RV_Ravijnjaar.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Team: Directie en Concerncontrol Steller: Ed de Leest e.de.leest@sliedrecht.nl
Portefeuillehouder: Cees Paas
Onderwerp: Ravijnjaar Openbaar: Ja
Zaaknummer: 2024-0054964
Afdoening motie en/of toezegging: Is hiermee een motie afgedaan? Nee Is hiermee een toezegging afgedaan? Ja
Fatale termijn:
Bestuurlijke route: College van burgemeester en wethouders Oordeelsvormend - Gemeenteraad Sliedrecht Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht
Planning: 28 mei 2024 18 juni 2024 8 juli 2024
PFO:
13 mei 2024
Onderwerp Ravijnjaar. Beslispunten De gemeenteraad voor te stellen om: 1. In te stemmen met het door het college nader uitwerken van een aantal onderzoeksrichtingen op het gebied van: a) het niveau van de eigen dienstverlening; b) het niveau van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte; c) het temporiseren en/of nader prioriteren van investeringen uit het meerjareninvesteringsprogramma (MIP); d) het beheer, het onderhoud en de energielasten van het gemeentelijk vastgoed; e) de bovenwettelijke voorzieningen in het sociaal domein; f) het efficiënter gebruik van accommodaties; g) het stoppen en/of verminderen van bovenwettelijke taken; h) het deels of volledig doorbelasten van kosten aan derden; i) het doelmatiger werken door taken elders of anders uit te voeren; j) het temporiseren en/of heroverwegen van onderdelen uit het Collegewerkprogramma 2022-2026; k) het realiseren van een taakstelling bij verbonden partijen c.q. gemeenschappelijke regelingen; l) het treffen van financieel-technische maatregelen waaronder het realistisch ramen van baten en lasten in de begroting en m) het verhogen van belastingen en overige opbrengsten, met als doel om bij de besluitvorming bij de Kadernota 2026 en de Programmabegroting 2026 ook voor het jaar 2026 en volgende jaren een sluitende begroting te kunnen vaststellen. 2.
De gemeenteraad tussentijds te informeren over de inzichten in de opgave van het ravijnjaar bij het verschijnen van de circulaires over het gemeentefonds en de gemeenteraad ook tussentijds te betrekken bij de uitwerking van de onderzoeksrichtingen en de raadsvoorstellen. Samenvatting voor de raad: De gemeente Sliedrecht wordt net als alle andere gemeenten in Nederland vanaf 2026 (het ravijnjaar) geconfronteerd met een structurele korting op het gemeentefonds. Hoe groot deze korting uiteindelijk zal zijn is op dit moment nog niet bekend. De Kadernota 2025 laat in de meerjarenraming voor 2026 een tekort zien van € 5,0 miljoen dat oploopt tot circa € 6,1 miljoen in 2028. Pas bij de besluitvorming van de Kadernota 2026 en de Programmabegroting 2026 is - op basis van de komende circulaires gemeentefonds - bekend hoe groot de tekorten vanaf 2026 uiteindelijk zullen bedragen. En pas dan dient de gemeenteraad concrete besluiten over ombuigingen te nemen om ook voor het jaar 2026 een sluitende begroting vast te kunnen stellen. Dat is de reden dat dit raadsvoorstel naast het raadsvoorstel van de Kadernota 2025 wordt voorgelegd. Het voorstel kadernota gaat in op de kaders voor de begroting 2025. Zo kan het debat worden gevoerd over het komende jaar bij de algemene beschouwingen en kunnen de ombuigingsvoorstellen voor 2026 en verder apart worden besproken.
Met dit voorstel draagt de gemeenteraad het college op om een dertiental onderzoeksrichtingen nader uit te werken zodat de gemeenteraad op basis daarvan in 2025 besluiten kan nemen. Daarnaast krijgt het college de opdracht om de gemeenteraad tussentijds te informeren en bij de uitwerking van de voorstellen ook tussentijds te betrekken. Inleiding Net als alle andere gemeenten in Nederland wordt Sliedrecht vanaf het jaar 2026 geconfronteerd met een structurele korting op het gemeentefonds. De omvang van het gemeentefonds wordt bepaald door het rijk. Het gemeentefonds is verreweg de grootste bron van inkomsten voor gemeenten. De impact van deze korting op de financiën van gemeenten is dan ook groot. Vandaar dat het jaar 2026 door gemeenten het ravijnjaar wordt genoemd.
