01 - 9e wijziging APV - bijlage 1 - Raadsvoorstel
Tekst van het document
Raadsvoorstel Pag. 1/11
Datum vergadering Omschrijving agendapunt Portefeuillehouder
14 december 2023 Voorstel tot het vaststellen van de 9e wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Sluis. Burgemeester mr. M.M.D. Vermue Samenvatting
Met deze actualisatie wordt uw raad voorgesteld om de APV op een aantal onderdelen te wijzigen. Het betreft tekstuele en technische aanpassingen. Aan de raad, Algemeen De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Sluis (hierna APV) is op 18 december 2014 door uw raad vastgesteld. Op 11 mei 2023 heeft u de achtste en laatste wijziging van deze verordening vastgesteld. Uitgangspunt voor deze verordening is de model-APV van de VNG. De APV wordt regelmatig tegen het licht gehouden en geactualiseerd. De APV bevat regels over de fysieke leefomgeving en is aangepast met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow). De wettelijke grondslagen en formele verwijzingen zijn geactualiseerd, zodat vanaf inwerkingtreding van de Ow doorgewerkt kan worden met deze verordening onder de Ow. Het betreft een hoofdzakelijk juridisch-technische omzetting. Tenslotte wordt een vergunningsplicht voor afhaalzaken ingevoerd. Wij stellen u thans voor de APV op onderstaande onderdelen te wijzigen. Artikelsgewijs Artikel I, onderdelen A t/m AJ In deze onderdelen worden grondslagen en formele verwijzingen geactualiseerd als gevolg van de Ow. Zij behoeven geen afzonderlijke toelichting. Een aantal lichten wij vanwege het bijzondere karakter wel toe.
Artikel I, onderdeel A In dit onderdeel wordt een definitie van beperkingengebiedactiviteit opgenomen in artikel 1:1, waarbij wordt verwezen naar de bijlage, onder A, bij de Ow. Dit begrip komt voor in diverse artikelen van de APV. Volgens genoemde bijlage is een beperkingengebied een bij of krachtens de wet aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit binnen een beperkingengebied In diverse artikelen van de APV staat dat een verbod niet van toepassing is op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de provinciale wegenverordening of het provinciaal wegenreglement. Dat wordt dan vervangen door de tekst dat het verbod niet van toepassing is op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Ow, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. Artikel I, onderdelen B, C, D en E In deze onderdelen wordt opgenomen dat de artikelen (artikelen 1:2 en 1:4) of het eerste lid (artikelen 1:5 en 1:6) niet van toepassing is op een omgevingsvergunning.
Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft de Ow een uitputtende regeling voor de in deze artikelen geregelde onderwerpen: over de beslistermijnen in de paragrafen 16.5.2 en 16.5 3 van de Ow, over het nakomen van de voorschriften in artikel 5.5 van de Ow (eventueel in samenhang met artikel 22.8 van de Ow en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit), voor wie de omgevingsvergunning geldt in artikel 5.37 van de Ow en over intrekking of wijziging van een omgevingsvergunning in paragraaf 5.1.5 van de Ow.
Raadsvoorstel Pag. 2/11
Artikel I, onderdeel O In dit onderdeel wordt de definitie van consumentenvuurwerk aangepast in artikel 2:71. In artikel 5.43 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet wordt het Vuurwerkbesluit gewijzigd. De definitie van consumentenvuurwerk vervalt. Overal waar consumentenvuurwerk staat wordt dit in het Vuurwerkbesluit vervangen door ‘vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik’. Voor de toepassing van de APV wordt het begrip consumentenvuurwerk gehandhaafd. De verwijzing naar het Vuurwerkbesluit wordt vervangen door bovengenoemde definitie. Artikel I, onderdelen R en S Deze onderdelen strekken ertoe de bepalingen over het voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting binnen of vanuit inrichtingen te handhaven. Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet kunnen de artikelen 4:1 tot en met 4:5a van de APV uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode blijven gelden. Voor handhaving van de status quo moet de wetgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Ow geldt, dus van toepassing blijven. Het gaat om de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zoals deze luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Ow.
