CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

01 (Zeeweg 9 Groede) - Ontwerpbestemmingsplan

Raad 16 mei 2024, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot het ongewijzigd vaststellen van het bestemmingingsplan Zeeweg 9 Groede18.737 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het geheel krijgt de bestemming Wonen. Het gebruik van de woning als recreatiewoning is daarmee niet meer toegestaan. De recreatieappartementen in de schuur naast de woning zijn al meer dan 15 jaar vergund en aanwezig. Dit recreatieve gebruik is in voorliggend bestemmingsplan bevestigd. Natuur en stikstof In het plan ontbreekt het onderdeel soortenbescherming uit de Wet Natuurbescherming in relatie tot de sloop. Daarnaast geldt dat voor de aanleg- en gebruiksfase een stikstofberekening moet worden uitgevoerd met de nieuwe Aerius-versie die op 26 januari beschikbaar komt. Voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase zijn stikstofberekeningen uitgevoerd en opgenomen in dit plan. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is daarom uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. Overlegreactie Waterschap Scheldestromen, e-mail 3 januari 2023 Kustfundament Het plan mist een onderbouwing dat de bouwbeperkingen (art. 2.3.5 lid 2b Barro: bouwen in kustfundament buiten stedelijk gebied) niet gelden voor dit initiatief. In paragraaf 3.1.2 van de plantoelichting is alsnog op het bouwen in het kustfundament ingegaan. Daaruit blijkt dat de uitbreiding binnen het maximumoppervlak van 10% blijft dat in het Barro is vastgelegd.

Ook is geen onderbouwing gezien dat het grondoppervlak ook in volume niet groter wordt uitgebreid dan 20% (zijnde het percentage waarmee het waterschap in 2020 eerder mee heeft ingestemd, red.) ten opzichte van peildatum 30 december 2011. In paragraaf 4.5 van de plantoelichting is berekend dat het volume met circa 5,4% toeneemt. Aan de gestelde percentages voor het vloeroppervlak en het bouwvolume wordt aldus voldaan. Compensatie watersysteem In de waterparagraaf is een rekenfout gemaakt; 32 m2 met 75 mm/liter per m2 is 2,4 m3 waterberging. Als dit niet aansluit op het watersysteem moet voor 147 mm/liter aangelegd worden, dit betekent 4,7 m3 berging.

36/64

Het aanmeldformulier watertoets is op dit punt aangepast. Ook is wat extra informatie in het overzicht opgenomen. Voor een eigen solitaire berging (147mm) kunnen ze zelf bepalen hoe hoog de grondwaterstand staat en hoeveel ruimte daarboven tot maaiveld zit. Voor nadere informatie kan contact worden gezocht met het waterschap.

37/64

38/64

Bijlagen toelichting

39/64

40/64

Bijlage 1 Stikstofberekening

41/64

42/64

Bijlage 2 Aanmeldformulier water

43/64

44/64

Bijlage 3 Akoestisch onderzoek

45/64

46/64

Regels

47/64

48/64

Hoofdstuk 1 Artikel 1

1.1

Inleidende bepalingen

Begrippen

het plan

het bestemmingsplan Zeeweg 9 Groede met identificatienummer NL.IMRO.1714.BPzeeweg9groede-0001 van de gemeente Sluis. 1.2 het bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels. 1.3

aan - huis - gebonden beroep

een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.4

acceptabele loopafstanden

acceptabele loopafstanden zoals benoemd in het beleid parkeernormen. 1.5

bebouwing

één of meer gebouwen en / of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.6 bedrijf een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen. 1.7

beleid parkeernormen

Het beleid parkeernormen van de gemeente Sluis zoals dat is opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels, of diens opvolger. 1.8

bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak. 1.9

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.10 bevoegd gezag bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.11

bijgebouw

een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw. 1.12

49/64

bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.13

bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.14 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.15

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.16 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel. 1.17

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.18 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.19

bouwwerk, geen gebouw zijnde

een bouwwerk als bedoeld in lid 1.18, niet zijnde een gebouw. 1.20 dakkapel een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst. 1.21

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan diegenen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

50/64

1.22

erf

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, de bestemming ingevolge het bestemmingsplan deze inrichting niet verbiedt. 1.23

galerie

een expositieruimte voor werken van kunst met als doel deze werken te tonen en te verkopen; 1.24 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.25

hoofdgebouw

een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.26

huishouden

een samenlevingsverband dat wordt gevormd door een persoon of meerdere personen die:  eerstegraads familie van elkaar zijn, aangevuld met ten hoogste twee individuele personen, of;  een woongroep omvat, bestaande uit ten hoogste 4 personen die continu een eenheid vormt, of;  ten hoogste vier individuele personen omvat. 1.27

kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

het in een woning of bijgebouw door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past. 1.28

NEN

door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van het plan. 1.29 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.30 parkeerbehoefte Het aantal benodigde parkeerplaatsen per eenheid van een functie in een gebied. 1.31

parkeergelegenheid

Een plek waar iemand zijn of haar auto mag parkeren, dit kan zowel betaald als onbetaald zijn. 1.32 

51/64

peil

voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg of de kruin van een dijk grenzen: de hoogte van die weg respectievelijk kruin van de dijk;

 

bij ligging in het water en voor strandpaviljoens op gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van horeca strandpaviljoen': het Normaal Amsterdams Peil (NAP); in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.

