directe kosten, meegenomen: de overhead op de interne personeelskosten, de kosten van heffing en invordering door Sabewa Zeeland, de compensabele BTW, het bedrag dat aan rioolheffing wordt kwijtgescholden en het bedrag dat in de voorziening dubieuze debiteuren wordt gestort. Voorts worden in de rioolheffing nog doorberekend: 1. Archeologieonderzoek:

63

De kosten van het vooronderzoek (bureauonderzoek, veldonderzoek als verslaglegging van het onderzoek) zijn volledig ten laste van de rioolheffing te brengen. Ook de eventuele kosten van extra (voorzorgs)maatregelen als er in een risicogebied wordt gegraven, vallen onder de kosten die toegerekend kunnen worden aan de zorgtaken. Maar de kosten van eventuele vervolgwerkzaamheden of vervolgschade, als blijkt dat er daadwerkelijk archeologische vondsten zijn gevonden, komen niet meer ten laste van de rioolheffing. Deze kosten zijn niet meer in redelijkheid toe te rekenen aan de drie zorgtaken (riolering, hemel- en grondwater). 2. Explosievenonderzoek: Hier geldt dezelfde lijn als bij het archeologieonderzoek. 3. Bodemvervuiling: Ook hier geldt dezelfde lijn als bij het archeologie- en explosievenonderzoek. 4. Flexibele buizen aansluiting huisriolen bij rioolvervanging: Een deel van de kosten van vervanging van de huisaansluiting is toe te rekenen aan de rioleringswerkzaamheden. Welk deel dat is, kan aan de hand van ouderdom en afschrijving worden vastgesteld. Een deel van de kosten zou voor rekening van het nutsbedrijf moeten komen. Indien de gemeente desalniettemin besluit dat alle kosten door de gemeente worden gedragen, dan zal dat deel ten laste van de algemene middelen moeten worden gebracht. 5.

Vervanging bestrating bij rioleringswerkzaamheden: De kosten van het openbreken en sluiten van de straat ter plaatse van de rioleringswerkzaamheden zijn geheel toe te rekenen aan de rioolheffing. Ook de kosten van de extra fundering van de weg vanwege de riolering (extra aanbrengen puin) worden rechtstreeks veroorzaakt door de riolering en horen bij de goede aanbrenging van de riolering. De kosten van nieuwe bestrating hoort niet te worden door belast in de rioolheffing. Deze zijn immers niet opgeroepen door de zorgtaken en zijn ook geen rechtstreeks gevolg daarvan. De vervanging van het materiaal dat kapot is gegaan door het openbreken is dat wel. 6. Beleidskosten: Een deel van de kosten van beleidsambtenaren kan door belast worden, d.w.z. dat deel van de beleidsambtenaren die zich rechtstreeks met de zorgtaken bezighouden. Ook de kosten van het GRP kunnen volledig worden door belast. In onderstaande tabel is de kostenonderbouwing van de rioolheffing opgenomen: Omschrijving Uitgaven Inkomsten 2022 incl. 2022 incl. BTW BTW Bermsloten/beschoeiingen

