CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkameronderzoek Armoede en Schuldhulpverlening Sliedrecht - Voor BW.pdf

Beeldvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 20 februari 2023, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 2: Rekenkameronderzoek/rapport 'Armoede en Schuldhulpverlening'10.748 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rekenkamerrapport voor de gemeente Sliedrecht inzake het lokale en regionale armoede- en schuldenbeleid

1

Opdrachtgever: Heleen van Rijnbach, directeur rekenkamer

Contactpersoon: Robert Klaassen

Onderzoekers: Mark Rouw markrouw@gmail.com Nick Woudstra nick@necker.nl

2

2.

3

4

Aanleiding Schulden en armoede zijn groeiende problemen in onze samenleving. De verwachting is dat door de coronacrisis, stijgende prijzen en veranderende economie het aantal huishoudens met schulden zal toenemen. Schulden zijn in de eerste plaats problematisch voor de mensen die onder de schuldenlast gebukt gaan. In de gemeente Sliedrecht gaat het om een potentiële doelgroep van 2.200 tot 3.520 huishoudens. In het landelijke coalitieakkoord 'Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst' van VVD, D66, CDA en CU wordt een fors bedrag vrijgemaakt om armoede terug te dringen en het schuldenprobleem te verkleinen. Dit vraagt op lokaal niveau om een goed armoedebeleid en beleid voor schuldhulpverlening. De gemeenteraad van Sliedrecht heeft in september 2020 de nieuwe Sociale Visie1 aangenomen. Deze visie gebruikt de gemeente als uitwerking van de kernopgave voor 2030. De visie is een voortzetting van het integrale sociale beleid ingezet in 2016. In 2018 heeft de gemeente het Bonkelaarhuis geopend. Hiermee is er één plek waar inwoners met een ondersteuningsvraag naartoe kunnen en waar organisaties integraal met elkaar samenwerken om inwoners zo vroeg en dichtbij mogelijk ondersteuning te bieden. Dat geldt voor armoederegelingen en schuldhulpverlening, maar ook voor jeugdproblematiek en WMO.

Volgens de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (WGS) moet sinds 1 januari 2021 de gemeente, naast preventie, vroegsignalering als belangrijke pijler opnemen in het armoede- en schuldenbeleid2. In de gemeente Sliedrecht maakte dit reeds onderdeel uit van het vastgestelde beleid. Deze nieuwe wet geeft gemeenten nieuwe mogelijkheden om gegevens van burgers met betalingsachterstanden in een vroeg stadium uit te wisselen met partners (zoals woningcorporaties, zorgverzekeraars en nutsbedrijven). Hierdoor kunnen mensen met schulden sneller in het vizier komen. Met deze nieuwe taak worden gemeenten verplicht om binnen vier weken een aanbod tot hulpverlening te doen. Indien dit hulpverleningsaanbod wordt geaccepteerd, moet binnen acht weken de hulpvraag zijn vastgesteld, met daarbij een plan van aanpak. Ondanks het inzicht in betalingsachterstanden, zal er altijd een groep mensen niet of moeilijk in beeld komen die wel met schulden kampen. Preventie en signalering zijn van belang om ook deze groep mensen zo vroeg mogelijk in beeld te krijgen. Daarbij gaat het zowel om formele hulpverlening als informele netwerken - denk aan de diaconieën, stichting leergeld, de voedselbank en het lokaal armoedeplatform. Een van de onderdelen van de Sociale Visie van de gemeente Sliedrecht, waarvan de aanpak al op 1 juni 2019 startte, is de lokale aanpak vroegsignalering schulden.

Dit nieuwe beleid gaat uit van een actieve benadering van inwoners met schulden om zo de financiële zelfredzaamheid op de lange termijn te vergroten. Deze actieve benadering, en de samenwerking in het Bonkelaarhuis heeft geleid tot minder uitval op trajecten in de schuldhulpverlening aldus de gemeente.

1 2

Sociale Visie: De sociale kracht behouden en versterken. (september 2020) Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening, WGS. (2021, 1 januari)

5

Tijdens de consultatieworkshop met de raad in oktober 2021 bleek het armoede- en schuldenbeleid een belangrijk onderwerp voor de raad. De rekenkamer heeft daarom onderzoek naar dit onderwerp gedaan.

Doelstelling en vraagstelling Het doel van het onderzoek is om de raad inzicht te bieden in de effectiviteit van de schuldhulpverlening en het armoedebeleid in het algemeen. Het onderzoek biedt inzicht in beleid, uitvoering en (financiële en maatschappelijke) resultaten. Gezien de afhankelijkheid en rol van maatschappelijke partners is de samenwerking met deze organisaties een centraal thema in het onderzoek. In het onderzoek probeert de rekenkamer in kaart te brengen hoe het informele en formele netwerk eruitziet en hoe deze netwerken zich tot elkaar verhouden. De inzichten die uit dit onderzoek voortkomen kunnen de raad helpen in zijn kaderstellende en controlerende rol. Schuldhulpverlening en armoedebeleid zijn brede beleidsthema's. Het gaat onder meer over de Participatiewet, bijstand, armoederegelingen en specifiek beleid omtrent vroegsignalering. Het rekenkameronderzoek zal zich richten op schuldhulpverlening, vroegsignalering en financiële zelfredzaamheid van inwoners. Het gaat om beleid dat ervoor moet zorgen dat inwoners uit schulden en armoede komen. Beleid dat zich richt op het verlichten van armoedeproblematiek blijft buiten beschouwing. Het rekenkameronderzoek kijkt naar een aantal aspecten: Beleid

