01 Bijlage 2 reactie RMDO Sportnota-vinden en binden
Tekst van het document
Vinden en Binden Sportclubs Is hun voortbestaan in het geding? Vrijwilligers gezocht Sportverenigingen hebben het zwaar in Nederland: een vijfde is kwetsbaar voor de toekomst. Volgens promovendus Resie Hoeijmakers komt dat doordat vrijwilligerswerk minder vanzelfsprekend is geworden: 'We zijn individualistischer en willen zelf beslissen hoe we onze tijd besteden.' MARK MISÉRUS Resie Hoeijmakers deed onderzoek naar de toekomstbestendigheid van sportclubs. Mulier Instituut
Voor haar promotieonderzoek naar sportverenigingen kon Resie Hoeijmakers ook leunen op haar eigen ervaring als voorzitter van TV Rapiditas, een robuuste, Nijmeegse tennisvereniging met duizend leden. Zo stond ze met één been in de praktijk en met het andere in de theorie. 'Hoe zo'n sportvereniging eigenlijk werkt, met al die vrijwilligers met hun eigen rol, dat is eigenlijk mijn grootste fascinatie.' Vrijdag verdedigt Hoeijmakers haar proefschrift over de toekomstbestendigheid van sportverenigingen. Dat doet ze aan de Universiteit Utrecht, waar ze als universitair docent werkt. Vijf jaar lang beet ze zich vast in de vraag waarom de ene voetbal- of korfbalclub verdwijnt, terwijl de andere het al ruim een eeuw volhoudt. Hoeijmakers werkt tevens voor het Mulier Instituut, dat veel onderzoek binnen de sport verricht. Sportverenigingen hebben het zwaar in Nederland. In twintig jaar tijd is het aantal met 7 procent afgenomen. En daar zal het niet bij blijven. Een vijfde van alle verenigingen geldt als kwetsbaar voor de toekomst, concludeerden Hoeijmakers en een collega al in eerder onderzoek voor het Mulier Instituut. Vanuit een 'ecologisch organisatiekundig perspectief' probeerde Hoeijmakers te begrijpen welke sportverenigingen toekomstbestendig zijn, en waarom. Wat blijkt: niet de oplopende
energieprijzen, de concurrentie door fitnesscentra of padelbanen of de huur van de gymzaal of het sportcomplex bepaalt of een sportclub het redt. 'Die factoren spelen zeker een rol. Maar het vinden en binden van vrijwilligers blijft toch echt de allergrootste uitdaging.' Waaraan ligt dat?
'Vrijwilligerswerk is in deze tijd toch wat minder vanzelfsprekend geworden. Vroeger kwamen de sociale binding en betrokkenheid makkelijker tot stand. De verzuiling hielp mee, het was toen veel vanzelfsprekender dat je lid was van een vereniging, daar binding mee had en daardoor bereid was iets voor die vereniging te doen. 'Tegenwoordig hebben we veel meer te kiezen. En we zijn individualistischer geworden, dus we willen zelf meer keuze hebben in hoe we onze tijd besteden. We doen veel meer in onze vrije tijd, waardoor vrijwilligerswerk gewoon minder goed in onze agenda past.' Verenigingen met een tekort aan vrijwilligers belanden vaak in een vicieuze cirkel, ontdekte Hoeijmakers tijdens haar onderzoek. 'Doordat ze te weinig vrijwilligers hebben, kunnen ze minder activiteiten organiseren die nodig zijn voor de binding met hun leden. Daardoor komen er minder leden bij, waardoor er weer minder mensen bereid zijn om vrijwilligerswerk te doen. Het is als vereniging heel lastig om uit zo'n cirkeltje te komen.' Jouw eigen tennisvereniging Rapiditas is een bloeiende vrijwilligersvereniging met duizend leden. Spelen die problemen daar ook?
'Ook voor florerende verenigingen is het vinden van vrijwilligers een uitdaging, denk ik. Het aantal vrijwilligers voor structurele taken binnen een vereniging - zoals bestuursfuncties, een team coachen, commissiewerk - loopt terug, ook al zijn in Nederland van alle Europese landen de meeste mensen lid van een sportvereniging.
