Woordvoering PvdA.pdf
Tekst van het document
Voorzitter, Laat ik allereerst namens de PvdA-fractie onze grote waardering uitspreken over de manier waarop de Kadernota vorige week tijdens het fractiespecialistenoverleg aan ons is gepresenteerd. Deze aanpak is zeer verhelderend en helpt de raad bij het doorgronden van complexe en vaak omvangrijke onderwerpen, zoals recent nog bij de zienswijzen op de jaarstukken van de gemeenschappelijke regelingen en de transformatie van de GR Drechtsteden. Wij hopen dat het college deze lijn vasthoudt. Waar de Kadernota 2021 nog als titel ‘Groei en ontwikkeling’ had en bij de presentatie menige wenkbrauw deed fronsen (in ieder geval bij onze fractie en achterban), laat de titel van de Kadernota 2022, Koersvast vooruit, weinig twijfel over de intenties van het college over het vervolg. De koers richting 2030 wordt voortgezet op de fundamenten die vorig jaar zijn gelegd. Waar je in het jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen misschien een beleidsarme Kadernota zou verwachten, gaat het college onverdroten voort en werk maken van de drie kernopgaven - ruimtelijke vernieuwing - een veilige en inclusieve samenleving, en - een ondernemend en betrokken Sliedrecht. Om dit alles te kunnen realiseren moeten we kunnen beschikken over een alerte, flexibele en vitale ambtelijke organisatie. Die krijg je niet zomaar cadeau. Die moet je bouwen en onderhouden. Dan nu op de inhoud.
Ten aanzien van kernopgave 1, werk maken van ruimtelijke vernieuwing, ligt bij de Partij van de Arbeid met name de beoogde woningbouwontwikkeling boven de A15 erg gevoelig, want daar hebben wij ons altijd tegen verzet. In het huidige coalitieakkoord is niet voor niets opgenomen dat daar deze collegeperiode geen woningbouwactiviteiten zullen plaatsvinden. Bij de Algemene beschouwingen vorig jaar heeft mijn onvolprezen voorganger, Anton Huijzer, al aangegeven dat het onderwerp ‘bouwen over het spoor’ uitgebreid is bediscussieerd tussen onze fractie en de achterban; en dat de meningen daarover verdeeld zijn. Verdeeld, maar wel met oog voor de realiteit. En de realiteit is wat ons betreft dat er op dit moment gewoon sprake is van woningnood, met name voor starters. Behalve van de behoefte aan betaalbare woningen zijn wij ons ook bewust van de andere ruimtelijke opgaven die er liggen, zoals op het gebied van energieopwekking, klimaat-adaptatie en bereikbaarheid. Dit dwingt ons tot het maken van heldere en fundamentele keuzes, op basis van zorgvuldige afwegingen. Afwegingen, waarbij misschien ook eens over de eigen gemeentegrenzen moet worden gekeken, dus naar het grotere verband. Zo verscheen op 8 april van dit jaar een rapport met als titel ‘Grote opgaven in een beperkte ruimte’ van het Planbureau voor de Leefomgeving.
Dit rapport zoomt in op de grote ruimtelijke opgaven die er liggen op het gebied van de leefomgeving, en die moeten gebeuren binnen de beperkte ruimte die ons land daarvoor biedt. Vrij kort door de bocht komt het Planbureau tot de conclusie dat de ruimtevraag voor de verschillende ruimtelijke opgaven (woningbouw, infrastructuur, energieopwekking en klimaatadaptatie) tot 2050 kán worden gehonoreerd, maar dat daarvoor wel herschikking van het ruimtegebruik in Nederland dient plaats te vinden. Dit zou volgens het Planbureau onder andere kunnen door het landbouwareaal terug te brengen van 59% van de oppervlakte van Nederland naar 50%. Als je daarbij bedenkt dat Nederland de op één na grootste exporteur van landbouwproducten ter wereld is, na de Verenigde Staten, dan komt al snel de vraag op of het allemaal niet een beetje minder kan. Niet in de laatste plaats ook uit oogpunt van de stikstofproblematiek.