Omdat in verschillende artikelen wordt verwezen naar het Activiteitenbesluit milieubeheer is daarvan een definitie opgenomen in artikel 4:1. Voor de andere genoemde wet- en regelgeving is de toevoeging in het betreffende artikel opgenomen (in onderdeel R voor artikel 4:1 van de APV en in onderdeel S voor artikel 4:5 van de APV). Artikel I, onderdeel W In dit onderdeel wordt artikel 4:15, tweede lid, aangepast. Het verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging. Artikel I, onderdeel V In dit onderdeel wordt de definitie van kampeermiddel in artikel 4:17 aangepast. Door de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, die gelijktijdig met de Ow in werking treedt, worden bouwwerken in gevolgklasse 1 vergunningvrij (bouwtechnisch deel). Grondgebonden recreatiewoningen vallen onder gevolgklasse 1 en zouden met alleen een aanpassing van de verwijzing in artikel 4:17 onder het begrip kampeermiddel komen te vallen. Dat is ongewenst. Het moet gaan om een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Artikel I, onderdeel AK In dit onderdeel wordt de definitie van openbare inrichting in artikel 2:27 aangepast. Afhaalzaken hebben geen vergunning nodig.
Dit leidt tot onduidelijkheid. Om een einde te maken aan elke onduidelijkheid vallen afhaalzaken voortaan ook onder de definitie van openbare inrichting. Een afhaalzaak is een horecabedrijf dat een bijzondere vorm van detailhandel is en waar drank en voedsel afgehaald kan worden om op een andere plek te eten. Een terras is niet toegestaan. Wel mogen er zitplaatsen zijn om te wachten op de bestelling, maar die zitplaatsen mogen niet gebruikt worden om ter plaatste drank of voedsel te nuttigen. Een afhaalzaak houdt zich aan de Winkeltijdenwet. Artikel II van het wijzigingsbesluit Het eerste lid voorziet erin dat de in dit besluit opgenomen technische wijzigingen eerst van toepassing zijn op het tijdstip dat de Ow in werking treedt. Het tweede lid wijkt hiervan af voor artikel I, onderdelen R en S. Zie de toelichting op die onderdelen. Artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet biedt overgangsrecht voor de op het moment van
Raadsvoorstel Pag. 3/11
inwerkingtreding van de Ow van kracht zijnde APV-bepalingen over geluidhinder en hinder door verlichting (de artikelen 4:1 tot en met 4:5a APV). Omdat de artikelen 4:1 en 4:5 wel technisch wijzigen, is voor de zekerheid bepaald dat deze wijzigingen in werking treden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Ow. Voorstel Gelet op het voorgaande stellen wij voor om de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Sluis gewijzigd vast te stellen overeenkomstig het ontwerp 9e wijziging van de APV. Na vaststelling van de wijzigingsverordening door uw raad wordt deze bekend gemaakt in het Elektronisch Gemeenteblad. De gewijzigde APV wordt in geconsolideerde versie, dus inclusief de wijzigingen, geplaatst op de gemeentelijke website en wordt opgenomen in de landelijke regelingenbank (www.overheid.nl). Oostburg 14 november 2023, BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN SLUIS,
De secretaris,
De burgemeester,
S.I. de Kievit-Minnaert
mr. M.M.D. Vermue
Bijlage(n): a. Was- wordt lijst. b. Ledenbrief VNG 21/054.
Raadsvoorstel Pag. 4/11
9e wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Sluis DE RAAD VAN DE GEMEENTE SLUIS; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 november 2023; gelet op de artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, 2.21, eerste lid, onder a en b, en 3.148, tweede lid, onder a, van het Activiteitenbesluit milieubeheer juncto artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994;
gezien het positieve advies van de Commissie Ruimte/ AB d.d. 28 november 2023; BESLUIT: vast te stellen de 9de wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Sluis; Artikel I De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Sluis wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: 1. In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd: - beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; 2. De definities van ‘bevoegd gezag’, ‘bouwwerk’ en ‘gebouw’ komen te luiden: - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet;
- bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
- gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; B Artikel 1:2, derde lid, komt te luiden: 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.