Doelstellingen, ambitieniveau, koppeling tussen beleid

Organisatie en uitvoering

Vertaling beleid naar de organisatie en uitvoering. Inrichting, bijdrage en samenwerking van het formele en informele netwerk. De rekenkamer oordeelt niet over de kwaliteit of professionaliteit van de netwerken en organisaties, maar richt zich op (de mogelijkheid tot) het boeken van maatschappelijke resultaten.

Monitoring en evaluatie

Overzicht van beschikbare cijfermatige informatie, kwalitatieve evaluatieonderzoeken, gebruik van sturingsinformatie.

Om onderzoek te kunnen doen naar armoede- en schuldenbeleid moet er allereerst duidelijk worden verschaft over de definitie van armoede, en wat schuldhulpverlening hierin betekent. Het onderzoek hanteert hierin dezelfde definitie als de gemeente zoals gebruikt in de praktijk. Op basis van de aanleiding en doelstellingen In het licht van het voorgaande heeft de rekenkamer de volgende hoofdvraag geformuleerd:

6

In hoeverre is de gemeente Sliedrecht in staat om doeltreffend uitvoering te geven aan het armoede- en schuldenbeleid?

De hoofdvraag wordt beantwoord aan de hand van onderstaande deelvragen: Beleid 1. Welke ambities/doelstellingen heeft de gemeente Sliedrecht op het gebied van armoede- en schuldenbeleid? Hoe verhoudt het beleid zich tot elkaar? 2. Welke resultaten/ doelen wil de gemeente behalen op preventie en vroegsignalering?

Organisatie en uitvoering 3. Welke organisaties uit het formele en informele netwerk spelen een rol in de armoede- en schuldenbeleid? 4. Op welke wijze is de samenwerking met het formele en informele netwerk op het gebied van armoede- en schuldenbeleid georganiseerd? 5. Hoe ziet de toegang tot de gemeentelijke dienstverlening ten aanzien van armoede en schulden er vanuit het perspectief van de cliënt uit? 6. Welke inspanning wordt geleverd door de gemeente en de netwerken om alle inwoners in beeld te krijgen die gebruik zouden moeten/kunnen maken van armoede- en schuldenbeleid? 7. In hoeverre zijn maatschappelijke partners in staat om vroegsignalering vorm te geven? 8. Welke knelpunten worden door de netwerken ervaren met betrekking tot samenwerking en het behalen van doelen op het gebied van armoedebestrijding?

Evaluatie en monitoring 9. Welke informatiepositie heeft de gemeente over het functioneren van het armoede- en schuldenbeleid en hoe stuurt de gemeente op het behalen van preventiedoelen? a. Krijgt de gemeenteraad voldoende zicht op de effectiviteit van het beleid om daarmee haar kaderstellende en controlerende taken uit te voeren? 10. Op welke wijze en in welke mate heeft de gemeente inzicht in het behalen van doelen? 11. Op welke manier wordt kwantitatieve en kwalitatieve informatie gebruikt in de analyse van de effectiviteit van het beleid?

Onderzoek uitvoering Op 5 juli vond het startgesprek plaats via Microsoft Teams tussen de onderzoekers en twee betrokken ambtenaren. Vervolgens is er een informatieverzoek opgesteld en is er in overleg met de betrokken ambtenaren een lijst met mogelijke gesprekspartners opgesteld. De onderzoekers hebben vervolgens

7

gekozen welke partners uitgenodigd zijn voor enkele groepsgesprekken. Deze gesprekken zijn uiteindelijk vooral individueel (in plaats van in groepsverband) gevoerd in verband met agenda's van de betrokkenen. In augustus zijn de beschikbare documenten geanalyseerd en zijn gesprekken ingepland. Door de zomerperiode zijn deze gesprekken in september en oktober gevoerd. Daarna is er met enkele organisaties schriftelijk contact geweest over hun rol bij armoede en schuldhulpverlening. Het schriftelijk contact heeft plaatsgevonden op verzoek van de rekenkamer nadat aangegeven werd door de organisaties dat medewerking aan een interview niet gewenst werd gevonden. Op 12 december is de rapportage aangeboden voor ambtelijk wederhoor.

Leeswijzer Dit rapport bestaat uit twee delen: de Bestuurlijke nota en de Nota van bevindingen. De Bestuurlijke nota bevat de conclusies en aanbevelingen en de reactie van het college van B&W. Daarna treft u de Nota van bevindingen aan. ∕ Hoofdstuk 1 beleid ∕ Hoofdstuk 2 organisatie en uitvoering ∕ Hoofdstuk 3 evaluatie en monitoring Tenslotte vindt u achterin het rapport de bijlagen met daarin een overzicht van de gesproken betrokkenen en de geraadpleegde bronnen.