Wat ik hiermee wil zeggen is dat de wereld niet ophoudt bij onze gemeentegrens. We mogen ook weleens wat verder kijken en dat bij onze afwegingen betrekken. Vooralsnog gaat de Partij van de Arbeid ervan uit dat de ruimtelijke vernieuwing zich in eerste instantie zal concentreren op het gebied binnen de huidige bebouwingscontouren. Een kwalitatieve verbetering van het goedkopere woningbestand is hierbij voor ons een belangrijk punt. Ten aanzien van de bereikbaarheid zijn wij vooral blij met de instandhouding van de Waterbusverbinding na 2022. De investeringen die worden gedaan door de exploitant voor het verduurzamen van de vaartuigen en door de gemeente voor het verbeteren van de halteplaats juichen wij dan ook toe. Wij constateren dat er grote stappen zijn en worden gezet in het op orde brengen van het dossier gemeentelijk vastgoed. Wij hopen dat deze voortgang in 2022 zichtbaar zal zijn op en aan de diverse objecten, zodat de Sliedrechters daar weer optimaal gebruik van kunnen maken. Wij roepen het college daarom op om vooral druk te zetten op de plannen rond het Raadhuis en Elektra. Dat brengt ons bij kernopgave 2: een veilige en inclusieve samenleving. Wij prijzen ons gelukkig dat we in Sliedrecht alweer een aantal jaren beschikken over een krachtige, laagdrempelige en goed functionerende infrastructuur voor het sociaal domein, die is geconcentreerd in het Bonkelaarhuis.
Dat moet vooral zo blijven. De ambitie om deze infrastructuur verder uit te bouwen en te verstevigen ondersteunen wij dan ook van harte. In dat verband kan de samenwerking met Buurtgezinnen niet onbenoemd blijven. Op 25 juni 2019 heeft deze raad een motie aangenomen waarin het college werd verzocht vanaf 1 januari 2020 gebruik te gaan maken van het concept Buurtgezinnen, met een proeftijd van 2 jaar, en daarvoor in de begroting ruimte te maken. Ook werd het college gevraagd jaarlijks een evaluatie aan de gemeenteraad aan te bieden. Voorzitter, het is niet mijn bedoeling de gebeurtenissen rond dit onderwerp nog eens omhoog te schoffelen, maar het ligt ongetwijfeld nog vers in het geheugen dat de samenwerking met Buurtgezinnen halverwege de proefperiode, na een eerste evaluatie, werd opgezegd. Niet omdat men niet zou presteren, integendeel zelfs, maar omdat het niet tot de kostenbesparing heeft geleid die vooraf werd verwacht. Op 25 mei heeft deze raad een motie aangenomen waarin het college werd verzocht de proefperiode van twee jaar alsnog vol te maken, waarna de raad rond de vaststelling van de Kadernota en de Begroting 2022 een besluit zou nemen of de proefperiode van twee jaar een vervolg moet krijgen. Voorzitter, vandaag 13 juli bespreken wij de Kadernota. Het is zeven weken na 25 mei.
Ik weet niet of Buurtgezinnen, na de onderbreking dit voorjaar, de draad inmiddels weer heeft kunnen oppakken, maar ik heb zo mijn zorgen over de evaluatie die over dit jaar moet plaatsvinden. Want: welk beeld wordt daarbij geschetst en hoe realistisch is dat dan, gelet op de ongelukkige start van het tweede proefjaar? En wanneer kan dan wél een realistisch beeld worden verkregen? Kán dat wel voor de begrotingsbehandeling, dus -pakweg- ergens in oktober? Kunnen we eigenlijk wel een reële inschatting maken van de kosten die we niet hebben gekregen door de interventie van Buurtgezinnen? En tot slot: zijn de andere fracties het met de Partij van de Arbeid eens dat vooral het maatschappelijk rendement van Buurtgezinnen leidend moet zijn bij de te maken keuzes, en in veel mindere mate de financiële consequenties? Wij zullen in ieder geval, samen met de fractie van D66, een amendement indienen dat als doel heeft geld op te nemen in de begroting 2022 om de samenwerking met Buurtgezinnen te continueren. Van dezelfde orde is zijn de pilot jeugdhulp naar de voorkant en de lokale aanpak vroegsignalering schulden. Ook bij deze instrumenten moet tijdig ingrijpen leiden tot het voorkomen van uit de hand
lopende kosten en, vooral, veel persoonlijke ellende voor degene die het betreft. De Partij van de Arbeid juicht deze aanpak van harte toe. Ten aanzien van de lokale aanpak vroegsignalering schulden heeft het college op 16 juni vorig jaar een tussenevaluatie gepresenteerd, waarin zeer positieve resultaten konden worden gemeld. In die betreffende CIB werd ook aangegeven dat deze pilot, met een duur van drie jaar, na het tweede jaar (en dat is ongeveer nu) zou worden geëvalueerd om een afweging te kunnen maken voor continuering en verdere financiering van de lokale aanpak. Kan het college aangeven wanneer we deze evaluatie mogen verwachten? Een onheil dat ons allen treft is de coronapandemie. Waar wij vorig jaar rond deze tijd nog redelijk onbezorgd naar onze vakantiebestemming afreisden, slechts gewapend met een mondkapje voor in de Hypermarché en in het volste vertrouwen dat het in september allemaal wel weer achter de rug zou zijn, groeit vooral de laatste weken tot het besef dat we nog lang niet van deze ellende af zijn. We zullen het virus er echt wel een keer onder krijgen, daar ben ik van overtuigd. Het is alleen de vraag welke schade dan is aangericht aan de sociale en maatschappelijk verbanden waarop onze samenleving is gebaseerd.
