01 Principebesluit voortzetting onderzoek regionale spreiding milieustraten - Bijlage a Aanbiedingsbrief van O.L.A.Z..pdf
Tekst van het document
Voorstel principebesluit regionalisering Zeeuwse milieustraten (versie ten behoeve van consultatie raden Zeeuwse gemeenten) Inleiding Eerder bent u geïnformeerd over het onderzoek dat namens het O.L.A.Z. is uitgevoerd naar de toekomst van de milieustraten in Zeeland op het gebied van milieuwetgeving, kostenbeheersing en de doelstelling tot het reduceren van de hoeveelheid ongesorteerd brandbaar afval. Op 8 april 2021 is uw gemeenteraad op de hoogte gesteld van het onderzoeksrapport van Royal Haskoning DHV (Hierna: RHDHV) door middel van de memo/nieuwsbrief Ontwikkelingen Zeeuwse Milieustraten. Daarnaast zijn de resultaten van het onderzoek en mogelijke wijzigingen gepresenteerd tijdens de regiobijeenkomsten voor raadsleden en bestuurders in het najaar van 2021. In dit voorstel wordt u gevraagd een zienswijze naar voren te brengen over het principe van regionale spreiding. Als basis dient daarbij het onderscheid in het voorzieningsniveau van de huidige milieustraten zoals omschreven in het rapport van RHDHV. Doel van dit besluit is om te bepalen of het principe van regionale spreiding door de individuele gemeenten wordt ondersteund voordat er hoge kosten worden gemaakt voor nader onderzoek en uitwerking tot regionale spreiding. Aanleiding Vanuit de Wet milieubeheer is iedere gemeente verplicht om een milieustraat te hebben waar inwoners hun afval kunnen brengen.
Een gemeente mag ook een milieustraat oprichten in samenwerking met een buurgemeente(n). Behalve deze wettelijke verplichting zijn er ook andere redenen waarom gemeenten milieustraten inrichten: - Milieu: bevorderen van de scheiding en het hergebruik van afvalstoffen1; - Serviceverlening: verbeteren van de aanbiedmogelijkheden voor gescheiden afvalstoffen; - Kosten: verminderen van de kosten. Het laten brengen van afval is goedkoper dan het ophalen, en de verwerking van gescheiden afval is goedkoper dan van ongescheiden afval. 1
In Zeeland hebben alle gemeenten zich in 2018 gecommitteerd aan de VANG (Van Afval Naar Grondstof) doelstelling: het streven naar 75% scheiding van huishoudelijk afval in 2025, met maximaal 100 kilo restafval per inwoner per jaar. Daarnaast 50% minder gebruik van grondstoffen in 2030. Terugdringen van de hoeveelheden (grof en fijn) huishoudelijk restafval (o.a. door het uitsluiten van illegale aanlevering van bedrijven en toeristen) door het afval beter te scheiden. Behalve gemeentelijke beleidsmaatregelen op het fijn huishoudelijk afval (zoals diftar, laagfrequente inzamelen restafval, overige gedragsprikkels) speelt het inzamelen van grof huishoudelijk afval op milieustraten een rol bij het behalen van de VANG-doelstelling. De hoeveelheid niet-sorteerbaar grof brandbaar afval is in 2021 circa 26 kilo per Zeeuwse inwoner per jaar. Naast bovengenoemde VANG-doelstelling wil men landelijk een perspectief schetsen voor een toekomstbestendige, duurzame economie, ook voor toekomstige generaties, Nederland circulair in 2050. Concreet betekent dit dat in 2050 grondstoffen efficiënt worden ingezet en hergebruikt, zonder schadelijke emissies naar het milieu. Hiertoe moet niet alleen de hoeveelheid restafval worden beperkt maar dit geldt voor alle afvalstromen. Circulaire ambachtscentra hebben een grote rol in dit proces.
Binnen een circulair ambachtscentrum wordt samenwerking tussen milieustraten en kringloopwinkels gestimuleerd waardoor er minder herbruikbare producten laagwaardig worden hergebruikt of in afvalovens terecht komen. Met deze doelstelling op grondstoffengebruik sluit Nederland aan bij het ambitieniveau in vergelijkbare landen.
Om in beeld te krijgen op welke wijze het O.L.A.Z. uitvoering kan geven aan eerdergenoemde opgaven heeft RHDHV in opdracht van O.L.A.Z. verkennend onderzoek gedaan naar de toekomst van de milieustraten in Zeeland.
Voorstel principebesluit regionalisering Zeeuwse milieustraten (versie 20221006)
1
Enkele conclusies van dit onderzoek zijn: -
-
Omdat de milieustraten in Zeeland vrij toegankelijk zijn voor zowel inwoners, bedrijven als toeristen, worden er aanzienlijk meer kilo’s grof huishoudelijk (rest)afval gebracht naar de Zeeuwse milieustraten in vergelijking met de rest van Nederland, resulterend in hogere exploitatiekosten. Er is onvoldoende ruimte op de huidige milieustraten om de verschillende wettelijk verplichte afvalstromen kwijt te kunnen; Het realiseren van mogelijkheden tot demontage en kringloop is een belangrijke manier de hoeveelheid (rest)afval op de milieustraten te verminderen; Om alle huidige milieustraten toekomstbestendig te maken zorgt dit naar inschatting voor een totale investering van 45 tot 140 miljoen2.
2 de kosten voor 13 nieuwe milieustraten compleet niveau in Zeeland worden door RHDHV ingeschat op totaal circa 45
miljoen. (13 milieustraten á 3,5 miljoen). Voor 13 nieuwe milieustraten compleet plus niveau worden de kosten ingeschat op totaal circa 140 miljoen (13 milieustraten á 10,7 miljoen).
Op basis van bovenstaande conclusies adviseert RHDHV om te onderzoeken of een regionale aanpak mogelijk is. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen 3 niveaus milieustraten: 1.
Compleet plus, waarbij zoveel mogelijk afvalstromen (minimaal de huidige 29 afvalstromen) ondergebracht kunnen worden, incl. kringloop- en demontage activiteiten. 2. Compleet, milieustraten- Een volledig pakket met zoveel mogelijk afvalstromen (minimaal de huidige 29 afvalstromen). 3. Basis voor enkele (dicht bij huis) stromen als KCA, grof groen en puin Vanwege de investerings- en operationele kosten is het niet realistisch om overal een Compleet (Plus) niveau milieustraat te voorzien. Bij de regionalisering is aandacht voor een goede bereikbaarheid van een volledig ingerichte milieustraat voor iedere Zeeuwse inwoner. Voor de gemeenten waar de milieustraten verdwijnen is flankerend beleid nodig, om ook daar een bepaald serviceniveau te bieden. Hierbij kan worden gedacht aan het inrichten van een servicepunt waar inwoners de veel voorkomende stromen kunnen inleveren. RHDHV voorziet in Zeeland 3 ‘compleet plus’ milieustraten. Daarnaast wordt voorgesteld deze faciliteiten gezien ruimtelijke afstanden en de hoeveelheid inwoners per gebied aan te vullen met 6 met milieustraten ‘compleet’ (alle hoofdstromen) en daarnaast 3 ‘basis’ faciliteiten voor enkele (dicht bij huis stromen) stromen als KCA, grof groen en puin. Doel principe besluit Om te komen tot een concrete uitwerking van deze voorgestelde constructie is nader onderzoek nodig waarbij per regio o.a.
gekeken wordt naar randvoorwaarden voor de locatie, het kosten-, service- en milieueffect. Voordat uitvoering wordt gegeven aan deze uitwerking heeft het algemeen bestuur van O.L.A.Z. besloten eerst te inventariseren of de deelnemende gemeenten binnen de GR O.L.A.Z. de conclusies en aanbevelingen uit het rapport van RHDHV en het principe van regionale spreiding van verschillende soorten milieustraten ondersteunen. Met dit voorstel wordt u daarom gevraagd uw zienswijze naar voren te brengen over het principe van regionale spreiding. Een positieve zienswijze geeft het startsein om de regionalisering van de milieustraten in Zeeland verder uit werken.
