CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

RV_Wijziging WMO verordening 2026.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 16 december 2025, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 14: BES - Wijziging WMO Verordening 20263.077 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Team: Samenleving Steller: Saskia van Beek sr.van.beek@sliedrecht.nl

Portefeuillehouder: Cees Paas

Onderwerp: Wijziging WMO verordening 2026 Openbaar: Ja

Afdoening motie en/of toezegging: Is hiermee een motie afgedaan? n.v.t. Is hiermee een toezegging afgedaan? n.v.t.

Zaaknummer: 2025-0111613

Fatale termijn: Ingangsdatum wijzigingen per 1 januari 2026.

Bestuurlijke route: College van burgemeester en wethouders Oordeelsvormend – Gemeenteraad Sliedrecht Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht

PFO:

Planning: 4 november 2025 9 december 2025 16 december 2025

Goedkeuring van wethouder op PFO

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Bijlage 1 wijzigingsbesluit in DROP Bijlage 2 was-wordt-tabel Bijlage 3 Inhoudelijke toelichting op de voorstelde wijzigingen in de Verordening Wmo 2025 Bijlage 4 Weergave geconsolideerde tekst verordening Wmo na besluit wijziging Bijlage 5 Vergelijking Tarieven Drechthopper met andere vervoersregio's Bijlage 6 Advies RAS wijzigingen Wmo verordeningen Bijlage 7 DB-reactiebrief op advies RAS wijzigingsverordeningen Wmo Bijlage 8 Ongevraagd Advies ASD Sliedrecht

9. Reactiebrief - Deze bijlage volgt nog

Onderwerp Wijziging WMO verordening 2026. Beslispunt De gemeenteraad voor te stellen om: De Verordening tot wijziging van de verordening maatschappelijke ondersteuning Sliedrecht (eerste wijziging) vast te stellen. Samenvatting voor de raad: Op 25 september 2025 heeft het Algemeen Bestuur van de GR sociaal ingestemd met het voorstel wijziging Wmo verordening. Het AB wordt verzocht om de voorstellen conform voorliggend voorstel vast te stellen.

Inleiding Op basis van actuele wet- en regelgeving, wensen en behoeften van inwoners en de noodzaak om de beperkt beschikbare middelen doelmatig in te zetten, is er aanleiding om een aantal onderdelen in de verordening maatschappelijke ondersteuning te wijzigen Dit voorstel bevat zes wijzigingen met betrekking tot maatwerkvoorzieningen Wmo: vier technische en twee inhoudelijke. De technische wijzigingen vereenvoudigen processen en zorgen voor meer sturing op de uitvoering. Eén wijziging sorteert voor op te verwachten wetgeving door het Rijk per 1 januari 2026. De inhoudelijke wijzigingen richten zich op het verlichten van de druk op het collectief vervoer en het beheersen van de kosten, met het oog op de toekomstbestendigheid. In de negen bijlagen vindt u het wijzigingsbesluit en een was-wordt-tabel met de concrete artikelen en tekstuele wijzigingen. Daarnaast is een nadere toelichting op de voorgestelde wijzigingen opgenomen, opgesteld door de Sociale Dienst Drechtsteden. Ook treft u een geconsolideerde versie van de verordeningstekst aan, zodat u een volledig beeld krijgt van hoe deze er uiteindelijk uit zal zien.

Verder bevat de set een vergelijking van de Wmo-reizigersbijdragen in de vervoersregio’s, het advies van de Regionale Adviesraad Sociaal Domein met de reactie van het DB van de GR Sociaal, en tot slot het advies van de Adviesraad Sociaal Domein Sliedrecht met de reactie van het college op het ongevraagde advies. Beoogd effect Een Verordening maatschappelijke ondersteuning die aansluit op de beleidsuitgangspunten van onze Sociale visie en bijdraagt aan een rechtmatige, goede en betaalbare dienstverlening en uitvoering van de Wmo. Argumenten

