CConstaterende datSluis
Koppel je AI →
Document · PDF

01 (Kon. Julianastraat 21 Schoondijke) - Ontwerpbestemmingsplan.pdf

Commissie Ruimte/AB 7 maart 2023, gemeente SluisBij agendapunt: Voorstel tot ongewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan Koningin Julianastraat 21 Schoondijke’ (NL.IMRO.1714.bpknjulianastrt21-ON01)11.861 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan ‘Koningin Julianastraat 21, Schoondijke’

Toelichting ‘Koningin Julianastraat 21, Schoondijke’

Opsteller: Verhage-Lemahieu A.B. (Bram) Verhage Rondweg 1 4524 JL Sluis E: bram@verhage-lemahieu.nl T: 0117-760160

Versie: 2 augustus 2022 Status: Ontwerp IMRO: NL.IMRO.1714.bpknjulianastrt21-ON01

Toelichting Koningin Julianastraat 21, Schoondijke

1

INHOUD

1.

Inleiding ................................................................................................................ 3 Aanleiding............................................................................................................. 3 Huidige situatie ..................................................................................................... 3 Het plan ............................................................................................................... 4

2.

Planologisch beleidskader ...................................................................................... 4 Rijksbeleid ............................................................................................................ 4 Provinciaal beleid ................................................................................................... 6 Gemeentelijk beleid ............................................................................................... 7

3.

Sectorale aspecten ................................................................................................. 8 Natuur ................................................................................................................. 8 Cultuurhistorie ..................................................................................................... 10 Archeologie .......................................................................................................... 11 Mobiliteit en parkeren............................................................................................ 12 Technische infrastructuur ....................................................................................... 12 Bodem ................................................................................................................ 13 Geluid ................................................................................................................. 13 Luchtkwaliteit ....................................................................................................... 14 Externe veiligheid ................................................................................................. 15 3.10 Vormvrije mer ......................................................................................................

15 Omliggende functies ............................................................................................. 16 3.12 Watertabel ........................................................................................................... 16

4. 4.1 4.2 4.3

Juridisch .............................................................................................................. 18 Algemeen ............................................................................................................ 18 Verbeelding.......................................................................................................... 18 Regels ................................................................................................................. 19

5.

Economische uitvoerbaarheid .............................................................................. 19 Maatschappelijke haalbaarheid ............................................................................... 19

6.

Maatschappelijke haalbaarheid ............................................................................ 19 Procedure ............................................................................................................ 19 Conclusie ............................................................................................................. 19

Bijlage 1. Stikstofdepositieberekening Bijlage 2. Bodemonderzoek

Toelichting Koningin Julianastraat 21, Schoondijke

2

1. Inleiding

Aanleiding Aan de Koningin Julianastraat 21 te Schoondijke is een voormalig schoolgebouw gelegen. Het bestaande gebouw is gekocht met het doel te verbouwen tot één levensloopbestendige woning om permanent te bewonen. Om het gebouw ook daadwerkelijk te verbouwen en te gebruiken als woonhuis dient de bestemming te worden gewijzigd. Het perceel aan de Koningin Julianastraat is opgenomen in het bestemmingsplan Kleine Kernen Sluis en heeft de bestemming Maatschappelijk, de dubbelbestemming Waarde – Archelogie - 4 en een bouwvlak. Tevens is de maximale goothoogte van 6 meter en een maximaal bebouwingspercentage van 75% opgenomen. De gebiedsaanduiding vrijwaringszone – molenbiotoop is van toepassing. Uit het parapluplan Archeologie van de gemeente Sluis (vastgesteld d.d. 31 januari 2019) blijkt dat de waade - Archeologie 2 is toegekend. Het bestemmingsplan Kleine Kernen Sluis biedt niet rechtstreeks de mogelijkheid om de bestemming Maatschappelijk te wijzigen naar Wonen. Om deze wijziging mogelijk te maken dient op basis van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening een partitiële herziening van het bestemmingsplan te worden opgesteld. Het bestemmingsplan dient aantoonbaar te maken dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

In onderhavige toelichting wordt een afweging gemaakt waarbij alle ruimtelijke relevante aspecten met betrekking tot het initiatief inzichtelijk gemaakt worden. Uit dit rapport zal blijken dat aan de voorwaarden voldaan kan worden en dat er daardoor medewerking verleend kan worden aan het initiatief.

Huidige situatie Het plangebied aan de Koningin Julianastraat 21 is kadastraal bekend als Oostburg, sectie ES nummer 419. Het perceel is gelegen in een zijweg nabij het centrum van Schoondijke, aan één zijde grenzend aan de achtertuin van een bestaande burgerwoning en verder grenzend aan doorgaande wegen en een groenstrook aan de achterzijde van het perceel. De woning waarvan de tuin grenst aan het plangebied is gelegen aan de Koningin Julianastraat 19, Schoondijke. Binnen het plangebied is de voormalige school gelegen. Het totale perceel heeft een omvang van circa 1.154 m2. De functie als school is mogelijk op basis van de bestemming Maatschappelijk. Deze bestemming biedt tevens de

mogelijkheid

om

educatieve,

sociaal-medische,

sociaal-culturele,

levensbeschouwelijke

voorzieningen, kinderopvang alsmede voor voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening en

ondergeschikte detailhandels- en/of horeca activiteiten uitsluitend ten dienste van de

maatschappelijke voorzieningen uit te oefenen.

Toelichting Koningin Julianastraat 21, Schoondijke

3

Figuur 1: Kadastrale kaart Koningin Julianastraat 21, Schoondijke (Kadastralekaart.com)

Het plan Het initiatief is er op gericht om de huidige bestaande bebouwing op het perceel Koningin Julianastraat 21 te verbouwen tot één levensloopbestendige woning. Het exterieur van de school zal zoveel mogelijk intact gehouden worden met uitzondering van het huidige lokaal waar de woonkamer gesitueerd wordt. Hier zal een grote raampartij gerealiseerd worden met schuif- of openslaande deuren. De gehele verbouwing zal zoveel mogelijk met lokale partijen en duurzame materialen worden uitgevoerd en het doel is de realisatie van een gasloze, levensloopbestendige woning. Er zal inpandig worden verbouwd en er wordt geen bebouwing toegevoegd. Om het pand te kunnen bewonen dient de bestemming te worden gewijzigd. 2.