Voorstel principebesluit regionalisering Zeeuwse milieustraten (versie 20221006)
2
Uw raad wordt concreet gevraagd: 1. Een zienswijze in te dienen op het voorstel van het dagelijks bestuur voor het principe van regionale spreiding van milieustraten in Zeeland, zoals bedoelt in het rapport RHDHV, te weten: a) Een milieustraat ‘Compleet Plus’ niveau (het betreft een circulair ambachtscentra die voldoet aan alle wettelijke eisen met eventueel aanvullingen als kringloopactiviteiten in Goes (De Bevelanden), Terneuzen en Vlissingen/Middelburg; b) Een milieustraat ‘Compleet’ niveau (het betreft een milieustraat die voldoet aan alle wettelijke eisen, aangevuld met functies als demontage van grof restafval) in Veere, Schouwen-Duiveland, Reimerswaal, Tholen, Sluis en Hulst; c) Een brengfaciliteit ‘Basis’ niveau (deze voldoen niet aan de wettelijke eisen, het gaat om inzamelpunten voor de meest voorkomende stromen op locaties waar de milieustraten worden verwijderd) in Kapelle, Borsele en Noord-Beveland; 2. Akkoord te gaan met het uitvoeren van nader onderzoek en uitwerking van regionale spreiding ten behoeve van definitieve besluitvorming. Vervolg Na de termijn voor het indienen van een zienswijze van uw raad zal het dagelijks bestuur een definitief voorstel principebesluit regionalisering aan het algemeen bestuur van O.L.A.Z. in december 2022 voorleggen ter besluitvorming.
Afhankelijk van het besluit zal in 2023 nader onderzoek plaatsvinden naar onder andere de volgende onderdelen. -
Concrete uitwerking Compleet Plus niveau, Compleet niveau en Basisniveau (flankerend beleid) conform voorgesteld principebesluit Verwachte resultaten invoering regionalisering milieustraten Concrete kostenraming invoering regionalisering milieustraten Financieringsvoorstel verdeling kosten over de gemeenten
Omdat deze werkzaamheden deels door een extern bureau moeten worden uitgevoerd, zijn hieraan de nodige kosten verbonden. In de begroting 2023 van O.L.A.Z. is budget beschikbaar om deze werkzaamheden uit te voeren. Bijlagen: Bij dit voorstel is gevoegd: 1.
Een samenvatting van het rapport Toekomstige milieustraten Zeeland van RHDHV;
2.
Het rapport Toekomstige Milieustraten Zeeland van RHDHV, dd. 19 november 2020;
3.
Memo/nieuwsbrief Ontwikkelingen milieustraat van 8 april 2021 aan de gemeenteraden;
4.
De presentatie toekomst milieustraten gebruikt tijdens de regio bijeenkomsten voor bestuurders en raadsleden eind 2021.
Voorstel principebesluit regionalisering Zeeuwse milieustraten (versie 20221006)
3
Bijlage 1: Samenvatting onderzoeksrapport Toekomstige Milieustraten Zeeland Onderstaande tekst betreft een uitgebreide samenvatting van de conclusies en aanbevelingen van het rapport Toekomstige Milieustraten Zeeland, uitgevoerd door Royal Haskoning DHV. Aanleiding onderzoek toekomstbestendige milieustraat De Zeeuwse milieustraten zijn gedateerd en daardoor niet toekomstbestendig. Zo is er op de meeste milieustraten geen ruimte om uit te breiden, hetgeen noodzakelijk is om alle wettelijk verplicht te scheiden afvalstromen separaat in te zamelen en daarvoor de benodigde voorzieningen in te richten. Daarnaast is er, in het kader van de verkeersveiligheid, behoefte aan het meer efficiënt inrichten van de milieustraten. In opdracht van het algemeen bestuur van O.L.A.Z. heeft in 2019 een werkgroep van O.L.A.Z. een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de ‘milieustraat van de toekomst’. Het onderzoek heeft geresulteerd in drie mogelijke ontwikkelingsscenario’s: 1) Scenario 1- Focus op kleine aanpassingen om voor een korte termijn te kunnen voldoen aan de wettelijke eisen (0 – 5 jaar); 2) Scenario 2- Vult het eerste scenario aan met specifieke lokale en bestuurlijke omstandigheden; 3) Scenario 3- Hierbij wordt uitgegaan van een aanpak die zeker voor 20 jaar zal voldoen. Het rapport van de werkgroep van O.L.A.Z.is in de vergadering van het algemeen bestuur van O.L.A.Z.
op 27 juni 2019 besproken. In deze vergadering zijn kaders vastgesteld voor een verdiepend vervolgonderzoek: ▪ Realiseren VANG doelstellingen (omarmt door O.L.A.Z. op 22 februari 2018) – ontwikkeling milieustraten afstemmen op landelijk afvalbeleid en regelgeving; ▪ Uitwerking van een toekomstbestendig lange termijnperspectief (20 jaar); ▪ Onderzoek naar bestaande opzet en spreiding van de milieustraten, regionalisering; ▪ Onderzoek naar mogelijkheden differentiatie in voorzieningenniveau tussen milieustraten; ▪ Verkenning mogelijkheden toegangscontrole om tot een betere beheersing huishoudelijke afvalstromen te komen en bedrijfsafval te weren; ▪ Nader beschouwen van de kostenverdeling onder de gemeenten. In december 2019 heeft O.L.A.Z. aan RHDHV opdracht gegeven om ontwikkelingsscenario 3, op basis van de gestelde kaders, verder te onderzoeken. Samenvatting advisering RHDHV RHDHV heeft de Zeeuwse milieustraten in haar huidige vorm geanalyseerd en er zijn adviezen uitgebracht voor zowel de korte- als lange termijn. Uit het onderzoeksrapport blijkt dat op de Zeeuwse milieustraten gemiddeld twee keer zoveel afval per inwoner wordt aangeleverd ten opzichte van de rest van Nederland. Terwijl de kosten per inwoner voor de exploitatie gelijk zijn aan die van de rest van Nederland. Belangrijkste oorzaken hiervoor zijn: ▪ de milieustraten zijn vrij toegankelijk (o.a.
toeristen en bedrijven leveren afval); ▪ beperkte personele bezetting; ▪ beperkte ruimte om afval te scheiden. Voldoen aan de wettelijke eisen en het behalen van het gewenste duurzaamheidsniveau -VANG doelstellingen- is niet mogelijk op basis van de bestaande situatie. De meeste milieustraten zijn te klein en uitbreidingsmogelijkheden op de huidige locaties ontbreken. Om te voldoen aan de 1
wettelijke eisen moeten steeds meer afvalstromen worden gescheiden, waarvoor ruimte nodig is (extra inzamelmiddelen). De milieustraten werden ooit ontwikkeld voor het scheiden van 10 stromen, ondertussen zijn dit er wettelijk 18. Op enkele milieustraten in Zeeland worden inmiddels 29 stromen gescheiden. Daarnaast is er, onder andere in het kader van de verkeersveiligheid, nood aan opstelstroken voor (wachtende) bezoekers en scheiding van professioneel en burgerverkeer. Als gevolg is het verplaatsen van een aantal milieustraten noodzakelijk en doet de kans zich voor om de milieustraten meer strategisch in te plannen. Regionalisering leidt ertoe dat alle Zeeuwse inwoners worden voorzien in de benodigde service.
Drie typen milieustraten RHDHV maakt voor de regionalisering onderscheidt in drie typen milieustraten: ▪ Basisniveau (deze voldoen niet aan de wettelijke eisen, het gaat om inzamelpunten voor de meest voorkomende stromen op locaties waar de milieustraten worden verwijderd: Kapelle, Borsele en Noord-Beveland); ▪ Compleet niveau (het betreft een milieustraat die voldoet aan alle wettelijke eisen, aangevuld met functies als demontage van grof restafval: Veere, Schouwen-Duiveland, Reimerswaal, Tholen, Sluis en Hulst.; ▪ Compleet Plus niveau (het betreft een circulair ambachtscentra die voldoet aan alle wettelijke eisen met eventueel aanvullingen als kringloopactiviteiten: Goes (De Bevelanden), Terneuzen en Vlissingen/Middelburg). Vanwege investerings- en operationele kosten is het niet realistisch om overal een Compleet (Plus) niveau te voorzien. Bij de regionalisering is aandacht voor een goede bereikbaarheid van een volledig ingerichte milieustraat voor iedere Zeeuwse inwoner. Voor de locaties waar de milieustraten verdwijnen is flankerend beleid nodig, om ook daar een bepaald serviceniveau te bieden. Hierbij kan worden gedacht aan het inrichten van een servicepunt waar inwoners de veel voorkomende stromen kunnen inleveren.
Fasering Samenvoeging van de milieustraten dient het best gefaseerd plaats te vinden, waarbij zoveel mogelijk natuurlijke overgangsmomenten moeten worden benut. In Goes is momenteel een natuurlijk moment gerezen vanwege de noodzaak tot verplaatsing van de huidige milieustraat. Hierdoor kan de locatie in Goes eerst worden ontwikkeld. De kennis en ervaring die daarmee wordt opgedaan kan dienen als voorbeeld en basis voor de ontwikkeling van de andere locaties.