Raadsvoorstel Pag. 5/11
C Aan artikel 1:4 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende: 4. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. D Voor de bestaande tekst van artikel 1:5 wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst. Toegevoegd wordt een nieuw lid, luidende:
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. E Voor de bestaande tekst van artikel 1:6 wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst. Toegevoegd wordt een nieuw lid, luidende:
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning. F Artikel 2:10, zevende lid, komt te luiden: 7. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale
omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. G Artikel 2:11, vierde lid, komt te luiden: 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale
omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. H Artikel 2:12, vijfde lid, komt te luiden: 5. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.
Raadsvoorstel Pag. 6/11
I Artikel 2:21, tweede lid, komt te luiden: 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet. J Artikel 2:23, derde lid, komt te luiden: 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening. K Artikel 2:28, tweede lid, komt te luiden: 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan. L Artikel 2:46, tweede lid, komt te luiden: 2. Dit verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening. M Artikel 2:60, eerste lid, aanhef, komt te luiden: 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare
gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: N Artikel 2:64, vierde lid, komt te luiden: 4.
Het
verbod,
bedoeld
in
het
eerste
lid,
aanhef
en
onder
b,
is
niet
van
toepassing
op
beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.
Raadsvoorstel Pag. 7/11
O Artikel 2:71 komt te luiden: Artikel 2:71 Definitie
In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. P Artikel 3:7, eerste lid, onder j, komt te luiden: j. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4. Q Artikel 3:9, eerste lid, onder g, komt te luiden: g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4. R Artikel 4:1 wordt als volgt gewijzigd: 1. Onder b komt te luiden: b. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde
direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot
en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer;
2. Onder g komt te luiden: g. Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; S Artikel 4:5 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het eerste lid, onder c, komt te luiden: c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in
geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in
Raadsvoorstel Pag. 8/11
artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder, zoals die wet en dat besluit luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; 2. Het derde lid komt te luiden: 3. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing. 3. Het vijfde lid komt te luiden: 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening. T Artikel 4:6, derde lid, komt te luiden: 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening. U Artikel 4:13, eerste lid, aanhef, komt te luiden: 1. Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen,
buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de
inwerkingtreding van de Omgevingswet, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: W Artikel 4:15, tweede lid, komt te luiden: 2. Het verbod is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging. V Artikel 4:17 komt te luiden: Artikel 4:17 Definitie
In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Raadsvoorstel Pag. 9/11
X Artikel 4:18, eerste lid, komt te luiden: 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd. Y Artikel 5:5, tweede lid, komt te luiden: 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving. Z Artikel 5:6, derde lid, komt te luiden: 3. Het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening. AA Artikel 5:18, tweede lid, komt te luiden: 2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan. AB Artikel 5:20, eerste lid, komt te luiden: 1. Artikel 5:18, eerste lid, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. AC Artikel 5:23, derde lid, komt te luiden: 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.
AD Artikel 5:24, vijfde lid, komt te luiden:
Raadsvoorstel Pag. 10/11
5. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, Telecommunicatiewet.
het
Binnenvaartpolitiereglement
of
het
bepaalde
bij
of
krachtens
de
AE Artikel 5:25, derde lid, komt te luiden: 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de
waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het
overige
bepaalde
bij
Binnenvaartpolitiereglement.
of
krachtens
de
Omgevingswet,
de
Wet
milieubeheer
of
het
AF Artikel 5:28, tweede lid, komt te luiden: 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening. AG Artikel 5:30, tweede lid, komt te luiden: 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet. AH Artikel 5:32, derde lid, komt te luiden: 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren. AI Artikel 5:33, vierde lid, onder b, komt te luiden: b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. AJ Artikel 5:34 wordt als volgt gewijzigd:
Raadsvoorstel Pag. 11/11
1. Het eerste lid komt te luiden: 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet
milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Het vijfde lid komt te luiden: 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening. AK
Artikel 2:27, eerste lid, komt te luiden: 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, afhaalzaak of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of
dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. Artikel II 1. Dit besluit treedt in werking op het tijdstip dat de Omgevingswet in werking treedt.
2. In afwijking van het eerste lid treden de onderdelen R en S van artikel I in werking op de dag direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Sluis 14 december 2023,
DE RAAD VOORNOEMD,
De griffier,
mr. P.T.G. Claeijs
De voorzitter,
mr. M.M.D. Vermue