RV_Vaststellen vijfde wijziging van OZHZ.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Team: Ruimtelijke Ontwikkeling en Economie Steller: Peter in 't Veld p.in.t.veld@sliedrecht.nl
Portefeuillehouder: Roelant Bijderwieden
Onderwerp: Vaststellen vijfde wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid Openbaar: Ja
Afdoening motie en/of toezegging: Is hiermee een motie afgedaan? n.v.t. Is hiermee een toezegging afgedaan? n.v.t.
Zaaknummer: 2024-0105508
Fatale termijn: Ten gevolge van de vertraagde procesgang (zie inleiding) is het van belang/zeer wenselijk dat de raad in december 2024 een besluit kan nemen over het voorliggende wijzigingsbesluit.
Bestuurlijke route: College van burgemeester en wethouders Oordeelsvormend - Gemeenteraad Sliedrecht Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht
Planning: 22 oktober 2024 26 november 2024 10 december 2024
PFO: Besproken op Pfo Roelant Bijderwieden 14 oktober 2024. Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Bijlage 1a brief vaststellen 5e wijziging GR OZHZ Bijlage 1b Wijzigingsbesluit 5e wijziging GR OZHZ Bijlage 2a Zienswijze Papendrecht Bijlage 2b Zienswijze provincie Zuid-Holland Bijlage 3a GR OZHZ 5e wijziging (o.a. vanwege Omgevingswet na zienswijzeronde) Bijlage 3b Wijzigingsbesluit 5e wijziging GR OZHZ (met markeringen)
Onderwerp Vaststellen vijfde wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Beslispunt De gemeenteraad voor te stellen om: 1. Toestemming te verlenen aan het college om het bijgevoegde besluit tot vijfde wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid vast te stellen. Samenvatting voor de raad: Op 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen gewijzigd. Deze wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden en Provinciale Staten in relatie tot hun gemeenschappelijke regelingen te versterken. Een aantal van deze wijzigingen is op 1 juli 2022 direct in werking getreden, maar een ander deel moet nog verwerkt worden in alle gemeenschappelijke regelingen, waaronder in de Gemeenschappelijke regeling van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ). Daartoe dient het voorliggende besluit tot vijfde wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Dit vergt een besluit van de deelnemers in de regeling: de colleges van B&W van de gemeenten in Zuid-Holland Zuid en van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. Zij hebben daarbij de instemming nodig van hun vertegenwoordigende organen.
In de periode van april – oktober 2023 zijn de raden en Provinciale Staten al in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven op het wijzigingsvoorstel. De ingekomen zienswijzen zijn verwerkt in voorliggend wijzigingsbesluit. Er is door de raad en het college geen zienswijze ingediend. In voorliggend wijzigingsbesluit is voorts een aantal technische verbeteringen doorgevoerd. Ook het nieuwe wettelijk kader van de Omgevingswet is opgenomen. De toelichting bij het wijzigingsvoorstel verduidelijkt op welke onderdelen de tekst van de gemeenschappelijke regeling aanpassing behoeft en hoe de ingekomen zienswijzen zijn verwerkt. Door omstandigheden is dit raadsvoorstel voor de normale procesgang te laat aangeboden voor besluitvorming. Inleiding Op 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen gewijzigd. Deze wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden en Provinciale Staten in relatie tot hun gemeenschappelijke regelingen te versterken. Een aantal van deze wijzigingen is op 1 juli 2022 direct in werking getreden, maar een ander deel zal voor 1 juli 2024 verwerkt moeten worden in alle gemeenschappelijke regelingen, waaronder in de Gemeenschappelijke regeling van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ).
Daartoe dient het voorliggende besluit tot vijfde wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Dit vergt een besluit van de deelnemers in de regeling: de colleges van B&W van de gemeenten in Zuid-Holland Zuid en van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. Zij hebben daarbij de toestemming nodig van hun vertegenwoordigende organen. In de periode van april – oktober 2023 zijn de raden en Provinciale Staten al in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven op het wijzigingsvoorstel. Hierop heeft de gemeenteraad eerder ( 10 oktober 2023) besloten om geen zienswijze in te dienen. De ingekomen zienswijzen van andere gemeenten zijn verwerkt in voorliggend wijzigingsbesluit. In voorliggend wijzigingsbesluit is voorts een aantal technische verbeteringen doorgevoerd. Ook het nieuwe wettelijk kader van de Omgevingswet is opgenomen. De toelichting bij het wijzigingsvoorstel verduidelijkt op welke onderdelen de tekst van de gemeenschappelijke regeling aanpassing behoeft en hoe de ingekomen zienswijzen zijn verwerkt. De ambtelijke voorbereiding voor de besluitvorming van deze 5e herziening is door omstandigheden niet tijdig aangeboden aan de raad en het college. Met OZHZ is hierover contact geweest. Het is noodzakelijk dit besluit zo spoedig mogelijk te nemen, zodat het besluit voor de herziening nog in 2024 gepubliceerd kan worden in het publicatieblad van de provincie Zuid-Holland.
Beoogd effect Met het wijzigingsbesluit wordt bereikt dat de gemeenschappelijke regeling van OZHZ voldoet aan de Wet gemeenschappelijke regelingen zoals die per 1 juli 2022 luidt. Daarnaast zijn enkele technische aanpassingen aangebracht. Argumenten 1.1 In de vijfde wijziging gemeenschappelijke regeling OZHZ is niet meer gewijzigd dan wat er nodig is door de wijziging van de Wgr. Er wordt met regelmaat aan de wet gerefereerd en daar waar wel nodig is de regeling aangevuld of aangepast.
