01a Brief: Biobased (ver)bouwen, stikstofregels en biodiversiteit.
Tekst van het document
Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis
Groede, 28 mei 2025 Betreft: Biobased (ver)bouwen, stikstofregels en biodiversiteit. Geacht college, De (steun)fractie van GroenLinks verzoekt u om aandacht voor het fenomeen biobased bouwen. Dit met in het vooruitzicht de grote verduurzamingsprojecten die de gemeente samen met Zorgsaam voornemens is te gaan ontwikkelen in de komen 10 jaar, maar ook waar het gaat om een mfc of een gemeentewerkplaats. De gemeente kan dan een niet onbelangrijke rol spelen in het terugdringen van de emissie van het broeikasgas CO2. Het mes snijdt hierbij aan twee kanten. De gebouwen zelf zijn na de oplevering energiezuiniger dan de huidige gebouwen en ten behoeve van de bouw zijn minder energieverspillende materialen noodzakelijk. De bouw is verantwoordelijk voor zo’n 11% van de CO2-uitstoot en bijna 50% van het materiaalgebruik in Nederland. Voor beton wordt cement gebruikt en wereldwijd is de cementindustrie verantwoordelijk voor 8 procent van alle broeikasgassen. Behalve materialen hergebruiken door circulair te bouwen, zou er meer gebouwd moeten worden met natuurlijke materialen die biobased zijn. Vezelrijke materialen als olifantsgras, stro, vlas of hennep vormen uitstekende bouwmaterialen. Eind 2023 introduceerde de rijksoverheid hiervoor de Nationale Aanpak Biobased Bouwen en stelde 200 miljoen euro subsidie beschikbaar om grootschalig gebruik van biobased bouwmaterialen te stimuleren.
De toepassing van deze materialen leidt op twee manieren tot CO2 reductie. Het verdringt het gebruik van andere materialen die een grotere CO2 voetafdruk hebben zoals cement of purschuim. Daarnaast slaan de materialen CO2 op in de bouwwerken in de vorm van koolstof. Op deze manier kan de bouwsector zijn uitstoot in 2030 met 1,6 miljoen ton CO2 verminderen en samen met recycling kan dit een besparing van 55% van de grondstoffen opleveren. Onderzoek van de Universiteit Wageningen (WUR) wijst uit dat plantaardige grondstoffen voor de bouw de milieu-impact van een woning tot wel 33 procent verlagen, zelfs als je de CO2-opslag niet meerekent. Het Rijk werpt haar schaduw vooruit. Over 6 jaar moet 30 procent van de nieuwbouwwoningen voor 30 procent bestaan uit biobased bouwmaterialen, is haar ambitie. Het aandeel biobased is nu 2-3 procent. Die biobased bouwmaterialen worden verbouwd door boeren. Er zijn steeds meer boeren die deze gewassen in hun teeltprogramma opnemen. Om het aanbod verder te vergroten zijn het Ministerie van Landbouw, Voedselvoorziening en Natuur (LVVN) en het Nationaal Groenfonds de Pilot Stimulering Vezelteelteelten gestart. Hierbij kopen ministerie en fonds koolstofcertificaten (carbon credits) van de boeren die dit soort gewassen telen. Tijdens de eerste openstelling in 2024 schreven zich zestien bedrijven en samenwerkingsverbanden in
-1-
voor het leveren van deze zogeheten Dutch Construction Stored Carbon Credits. Die credits kosten 79 euro per ton CO2. Andere technieken voor CO2-opslag kosten een veelvoud hiervan, dus kan deze teelt ook economisch interessant zijn. In januari van dit jaar werd een tweede pilot opengesteld voor het verbouwen van olifantsgras, mammoetgras, vlas, hennep, stro, wilgen, bamboe en Paulownia-bomen. Hiervoor schreven zich 29 bedrijven in, die ruim vijftig telers vertegenwoordigen. Zij krijgen 1,2 miljoen voor 14.000 carbon credits om dit voorjaar 1.100 hectare aan vezelgewassen te verbouwen. De koolstofcertificaten die de overheid koopt van de boeren, worden ook verkocht door bouwers en projectontwikkelaars zoals Ballast Nedam Development; voornamelijk voor de CO2 die ze vastleggen in hun houten gebouwen. Een ander aspect van het bouwen waarvoor wij aandacht vragen, is de emissie van stikstof. Op 18 maart jl. gaf de provincie Zeeland een informatie-avond over de nieuwe uitspraken van de Raad van State (december 2024 en januari 2025) betreffende stikstof. De kern van die uitspraken omhelst dat intern salderen niet meer is toegestaan en dat de depositie op N 2000 gebieden (o.a. Grote gat) in 2030 gehalveerd moet zijn. Naar aanleiding van de informatie-avond van 18 maart heeft GroenLinks de provincie schriftelijke vragen gesteld.