1.33 wonen het gehuisvest zijn in een woning. 1.34

woning

een (gedeelte van) een gebouw bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

52/64

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstanden afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2

breedte, lengte en diepte van een bouwwerk

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en / of het hart van de scheidsmuren. 2.3 goot(- of boeibord)hoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4

bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, airco-units, liftopbouwen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5

inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6

oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7 vloeroppervlak van een gebouw de bruto vloeroppervlakte, zoals omschreven in de Nederlandse Norm NEN 2580.

53/64

54/64

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Wonen

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen met aan - huis - gebonden beroepen, logies met ontbijt en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten en een galerie; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, groen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water. 3.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen hoofdgebouwen (woningen) met bijbehorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. per bestemmingsvlak is ten hoogste één woning toegestaan; c. de afstand van gebouwen tot de perceelsgrens bedraagt ten minste 3 m; d. indien gebouwen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van ten minste 3 m; e. de afstand van gebouwen en overkappingen tot de bestemming Verkeer van de overige wegen bedraagt ten minste 20 m; f. de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en / of inhoud van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedragen ten hoogste: bouwwerk

goothoogte

bouwhoogte

hoofdgebouwen (inclusief aan- en uitbouwen) /woning

6m

10 m

bijgebouwen en overkappingen bij de woning

4m

8m

erfafscheidingen voor de voorgevel erfafscheidingen elders overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

oppervlakte/inhoud ten hoogste 40% van het bouwperceel met een maximum van 1.000 m³ ten hoogste 40% van het zijen achtererf met een maximum van 120 m²

1m 2m 3m

bijgebouwen mogen uitsluitend achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd; de goothoogte van woningen mag worden overschreden door dakkapellen, indien: g. de afstand tot de dakvoet, de nok en de zijkanten van het dakvlak ten minste 0,5 m bedraagt; h. de bouwhoogte van de dakkapel, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, ten hoogste 1,5 m bedraagt; i. de breedte van dakkapellen aan de voor- of zijkant van de woning ten hoogste 50% van het dakvlak bedraagt; j. de breedte van dakkapellen aan de achterkant van de woning ten hoogste 70% van het dakvlak bedraagt;

55/64

3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1 Bouwen tot perceelsgrens Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 onder c voor de bouw van een aan- of uitbouw of bijgebouw op een kleinere afstand tot of in de zijdelingse perceelsgrens, mits verlening van de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen. 3.3.2 Bouwen nabij de bestemming Verkeer Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 onder e voor het bouwen van een gebouw of overkapping binnen een afstand van 20 m tot de bestemming Verkeer, met in achtneming van het volgende: a. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot een verkeersonveilige situatie; b. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot aantasting van de verkeersplanologische functie van de weg. 3.3.3 Hogere erfafscheiding Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 onder f voor erfafscheidingen hoger dan 1 m voor de voorgevel, met in achtneming van het volgende: a. de bouwhoogte van de erfafscheiding mag niet meer dan 2 m bedragen; b. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot een verkeersonveilige situatie; c. verlening van de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; d.

medewerking wordt uitsluitend verleend indien de erfafscheiding passend is in het landschap en met beplanting wordt ingekleed. 3.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. De vloeroppervlakte ten behoeve van aan - huis - gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten bedraagt ten hoogste 25% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 50 m²; b. het aanbieden van meer dan 3 kamers ten behoeve van logies met ontbijt per woning is niet toegestaan; c. Het aanbieden van overnachtingsmogelijkheden is uitsluitend toegestaan indien er op het betreffende perceel gewoond wordt en er sprake is van een planologische samenhang tussen de woning en logiesfunctie. d. Het gebruiken van een deel van de woning, of een aan- of uitbouw van de woning ten behoeve van het ontvangen of verlenen van mantelzorg is toegestaan; e. De opslag van caravans, boten en inboedels is uitsluitend binnen de bestaande gebouwen toegestaan; f. Het uitoefenen van detailhandel is niet toegestaan.

56/64

Artikel 4

Waterstaat - Waterkering

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waterstaat - Waterkering aangewezen gronden zijn - bij wijze van dubbelbestemming - bestemd voor: a. bescherming en veiligstelling van de waterstaatkundige functie van de primaire en regionale waterkering; b. water en bijbehorende voorzieningen voor de waterhuishouding. 4.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 4.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m; c. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 4.3

Afwijken van bouwregels

4.3.1 Hogere bouwwerken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 onder b ten behoeve van het bouwen van hogere bouwwerken, met inachtneming van het volgende: a. de omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend ten behoeve van de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. de omgevingsvergunning wordt verleend, indien het belang van de waterstaatskundige functie van de primaire en regionale waterkering door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad; c. alvorens omtrent het verlenen van de omgevingsvergunning te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder van de waterkering. 4.3.2 Uitbreiding bestaande bebouwing Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 onder c ten behoeve van het uitbreiden van bestaande bouwwerken, met inachtneming van het volgende: a. de omgevingsvergunning wordt verleend, indien de bij de betrokken bestemming behorende Voorwaarde voor een omgevingsvergunning bouwregels in acht worden genomen en het belang van de waterstaatskundige functie van de primaire en regionale waterkering door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad; b. alvorens omtrent het verlenen van de omgevingsvergunning te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder van de waterkering. 4.4

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

4.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waterstaat - Waterkering zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;

57/64

b. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en ophogen; c. het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting. 4.4.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod Het verbod van lid 4.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. werken en werkzaamheden die noodzakelijk zijn ten behoeve van de instandhouding van de waterkering; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; d. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 4.4.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de waterstaatskundige functie van de primaire en regionale waterkering niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. 4.4.4 Advisering Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de beheerder van de waterkering of aan de voorwaarde als bedoeld in lid 4.4.3 wordt voldaan.