8

Conclusies De inzet op het armoede- en schuldenveld in de gemeente Sliedrecht is indrukwekkend. Het Sociale Team, welzijnswerkers, huisartsen, beleidsmedewerkers en vele anderen zetten zich in om schulden en geldproblematiek op te lossen, maar vooral te voorkomen. Zij vinden daarin steun in een krachtige lokale samenleving met hechte verbanden. De korte lijnen die er zijn bieden kansen om net een stapje meer te doen, om snel te komen tot toegepaste oplossingen. Het Bonkelaarhuis als centraal punt functioneert goed en geniet grote bekendheid onder de inwoners. Ondanks de sterke visie op armoede en schuldhulpverlening heeft de gemeente Sliedrecht toch een grote groep mensen in de bijstand. Voor een groot deel het gevolg van regionale ontwikkelingen en een relatief groot aandeel lager opgeleiden in de gemeente Sliedrecht. Er is reden tot tevredenheid, maar er liggen ook kansen in het verschiet. In de hierna volgende conclusies en aanbevelingen zetten we deze op een rij. 1. Nieuw beleid moet zich nog vormen in de nieuwe regionale structuur In 2019 is besloten dat de samenwerking in de vorm van de Gemeenschappelijke regeling Drechtsteden (GRD) opgeheven zou worden. Een deel van de taken die voorheen in de GR waren belegd zijn sinds 2022 weer lokaal geregeld. Dat geeft de gemeente meer vrijheid in het ontwikkelen en implementeren van nieuw beleid, maar zorgt ook voor beperkingen.

Een grote organisatie als de SDD, werkend voor alle gemeenten in de regio, geeft zelf aan beperkt maatwerk te kunnen bieden op gemeenteniveau. Het ligt in de lijn der verwachting, zoals ook in den lande gebruikelijk is, dat er een beperkt aantal keuzes te maken is op lokaal niveau over de inzet van een dermate grote organisatie. Het gevoel van lokaal eigenaarschap neemt wellicht toe, terwijl in de praktijk de keuzevrijheid beperkt blijkt. Het is belangrijk dit als raad en college scherp in de gaten te houden en mee te nemen in een evaluatie van de nieuwe structuur. Doordat in 2022 de verantwoordelijkheid voor onderdelen van het beleid lokaal is belegd, is er nog niet op alle onderdelen nieuw beleid opgesteld vanuit de nieuwe structuur. 2. De gemeente Sliedrecht heeft een duidelijke visie op preventie en vroegsignalering en investeert hier ook in 'Bestaanszekerheid versterken' is de opgave die binnen het Armoede- en schuldbeleid is geformuleerd in het lokale beleid van Sliedrecht. Daarbij staan de ambities centraal om bestaanszekerheid te garanderen, stabiliteit te bieden en te bevorderen en inwoners eerder en beter te bereiken. Dit raakt de kern van preventie en vroegsignalering.

Onder andere een medewerker specifiek inzetbaar op vroegsignalering, en meerdere nieuwe initiatieven opgenomen in ‘Sliedrechters schuldenvrij en actief’, laat zien dat het onderwerp grote prioriteit heeft.

9

3. Het Bonkelaarhuis functioneert overwegend goed als centrale punt van het sociale domein De samenwerking tussen de organisaties in het Bonkelaarshuis verloopt goed. De lijnen in het Bonkelaarhuis tussen de organisaties zijn kort. Men kent elkaar en is op de hoogte van elkaars expertise en hulpaanbod. Hulp wordt verleend vanuit de vraag die de inwoner heeft. De inwoner staat centraal, niet de organisatie. Omdat er veel (laagdrempelige) diensten samenkomen in het Bonkelaarshuis weten inwoners het Bonkelaarshuis te vinden. Desondanks weten niet alle inwoners die hulp zouden kunnen gebruiken de weg te vinden naar het Bonkelaarshuis. Schaamte speelt hierin een rol. Het feit dat er in Bonkelaarshuis veel organisaties samenwerken zorgt ook voor nieuwe problemen. Zo wordt er . met verschillende dossiers en monitoringsmethodieken gewerkt. Dit wordt gezien als een obstakel door betrokken medewerkers. Het uitwisselen van dossiers mag enkel met toestemming van de klant/cliënt. De wens is er wel degelijk om te werken vanuit een gemeenschappelijk systeem. Dit is in het verleden zonder succes geprobeerd. 4. De gemeente pakt een beperkte regierol bij het stimuleren van contact tussen verschillende informele netwerken De informele en formele netwerken weten elkaar op basis van professionaliteit goed te vinden. Het Bonkelaarhuis speelt hierin een bepalende rol.