Het is de fractie gebleken dat het raadzaam is dat het college in een vroegtijdig stadium in overleg treedt met de provincie. Het kabinet heeft het zgn stikstofbesluit tot na de zomer voor zich uit geschoven. De impact van de stikstofdepositie kan aanmerkelijk verminderd worden indien het college en de raad besluiten om voor de sloop- en bouwwerkzaamheden in het bestek op te nemen dat de werknemers van de bouwbedrijven met elektrisch aangedreven vervoer naar de werkplaats gaan en dat alleen elektrisch aangedreven machines en werktuigen voor de bouwwerken worden ingezet in plaats van het gebruik van dieselgeneratoren. Het zogenaamde emissieloos bouwen. De kostprijs zal hoger uitvallen, maar zodoende wordt elke vertraging op de voortgang van het proces voorkomen, zeker als de kans bestaat dat nieuwe regels de voortgang van de werkzaamheden inhalen. In de aannemerij is emissieloos bouwen al lang geen novum meer. Wel is het raadzaam tijdig informatie in te winnen. Een derde aspect waarvoor wij aandacht vragen – en niet voor de eerste keer - is het natuurinclusief bouwen. Gebouwen vormen niet alleen de huisvesting of zijn niet alleen de werkplek voor ons, maar ook voor vogels en vleermuizen, waarvan er een aantal tot de bedreigde diersoorten behoren.
Als van meet af aan met dit fenomeen rekening wordt gehouden, zijn de meerkosten marginaal, zo is de mening van een werkgroep van architecten, aannemers en projectontwikkelaars. Een goed voorbeeld in onze provincie is de brandweerkazerne van Goes. Een en ander brengt me ook op het voorstel van de zgn groene daken, geveltuinen en daktuinen. Rotterdam is een voorloper op dat gebied. Op tal van overheids- en instellingsgebouwen zijn groene daken en daktuinen te vinden, maar ook groene gevels komen al voor. Het is bekend dat groene daken niet alleen voor verkoeling binnen zorgen, maar ook de belasting van het rioolstelsel verminderen, de levensduur van het dak verlengen en de biodiversiteit verhogen. Daktuinen kunnen voor het personeel op warme dagen een aangename plek zijn om de pauze door te brengen.
-2-
De (steun)fractie is van mening niet alleen een nuttige bijdrage te hebben geleverd aan de vermindering van het klimaatvraagstuk, maar ook de bouwbranche en de landbouw, die in lastig vaarwater bevinden, de hand te reiken. Graag ziet de fractie van GroenLinks op de kortst mogelijke termijn uw reactie tegemoet en hoe u denkt het fenomeen biobased bouwen in de gemeente Sluis als uw bijdrage aan de circulaire economie te implementeren. Niet zonder reden en conskwenties heeft het kabinet het voornemen uitgesproken dat Nederland over 25 jaar volledig circulair is
Namens de (steun)fractie, R. Beijersbergen
-3-