1.1 Het meldings- en aanvraagproces voor Wmo-maatwerkvoorzieningen vereenvoudigen zorgt voor een lagere administratieve last bij inwoners (technisch). Bij het meldings- en aanvraagproces voor Wmo-maatwerkvoorzieningen moet na het eerste gesprek, altijd een ondertekend verslag of aanvraagformulier worden ingediend door de inwoner. In sommige gevallen blijkt tijdens het onderzoek al dat een maatwerkvoorziening nodig is. De voorgestelde wijziging zorgt ervoor dat in deze gevallen, de aanvraag mondeling tijdens het huisbezoek kan worden gedaan en direct wordt vastgelegd in het onderzoeksverslag. Zo hoeft de inwoner geen extra handeling te verrichten en hoeft de consulent niet op documenten te wachten.

1.2 De wijziging van het herindicatieproces maakt differentiatie naar doelgroepen mogelijk en helpt in de sturing op normaliseren (technisch). Het herindicatieproces gaat aansluiten bij de landelijke beweging en richtlijn Passend Beschikken. Dit betekent dat er onderscheid gemaakt wordt tussen de doelgroep met een levenslange en levensbrede indicatie en de doelgroepen met een indicatie met een beperkte duur.

Voor inwoners met een levenslange, levensbrede indicatie geldt een permanente toekenning met evaluatiemomenten. Dit zorg voor minder stress en belasting. Tijdelijke indicaties (max. drie maanden) lopen doorgaans automatisch af. Bijvoorbeeld bij herstel na een operatie vanwege een botbreuk. Tot slot is er een tussengroep met kans op herstel op langere termijn. Daarvan loopt de indicatie af tenzij de gestelde doelen in het ontwikkelplan bij de indicatie, nog niet zijn behaald. In dat geval nemen aanbieder en inwoner samen initiatief tot herindicatie. Dit zorgt voor een actieve afweging door de aanbieder en inwoner, wat leidt tot betere sturing op de doelmatigheid van de ondersteuning. Het betreft hierbij voornamelijk individuele begeleiding en dagbesteding. Voor huishoudelijke ondersteuning zal dit naar verwachting niet vaak voorkomen, gezien de overwegend oudere doelgroep. Zo wordt het (her)indicatieproces individueel passend bij de doelgroep, maar biedt het tegelijkertijd betere mogelijkheden om te sturen op doelmatigheid van de ondersteuning. Het nieuwe herindicatieproces sluit aan bij de uitgangspunten ‘normaliseren’ en ‘vergroten van zelfredzaamheid en participatie’ voor inwoners bij wie dit mogelijk is, zoals verwoord in onze Sociale Visie. Het past bovendien bij de bijbehorende uitgangspunten in de Regionale Visie Sociaal Domein Drechtsteden.

Het huidige herindicatieproces biedt hiervoor onvoldoende focus, terwijl de voorgestelde wijziging deze beleidsdoelstellingen in de uitvoering beter tot uitdrukking brengt.

1.3 Aanpassing in de verordening van de vergoeding voor PGB-zorgverleners, brengt de verordening in lijn met landelijke wetgeving en jurisprudentie (technisch). Momenteel is de berekening van hulpmiddelen die worden bekostigd vanuit een persoonsgebonden budget (pgb) zeer intensief en tijdrovend, zowel voor consulenten als voor hulpmiddelenleveranciers. Dit leidt tot lange doorlooptijden. In samenwerking met de hulpmiddelenleveranciers is daarom gekeken naar hoe andere gemeenten dit proces inrichten en naar een wijziging die beter uitvoerbaar is. De voorgestelde aanpassing vereenvoudigt het proces en zorgt voor redelijke, marktconforme pgbtarieven.