De huisartsen (en de praktijkondersteuners in mindere mate) blijken over het algemeen op een andere manier aangehaakt dan andere schakels. De gemeente zou haar regierol door het stimuleren van kruisverbanden (bijvoorbeeld met de Moskee) en meer bekendheid genereren van medewerkers en diensten (zoals de medewerker vroegsignalering) kunnen versterken. De structuur daarvoor bestaat al, dit kan echter breder worden ingezet. 5. Het sterke maatschappelijke vangnet in Sliedrecht is waardevol, maar maakt ook dat inwoners met een hulpvraag minder snel in beeld komen. In het gehele sociale domein is een nadrukkelijke rol weggelegd voor de maatschappij. In de gemeente Sliedrecht is van oudsher een sterk maatschappelijk vangnet aanwezig. Dit is een kans, maar soms ook een uitdaging. Het duurt vaak lang voordat mensen aan de bel trekken bij problemen omdat ze blijven hangen in informele netwerken, wat een (te voorkomen) verergering ervan tot gevolg kan hebben. Daarom moeten er voldoende plekken van vroegsignalering zijn, zodat inwoners op tijd hulp aangeboden kunnen krijgen. Dit vraagt op sommige punten een andere houding van de gemeente. Denk aan het proactief in contact treden met partners voor vroegsignalering. Dit verhoogt de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid, en draagt bij aan het realiseren van de eigen doelstellingen. 6.

Uniformiteit in monitoringsindicatoren is gewenst Er zijn verschillende wijzen waarop organisaties verantwoording afleggen over hun activiteiten. De professionele organisaties in het veld zouden graag meer uniformiteit zien in de gebruikte indicatoren om beter resultaten te kunnen vergelijken. Monitoring op basis van eenduidige doelen en indicatoren ondersteunt ook de gemeenteraad in haar controlerende rol. De organisaties hebben ook aangegeven hier graag over mee te denken. De kanttekening hierbij is wel dat het van belang is, om overhead te beperken, enige uniformiteit in de regio na te streven.

10

Aanbevelingen Onderstaande aanbevelingen komen voort uit de conclusies en uit de Nota van bevindingen. Er worden door de rekenkamer enkele aanbevelingen aan het college gedaan en een aanbeveling aan de gemeenteraad. Het advies is deze aanbevelingen op te nemen in een raadsbesluit, waarin de raad tevens vraagt om na een vaste periode een voortgangsbrief op te laten stellen door het college, zodat hij de uitvoering van aanbevelingen kan monitoren. 1. Blijf de samenwerking in het Bonkelaarhuis doorontwikkelen De samenwerking in het Bonkelaarhuis is uniek en functioneert goed op het gebied van schulden- en armoedepreventie. De gemeente Sliedrecht en alle partners verdienen daarvoor een compliment. Dat betekent niet dat er geen knelpunten zijn. Blijf daarom de samenwerking doorontwikkelen bijvoorbeeld op het gebied van dossiervorming, onderlinge relaties en bekendheid in het veld. 2. Evalueer over enige tijd de hernieuwde regionale samenwerking De nieuwe regionale structuur is recent gestart. Het is daarom te vroeg om hier uitspraken over te doen. Het is wel raadzaam om over enige tijd te evalueren wat de relatie tussen lokaal en regionaal beleid en of de doelen op deze wijze bereikt kunnen worden. 3. Stimuleer samenwerking en bekendheid van diensten en medewerkers in de formele en informele netwerken De samenwerking in het sociaal domein is goed.

De gemeente zou een grotere rol kunnen spelen in het samenbrengen van organisaties of indien noodzakelijk nieuwe organisaties betrekken in de beleidsdoelen rondom armoede en schuldhulpverlening. De structuren om dit te doen bestaan al, het uitbreiden hiervan met huisartsen en de moskee zou een mooie stap zijn. Daarnaast kan de bekendheid van de medewerker vroegsignalering worden vergroot. Dit draagt bij aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente Sliedrecht. 4. Ontwikkel samen met de professionele partners een gewenste evaluatie- en monitoringspraktijk Richt een monitor in dat inzicht geeft in de resultaten van het armoedebeleid en schuldhulpverlening. Formuleer hiervoor met professionele partners eenduidige doelen en indicatoren en bepaal welke informatie nodig is om de voortgang op de doelen te bepalen.. Voor informele netwerken zou het uitbreiden van de monitoringsinformatie niet gewenst. Het is juist belangrijk de drempel om zich in te zetten voor de samenleving, zonder winstoogmerk, niet te hoog te maken. Het opleggen van allerlei monitorings- en evaluatie-eisen draagt daar niet aan bij

11

12

In het eerste hoofdstuk worden de contouren en context geschetst van zowel het regionale als lokale veld van armoede- en schuldenbeleid. Er wordt aangevangen met de veranderingen in het veld door de opheffing van de Gemeenschappelijke regeling Drechtsteden. Deze verandering is essentieel om de nieuwe manier van samenwerking te begrijpen. Vervolgens worden de regionale en lokale kaders geschetst van het beleid. De deelvragen die in dit hoofdstuk worden behandeld, luiden: 1. Welke ambities/doelstellingen heeft de gemeente Sliedrecht op het gebied van armoede- en schuldenbeleid? Hoe verhoudt het beleid zich tot elkaar? 2. Welke resultaten/ doelen wil de gemeente behalen op preventie en vroegsignalering?