Deze voorgenomen korting op het gemeentefonds is al langer bekend. In het collegewerkprogramma 2022-2026 is daarover als speerpunt opgenomen dat ook in 2026 sprake is van een sluitende meerjarenbegroting en een afdoende weerstandsvermogen. Vervolgens heeft het college de toezegging gedaan om de gemeenteraad voorafgaand aan de besluitvorming over de Kadernota 2025 te betrekken bij deze opgave. Beoogd effect Doel van dit voorstel is om de gemeenteraad in de gelegenheid te stellen om richtinggevende uitspraken te doen over de uitwerking van een aantal onderzoeksrichtingen. Deze onderzoeksrichtingen worden door het college nader uitgewerkt zodat de gemeenteraad in 2025 besluiten kan nemen die leiden tot een sluitende begroting voor 2026 en volgende jaren. Argumenten
Beslispunt 1: uitwerken onderzoeksrichtingen Vaststaat dat de gemeente Sliedrecht vanaf het jaar 2026 geconfronteerd wordt met een omvangrijke en structurele korting op het gemeentefonds. De Kadernota 2025 laat in de meerjarenraming voor 2026 een tekort zien van € 5,0 miljoen. In de jaren erna loopt dit tekort nog verder op tot een bedrag van € 6,1 miljoen in 2028. Op een begrotingsomvang van circa € 93 miljoen is dit een aanzienlijke opgave. Om ook voor 2026 en volgende jaren tot een sluitende begroting te kunnen komen heeft het college een inventarisatie gemaakt op welke gebieden er mogelijkheden bestaan om ombuigingen te realiseren. Dit heeft geleid tot een dertiental onderzoeksrichtingen welke zijn onder te verdelen in fundamentele keuzes, financieel-technische maatregelen, ombuigingen bij de verbonden partijen en belastingen. Voorgesteld wordt om deze onderzoeksrichtingen nader uit te werken waarbij gekeken wordt naar de consequenties, haalbaarheid en financiële effecten met name op de baten en lasten. Op basis van deze uitwerking kan de gemeenteraad in 2025 keuzes maken en besluiten nemen met betrekking tot de begroting 2026. De opdracht aan het college om deze onderzoeksrichtingen nader uit te werken betekent niet dat de gemeenteraad nu de keuze maakt in deze richtingen ombuigingen te willen realiseren.
De keuzes worden pas in 2025 gemaakt op basis van de inzichten in de financiële meerjarenraming en de uitwerking van alle onderzoeksrichtingen die er dan zijn. Hieronder worden de verschillende onderzoeksrichtingen met behulp van een korte omschrijving en/of mogelijke voorbeelden (illustratief) toegelicht. Allereerst de zogenaamde fundamentele keuzes.
Het niveau van de eigen dienstverlening Gedacht kan worden aan zaken als openingstijden van voorzieningen en lagere servicestandaarden.
Het niveau van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte Gedacht kan worden aan zaken als minder frequent onderhoud, of een lager kwaliteitsniveau van de bermen en voorzieningen in de openbare ruimte.
Het temporiseren en/of heroverwegen van investeringen uit het meerjareninvesteringsprogramma (MIP); Gedacht kan worden aan het later uitvoeren van projecten en/of kritisch kijken naar de hoogte en/of noodzaak van investeringen in met name vastgoed en infrastructuur door kwaliteitseisen bij te stellen of de scope van het project te verkleinen. Temporisering of verlagen van investeringen leidt tot het (tijdelijk) verlagen van kapitaallasten in de begroting.