Planologisch beleidskader

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI bevat de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren beleid. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving wordt opgenomen in de NOVI. De NOVI komt als structuurvisie uit onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (Wro) en heeft als ondertitel Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De

Toelichting Koningin Julianastraat 21, Schoondijke

4

NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als een omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De Omgevingswet geeft aan de NOVI mee dat deze ‘met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht is op het in onderlinge samenhang: (a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werken we aan onze prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De uitwerking ervan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt van kracht zodra de Omgevingswet in werking treedt.

Het BKL wordt dus uitwerking in regelgeving van het beleid dat in de NOVI staat. De betreffende onderdelen en/of artikelen in het Barro, Bro, en straks Bkl, blijven ook onder de NOVI gelden. Bij nadere invulling van de uitvoeringsinstrumenten van de NOVI kan blijken dat het nodig is de uitvoeringsregels aan te passen. In relatie tot de gewenste ontwikkeling, zijnde het toevoegen van de bestemming Wonen, dienen onderstaande onderdelen te worden beoordeeld.

Toelichting Koningin Julianastraat 21, Schoondijke

5

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Rijk heeft in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) nationaal ruimtelijk beleid geborgd. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Het Barro omvat 14 onderwerpen. De gewenste ontwikkeling is niet strijdig met een van deze 14 onderwerpen. De ontwikkeling wordt niet beperkt door nationaal ruimtelijk beleid. Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een beschrijving op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' zoals beschreven in, het per 1 juli 2017 gewijzigde, artikel 3.1.6 Bro. Nieuwe ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking mits er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van de Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.

Uit jurisprudentie blijkt dat vanaf 12 nieuwe woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dat deze Ladderplichtig is. De in de toelichting van een bestemmingsplan vereiste onderbouwing van de nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Om te bepalen of een planvoornemen Ladderplichtig is dient getoetst te worden of de voorziene ontwikkeling wel een stedelijke ontwikkeling is. Onderliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een woning op de locatie zelf. Het planvoornemen wordt mogelijk gemaakt door middel van het wijzigen van de bestaande bestemming Maatschappelijk naar Wonen en voorziet in een gewenste kwaliteitsverbetering binnen stedelijk gebied. De ontwikkeling leidt niet tot extra verstedelijking nu het bestaande pand wordt ingericht als één woning. Hoewel het één woning betreft en daarmee minder dan de genoemde 12 kan voor wat betreft behoefte worden aangegeven dat het gebouw reeds onder voorbehoud van het goed doorlopen van deze bestemmingsplanprocedure is aangekocht door initiatiefnemer.

Provinciaal beleid Zeeuwse Omgevingsvisie 2021 Op 12 november 2021 hebben Provinciale Staten de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. In de Zeeuwse Omgevingsvisie zijn de hoofdlijnen voor het provinciaal ruimtelijk beleid uiteengezet. In de provinciale Omgevingsvisie (POV) 2021 staat in hoofdstuk 2 ‘Uitstekend wonen en werken in Zeeland’ o.a. dat “…steeds meer vormen van vastgoed hun functie verliezen, zoals maatschappelijk vastgoed, scholen, winkels, kerken en kantoren. Voor de dynamiek van het stedelijk gebied is het cruciaal dat woningen toegevoegd kunnen worden in, of in plaats van deze gebouwen.” Het onderhavige plan gaat uit van de transformatie (herbestemming) van een voormalige school, een relatief groot gebouw, in één woning. Dit plan komt tegemoet aan c.q. is preventief op de bedreiging die volgt uit het verliezen van vastgoedfuncties als in de POV2021 bedoeld. Uit de eerste inventarisatie, uitgevoerd door Rho in opdracht van de provincie Zeeland, blijkt dat binnen de in de gemeente Sluis geldende bestemmingsplannen voldoende ruimte aan bestaande

Toelichting Koningin Julianastraat 21, Schoondijke

6

plancapaciteit is om deze school te kunnen transformeren tot één woning. Door bij de uitvoering van het plan van aanpak Plancapaciteit, waarvoor de gemeenteraad inmiddels de bereidheid heeft uitgesproken, rekening te houden met dit plan wordt de door provincie bedoelde relatie geborgd. In paragraaf 5 van het Plan van Aanpak Plancapaciteit Sluis wordt aangegeven dat invulling van leegstaand vastgoed binnen de grens bestaand stedelijk gebied in een centrumdorps woonmilieu als kwalitatief gewenste woningbouw kan worden gezien. Hoewel de kern Schoondijke niet geldt als een centrumdorps woonmilieu maar als een landelijk woonmilieu geldt de ombouw van dit voor één woning volumineus pand tot één woning als een kwalitatief gewenst plan dat voorziet in een specifieke behoefte. Omgevingsverordening 2018 Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn de kaarten behorend bij de Omgevingsverordening geraadpleegd. De locatie is niet gelegen in de nabijheid van een gebied welke is aangeduid in hoofdstuk 2, afdeling 2.9 Natuur en Landschap van de omgevingsverordening 2018. Aangaande de omgevingskwaliteiten worden in deze toelichting alle ruimtelijke factoren afgewogen. Geconcludeerd

kan

worden

dat

de

gewenste

ontwikkeling

zich

niet

verzet

tegen

de

omgevingskwaliteiten. De gewenste ontwikkeling is niet in strijd met provinciaal beleid.

Gemeentelijk beleid Structuurvisie Krachtig Verbonden 2021-2025 De Structuurvisie, vastgesteld 28 februari 2021, is een visie op hoofdlijnen waarmee de gemeente Sluis op hooflijnen de koers bepaalt ten aanzien van het ruimtelijk-economisch en sociaalmaatschappelijk beleid. Het document vormt een 'Structuurvisie' zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. De hoofdlijnen van het ruimtelijk-economisch en sociaal-maatschappelijk beleid worden vastgelegd, geven richting en vormen het uitgangspunt en de basis voor verdere uitwerking in deelvisies, bestemmingsplannen en projecten. De structuurvisie geeft voor het onderdeel wonen aan dat de gemeente zich wil focussen op een aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat waardoor er een balans tussen de kwalitatieve en kwantitatieve woningvoorraad ontstaat. Dat wil zeggen: de vraag naar (een bepaald type) woningen is in overeenstemming met het aanbod. Indien sprake is van een gewenste ruimtelijke kwaliteitsverbetering, kan een beperkte toevoeging van woningen planologisch mogelijk

worden

gemaakt.

