01 RV - 2e begrotingswijziging 2022 - Realistisch begroten.docx
Tekst van het document
Raadsvoorstel Pag. 1/6
Datum vergadering
23 december 2021
Omschrijving agendapunt
Voorstel om de 2e begrotingswijziging 2022 vast te stellen
Portefeuillehouder
Wethouder J. Werkman Samenvatting
In de eerste en tweede Bestuursrapportage 2021 hebben wij u een eerste doorkijk gegeven in de resultaten van Realistisch begroten. Daarbij is aangegeven dat hierop een nadere analyse plaatsvindt, die in december 2021 aan u wordt aangeboden. Dit raadsvoorstel, de 2e begrotingswijziging 2022, geeft hier invulling aan. Wij lichten hierin per taakveld kort de uitkomst van het Realistisch begroten toe. Om volledig inzicht te geven hebben wij hierin ook bedragen opgenomen onder de grens € 50.000 uit de Financiële verordening. Per saldo brengt het Realistisch begroten een tekort van € 347.000 met zich mee voor 2022, aflopend naar € 201.000 in 2025. Wij stellen u voor in te stemmen met deze begrotingswijziging, waarmee de uitkomsten financieel vertaald worden in de begroting 2022. Het Realistisch begroten draagt bij aan het verder financieel ‘in control’ komen.
Aan de raad, 1.Aanleiding Eén van de actiepunten in ons financieel beleid is het toewerken naar Realistisch begroten. Daarmee bedoelen we dat budgetten zo veel mogelijk afgestemd zijn op de werkelijke besteding. Hiermee zijn uitgaven meer voorspelbaar en zullen zich naar verwachting minder afwijkingen voordoen. Er ontstaat scherper inzicht in de totale financiën, de bestedingsruimte en het te verwachten rekeningresultaat. Realistisch begroten draagt daarmee bij aan het verder financieel ‘in control’ komen. 2.Proces Zoals toegelicht in de eerste en tweede Bestuursrapportage 2021 hebben wij de budgetten in 2 fases geanalyseerd. •
Fase 1 Budgetten Ondersteuning, Belastingen, Vergunningen/Handhaving/Planologie, Sociaal Domein en KCC/Burgerzaken.
•
Fase 2 Budgetten Wonen en Bouwen, Vastgoed, Verkeer en Vervoer, Grondexploitatie, Openbaar groen en opluchtrecreatie, Cultuur en Erfgoed, Overhad, Sport, Onderwijs, Recreatie.
De analyse per budget bestond uit de volgende stappen: 1. Iedere budgethouder is geïnterviewd, waarbij bestaande budgetten in de programma’s van de begroting zijn doorgesproken. Er is per budget gekeken naar de trendlijn in eventuele afwijkingen over de jaren 2018 t/m 2020. Dit gerelateerd aan de uitgaven tot en met mei 2021. 2. Nieuwe wensen zijn in deze exercitie niet meegenomen. Conform de financiële verordening worden zaken die niet bij de begroting zijn geautoriseerd via aparte voorstellen ter besluitvorming aangeboden, inclusief bijhorende financiële paragraaf. De eventuele positieve of negatieve correcties op het budget zijn getotaliseerd per taakveld en in de eerste en tweede Bestuursrapportage 2021 ter informatie opgenomen. Vervolgens heeft nadere analyse van deze cijfers plaatsgehad. De uitkomsten daarvan vindt u onder punt 3, Resultaten.
Besluit van de Raad d.d.
Raadsvoorstel Pag. 2/6
3.Resultaten In het navolgende overzicht zijn de aanpassingen van de budgetten opgesomd, met een korte toelichting. De hogere kosten van de Jeugdzorg zijn hierin niet meegenomen omdat deze in de cyclus van december met een separaat raadsvoorstel aan u worden voorgelegd (Bestuursrapportages en Begrotingswijzigingen GGD Zeeland). De analyse van de overschrijding van de Jeugdzorg is nog niet bekend en ook loopt er een onderzoek vanuit de VNG naar de kosten van de Jeugdzorg waar we de uitkomsten van willen benutten om te komen tot een realistische inschatting voor de toekomst. Op het moment dat er een realistische doorkijk te maken is, zal dit separaat of via de volgende bestuursrapportage aan u worden voorgelegd. Vooraf zijn er een paar rode draden te onderscheiden. De energie- en brandstofkosten stijgen fors meer dan de indexatie die jaarlijks in de begroting wordt opgenomen. Zo ook kosten voor onderhoud en het inkopen van bepaalde producten. Een oplossing zou zijn om de indexatie voor dergelijke kosten te verhogen, echter de indexaties, zoals deze worden vastgesteld in de kadernota, sluiten aan op de landelijk vastgestelde indexaties voor de gemeenten.