58/64

Hoofdstuk 3 Artikel 5

Algemene regels

Anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

59/64

Artikel 6

Algemene afwijkingsregels

a. Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is - bij een omgevingsvergunning afwijken van dit plan voor: 1. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; 2. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bouwvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; b. De bevoegdheid tot afwijken wordt niet gebruikt, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

60/64

Artikel 7

Algemene wijzigingsregels

7.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen bedragen echter niet meer dan 3m en het bestemmingsvlak wordt met niet meer dan 10% vergroot.

61/64

Artikel 8

Overige regels

8.1 Voldoende parkeergelegenheid a. Een nieuw bouwwerk, verandering van een bouwwerk, verandering van gebruik van een bouwwerk (anders dan rechtstreeks toegestaan) of van gronden - al dan niet gecombineerd -, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, is niet toegestaan wanneer op het bouwperceel niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden. b. Bij een omgevingsvergunning wordt aan de hand van het vastgestelde 'beleid parkeernormen' bepaald wat de parkeerbehoefte is en of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. c. Een omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien op eigen terrein voorzien kan worden in de benodigde parkeergelegenheid. d. In het geval van verbouw, vervangende nieuwbouw of een functiewijziging van een bestaand pand waarbij de parkeerbehoefte maximaal met 2,0 parkeergelegenheden toeneemt is het niet nodig dat in deze extra parkeergelegenheid wordt voorzien. 8.2

Afwijkingsbevoegdheid parkeergelegenheid

a. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 8.1 sub c als niet op eigen terrein kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid of dit vanuit ruimtelijk of stedenbouwkundig oogpunt niet gewenst is maar parkeren kan worden opgevangen door benutting van bestaande parkeerruimte in de openbare ruimte. Inzichtelijk moet zijn gemaakt wat de parkeerdruk in die openbare ruimte is en acceptabele loopafstanden moeten in acht zijn genomen. Getoetst wordt aan het beleid parkeernormen. b. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 8.1 sub c als niet op eigen terrein kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid of dit vanuit ruimtelijk of stedenbouwkundig oogpunt niet gewenst is en parkeren ook niet kan worden opgevangen door benutting van bestaande parkeerruimte in de openbare ruimte, maar de aanleg van extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte binnen acceptabele loopafstanden wel is gewaarborgd. Getoetst wordt aan het beleid parkeernormen. c.

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 8.1 sub a en c en in minder parkeergelegenheid worden voorzien dan het beleid parkeernormen voorschrijft indien op eigen terrein en ook binnen acceptabele loopafstand onvoldoende parkeergelegenheid in de openbare ruimte aanwezig is of te realiseren is, maar gebruik wordt gemaakt van mobiliteitsalternatieven. Gemotiveerd dient te worden dat minder parkeerplaatsen nodig zijn omdat gebruik wordt gemaakt van mobiliteitsalternatieven. Dit moet in vergunningsvoorwaarden worden gewaarborgd. d. Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 8.1 sub a en c en in minder parkeergelegenheid worden voorzien dan het beleid parkeernormen voorschrijft indien op eigen terrein en ook binnen loopafstand onvoldoende parkeergelegenheid in de openbare ruimte aanwezig is of te realiseren is, maar de ontwikkeling van groot openbaar belang is. Gemotiveerd dient te worden dat er aantoonbare bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking van de parkeernorm rechtvaardigen. e.

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 8.1 sub a en c en in minder parkeergelegenheid worden voorzien dan het beleid parkeernormen voorschrijft indien op eigen terrein en ook binnen loopafstand onvoldoende parkeergelegenheid in de openbare ruimte aanwezig is of te realiseren is, maar het parkeren op gebiedsniveau wel kan worden verbeterd. In een dergelijk geval dient een financiële bijdrage te worden geleverd voor aanleg en verbetering van parkeervoorzieningen elders.

62/64

Hoofdstuk 4 Artikel 9

Overgangs- en slotregels

Overgangsregels

9.1 Overgangsrecht bouwwerken a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot; 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; c. het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 9.2

Overgangsrecht gebruik

a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

63/64

Artikel 10

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Zeeweg 9 Groede'.