Context: Sliedrecht is onderdeel van een dynamische regio De Gemeenschappelijke regeling Drechtsteden In 2019 is besloten dat de samenwerking in de vorm van de Gemeenschappelijke regeling Drechtsteden (GRD) opgeheven zou worden. Na een uitgebreide evaluatie hoopten de deelnemende gemeenten in een nieuwe structuur beter te kunnen aansluiten op de lokale uitdagingen en de specifieke financiële situaties van de afzonderlijke gemeenten. Het besluit om de GRD op te heffen is genomen door de zeven gemeenten (Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht) en is sindsdien uitgewerkt.3 De colleges van de gemeenten hadden nog wel de wens om samen te werken op het gebied van het sociaal domein en aanverwante regelgeving.4 Sinds januari 2022 is de nieuwe vorm van samenwerken ingegaan en tegelijkertijd het hoofdstuk van de GRD ten einde gekomen.5 Dit rekenkameronderzoek richt zich niet op een evaluatie van de regionale samenwerking, maar dit is wel belangrijke context voor het functioneren van lokaal beleid. Een deel van de taken worden sinds januari 2022 gemeentelijk georganiseerd. Context: Hoe werkte de GRD De GRD bestond uit de zeven Drechtsteden. De GRD werd omschreven als instantie dat functioneerde als intermediair tussen andere overheden en de gemeenten.

6 De GRD werd bestuurd door het Algemeen Bestuur (De Drechtraad) en Het Drechtstedenbestuur (Dagelijks Bestuur). De Drechtraad bestond uit een voorzitter en leden. De leden waren vertegenwoordigers uit de gemeenteraden. Het Dagelijks Bestuur bestonden eveneens uit een voorzitter en leden. De leden van het Dagelijks Bestuur werden aangewezen door de Drechtraad.7 De

3

https://sliedrecht24.nl/gemeenten-willen-toekomstbestendige-samenwerking-in-regionale-sociale-dienst/ Gemeenschappelijke Regeling Sociaal, pag. 2 Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (overheid.nl) 5 Nu nog van https://sliedrecht24.nl/gemeenten-willen-toekomstbestendige-samenwerking-in-regionale-socialedienst/ maar een betere bron zoeken - een bron die deze ontwikkeling duidelijk beschrijft. 6 BLAD GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING, nr. 549, pag. 1 7 Gemeenschappelijke regeling Drechtsteden Hoofdstuk 6 en 7. Gemeenschappelijke regeling Drechtsteden (overheid.nl) 4

13

gemeenschappelijke regionale belangen golden voor een zevental terreinen: Economie, arbeidsmarktbeleid en bereikbaarheid; Fysiek; Sociaal; Bestuurlijke- en netwerkontwikkeling; Staf- en ondersteunende diensten, beheer basisregistraties en de bedrijfsvoering; Sociaal-geografisch onderzoek en de uitvoering van de belastingheffing en invordering.8

In dit onderzoek staat het terrein Sociaal centraal. Op dit terrein vervulde het bestuur van de Drechtsteden twee taken, namelijk het opstellen van een regionale visie sociaal beleid en het opstellen van een regionaal uitvoeringsprogramma voor de visie sociaal beleid.9 In 2019 heeft de GRD de Groeiagenda 2030 opgesteld. Deze wordt sinds januari 2022 lokaal belegd bij de zeven deelnemende gemeenten. Het einde van de GRD houdt geenszins in dat er niet wordt samengewerkt op regionaal niveau. Betreft het Sociale Domein wordt er samengewerkt in de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (GRS). Het bestuur in dit orgaan bestaat uit een Algemeen Bestuur (voorzitter en zeven leden - ieder college heeft een lid aangewezen) en een Dagelijks bestuur (voorzitter en twee leden - aangewezen door het Algemeen Bestuur).10 Aan het bestuur zijn verschillende taken gedelegeerd en gemandateerd. Voor deze rapportage zijn de volgend taken interessant: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, Wet Sociale Werkvoorziening. 11 De GRS bereid de regionale visie op sociaal beleid en verordeningen en beleidsplannen voor, welke door de lokale raden vastgesteld worden.

Daarnaast bereiden ze de nadere regels voor die vastgesteld worden door de colleges.12 Dit laatstgenoemde is van groot belang voor de raad en ook een grote verandering in verantwoordelijkheid ten opzicht van de GRD. Met andere woorden: onder de GRD was de gemeenteraad vertegenwoordigd in het algemeen bestuur van de GRD en was de GRD verantwoordelijk voor de uitvoering. Sinds 2022 wordt het vaststellen van het sociaal beleid, verordeningen en beleidsplannen direct aan de raad teruggegeven. Tot 2022 waren deze raadsbevoegdheden gedelegeerd aan de Drechtraad waardoor lokale vaststelling niet in alle gevallen nodig was. De nieuwe situatie vraagt om meer betrokkenheid zodat er door de fracties een goede visie ten opzicht van het sociaal domein kan worden gevormd. Aangezien het regionaal beleid in 2019 is opgesteld, kent het beleid nog geen complete lokale invulling. De verschillen tussen de gemeenten zijn er wel degelijk, doordat de mate van complexiteit tussen de gemeenten verschilt en er verschillende doelgroepen zijn om op te focussen. In de periode van de GRD was het lastig om het regionale beleid en de uitvoering ervan af te stemmen op de lokale situatie. Op 8