Bovenstaande figuur geeft de huidige situatie verdeling regionale milieustraten in Zeeland aan en de voorgestelde situatie uit het rapport van RHDHV.
2
Sommige maatregelen zoals het invoeren van een toegangscontrolesysteem dienen, om te voorkomen dat mensen die eigenlijk geen toegang hebben uitwijken naar de milieustraten die geen controle hebben, moeten in één keer worden ingevoerd. Om zo alleen de afvalstoffenheffing betalende inwoners van Zeeland toegang te verschaffen tot de milieustraat wordt het aantal kilo’s restafval verminderd, en daarmee ook de verwerkingskosten. Inzicht in huidige situatie en mogelijke nieuwe situatie: • Kosten: De kosten voor het instant houden van de huidige milieustraten bedragen circa 10 miljoen per jaar. Hierbij moet vermeld worden dat de meeste milieustraten in strijd zijn met de huidige milieueisen. Bij herontwikkeling van de 13 milieustraten moet worden gedacht aan een investering van circa 50 tot 60 miljoen euro. Hierbij is uitgegaan van 3 milieustraten compleet plus (á 10,7 miljoen per milieustraat) en 6 milieustraten compleet (á 3,5 miljoen per milieustraat). Ook stijgen de operationele kosten significant onder meer omdat er extra personeel zal worden voorzien om burgers te assisteren, toe te zien op scheidingsgedrag, de kwaliteit van grondstoffen te bewaken en restafval te minimaliseren. De jaarlijkse kosten stijgen hierdoor van circa 25 euro (prijspeil 2022) naar verwachting 45 euro/inwoner per jaar.
Investerings- en jaarlijkse kosten milieustraten gerelateerd aan aantal milieustraten: Aantal Milieustraten (compleet) Kosten per milieustraat: Investeringskosten Jaarlijkse kosten Kosten OLAZ: Investeringskosten Jaarlijkse kosten Besparing tov 13 milieustraten: Investeringskosten Jaarlijkse kosten
7
13
12
9
Euro Euro/jaar
3.410.000 1.440.000
3.440.000 1.480.000
3.590.000 1.660.000
3.770.000 1.860.000
4.080.000 2.220.000
Euro Euro/jaar
44.300.000 18.700.000
41.300.000 17.800.000
32.400.000 14.900.000
26.400.000 13.000.000
20.400.000 11.100.000
7 5
27 20
40 30
54 41
% %
5
Uit de tabel valt af te leiden dat de investeringskosten dalen met ongeveer 7% met elke milieustraat minder en de operationele kosten ongeveer 5%. Deze kosten zijn exclusief kringloop en demontage. In dit onderzoek wordt niet ingegaan waar eventueel de milieustraten komen en daarom ook niet op rijafstand en rijtijd.
• Milieu: In het onderzoeksrapport is uitgegaan van 42 kg restafval per inwoner per jaar. Dit is de hoeveelheid restafval die is aangeboden op de milieustraat in 2019. Volgens RHDHV zou het toepassen van scenario 3 zal een geraamde daling van circa 22,5 - 25 kilogram restafval per inwoner per jaar opleveren. Hiervan wordt tot 13 kilogram toegeschreven aan het invoeren van een toegangscontrolesysteem. Het overige deel is met name een gevolg van betere scheiding, toezicht daarop en hergebruik. Extra reductie van de hoeveelheden zou kunnen ontstaan door te sturen op bewustzijn van de inwoners, meer verantwoorde keuze grondstofstromen en externe factoren. RHDHV heeft als uiteindelijk doel gesteld 8,2 kg per inwoner per jaar op de milieustraat. Geactualiseerde milieuinformatie: Per 2021 wordt de afvalstroom “sorteerbaar bouw en sloopafval” van de milieustraten verder uitgesorteerd, waarbij nog slechts 15% als brandbaar of niet herbruikbaar afval wordt afgevoerd. 85% wordt gerecycled, wat neerkomt op een daling van 17,3 kg/inwoner per jaar. Daardoor is de hoeveelheid restafval in 2021 inmiddels gedaald naar 26 kilo per inwoner per jaar. Wat vervolgens het effect is van de eerdergenoemde maatregelen uit scenario 3 moet nader onderzocht worden.
Aanbevelingen 3
• Implementatie toegangscontrole Toegangscontrole is een effectief instrument dat redelijk voordelig geïmplementeerd kan worden (kosten pasjes, slagbomen en pasjeslezers en kosten ontwikkelen toegangswegen versus besparing op transport en afvoerkosten). • Pilot project toezicht op restafval Start pilot op één of meerdere milieustraten waarbij extra toezicht wordt gehouden op de restafvalcontainer om te voorkomen dat grondstoffen die elders worden ingezameld in de container verdwijnen. •
Werk aan bewustzijn burgers en werknemers: extra aandacht aan communicatie over wijze van afgeven afvalstromen op de milieustraat en handelingsinstructie. Communicatie kan plaatsvinden via brieven, kranten en op de milieustraat door bebording bijvoorbeeld. • Implementeer toekomstige milieustraten gefaseerd De gevraagde investeringen zijn aardig hoog en er is nog veel informatie te vergaren. De aanbeveling is ook om de vernieuwing gefaseerd in te voeren. Gebruik natuurlijke momenten om nieuwe milieustraten toekomstgericht in te richten en start mogelijk met pilot of voorstel tot gefaseerd samenvoegen door te starten op locaties waar het eenvoudig/natuurlijk/logisch te realiseren is. • Blijf eigenaar maar ga samenwerking met externe kringlooporganisaties aan. Met betrekking tot de kringloopactiviteiten is het goed om deze te koppelen aan de milieustraten en de ZRD eigenaar te maken om de continuïteit te borgen. Voorstel is om in eerste instantie een samenwerking aan te gaan met bestaande kringloopbedrijven waarbij op papier gescheiden activiteiten plaatsvinden. Zij leveren de benodigde expertise en verzorgen de business case voor de kringloopactiviteiten. • Verdeling van de kosten Ga in eerste instantie uit van de huidige systematiek. Evalueer op gezette termijnen of nieuwe informatie nieuwe inzichten oplevert.
Laat Kringloopbedrijven zelf voor de financiën verantwoordelijk zijn. • Onderzoek regionale aanpak Het komt erop neer dat vele locaties niet voldoen en er naar alternatieve locaties dient te worden uitgekeken. Vanwege de impact op de investeringskosten, en de hoge operationele kosten lijkt een regionale aanpak het onderzoeken waard. We denken aan een combinatie van Goes met omliggende gemeenten. Ook is een combinatie van Vlissingen en Middelburg op een nieuwe locatie voor de hand liggend. Veere kan daarbij dienen ter ondersteuning van Middelburg/Vlissingen en voor een deel van Noord-Beveland. Elke milieustraat minder door samenwerking resulteert in 7% minder investering en 5% lagere jaarlijkse kosten.
4
RAPPORT Toekomstige Milieustraten Zeeland Uitwerking Scenario 3 met behoud gemeentelijke milieustraten Klant:
O.L.A.Z
Referentie: BG9912I&BRP001F02 Status:
Definitief/02
Datum:
19 november 2020
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX AMERSFOORT Industry & Buildings Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Toekomstige Milieustraten Zeeland Ondertitel: MS Zeeland Referentie: BG9912I&BRP001F02 Status: 02/Definitief Datum: 19 november 2020 Projectnaam: MS Zeeland Projectnummer: BG9912 Auteur(s): Rolph Hultermans
Opgesteld door: Rolph Hultermans Gecontroleerd door: Chris Visser Datum: 19 november 2020 Goedgekeurd door: Rolph Hultermans Datum: 19 november 2020
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
i
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
1
2
Zicht op toekomstige milieustraten
3
2.1
Politieke ontwikkelingen: een circulaire economie
3
2.2
Economische ontwikkelingen: nieuwe verdienmodellen
4
2.3
Technologische ontwikkelingen: digitalisering en robotisering
5
2.4
Ecologische ontwikkelingen: onderdeel van klimaatbeleid
5
2.5
Wet- en regelgeving (juridische) ontwikkelingen
6
2.6
Schets milieustraat van de toekomst
7
3
Huidige situatie in beeld
9
3.1
Afvalbeleid en milieustraten
9
3.2
Basisgegevens gemeenten en milieustraten
9
3.3
Beschrijving milieustraten
10
3.4
Prestaties
17
4
Toekomstige milieustraten: Scenario 3
20
4.1
Beschrijving Scenario 3
20
4.2
Programma van eisen milieustraat
21
4.3
Uitvoeringsvormen milieustraat
29
4.4
Varianten kringloopactiviteiten in beeld
31
5
Evaluatie Scenario 3
35
5.1
Ontwikkeling volledig pakket van eisen op huidige straten
35
5.2
Gefaseerde, gedeeltelijke ontwikkeling
36
5.3
Locatievoorstellen
38
5.4
Organisatievormen
39
5.5
Impact op VANG doelstelling
40
5.6
Financiën
43
5.7
Impact regionale indeling milieustraten op financiën
48
6
Samenvatting en conclusie
49
Bijlagen 1.
