RV_Aanpassing precariobelasting 2021 en 2022.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Team: Ruimtelijke Ontwikkeling en Economie Steller: Hilbert de Jong hj.de.jong@sliedrecht.nl
Portefeuillehouder: Cees Paas
Onderwerp: Aanpassing precariobelasting 2021 en 2022 Openbaar: Ja
Afdoening motie en/of toezegging: Is hiermee een motie afgedaan? n.v.t. Is hiermee een toezegging afgedaan? n.v.t.
Zaaknummer: 2022-0070492
Fatale termijn: De GBD heeft de belastingaanslagen voor de precario over 2021 en 2022 aangehouden in afwachting van het raadsbesluit. Er is dus geen fatale termijn, maar vanwege rechtszekerheid heeft het wel de voorkeur dit besluit zo snel mogelijk te laten nemen.
Bestuurlijke route: College van burgemeester en wethouders Gemeenteraad Oordeelsvormend Sliedrecht
PFO:
Planning: 23 augustus 2022 13 september 2022
Afgestemd met portefeuillehouder Paas in het PFO Financiën van 4 juli.
Bijlagen 1. Eerste wijziging van de Verordening precariobelasting 2021 Sliedrecht 2. Eerste wijziging van de Verordening precariobelasting 2022 Sliedrecht
Onderwerp Aanpassing precariobelasting 2021 en 2022. Beslispunten De gemeenteraad voor te stellen om: 1. De eerste wijziging van de Verordening precariobelasting 2021 vast te stellen. 2. De eerste wijziging van de Verordening precariobelasting 2022 vast te stellen. Samenvatting voor de raad: Volgens de door de raad vastgestelde Verordeningen precariobelasting 2021 en 2022 dient de Gemeentebelastingen en Basisinformatie Drechtsteden (GBD) precariobelasting te heffen over onder het uitstallen van terrassen, driehoeks- en sandwichborden, en goederen (koopwaar). Vanwege de diverse coronamaatregelen die golden in 2021 en 2022 stelt het college voor om de tarieven voor deze categorieën met terugwerkende kracht op € 0 te zetten, zodat met name horecaondernemers en winkeliers worden ontzien. Inleiding De gemeenteraad stelt jaarlijks in november/december de belastingverordeningen voor het komende jaar vast. Zo ook de verordening voor de precariobelasting. Als in het daaropvolgende jaar redenen zijn om de belastingheffing anders toe te passen, dient daarvoor een nieuw raadsbesluit genomen te worden, waarmee de betreffende belastingverordening met terugwerkende kracht wordt gewijzigd (in het voordeel van de belastingplichtige). De precariobelasting wordt door de Gemeentebelastingen en Basisadministratie Drechtsteden (GBD) geheven in het jaar ná het optreden van het belastbare feit.
In 2022 wordt dus de precariobelasting over 2021 opgelegd, op basis van de verordening die eind 2020 door de raad is vastgesteld. De eerste drie categorieën (terrassen, reclameborden, uitgestald koopwaar) van de precariobelasting worden opgebracht door vooral horecaondernemers en winkeliers. In het kader van de coronacrisis heeft de raad eerder besloten om, met terugwerkende kracht, deze drie categorieën voor de jaren 2019 en 2020 op € 0 te zetten. Dit had als effect dat de GBD in de coronajaren 2020 en 2021 geen precariobelasting heeft hoeven opleggen. Aangezien het jaar 2021 zelf ook nog gedomineerd werd door tal van coronamaatregelen, stelt het college voor om in 2022 ook over het jaar 2021 geen precariobelasting te heffen op de voornoemde categorieën. Als de raad daarmee instemt, is er gedurende drie belastingjaren (2019-2021) geen precariobelasting gegeven over de eerste drie categorieën. Voorts is het college voornemens om vanaf 2023 een privaatrechtelijk alternatief voor de precariobelasting te introduceren, waarmee dus alleen 2022 nog zou overblijven als tussenliggend jaar waarin nog precariobelasting zou moeten worden geheven op de genoemde categorieën. In overleg met de GBD acht het college dit onnodig verwarrend en daarmee onwenselijk.
