RV_Principe-besluit toekomstige samenwerking Drechtsteden.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Aan de raad van de gemeente Sliedrecht Zaaknummer: 2020-0152335
Sliedrecht, 17 november 2020
Portefeuillehouder: Dirk van der Borg Afdoening motie en/of toezegging: Is hiermee een motie afgedaan? Nee Is hiermee een toezegging afgedaan? Nee
Onderwerp Principe-besluit toekomstige samenwerking Drechtsteden Beslispunten 1. In te stemmen met de koers en uitwerkingsrichting voor de toekomstige Drechtsteden samenwerking verwoord in het geformuleerde principebesluit door de colleges van de Drechtstedengemeenten op 27 oktober: - De GRD wordt getransformeerd. Huidige tekst GRD wordt vervangen door een nieuwe GR-tekst. - Zowel in de nieuwe GR als in de nieuwe service-gemeente komt helderheid over toe- en uittreding/deelname. Uitnodigend naar omliggende gemeenten. - In het kader van gedeeld eigenaarschap wordt de huidige GR omgebouwd naar een klassieke GR voor de sociale dienst, met daarin de volgende uitgangspunten: o Beleid hieromtrent wordt in de GR opgesteld en uitgevoerd, waarbij het lokaal primaat het startpunt is; o Robuust pakket van gezamenlijke diensten; o Maatwerk meer dan nu mogelijk; eventuele meerkosten hiervan wel altijd voor de afnemer, ook voor wat betreft investering in lokale ambtelijke capaciteit; o Bij besluiten streven naar consensus, maar indien er toch wordt gestemd moet er rekening worden gehouden enerzijds met belangen langs de lijnen van inwonersaantal / financiële bijdrage en anderzijds voorkomen dat er volledige overheersing is door “stedelijk gebied” of “poldergebied”.
- Voor de overige dochters van de GRD wordt in principe gekozen voor een service-gemeente vanuit Dordrecht met zakelijke dienstverleningsovereenkomsten. Hierbij hanteren we verschillende servicelevels met een transparant kostenplaatje. Geen gedwongen winkelnering en commitment voor een aantal jaar voor een bepaald level. - Zowel de service-gemeente inzake bedrijfsvoering als de nieuwe GR op sociaal behoeft nadere uitwerking en inkleuring. Dordrecht komt voor Kerstmis als penvoerder met een voorstel daartoe en doet dat in samenspraak met de 7 gemeentesecretarissen. Voor wat betreft de GR “sociaal” wordt tevens een bestuurlijke klankbordgroep met portefeuillehouders gevormd inzake de inhoudelijke input. - We vragen zo spoedig mogelijk commitment aan de 7 gemeenteraden op dit principebesluit. Dordrecht zal een eenduidig besluit voorbereiden dat via de colleges aan de 7 gemeenteraden kan worden voorgelegd. - Definitieve besluitvorming wordt voorgelegd in de vorm van een aangepaste GR-tekst en aanvullende besluiten in Q1 van 2021. - Communicatie (zowel richting raden als organisatie(s)) geschiedt eenduidig, voorbereid door penvoerder Dordrecht in samenspraak met de 7 gemeentesecretarissen.
- Er worden in het nieuwe model inspirerende kwartaalbijeenkomsten geïntroduceerd waar politiek, bedrijfsleven en kennisinstellingen elkaar ontmoeten, bestaande uit plenair deel, workshops en ruimte voor ontmoeting/lunch/borrel. - Het jaar 2021 wordt benut voor de implementatie. - Zowel inzake voortgang, communicatie en implementatie wordt in hoge mate het belang van de huidige organisatie en de medewerkers in acht genomen en betrokken. - 1 januari 2022 moet e.e.a. doorgevoerd zijn, zodat de nieuwe raads- en collegeperiode goed kan starten.