162.840

Straatreiniging

299.490

Vrijvervalriolering

3.216.748

Drukriolering

868.440

Oppervlaktewater

91.871

Heffing en invordering rioolheffing

69.333

Kwijtschelding

94.000

Voorziening dubieuze debiteuren

72.000

Totaal uitgaven en inkomsten

4.874.722

64

37.619 29.221

66.840

Netto lasten rioolheffing

door

te

berekenen

in

de 4.807.882

Rioolheffing

4.870.000

Toevoegen aan de voorziening rioolheffing

62.118

Dekkingspercentage rioolheffing

101,3%

De overschotten en tekorten worden verrekend met de voorziening rioolheffing. In de meerjarenbegroting 2022-2026 worden geen tekorten verwacht en zal de voorziening aangevuld worden. Hondenbelasting In artikel 226 van de Gemeentewet ligt de bevoegdheid tot het heffen van hondenbelasting vast, op lokaal verder uitgewerkt in de Verordening hondenbelasting. Belastingplichtig is de houder van één of meer honden binnen de gemeente. Wettelijk zijn er geen verplichte vrijstellingen voorgeschreven. In de gemeentelijke verordening zijn de volgende facultatieve vrijstellingen opgenomen: 1. Honden die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; 2. Honden die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; 3. Honden die verblijven in een hondenasiel; 4. Honden die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; 5. Honden die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; 6. Honden die in dienst zijn bij de politie. Heffingsmaatstaf: heffing naar het aantal honden. Kwijtschelding: er wordt geen kwijtschelding verleend voor de hondenbelasting.

Precariobelasting Basis voor de heffing van precariobelasting is artikel 228 van de Gemeentewet, door de raad vastgelegd in de Verordening precariobelasting. Belastingplichtig is degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of op die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. Hoewel de gemeentewet geen verplichte vrijstellingen voorschrijft, zijn in de verordening de volgende vrijstellingen opgenomen: 1. Voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; 2. Voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; 3. Voorwerpen bij kleine en middelgrote evenementen, zoals bedoeld in de nota evenementenbeleid. 4. Uithangborden die in het kader van het ROMA-project zijn aangebracht in de Weststraat, Marktstraat, Oude Kerkstraat en Tuimelsteenstraat te Aardenburg en die voldoen aan de door de gemeente gestelde eisen van uiterlijk en mogelijke voorstellingen. 65

De heffingsgrondslagen en tarieven zijn vermeld in een bij de verordening behorende tarieventabel. Kwijtschelding: precariobelasting komt niet voor kwijtschelding in aanmerking. Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een belasting die op grond van artikel 224 van de Gemeentewet geheven wordt voor het houden van verblijf door niet-ingezetenen. Het gaat hier om een algemene belasting waarvan de opbrengsten toevloeien aan de algemene middelen van de gemeente. Dat laat onverlet dat tegenover de opbrengsten ook aanzienlijke investeringen staan die direct of indirect ten goede komen aan de recreatief-toeristische sector. Naast de 'gewone' toeristenbelasting voor het verblijf in hotels, pensions, tenten, caravans etc. heft de gemeente Sluis ook een watertoeristenbelasting voor het verblijf op vaartuigen in het gemeentelijk watergebied. Vrijstellingen: uitsluitend vrijstellingen voor vormen van verblijf waarbij degene die verblijf houdt geen vrije keuze heeft, zoals verzorgden en verpleegden in verzorgings-, verpleeg- en ziekenhuizen, asielzoekers gehuisvest door het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers. Verder vrijstellingen ter voorkoming van samenloop van watertoeristen- en toeristenbelasting en forensen- en toeristenbelasting (voor het houden van verblijf door een en dezelfde persoon). Kwijtschelding: voor de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Forensenbelasting Voor het gedurende meer dan 90 dagen per jaar ter beschikking houden van een gemeubileerde woning door personen die geen hoofdverblijf hebben in de gemeente, wordt een forensenbelasting geheven Voor de heffingsmaatstaf is gekozen voor een promillage van de WOZ-waarde, waarbij het minimumtarief in 2022 € 500 bedraagt en de maximum te belasten WOZ-waarde op € 700.000 is vastgesteld. Vrijstellingen: uitsluitend de verplichte vrijstelling uit artikel 223, lid 2 van de Gemeentewet voor degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft. Kwijtschelding: voor de forensenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Reclamebelasting Het heffen van reclamebelasting geschiedt in de gemeente Sluis uitsluitend in de kern Oostburg op grond van de Verordening reclamebelasting. Een deel van de opbrengst wordt doorgesluisd naar de Stichting Ondernemersfonds Eenhoornstad. Voor doorsluizing van de opbrengst wordt hierop in mindering gebracht: a. € 6.000 als jaarlijkse vergoeding van de perceptiekosten reclamebelasting b. € 13.000 als compensatie van de gederfde parkeerbelasting in Oostburg c.