Het beheer, onderhoud en de energielasten van het gemeentelijk vastgoed Gedacht kan worden aan zaken als minder frequent onderhoud, of een lager kwaliteitsniveau en het besparen op energielasten door beter beheer en/of investeringen in duurzaamheid.
De bovenwettelijke voorzieningen in het sociaal domein Naast de wettelijke sociale voorzieningen kent Sliedrecht ook een aantal bovenwettelijke voorzieningen. Denk daarbij aan de beleidsvrijheid (knoppen) zoals deze gepresenteerd zijn bij het onlangs herijkte minimabeleid. Of bijvoorbeeld aan uitgaven in de zogenaamde voorliggende voorzieningen. Op basis van een bestuursopdracht van de GR Sociaal vindt hier ook een inventarisatie van mogelijke keuzes plaats.
Het efficiënter gebruik van accommodaties Gedacht kan worden aan zaken als meervoudig gebruik (gebruik door verschillende organisaties) van de (eigen) accommodaties door middel van onderverhuur, verplaatsen of inhuizen van maatschappelijke functies, medegebruik van accommodaties van strategische partners e.d.
Het stoppen en/of verminderen van bovenwettelijke taken Gedacht kan worden aan de faciliterende rol van de gemeente op beleidsterreinen als economie, recreatie, cultuur, sport, welzijn, onderwijs en vormen van (regionale) samenwerking.
Het deels of volledig doorbelasten van kosten aan derden Gedacht kan worden aan zaken als de gebruiker en de veroorzaker/vervuiler betaalt en aan diensten die verricht worden doorbelasten.
Het doelmatiger werken door taken elders of anders uit te voeren Gedacht kan worden aan zaken als uitvoering van taken in regionaal verband of met andere gemeentes uit te voeren, taken uit te besteden, of taken of juist weer deels of volledig zelf te doen.
Het temporiseren, nader prioriteren en/of heroverwegen van onderdelen uit het Collegewerkprogramma 2022-2026 Naast de eerdergenoemde fundamentele keuzes kan ook overwogen worden om onderdelen uit het collegewerkprogramma opnieuw te prioriteren (bijvoorbeeld inzet op bedrijventerreinen), of te heroverwegen (wijk- en buurtplannen). Het uitstellen (reactief; d.w.z. als werk met werk gecombineerd kan worden), afstellen (bijvoorbeeld de 2de groene verbinding), of minder intensief (kwaliteit van het groen) uitvoeren van nieuwe projecten of nieuw beleid. Dit kan bijdragen aan het verminderen van de gemeentelijke lasten. Naast de bovengenoemde zogenaamde fundamentele keuzes zijn er nog 3 andere categorieën onderzoeksrichtingen te onderkennen: ombuigingen bij de verbonden partijen, financieel-technische maatregelen en belastingen.
Het realiseren van een taakstelling bij verbonden partijen c.q. gemeenschappelijk regelingen Een aanzienlijk deel van onze gemeentelijke taken wordt uitgevoerd door verbonden partijen c.q. gemeenschappelijk regelingen. Daarmee loopt ook een aanzienlijk deel van onze lasten via deze verbonden partijen. Lasten waar we als individuele deelnemer vaak minder grip op hebben. Inmiddels wordt er bij verschillende gemeenschappelijke regelingen onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om een bijdrage te leveren aan de oplossing voor de tekorten waarmee de deelnemers (lees gemeenten) vanaf 2026 worden geconfronteerd. Bij verschillende gemeenschappelijke regelingen gebeurt dit op basis van een vastgestelde bestuursopdracht. Vanaf het najaar 2024 worden de eerste uitkomsten van deze onderzoeken verwacht. De mogelijke keuzes die dit oplevert zijn deels ook fundamentele oftewel beleidskeuzes. Hierbij moet overigens scherp gelet worden op de wisselwerking tussen lokaal en regionaal om waterbedeffecten te voorkomen.
