CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

010 inspraak drietal recreatieondernemers 2 september 2025 kleinschalig kamperen gemeente sluis

Commissie Ruimte/AB 2 september 2025, gemeente SluisBij agendapunt: A-brieven (voor kennisgeving aannemen en in handen stellen van het college ter verdere afdoening)1.822 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de leden van de commissie Ruimte en overige raadsleden van de gemeente Sluis Sluis, 1 september 2025

Onderwerp: Reactie op het beleidsvoorstel kleinschalig kamperen in de gemeente Sluis: Geachte commissie- en raadslid, Afgelopen winter hebben we kennisgenomen van de richtingennotitie wat betreft het kleinschalig kampeerbeleid in de Gemeente Sluis welke medio mei zou komen voorliggen in de Gemeenteraad. Toerisme is een belangrijke inkomstenbron geworden de afgelopen 50 jaar in onze gemeente. Zonder het toerisme was de vergrijzing meer geweest en ook als inwoner profiteren we mee met de voorzieningen die zonder het toerisme niet aanwezig zouden geweest. En ja, dit zorgt soms voor wat vertraging onderweg of een langere wachtrij in de supermarkt. Echter is het toerisme ook veranderd de afgelopen 50 jaar. Wat nu de kleinschalige kampeerterreinen zijn, is hoe de meeste recreatieondernemers ooit zijn gestart. Echter is er veel verstening geweest zijn familiebedrijven opgekocht door grote concerns en zijn er veel tent- en caravanplaatsen verdwenen de afgelopen 10 jaar. Dit ondanks dat de kampeermarkt juist is gegroeid. Er is dus echt een behoefte aan vervanging van deze verdwenen plaatsen. En waar profiteert onze gemeente nu meer van dan toeristen die op een kleinschalig kampeerterrein verblijven maar voor hun andere behoeften afhankelijk zijn van de overige ondernemingen in de streek? Daarnaast was er voor veel agrariërs ook de noodzaak om een neventak te ontwikkelen.

De resultaten van landbouw zijn de laatste 30 jaar voor de kleinere bedrijven te slecht om toekomstbestendig te zijn. Daarom is een neventak zoals een kleinschalig kampeerterrein voor veel bedrijven de redding geweest om een familiebedrijf wat vaak al meerdere generaties bestaat niet ten gronde te laten gaan. En ook nu, met de huidige prijzen van grondstoffen, arbeid en gronden is het voor een bedrijf van minder dan 80 hectare noodzakelijk om een alternatieve inkomstenbron te hebben naast de landbouw. Daarom vinden wij het belangrijk dat nu bij de aanpassing van het beleid de toekomstbestendigheid voor ondernemers met (de wens voor) een kleinschalig kampeerterrein voorop staat. Na het inzien en reacties op de richtingennotitie is het proces is wat vertraagd omdat op provinciaal niveau het omgevingsplan is aangepast en momenteel nog ter inzage ligt. Daarom hebben wij hieronder puntsgewijs een aantal zaken op een rijtje gezet, met als doel gemeentelijk en provinciaal beleid zoveel mogelijk op elkaar aan te laten sluiten en duidelijkheid te creëren voor de betrokken ondernemers.

1

Allereerst hebben we provinciaal en gemeentelijk beleid zoals het nu is weergegeven in het omgevingsplan en in het beleidsvoorstel kleinschalig kamperen en hoe deze op elkaar aansluiten. Hierbij zal het provinciale beleid natuurlijk leidend moeten zijn. 1. Vergelijking provinciaal en gemeentelijk beleid Provincie Alleen agrarisch uitbreiden naar 35 plaatsen

Gemeente Sluis Alleen agrarisch uitbreiden naar 35 plaatsen

Nieuwvestiging alleen buiten de kustzone; Nieuwvestiging mogelijk binnen kustzone binnen de kustzone niet mogelijk (gemeente en buiten kustzone strenger) Nieuwvestiging niet alleen bij agrarisch Nieuwvestiging alleen mogelijk bij agrarisch bedrijf, ook bij ander bedrijf of wonen (-2) bedrijf Gemeente Sluis is dus strenger dan provinciaal beleid en wij zetten vraagtekens bij de noodzaak hiervan. Waarom wordt nieuwvestiging binnen de kustzone niet toegestaan? Juist hier is het toerisme al ontwikkeld, liggen er kansen voor ondernemers en zal het landschappelijke effect van een nieuw te vestigen terrein waarschijnlijk minder invloed hebben dan nieuwvestiging in het achterland. Op provinciaal niveau wordt nieuwvestiging wel toegelaten, zonder agrarische koppeling met 25 plaatsen en met agrarische koppeling voor 35 plaatsen. Wat is de visie hierachter? Toerisme is een van de speerpunten van onze gemeente echter is dit vergeleken met andere Zeeuwse kustgemeentes nog behapbaar. Verstening in de vorm van flats, parken met huisjes en andere vormen van permanente verblijfsrecreatie behoeft inderdaad geen uitbreiding meer. Maar een jonge ondernemer die een bepaalde niche kan bedienen en in een behoefte die er is kan voorzien met het verdwijnen van zoveel kampeerplaatsen de afgelopen jaren moet toch een kans krijgen.