In 2024 waren 4,3 miljoen mensen lid van een of meer van de 76 bij NOCNSF aangesloten sportbonden. Veel leden én veel verenigingen die over het algemeen ook nog eens goed georganiseerd zijn: het maakt het Nederlandse verenigingsleven 'uniek in Europa', zegt de onderzoeker. Hoeijmakers (1991), ooit een talentvol tennisster, studeerde politicologie en bestuurskunde. Maar ze raakte gebiologeerd door hoe sportverenigingen werken, door wie ze worden gevormd, en hoe ze zich van elkaar weten te onderscheiden. 'Als organisatievorm is een sportvereniging met al zijn vrijwilligers eigenlijk iets heel bijzonders, terwijl je er geen opleiding voor kunt doen en er weinig theorie over is.' Zo'n opleiding zou trouwens geen slecht idee zijn, vindt ze. Bijvoorbeeld voor de verenigingsmanagers, de vaak wel betaalde krachten die vrijwilligers aanjagen en aansturen. Zo'n manager Hoeijmakers' tennisclub heeft er ook een - ontlast de vrijwilligers vaak bij werk dat ze zelf niet kunnen of willen doen, zoals administratieve zaken. 'Maar ze zorgen er tevens voor dat vrijwilligers beter samenwerken, ze zijn een spin in het web die alles kunnen overzien. Daarom hebben steeds meer verenigingen zo'n manager in dienst.' Veel sportverenigingen zijn verrassend oud, constateerde je.
'Dat fascineert me zo. Mijn vereniging TV Rapiditas is opgericht in 1935, maar heel veel sportverenigingen zijn ouder dan honderd jaar. Dat laat toch zien dat ze op de een of andere manier goed in staat zijn om te blijven voortbestaan. 'Aan de ene kant zijn het dus superkrachtige organisaties die nog steeds een grote rol spelen, ook in onze maatschappij. Maar ze hebben het wel steeds moeilijker.' Wat kunnen die verenigingen daar zelf aan doen?
'De nadruk bij veel verenigingen ligt heel erg op hoe je sport organiseert. Er wordt minder nagedacht over de vraag: hoe kun je de sociale relaties tussen mensen bevorderen, hoe kun je dat clubgevoel versterken? Dát is de reden waarom mensen betrokken zijn bij een vereniging, laat mijn onderzoek zien. 'Wat sommige verenigingen heel goed doen, is dat ze nieuwe leden heel erg meenemen in waar zo'n vereniging voor staat. Die zeggen bij de aanmelding al meteen: wij zijn er voor en door de leden. En als je bij ons lid wordt, verwachten we dat je er iets voor terugdoet.' En dat is niet je kantinedienst afkopen, zoals leden bij steeds meer verenigingen doen.
'Precies. Maar omgekeerd geldt ook: als je lid wordt bij een vereniging, moet je vaak zelf maar een beetje uitzoeken wanneer de trainingen zijn en wat er allemaal bij het lidmaatschap hoort. Daar kunnen verenigingen best beter in worden.' Levert de vergrijzing automatisch meer vrijwilligers op, denk je?
'Zo werkt het helaas niet. Ouderen zijn steeds drukker geworden, bijvoorbeeld doordat ze voor de kleinkinderen zorgen. En alleen meer oudere vrijwilligers erbij zou niet goed zijn: als vereniging wil je juist dat alle doelgroepen iets voor elkaar doen, ook om een goede doorstroom te creëren.' Beïnvloedt de vergrijzing wel de toekomst van sportverenigingen?
'Ja. Voor verenigingen die een wat oudere doelgroep aantrekken, kan dat best positief uitwerken. Bij sporten als bridge bijvoorbeeld. Maar bij verenigingen met een jongere doelgroep, zoals turnen, is de vergrijzing juist weer een uitdaging. Zeker als je in een regio zit waar ontgroening plaatsvindt. Daar heb je zelf geen controle over.' Bij ontgroening daalt het aantal jongeren in een plaats of regio, door de afname van het geboortecijfer. De hoeveelheid regels die de overheid sportclubs oplegt, werkt ook niet mee bij het aantrekken van vrijwilligers, ondervond je.
'Vrijwilligers krijgen met steeds meer regels te maken vanuit de overheid. Daardoor krijgen ze extra taken en verantwoordelijkheden waar ze helemaal niet mee bezig willen zijn. Dat legt extra druk op de vereniging. 'Die regeldruk vanuit de overheid maakt het moeilijker om alles met vrijwilligers te organiseren. Regels over sociale veiligheid bijvoorbeeld, dat iedereen een certificaat moet halen om verantwoord alcohol te schenken. Of hoe je als met geluidsnormen moet omgaan. Vrijwilligers vinden het helemaal niet leuk om zich daarmee bezig te houden.'