64/64

MEMO Van

:

Rho Adviseurs (J. Versteeg en S. Lie)

Project

:

Zeeweg 9 Groede

Opdrachtgever :

Dhr. Van den Bron

Datum

:

01-11-2023

Betreft

:

Berekening Stikstofdepositie

Inleiding De eigenaar van de woning aan de Zeeweg 9 in Groede wil de bestaande recreatiewoning permanent gaan bewonen. Daarnaast wil men een aanbouw realiseren waarin een galerie kan worden gevestigd.. Er wordt een bestemmingsplan gemaakt waarmee deze voornemens mogelijk worden gemaakt. De locatie ligt op korte afstand van het Natura 2000-gebied Westerschelde & Saeftinghe. In dit gebied zijn zogenoemde ‘kwalificerende’ habitattypen aanwezig die gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Op grond van de Wet natuurbescherming kan een nieuwe ontwikkeling niet plaatsvinden als dat leidt tot extra stikstofdepositie op reeds overbelaste habitats. De vraag doet zich daarom voor of de beoogde ontwikkeling aan de Zeeweg 9 leidt tot stikstofdepositie op deze overbelaste locaties. In deze memo wordt deze vraag beantwoord. Ligging projectgebied Het plangebied ligt vlak langs de kust ten noorden van Nieuwvliet in de gemeente Sluis. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Westerschelde & Saeftinghe op ongeveer 400 meter van het plangebied (zie figuur 1).

Figuur 1 Ligging plangebied (rood) t.o.v. Natura 2000 (geel) (Bron: Aerius)

Zeeweg 9 Groede memo stikstofdepositie

blz. 1

Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattype ligt circa 1.800 meter van het plangebied, zie figuur 2.

Figuur 2 Ligging plangebied (rood) ten opzichte van stikstofgevoelige (lichtpaars) habitattypen (Bron: Aerius)

Aanlegfase De ontwikkeling bestaat uit het permanent bewonen van de recreatiewoning. Hiervoor zijn geen werkzaamheden nodig. Daarnaast wordt een kleine aanbouw (kunstgalerie) gerealiseerd. De werkzaamheden hiervoor zijn beperkt en zullen voornamelijk uitgevoerd worden met klein elektrisch gereedschap. Omdat deze elektrisch zijn en daarom geen uitstoot hebben, hoeven ze niet in de berekening te worden meegenomen. In de onderstaande tabel zijn worst-case afzonderlijke emissiebronnen uitgewerkt die zijn gebaseerd op informatie vanuit vergelijkbare projecten. De aanname wordt gedaan dat de werkzaamheden in 2024 plaatsvinden. De uitkomsten op jaarbasis zijn ingevoerd in AERIUS Calculator. De verkeersbewegingen zijn ingevoerd als lijnbron. De inzet van het overige materieel is ingevoerd als vlakbron aangezien dit materieel op het hele terrein werkzaam zal zijn. Met het bouwbedrijf zal de afspraak gemaakt worden dat machines uitgezet worden indien deze niet in bedrijf. Zodoende is er geen sprake van stationair draaien van machines. Tabel 1 Materieel inzet beoogde ontwikkeling 2024

Materieel

Stage Klasse

Kleine betonwagen Mobiele kraan Totaal Aanvoer materialen Vrachtwagens Woon-werkverkeer

Stage IV, 75-560 kW, 2014-2018 Stage IV, 75-560 kW, 2014-2018

Zeeweg 9 Groede memo stikstofdepositie

Totaal uren 12 8 20

Literverbruik / uur 20 20

Totaal liter verbruik / jaar 240 160 400

6 10

12 zware bewegingen 20 lichte bewegingen

blz. 2

Voor de rijroutes en rijrichtingen is het heersende verkeersbeeld van belang. Het wegverkeer gaat op in het heersende verkeersbeeld als het conform de Instructieregels voor Aerius 2019A (juli 2020), zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Op basis van de navigatietool van Google Maps is een inschatting gemaakt van hoe het verkeer vanaf het plangebied wordt ontsloten. Het verkeer zal via de Zeeweg ontsloten worden. Vervolgens zal 50% via het westen op de Sint Bavodijk en 50% via het oosten op de Zeeweg afwikkelen. Gezien de verwachte verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling gaat het wegverkeer hier op in het heersende verkeersbeeld. Resultaat berekening AERIUS Calculator geeft voor de berekening voor de aanleg- of bouwfase geen resultaten. Dat betekent dat er geen toename is berekend.

Figuur 3 Resultaat stikstofberekening aanleg- of bouwfase Gebruiksfase Voor de gebruiksfase wordt eveneens het rekenjaar 2024 gehanteerd. De woning is momenteel gasgestookt verwarmd, de uitbreiding zal worden verwarmd met de bestaande ketel. Er is dan ook een toename van gebouwemissie doordat het verbruik voor de stook toeneemt. Hoewel het grotendeels gaat om vernieuwing van de uitbouw van een bestaande woning is maximaal gerekend door gebruik te maken van de kengetallen1 voor stikstofemissie van een nieuwe vrijstaande woning (3,0 kg NOx per jaar). De uitstoothoogte en spreiding zijn op basis van de hoogte van de schoorsteen van de cv-installatie bepaald op respectievelijk 8 meter en 4 meter. Voor de functiewijziging van een recreatieve woning naar een woning voor permanente bewoning wordt geen verschil in verkeersgeneratie verwacht. Ten behoeve van de beoogde galerie wordt aangesloten bij de verkeersgeneratie- en parkeergegevens die horen bij een filmtheater/filmhuis. Het betreft beide een culturele instelling, gericht op een in het algemeen minder groot publiek. De verkeersgeneratie bedraagt circa 3 motorvoertuigen per etmaal. Dit verkeer gaat op in het heersende verkeersbeeld op de Zeeweg ter hoogte van Camping Groede enerzijds en ter hoogte van de Sint Bavodijk anderzijds.