Daarom stelt het college voor om ook de precariobelasting over het jaar 2022 voor de drie voornoemde categorieën, met terugwerkende kracht, op € 0 te stellen. Beoogd effect Financiële tegemoetkoming aan ondernemers die direct getroffen zijn door de coronabeperkingen in 2021 en rechtszekerheid en uitvoerbaarheid voor de belastinginning over het jaar 2022. Argumenten
1. In 2021 golden diverse coronamaatregelen met directe invloed op de belastingplichtigen van de precariobelasting. De precariobelasting kent diverse categorieën. De eerste categorie (terrassen) wordt volledig opgebracht door horecaondernemers, een groep die zwaar getroffen is en nog steeds te kampen heeft met de gevolgen van de coronacrisis in 2020 en 2021. De tweede en derde categorie (driehoeks- en sandwichborden en uitstallingen (reclameborden, koopwaar, winkelwagentjes) betreffen vooral winkeliers, die ook sterk te maken hadden met de beperkende coronamaatregelen. Om beide groepen tegemoet te komen, besloot de raad eerder al om de precariobelasting over deze drie categorieën over de jaren 2019 en 2020 (te heffen in 2020 en 2021) met terugwerkende kracht op € 0 te zetten.
Inmiddels weten we dat ook 2021 nog een jaar was van diverse lockdowns en tal van beperkende maatregelen. De argumentatie die destijds leidde tot het schrappen van de precariobelasting over 2019 en 2020 stelt het college nu voor ook door te trekken naar 2021. Hiermee hoeven ondernemers nu, in 2022, geen precariobelasting te betalen over een jaar 2021 waarin zij nog zeer beperkt werden in hun ondernemen. Bovendien is 2022 voor deze ondernemers nog een jaar van herstel, wat met het wegvallen van deze belasting een bescheiden ondersteuning krijgt.
2. Het is onnodig verwarrend en daarmee onwenselijk om alleen nog over 2022 als tussenjaar precariobelasting op de drie categorieën te heffen. Reeds in 2020 kondigde het college aan dat het voornemens is om een privaatrechtelijk alternatief van de precariobelasting te introduceren. Denk aan terrashuur in plaats van precariobelasting op terrassen. Een dergelijk systeem is al de praktijk in tal van gemeenten, waaronder buurgemeenten Papendrecht en Hendrik-Ido-Ambacht. Het biedt voordelen in uitvoerbaarheid en maatwerk (bijvoorbeeld in tijden van crisis) en kan rechtstreeks en meerjarig gekoppeld worden aan bijvoorbeeld een terrasvergunning. Omdat dit alternatief enige voorbereiding vergt, was het college er nog niet in geslaagd dit systeem al in 2022 te introduceren, maar dit zal per 2023 wel gebeuren. Daarmee ontstaat dan wel de situatie dat de GBD over 2019 en 2020 (eerdere raadsbesluiten) en straks 2021 (voorliggend beslispunt 1) geen precariobelasting heeft geheven op de eerste drie categorieën. Daarmee ontbreekt dan ook een actueel belastingbestand bij de GBD voor deze categorieën.