Gemeenschappelijke regeling Drechtsteden Hoofdstuk 3, artikel 4 lid 2. Gemeenschappelijke regeling Drechtsteden (overheid.nl) 9 Gemeenschappelijke regeling Drechtsteden Hoofdstuk 5, artikel 6 lid 1. Gemeenschappelijke regeling Drechtsteden (overheid.nl) 10 Gemeenschappelijke Regeling Sociaal, Hoofdstuk 3 en 4. Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (overheid.nl) 11 Daarnaast zijn de volgende taken aan het bestuur gedelegeerd en gemandateerd: participatiewet, Wmo, Wet kinderopvang, Algemene wet bestuursrecht, Beschermd wonen en opvang, Wet op de lijkbezorging, Burgerlijk Wetboek. Gemeenschappelijke Regeling Sociaal, Hoofdstuk 2, artikel 5. Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (overheid.nl) 12 Gemeenschappelijke Regeling Sociaal, Hoofdstuk 2, artikel 5. Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (overheid.nl)

14

regionaal niveau ontbrak soms de flexibiliteit, terwijl lokaal de daadkracht ontbrak om dit voor elkaar te krijgen. Het college geeft aan dat ze sinds januari 2022 meer kan sturen. Echter door de korte periode waarin de nieuwe manier van werken geldt, zijn concrete resultaten van de sturing door het college nog niet zichtbaar. Regionaal: de Sociale Dienst Drechtsteden De Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) is de regionale sociale dienst voor de Drechtsteden, die gezien kan worden als uitvoeringsorganisatie van de GRS. De gemeente heeft een deel van de uitvoerende taken omtrent armoede, schuldhulpverlening en werkloosheid belegd bij de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD). Via deze dienst wordt bijvoorbeeld de Bijstand verstrekt, zorg en ondersteuning via de WMO geregeld en worden inwoners met schulden geholpen doormiddel van schuldhulpverlening. Dit zijn de wettelijke taken die de gemeente heeft. De colleges hebben de verantwoordelijkheid voor de uitvoerende taken gemandateerd aan het bestuur van de GRS. In de praktijk maakt de SDD de begroting en stelt concrete doelen op met onderbouwing van percentages en cijfers. Dit wordt voorgelegd aan de gemeenteraden van de Drechtsteden. Daar worden de begrotingen vastgesteld en beleid gemaakt.

Vanuit de interviews komt naar voren dat er ingeschat wordt dat de mate van sturing vanuit de gemeenteraad niet sterk zal afwijken ten opzichte van de sturing vanuit de voormalige Drechtraad. De kaders zullen ambtelijk worden voorbereid, bestuurlijk worden afgestemd met de betreffende wethouders en ter besluitvorming worden voorgelegd aan de raden. De SDD merkt op dat de besluitvorming (in zijn geheel13) langer duurt sinds januari, de slagkracht is verminderd en de arbeidsintensiviteit is toegenomen. Daarnaast wordt opgemerkt dat het risico bestaat dat de innovatiekracht afneemt, want sommige ideeën zijn enkel van waarde als uniforme uitvoering mogelijk is. Dus, als er ingeschat wordt dat het draagvlak bij een gemeente ontbreekt binnen de Drechtsteden, kan dat een aanleiding zijn om een (innovatief) idee niet verder te ontwikkelen gezien algemeen draagvlak hiervoor ontbreekt. Voorheen werd er ingeschat of meer dan de helft van de Drechtraad voor zou stemmen. Feitelijk is er nog een steeds een mogelijkheid om maatwerk te bieden, ook de besluitvormingsmogelijkheden op regionaal niveau bestaan, op een andere manier, nog steeds. Lokaal: primair het Bonkelaarhuis Op lokaal niveau werken ook organisaties in het armoede- en schuldenveld.

Het gaat dan om organisaties die formele taken voor de gemeente uitvoeren (zoals Welzijnswerk en het Sociale Team Sliedrecht) of organisaties die preventie en vroegsignalering als taak hebben. Een groot deel van deze organisaties werkt vanuit het Bonkelaarhuis. Voor inwoners is daar 'alles onder één dak' te vinden, aldus de gemeente. Een van de organisaties die vanuit het Bonkelaarshuis werkt is Welzijnswerk Sliedrecht. Zij verzorgt onder meer Hulp Bij Thuisadministratie, Bureau Sociaal Raadslieden en het Financieel Café. Deze diensten zijn gericht op preventie en nazorg en bieden daarnaast laagdrempelige juridische ondersteuning bij enkelvoudige hulpvragen en voeren de taak vroegsignalering uit. Voor de inwoners zijn deze diensten die vanuit het Bonkelaarhuis worden aangeboden gratis toegankelijk. Binnen de schuldhulpverlening en bewindvoering zijn ook commerciële partijen actief. Ook met hen wordt er samengewerkt vanuit het Bonkelaarhuis. De bekostiging van commerciële instanties verloopt 13

Hiermee wordt bedoeld dat de besluitvorming in zijn totaliteit langer duurt aangezien alle gemeenten afzonderlijk een besluit dienen te nemen.