Resultaten Evenals voor de aanleg- of bouwfase berekent AERIUS Calculator voor de gebruiksfase geen resultaten. Dat betekent dat er geen toename van stikstofdepositie op daarvoor gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden is.

1

Bron: CBS/ER

Zeeweg 9 Groede memo stikstofdepositie

blz. 3

Conclusie Uit de berekeningen met AERIUS Calculator (oktober 2023) voor de realisatie- en gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie. Op basis van de berekening zijn significant negatieve effecten op Natura 2000gebieden in de realisatie- en gebruiksfase uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is daarom uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming.

Zeeweg 9 Groede memo stikstofdepositie

blz. 4

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

dhr. H. van den Born Zeeweg 9, 4503 PC Groede Zeeweg 9 Groede Aanlegfase 2024 van de galerie op Zeeweg.

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RVrhJLb8z1SV 01 november 2023, 15:50 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RVrhJLb8z1SV (01 november 2023)

2024 -

97,2 g/j

13,3 kg/j

2/7

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 3 

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Bron 3 Verkeersnetwerk

RVrhJLb8z1SV (01 november 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

96,0 g/j 1,2 g/j

13,3 kg/j 34,8 g/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RVrhJLb8z1SV (01 november 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RVrhJLb8z1SV (01 november 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2024 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Bron 1 X:21602,59 Y:380043,81 446,84 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Max. snelheid

-

-

Aantal voertuigbewegingen

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Bron 2 X:22360,55 Y:379899,69 1.224,95 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

In file

10,0 /jaar 0,0 /jaar 6,0 /jaar 0,0 /jaar Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

Bron 3 X:21803,75 Y:380122,09 0,03 ha

Kleine betonwagen

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

Mobiele kraan

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

Naam

RVrhJLb8z1SV (01 november 2023)

Stageklasse

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

Brandstof­verbruik

240 l/j

13,3 kg/j 96,0 g/j

Draaiuren AdBlue verbruik

12 u/j

0 l/j

Stof Emissie

NOₓ NH₃

160 l/j

8 u/j

25,5 g/j 7,8 g/j 0,0 kg/j

In file

10,0 /jaar 0,0 /jaar 6,0 /jaar 0,0 /jaar

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

9,3 g/j 2,8 g/j 0,0 kg/j

0 l/j

NOₓ NH₃

8,0 kg/j 57,6 g/j 5,3 kg/j 38,4 g/j

6/7

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023_20231004_fd8d865135 Database versie 2023_fd8d865135_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RVrhJLb8z1SV (01 november 2023)

7/7

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

dhr. H. van den Born Zeeweg 9, 4503 PC Groede Zeeweg 9 Groede Gebruiksfase 2024 van de ontwikkeling van een recreatiewoning naar permanente woning en galerie op Zeeweg.

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

ReuE5zsaCCvn 01 november 2023, 15:56 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

ReuE5zsaCCvn (01 november 2023)

2024 -

32,8 g/j

3,3 kg/j

2/6

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 3 

Wonen en Werken | Woningen | Bron 3 Verkeersnetwerk

ReuE5zsaCCvn (01 november 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

32,8 g/j

3,0 kg/j 0,3 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). ReuE5zsaCCvn (01 november 2023)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

ReuE5zsaCCvn (01 november 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/6

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2024 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Bron 1 X:21602,59 Y:380043,81 446,84 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Max. snelheid

Type scherm Hoogte Afstand tot de weg

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Naam Bron 3 Uittreedhoogte Locatie X:21805,02 Warmteinhoud Y:380121,96 Spreiding Oppervlakte 0,02 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

-

3,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal

Max. snelheid

Wonen en Werken | Woningen

-

Aantal voertuigbewegingen

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Bron 2 X:22360,55 Y:379899,69 1.224,95 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

8,0 m 0,000 MW 4m

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

90,0 g/j 18,6 g/j 8,8 g/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

0,2 kg/j 51,1 g/j 24,0 g/j

In file

3,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ

3,0 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023_20231004_fd8d865135 Database versie 2023_fd8d865135_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

ReuE5zsaCCvn (01 november 2023)

6/6

Aanmeldformulier watertoets De watertoets geeft inzicht in de waterhuishoudkundige consequenties van uw plan. Voorafgaand aan het overleg stuurt u ons een zo volledig mogelijk ingevuld aanmeldformulier. Dit formulier is de agenda voor ons gesprek met u. Na dit gesprek vult u het aanmeldformulier verder aan. De ingevulde watertoetstabel kan in een ruimtelijke onderbouwing worden ingevoegd als waterparagraaf. Het ruimtelijk plan vormt de basis voor ruimtelijke besluitvorming en vergunningverlening.