Samenvatting De afgelopen periode is door de colleges van de 7 Drechtstedengemeenten gesproken over de doorontwikkeling van de samenwerking binnen de GR Drechtsteden (GRD). Het traject heeft geleid tot een principe-besluit dat nu aan u als raad ter vaststelling wordt voorgelegd. Dit principe-besluit bevat een richtinggevende koers t.a.v. de governance voor het sociaal domein en de bedrijfsvoering en vormt de basis voor verdere uitwerking en inkleuring van de samenwerking. Inleiding In april 2019 is naar aanleiding van de voorbereidingscommissie 'Toekomst regionale samenwerking Drechtsteden' door de lokale gemeenteraden besloten het ruimtelijk-economisch domein uit de GRD te halen en meervoudig lokaal te beleggen. Daarbij is ook besloten dat het sociaal domein en de bedrijfsvoering in de GRD blijft met de opdracht dit verder te optimaliseren en t.a.v. het sociaal domein meer lokaal maatwerk mogelijk te maken. In de periode daarna is gestart met deze opdracht. Tegelijkertijd ontstond de situatie waarbij een door de Drechtraad bepaalde taakstelling op de GRD begroting uitgevoerd moest worden en tot allerlei discussies heeft geleid over bezuinigingen in het sociaal domein.
Daar op volgend kwam de raad van Dordrecht met een motie (29 oktober 2019) op basis waarvan het Dordtse college het initiatief nam met de andere colleges het gesprek te voeren over de doorontwikkeling van de GRD. Doel was te komen tot een breed gedragen voorstel voor een toekomstbestendige samenwerking
waarin meer ruimte is voor lokaal maatwerk in het sociaal domein en waarin lokale colleges en raden beter in positie worden gebracht om lokaal regie te voeren op beleid en financiën.
Conferenties Via een aantal collegeconferenties is het gesprek afgelopen periode gevoerd. De eerste conferentie in februari was verkennend van aard. Tijdens de tweede bijeenkomst in juli is op grond van een inhoudelijk advies van de portefeuillehouders sociaal getrechterd naar twee potentiele alternatieve modellen t.o.v. de huidige structuur. De varianten van een 'klassieke GR' en een 'service-gemeente'. Afgesproken werd deze modellen verder uit te werken in een notitie (bijlage 1) om inzicht te geven in de overeenkomsten, verschillen en relevante onderwerpen waarover helderheid moet komen. Deze notitie vormde het voorbereidende document voor de colleges op de derde en laatste conferentie op 27 oktober 2020. Belangrijkste conclusie van de notitie was dat de essentie zit in de wijze waarop je met elkaar samenwerkt en de afspraken die je daarbij maakt. In beide modellen is dat uit te werken. Onderscheidend tussen de varianten is vooral het eigenaarschap. Bij een klassieke GR ben je eigenaar van de uitvoeringsorganisatie. Daarmee heb je als gemeente ook feitelijk een positie in het bestuur en de besluiten die daar met zijn allen genomen moeten worden. Bij een service-gemeente ben je 'slechts' opdrachtgever/klant.
Het draait dan om het maken van goede afspraken met elkaar over de gewenste dienstverlening vanuit een één op één relatie (uiteraard kunnen gemeenten wel samen optrekken richting de service-gemeente).
Principe-besluit Op 27 oktober is door de colleges toegewerkt naar voorliggend principe-besluit. Aan u als raad wordt nu gevraagd in te stemmen met de koers en uitwerkingsrichting voor de Drechtstedelijke samenwerking zodat deze de komende periode verder verdiept en ingekleurd kan worden. Deze nadere uitwerking leidt tot verdere besluitvorming over de invulling van de samenwerking en het daarbij horende model en GR tekst. In dit voorstel wordt het principe-besluit verder toegelicht. Beoogd effect Met de doorontwikkeling van de regionale samenwerking in de Drechtsteden bevorderen we dat, nog meer dan nu, de focus ligt op het lokaal primaat met ruimte voor lokaal maatwerk en ambities met aandacht voor de couleur locale van de gemeenten. Daarnaast willen we een minder bestuurlijk complexe samenwerkingspraktijk die de zelfstandigheid van kleinere gemeenten borgt en openheid biedt aan anderen (GR-en, niet DS-gemeenten) om op onderdelen mee samen te werken. Een samenwerking waarbij de gewaardeerde expertise van de GRD dochters zoals de Sociale dienst of het Servicecentrum wordt gewaarborgd en tot recht komt. Argumenten
1. Inhoud stuurt de samenwerking. De vorm van samenwerking is dienend aan het realiseren van de inhoudelijke ambities. We willen meer flexibiliteit/maatwerk, innovatie en slagkracht ontwikkelen. Dit is noodzakelijk om de huidige maatschappelijke opgaven op een goede en toekomstbestendige wijze op te pakken. Op die manier kunnen wij optimale dienstverlening blijven leveren aan onze inwoners. Een gekozen structuur mag daarin niet belemmerend werken. Met begrip voor de historische achtergrond om de samenwerking ooit op bepaalde wijze te organiseren en waardering voor de dienstverlening van de GRD dochters, is nu het moment om verder door te ontwikkelen op een wijze die past bij de huidige opgaven en omstandigheden. En omdat die opgaven verandert zijn is het ook zaak als gevolg daarvan het samenwerkingsmodel tegen het licht te houden en mee te laten bewegen.
