01a TAM omgevingsplan Hoogspanningsstation Oostburg - Motivering
Tekst van het document
4.12 Verkeer en parkeren Verkeer Het hoogspanningsstation is een onbemand station. Maandelijks zullen er voor de benodigde inspecties beheerders een bezoek brengen aan het station. Het hoogspanningsstation is te bereiken via een zijweg die in verbinding staat met de Lange Heerenstraat. De Lange Heerenstraat is te bereiken via de provinciale weg N253. Ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheden is er geen toename aan verkeersbewegingen te verwachten. Parkeren Het parkeren binnen de gemeente Sluis is geregeld in het rapport 'Beleid parkeernormen'. Door middel van het bestemmingsplan Parapluherziening parkeren gemeente Sluis zijn de geldende regels ten behoeve van het parkeren verankerd in de planregels van alle vigerende bestemmingsplannen. Het parkeernormenbeleid van de gemeente Sluis is voor het bepalen van de parkeerbehoefte behorende bij regulier gebruik. Het beheer en onderhoud valt eerder onder incidenteel gebruik, waardoor er voor de beoogde ontwikkeling geen sprake is van regulier gebruik. De beoogde ontwikkeling hoeft dan ook niet getoetst te worden aan het gemeentelijke parkeernormenbeleid. Op het terrein zal voorzien worden in voldoende parkeerplaatsen ten behoeve van beheer en onderhoud. Hiermee wordt de parkeerbehoefte van de beoogde activiteit op eigen terrein opgevangen. Conclusie Het besluitgebied is goed bereikbaar.
De verkeersbewegingen veroorzaakt door onderhoud en beheer kunnen zonder knelpunten worden afgewikkeld over het omliggend wegennet. Parkeren gebeurt op het terrein van de inrichting. Het aspect verkeer en parkeren staat de bedrijfsvoering op dit perceel niet in de weg.
33/37
4.13 Overige omgevingsaspecten Ten aanzien van deze ontwikkeling zijn de relevante omgevingsaspecten getoetst in de paragrafen 4.1 tot en met 4.12. In tabel 4.1 zijn de overige omgevingsaspecten getoetst. Tabel 4.1 Overige omgevingsaspecten Omgevingsaspect Lichthinder
Toetsing Dit aspect is niet van toepassing.
Welstand
Dit aspect is niet van toepassing.
Geur
Dit aspect is niet van toepassing.
Trillingen
Dit aspect is niet van toepassing.
Schaduwhinder en windhinder
Deze aspecten zijn niet van toepassing.
Luchtkwaliteit
Aangezien er geen sprake is van de realisatie van een tunnel of autoweg en het besluitgebied niet in een aandachtsgebied luchtkwaliteit ligt, is dit aspect niet relevant. Dit aspect is niet van toepassing.
Spuitzones Gezondheid
Het hoogspanningsstation is niet aangemerkt als een gevoelige functie. Aangezien er niet (langdurig) mensen verblijven zal het gezondheidsrisico voor mensen verwaarloosbaar zijn. Gezien de afstand tot woningen en de aspecten in voorgaande paragrafen wordt er geen negatief effect verwacht op de gezondheid. Stedin heeft een brochure waarin uitgelegd wordt wat elektromagnetische velden zijn en hoe hier mee moet worden omgegaan. Zie hiervoor bijlage 10.
Conclusie Er kan geconcludeerd worden dat de overige omgevingsaspecten niet zorgen voor nadelige gevolgen.
34/37
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Indien een wijziging van het omgevingsplan nieuwe kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk maakt is kostenverhaal aan de orde. Kostenverhaalplichtige activiteiten zijn opgenomen in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. De bouw van één of meer gebouwen met een woonfunctie behoort tot de kostenverhaalplichtige activiteiten. Op grond van artikel 13.12 Ow is het verboden kostenverhaalplichtige activiteiten uit te voeren voordat de hiervoor geldende kostenverhaalbijdrages zijn betaald. Dit verbod geldt niet in het geval dat het kostenverhaal is verzekerd. De gemeente en initiatiefnemer sluiten voor deze ontwikkeling een anterieure overeenkomst af waarin onder meer het kostenverhaal is geregeld. Regels voor kostenverhaal in het TAM-omgevingsplan zijn om deze reden niet noodzakelijk. Voor de planontwikkeling en uitvoering zijn door de initiatiefnemer voldoende middelen gereserveerd.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.2.1
Participatieplan
De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat de geplande ontwikkeling maatschappelijk draagvlak heeft en dat de procedures op een goede manier worden doorlopen. In het kader van maatschappelijk draagvlak hebben de initiatiefnemers een participatieplan opgesteld. Het participatieplan is weergegeven in bijlage 11. In het participatieplan wordt toegelicht hoe de omgeving wordt betrokken bij de planvorming. 5.2.2 Omgevingsdialoog In het najaar zijn de bewoners geïnformeerd door middel van een brief en er is aangegeven dat als er behoefte is aan een gesprek, er contact kan worden opgenomen met Stedin. Op 17 maart 2025 wordt een inloopavond georganiseerd. 5.2.3 Omgevingstafel Op 21 januari 2025 is het plan besproken aan de omgevingstafel. Bij deze omgevingstafel waren de gemeente Sluis, de veiligheidsregio, de GGD, de RUD, het waterschap en de Gasunie vertegenwoordigd. Stedin heeft een toelichting gegeven op het plan. Onderstaand zijn de reacties samengevat en van beantwoording voorzien: 1. Gasunie Er ligt een transportleiding van Gasunie over ruim 1200 meter parallel aan de hoogspanningsleiding. Conform de NEN-norm aantonen dat er geen nadelige beïnvloeding is voor deze transportleiding, anders dient dit beheerst te worden (ten aanzien van externe veiligheid).