Uw gegevens

Gegevens initiatiefnemer

Formulier ingevuld door

Dhr H. van den Born

L.O. Prenger/ing. B.M. Lap Rho adviseurs b.v. Segeerssingel 6 4337LG Middelburg Lars.prenger@rho.nl 0118-689025 23-03-2023, rev. 01-11-2023

(particulier/bedrijf)

Naam: Organisatie: Adres: Postcode + plaats: E-mailadres: Telefoonnummer: Datum aanvraag:

Zeeweg 9 4503PC Groede

(werkend voor initiatiefnemer, b.v. adviesbureau)

Gegevens van het plan Wat is de (concept)plannaam:

Bestemmingsplan Zeeweg 9 Groede

Waar is het plan gelegen:

Zeeweg 9 Groede

(adres en kadastrale gegevens, voeg ook een kaart toe)

Figuur 1 ligging plangebied

Beknopte planomschrijving (wat gaat er gebeuren?)

Het voornemen bestaat om de woning aan de zuidzijde uit te breiden met een kleine galerie. De beoogde aanbouw bestaat grotendeels uit glas. De aanbouw heeft een grondoppervlakte van (7,30 m x 3,20 m =) 23,4 m². De bouwhoogte van het platte dak van de aanbouw bedraagt maximaal 3 meter. De 'lelijke' uitbouw aan de schuur van 5 m² wordt gesloopt.

2

Watertoetstabel

De watertoetstabel ondersteunt de onderbouwing van de wateraspecten in een ruimtelijk plan. Thema en water(beheer)doelstelling Uitwerking

Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.

Geef aan of er consequenties zijn voor waterkeringen. Ligging nabij de waterkering. Het plangebied ligt in beschermingszone A van een primaire waterkering. Deze beschermingszone is hieronder aangeduid met een blauwe lijn. Voor bouwactiviteiten in de beschermingszone A is watervergunning nodig.

Figuur 2 Beschermingszones primaire waterkering

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

Vermeld de totale oppervlakken (in m2) van: huidige situatie

na realisatie

1 dakoppervlak

188

206

2 dichte bodemverharding doorlatende 3 bodemverharding

96

96

1016

984

0

0

4 wateroppervlak

 

Ad 3: Indien doorlatende verharding een rol speelt zal deze apart worden beoordeeld. Overall: geef aan hoe compensatie wordt voorgesteld voor het netto effect van deze veranderingen.

Er wordt geen open water gedempt. Het verhard oppervlak neemt op het perceel toe met 32 m². Op basis hiervan wordt berekend dat het minimaal volume aan benodigde waterberging 4,7 m³ bedraagt. Op het terrein, in de natuurlijke tuin, is voldoende ruimte om deze waterberging op te vangen. Daarnaast biedt de aanwezige waterkelder tegen de noordzijde van de woning nog de mogelijkheid voor waterberging. Deze waterkelder heeft een volume van 16 m3.

3

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.

Geef aan op welke wijze huishoudelijk en bedrijfsafvalwater en hemelwater worden afgevoerd (en eventueel gezuiverd). Neem mogelijkheden van hergebruik mee indien aanwezig. Uit de provinciale waterkansenkaart is af te lezen dat het perceel niet ligt in een aandachtsgebied waterhuishouding. Bij wet is geregeld dat de woning / atelier al het huishoudelijk afvalwater dat op het perceel vrijkomt moet lozen op een minimale voorziening in de vorm van een IBA klasse 1. Dat is een Verbeterde septictank van 6 m³ die voldoet aan NEN EN 12566-1. Al het huishoudelijk afvalwater dat vrijkomt op het perceel zal dan ook op deze IBA lozen.

Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking

Grondwaterkwantiteit en verdroging

Geef aan op welke wijze grondwateroverlast en/of verdroging wordt voorkomen. Geef aan of grondwater wordt onttrokken.

Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.

Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.

Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.

Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.

Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.

Met voorgenomen ontwikkeling geen grondwateroverlast voorzien. Er wordt geen grondwater onttrokken. Uit de provinciale waterkansenkaart is af te lezen dat het perceel niet ligt in een gebied dat kampt met kwelwater. Toon aan dat de grondwaterkwaliteit niet achteruitgaat. Denk aan het materiaalgebruik. Zowel tijdens de bouwfase als de gebruiksfase worden geen uitlogende materialen gebruikt. Alleen het hemelwater van schone oppervlakken wordt via (bodem)infiltratie afgevoerd. De ontwikkeling heeft geen negatief effect op de grondwaterkwaliteit. Toon aan dat de oppervlaktewaterkwaliteit niet achteruitgaat. Denk aan het materiaalgebruik. Hiervoor geldt dat tijdens zowel de bouwfase als de gebruiksfase geen uitlogende materialen worden gebruik. Negatieve effecten op het oppervlaktewater worden daarom niet verwacht. Geef aan wat de watergerelateerde consequenties zijn voor de volksgezondheid. Niet van toepassing. Geef aan op welke wijze aandacht is besteed aan het aspect bodemdaling als gevolg van de nieuwe ontwikkeling. De galerie wordt gebouwd in een sterk zettingsgevoelig gebied (veen in ondergrond). Hiermee wordt in de bouwfase rekening gehouden. Geef aan op welke wijze u omgaat met de aanwezige natuurwaarden. In de omgeving is natte natuur aanwezig. De effecten op de natuur zijn beschreven in de natuurtoets.