Relevante aspecten in ontwikkeling van milieustraat van de toekomst
2.
Ingezamelde afvalstromen per milieustraat (2018)
3.
Parameters jaarlijkse kosten
4.
Notitie verdeling van kosten
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
ii
Projectgerelateerd
1
Inleiding
Het Openbaar Lichaam Afvalverwijdering Zeeland (O.L.A.Z.) is een gemeenschappelijke regeling van 13 Zeeuwse gemeenten. Iedere gemeente heeft één milieustraat, welke door O.L.A.Z. wordt geëxploiteerd. De uitvoering van de exploitatie is ondergebracht bij de Zeeuwse Reinigingsdienst (ZRD). Al enige jaren wordt binnen het O.L.A.Z. nagedacht over het toekomstbestendig maken van het geheel aan milieustraten in Zeeland. In 2019 is door een werkgroep binnen O.L.A.Z. een onderzoek afgerond met het rapport onderzoek milieustraten Zeeland1. Hierin staat o.a. de situatie met betrekking tot de huidige situatie: wettelijk kader, inventarisatie inwoners, hoeveelheden en kosten en zijn er bezoekverslagen van de milieustraten opgenomen. Om een beeld te krijgen is tevens een beschrijving van de milieustraat van de toekomst opgenomen en drie scenario’s voor mogelijke ontwikkeling. Scenario 1 focust op kleine aanpassingen om gedurende de komende 5 jaar te voldoen aan het inzamelen van de 18 wettelijk opgelegde afvalstromen. Scenario 2 focust op voldoen aan het wettelijk opgelegde kader met aandacht voor specifieke lokale en bestuurlijke omstandigheden. De milieustraat Goes bijvoorbeeld verplaatsen. Kleine straten verder afslanken en grotere opwaarderen, zoveel als mogelijk binnen de huidige locaties.
Scenario 3 gaat uit van een aanpak die zeker 20 jaar voldoet, waarbij wordt uitgaan van drie voorzieningen niveaus. Het Algemeen Bestuur (AB) van O.L.A.Z. heeft het rapport besproken en heeft in haar vergadering van 27 juni 2019 kaders vastgesteld en richting gegeven voor vervolgonderzoek. De vastgestelde kaders zijn: 1. Realiseren van VANG doelstellingen. De ontwikkeling van milieustraten moet op het landelijk afvalbeleid en regelgeving afgestemd zijn. 2. Het langer termijn perspectief is belangijker dan maatregelen voor de korte termijn uitvoeren. Een ontwikkeling uitwerken voor een periode van 20 jaar is het uitgangspunt. 3. De huidige opzet en spreiding van milieustraten is het uitgangspunt. Om te komen tot een geheel van toekomstbestendige milieustraten zijn opzet en spreiding onderwerp van onderzoek. 4. Differentiatie in het voorzieningenniveau van de milieustraten kan voordelen bieden en is onderwerp van onderzoek. 5. De laagdrempeligheid van milieustraten is een belangrijke kwaliteit. Om tot betere beheersing van huishoudelijke afvalstromen te komen en bedrijfsafval te weren is het onderzoeken van een toegangsregeling en of betaalregeling onderdeel van de verkenning. 6. De huidige verdeling van kosten is eenvoudig. Met het aanbrengen van differentiatie in voorzieningen zal de kostenverdeling nader beschouwd moeten worden.
In dezelfde vergadering is besloten om scenario 3 zoals genoemd in het rapport milieustraten Zeeland te onderzoeken en uit te werken. Scenario 3 gaat uit van het behouden van de gemeentelijke milieustraten. Dat wil zeggen 13 milieustraten verdeeld over 13 gemeenten. Het behoud van de huidige locatie is wenselijk, maar geen doelstelling. Indien de huidige locatie ongeschikt is, kan naar een alternatief worden gezocht. In scenario 3 worden drie typen milieustraten gedefinieerd. In de basis variant wordt slechts een beperkt aantal afvalstromen ingezameld. In Borsele, Kapelle en Noord-Beveland (tot ca. 25.000 inwoners) is een basis voorziening gepland met een beperkt aantal afvalstromen. Het tweede type is een complete versie. Deze milieustraat zamelt ten minste alle 18 afvalstromen in die zijn genoemd in het Activiteitenbesluit. Deze milieustraat is voorzien in Veere, Sluis, Hulst, Tholen, Schouwen-Duiveland en Reimerswaal (25.000 tot 35.000 inwoners). In het derde type is de milieustraat bijna identiek aan de complete versie, maar is er ruimte nodig voor kringloopactiviteiten en/of circulaire ambachtscentra en ruimte voor educatie. 1 rapport Onderzoek Milieustraten Zeeland - 13 juni 2019
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
1
Projectgerelateerd
Deze complete plus versie is voorzien in Goes (al dan niet gecombineerd met omliggende gemeenten), Terneuzen, Middelburg en Vlissingen (>35.000 inwoners). In december is RHDHV gevraagd om het volgende met betrekking op Scenario 3 verder uit te werken. 1. Effect op VANG Beleid; 2. Indien locaties wijzigen; globale locatievoorstellen (gemeente en locatie binnen de gemeente); 3. Serviceniveau per locatie op basis van een algemene indeling; 4. Investeringskosten per locatie; 5. Exploitatiekosten per locatie en voor het geheel; 6. Globale businesscase per locatie incl. het benoemen van mogelijke partners en hierin een richting bepalen; 7. Toegankelijkheid voor bezoekers (toegangsregeling, acceptatievoorwaarden); 8. Model voor doorberekening kosten naar leden van O.L.A.Z. Leeswijzer Dit rapport begint met een inventarisatie van ontwikkelingen die mede bepalen hoe de milieustraat van de toekomst eruit ziet (Hoofdstuk 2). Vervolgens wordt ingegaan op de huidige situatie en worden de prestaties met betrekking tot afvalvolume, scheidingsdoelstellingen en kosten in beeld gebracht (Hoofdstuk 3). Na de inventarisatie wordt scenario 3 verder uitgewerkt (Hoofdstuk 4) en beoordeeld Hoofdstuk 5). Het rapport wordt afgesloten met conclusies (Hoofdstuk 6).
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
2
Projectgerelateerd
2
Zicht op toekomstige milieustraten
Het uitwerken van Scenario 3 gaat over toekomstige milieustraten voor een periode van 20 jaar. Maar hoe ziet afvalmanagement er over 20 jaar uit? En hoe past een toekomstige milieustraat daarbij? In dit hoofdstuk schetsen we de ontwikkelingen die kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van afvalmanagement en wordt een beeld geschetst hoe een milieustraat er in de toekomst uit kan zien.
2.1
Politieke ontwikkelingen: een circulaire economie
In de afgelopen decennia heeft het afvalbeleid in Nederland zich flink ontwikkeld. Het afval/grondstoffenbeleid is groot geworden in de tweede helft van vorige eeuw. In de jaren zeventig en tachtig was met name de focus op bescherming van het milieu. In de jaren negentig werd storten ontmoedigd en ingezet op recycling mede om besparing op verwerkingskosten te realiseren. In het begin van deze eeuw heeft men de wetgeving ingevoerd voor specifieke afvalstromen, eventueel gekoppeld aan een producenten verantwoordelijkheid met name om grondstoffen te besparen en grootschalig terug te winnen. Later werd de cradle to cradle gedachte omarmd en is de term circulaire economie ontstaan. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Naast introductie van beleid, wet- en regelgeving om recycling en hergebruik te stimuleren worden ook specifieke programma’s ontwikkeld om de ambities te halen. Zo is in 2013 het Programma VANG (Van Afval Naar Grondstof) gestart. Specifiek voor huishoudelijk afval is binnen VANG het deelprogramma VANG- Huishoudelijk Afval (HHA) opgenomen, waarin de ambitie is vastgelegd om in 2020 tot 75% afvalscheiding te komen. Deze ambitie is verder geconcretiseerd in een streven om in dat jaar nog maximaal 100 kg restafval (fijn en grof samen) per inwoner te produceren, met een doorontwikkeling naar maximaal 30 kg restafval per inwoner in 2025.