15

via de verstrekking van bijzondere bijstand, waardoor er geen rekening komt bij de inwoner14. Afspraken met andere partners (over prestaties, aantal cliënttrajecten etc.) lopen via subsidierelaties vanuit de gemeente, waardoor zij - als dat nodig is - enige regie hebben op de doelen. De samenwerking tussen de organisaties in het Bonkelaarshuis verloopt goed. De lijnen in het Bonkelaarhuis tussen de organisaties zijn kort. Men kent elkaar en is op de hoogte van elkaars expertise en hulpaanbod. Hulp wordt verleend vanuit de vraag die de inwoner heeft. De inwoner staat centraal, niet de organisatie. Dit uit zich onder andere in het feit dat de organisaties die zijn gevestigd in het Bonkelaarshuis zich niet vanuit hun organisatie, maar als onderdeel van het Bonkelaarhuis profileren. Dat de inwoners centraal staat, is ook terug te zien in de bezetting van het Bonkelaarshuis. De bezetting van het Bonkelaarshuis wordt afgestemd op de vraag van de inwoners. Dat maakt ook dat er soms organisaties vertrekken of worden toegevoegd. Dit is afhankelijk van de meest voorkomende vragen en de ontwikkelingen hierin. Dit maakt ook dat respondenten de samenwerking in het Bonkelaarshuis als organisch beschrijven. Vanuit de gemeente wordt het Bonkelaarhuis betrekkelijk vrij gelaten als het om de inhoud gaat.

De gemeente heeft het vertrouwen dat de inhoudelijke kennis in het Bonkelaarhuis goed vertegenwoordigd is. Het Bonkelaarshuis krijgt hierdoor de professionele ruimte om te doen wat goed is. De samenwerking in het Bonkelaarhuis is bijzonder. Weinig gemeenten hebben een integrale sociale toegang waar de samenwerking op dermate verregaande wijze is ingeregeld. De gemeente speelt hierin een belangrijke coördinerende taak, die door de betrokkenen als prettig en professioneel wordt beschreven. Samenwerking SDD en Bonkelaarshuis De SDD heeft diensten die worden aangeboden vanuit het Bonkelaarhuis en diensten die in samenwerking met het Bonkelaarhuis worden aangeboden. Door lokaal aanwezig te zijn en aan te sluiten bij de structuren van het Bonkelaarhuis, hoopt de SDD barrières voor toegang tot regionaal georganiseerde dienstverlening zo veel mogelijk weg te nemen. Zo vinden intake en vervolggesprekken voor schuldhulpverlening lokaal plaats, wordt er gestreefd naar een warme overdracht van klanten tussen organisaties en in specifieke gevallen worden cases in multidisciplinair teamverband besproken.15 Recente landelijke ontwikkelingen Per 1 januari 2021 is de wijziging op de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) in werking gegaan. In deze wet is geregeld dat gemeenten verplicht zijn om inwoners met schuldenproblematiek te ondersteunen met advies en schuldhulpverlening.

Met de wetswijziging is daaraan toegevoegd dat gemeenten aan vroegsignalering van schulden moeten doen, met als doel om problematisch schulden te voorkomen.16 Op grond van artikel 10 uit deze wet mogen persoonsgegevens in het kader van vroegsignalering van schulden uitgewisseld worden. Zo kan de gemeente beter inzicht krijgen in signalen

14

Vroegsignalering schulden Sliedrecht, pagina 7. Vroegsignalering schulden Sliedrecht, pagina 7. 16 Vroegsignalering schulden Sliedrecht, pagina 3. 15

16

van schulden en de omvang van de schulden. Mensen met betalingsachterstanden op huur, energie, zorg en drinkwater kunnen op deze manier hulp aangeboden krijgen.17 Met dezelfde ingangsdatum is de Wet adviesrecht gemeenten (Ags) in werking getreden. Mensen met problematische schulden krijgen betere hulp, doordat gemeenten vanaf dat moment de rechter mogen adviseren over de aanpak van de schulden zoals het inzetten van schuldenbewind of gemeentelijke schuldhulpverlening. De nieuwe wet regelt ook dat gemeenten drie maanden nadat schuldenbewind is ingesteld de rechter mogen adviseren of een inwoner het beste kan worden geholpen door voortzetting van het bewind, of door een lichtere vorm van gemeentelijke ondersteuning. Gemeenten kunnen zo hun regierol bij schuldhulpverlening beter vervullen. Dit draagt bij aan de samenwerking tussen rechtbanken, gemeenten en bewindvoerders. Verder regelt de wet dat schuldenbewind alleen nog voor bepaalde tijd kan worden ingesteld. Dit heeft als doel dat een schuldenbewind niet langer duurt dan noodzakelijk.18 Op 12 juli 2022 presenteerde minister Schouten (CU) haar plannen om armoede en schulden in Nederland aan te pakken. Met het brede pakket maatregelen ambieert ze een halvering van het aantal kinderen dat in armoede leeft in 2025 ten opzichte van 2015. In 2030 moet de totale armoede en schuldenproblematiek gehalveerd zijn.