1.4 De verordening wordt aangepast aan de voorgenomen afschaffing van de Regeling dienstverlening aan huis per 1 januari 2026 (technisch). De Regeling dienstverlening aan huis (Rdah) zorgt ervoor dat pgb-zorgverleners die maximaal drie dagen per week werken geen recht hebben op uitkeringen. Zoals vanuit de Werkloosheidswet en de Ziektewet. Het kabinet is voornemens om de Rdah per 1 januari 2026 af te schaffen. Hierdoor krijgt deze groep ook recht op sociale verzekeringen, loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming. De exacte ingangsdatum is echter nog onzeker. Door in de Wmo-verordening een kan-bepaling op te nemen zorgen we ervoor dat de uitvoering in alle gevallen per 1 januari 2026 rechtmatig verloopt.

1.5 Door de Wijkhopper voorliggend te maken op de Drechthopper, kan de Wijkhopper efficiënter worden ingezet (inhoudelijk). De Drecht- en Wijkhoppers vervullen in de Drechtsteden de taak om Wmo-vraagafhankelijk vervoer aan te bieden. Inwoners met een Wmo-indicatie kunnen hiermee van deur tot deur reizen. Daarnaast is in Sliedrecht de algemene voorziening Automaatje beschikbaar, waar iedere inwoner gebruik van kan maken. Vanwege de toenemende druk op het Wmo-vervoer door de sterk vergrijzende samenleving wordt voorgesteld om de Wijkhopper voor korte ritten voorrang te geven boven de Drechthopper. De Wijkhoppers staan relatief vaak stil t.o.v. de Drechthopper. Op deze wijze kan de Wijkhopper efficiënter ingezet worden en kan een deel van de doelgroep tegen lagere kosten worden vervoerd. Hij rijdt inwoners ook sneller en directer naar hun bestemming en het laatste Wmo klanttevredenheidsonderzoek laat zien dat hij net iets beter beoordeeld wordt dan de Drechthopper. Meer inzet van de Wijkhopper leidt tot minder druk op de Drechthopper, die beter beschikbaar komt voor langere ritten. Zeker als de Papendrechtse Brug volgend jaar langdurig dicht gaat zal de druk op de Drechthoppers die moeten omrijden, hoger worden. Niet alle inwoners kunnen terecht in de Wijkhopper. Denk aan mensen met bijvoorbeeld een rolstoel.

In die gevallen wordt in overleg met een Wmo-consulent op maat beschikt, dat een inwoner ook voor korte ritten terecht kan in de Drechthopper

1.6 De tarieven van het Wmo-vervoer worden verhoogd ten behoeve van de betaalbaarheid en toekomstbestendigheid van de Wmo (inhoudelijk). Inwoners betalen per rit een opstaptarief en een kilometertarief voor het reizen en de Drecht- en Wijkhopper. Zoals bekend groeit de druk op de Wmo komende decennia vanwege onze sterk vergrijzende samenleving. Het Wmo-voorspelmodel laat de volgende verwachting zien voor Sliedrecht:

Https://wmovoorspelmodel.vng.nl/

De vraag naar voorzieningen zal de komende jaren aanzienlijk toenemen. Dit brengt risico’s met zich mee. Zowel voor de gemeentelijke uitgaven als voor de toegankelijkheid van de voorziening voor de meest kwetsbare inwoners. Het borgen van de beschikbaarheid én het beheersbaar houden van de kosten vormt daarmee een forse uitdaging. Voorgesteld wordt om de tarieven van de Drecht- en Wijkhopper te verhogen. Met dit regionale voorstel zetten alle Drechtsteden een stap om deze voorziening te behouden voor degenen die deze het hardst nodig hebben, terwijl inwoners met een indicatie tegelijkertijd kunnen blijven participeren tegen een prijs die vergelijkbaar is met die van inwoners zonder indicatie die gebruikmaken van het openbaar vervoer. De nieuwe tariefstelling heeft twee doelen: het beperken van de begrote uitgaven voor het collectief vraagafhankelijk vervoer in de Drechtsteden en het verminderen van de druk op het vervoer, met name door ritten van de spits naar de daluren te verschuiven. Dit laatste is extra belangrijk vanwege de vele verkeerswerkzaamheden in onze regio de komende jaren, en in het bijzonder tijdens de negen maanden durende sluiting van de Papendrechtse brug volgend jaar. Wanneer Drechthoppers door omleidingen veel extra kilometers moeten rijden, is vervoer buiten de drukke spitstijden des te relevanter.