Intussen is het VANG-programma onderdeel van het Rijksbrede Programma voor de Circulaire Economie. De ambitie van het kabinet is om samen met maatschappelijke partners in 2030 een (tussen) doelstelling te realiseren van 50% minder gebruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen). Het kabinet wil met dit programma een perspectief schetsen voor een toekomstbestendige, duurzame economie, ook voor toekomstige generaties. Concreet betekent dit dat in 2050 grondstoffen efficiënt worden ingezet en hergebruikt, zonder schadelijke emissies naar het milieu. Met deze doelstelling op grondstoffengebruik sluit Nederland aan bij het ambitieniveau in vergelijkbare landen. Figuur 1 De circulaire economie, (bron: PBL 2018)
Naast het beleid in Nederland heeft ook de EU aangegeven dat circulaire economie belangrijk is. In november 2019 is door de nieuwe commissie aangegeven dat ontwikkeling van circulaire economie prioriteit nummer één is. Zo stelt het EU-Kaderrichtlijn Afvalstoffen dat in 2025 de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval verhoogd moet zijn tot minimaal 55 gewichtsprocent, in 2030 tot 60 gewichtsprocent en in 2035 tot 65 gewichtsprocent.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
3
Projectgerelateerd
Rol van milieustraat in grondstofmanagement/afvalinzameling Binnen het programma is erkenning voor de milieustraat en het feit dat deze moet mee ontwikkelen met de ontwikkelingen in het beleid. Om de toekomstbestendige milieustraat of de concretisering daarvan, het circulair ambachtscentrum, verder te definiëren is het opgenomen als icoonproject in het uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019 – 2023. Binnen een circulair ambachtscentrum wordt samenwerking tussen milieustraten en kringloopwinkels gestimuleerd waardoor er minder herbruikbare producten laagwaardig worden hergebruikt of in afvalovens terecht komen. Daarnaast wordt er ook gewerkt aan levensduurverlenging van producten door het repareren en opknappen van producten en door het maken van nieuwe producten van bestaande materialen. Ook kan zo’n centrum nieuwe werkgelegenheidskansen en leerwerkplekken opleveren. Het bijeenbrengen van de verschillende bouwstenen van een circulair ambachtscentrum gaat niet over één nacht ijs. Het vereist aandacht en ruimte om te experimenteren. In de periode tot 2022 verkent het Rijk hoe de bouwstenen van een circulair ambachtscentrum het best kunnen samenwerken (Pilotprojecten Circulaire Ambachtscentra). Het heeft daarvoor 10 pilotprojecten geselecteerd, waaronder het duurzaamheidsplein in Oss. De volgende figuur schetst de ontwikkeling van beleid en regelgeving omtrent milieustraten.
Figuur 2 Overzicht ontwikkelingen in afvalland die raakvlak hebben met ontwikkeling milieustraten
2.2
Economische ontwikkelingen: nieuwe verdienmodellen
De huidige afvalstromen ontstaan door aankoopgedrag van consumenten die gebaseerd zijn op huidige verdienmodellen van leveranciers. Op basis van technologische en consumententrends zijn er in het algemeen vijf hoofdtrends in verdienmodellen binnen het economisch verkeer die in de komende jaren belangrijker worden en die de mate van afval kunnen beïnvloeden: 1. Grootschalig maatwerk (‘mass customisation’): Door digitale ontwerp-platforms en fabricagetechnieken kan maatwerk worden geboden aan een groot publiek. 2. Peer-to-peer verkopen (’collaborative consumption’): Dit zijn alle verdienmodellen gebaseerd op delen, (om)ruilen, handelen of huren van producten. Dit is de tegenhanger van eigendom. 3. Abonnementsmodel (‘personal subscription’): Naast het traditionele abonnementsmodel (waarbij klanten een bedrag betalen om toegang te krijgen tot product en/ of dienst) is er een ‘Pay as You Go Subscription’-model (bijvoorbeeld HelloFresh). 4. Social merchandise: Social Merchandising is de verzamelnaam van activiteiten waarbij retailers via social media als Pinterest, Instagram, Google+, Tumblr, YouTube, Twitter of Facebook op voorhand fans/potentiële klanten vragen naar hun voorkeur voor producten. 5.
Circulaire economie: In de circulaire economie staat het maximale hergebruik van producten en de waardevolle grondstoffen die erin verwerkt zijn centraal om waardevernietiging te voorkomen en negatieve milieueffecten te minimaliseren (bijvoorbeeld: gerecyclede jeans).
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
4
Projectgerelateerd
Al deze ontwikkelingen zijn er op gericht om de hoeveelheid materiaalgebruik voor consumptiegedrag te beperken. De mate waarin ze daarin slagen hangt uiteraard samen met de mate waarin consumenten bereid zijn dit soort alternatieve (deel)producten te omarmen. De consumenten lijken zich steeds meer bewust van de ecologische voetafdruk die ze hebben door het consumeren. In toenemende mate zijn er consumenten waarvoor bezit minder belangrijk wordt. Dit biedt voor producenten dan ook kansen om te komen tot nieuwe verdienmodellen waarbij betaald wordt voor het gebruik. Vooralsnog is onduidelijk wat het kwantitatieve effect ervan zal zijn op de hoeveelheid afval. Een vermindering van het volume ligt voor de hand. De wijze van inname kan ook verschuiven voor afvalstromen van een gemeentelijk inzamelsysteem naar een door producenten georganiseerd terugname systeem.
2.3
Technologische ontwikkelingen: digitalisering en robotisering
Technologische ontwikkelingen in het algemeen hebben invloed op het afval volume en het type afval dat ontstaat. Kijkend naar de mogelijkheden nu versus 10 of zelfs 30 jaar terug, dan kunnen we concluderen dat bepaalde technologische ontwikkelingen bijzonder snel zijn gegaan: internetten, online winkelen, vliegen, digitalisering, sociale media, et cetera. Door de snelle ontwikkelingen op dit gebied zijn ontwikkelingen moeilijk te duiden. De algemene ontwikkelingen ondersteunen de ontwikkelingen van inzamel- en verwerkingsmethoden. Big data, chip-technologie en robotisering creëren nieuwe mogelijkheden om in afvalmanagement meer maatwerk of individualistische aanpak te kiezen dat moet leiden tot minder afval, betere scheiding en betere kwaliteit. Binnen afvalmanagement ontwikkelen de technologieën zich ook voortdurend. In de afvalinzameling worden systemen geïntroduceerd om het bewustzijn van de burger te vergroten en ze te motiveren afval beter te scheiden. Veranderingen vinden plaats van wekelijkse huis aan huis inzameling met een beperkt aantal fracties naar omgekeerd inzamelen met hoog serviceniveau voor meerdere gescheiden fracties, laag-frequent inzamelen, gedifferentieerde tarieven voor afvalinzameling (DIFTAR) of een combinatie van deze.
Ook in de afvalverwerking gebeurt het nodige: sec verbranden verandert meer en meer in verbranding met energieterugwinning, composteren wordt meer en meer een combinatie van vergisten en composteren en er ontstaan betere scheidingstechnologieën die nascheiding mogelijk maken. Tegelijkertijd zijn er ook nu technologieën in ontwikkeling waar men circa 10 jaar geleden ook al over sprak zoals bijvoorbeeld: vergassing, chemische recycling, pyrolyse, etc. Kortom de technologische veranderingen bepalen in hoge mate het volume maar meer het type afval dat ontstaat. Door gebruik te maken van de digitale ontwikkelingen kan binnen afvalmanagement steeds meer maatwerk worden verricht om burgers te sturen. Het verbeteren van de inzameling en verwerking zorgt ervoor dat meer maatwerk kan worden verricht voor specifieke afvalstromen.