Geef aan op welke wijze onderhoudswerkzaamheden aan oppervlaktewateren kunnen plaatsvinden. De watergang langs de noordzijde van het perceel is een secundaire watergang (zie figuur 3). Het water stroomt via een duiker aan de oostzijde van het

4

perceel naar de secundaire watergang ten zuiden van de Zeeweg. Er worden geen bouwactiviteiten voorzien binnen de onderhoudsstrook van 7 meter aan weerszijden van de watergang, gemeten uit de insteek van de watergang, of 4 meter vanuit de duiker. Het onderhoud van de secundaire watergang kan ongewijzigd plaatsvinden.

Figuur 3 Secundaire watergangen (en duikers) met keurzones

Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder

Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.

Scheepvaart en/of wegbeheer Goede bereikbaarheid en in stand houden van veilige vaarwegen en wegen in beheer en onderhoud bij Rijkswaterstaat, de provincie en/of het waterschap.

Geef aan hoe U omgaat met objecten van waterbeheer voor zover aanwezig in de directe omgeving, zo- als terreinen, milieucontouren, etc. De ontwikkeling wordt niet gerealiseerd nabij waterschapsobjecten. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering. Geef aan hoe u omgaat met de doorstroming en veiligheid van vaarwegen en/of wegen in de nabijheid. Geef informatie over parkeergelegenheid en de verkeersaantrekkende werking. Het aantal parkeerplaatsen en de extra verkeersgeneratie dat met het beoogde initiatief gemoeid is, bedraagt 7 pp en 3 mvt/etmaal. Op eigen terrein is voldoende ruimte om in de benodigde extra parkeerplaatsen te voorzien. Het aantal extra verkeersbewegingen is dusdanig laag dat met de beoogde functiewijziging en beperkte bouwplannen geen gevolgen voor de doorstroming en veiligheid worden voorzien.

Tot slot Wij verzoeken u het formulier zo volledig mogelijk in te vullen en met een overzichtskaart van het plan te mailen naar waterschap Scheldestromen: info@scheldestromen.nl of postbus 1000, 4330 ZW Middelburg. Het waterschap coördineert de watertoets ook voor Rijkswaterstaat als die betrokken is.

- MEMO Memo

DATUM KENMERK VAN AAN CC

27 oktober 2022, rev. 3 november 2023 PROJECT Bestemmingsplan Zeeweg 9 Groede 20180042.002_0001 OPDRACHTGEVER Dhr. H. van den Born Rho Adviseurs ---

AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLWAAI INLEIDING Het voornemen is om de recreatiewoning aan de Zeeweg 9 in Groede permanent te bewonen. Daarnaast wordt een aanbouw gerealiseerd waarin een galerie kan worden gevestigd. De betreffende gronden zijn op basis van het geldende bestemmingsplan “Groede-Bad” bestemd voor “Verblijfsrecreatieve doeleinden – Recreatiewoningen”. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkelingen planologisch-juridisch te regelen is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. In het kader van de bestemmingsplanprocedure dient een toetsing aan de Wet geluidhinder plaats te vinden en is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting vanwege wegverkeer op het plangebied als gevolg van de Zeeweg. De uitgangspunten, berekeningen en resultaten zijn vastgelegd in voorliggend memo. De gehanteerde akoestische begrippen worden in bijlage 1 toegelicht.

PLANBESCHRIJVING De huidige recreatiewoning moet permanent kunnen worden bewoond en er wordt een galerie gerealiseerd aan de zuidzijde, grotendeels van glas bestaat. De beoogde situatie is gegeven in figuur 1. Figuur 1: beoogde situatie

2/5

TOETSINGSKADER WET GELUIDHINDER Wettelijke zones langs wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 1 weergegeven. Tabel 1: schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh aantal rijstroken 5 of meer 3 of 4 1 of 2

breedte van de geluidzone [m] buitenstedelijk gebied stedelijk gebied 600 350 400 350 250 200

De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg en is gelegen aan de buitenste rand van de weg. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft

-

een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;

Dosismaat Lden De berekende geluidsniveaus wordt beoordeeld op basis van de Europese dosismaat Lden (Lday-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Aftrek op basis van artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of hoger geldt de volgende aftrek: • 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG 2012 57 dB bedraagt; • 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG2012 56 dB bedraagt; • 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting. De toegestane aftrek conform artikel 3.4 uit het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 is op alle genoemde geluidbelastingen toegepast, tenzij anders vermeld.

Nieuwe situaties Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende

3/5

doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (binnen- of buitenstedelijk). Bestemmingen met een binnenstedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. Voor het plangebied geldt dat een recreatiewoning (niet geluidgevoelig in de zin van de Wgh) wordt bestemd als reguliere woning en dat er sprake is van een buitenstedelijke situatie. De voorkeursgrenswaarde bedraagt Lden = 48 dB; de maximale ontheffingswaarde Lden = 53 dB.