Bij de kadernota 2023 zal er daarom een heroverweging plaatsvinden ten aanzien van indexaties en zal er gekeken worden of afwijking van de landelijke indexaties nodig is om de bepaalde budgetten gelijk op te laten gaan met de werkelijke kostenontwikkeling. Een andere rode draad die geconstateerd is, is dat niet alle budgetten geïndexeerd waren zodat er na een paar jaar een mismatch van het budget en de werkelijke uitgaven ontstaat. Dit is reeds bij het opstellen van de begroting 2022 hersteld en met deze wijziging wordt de inhaalslag gemaakt op de budgetten waar dit nodig was. (- = nadeel, + = voordeel)
2022
2023
2024
2025
Begeleiding
-600.000
-600.000
-600.000
-600.000
Huishoudelijke voorz.
100.000
100.000
100.000
100.000
PGB's
190.000
190.000
190.000
190.000
Verblijfsgerechtigden
-15.000
-15.000
-15.000
-15.000
Woonvoorzieningen huur
16.000
16.000
16.000
16.000
Hulpmiddelen WMO
-16.000
-16.000
-16.000
-16.000
Programmamanager Toekomstige zorg Buurtbemiddeling
28.000
28.000
28.000
28.000
28.000
28.000
28.000
28.000
Onderwijs/leerlingenvervoer
-40.000
-40.000
-40.000
-40.000
Bibliotheek
-30.000
-30.000
-30.000
-30.000
Overige
2.000
2.000
3.000
3.000
Dit een combinatie van meer aanvragen, verschuiving van Huishoudelijke verzorging en verblijfgerechtigden en een prijsstijging van ruim 4% welke 2% hoger is dan begroot. Verplaatsing naar begeleiding valt lager uit en we zien verschuiving naar begeleiding De kosten zijn meerdere jaren hoger dan geraamd. De afgelopen jaren laten een overschot zien De aanvragen lopen gestaag op door toenemende vergrijzing Door dit intern op te pakken, is hier structueel budget over. Er wordt structureel een lagere bijdrage gevraagd waardoor structureel een voordeel ontstaat. Enerzijds stijgt de bijdrage aan het leerlingenvervoer en anderzijds stijgen de energieprijzen voor onderwijsgebouwen. De structurele bijdrage is hoger dan het beschikbare budget. Dit komt omdat het budget jarenlang niet is geindexeerd. Diverse kleine bedragen en verschuivingen.
Raadsvoorstel Pag. 3/6
Het servicecontract voor de centrale kluis kent een structurele verhoging. De kluis wordt gebruikt voor de opslag van alle waardepapieren en is een wettelijke verplichting. De laatste jaren zijn er meer gevallen waar de inzet van de gemeentelijke lijkschouwer bij nodig is. Al enige tijd zien we een sterke terugloop van de aanvraag van paspoorten De bijdrage aan het Bestuurlijk Platform is gedaald Dit betreft de stijging van telefoonkosten, onderhoud software, en energiekosten Door meer gebruik te maken van de welstandscommissie en hogere vergoedingen in de laatste jaren, moet er bijgeraamd worden. Met name de energiekosten vallen structureel hoger uit. Er is meer budget nodig voor energiekosten en materiaalkosten Tot nu toe was het budget voor het havenmeesterschap nog niet begroot
KCC balie
-12.000
-12.000
-12.000
-12.000
Gemeentelijke lijkschouwer
-10.000
-10.000
-10.000
-10.000
Leges (paspoortdip)
-224.000
-245.000
-98.000
-159.000
Bestuurlijk platform Visserij
3.000
3.000
3.000
3.000
Parkeren
-36.000
-36.000
-36.000
-36.000
Welstandstoezicht
-18.000
-18.000
-18.000
-18.000
Evenementen en markten
-14.000
-14.000
-14.000
-14.000
Beheer algemeen
-28.000
-28.000
-28.000
-28.000
Havengebied
-12.000
-12.000
-12.000
-12.000
Vastgoed
5.000
5.000
5.000
5.000
Bouwen en wonen
-6.500
-6.500
-6.500
-6.500
Cultuur
2.000
2.000
2.000
2.000
Monumenten
-10.000
-10.000
-10.000
-10.000
Gebouwen
15.000
15.000
15.000
15.000
Verkeer en Vervoer
2.500
2.500
2.500
2.500
Vervoermiddelen
-8.000
-8.000
-8.000
-8.000
Stranden
3.000
3.000
3.000
3.000
Gladheidsbestrijding
-2.000
-2.000
-2.000
-2.000
Riolering
-29.500
-29.500
-29.500
-29.500
Dit betreft de hogere energiekosten
Omgevingsbeleid
33.000
33.000
33.000
33.000
Groenbeheer en water
27.000
27.000
27.000
27.000
Dit is de jaarlijks ontvangen bijdrage van het rijk voor de kwaliteitsslag Dit wordt veroorzaakt door lagere kosten door samenwerking en het