Het

initiatief

is

aangemerkt

als

een

gewenste

ruimtelijke

kwaliteitsverbetering binnen bestaand bebouwd gebied nu een bestaand pand een nieuwe geschikte functie krijgt toegekend. Bestemmingsplan 1e herziening Kleine Kernen Sluis Op de gronden is het bestemmingsplan Kleine Kernen Sluis van de gemeente Sluis van kracht (vastgesteld door de Raad d.d. 30 april 2014). Vervolgens zijn er wijzigingen doorgevoerd in de 1e herziening van het bestemmingsplan Kleine Kernen Sluis (vastgesteld door de Raad d.d. 27 oktober 2016). In dit bestemmingsplan is de locatie gelegen binnen de enkelbestemming Maatschappelijk, de dubbelbestemming Waarde – Archeologie - 4 en een bouwvlak. Tevens is de maximale goothoogte van 6 meter en een maximaal bebouwingspercentage van 75% opgenomen. De gebiedsaanduiding vrijwaringszone – molenbiotoop is van toepassing. Uit het parapluplan Archeologie van de gemeente Sluis (vastgesteld d.d. 31 januari 2019) blijkt dat de waade - Archeologie 2 is toegekend.

Toelichting Koningin Julianastraat 21, Schoondijke

7

Figuur 2: Uitsnede bestemmingsplan Kleine Kernen Sluis, locatie Koningin Julianastraat 21, Schoondijke

De omzetting van de bestemming Maatschappelijk naar Wonen is op basis van het vigerende bestemmingsplan 1e herziening Kleine Kernen Sluis niet mogelijk. Dat betekent dat voor de omzetting van de huidige bestemming door middel van een bestemmingsplanprocedure moet worden afgeweken van het bestemmingsplan 1e Kleine Kernen Sluis.

3.

Sectorale aspecten

Natuur De bescherming van de natuur in Nederland vindt plaats door Europese en nationale wetgeving. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Deze staan los van elkaar en hebben ieder hun eigen werking. Gebiedsbescherming Op circa 4,35 kilometer is Natura-2000 gebied aanwezig, zijnde de Westerschelde & Saeftinghe. In relatie tot dit gebied is berekend in hoeverre deze ontwikkeling effect op de instandhouding van deze gebieden. De AERIUS berekeningen worden uitgevoerd en de uitkomsten ervan zullen worden toegevoegd. Naar verwachting zal blijken dat bij de gebruiksfase het projecteffect bij het beoogde gebruik nihil is en geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden tot gevolg heeft. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten en daarom bestaat op basis van artikel 2.7, lid 2 van de Wet natuurbescherming geen vergunningplicht voor deze wijziging, zie bijlage 1.

Toelichting Koningin Julianastraat 21, Schoondijke

8

Op ongeveer 110 meter van het plangebied is agrarisch gebied van ecologische betekenis, zijnde botanisch waardevol grasland, aanwezig. Op ongeveer 250 meter is bestaande natuur aanwezig, zijnde Molenkreek Schoondijke. Er dient niet te worden gesloopt of beplanting te worden verwijderd. De ontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor dit gebied of andere bestaande natuurgebieden. Soortenbescherming Beschermde

natuurwaarden dienen op

basis van de

Wet

natuurbescherming

te

worden

gerespecteerd. Deze bestemmingswijziging betreft een planologische wijziging van Maatschappelijk naar Wonen. Mogelijk komen er in de nabijheid van de initiatieflocatie algemene soorten voor als veldmuis, egel, kauw en mol. Alle vogelsoorten zijn beschermd volgens de Europese Vogelrichtlijn en de Natuurwet. Voor alle vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Daarbij kan het naast broedende vogels, ook gaan om vogels die hun verblijfplaats het hele jaar gebruiken en ook jaarrond beschermd zijn. Ook handelingen die een vaste rust of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. Gezien de aard van het plan en met name aangaande het huidige gebruik van de locatie zijn er geen invloeden op de aanwezige vogelsoorten te verwachten.

Figuur 3: Uitsnede Natuurnetwerk Zeeland 2022

Toelichting Koningin Julianastraat 21, Schoondijke

9

Figuur 4: Uitsnede natuurnetwerk Zeeland 2022

Cultuurhistorie Op 1 januari 2012 is door middel van aanpassing van het Besluit ruimtelijke ordening bepaald dat cultuurhistorische belangen moeten worden meegewogen bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen. Het waarborgen van cultuurhistorische belangen en het meewegen van deze belangen is belangrijk. Hiervoor is een omschrijving van het plangebied noodzakelijk. Het plangebied is gelegen in een zijweg nabij het centrum van Schoondijke. De omgeving wordt gekenmerkt door burgerwoningen. Het perceel is bestemd als Maatschappelijk. Het omzetten van de bestemming Maatschappelijk naar Wonen past in het bestaande straatbeeld. Er wordt geen verdichting toegepast en de bestaande bebouwing krijgt een nieuwe invulling. De omgeving van het plangebied wordt voornamelijk gekenmerkt door burgerwoningen. Het plangebied zelf is niet aangeduid als cultuurhistorisch waardevol of als Rijksmonument. De woningen in de woonwijk van de woning zijn eveneens niet cultuurhistorisch waardevol. In de omgeving is op circa 230 meter een cultuurhistorisch monument gelegen, een molen genaamd Hulsters Molen. De molen is een ronde, stenen korenmolen, type beltmolen, met een belthoogte van 3,5 m. De molen staat aan de Molenkreek, aan de rand van de bebouwing van Schoondijke. Vanuit het zuiden wordt het zicht op de molen belemmerd door hoge bomen.