UITVOERING BEREKENINGEN EN RESULTATEN Modellering Op basis van de Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012) is een overdrachtsmodel opgesteld in het softwareprogramma Geomilieu, versie 2022.4 rev 1 van dgmr-software. Een overzicht van het akoestisch rekenmodel is gegeven in figuur 2. Omdat objectgegevens en (de ligging van) bodemgebieden zijn ontleend aan PDOKgegevens zijn deze vanwege de omvang niet in de bijlagen opgenomen. In het rekenmodel zijn de bestaande objecten opgenomen. Het object wat de recreatiewoning representeert is vergroot t/m de grens van het nieuwe atelier. In het rekenmodel zijn rekenpunten ingevoerd (waarneemhoogten van ho = +1,5 m/+4,5/+7,5 m). Voor de niet als hard ingevoerde bodemvlakken is gerekend met een gemiddelde bodemfactor van Bf = 0,5 (50% absorberend). Verkeersgegevens Door het Waterschap Scheldestromen zijn verkeerstellingen aangeleverd voor de Zeeweg uit 2021. De etmaalintensiteit bedroeg 288 mvt/etmaal op een weekdag. Voor de toekomstige situatie 2032 (10 jaar na plandatum) is gerekend met een autonome groei van 2% per jaar (worst-case) en een afgeronde etmaalintensiteit van 360 mvt/etmaal. De wegdekverharding van bestaat uit standaard asfalt (referentiewegdek). Voor de voertuig- en etmaalverdelingen is uitgegaan van standaardverdelingen (zie bijlage 2).

Berekeningsresultaten en bespreking In figuur 2 is een overzicht gegeven van de berekende totale geluidbelasting vanwege de gezoneerde Zeeweg, waarbij rekening gehouden met de aftrek van 5 dB op basis van artikel 110g van de Wgh. Uit figuur 2 blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB voor de geluidbelasting niet wordt overschreden. De realisatie van het plan is mogelijk binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder en er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Een hogere waarde procedure is niet aan de orde.

4/5

Figuur 2:

5/5

berekende totale geluidbelasting Lden in dB (inclusief 5 dB aftrek o.b.v. artikel 110g Wgh) vanwege de Zeeweg

Bijlage 1:

begrippen

Decibel A, afgekort dB(A): een maat voor de sterkte van geluid, zoals het door de mens wordt waargenomen, ten opzichte van een referentiedruk van 20.10-5 Pa. Equivalent geluidsniveau LAeq,T in dB(A): het energetisch gemiddelde van de fluctuerende niveaus van het ter plaatse, in de loop van een bepaalde periode optredende geluid. Gestandaardiseerd immissieniveau Li in dB(A): het equivalente geluidsniveau dat tijdens een bepaalde bedrijfstoestand onder meteoraamomstandigheden op een bepaalde plaats en hoogte wordt vastgesteld. Immissierelevante bronsterkte LWR in dB(A): het geluidvermogensniveau van een denkbeeldige bron, gelegen in het centrum van de werkelijke geluidsbron, die in de richting van het immissiepunt dezelfde geluiddrukniveaus veroorzaakt als de werkelijke geluidsbron. Langtijdgemiddeld deelgeluidsniveau LAeqi,LT in dB(A): equivalent A-gewogen geluidsniveau over een specifieke beoordelingsperiode ten gevolge van een specifieke bedrijfstoestand op een immissiepunt, bij een meteoraamgemiddelde geluidsoverdracht, zo nodig gecorrigeerd voor de gevelreflectie. Langtijdgemiddeld deelbeoordelingsniveau LAri,LT in dB(A): equivalent A-gewogen geluidsniveau over een specifieke beoordelingsperiode ten gevolge van een specifieke bedrijfstoestand op een beoordelingspunt, zo nodig gecorrigeerd voor de aanwezigheid van impulsachtig geluid, zuivere tooncomponent of muziekgeluid.

Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT in dB(A): energetische sommatie van de langtijdgemiddelde deelbeoordelingsniveaus. Etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau vanwege het industrieterrein Letmaal in dB(A): de hoogste van de volgende drie waarden: LAr,LT over de dagperiode; LAr,LT over de avondperiode + 5; LAr,LT over de nachtperiode + 10. Europese dosismaat Lden in dB(A): avondperiode en nachtperiode.

gewogen gemiddelde van het geluidsniveau in de dagperiode,

Dagperiode: de beoordelingsperiode van 07.00 tot 19.00 uur. Avondperiode: de beoordelingsperiode van 19.00 tot 23.00 uur. Nachtperiode: de beoordelingsperiode van 23.00 tot 07.00 uur. Maximaal geluidsniveau (piekgeluidsniveau) LAmax in dB(A): het maximaal te meten A-gewogen geluidsniveau, meterstand “fast” gecorrigeerd met de meteocorrectieterm Cm. Immissiepunt: de plaats waarop het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt bepaald. Representatieve bedrijfssituatie: toestand waarbij de voor de geluidproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een bedrijfsvoering bij volledige capaciteit in de te beschouwen etmaalperiode. Bedrijfstoestand: toestand van een inrichting, die relevant is voor te verrichten metingen. Meteoraam: de meteorologische omstandigheden waaronder een goede en stabiele geluidoverdracht plaatsvindt. Stoorgeluid: het op een bepaalde plaats optredende geluid, veroorzaakt door andere geluidsbronnen dan die waarvan het geluidsniveau wordt bepaald. Zone: een rond een industrieterrein gelegen gebied, waarbuiten een bepaalde geluidsbelasting vanwege dit terrein niet wordt overschreden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=a1de9e78-0f79-4120-94e8-84f1238c55a5