Het treffen van financieel-technische maatregelen waaronder het realistisch ramen van baten en lasten in de begroting Het college kijkt niet alleen naar de zogenaamde fundamentele keuzes, maar ook naar maatregelen die te maken hebben met de begroting als zodanig. In hoeverre zijn baten en lasten voldoende reëel en niet te voorzichtig geraamd. De analyse van de verschillen tussen de geraamde baten en lasten en
de realisatie, vindt telkens plaats bij het opstellen van de planning- en control producten. Structurele verschillen dienen in principe te leiden tot wijzigingen van de begroting en meerjarenraming. Anderzijds geldt bij het ramen van baten en lasten ook het voorzichtigheidsprincipe en ligt het budgetrecht bij de gemeenteraad. Dit leidt tot een tendens dat lasten niet te krap en baten veelal voorzichtig worden geraamd en begroot. De komende periode onderzoekt het college op welke onderdelen er realistischer, dat wil zeggen scherper, geraamd en begroot kan worden. Daar waar er al duidelijkheid bestaat waar ramingen bijgesteld kunnen worden, zullen deze ook al worden meegenomen bij het opstellen van de begroting 2025 en de meerjarenraming. Dit laatste is bijvoorbeeld het geval op het onderdeel Beschermd wonen. Andere voorbeelden waarnaar gekeken wordt zijn het scherper ramen van de opbrengsten gemeentefonds, belastingen en heffingen en dividenden. Ook een betere toerekening van overhead in de begroting is een financieel-technisch aspect dat tot meer financiële begrotingsruimte kan leiden. En dit wordt nader onderzocht.
Het verhogen van de belastingen en overige opbrengsten Naast het onderzoeken van mogelijkheden om meer kosten door te belasten, is er een mogelijkheid om te onderzoeken of belastingen en overige (huur)opbrengsten verhoogd kunnen worden. Voor de meeste gemeentelijke heffingen is eerder besloten dat deze 100% kostendekkendheid dienen te zijn. Met betrekking tot de opbrengst OZB is eerder besloten om naast een inflatiecorrectie en de areaaluitbreiding de opbrengsten een drietal jaar telkens met 6% te verhogen. Hoewel er dus al tot verhogingen is besloten, blijft de mogelijkheid bestaan de belastingopbrengsten verder of eerder te verhogen. Ook kan gedacht worden aan andere vormen van belastingen zoals parkeerbelasting, toeristenbelasting e.d.
Naast het zoeken van mogelijke ombuigingen is er ook nagegaan welke majeure ontwikkelingen met een grote financiële impact te verwachten zijn die nog geen onderdeel uitmaken van de meerjarenraming en wel van invloed kunnen zijn op de opgave voor het ravijnjaar en volgende jaren. De realisatie van het Programma Ruimtelijke Vernieuwing is zo’n ontwikkeling. In het voorjaar van 2022 is door Cebeon onderzoek gedaan naar de financiële implicaties van de woningbouwontwikkeling voor Sliedrecht. Op grond van de huidige inzichten en uitgangspunten zijn de effecten van het programma op de toekomstige baten en lasten van de begroting per saldo beperkt. Voor een aantal eenmalige uitgaven is onder andere de reserve Koers 2030 beschikbaar. De ontwikkeling van Sliedrecht-Noord en de Noord Zuid-verbinding dienen vooral bekostigd te worden binnen een nog vast te stellen grondexploitatie waarin rijksbijdragen, subsidies, grondverkopen en bijdragen vanuit ontwikkelaars als voornaamste opbrengsten dienen. Overigens zullen in de begroting de baten (meer inkomsten uit gemeentefonds, ozb, e.d.) en lasten (kapitaalslasten, beheer en onderhoud, etc.) als gevolg van de groei van Sliedrecht pas wijzigen als de realisatie daarvan een feit is.
Gezien het beperkte effect op het saldo van baten en lasten heeft temporiseren, uitstellen of afstellen van het Programma Ruimtelijke Vernieuwing geen effect op het structurele tekort.