2. Er is meer lokale regie op beleids- en financiële keuzes nodig.
De huidige bestuurlijke samenwerking via de GRD heeft naast voordelen ten aanzien van effectiviteit en efficiency, ook geleid tot een mate van standaardisatie en uniformiteit die mede vanwege de Rijks decentralisaties niet meer passend is bij de huidige opgaven en (financiële) omstandigheden van de gemeenten. Het Rijk heeft gelijktijdig met de drie decentralisaties flinke kortingen doorgevoerd, die de financiering van het sociaal beleid onder druk zet. Oplopende kortingen bij de Participatiewet en de Jeugdzorg leiden in het gehele land tot knelpunten en daarnaast is sprake van verder oplopende tekorten op de bijstandsuitkeringen, als direct gevolg van fors teruglopende rijksmiddelen en een toenemend aantal cliënten. De financiële ruimte die de zeven Drechtstedengemeenten in hun lokale begroting kunnen/willen maken voor het regionale sociale beleid (en bedrijfsvoering) is verschillend. Hierdoor staat grote druk op de onderlinge financiële en beleidsinhoudelijke solidariteit. Daarbovenop veroorzaakt het Corona-virus een volksgezondheids-, economische én sociaal-maatschappelijke crisis die ook (diepe) sporen nalaat. Deze crises vragen, samen met overige financiële knelpunten (schrappen precario, opschalingskorting etc.) en een toenemende (grootstedelijke) problematiek, de komende jaren om scherpe keuzes van onze gemeenten.
Ondanks waardering voor de GRD-dienstverlening zoeken gemeenten in hun sturing naar meer ruimte voor lokale regie, eigen lokale beleidskeuzes en maatwerk in ambities en uitvoering. Het huidige construct waarbij taken gedelegeerd zijn aan de GRD helpt hier niet bij. De Drechtraad is het bevoegd gezag en de invloed van de lokale colleges en raden is relatief beperkt. Het afslanken van de huidige GRD tot een collegeregeling GR Sociaal Domein – dus zonder een Drechtraad - legt het primaat om te sturen op (lokale) beleids- en financiële keuzes weer bij de lokale raden.
3. Een GR Sociaal Domein biedt meer ruimte voor lokaal maatwerk waarbij een robuuste uitvoeringsorganisatie behouden blijft.
De SDD is een effectieve en efficiëntie uitvoeringsorganisatie. Daar zijn we tevreden over en dat moet ook zo blijven. Tegelijkertijd is dit de afgelopen jaren wat doorgeschoten naar een te hoge mate van standaardisatie en uniformiteit. Deze werkwijze doet op onderdelen geen recht aan de diversiteit in de Drechtsteden waarbij iedere gemeente zijn eigen opgaven en eigen lokale sociale infrastructuur heeft. Hoewel er stappen gezet zijn in de goede richting lukt het niet voldoende om regionaal beleid aan te sluiten op de lokale behoeften en daar maatwerk voor te leveren. In Sliedrecht constateren we dat vooral op (bovenwettelijke) taken zoals schuldhulpverlening, minimavoorzieningen en de participatiewet. Het afslanken van de GRD zoals voorgesteld betekent dat de lokale colleges en raden aan zet zijn om te besluiten over het inzetten van maatwerk in hun eigen gemeente. Wat willen we anders? Waar moet meer aandacht voor zijn en waar mag het juist wat minder? In de huidige situatie is het aan het DSB en/of Drechtraad om dit te bepalen. Uiteraard is het zaak om hier vooraf met elkaar bepaalde kaders voor af te spreken om het werkbaar te houden voor de SDD. Een bepaalde bandbreedte voor maatwerk. Bovendien blijven veel taken uitvoering (denk aan uitkeringen verstrekken). Die kunnen nog steeds uniform en efficiënt uitgevoerd worden.