Een eerste reflex van de rijksoverheid was vooral het beperken van de economische schade nadat de lockdown onze samenleving nagenoeg had stilgelegd. Denk hierbij aan de Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) of de TONK (Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten). De Partij van de Arbeid vraagt nadrukkelijk ook uw aandacht voor de niet- materiële gevolgen van de coronacrisis, zoals het herstel van sociale en maatschappelijke verbanden. Maar ook voor de gevolgen op meer individueel niveau, zoals eenzaamheid of een ontwricht gezinsleven door langdurig thuiswerken. In de Kadernota geeft het college aan hierover in gesprek te blijven met de maatschappelijke partners. Kan het college aangeven wat hiervan de stand van zaken is? Dan de derde kernopgave: een ondernemend en betrokken Sliedrecht. Op 25 mei heeft de gemeenteraad de Economische Visie 2021–2030 aangenomen. Dit beleidsdocument biedt wat ons betreft een uitstekende basis om te komen tot vitale bedrijventerreinen en een levendig centrum. Gelet op de enthousiaste samenwerking tussen gemeente en ondernemers bij de totstandkoming van dit stuk zijn wij zeer optimistisch over het vervolg dat hieraan wordt gegeven. Zondermeer positieve berichten zijn er ook ten aanzien van het Nationaal Baggermuseum.
Waar er jarenlang zorgen waren over de toekomst en de instandhouding lijkt er nu door private partijen een aanzienlijke impuls te worden gegeven aan dit unieke museum. Wij zien de ontwikkelingen dan ook met belangstelling tegemoet. Zoals ik aan het begin van mijn bijdrage al zei: om de ambities van Sliedrecht te kunnen realiseren moeten we kunnen beschikken over een alerte, flexibele en vitale ambtelijke organisatie. Die krijg je niet cadeau, die moet je bouwen en vervolgens goed onderhouden. Het is een hoopvol teken dat het tot nu steeds is gelukt om ontstane vacatures weer ingevuld te krijgen en dat de organisatie zich, ondanks de coronacrisis, de achterliggende periode staande heeft weten te houden met een ziekteverzuim van minder dan 5%. De ambities Basis op orde, Zorgen voor ontwikkel- en uitvoeringskracht en Aantrekkelijk werkgeverschap ondersteunen wij van harte. Chemours blijft, vooral door de PFOA en PFAS-vervuiling in onze regio, nog heel lang een grote bron van zorg. De Partij van de Arbeid heeft zich in het verleden altijd ingespannen om ruime aandacht voor deze problematiek te krijgen en zal dat ook in de toekomst blijven doen.
Omdat de PFAS-vervuiling schadelijker lijkt dan tot nu toe werd aangenomen, heeft het RIVM op basis van een studie van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid, de EFSA, de gezondheidskundige grenswaarde verlaagd. Het is niet uit te sluiten dat die lagere toepassingswaarden van invloed kunnen zijn op toekomstige ontwikkelplannen en woningbouw. Het is daarom een prima zaak dat Sliedrecht, samen met Dordrecht, Papendrecht en Molenlanden, een stevige en goed onderbouwde dagvaarding tegen Chemours heeft ingediend bij de rechtbank. Wij roepen het college op deze aansprakelijkheidsstelling door te zetten en bestuurlijke druk te houden op het blijvend verminderen van de uitstoot richting 0, maar ook met het uitvoeren van nader moestuinonderzoek. Dit alles in het belang van de gezondheid van onze inwoners. Voorzitter, het financieel perspectief voor de komende jaren is nog onzeker. Het financiële overzicht dat op pagina 38 is weergegeven, is gebaseerd op wat we op dit moment zeker weten en sluit op een tekort van bijna 1,19 miljoen in 2022. Wat we nog niet weten is welke kosten we nog kunnen verwachten in de nasleep van de coronacrisis, maar ook welke inkomsten we nog kunnen verwachten uit de herverdeling van het Gemeentefonds. In strikt technische zin is er echter sprake van een sluitende begroting. Afrondend stel ik vast dat in het afgelopen jaar veel werk is verzet.
Een deel van het warmtenet zit inmiddels in de grond, de reconstructie van de Craijensteijn is gestart en binnenkort zal ook worden begonnen met de uitbreiding van de begraafplaats. Er is ook veel op poten gezet en in een cruciale fase beland. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Omgevingsvisie, die naar verwachting nog dit jaar aan de gemeenteraad ter besluitvorming zal worden voorgelegd. College, dank hiervoor. En veel wijsheid toegewenst voor de komende periode.