Beslispunt 2. Tussentijds informeren en betrekken van de raad In de komende periode zal steeds duidelijker worden hoe groot de financiële opgave vanaf 2026 gaat worden. Het college zal de gemeenteraad tussentijds informeren over de inzichten in de opgave van het ravijnjaar en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de uitwerking van de onderzoeksrichtingen. De momenten waarop het college de gemeenteraad in elk geval zal informeren zijn na het verschijnen van de circulaires over het gemeentefonds. Dit kan door middel van een college informatiebrief of als onderdeel van een regulier planning- en control-product.
De gemeenteraad neemt besluiten, maar voor het zover is worden deze besluiten voorbereid door het college, de ambtelijke organisatie, inwoners, verenigingen, bedrijven en organisaties. Een goed voorbereid besluit kan niet zonder een robuuste samenwerking en open onderlinge communicatie. Dit geldt in principe ook voor de uitwerking van de onderzoeksrichtingen op basis waarvan de gemeenteraad in 2025 besluiten kan nemen om te komen tot een sluitende begroting in 2026 en volgende jaren. Het college wil in dit proces de gemeenteraad ook graag tussentijds actief betrekken bij de uitwerking van de onderzoeksrichtingen en het opstellen van de raadsvoorstellen waarover in 2025 besluitvorming dient plaats te vinden. Hiermee kunnen college en gemeenteraad gezamenlijk werken aan een breed gedragen raadsvoorstel waarbij de raad ook tussentijds kan bijsturen en voldoende keuzes heeft om de politieke afweging te maken op welke wijze het structurele tekort wordt opgelost. Het college stelt voor om vanaf oktober 2024 minimaal eenmaal per kwartaal een dergelijk gesprek met (een vertegenwoordiging van) de raad te voeren. Kanttekeningen / Risico’s Nog niet bekend is wat de uiteindelijke financiële opgave in 2026 zal zijn. Deze kan mee- en tegenvallen.
Vanaf de Jaarstukken 2023 wordt in de paragraaf Risicomanagement en weerstandsvermogen in verband met het ravijnjaar rekening gehouden met een groter risico op het onderdeel gemeentefonds. Overigens geldt in z’n algemeenheid dat de hoogte van de uitkering uit het gemeentefonds telkens door het rijk wordt bijgesteld en daarmee altijd een financieel risico met zich meebrengt. Dit raadsvoorstel kent als zodanig geen financiële risico’s. Financiën Het voorliggend raadsvoorstel heeft geen directe financiële consequenties. De uitwerking van de onderzoeksrichtingen leiden vooralsnog pas in 2026 tot financiële consequenties waarover in 2025 besluitvorming plaatsvindt. De uitwerking van de onderzoeksrichtingen en het participatietraject kunnen naar verwachting met de bestaande formatie en financiële middelen worden uitgevoerd. Wet- en regelgeving / Juridische zaken Gemeentewet Financiële verordening gemeente Sliedrecht Duurzaamheid Het voorliggend raadsvoorstel heeft geen directe consequenties op het gebied van duurzaamheid. Inclusiviteit Het voorliggend raadsvoorstel heeft geen directe implicaties op het gebied van inclusiviteit. Tijdspad, monitoring en evaluatie m.b.t. voorgesteld raadsbesluit N.v.t. Communicatie / Participatie De opdracht voor het college is om draagvlak te zoeken door een passende vorm van participatie toe te passen die past bij de verschillende belanghebbenden.
Deze vorm kan per categorie belanghebbende verschillen. Het gaat erom dat er recht wordt gedaan aan de relatie met en de effecten van de mogelijke maatregelen op de verschillende belanghebbenden. Het doel is om ervoor te zorgen dat er in Sliedrecht voldoende draagvlak is voor de moeilijke keuzes die uiteindelijk op basis van het algemeen belang gemaakt moeten worden. Vervolgprocedure (inspraak/publiceren) N.v.t. Eerdere besluitvorming c.q. bronvermelding Collegewerkprogramma 2022-2026 Kadernota 2025 (nog vast te stellen) Toekomstscenario’s woningbouwopgave Sliedrecht 2030; Cebeon, mei 2022