Het gaat er echter om op een aantal specifieke thema's, die lokaal van belang zijn, de ruimte te hebben om het wat anders te doen als dat nodig wordt geacht. En daar lokaal ook over te kunnen beslissen.
4. Een GR Sociaal Domein zorgt ervoor dat alle zeven gemeenten eigenaar blijven van de uitvoeringsorganisatie.
We zijn als regio gezamenlijk verantwoordelijk om het beste te doen voor onze inwoners. Dit vraagt een samenwerking die recht doet aan het gedeelde belang, maar ook aan lokale flexibiliteit en eigen afwegingen. Zeker als het gaat om het sociaal domein, waar inhoudelijke (politieke) keuzes relevant zijn. Het behouden van gedeeld eigenaarschap, waarbij je gezamenlijk aan het stuur zit, is wat ons betreft essentieel. Ook hier geldt dat het maken van heldere samenwerkingsafspraken, bijvoorbeeld over stemverhoudingen, invulling DB/AB, etc., nodig is.
Verder is ook het behoud dan regionale afstemming en ontmoeting belangrijk zoals dat nu op de Drechtstedendinsdagen plaatsvindt. Dergelijke inspirerende kwartaalbijeenkomsten met politiek, bedrijfsleven en kennisinstellingen blijven we organiseren.
5. Het verder ontwikkelen van de bedrijfsvoering in de Drechtsteden vraagt om een zakelijke en eenduidige sturing.
De uitvoering van de PIOFACH en onderzoekstaken is onder gebracht bij de bedrijfsvoeringonderdelen van de GRD en daardoor voor de gemeenten op afstand komen te staan. Er is sprake van diffuse regie en sturing, waardoor gemeenten geen eindverantwoordelijkheid ervaren voor (of pakken op) uitvoering en doorontwikkeling. Hoewel de diverse GRD dochters goed functioneren ontbreekt het nu aan een duidelijke sturing om te innoveren, vernieuwen en continue te verbeteren. De ambitie, kwaliteit en innovatie van onze bedrijfsvoering moet blijven aansluiten bij en faciliteren aan de majeure strategische opgaven waar we als gemeenten voor staan. Dit vergt versterking en doorontwikkeling. De gemeente Dordrecht wil hier graag een voortrekkersrol in pakken en de ruimte krijgen een kwaliteitsslag te maken. Hier profiteren dan ook de andere gemeenten van. Daarbij betreft het hier een thema dat minder 'politiek geladen' is en daarmee ook beter uit het politieke construct van een GR gehaald kan worden. Het daadwerkelijk eigenaar zijn van een uitvoeringsdienst is hierdoor minder relevant t.o.v. he sociaal domein. Een zakelijke benadering met een eenduidige sturing is gewenst, waarbij Dordrecht als service-gemeente de bedrijfsvoeringstaken verzorgt en opdrachtnemer / opdrachtgever relaties aangaat met de andere gemeenten.
Daarbij dienen er verschillende service-levels te zijn met een transparant kostenplaatje. De gemeenten moeten kunnen kiezen en niet in een situatie van 'gedwongen winkelnering' terecht komen.