De tarieven worden als volgt gewijzigd: Het opstaptarief in dal- en spitsuren is gelijk aan het OV-tarief van Qbuzz. Het kilometertarief in de daluren is conform het tarief van stadsBuzz. Voor de spitstijden geldt een kilometertarief wat neerkomt op het stadsBuzz-tarief vermeerderd met 42%, afgerond op twee decimalen ten gunste van de inwoner. 4/6 Voor de inwoner betekent dit (afgezet tegen een doorgaans gemiddelde enkele reis van 8 km) per rit dat: • De eigen bijdrage in de daluren stijgt van €1,45 naar €2,64 (toename €1,19) • De eigen bijdrage in de spitsuren stijgt van €2,52 naar €3,28 (toename €0,76) Bij een gemiddeld gebruik (67% dal, 33% spits) kost een rit van 8 km €2,77. Landelijk gezien zit de Drechtsteden met het huidige tarief ver onder het gemiddelde, met de nieuwe tarieven vallen de Drechtsteden daarmee in de middenmoot. De meeste regio's maken echter geen onderscheid in dalen spitstarieven. Als we die vergelijking maken zijn de Drechtsteden goedkoop qua daltarief, maar duurder qua spitstarief. Het grootse deel van de doelgroep reist in de daluren waarmee zij in de Drechtsteden, ook na de tariefstijging relatief goedkoper reizen ten aanzien van andere regio's. Inwoners met een laag inkomen, die de stijging eventueel niet kunnen betalen, kunnen een beroep doen op minimaregelingen wanneer dat nodig is.

Kanttekeningen / Risico’s

1.1 Het vereenvoudigen van het meldings- en aanvraagproces heeft als risico dat een aanzuigende werking kan optreden. Een eenvoudiger proces heeft altijd het risico van aanzuigende werking in zich doordat het proces sneller en korter kan worden. Om dat risico te beperken, is deze mogelijkheid als ‘kan-bepaling’ opgenomen in de verordening. De optie wordt als mogelijkheid meegenomen in het onderzoeksverslag. De consulent die beschikt, beslist uiteindelijk of deze optie wordt opgenomen in het definitieve advies.

1.2

Vanuit de SDD zal de aflopende herindicatie niet meer automatisch nagebeld worden. Indicaties worden niet meer stelselmatig per inwoner nagebeld door de Sociale Dienst Drechtsteden. Deze wijziging van het herindicatieproces zorgt ervoor dat de aanbieder en/of de inwoner zelf meer initiatief moeten nemen voor de herindicatie. De aanbieder en inwoner bekijken samen het ontwikkelplan en de behaalde voortgang op de doelen. Ze motiveren samen waarom eventueel ondersteuning nog nodig is. Er bestaat een risico dat de ondersteuning stopt als de verlenging van de indicatie niet tijdig wordt aangevraagd door de aanbieder en de inwoner. Om dit te voorkomen, stuurt de Sociale Dienst Drechtsteden vier maanden vóór het aflopen van de indicatie een brief aan de inwoner. De aanbieder heeft daarnaast sowieso de regie op het herindicatieproces. Er wordt nog onderzocht of ook de aanbieder een attendering kan ontvangen. Mocht het onverhoopt dan alsnog misgaan en blijkt ondersteuning noodzakelijk terwijl de (her)indicatie niet is aangevraagd, dan is er altijd nog de technische mogelijkheid om de indicatie met terugwerkende kracht te herstellen. 1.3