2.4
Ecologische ontwikkelingen: onderdeel van klimaatbeleid
Er is in toenemende mate sprake van schaarste aan grondstoffen (met name edelmetalen). Dit vertaalt zich in een toenemende behoefte aan materiaalhergebruik en recycling. Vanuit een breder ecologisch perspectief geldt dat materiaalhergebruik en recycling steeds belangrijker worden. Klimaatverandering en -beleid vereisen een reductie van CO2. De circulaire economie wordt daarbij steeds meer in perspectief geplaatst als een van de oplossingsrichtingen tegen klimaatverandering.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
5
Projectgerelateerd
2.5
Wet- en regelgeving (juridische) ontwikkelingen
Er zijn een aantal maatregelen binnen de wet- en regelgeving die van invloed zijn op de afvalhoeveelheden en -samenstelling: ◼
◼
◼
◼
◼
VANG-beleid: binnen het deelprogramma VANG- Huishoudelijk Afval (HHA) is de ambitie vastgelegd:
om in 2020 tot 75% afvalscheiding te komen. Deze ambitie is verder geconcretiseerd in een streven om in dat jaar nog maximaal 100 kg restafval (fijn en grof samen) per inwoner te produceren.
doel is een doorontwikkeling naar maximaal 30 kg restafval per inwoner in 2025. Deze doelstelling is door het O.L.A.Z. bestuur overgenomen.
Rijksbrede programma Circulaire economie:
in 2030 moet Nederland al 50% minder primaire grondstoffen gebruiken (mineralen, metalen en fossiel).
in 2050 moet Nederland volledig circulair zijn en een economie hebben zonder afval, waarbij alles draait op herbruikbare grondstoffen.
EU-Kaderrichtlijn Afvalstoffen: de voorbereiding voor hergebruik en de recycling van stedelijk afval moet verhoogd zijn:
in 2025 tot minimaal 55 gewichtsprocent,
in 2030 tot 60 gewichtsprocent, en
in 2035 tot 65 gewichtsprocent.
SUP-richtlijn: de Europese Unie (EU) wil wegwerpplastic verminderen en meer plastic inzamelen en recyclen om zo plastic afval in zee te verminderen. Enkele maatregelen die in de richtlijn zijn opgenomen zijn:
vanaf 2021 komt er een verbod op bepaalde plastic wegwerpproducten;
vanaf 2021 moeten lidstaten zorgen voor minder gebruik van plastic on-the-go verpakkingen (zoals drinkbekers en voedselcontainers);
vanaf 2025 moeten PET-flessen voor minstens 25% uit gerecyclede kunststoffen bestaan. In 2030 moet dit minstens 30% zijn;
in 2025 moet minimaal 77% van alle plastic drinkflessen tot 3 liter worden ingezameld. In 2029 moet dit minimaal 90% zijn.
Besluit statiegeld op blik en kleine plastic flesjes: producenten van flesjes frisdrank en water zijn verantwoordelijk voor de invoering van een statiegeldsysteem.
1 juli 2021 wordt statiegeld op kleine plastic flesjes ingevoerd;
in het najaar van 2021 moet 70-90% minder blikjes in het zwerfaval zijn gerealiseerd. Lukt dat niet, volgt ook statiegeld op blikjes.
Al deze wetgeving zorgt ervoor dat de ambitie binnen handbereik komt.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
6
Projectgerelateerd
2.6
Schets milieustraat van de toekomst
De milieustraat van de toekomst gaat over waarde toevoegen, hergebruik, scheiding, kwaliteitsgrondstoffen en vermindering restafval, maar ook over integratie in de samenleving door arbeidsparticipatie, opleiding en stimuleren bewustwording. De uitstraling van het grondstoffencentrum is belangrijk. Het grondstoffencentrum moet recycling, upcycling, circulariteit en duurzaamheid uitstralen. Wat in ieder geval duidelijk lijkt, is er dat verschillende functies mogelijk zijn rondom de milieustraat, zie Figuur 4. Figuur 3. Mogelijke rollen en functies van de toekomstige milieustraat (1)
Figuur 4. Mogelijke rollen en functies van de toekomstige milieustraat (2)
Doel is om zo hoog mogelijk op de piramide te komen. De onderste laag van de piramide staat voor de activiteiten die reeds op de milieustraat plaatsvinden. Op de één na onderste laag staan activiteiten die handelingen toevoegen aan de afvalstromen om hergebruik en scheiding te verbeteren en restafval te verminderen. De derde laag gaat over waarde toevoegen en opleiding. De bovenste laag gaat over beleving. Een toekomstbestendigheid van 20 jaar vergt verder dat de milieustraten een bepaalde mate van flexibiliteit kennen. Veranderingen in zaken als bevolkingssamenstelling, consumptiepatronen en ketenverantwoordelijkheden leiden tot andere afvalhoeveelheden en -samenstellingen. Dit maakt dat de afvalinzamelstructuur en de rol en inrichting van de milieustraten ook kan veranderen. In de uitwerking van de varianten wordt derhalve flexibiliteit meegenomen als een belangrijke randvoorwaarde. In kader van het Rijksbrede programma circulaire economie zijn door het ministerie pilots geïnitieerd die moeten leiden tot waardevolle informatie om het concept circulaire ambachtscentra nader vorm te geven. In 2022 worden de eerste uitkomsten verwacht. Onduidelijk is of de uitkomsten leiden tot een voorstel tot uniforme aanpak of dat er keuzemogelijkheden blijven.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
7
Projectgerelateerd
Rol van O.L.A.Z. in de ontwikkeling van de milieustraat van de toekomst. O.L.A.Z. heeft zelf een regierol in de verwijderingsketen van afval- en grondstoffen en kan grondstoffen uit de keten richting een circulaire economie sturen. O.L.A.Z. kan sturen, stimuleren en faciliteren. Een van de elementen die zij hiervoor in handen heeft is de milieustraat. Daaraan kunnen verschillende functies worden toegevoegd. Zo kan de milieustraat niet enkel hergebruik en recycling stimuleren, maar kan het ook worden uitgebouwd met elementen in kader van afvalpreventie en opleiding of zelfs een broedplaats voor start-ups. De toekomstige milieustraat kan een visitekaartje zijn die bijdraagt aan het versterken van de lokale cohesie en die opleidingen biedt voor nieuwe generaties. Hiermee krijgt het grondstoffencentrum een rol als ‘baken van kanteling’ naar de circulaire economie. Veel inrichtingsaspecten van een toekomstige milieustraat zijn dan ook afhankelijk van de wensen en ambities die worden gesteld. Dit geldt voor de hierboven genoemde rollen en functies. Het geldt echter ook met betrekking tot meer operationele inrichtingseisen zoals bijvoorbeeld: ◼
Toegangsbeleid: worden hier wel of geen restricties gehanteerd en zo ja, welke?
◼
Aannamebeleid: welke afvalstromen worden ingezameld?
◼
Inname faciliteiten: hoe is de inname van herbruikbare goederen georganiseerd?
◼
Beleid verdere reductie restafval: wordt er onderscheid gemaakt in betaalde en gratis stromen?
◼
Kwaliteitsbewaking grondstoffen: hoe vindt informatievoorziening en handhaving/controle plaats?
◼
Zichtbaarheid verdere be- en verwerking: hoe worden burgers meegenomen in de toepassing/hergebruik van de aangeboden stromen (fysiek aanwezige ambachtscentra, etc.)
◼
Verkeersbewegingen: in hoeverre worden professioneel en burgerverkeer van elkaar gescheiden? Wat is acceptabel?
◼
Organisatie: Hoe wordt de organisatie van samenwerkingsvormen met kringloop en ambachten zo ingeregeld dat het leidt tot maximaal hergebruik en gezonde businesscases? Is daarbij een fysieke scheiding gewenst?
Voor meer details hierover wordt verwezen naar bijlage 1.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
8
Projectgerelateerd
3
Huidige situatie in beeld
3.1
Afvalbeleid en milieustraten
De provincie Zeeland kent 13 gemeenten. Het beleid van de inzameling van fijn huishoudelijk restafval ligt bij de gemeenten. Voor de verminderen van de hoeveelheid fijn restafval hebben de gemeenten voor verschillende systemen gekozen: ◼
Laagfrequent inzamelen: Tholen (2017), Hulst (2018), Sluis (besluit invoering 2021).
◼
Diftar: Kapelle (2016), Schouwen-Duiveland (2018), Goes (2019), Middelburg (besluit invoering 2021) Veere (besluit invoering 1-1-2022).
◼
Pilot Nascheiding (2020): Terneuzen, Noord-Beveland, Reimerswaal en Borsele.
◼
Vlissingen nog onbekend.