Het is voor de GBD onnodig inefficiënt en voor de belastingbetalers onnodig verwarrend als men in 2023, over het jaar 2022, alsnog een laatste keer precariobelasting moet betalen, terwijl de precariobelasting vanaf het belastingjaar 2023 wordt afgeschaft en de betreffende belastingbetalers vanaf 2023 ook al privaatrechtelijke vergoedingen gaan afdragen. In overleg met de GBD is het daarom wenselijk om de lijn van 2019-2021 - het op nihil zetten van de precariobelasting voor de eerste drie categorieën - ook door te trekken naar 2022. Kanttekeningen / Risico’s
1. Het afschaffen van de precariobelasting per 2023 vraagt nog een apart raadsbesluit en effectuering van het alternatief. Het op nihil zetten van de precariobelasting over het jaar 2022 loopt vooruit op het voornemen van het college om per 2023 een privaatrechtelijk alternatief te introduceren, in plaats van de precariobelasting. Dit vereist een separaat raadsbesluit (in het vierde kwartaal, bij de andere belastingverordeningen) over de intrekking van de verordening precariobelasting. Echter, de raad is over dit voornemen al meermaals geïnformeerd in Kadernota's en Begrotingen, dus een raadsbesluit nu volgt een consistente lijn die later dit jaar nog zal worden gevolgd door de genoemde vervolgbesluiten. Voorts is het onwenselijk voor zowel belastingplichtigen als de GBD om tot eind 2022 te wachten met het aanpassen van de precariobelasting over 2022, als nu al duidelijk is dat hiervoor een aanpassing opportuun is in het voordeel van de belastingplichtige.
2. Het op nihil stellen van de drie categorieën precariobelasting is slechts een financieel zeer beperkte maatregel. Zowel voor de ondernemers als voor de gemeente gaat het om kleine bedragen. Echter, zoals de raad ook overwoog over de jaren 2019 en 2020: in tijdens van crisis en het directe herstel daarvan moeten kleine, deels symbolische, ondersteuningsmaatregelen niet worden onderschat en wordt het gewaardeerd als de gemeente zoekt om te helpen daar waar dat mogelijk is. Andersom biedt de beperkte financiële impact voor de gemeente juist eenvoudig de mogelijkheid om deze tegemoetkoming te realiseren.
3. De besluiten betreffen alleen de precariobelasting, terwijl er meer gemeentelijke belastingen zijn. Zoals ook over de jaren 2019 en 2020 werd beargumenteerd, betreft de precariobelasting een belasting die direct gekoppeld is aan het commercieel gebruik van gemeentelijk bezit, terwijl die activiteiten direct werden beperkt in coronatijd. Die redenatie maakt dat de raad eerder ook - in afwijking van andere, veel algemenere en niet economische belastingsoorten - met terugwerkende kracht de precariobelasting heeft aangepast.
• Financiën De inkomsten van de eerste drie categorieën van de precariobelasting bedragen naar schatting per jaar circa € 10.000. Met de voorgestelde besluiten treedt er dus een inkomstenderving op van twee maal € 10.000 in de jaren 2022 en 2023, betreffende belastinginkomsten over de jaren 2021 en 2022. Deze bedragen zijn van een dusdanig beperkte omvang dat dit wordt opgevangen binnen de bestaande marges van financiële afwijkingen. Omdat deze gederfde inkomsten gerelateerd zijn aan de coronacrisis, zal dekking worden gezocht bij de beschikbare middelen voor "corona-kosten". •
Wet- en regelgeving / Juridische zaken n.v.t.
•
Duurzaamheid n.v.t.
• Inclusiviteit De betreffende belastingmaatregelen zijn van toepassing op elke ondernemer in de toepasselijke belastingcategorie. • Tijdspad, monitoring en evaluatie m.b.t. voorgesteld raadsbesluit In het vierde kwartaal volgt het reguliere pakket met voorstellen voor de belastingverordeningen 2023. In dat pakket zal ook het besluit over (het afschaffen van) de precariobelasting vanaf 2023 worden opgenomen. Communicatie / Participatie Na het raadsbesluit wordt de uitvoering en bijbehorende communicatie met de GBD afgestemd. Vervolgprocedure (inspraak/publiceren) Na het raadsbesluit wordt de uitvoering en bijbehorende communicatie met de GBD afgestemd. Eerdere besluitvorming c.q. bronvermelding
Eerdere besluitvorming Aanpassing belastingverordeningen 2020 vanwege coronacrisis - Raadsvoorstel