Bij de verbouwing van de school zal aan de bestaande bouw(hoogtes) niets gewijzigd worden waardoor de molen geen hinder zal ondervinden van de verbouwing van de school tot woning. De

Toelichting Koningin Julianastraat 21, Schoondijke

10

bescherming van de windvang van de molen is ook opgenomen in de regels behorende bij het bestemmingsplan. Dit in de aanduiding vrijwaringszone – molenbiotoop. De molen is tevens het dichtstbijzijnde Rijksmonument.

Figuur 5: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Zeeland

Archeologie Sinds 1 juli 2016 is de bescherming van archeologisch erfgoed vastgelegd in de Erfgoedwet. Deze wet betreft één integrale wet die betrekking heeft op museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Uitgangspunt is dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat ernaar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden ex situ worden bewaard. De gemeente Sluis heeft haar archeologiebeleid vastgelegd, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 31 januari 2019. Dit archeologiebeleid is vervolgens verwerkt in het bestemmingsplan Parapluplan archeologie. In dit bestemmingsplan is het plangebied aangeduid als Waarde – Archeologie 2. Bij bodemverstoringen dieper dan 40 centimeter met een oppervlakte groter dan 500 m 2 is archeologisch onderzoek noodzakelijk. In het plan dat ten grondslag ligt aan deze bestemmingsplanprocedure zullen geen sloop- of bouwwerkzaamheden uitgevoerd worden. De huidige bebouwing zal gehandhaafd worden, derhalve is nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk.

Toelichting Koningin Julianastraat 21, Schoondijke

11

Figuur 6: Uitsnede bestemmingsplan Parapluplan archeologie

In het geval tijdens graafwerkzaamheden archeologische sporen of vondsten in de bodem worden aangetroffen zal, conform de wettelijke meldingsplicht paragraaf 5.10 van de Erfgoedwet (2016), melding dienen te worden gemaakt bij de bevoegde overheid (gemeente Sluis).

Mobiliteit en parkeren De ontsluiting van het plangebied verloopt via de Koningin Julianastraat. De Koningin Julianastraat is een straat die oostelijke richting uitkomt op de Dorpsstraat, in het centrum van Schoondijke. Van hieruit zijn allerlei verbindingen mogelijk naar Breskens, Oostburg en IJzendijke, Biervliet, Terneuzen en richting Belgische grens. De Koningin Julianastraat beschikt niet over een fysieke scheiding tussen fiets- en autoverkeer. De huidige locatie is bestemd met de bestemming Maatschappelijk en werd gebruikt als basisschool. Binnen deze bestemming zijn (met name met piekbelasting) relatief veel verkeersbewegingen mogelijk. Het gebouw heeft 5 lokalen. Volgens de CROW dient er in de ‘Schil centrum’ per lokaal 1 parkeerplaats aanwezig te zijn, in onderhavige situatie betekent dit 5 parkeerplaatsen. De verkeersgeneratie wordt in door de CROW niet benoemd voor basisonderwijs. Voor wat betreft het onderdeel parkeren geldt voor een

basisschool op basis van de

Parapluherziening parkeren gemeente Sluis (vastgesteld op 23 september 2021) een norm van 0,75 per 100 m2 bvo. In totaal zijn dat 422/100x0,75=3,17 is 4 parkeerplaatsen. In de nieuwe stituatie wordt een woonhuis van circa 422 m2 opgericht. De nieuwe woning heeft een verkeersgeneratie van 9 verkeersbewegingen per woning en er zijn op basis van de Parapluherziening parkeren gemeente Sluis 2, 3 parkeerplaatsen noodzakelijk. Bij de op te richten woning wordt een oprit gerealiseerd bij de ingang van de woning. Deze oprit biedt ruimte aan maximaal 4 auto’s. Ook de garage biedt parkeergelegenheid aan 1 à 2 auto’s. Geconcludeerd kan worden dat er voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein zal zijn.

Technische infrastructuur De omgeving is aangesloten op de riolering en op alle gangbare nutsvoorzieningen (gas, water, elektra). Ten behoeve van het plan hoeven hiervoor geen structurele aanpassingen plaats te vinden.

Toelichting Koningin Julianastraat 21, Schoondijke

12

Bodem Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde nieuwe functie. De oppervlakte van het plangebied en de conclusie van het vooronderzoek (historisch onderzoek) zijn bepalend voor het uitvoeren van eventueel veld- en laboratoriumonderzoek. Bodemgebruiksfuncties nemen af naarmate bodemverontreinigingen en gerelateerde risico's toenemen. Sanerende maatregelen kunnen daardoor nodig zijn. De bestemmingswijziging van de Koningin Julianastraat 21, Schoondijke van Maatschappelijk naar Wonen betreft een functiewijziging (zonder bouwwerkzaamheden) waardoor historisch onderzoek van de locatie van belang is. De bodemkwaliteitskaart Zeeland duidt de locatie aan als achtergrondwaarde met de functie wonen, zie figuur 7. Van de locatie is bodemonderzoek, zie bijlage 2. Op basis van oude bouwdossiers van de gemeente Sluis zijn geen verdachte risicolocaties aanwezig of aanwezig geweest. Van de onderzoekslocatie zijn geen boven- en/of ondergrondse brandstoftanks bekend. Via archiefonderzoek zijn verder geen verdachte gegevens aangetroffen (bron: gemeente Sluis).

Op basis van de onderzoeksresultaten is geconcludeerd dat er geen verhoogde gehalten PFOS en PFOA aangetoond zijn. Op basis van de toepassingsnormen voor PFAS voldoet de bodem aan bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde.

Figuur 7: Uitsnede bodemkwaliteitskaart zeeland

Geluid De mate waarin geluid, bijvoorbeeld veroorzaakt door het wegverkeer, het woonmilieu mag belasten is geregeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder (Wgh en Bgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige bestemmingen, worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving ten

Toelichting Koningin Julianastraat 21, Schoondijke

13

gevolge van wegverkeer, spoorweg en industrie. De wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige bestemmingen: 1.

Woningen

2.

Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal)

3.

Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc.

