CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

02 - 11e wijziging APV - bijlage 2 - Was-wordt-lijst

Raad 30 oktober 2025, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de 11e wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Sluis..1.969 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel wijziging 11e wijziging APV gemeente Sluis In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet en in de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt. A Artikel 2:10 (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op een openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan 1.Het is verboden zonder vergunning een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan en/of zonder inachtneming van de veiligheid.

Nieuwe tekst Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op een openbare plaats in strijd met de publieke functie ervan 1.Het is verboden zonder vergunning een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan en/of zonder inachtneming van de veiligheid.

2.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:28, vijfde lid; c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; d. het maken en hebben van geveltuinen voor zover deze zijn uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften als bedoeld in de 'Beleidsregels geveltuinen Sluis'; e.overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend; f. door het bevoegd bestuursorgaan aan te wijzen categorieën van voorwerpen waarvoor met een melding kan worden volstaan.

2.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:28, vijfde lid; c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; d. het maken en hebben van geveltuinen voor zover deze zijn uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften als bedoeld in de 'Beleidsregels geveltuinen Sluis'; e.kabels voor het opladen van elektrische voertuigen voor zover die liggen in kabelgoottegels, overeenkomstig de door burgemeester en wethouders gestelde voorwaarden. f.overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend; g.door het bevoegd bestuursorgaan aan te wijzen categorieën van voorwerpen waarvoor met een melding kan worden volstaan.

3.Het plaatsen van een voorwerp als bedoeld onder lid 2 sub f. kan geschieden indien het bevoegd bestuursorgaan niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste plaatsing wordt verboden. 4.Van deze melding wordt kennis gegeven in een huis- aan huisblad. 5.Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels vaststellen. 6.Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in dit artikel bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid onder j. of k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 7.Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin

3.Het plaatsen van een voorwerp als bedoeld onder lid 2 sub g kan geschieden indien het bevoegd bestuursorgaan niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste plaatsing wordt verboden. 4.Van deze melding wordt kennis gegeven in een huis- aan huisblad. 5.Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels vaststellen. 6.Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in dit artikel bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid onder j. of k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

wordt voorzien door artikel Wegenverkeerswet 1994.

5

van

de

8.Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

7.Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 8.Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

B artikel 4:1 (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst Artikel 4:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer; b. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; d. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; f. geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting; g. Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; h. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

Nieuwe tekst Artikel 4:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer; b. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Denk aan

hotels, restaurants, winkels.

cafés,

snackbars

en

c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; d. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; e. incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; f. geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting; g. Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; h.

i. geluidsapparaat: geluidsapparaat als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder; j. toestel: toestel als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder.

onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt. i. geluidsapparaat: geluidsapparaat als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder; j. toestel: toestel als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder.

Artikel 4:2 (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1.De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

Nieuwe tekst Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1.De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

2.De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3:148, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

2.De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3:148, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

3.In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in één of meer delen van de gemeente.

3.In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in één of meer delen van de gemeente.

4.Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.

4.Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.

5.Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.

5.Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.

6.Het college is bevoegd een eindtijd vast te stellen.

6.Het college is bevoegd een eindtijd vast te stellen.

7.Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

7. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 8. De geluidswaarde als bedoeld in het zevende lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 1 dB(A) toeslag vanwege

muziekcorrectie. Tevens bedrijfsduurcorrectie buiten gelaten.

wordt de beschouwing

9. De geluidsnorm als bedoeld in het zevende lid geldt voor alle ruimten die deel uitmaken van de inrichting. 10.Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

C Artikel 5:45 (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit, wordt als volgt gewijzigd)

Bestaande tekst Artikel 5:45 Fuiken, ander vistuig en werphengels 1.Het is verboden om binnen een afstand van 100 meter van de laagwaterlijn fuiken/ en ander vistuig / te plaatsen dan wel geplaatst te hebben, in de periode van 1 mei tot 1 oktober.

Nieuwe tekst Artikel 5:45 Fuiken, ander vistuig en werphengels 1.Het is verboden om binnen een afstand van 100 meter van de laagwaterlijn fuiken/ en ander vistuig / te plaatsen dan wel geplaatst te hebben, in de periode van 1 mei tot 1 september.

2.Fuiken of ander vistuig dienen te zijn gemarkeerd met een goed zichtbare boei en voorzien te zijn van een registratie.

2.Fuiken of ander vistuig dienen te zijn gemarkeerd met een goed zichtbare boei en voorzien te zijn van een registratie.

3.Het is verboden (werp)hengels te gebruiken in de bewaakte zwemgebieden en de aangewezen kitesurfgebieden.

3.Het is verboden (werp)hengels te gebruiken in de bewaakte zwemgebieden en de aangewezen kitesurfgebieden.

4.Van het bepaalde in het eerste lid kan het college ontheffing verlenen ten behoeve van het vissen in wedstrijdverband, georganiseerd door hengelsportverenigingen.

4.Van het bepaalde in het eerste lid kan het college ontheffing verlenen ten behoeve van het vissen in wedstrijdverband, georganiseerd door hengelsportverenigingen.

D Artikel 5:46 (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit, wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst Artikel 5:46 Naaktrecreatie 1.Het met borden aangegeven gedeelte tussen de paalhoofden 20 en 23, van het strand nabij de Walendijk (Groede) wordt als geschikt, in de zin van artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht, voor naaktrecreatie aangemerkt.

Nieuwe tekst Artikel 5:46 Naaktrecreatie 1.Het met borden aangegeven gedeelte tussen de paalhoofden 20 en 23, van het strand nabij de Walendijk (Breskens) wordt als geschikt, in de zin van artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht, voor naaktrecreatie aangemerkt.

2.Artikel 2:53 toepassing.

is

van

overeenkomstige

2.Artikel 2:53 toepassing.

is

van

overeenkomstige

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=255adacc-addd-4483-bee8-3796ccaf0f23