Inzameling van grof huishoudelijk afval via de milieustraten is ondergebracht bij de Zeeuwse Reinigingsdienst (ZRD). De ZRD exploiteert 13 milieustraten, één in elke gemeente. Binnen Zeeland geldt het uitgangspunt dat Zeeuwse huishoudens van alle milieustraten in Zeeland gebruik kunnen maken. Er is geen pasjessysteem en iedereen kan zo de milieustraat oprijden. Burgers kunnen ervoor kiezen de milieustraat in een naburige gemeente te gebruiken indien deze dichterbij is of de mogelijkheid biedt een afvalstroom aan te bieden die in de dichtstbijzijnde milieustraat niet aangeboden kan worden. Het gedifferentieerd beleid in de gemeenten in Zeeland omtrent verminderen van fijn restafval heeft als consequentie dat er geen fijn restafval wordt ingezameld op de milieustraten.
3.2
Basisgegevens gemeenten en milieustraten
In totaal zijn er in 2018 in de provincie Zeeland 383.032 inwoners en 186.000 woningen. In de volgende tabel staan per gemeenten de basisgegevens als inwoner- en woningaantal en de gegevens van de milieustraat als bouwjaar, oppervlak en eigendomssituatie.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
9
Projectgerelateerd
Tabel 1. Basisgegevens gemeenten en milieustraat (2018) Gemeente
Milieustraat
Bouwjaar
Oppervlak,m2 (1)
Ingezameld afvalvolume, ton/jaar
Inwoners
Woningen
Borsele
22.800
9.785
1999
4.882
5.631
ZRD
Goes
37.653
18.251
1999
5.560
10.845
Gemeente
Hulst
27.524
13.520
2006
5.025
9.263
Gemeente
Kapelle
12.785
5.350
1995
1.180
2.340
Gemeente
Middelburg
48.544
23.532
1999
5.210
8.876
ZRD
Noord-Beveland
7.308
4.400
2005
2.185
2.471
ZRD
Reimerswaal
22.678
9.159
1999
7.200
10.096
ZRD
Schouwen-Duiveland
33.779
16.746
1995
1.594
8.740
Gemeente
Sluis
23.386
14.138
2003
5.660
9.881
ZRD
Terneuzen
54.589
26.952
2003
5.891
13.121
ZRD
Tholen
25.780
10.888
1999
5.500
8.466
ZRD
Veere
21.835
10.964
1999
5.385
10.497
ZRD
Vlissingen
44.371
22.843
1999
4.930
9.014
ZRD
Gemeente
Eigendom
Totaal 383.032 186.528 109.241 (1) Goes, Kapelle, en Schouwen- Duivenland zijn onderdeel van een grotere inrichting en de oppervlakten zijn geschat. Overige oppervlakten zijn afkomstig van Kadaster.
3.3
Beschrijving milieustraten
3.3.1
Kenmerken milieustraten
De milieustraten zijn in de jaren tussen 1995 en 2006 ontworpen. Zij zijn ontworpen voor minder afvalstromen dan op dit moment worden ingezameld. Op dit moment zamelen bijna alle straten tenminste de 18 afvalstromen in zoals genoemd in het activiteitenbesluit. Door toevoegen van afvalstromen hebben de milieustraten vrijwel alle beschikbare ruimte in gebruik. Ook maakt professioneel verkeer gebruik van de zelfde wegen als de ontdoeners. Overige kenmerken van de milieustraat zijn opgenomen in onderstaande tabel.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
10
Projectgerelateerd
Tabel 2. Informatie milieustraten
Milieustraten
Type milieustraat (1)
Perronplaatsen
Overig plaatsen (2)
Veel ruimte voor containers
Borsele
Doorrijperron
12 (+1 ingesloten positie)
Goes
Doorrijperron
14 (+ 2 ingesloten posities) Ruimte voor containers
Hulst
Perron met U route
13 (+ 2 ingesloten posities) Ruimte voor containers
Kapelle
Vlakke vloer
-
9 containers op vlakke vloer en verschillende kleine containers
Middelburg
Doorrijperron
13
Veel ruimte voor containers 17 containers op vlakke vloer en verschillende kleine containers weinig ruimte voor reserve containers
Noord-Beveland
Vlakke vloer
-
Reimerswaal
Perron met U route
14 (+ 1 ingesloten positie)
Vlakke vloer, Schouwen-Duiveland gesplitst
Sluis
Terneuzen
19 november 2020
Perron met U route
Perron met U route
-
14 (+ 1 ingesloten positie)
16 (+ 1 ingesloten positie)
MS ZEELAND
Veel ruimte voor containers 17 containers op vlakke vloer en verschillende kleine containers weinig ruimte voor reserve containers Veel ruimte voor containers
Geschatte
Geschatte voertuig standplaatsen op locatie (3)
capaciteit (bezoekers/uur) (4)
38,5
10
43
38,5
19
82
Small perron, huur opgezegd
38,5
22
95
Bedrijvenvereniging niet altijd blij met wachtrijen. Er is een gegadigde om het te kopen.
16
10
43
Toegang via gemeentewerf. Spoorwegovergang nabij toegang tot gemeentewerf
38,5
15
65
19
11
48
Openingstijden (uur/week)
Opmerking
Toezicht en logistiek een probleem
38,5
31
133
46
10
43 Onderhandelingen met buren om terrein over te nemen verlopen moeizaam
38,5
25
108
Eventueel opstellen op openbare weg.
38,5
31
133
Veel uitbereiding mogelijk.. Toegang over terrein buren. Er is een eigen toegangsweg maar die is moeilijk te gebruiken. In 2022 wordt naburig terrein aangeboden
Veel ruimte voor containers
BG9912I&BRP001F02
11
Projectgerelateerd
Milieustraten
Type milieustraat (1)
Perronplaatsen
Overig plaatsen (2)
Tholen
Doorrijperron
14 (+ 1 ingesloten positie)
Veel ruimte voor containers
Veere
Doorrijperron
14 (+ 1 ingesloten positie)
Ruimte voor containers
Vlissingen
Doorrijperron
14 (+ 1 ingesloten positie)
Veel ruimte voor containers
Totaal (1)
(2) (3) (4)
Geschatte
Geschatte voertuig standplaatsen op locatie (3)
capaciteit (bezoekers/uur) (4)
38,5
15
65
Kringloop op toegangsroute naar milieustraat. Licht aan einde doodlopende weg met keerlus.
38,5
22
95
Grenst aan Kringloop, eventueel te combineren
38,5
21
90
38,5
10
43
Openingstijden (uur/week)
Opmerking
In Zeeland zijn er grofweg drie typen milieustraten te onderscheiden, Allereerst is er een straat waar de ontdoeners en containers op gelijke hoogte staan, de zogenaamde vlakke vloer milieustraat. Een tweede type is de milieustraat waar je op een perron rijdt en rechtdoor ervan afrijd (doorrijperron) en het derde type aanwezig in Zeeland is perron met een U route. P deze straat rijdt je op en op het perron draai je 180 graden om er weer vanaf te rijden. Alle milieustraten hebben een stortvak voor groen, KCA en compost afgifte (behalve Kapelle deze heeft het op de gemeentewerf) Gebaseerd op oppervlakte perron (gecorrigeerd voor rijbaan en ruimte voor containers) + oppervlakte elders en 42 m 2 per standplaats voor een auto in buitengebied en 35 m2/standplaats in stedelijk gebied (minder aanhangers) Schatting bepaald aan de hand van aantal opstelplaatsen en verblijftijd van 13,5 min/bezoek.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
12
Projectgerelateerd
3.3.2
Ingezamelde afvalstromen
Het aantal fracties dat gescheiden ingezameld en afgevoerd wordt is door de jaren heen toegenomen van 10 naar 29 fracties. De fracties zijn: Tabel 3. Op milieustraat ingezamelde afvalstromen Afvalstromen A/B-hout*
Elektrische apparaten/Wit- en bruingoed*
Grond (schoon/cat.1)*
Puin verontreinigd
Accu’s
EPS (piepschuim)* op enkele milieustraten
Harde Kunststoffen*
Restfractie niet-brandbaar
Afgewerkte (motor)olie
Flessenglas
Klein gevaarlijk afval (KCA) van particulieren
Schoon puin*
Asbesthoudend materiaal*
Frituurvetten/oliën
Lampen TL en gasontladingslampen
Textiel*
Autobanden*
Gasflessen/drukhouders*
Matrassen* (Niet in Kapelle)
Vlakglas*
C Hout*
Gips*
Metaal* -
Dakafval*
Groenafval*
Oud papier / karton* -
Destructie-afval
Grof huishoudelijk afval
PMD-afval (m.u.v. de nascheidingsgemeenten Borsele, Noord-Beveland, Reimerswaal en Terneuzen)
-
*Afvalstromen opgenomen in het Activiteitenbesluit om in te zamelen op een milieustraat.