€ 15.000 per jaar gedurende een periode van 20 jaar (ingaand 2014) als bijdrage in de aanpassingen van de infrastructuur in Oostburg. Het grondgebied van Oostburg is onderverdeeld in 2 tariefgebieden: het bedrijventerrein en het overige grondgebied van deze kern. 66

Belastingplichtig is degene die de openbare aankondiging heeft, dan wel degene ten behoeve van wie de openbare aankondiging is aangebracht. Vrijstellingen: de Gemeentewet bevat geen wettelijke vrijstellingen. In de verordening zijn de volgende facultatieve vrijstellingen opgenomen: a. Vrijstellingen die korter dan 13 weken aanwezig zijn, tenzij deze openbare aankondigingen zijn geplaatst in een voorziening waarin, waaraan of waarop wisselende openbare aankondigingen worden geplaatst, die individueel korter dan 13 weken aanwezig zijn, maar waarbij de verschillende openbare aankondigingen gezamenlijk 13 weken of meer aanwezig zijn; b. Vrijstellingen die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen worden aangemerkt; c. Vrijstellingen die door of in opdracht van de gemeente zijn geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondigingen geschieden ter uitvoering van de publieke taak en voor zover deze aankondigingen niet tot een vestiging behoren; d. Vrijstellingen op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden; e.

Vrijstellingen van instellingen, die door de rijksbelastingdienst zijn aangewezen als Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI) of die voldoen aan de criteria van de rijksbelastingdienst voor een Sociaal Belang Behartigende Instelling (SBBI) en die uitsluitend betrekking hebben op de functie van het gebouw of de naam van de instelling; f. Vrijstellingen bestemd voor de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of te verhuren zaak en een totale oppervlakte van 5 m2 per vestiging of bouwwerk niet overstijgen; g. Vrijstellingen aangebracht door of namens de Stichting Ondernemersfonds Eenhoornstad, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag, banier of zuil met de naam en/of afbeelding Eenhoornstad. Kwijtschelding: voor de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Marktgelden De bevoegdheid tot het heffen van marktgelden ligt vast in artikel 229, 1e lid, onderdelen a en b van de Gemeentewet, op lokaal niveau uitgewerkt in de Verordening marktgelden. De heffingsmaatstaven en tarieven zijn opgenomen in een bij de Verordening marktgelden behorende tarieventabel. In de tarieven voor de markten in Oostburg en Cadzand-Bad is op verzoek van de marktlieden een opslag verwerkt voor promotie. Belastingplichtig is degene aan wie een standplaats op de markt is toegewezen.

De markten moeten als zodanig zijn aangewezen in de Marktverordening. Vrijstellingen: er zijn geen wettelijke of facultatieve vrijstellingen in de verordening opgenomen. Kwijtschelding: marktgelden komen niet in aanmerking voor kwijtschelding. Kermisgelden Bij de vaststelling van de begroting 2019 en de daaruit voortvloeiende 1e wijziging van de programmabegroting 2019 heeft u ingestemd met afschaffing van de kermisgelden per 1 januari 2019. Ten gevolge daarvan is de Verordening kermisgelden door u ingetrokken. Lijkbezorgingsrechten De bevoegdheid tot het heffen van lijkbezorgingsrechten ligt vast in artikel 229, 1e lid, onderdelen a en b van de Gemeentewet en is verder uitgewerkt in de Verordening lijkbezorgingsrechten. In de verordening zijn geen vrijstellingen opgenomen. 67

De heffingsmaatstaven en tarieven zijn afhankelijk van de soort dienst en zijn vermeld in de bij de Verordening lijkbezorgingsrechten behorende tarieventabel. De lijkbezorgingsrechten komen niet in aanmerking voor kwijtschelding. Jaarlijks worden de tarieven met het inflatiepercentage (1,6%) verhoogd, tot 100% kostendekking is bereikt. In onderstaande tabel zijn de in de tarieven doorberekende kosten opgenomen: Omschrijving Uitgaven Inkomsten 2021 incl. 2021 incl. BTW BTW Lijkbezorging algemeen (lasten mogen wettelijk niet doorberekend worden in de lijkbezorgingsrechten) Beheer begraafplaatsen