Het beschermen van bijvoorbeeld het woonmilieu gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Verder gaat deze wet onder meer ook in op de geluidwerende voorzieningen en geluidbelastingkaarten en actieplannen. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt de bestemming Maatschappelijk gewijzigd naar Wonen, waarbij één woonhuis mogelijk wordt gemaakt. Binnen het afwegingskader met betrekking tot geluid is de Koningin Julianastraat bepalend. De Koningin Julianastraat is een 30-kilometerweg. Op grond van de Wet geluidhinder geldt weliswaar geen onderzoeksverplichting. Echter op basis van vaste jurisprudentie dient toch inzichtelijk te worden gemaakt of sprake is van een akoestisch aanvaardbaar klimaat. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen in het algemeen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wet geluidhinder hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de uiterste grenswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB geldt als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde van 63 dB volgens de Wet geluidhinder als maximaal aanvaardbare waarde. De Koningin Julianastraat is ingericht als tweerichtingsverkeer.

De woning is niet direct aan de weg gelegen en zal voldoen aan de gestelde eisen omtrent bouwbesluit. Er is dan ook sprake van een akoestisch aanvaardbare situatie.

Luchtkwaliteit Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. De grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Voor woningbouw geldt bijvoorbeeld dat bij één ontsluitingsweg een aantal van 500 nieuwe woningen niet in betekenende mate van invloed zijn op de luchtkwaliteit. Er dient met name gekeken te worden naar de emissie van fijnstof (PM10). Op grond van de Wet luchtkwaliteit gelden grenswaarden waaraan voldaan moet worden. De grenswaarden waaraan getoetst wordt zijn: 

jaargemiddelde concentratie: 40 µg/m3;

daggemiddelde concentratie: 50 µg/m3;

aantal toegestane overschrijdingen daggemiddelde: 35 keer.

Het omzetten van basisschool naar één woning betreft een positieve ontwikkeling met betrekking tot de uitstoot van fijnstof. Er is sprake van een sterke afname van verkeersbewegingen. Gesteld kan

Toelichting Koningin Julianastraat 21, Schoondijke

14

worden dat voorgestane ontwikkeling niet leidt tot een verkeerstoename van meer dan 1.200 motorvoertuigen per etmaal. Deze ontwikkeling valt hierdoor onder het 3% criterium waardoor het aangemerkt kan worden als zijnde NIBM. Onderzoek naar de luchtkwaliteit kan derhalve achterwege blijven. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico’s voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, aardgas of LPG. De externe veiligheid richt zich op zowel inrichtingen (bedrijven) waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn als het transport van gevaarlijke stoffen. Dit vervoer kan plaatsvinden over weg, water, spoor en door buisleidingen. Het uitgangspunt van het beleid is dat burgers voor de veiligheid van hun omgeving mogen rekenen op een minimum beschermingsniveau (plaatsgebonden risico). Daarnaast moet de kans op een groot ongeluk met meerdere slachtoffers (groepsrisico) worden afgewogen en verantwoord bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een risicobron. Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het ‘Besluit externe veiligheid inrichtingen’ (Bevi) van belang. Aanvullend zijn in het Vuurwerkbesluit en Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Daarnaast is het toetsingskader voor de omgeving van transportassen en buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vastgelegd in het Besluit Externe Veiligheid Transportroutes.

Toetsing plangebied aan de Risicokaart Geconcludeerd kan worden dat de locatie niet binnen de plaatsgebonden risicocontour en/of het invloedsgebied van het groepsrisico van een risicovolle activiteit is gelegen. Een verdere uitwerking van de veiligheidsparagraaf is dan ook niet noodzakelijk.

3.10

Vormvrije mer

Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. Indien een bestemmingsplan een ontwikkeling mogelijk maakt die in de D-lijst van het Besluit m.e.r. is opgenomen, maar onder de daarin genoemde drempelwaarde blijft, is een vormvrije m.e.r. beoordeling benodigd. Voor bestemmingsplannen die ontwikkelingen mogelijk maken die onder de drempelwaarde van de activiteiten in de D-lijst vallen en waarvan het bestemmingsplan als besluit in kolom 4 is genoemd (zoals bij D11.2 stedelijk ontwikkelingsproject), dient getoetst te worden aan de criteria uit bijlage 111 bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. De hoofdcriteria bestaan uit: 

de kenmerken van het project;

de plaats van het project;

de kenmerken van de potentiële effecten.

Daarbij dient onderzocht te worden of er sprake is van cumulatie met (milieu-effecten van) andere ontwikkelingen in de omgeving, het risico op zware ongevallen en/of rampen en er dient nu ook ingegaan te worden op maatregelen die genomen worden om de effecten doeltreffend te verminderen. Waar mogelijk dienen deze maatregelen in het bestemmingsplan geborgd moeten worden.

Toelichting Koningin Julianastraat 21, Schoondijke

15

Het initiatief omvat de verbouwing van een voormalige basisschool tot één woning. Op 21 juni 2018 heeft de gemeenteraad van Sluis besloten dat een ontwikkeling kleiner dan 12 woningen niet valt onder de term ‘stedelijke ontwikkeling’ zoals genoemd in onderdeel D van het Besluit milieueffectrapportage, zodat voor de ontwikkeling van de Koningin Julianastraat 21 geen besluit in het kader van de aanmeldnotitie m.e.r. genomen hoeft te worden.

Omliggende functies Bij realisering van nieuwe hindergevoelige functies, dient rekening te worden gehouden met eventuele hinder veroorzakende (bedrijfs-)activiteiten in de omgeving. Uitgangspunt daarbij is dat er ter plaatse van hindergevoelige functies sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Afstemming van bestaande en nieuwe functies is mogelijk door het aanhouden van zogenaamde richtafstanden. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de VNG (versie, 2009). Bij deze richtafstanden wordt rekening gehouden met milieuaspecten als geur-, stof en geluidhinder. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. Uit jurisprudentie en de genoemde VNG-publicatie, blijkt dat in het geval van een gemengd gebied verkleinde richtafstanden gelden. Rondom het plangebied is een gemengd gebied met overwegend burgerwoningen, maar ook een pand met bedrijfsbestemming, specifieke vorm van bedrijf – educatieve activiteiten en workshops. De minimale richtafstand tot deze functies dient volgens de VNG minimaal 10 meter te bedragen (SBI-2008 = 9609). De afstand van tot de bestemming Bedrijf bedraagt circa 36 meter. Aan de richtafstanden wordt voldaan.