Voorstel: Ga mee met provinciale beleid en wees niet strenger dan nodig is. 2. Onduidelijkheid voor bedrijven in kustzone In de presentatie van 9 januari 2025 werd aangegeven dat het quotum van maximaal 20 vergunningen zou worden opgeheven, met als motivatie: • • • • •

Slechts 14 bedrijven daadwerkelijk actief in de kustzone; Potentieel aantal nieuwvestigers beperkt; Voortzetting quotum betekent slechts verdeling resterende vergunningen; Risico op grote hoeveelheid aanvragen is beperkt gezien investeringslast en verdienvermogen. Juridisch is dit maximum eigenlijk niet te toetsen en dus niet te hanteren.

Op dit moment is de situatie als volgt: In de kuststrook zijn 20 vergunningen/gedoogbeschikkingen uitgegeven. Hiervan zijn er 15 actief. Van de 5 niet-actieve vergunningen zijn er 3 die nooit meer als minicamping gebruikt kunnen worden, omdat de bestemming is gewijzigd:

2

• • •

Minicamping 5 Weeghen: gesaneerd, bestemming gewijzigd naar 2 woningen en 4 vakantiewoningen. Pierewiet: opgegaan in Camping International, bestemming nu recreatieterrein. Cadsand Island: boerderij verdwenen, bestemming gewijzigd naar landgoederen met natuur.

Deze vergunningen zijn feitelijk “dood” en zouden moeten worden ingetrokken. Het kunstmatig in stand houden van het quotum van 20 leidt ertoe dat nieuwe aanvragen onterecht geweigerd worden. Daarnaast zijn er nog een aantal slapende vergunningen. Vergunningen van kleinschalige kampeerterreinen die recentelijk gestopt zijn of nooit zijn gestart. Slapende vergunningen zijn te begrijpen in verband met eventuele verkoop van een boerderij. Het is natuurlijk kapitaalsvernietiging als men in en verkooptraject zit waarbij een kleinschalig kampeerterrein een meerwaarde kan zijn voor bedrijfsopvolgers. Echter, het niet intrekken van vergunningen die al een jaar of langer niet meer gebruikt zijn, is niet in lijn met de huidige gemeentelijke verordening kleinschalig kamperen. Deze stelt immers dat: 1. Bij beëindiging van de kampeeractiviteiten de vergunning vervalt; 2. Indien een terrein langer dan één jaar niet als kampeerterrein gebruikt wordt, de vergunning vervalt (met een maximale verlenging van drie jaar in bijzondere gevallen). Bovenstaande zorgt voor ondernemers voor veel onduidelijkheid. Zijn er mogelijkheden voor de toekomst zodat kleinschalige kampeerbedrijven al dan niet met een agrarische tak kunnen blijven bestaan of opgericht kunnen worden.

Of gooit de gemeente nu de zaken meer op slot dan nodig is? Een aantal kleinschalige kampeerbedrijven zitten namelijk in een fase van overname door overlijden, naderen van pensioengerechtigde leeftijd, heeft meerdere opvolgers of juist geen opvolgers. Aansluiten op het provinciaal beleid kan familiebedrijven die al lange tijd gevestigd zijn in de streek juist de ruimte geven in bovenstaande situaties om te doen wat past bij het bedrijf en de mogelijke opvolgers. Voorstel: zorg voor duidelijkheid en sluit aan bij het provinciale beleid.

3

3. Woonplicht (pagina 18) Volgens de regels moet er een koppeling zijn tussen het agrarisch bedrijf en het kampeerterrein: men moet bij het terrein wonen. Maar waarom zou dit niet ook kunnen gelden voor een woning aan de overzijde van een weg of op een naastgelegen perceel? De relatie met het agrarisch bedrijf en het kampeerterrein blijft immers bestaan. Als reactie op de inspraakreacties moet dit wel mogelijk zijn. Echter zien wij dit niet expliciet terug in het beleidsvoorstel. Voorstel: Pas het beleidsvoorstel aan op de reactie op de inspraakreacties en maak duidelijk binnen welke afstand/reistijd een ondernemer dient te wonen. 4. Gestelde voorwaarden De voorwaarden die de provincie stelt, en die de gemeente minimaal volgt, zijn te zwaar voor kleinschalig kamperen. Verevening en landschappelijke inpassing zijn misschien nog te verantwoorden al is dit ook vooral aan de ondernemer om vorm te geven en zo de kwaliteit van het kleinschalig kampeerterrein te bewaken, waarbij maatwerk dus belangrijk is. De ervaring leert, dat deze daartoe prima in staat zijn. maar het laten toetsen van de gehele bedrijfsvoering door een toetsingscommissie gaat te ver. Een minicamping wordt vaak juist gestart omdat het agrarische bedrijf op zichzelf niet levensvatbaar is.