377.991

2.100

Begrafenissen

264.559

2.586

Totaal uitgaven en inkomsten

658.060

4.686

Netto lasten door te lijkbezorgingsrechten

berekenen

in

de

Lijkbezorgingsrechten

15.510

637.864 396.200

Dekkingspercentage lijkbezorging

62,1%

Baatbelasting De baatbelasting is een bestemmingsheffing, waarbij de lasten van de voorzieningen worden omgeslagen over de door die voorzieningen gebate onroerende zaken. In het kader van de herinrichting van de winkelstraten Sluis vindt een kostenverhaal plaats. Het merendeel hiervan gebeurt langs privaatrechtelijke weg. Het belang en de reikwijdte van de baatbelasting is afgenomen, met name door nieuwe wetgeving en ontwikkelingen in de jurisprudentie. De heffingsmaatstaf in de Verordening herinrichting winkelstraten Sluis bestaat uit een vast bedrag per onroerende zaak, een bedrag afhankelijk van de m1 gevelbreedte van de onroerende zaak en een bedrag afhankelijk van de m2 oppervlakte van de onroerende zaak voor zover deze op basis van het bestemmingsplan te bebouwen is. Kwijtschelding: voor de baatbelasting is geen kwijtschelding mogelijk. Parkeerbelastingen De bevoegdheid tot het heffen van parkeerbelastingen is geregeld in de artikelen 225, 234 en 235 van de Gemeentewet en het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. Het heffen van parkeerbelastingen ligt vast in de Verordening parkeerbelastingen en het aanwijzingsbesluit betaald parkeren. Parkeervergunningen zijn momenteel nog beperkt tot de vergunningen voor de bewoners en hun bezoek in de woonwijken van Sluis en Cadzand-Bad, het woonwerkverkeer langs de kust en voor de gebruikers van de jachthaven in Cadzand-Bad.

Belastingplichtig is degene die het voertuig parkeert in een aangewezen gebied voor betaald parkeren c.q. degene die de vergunning heeft aangevraagd.

68

Vrijstellingen: In de verordening is uitsluitend de wettelijke vrijstelling uit artikel 225, lid 6 van de Gemeentewet opgenomen, t.w. vrijstelling voor degene die het voertuig heeft geparkeerd, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig gebruik heeft gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. Het tarief is afhankelijk van de parkeerduur en de locatie waar geparkeerd wordt. Kwijtschelding: parkeerbelastingen komen niet voor kwijtschelding in aanmerking. Handhaven: gekozen is voor de fiscale afhandeling. De kosten dit hiermee gemoeid zijn worden verhaald in het tarief van de naheffingsaanslag. Leges Leges worden geheven op grond van artikel 229 Gemeentewet voor het genot door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend. In vrijwel alle gevallen gaat het om het in behandeling nemen van aanvragen om vergunningen e.d. en het verstrekken van documenten. Vrijstellingen: 1. het in behandeling nemen van een verzoek om een verklaring omtrent inkomen en vermogen; 2. het in behandeling nemen van een verzoek om een financiële bijdrage; 3. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald; 4.

diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft of een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 5. het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover het een activiteit betreft bedoeld in artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht, voor zover het een activiteit betreft bedoeld in 2.2a van het Besluit omgevingsrecht (omgevingsvergunning beperkte milieutoets). De vrijstellingen 3 t/m 5 zijn verplichte vrijstellingen. De heffingsgrondslagen en tarieven zijn vermeld in een bij de verordening behorende tarieventabel. Kwijtschelding: leges komen niet in aanmerking voor kwijtschelding. Kwijtschelding Naast de heffing en invordering wordt ook het verlenen van kwijtschelding uitgevoerd door Sabewa Zeeland. Bij raadsbesluit van 20 december 2018 is de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2019 vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=983188c4-2dcc-48e0-879b-8557caa5cb28