Diverse kleine bedragen en verschuivingen. De kosten voor het woonwagenterrein zijn structureel lager. Maar daartegenover staat dat de jaarlijkse terugkerende onderzoeken nog niet waren begroot. Dit betreft specifieke onderzoeken zoals een onderzoek naar de woningmarkt. Het Belfort is duurder geworden qua onderhoud en energie, tegelijkertijd zullen we middelen overhouden door het sluiten en verkopen van het oude museumpand in Aardenburg. Door stijgende prijzen wordt het onderhoud van de monumenten steeds duurder nu en in de toekomst. Door verkoop van gebouwen minder onderhoud enz. Diverse kleine bedragen en verschuivingen. Hogere brandstofprijzen zorgen ervoor dat er meer budget nodig is. Wat voordelen in het onderhoud door nieuwe gebouwen Dit betreft meer onderhoud aan het materiaal en hogere brandstofprijzen
Raadsvoorstel Pag. 4/6
wegvallen van inkoop van straatreiniging. Wegen en verlichting
14.000
14.000
14.000
14.000
Raad / college
33.000
33.000
33.000
33.000
Overhead
-327.000
-347.000
-347.000
-347.000
Veiligheid (brandweer, openbare orde)
-11.000
-11.000
-11.000
-11.000
Ozb woningen
100.000
100.000
100.000
100.000
Ozb niet-woningen
100.000
100.000
100.000
100.000
Forensenbelasting
400.000
450.000
450.000
500.000
Totaal
-347.500
-338.500
-190.500
-201.500
Door duurzamere en zuinigere materialen te gebruiken vallen de kosten lager uit. Al een paar jaar is de werkelijke toevoeging aan de voorziening wethouders lager dan de begrote toevoeging. Betreft de verhoging van de post inhuur derden conform de vastgestelde begroting 2022-2025. Verder zijn er bij- en aframingen en verschuivingen maar dit is per saldo nagenoeg budgetneutraal. Te denken valt dan aan bijraming van de kosten voor communicatie (ZVA, Rondje West), voordelen op facilitaire zaken (door digitalisering en thuiswerken) en meerkosten ICT. De kosten voor energie, onderhoud van middelen en advisering zijn al jaren hoger dan de beschikbare budgetten. De jaarlijks wettelijke prijsindexatie is hoger dan de begrote indexatie waardoor de opbrengsten hoger uitvallen De jaarlijks wettelijke prijsindexatie is hoger dan de begrote indexatie waardoor de opbrengsten hoger uitvallen Door stijgende WOZ-waardes en nieuwbouw zijn de inkomsten hoger dan verwacht.
Het realistisch begroten zorgt voor een aanpassing van het saldo met € 347.500 voor 2022, aflopend naar € 201.000 in 2025. Het saldo wordt vooral bepaald door het verhogen van het budget personeel van derden conform de vastgestelde begroting 2022-2025. Wanneer u bovenstaande analyse naast de bestuursrapportages legt van 2021 waarin de eerste resultaten zijn gepresenteerd, is te zien dat de uiteindelijke analyse in dit raadsvoorstel op onderdelen een ander resultaat laat zien dan de cijfers in de bestuursrapportages. De reden hiervoor is dat alle aangeleverde aanpassingen opnieuw langs de uitgangspunten zijn gelegd waaruit bleek dat sommige aanpassingen niet aan de uitgangspunten voldeden en daarom niet zijn meegenomen. Het begrotingssaldo 2022 van € 1.868.135 verandert na vaststelling van de 2e begrotingswijziging 2022 in € 1.521.135. 4.Vervolg Met het vaststellen van deze begrotingswijziging worden de voorgestelde mutaties in de begroting 2022 verwerkt. Bij de behandeling van de 2e bestuursrapportage heeft u de wens uitgesproken om in 2022 weer een bestuursrapportage te willen hebben welke naast een stand van zaken op de speerpunten ook weer een financiële analyse zal bevatten. Dit raadsvoorstel zorgt voor een nieuw ijkpunt om de situatie in overeenstemming te brengen met de werkelijkheid. Realistisch begroten blijft vervolgens een
Raadsvoorstel Pag. 5/6
doorlopend proces dat onder meer via de bestuursrapportages zijn beslag krijgt. Dit betekent dat een dergelijke analyse zoals deze nu is uitgevoerd voor dit raadsvoorstel, ook zal plaatsvinden bij de bestuursrapportages en aan u zal worden voorgelegd. 5.Voorstel U wordt voorgesteld de 2e begrotingswijziging 2022 vast te stellen. Sluis, 23 november 2021 BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN SLUIS, De secretaris,
De burgemeester,
S.I. de Kievit-Minnaert
mr. M.M.D. Vermue
Bijlage(n): a. 1e begrotingswijziging 2022
Raadsbesluit Pag. 6/6
DE RAAD VAN DE GEMEENTE SLUIS gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 23 november 2021; gelet op artikel 192 van de Gemeentewet; BESLUIT: - De 2e programmawijziging 2022 vast te stellen
Sluis, 23 december 2021 DE RAAD VOORNOEMD, De griffier,
De voorzitter,
mr. P.T.G. Claeijs
mr. M.M.D. Vermue