Stijgende vervoerstarieven betekent hogere kosten voor de reiziger

Stijgende tarieven zijn vervelend, maar nodig om het Wmo-vervoer beschikbaar te houden. We sturen actief op factoren als dalgebruik om de druk op het vervoer te verlichten of op vroegtijdig reserveren om slim ritten in te kunnen plannen. Ook wordt gekeken naar innovaties, zoals digitaal ritten om inplannen nog efficiënter te kunnen zijn. Kortom, er wordt gewerkt aan verschillende oplossingen. Het verhogen van de tarieven vormt daarmee één van de maatregelen die nodig zijn om het Wmo-vervoer betaalbaar en toegankelijk te houden. De Wmo-vervoerstarieven in de Drechtsteden zijn op dit moment fors lager vergeleken met andere regio’s én vergeleken met de OV-tarieven. Het collectief vervoer is vanuit de Wmo bezien geen inkomensondersteunende maatregel. Het doel van de inzet van Wmo-vervoer is ervoor zorgen dat mensen die niet op eigen kracht of met het OV kunnen reizen, zich alsnog kunnen blijven verplaatsen en mee kunnen doen in de samenleving. Inwoners met een laag inkomen kunnen een beroep doen op minimaregelingen wanneer dat nodig is. Financiën Van de vereenvoudiging van het meldings- en aanvraagproces en de berekening voor pgbhulpmiddelen zijn geen financiële effecten te verwachten. Op de andere onderdelen is de verwachting als volgt:

Vereenvoudiging herindicatieproces We verwachten dat het wijzigen van het herindicatieproces leidt tot een betere sturing op normaliseren op de lange termijn en daarmee de houdbaarheid van de Wmo zal vergroten. Dit kan een positief effect kan hebben op het aantal indicaties en de kosten. Het lokaal voordelige effect zal op termijn duidelijk moeten worden.

Invoeren van een kan-bepaling voor rechtmatige uitvoering van de Wmo na afschaffing van de Rdah. Op 1-1-26 zijn er Drechtsteden-breed in totaal 44 lopende indicaties die onder de reikwijdte van de wetswijziging vallen. Uitgaande van een gemiddeld uurtarief en gemiddelde tijdsindicaties zijn de kosten n.a.v. de wetswijziging minimaal €18.500 per jaar. Hierbij is enkel rekening gehouden met lopende indicaties op 1-1-26 en niet met indicaties die mogelijk verlengd worden of nieuwe indicaties die ingaan vanaf 1-1-26. Uit de voorjaarsnota is gebleken dat gemeenten gecompenseerd worden

naar aanleiding van de wijziging van de Regeling dienstverlening aan huis. Er zal hiervoor structureel elk jaar 1,8 miljoen in het gemeentefonds worden gestort. Lokaal kunnen we dit effect nog niet vertalen. De financiële impact is minimaal.

Wijkhopper voorliggend maken Het besparingspotentieel wordt - Drechtstedenbreed - bij gelijkblijvend volume van het collectief vervoer in de Drechtsteden ingeschat op €67.000 op jaarbasis. Dit geldt onder de aanname van 15 % verbetering in benutting van de Wijkhopper. Het lokaal voordelige effect zal op termijn duidelijk moeten worden.

Ophoging tarieven Drecht- en Wijkhopper Het ophogen van de tarieven verlaagt enerzijds naar verwachting het gebruik en levert ook een demping van de kosten op. Het voordeel op basis van het huidige gebruik zou jaarlijks ongeveer uitkomen op € 24.500, -. Hierbij is er rekening mee gehouden dat de verhoging van de tarieven leidt tot 2% duurzame vraaguitval. Oud tarief Sliedrecht Totaal Drechtsteden

Nieuw tarief

Verschil inkomsten

43.100 67.600

24.500

404.900 635.200

230.300

Verwachte inkomsten reizigersbijdrage Wet- en regelgeving / Juridische zaken Wet maatschappelijke ondersteuning