Er is nog niet voldoende zicht op in- en uitgaande kabels om te zien of er raakvlakken zijn met overige leidingen.
35/37
De leiding ligt op circa 150 meter afstand van het projectgebied van het TAM-omgevingsplan dat voorziet in de uitbreiding van het hoogspanningsstation. De leiding die door de Gasunie wordt benoemd is een bestaande leiding. Stedin neemt contact op met de Gasunie over de in- en uitgaande kabels. 2. Waterschap Scheldestromen Er wordt geen waterberging gerealiseerd ten opzichte van de extra verharding. Aangegeven wordt dat de benodigde waterberging afgekocht wordt door de initiatiefnemer. Het Waterschap verwacht dat er voorzieningen worden getroffen in de nabijheid van het plangebied. Lozen gebeurt op het oppervlaktewater, maar er is pas sprake van een waterloop op grote afstand van het plangebied. Daarnaast is er een septic tank aanwezig welke ook ergens dient te lozen (of er moet geïnfiltreerd worden). Een advies is om deze tank te laten voldoen aan de normen van 2027. Er vindt nog afstemming met het waterschap over de exacte wijze van lozen. 3. GGD Zeeland Door het initiatief wordt het geluidsniveau op de omgeving verhoogd. Ten aanzien van geluidshinder graag de mogelijkheden voor geluidsbeperking bekijken. Er is door Peutz onderzocht wat de geluidbelasting is op de nabijgelegen woningen. Hieruit blijkt dat ruimschoots wordt voldaan aan de gestelde normen. Verdere geluidsbeperking is dan ook niet nodig. 4.
Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland Sinds de komst van de Omgevingswet is het initiatief niet meer meldingsplichtig in het kader van milieuactiviteiten. Het akoestisch onderzoek is verder door de RUD beoordeeld. De reactie met betrekking tot de meldingsplicht wordt voor kennisgeving aangenomen. De opmerkingen van de RUD op het akoestisch onderzoek zijn verwerkt. 5. Veiligheidsregio Zeeland De klimaatrisico’s zijn goed ingedekt. Aandacht voor bluswater dat momenteel niet aanwezig is op het terrein en de toegankelijkheid bij calamiteiten. Bij de uitwerking van de plannen wordt aandacht besteed aan bluswatervoorzieningen en de toegankelijkheid. 5.2.4 Zienswijzen Bij de procedure van een TAM-omgevingsplan wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om tegen het ontwerp TAM-omgevingsplan een zienswijze in te dienen. Na vaststelling van het TAM-omgevingsplan staat enkel nog beroep open.
36/37
Hoofdstuk 6
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties betekent dat er balans bestaat tussen het beschermen en benutten ten gevolge van de verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Het bevoegd gezag moet beoordelen of bij realisering van de aangevraagde activiteit(en) sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover die betrekking hebben op de aangevraagde activiteit) zorgvuldig worden onderzocht en afgewogen. Dat is in de voorgaande hoofdstukken gebeurd. Voor de beoordeling van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit, nader onderzocht in hoofdstukken 3 en 4. Getoetst is aan relevante omgevingsaspecten. Hieruit is gebleken dat voldaan wordt aan de instructieregels en het beleid. Dit betekent dat het project bijdraagt aan de beleidsdoelen en niet leidt tot onacceptabele effecten op de leefomgeving. Voorwaarde voor de ontwikkeling is dat de uitbreiding goed landschappelijk owrdt ingepast en dat voldaan wordt aan de omgevinsgwaarden voor geluid zoals opgenomen in dit omgevingsplan.
37/37