Of juist om de flexibiliteit voor een agrarisch ondernemer te behouden wat bij een externe betrekking naast het bedrijf vaak niet mogelijk. Een klein agrarisch bedrijf heeft vaak niet de ruimte om zwaar te investeren in machines en duurzaamheid, terwijl dit bij loonwerkers veel efficiënter geregeld is. De rol van de Agrarische Adviescommissie Zeeland (AAZ) gaat ver: niet alleen de arbeidsbehoefte, maar ook omzet, financieel resultaat, duurzaamheid en ruimtelijke uitstraling worden beoordeeld. Dit kan leiden tot situaties waarin volwaardige agrarische bedrijven administratief niet meer als ‘reëel agrarisch bedrijf’ worden erkend. De meeste kleinschalige kampeerterreinen zijn neventak van een akkerbouwbedrijf. Van een akkerbouwbedrijf is algemeen bekend dat een bedrijfsomvang van circa 50 hectare slechts leidt tot een minimaal positief resultaat. Om toekomstbestendig te zijn is 80 hectare eigenlijk al een minimale oppervlakte. De marges zijn flinterdun en afhankelijk van weersomstandigheden en marktprijzen. Hierdoor bestaat het risico dat een akkerbouwbedrijf – ondanks dat het in de praktijk volwaardig en reëel is – door de toetsingscriteria van de AAZ niet als zodanig wordt aangemerkt. Dit leidt tot oneerlijke en ongewenste uitkomsten.

Voorstel: Bij vererving wordt de vereiste koppeling met agrarische tak problematisch omdat er vaak meer kinderen zijn. Wellicht dat ook daarvoor een oplossing gevonden kan worden.

4

5. Terugval bij beëindiging agrarisch bedrijf De provincie stelt: uitbreiding mogelijk naar 35 plaatsen, maar bij beëindiging agrarisch bedrijf terug naar 25. Dit leidt tot kapitaalsvernietiging van eerdere investeringen in kampeerterrein, landschappelijke inpassing en verevening. Waarom niet elke minicamping, ook niet-agrarisch, naar 35 plaatsen toestaan? Of als eenmaal de 35 plaatsen vergund zijn en de vereveningsbijdrage is betaald deze ook definitief maken zolang er bedrijfsopvolgers zijn. De kosten stijgen, terwijl een minicamping doorgaans één volledige arbeidsplaats creëert. Het onderscheid tussen agrariërs en niet-agrariërs is onnodig en is niet flexibel genoeg bij situaties zoals overlijden en arbeidsongeschiktheid waarbij maatwerk geboden moet kunnen worden. Voorstel: Maak zodra dit provinciaal kan 35 plaatsen mogelijk voor alle bedrijven. 6. Samenloop provinciaal en gemeentelijk beleid Het nieuwe gemeentelijke beleid is gebaseerd op een concept van de provincie. Inspraak hiervan loopt nog tot 8 september 2025. Echter willen ondernemers de najaars- en winterperiode gebruiken om terrein aan te passen zodat de 35 plaatsen al in seizoen 2026 te verhuren zijn.

Door nog niet mee te gaan met de eerste mogelijkheden qua provinciaal beleid, hebben ondernemers in de Gemeente Sluis al een achterstand van een aantal jaren op collega’s in andere kustgemeente van Zeeland waar het provinciaal beleid wel gelijk vertaald is in gemeentelijk beleid. Verder uitstel is onwenselijk maar er is ook een sterke behoefte aan duidelijkheid zodat er geen investeringen worden gedaan voor uitbreidingen die uiteindelijk niet vergunbaar blijken. Maatwerk zal hier dan noodzakelijk zijn. Voorstel: Voer het beleid nu wel in zodat ondernemers verder kunnen en pas waar nodig zodra provinciale beleid definitief is aan zodat provinciaal en gemeentelijk naadloos op elkaar aan blijft sluiten.

Conclusie: biedt de recreatieondernemer perspectief door de mogelijkheid om zijn kleinschalig kampeerbedrijf tot 35 eenheden uit te breiden, zonder extra eisen. Wij vragen u het Provinciaal Bestuur te informeren over ons verzoek om de regeling aan te passen en om per regio maatwerk te bieden, zoals in de bovenstaande reactie voorgesteld. Wij vertrouwen erop dat u begrip heeft voor onze situatie en bereid bent om onze bedrijven het gevraagde toekomstperspectief te bieden.

Met vriendelijke groet, Astrid van Damme Marina de Vlieger Mathilde Buysse

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=23a55716-c758-48ea-8ab9-057266892803