Duurzaamheid De Wijkhopper is een zero-emissie voertuig voor korte ritten in de buurt. Door meer inzet van de Wijkhopper verminderd de uitstoot van CO2. Dit draagt bij aan de beleidsdoelstelling voor duurzaam vervoer in de gemeente. Daarnaast wordt de Wijkhopper bestuurd door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, die zich ontwikkelen naar duurzaam werk. Inclusiviteit Zie participatie Tijdspad, monitoring en evaluatie m.b.t. voorgesteld raadsbesluit N.v.t. Communicatie / Participatie Na vaststelling wordt de nieuwe verordening gepubliceerd op Overheid.nl. De oude verordening zal worden ingetrokken. Daarnaast zal de nieuwe Verordening gecommuniceerd worden naar inwoners en partnerorganisaties. Er zal door de gemeente een persbericht worden opgesteld in samenwerking met de GR Sociaal. Ook wordt de informatie gewijzigd op de gemeentelijke en Drechtstedelijke communicatiekanalen.

Vervolgprocedure (inspraak/publiceren) De voorgestelde wijzigingen zijn gezamenlijk met de andere Drechtstedengemeenten en de Sociale Dienst Drechtsteden opgesteld. Alle gemeenten leggen het voorstel voor aan de raad, waarbij Hendrik-Ido-Ambacht mogelijk een iets lagere verhoging voorstelt. Dordrecht stelt voor om het opstarttarief in de spits iets hoger vast te stellen. Sliedrecht kiest voor het aangedragen voorstel

vanuit de Sociale Dienst Drechtsteden. De lagere verhoging van HIA vinden wij in deze tijd niet passend. Het voorstel van Dordrecht draagt mogelijk nog meer bij aan het beschikbaar houden van de collectieve vervoersvoorzieningen ook in de spits voor degene die dat echt nodig hebben. Door lokale besluitvorming is het mogelijk dat andere gemeenten anders besluiten over de eigen bijdrage voor collectief vervoer. Het voorstel voor het wijzigen van het proces van herindicatie is afgestemd met de gecontracteerde zorgaanbieders tijdens de reguliere overlegtafels. Alle wijzigingen zijn voorgelegd aan de Regionale Adviesraad Sociaal Domein (RAS). De reactie van de RAS is positief, zowel over de technische wijzigingen als de inhoudelijke wijzigingen. Waarbij ze de hogere tariefstelling als 'redelijk' beoordelen. In de bijlage treft u het advies van de RAS aan en de reactiebrief daarop. De lokale Adviesraad Sociaal Domein is via de Ras geïnformeerd. Zij hebben een ongevraagd advies uitgebracht over het onderdeel vervoer waarin ze aangeven het voorstel niet passend te vinden voor Sliedrecht. Naar aanleiding hiervan heeft er een gesprek plaatsgevonden waarbij de lokale adviesraad verdere toelichting heeft ontvangen en er verdere duiding is gegeven over het advies. De reactiebrief op het advies treft u in de bijlage.

Tot slot, is het voorstel juridisch getoetst door de Juridische Adviesgroep Regelingen (JAR). Na vaststelling zullen de wijzigingen in de uitvoering van de Sociale Dienst Drechtsteden en vervoersorganisatie Stroomlijn opgenomen worden. Participatie Dit voorstel is na afstemming tussen de SDD en de 7 Drechtstedengemeenten tot stand gekomen. Het voorstel voor het wijzigen van het proces van herindicatie is afgestemd met de gecontracteerde zorgaanbieders tijdens de overlegtafels van de SDD en zorgaanbieders. De voorstellen aangaande het collectief vervoer zijn tot stand gekomen vanuit een werkgroep bestaande uit Drechtsteden gemeenten, de SDD en vervoersorganisatie Stroomlijn. Verder is dit voorstel voorgelegd aan de Regionale Adviesraad Sociaal Domein (waar ook de lokale Adviesraad Sociaal Domein in is vertegenwoordigd), is er extra toelichting gegeven aan de lokale Adviesraad Sociaal Domein en is het voorstel juridisch getoetst door de Juridische Adviesgroep Regelingen.

Eerdere besluitvorming c.q. bronvermelding - Gemeenschappelijke regeling Sociaal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/1045/documents/13346