(Fijn) huishoudelijk restafval en GFT mogen niet op de milieustraat worden ingeleverd. In totaal wordt er 109.241 ton per jaar ingezameld op de Zeeuwse milieustraten. Dit is 285 kg/inw./jaar. Details over de afvalvolumes per afvalstroom per milieustraat staan in bijlage 2. Naast inzameling van afvalstomen vindt er ook gratis afgifte van compost plaats. Dit geldt als een soort van beloning voor het ingezamelde grof groen afval. De gemeenten Borsele, Noord-Beveland, Reimerswaal en Terneuzen zijn op 1 januari 2020 gestart met een proef voor nascheiding van plastic verpakkingsafval, metalen verpakkingsafval en drankenkartons. In deze gemeenten mag het PMD-afval samen met het restafval via de (grijze) minicontainer worden aangeboden. De plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons van deze gemeenten worden door een scheidingsinstallatie uit het restafval gehaald voor verdere sortering. Consequentie is dat geen PMD mag worden ingezameld op de milieustraten van deze gemeenten.
3.3.3
Vrij toegangsbeleid
Het vrije toegangsbeleid op de milieustraten houdt in dat de Zeeuwse milieustraten vrij toegankelijk zijn voor alle inwoners van Zeeland en toeristen die afvalstoffenheffing betalen. Er worden geen kosten verrekend voor de aangeboden afvalstoffen aan de poort. Om te controleren of er rechtmatige toegang is, wordt steekproefsgewijs gecontroleerd. 19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
13
Projectgerelateerd
De vrije toegang tot de milieustraten leidt tot oneigenlijk gebruik. Bedrijven zijn formeel niet welkom, maar ontduiken de toegangsregels op grote schaal (bijvoorbeeld met een onherkenbaar personenvoertuig). In het vorige rapport wordt op basis van interviews geschat dat één derde tot de helft van het aangeboden afval afkomstig is van bedrijven. Ook worden de milieustraten gebruikt door toeristen en burgers van aan Zeeland grenzende gemeenten. Belgen maken gebruik van de milieustraten op Zeeuws-Vlaanderen (Sluis en Hulst) en Brabanders en Zuid-Hollanders bezoeken Reimerswaal, Tholen en Schouwen Duivenland. Het controleren van voertuigen met buitenlandse kentekens op betaling van afvalstoffenheffing is tijdrovend. Op de milieustraten in Veere, Sluis, Schouwen en Noord-Beveland komen verder veel toeristen die geen afvalstoffenheffing betalen. Naast oneigenlijk gebruik is er ook een kringloopregeling en rommelmarktregeling. Afval van kringloopbedrijven zonder winstoogmerk en het afval van rommelmarkten kan met toestemming van de gemeente en de ZRD naar de milieustraat worden gebracht.
3.3.4
Verzorgingsgebied per milieustraat
Het vrije toegangsbeleid houdt in dat elke inwoner toegang heeft tot elke milieustraat in Zeeland. Om verschillende redenen kunnen inwoners besluiten om het afval naar een milieustraat in een andere gemeente te brengen. Deze mogelijkheden zorgen ervoor dat een milieustraat relatief meer of minder wordt gebruikt. Om een oordeel te vellen welke milieustraten meer of minder worden gebruikt zijn in Tabel 4 per gemeente weergegeven het percentage grof huishoudelijk afval zoals op de milieustraat in de gemeente is ingezameld en het percentage inwoners en woningen van Zeeland. Tabel 4. Per gemeente percentage grof huishoudelijk afval zoals op de milieustraat in de gemeente is ingezameld, percentage inwoners en percentage woningen van Zeeland (2018). Gemeente
Afval in milieustraat , % Zeeland
Inwoner, %Zeeland
Woningen, % Zeeland
Borsele
5,2
6
5,2
Goes
9,9
9,8
9,8
Hulst
8,5
7,2
7,2
Kapelle
2,1
3,3
2,9
Middelburg
8,1
12,7
12,6
N-Beveland
2,3
1,9
2,4
Reimersw.
9,2
5,9
4,9
Schouwen
8
8,8
9
Sluis
9
6,1
7,6
Terneuzen
12
14,3
14,4
Tholen
7,7
6,7
5,8
Veere
9,6
5,7
5,9
Vlissingen
8,3
11,6
12,2
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
14
Projectgerelateerd
Tabel 5. Vergelijken afval-, inwoner- en huizenpercentage per gemeente
De afwijkingen per gemeente worden gevisualiseerd door de gegevens uit de tabel om te zetten in bovenstaande figuur. Te zien valt dat in Middelburg relatief weinig afval wordt aangeboden ten opzichte van het percentage inwoners en in Veere relatief veel. Dit is te verklaren doordat een gedeelte van Middelburg naar Veere afvoert. Het hoge percentage afval in Kruiningen/Reimerswaal ten opzichte van het percentage inwoners is te verklaren doordat een gedeelte uit Borsele maar vooral ook Kapelle gebruik maakt van deze milieustraat. Inwoners van Terneuzen gaan naar Sluis en Hulst. Om het verzorgingsgebied van een milieustraat inzichtelijk te maken wordt aangenomen dat oneigenlijk gebruik gelijk verdeeld is over de gemeenten en dat elke woning in Zeeland even veel afval afgeeft. Dit betekent dat de in Tabel 6 genoemde hoeveelheid woningen per milieustraat zijn aangesloten. Let op, dit aantal woningen gaat over een verzorgingsgebied en wijkt af van het aantal woningen per gemeente.
19 november 2020
MS ZEELAND
BG9912I&BRP001F02
15
Projectgerelateerd
Tabel 6. Verzorgingsgebied per milieustraat uitgedrukt in aantal woningen. Aantal woningen afgeleid van op de milieustraat ingezamelde hoeveelheid ten opzichte van geheel Zeeland en totaal aantal woningen in Zeeland. Milieustraat
Woningen in verzorgingsgebied
Borsele
9.615
Goes
18.516
Hulst
15.815
Kapelle
3.996
Middelburg
15.154
N-Beveland
4.218
Reimerswaal
17.238
Schouwen
14.923
Sluis
16.870
Terneuzen
22.403
Tholen
14.455
Veere
17.923
Vlissingen
15.390
Totaal
186.516
3.3.5
Bezoek frequentie
Hoe vaak de milieustraten worden bezocht, is onbekend. Er vindt op de milieustraten geen registratie van het aantal bezoeken plaats. Dit geldt wel voor deelstromen. Voor bijvoorbeeld de acceptatie van autobanden is registratie eigenlijk verplicht volgens nieuwe regels.
3.3.6
Operationele aspecten
Minimale personele bezetting milieustraten Werknemers op de milieustraat ontvangen en begeleiden bezoekers, voeren steekproefsgewijs toegangscontroles uit (waarbij zij o.a. controleren op documenten voor het betalen van afvalstoffenheffing bij buitenlandse kentekenplaten), zien toe op veiligheid, voeren containerinspecties uit, corrigeren foutief ingeworpen afvalstoffen, nemen KCA in ontvangst en sorteren dit, houden het terrein van de milieustraat schoon en regelen wanneer containers aangedrukt of gewisseld moeten worden. Daarnaast voeren zij van alle handelingen de administratieve verwerking uit, verkopen zij asbestfolie en registreren zij het KGA van apotheken. Volgens de nieuwe regels moeten zij ook de NAW gegevens van burgers die autobanden komen brengen registreren, wat nu nog niet gebeurt. De bezetting van 2 man op doordeweekse dagen (bij enkele grotere straten 3) wordt in de huidige situatie als minimaal ervaren door de beheerders en bedrijfsleiding van ZRD. De beheerders kunnen vanwege de inrichting van het terrein niet (makkelijk) alle activiteiten bij de containers in de gaten houden, waardoor illegale dumpingen of verkeerd gestorte afvalstoffen in containers ontstaan. Agressie op locatie Bij weigering van afval aan de poort of op locatie ontstaat bijna altijd agressie.
De locaties laten formeel geen bedrijfsafval toe en ook geen ongesorteerd fijn huishoudelijk restafval en GFT. Daarnaast is het afval van (buitenlandse) toeristen en op een aantal milieustraten (vanwege nascheiding) het PMD afval niet welkom. Op de milieustraat in Kapelle worden vanwege de zeer beperkte ruimte veel volumineuze afvalstromen geweigerd.