1.2. Relatie collegeprogramma, begroting, eerdere besluitvorming, etc. Het college is deelnemer in de gemeenschappelijke regeling van OZHZ. OZHZ voert voor de gemeenten in Zuid-Holland Zuid en voor de Provincie Zuid-Holland omgevingstaken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving en expertise. Jaarlijks worden hierover afspraken gemaakt tussen het college en OZHZ. Deze worden vastgelegd in het jaarprogramma. Voorliggend wijzigingsbesluit leidt overigens niet tot veranderingen hierin.
1.3. De belangrijkste wijzigingen vanwege de per 1 juli 2022 aangepaste Wgr zijn als volgt: 1.3.1. Het versterken van de positie van de gemeenteraden en Provinciale Staten bij besluitvorming: a. Invoeren zienswijzeprocedure bij treffen (en wijzigen) regeling. b. Mogelijkheid zienswijzeprocedure bij andere besluiten dan de ontwerpbegroting. c. Regionale gemeenschappelijke raadscommissie. d. Afspraken over participatie in de gemeenschappelijke regeling. e. Actieve informatieplicht van het bestuur van de regeling. 1.3.2. Het invoeren/verduidelijken van controle-instrumenten: a. Recht van enquête. b. Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers. 1.3.3. Het verbeteren van de positie van gemeenteraden en Provinciale Staten met betrekking tot het functioneren van de regeling: a. Afspraken over evaluatie. b. Betere aansluiting begrotingscyclus op gemeentelijke cyclus. c. Aanscherping afspraken uittreding. Niet elke verandering behoeft te worden opgenomen in de tekst van de gemeenschappelijke regeling. In de toelichting bij het wijzigingsbesluit is uitgebreid beschreven welke aanpassingen wel nodig zijn. Ook is vermeld hoe de ingekomen zienswijzen zijn verwerkt. Kanttekeningen / Risico’s Niet van toepassing. Financiën Het wijzigingsbesluit brengt geen extra kosten met zich mee.
Wet- en regelgeving / Juridische zaken Het college van burgemeester en wethouders is deelnemer in de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. Artikel 51, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) bepaalt dat het college niet overgaat tot het vaststellen van een wijziging van de gemeenschappelijke regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraad. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Duurzaamheid Niet van toepassing. Inclusiviteit Niet van toepassing.
Tijdspad, monitoring en evaluatie m.b.t. voorgesteld raadsbesluit
Evaluatie Het wijzigingsbesluit zelf bevat een bepaling over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. Dit is namelijk een verplichting in de gewijzigde Wgr. Idee is dat met een evaluatie van de gemeenschappelijke regeling kan worden stilgestaan bij het functioneren ervan. Er kan ook worden gekozen voor de afspraak om de regeling niet te evalueren (artikel 52 Wgr jo. artikel 11a Wgr). Om onnodige administratieve lasten voor de deelnemers te voorkomen schrijft de Wgr niet voor waarop de evaluatie specifiek gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze. Er kan dus ook worden gekozen voor de afspraak om de regeling niet te evalueren, maar dit is dan een bewuste keuze waar de vertegenwoordigende organen van de deelnemers mee dienen in te stemmen. Wijzigingen in relevante wetgeving kunnen een logische aanleiding vormen om de gemeenschappelijke regeling tegen het licht te houden. In de praktijk van OZHZ vindt evaluatie al doorlopend plaats: binnen het bestuur, in de P&C-cyclus (begroting, maandrapportages en jaarrekening) en door het stellen van en rapporteren over de kwaliteitseisen aan de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Vanaf 2023 vinden er bovendien landelijke visitaties van omgevingsdiensten plaats waarover ook wordt gerapporteerd. De visitatie bij OZHZ vond plaats op 31 oktober en 1 november 2023.
De eindrapportage ervan wordt in het algemeen bestuur geagendeerd. In het kader van het Interbestuurlijk Programma (IBP) ter versterking van het VTHstelsel zijn bovendien 'robuustheidscriteria' opgesteld waaraan de omgevingsdiensten zich moeten toetsen en waaraan uiterlijk per 1 april 2026 moet zijn voldaan. De gemeenschappelijke regeling van OZHZ bevatte nog geen bepaling over evaluatie van de regeling. Daarom is een bepaling (artikel 34a) toegevoegd die een evaluatie van de regeling mogelijk maakt. Communicatie / Participatie
Uitvoering (inclusief planning) Het wijzigingsvoorstel wordt voorgelegd aan de deelnemers. Na vaststelling door alle deelnemers zorgen Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor de bekendmaking van het wijzigingsbesluit in het Provinciaal Blad. Vervolgprocedure (inspraak/publiceren) In de periode van april – oktober 2023 hebben alle raden en Provinciale Staten hun zienswijze kunnen geven op het voorgenomen wijzigingsbesluit. In de toelichting bij het wijzigingsbesluit is vermeld hoe de ingekomen zienswijzen zijn verwerkt in het wijzigingsbesluit. Uit de Wgr volgt dat het college het wijzigingsvoorstel kan vaststellen na daartoe verkregen toestemming van de raden van de gemeenten respectievelijk Provinciale Staten. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of algemeen belang. Sinds 2015 hoeven de deelnemers niet meer ieder afzonderlijk het wijzigingsbesluit bekend te maken. Bekendmaking van het wijzigingsbesluit geschiedt nu enkel en alleen door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland door hiervan kennis te geven in het Provinciaal Blad. Met deze bekendmaking is voor een ieder duidelijk op welk moment de wijziging van de gemeenschappelijke regeling in werking treedt. Eerdere besluitvorming c.q. bronvermelding 10 oktober 2023 zienswijze procedure doorlopen. Door de gemeente Sliedrecht is geen zienswijze ingediend.