6. We pakken door in 2021 om in 2022 te starten met de aansturing van de nieuwe samenwerking. Nu is het moment voor daadkrachtig handelen passend bij opgaven en de omstandigheden: de sociaaleconomische positie van onze gemeenten en daarmee onze burgers in deze regio verdient actiegerichte focus en keuzes. 2021 is het transitiejaar, zodat de nieuwe collegeperiode daarna goed kan starten. Ook de (financiële) omstandigheden en inhoudelijke transformatie plannen van de diverse gemeenten nopen tot omvorming van de samenwerking. Onze maatschappelijke partners en de medewerkers van de GRD en Drechtstedengemeenten verdienen duidelijkheid. Als sinds 2017 buigen we ons over doorontwikkeling van de Drechtstedelijke samenwerking. Kanttekeningen / Risico’s
1. Er moeten nog veel zaken m.b.t. de inhoud en vorm van samenwerking verder uitgewerkt worden. Dit principe-besluit geeft richting aan de verdere uitwerking. Het omvat globale uitgangspunten t.a.v. de samenwerking. Dit is nodig om een stap verder te komen. Het is echter ook helder dat op veel punten nog verdieping nodig is en afspraken moeten worden gemaakt. Enkele belangrijke voorbeelden t.a.v. de GR Sociaal Domein zijn de kaders/bandbreedte waarbinnen lokaal maatwerk straks mogelijk is ('maatwerk-pakket') en afspraken over eigenaarschap (stemverhoudingen, DB/AB). Wat betreft de bedrijfsvoering moet bijvoorbeeld de businesscase van de servicegemeente nog uitgewerkt worden en de service-levers worden bepaald. Ook zien de financiële en organisatorische consequenties en risico's nog niet nader geduid. Conclusie is daarom dat er nog veel onderzocht, uitgewerkt en afgesproken moet worden om tot definitieve besluitvorming te komen en een transitie in te kunnen zetten (in- en ontvlechting). Dit traject kan leiden tot voortschrijdende inzichten en tot aanpassing/bijsturing van de nu ingezette koers.
Kaderstellende en controlerende aspecten t.b.v. de gemeenteraad, uitgesplitst in: Financiële kaders Het traject van verdere uitwerking zal in de komende periode ambtelijke ondersteuning vragen en op onderdelen externe expertise. De kosten hiervan zijn nog niet in beeld. Uiteraard worden deze gedeeld over de 7 gemeenten en zal naar verwachting het aandeel van Sliedrecht, gezien de omvang daarvan, binnen bestaande budgetten te dekken zijn. De financiële consequenties van een eventuele transitie zijn nog niet in beeld. Dat hoort bij de verdere uitwerking. Uitgangspunt voor ons is het streven naar een budgetneutrale transitie. Ook in relatie tot onze lokale P&C documenten en het financiële meerjarenperspectief. Bij een definitief besluit volgend jaar zal uiteraard wel zicht zijn op de financiële gevolgen. Die maken dan ook onderdeel uit van het voorstel dat dan aan de raden wordt voorgelegd. Wettelijke en Beleidskaders, eventueel inhoudelijke/ruimtelijke kaders De Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) is van toepassing. Duurzaamheid Het betreft hier een principe-besluit t.a.v. de governance structuur van de regionale samenwerking. Duurzaamheid is daarbij niet van toepassing. Inclusiviteit Het betreft hier een principe-besluit t.a.v. de governance structuur van de regionale samenwerking. Inclusiviteit is daarbij niet van toepassing.
Tijdspad, monitoring en evaluatie m.b.t. voorgesteld raadsbesluit Zie vervolgprocedure. Communicatie / Participatie Er is reeds op 4 november 2020 een persbericht verstuurd vanuit Dordrecht m.b.t. het principebesluit. Vervolg Indien de 7 lokale raden instemmen met de voorgestelde koers dan volgt daarna een periode van nadere uitwerking en inkleuring. Het gaat dan om de hiervoor genoemde samenwerkingsafspraken, maar ook over de financiële, organisatorische en juridische aspecten. Gedurende dit proces gaan wij u als raad nadrukkelijk betrekken bij de uitwerking. Zo kunt u input leveren en richting geven. Het traject leidt in 2021 tot voorstellen over de definitieve invulling van de regionale samenwerking. Een aangepaste GR tekst maakt hier onderdeel van uit. Het is vervolgens aan de lokale raden om een besluit te nemen over deze voorstellen. Indien dat regionaal tot eenduidige besluitvorming leidt volgt daarna een periode van implementatie met als doel deze op 1 januari 2022 gereed te hebben. Eerdere besluitvorming c.q. bronvermelding - 9 april 2019 Raad, besluitvorming eindadvies Voorbereidingscommissie toekomst regionale samenwerking Drechtsteden.
Bijlagen 1. 200311 Oplegnotitie impressieverslag conferentie GRD 27 okt 2020.docx 2. Bijlage_Keuzenotitie varianten sturingsarrangement (versie dd. 9-10-20) def.pdf 3. Concept Impressieverslag 3e DS-conferentie regionale samenwerking 27 okt 2020 +statementdefinitief.pdf