3.12

Watertabel

Sinds 1 november 2003 is de zogenaamde Watertoets verplicht. Dat wil zeggen dat in elk ruimtelijk plan gemotiveerd moet worden aangegeven hoe met het water in het gebied wordt omgegaan en wat de ruimtelijke veranderingen voor het water betekenen. Aangaande de aspecten omtrent water is een watertoets opgesteld welke wordt toegezonden aan Waterschap Scheldestromen.

Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking

Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en

Het plan heeft geen relatie met de primaire of

rekening houden met de daarvoor benodigde

secundaire waterkeringen.

ruimte.

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

Toelichting Koningin Julianastraat 21, Schoondijke

16

huidige

na

situatie

realis atie

dakopper vlak

0

1

0

2

0

3

0

4

dichte bodemve rharding doorlate nde bodemve rharding waterop pervlak

Het plan bestaat uit het omzetten van de bestemming Maatschappelijk naar Wonen. Het bestaande pand blijft behouden en wordt niet vergroot. In de huidige situatie is het volledige perceel verhard. In de nieuwe situatie zal geen extra verharding mogelijk zijn, waardoor extra waterberging niet noodzakelijk is.

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken

De huidige situatie blijft voor hemelwater en vuilwater ongewijzigd.

in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.

Thema en water(beheer)doelstelling Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

Uitwerking De locatie is niet gelegen in een bufferzone rondom een natuurgebied. Er wordt geen grondwater onttrokken en er is geen sprake van grondwateroverlast. Het plangebied wordt gekenmerkt door zeer geringe infiltratiemogelijkheden.

Grondwaterkwaliteit

Externe bouwwerkzaamheden zijn niet aan de

Behoud of realisatie van een goede

orde, mocht dit alsnog noodzakelijk zijn dan

grondwaterkwaliteit. Denk aan

worden hierbij geen uitlogende materialen

grondwaterbeschermingsgebieden.

gebruikt.

Toelichting Koningin Julianastraat 21, Schoondijke

17

Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede

Externe bouwwerkzaamheden zijn niet aan de

oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de

orde, mocht dit alsnog noodzakelijk zijn dan

veerkracht van het watersysteem. Toepassing

worden hierbij geen uitlogende materialen

van de trits schoonhouden, scheiden,

gebruikt.

zuiveren.

Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten

Een extra voorziening voor waterberging is niet

en plagen. Voorkomen van

noodzakelijk. Verdrinkingsgevaar/risico’s zijn dan

verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de

ook niet aan de orde.

daarvoor benodigde ruimte.

Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra)

Het plangebied is aangeduid als sterk

maaiveldsdalingen in zettinggevoelige

zettingsgevoelig gebied.

gebieden kunnen veroorzaken.

Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke

In de directe omgeving is geen bestemming met de

gevarieerde en natuurlijk karakteristieke

functie natte natuur.

aquatische natuur.

Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden

Er zijn geen sloten gelegen aan of rondom het

worden. Rekening houden met obstakelvrije

plangebied.

onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.

Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering)

De locatie is niet gelegen in de directe omgeving van objecten van de waterbeheerder.

van de waterbeheerder niet belemmeren.

4.

Juridisch

4.1

Algemeen

Het bestemmingsplan kan, afhankelijk van het gevoerde beleid van de gemeente een meer of minder globaal karakter dragen. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een planologisch-juridische regeling gegeven voor te ontwikkelen gronden binnen het plangebied. Voor de gronden van de planlocatie is aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan 1e herziening Kleine Kernen Sluis. De regels sluiten verder aan bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012.

4.2

Verbeelding

De bestemming Wonen met bouwaanduiding vrijstaand, bouwvlak, goothoogte 6 meter en aanduiding erf wordt op de verbeelding opgenomen.

Toelichting Koningin Julianastraat 21, Schoondijke

18

4.3

Regels

De regels beschrijven de bestaande regeling voor woondoeleinden. De regels bevatten regels met betrekking tot het bouwen en gebruiken van grond en gebouwen. Met deze standaardregels wordt aangesloten op het vigerende bestemmingsplan 1e herziening Kleine Kernen Sluis van de gemeente Sluis. 5. Economische uitvoerbaarheid Het plan zal geheel in particuliere handen uitgevoerd worden. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden. Grondexploitatie Het exploitatieplan biedt de grondslag voor het publieksrechtelijk kostenverhaal. In artikel 6.12, eerste en tweede lid, Wro is bepaald in welke situatie een exploitatieplan gemaakt moet worden. In artikel 6.2.1. Bro worden de bouwplannen aangewezen waarvoor de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen. Een exploitatieplan wordt gelijktijdig vastgesteld met het ruimtelijk plan of besluit waarop het betrekking heeft. Dat kan een bestemmingsplan, een wijzigingsplan, een projectbesluit en een buiten toepassingsverklaring van een beheersverordening zijn. Voor onderhavige situatie is een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten waardoor het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Hierdoor hoeft voor het planvoornemen geen exploitatieplan opgesteld te worden.

Maatschappelijke haalbaarheid Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande niet leiden tot overwegende planologische bezwaren. De bestemmingswijziging betekent, na afweging van de verschillende belangen, een aanvaardbare invulling van het plangebied. Conclusie Er is sprake van een uitvoerbaar plan omwille van de volgende redenen: -

de kosten voor uitvoering van het plan komen voor rekening van de initiatiefnemer;

-

er is geen sprake van financiële, planologische of maatschappelijke belemmeringen;

6.

Maatschappelijke haalbaarheid

Procedure In het kader van het vooroverleg wordt het ontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan de provincie Zeeland en waterschap Scheldestromen. De opmerkingen uit het vooroverleg worden verwerkt in het definitieve ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan zal, overeenkomstig de wettelijke procedure in de Wet ruimtelijke ordening, vervolgens gedurende zes weken ter visie worden gelegd.

Conclusie Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande niet leiden tot overwegende planologische bezwaren. De bestemmingswijziging betekent, na afweging van de verschillende belangen, een aanvaardbare invulling van het plangebied.

Toelichting Koningin Julianastraat 21, Schoondijke

19

Regels

bestemmingsplan “Koningin Julianastraat 21, Schoondijke”

Planstatus:

ontwerp

Versiedatum:

06-10-2022

Vaststellingsdatum: Plan identificatie:

NL.IMRO.1714.bpknjulianastrt21-ON01

Auteur:

Adromi

Adromi B.V.

Pagina 1 van 21

Inhoudsopgave 1 Inleidende regels ............................................................................................................................. 3 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 3 Artikel 2 Wijze van meten .................................................................................................................. 11 2 Bestemmingsregels ........................................................................................................................13 Artikel 3 Wonen ................................................................................................................................. 13 3 Algemene regels.............................................................................................................................17 Artikel 4 Anti-dubbeltelregel.............................................................................................................. 17 Artikel 5 Algemene bouwregels ......................................................................................................... 17 Artikel 6 Algemene gebruiksregels ....................................................................................................

18 Artikel 7 Algemene afwijkingsregels .................................................................................................. 18 Artikel 8 Algemene wijzigingsregels ................................................................................................... 19 Artikel 9 Overige regels ...................................................................................................................... 19 4 Overgangs- en slotregels ................................................................................................................21 Artikel 10 Overgangsrecht ................................................................................................................. 21 Artikel 11 Slotregel ............................................................................................................................ 21

Adromi B.V.

Pagina 2 van 21

1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 Plan Het bestemmingsplan 'Koningin Julianastraat 21, Schoondijke' van de gemeente Sluis. 1.2 Bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GMLbestand NL.IMRO.1714.bpknjulianastrt21-ON01 met de bijbehorende regels. 1.3 Verbeelding De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1714.bpknjulianastrt21-ON01. 1.4 Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangegeven, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 Aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 Aaneengebouwd Blok van meer dan twee aaneengebouwde hoofdgebouwen. 1.7 Aankapping Een aanbouw waarbij de kap van het hoofdgebouw ononderbroken doorloopt; de hellingshoek van een aankapping kan afwijken van de hoofdkap. 1.8 Aan- of uitbouw Een uit de gevel springend, in architectonisch opzicht ondergeschikt deel van een hoofdgebouw dat door de indeling en inrichting is bestemd hoofdzakelijk te worden gebruikt overeenkomstig de functie van het hoofdgebouw. 1.9 Achtergevel De meest van de wegzijde afgekeerde gevel van een gebouw.

1.10 Achterste perceelsgrens De kadastrale grens aan de achterzijde -de van de wegzijde afgekeerde grens- bij een bouwperceel die de zijkanten van een bouwperceel verbindt. Indien meerdere zijden van het bouwperceel van de weg zijn afgekeerd, wijst het bevoegd gezag een achterste perceelsgrens aan. 1.11 Afgewerkt bouwterrein De gemiddelde hoogte van de grond die gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde omringt.

Adromi B.V.

Pagina 3 van 21

1.12 Afwijking bij omgevingsvergunning Een afwijking als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, sub c juncto artikel 2.12, lid 1, sub a, onderdeel 1 van de Wabo, zoals die luidde ten tijde van inwerkingtreding van dit plan. 1.13 Archeologisch deskundige De beleidsmedewerker archeologie van de gemeente, de gemeentelijk adviseur archeologie of een door het College van Burgemeester en Wethouders aangewezen deskundige op het gebied van archeologie. 1.14 Archeologisch onderzoek Onderzoek verricht door een gecertificeerde dienst, bedrijf of instelling zoals bedoeld in de Erfgoedwet 2016 en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA) dan wel, na vaststelling ervan door de Minister van OCW, de normen zoals opgesteld door het Centraal College van Deskundigen Archeologie (CCvD). 1.15 Archeologisch rapport Een rapport van een archeologisch onderzoeksbureau of een goed onderbouwd advies van een deskundige op het gebied van archeologie. 1.16 Archeologische waarde Vindplaats of vondst met een oudheidkundige waarde. Het betreft hier met name archeologische relicten in hun oorspronkelijke ruimtelijke context. Zowel grote complexen / structuren zoals nederzettingsterreinen, als afzonderlijke vondsten kunnen met deze term worden aangeduid.

1.17 Architectonische waarde De in het kader van dit plan aan een gebouw toegekende waarde gekenmerkt door de opbouw en/of indeling van de gevels, de dakopbouw en het materiaal en/of kleurgebruik eventueel in samenhang met de omgeving. 1.18 Awb De Algemene wet bestuursrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan. 1.19 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.20 Bebouwingspercentage Een op de verbeelding of in de regels aangeduid percentage, dat de grootte van het deel van een maatvoeringsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.21 Bed & breakfast Een kleinschalige overnachtingsaccomodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, ondergeschikt aan de (woon)bestemming.

Adromi B.V.

Pagina 4 van 21

1.22 Bedrijf aan huis Het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer geldt, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.23 Beroep aan huis Een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.24 Beschermd dorpsgezicht Een dorpsgezicht dat ingevolge artikel 35 van de Monumentenwet 1988 is aangewezen als beschermd dorpsgezicht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan. 1.25 Bestaand Ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan. 1.26 Bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.27 Bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.28 Bevoegd gezag Het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning, zoals bedoeld in de Wabo.

1.29 Bijgebouw Een met het hoofdgebouw verbonden of daarvan vrijstaand gebouw dat ten dienste staat van het hoofdgebouw en door zijn ligging, functie, constructie of afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.30 Bodemingreep Werken en werkzaamheden waarvan mag worden aangenomen dat zij het bodemarchief kunnen aantasten, waaronder het bouwen van een fundering wordt begrepen. 1.31 Bor Besluit omgevingsrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan. 1.32 Bouwdiepte De afstand tussen de voorgevel en achtergevel van een hoofdgebouw.

Adromi B.V.

Pagina 5 van 21

1.33 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.34 Bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.35 Bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.36 Bouwperceelsgrens De grens van een bouwperceel. 1.37 Bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangegeven, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.38 Bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.39 Cultureel erfgoed Uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden.

1.40 Cultuurhistorische waarde De in het kader van dit plan aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde gekenmerkt in verband met ouderdom en gaafheid. 1.41 Deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg Een door het bevoegd gezag aan te wijzen ambtenaar op het gebied van archeologische monumentenzorg. 1.42 Detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, alsook aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies in de vorm van functie-ondersteunende horeca.

Adromi B.V.

Pagina 6 van 21

1.43 Erf Al dan niet omheind stuk grond dat in ruimtelijk opzicht direct behoort bij, in functioneel opzicht ten dienste staat van, en in feitelijk opzicht direct aansluit aan een gebouw en dat, blijkens de kadastrale gegevens behoort tot het bouwperceel waarop dat gebouw is geplaatst. 1.44 Erkende partij Een dienst, bedrijf of instelling, erkend door Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en werkend volgens de specificaties van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. 1.45 Escortbedrijf De natuurlijke persoon, groep of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of van omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte (van een seksinrichting) wordt uitgeoefend. 1.46 Gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.47 Geschakeld Blok waarbij de hoofdgebouwen door middel van bijgebouwen en/of aan- en uitbouwen met elkaar zijn verbonden. 1.48 Gestapeld Een hoofdgebouw waarin meerdere woningen zijn ondergebracht, zodanig dat deze boven, beneden dan wel naast elkaar zijn gesitueerd, waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid gewaarborgd is. 1.49 Gevellijn Denkbeeldige dan wel op de verbeelding aangegeven lijn die strak langs de gevel van een gebouw loopt tot aan de bouwperceelsgrenzen.

1.50 Hoofdgebouw Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken. 1.51 Horecabedrijf Een bedrijf gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en / of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf. 1.52 Huishouden Een samenlevingsverband dat wordt gevormd door een persoon of meerdere personen die: • • •

eerstegraads familie van elkaar zijn, aangevuld met ten hoogste twee individuele personen; een woongroep bestaande uit ten hoogste 4 personen die continu een eenheid vormt; ten hoogste vier individuele personen.

Adromi B.V.

Pagina 7 van 21

1.53 KNA Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (zie www.skib.nl). 1.54 Landschapswaarde De in het kader van dit plan aan een gebied toegekende waarde, wat betreft het waarneembare deel van het aardoppervlak, welke waarde wordt bepaald door de herkenbaarheid en identiteit van de onderlinge samenhang en beïnvloeding van niet-levende en levende natuur. 1.55 Lint Vrijwel aaneengesloten bebouwing waarbij een blok uit maximaal twee aaneengebouwde hoofdgebouwen bestaat. 1.56 Maaiveld De bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat waar sprake is van een hellend of ongelijk maaiveld onder het "aangrenzende maaiveld" wordt verstaan het maaiveld dat grenst aan de voorgevel van een gebouw. 1.57 Maatschappelijk Educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel ten dienste van deze voorzieningen. 1.58 Maatvoeringsvlak Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar een bepaalde maatvoering geldt. 1.59 NAP Normaal Amsterdams Peil. 1.60 Nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut. 1.61 Omgevingsvergunning Vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 van de Wabo.

1.62 Opgraven/opgraving De ontsluiting van een archeologische vindplaats met als doel de informatie te verzamelen en vast te leggen die nodig is voor het beantwoorden van de in het Programma van Eisen verwoorde onderzoeksvra(a)g(en) en het bepalen van de onderzoeksdoelstellingen. Opgravingen worden verricht door een erkende partij, beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 45 van de Monumentenwet en uitgevoerd volgens de desbetreffende specificatie in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA). 1.63 Overkapping Een bouwwerk, geen gebouw zijnde voorzien van een gesloten dak en voorzien van maximaal één wand, waaronder begrepen een carport.

Adromi B.V.

Pagina 8 van 21

1.64 Passend in bebouwingsbeeld • • •

Een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; een goede hoogte-/breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en; en samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is.

1.65 Peil De kruin van de weg indien de afstand tussen het bouwwerk en de kant van de weg minder dan 5 meter bedraagt, en in de andere gevallen de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwterrein. 1.66 Perceelgrens De scheiding tussen bouwpercelen, die niet aan eenzelfde eigenaar behoren dan wel niet door eenzelfde gebruiker worden benut. 1.67 Prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.68 Raamprostitutie Een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostitué/prostituee tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen met als doel het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.69 Seksautomatenhal Een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of life-shows van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven. 1.70 Seksbioscoop/-theater Een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door vertoningen van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven. 1.71 Seksinrichting De voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.

Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotisch-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.72 Straatprostitutie Zich op de openbare weg respectievelijk op openbare ruimten of in een zich op de openbare weg respectievelijk openbare ruimte bevindend voertuig beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.73 Twee-aaneen Blok van twee-aaneengebouwde hoofdgebouwen.

Adromi B.V.

Pagina 9 van 21

1.74 Uitwendig karakter van een gebouw in bestaande toestand De ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan bestaande totaliteit van: •

Bouwmassa, naar hoofdafmetingen en onderlinge verhoudingen;

•

Dakvorm, nokrichting en dakhelling;

•

De gevelindeling door ramen, deuropeningen en erkers;

•

Onder dat uitwendige karakter kunnen mede worden verstaan:

•

Dakoverstekken, goot- en daklijsten;

•

Stoepen, plinten, pilasters en gevellijsten.

1.75 Verstoring Aantasting van een gebied met archeologische waarden. Dit verschijnsel kan zich voordoen: door erosie, afgraving of egalisatie, door (diepe) bewerking van de bovengrond, door zetting als gevolg van ophoging, door verdroging en verzuring. 1.76 Voorste perceelsgrens De kadastrale grens aan de wegzijde bij een bouwperceel die de zijkanten van een bouwperceel verbindt. Indien meerdere zijden van het bouwperceel naar de weg gekeerd zijn, wijst het bevoegd gezag een voorste perceelsgrens aan. 1.77 Vrijstaand Een gebouw zonder gemeenschappelijke wand met een andere gebouw. 1.78 Wabo De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan. 1.79 Wegenverkeerswet De Wegenverkeerswet 1994, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan. 1.80 Wgh De Wet geluidhinder, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van het plan. 1.81 Wonen Het gehuisvest zijn in een woning. 1.82 Woning Een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.83 Wro Wet ruimtelijke ordening, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Sluis&id=abf36c5e-ed7b-4f90-a104-b043b78b3b28