Één van de maatregelen die volgens Schouten genomen dienen te worden is het terugdringen van ondersteuningsregelingen waar geen gebruik van wordt gemaakt. Gemeenten moeten niet langer verwachten dat de burger zelf om hulp vraagt bij de gemeente, maar de gemeente dient een helpende hand toe te steken, vindt de minister. Om die reden krijgen gemeenten extra budget om contact te zoeken met inwoners en ze te wijzen op de beschikbare regelingen.19 Daarnaast is onderdeel van de aanpak verruiming van het minimumloon en verruiming van de bijverdiengrenzen in de bijstand, zodat werken meer gaat lonen.20

Beleid omtrent armoede en vroegsignalering Regionaal beleid schuldhulpverlening De plannen voor de schuldhulpverlening komen nog uit de oude constructie met de GRD. In de nieuwe constructie is een werkwijze opgezet om tot nieuw beleid te komen. Rondom minima is er op 13 december 2022 beleid vastgesteld door de gemeenteraad. Er zijn daarvoor in de meeste gemeenteraden drie avonden georganiseerd: 1) waarin de informatienotitie centraal staat, 2) een oordeelsvormende 17

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 1 november 2021,nr. 20210000168742, houdende regels ter aanwijzing van signalen van een schuldeiser over betalingsachterstanden (Tijdelijke regeling signaal betalingsachterstanden), Toelichting 2. hoofdlijnen van de regeling https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2021-45719.html 18 https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/10/30/adviesrecht-voor-gemeenten-bij-schuldenbewind-per1-januari2021#:~:text=Adviesrecht%20voor%20gemeenten%20bij%20schuldenbewind%20per%201%20januari%202021,Nieuwsbericht%20%7C%2030%2D10&text=Mensen%20met%20problematische%20schulden%20krijgen,zoals%20s chuldenbewind%20of%20gemeentelijke%20schuldhulpverlening. geraadpleegd op 15-7-2022 19 https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/kabinet-maakt-breed-armoedeplanbekend#:~:text=Het%20is%20een%20breed%20pakket,armoede%20en%20schuldenproblematiek%20gehalveerd% 20zijn. Geraadpleegd op 12 juli 2022. 20 Kabinet komt met overkoepelende aanpak op armoede en schulden | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl, geraadpleegd op 15 juli 2022.

17

avond, 3) besluitvormingsavond. In Sliedrecht zijn er 2 beeldvormende avonden georganiseerd, waaronder 1 keer informeren en 1 keer richtinggevend. Dit zijn, als gevolg van de nieuwe regionale werkwijze, lokale processen ingevuld door de individuele raden. Zo ook in Sliedrecht. De mate waarin individuele gemeenten invloed kunnen uitoefenen op het regionale beleid moet in de praktijk nog worden ondervonden. De nieuwe structuur is immers (mede) ingesteld om de lokale context sterker mee te nemen in het beleid en de individuele gemeenten meer regie te bieden. Armoede- en schuldbeleid in Sliedrecht 'Bestaanszekerheid versterken' is de opgave die binnen het Armoede- en schuldbeleid is geformuleerd in het lokale beleid van Sliedrecht. Daarbij staan de ambities centraal om bestaanszekerheid te garanderen, stabiliteit te bieden en te bevorderen en inwoners eerder en beter te bereiken. Om financiële obstakels weg te nemen wordt er algemene bijstand geboden en zijn er minimavoorzieningen. Daarnaast worden inwoners geholpen met hun schulden en gecoacht in hun financiële zelfredzaamheid.

De inzet is daarbij gericht op het zo vroeg mogelijk stabiliseren en oplossen van schulden en het creëren van een duurzaam beheersbare financiële situatie voor onze inwoners.21 Zo kan kwijtschelding voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing worden verkregen in de gemeente Sliedrecht.22 Het Persoonlijk minimabudget (PMB) is bedoeld voor mensen tussen de 21 en de 67 jaar (AOW-leeftijd). Deze regeling is vergelijkbaar met de Individuele Inkomenstoeslag, zoals die in andere gemeenten veelal bestaat.23 In 2021 bleef het beroep op de minimavoorzieningen, inkomensvoorzieningen en schuldhulpverlening achter bij de verwachtingen. In dit coronajaar bleek het voor SDD en zijn partners lastiger om met de bestaande doelgroep in verbinding te blijven. De verwachting is dat dit bijtrekt nu de contactmogelijkheden weer normaliseren. Ook zullen dan (met de gelijktijdige afloop van de steunpakketten) de lange termijn effecten van de coronacrisis op de armoede-ontwikkeling en schuldenpositie van huishoudens langzaamaan zichtbaar worden.24 Zo was in zowel 2020 als in 2021 het doel dat er 1200 trajecten zouden starten voor schuldhulpverlening. In beide jaren werd dit aantal niet gehaald. De redenen die daarvoor worden aangedragen houden verband met de coronacrisis. Daarnaast zijn in 2021 de ouders die getroffen zijn door de toeslagenaffaire ondersteund.

Door de oorlog in Oekraïne en andere ontwikkelingen zijn er zorgen over hoge energierekeningen en daarmee vergt het armoede- en schuldbeleid extra aandacht. De gemeente ziet dit ook en anticipeert hierop. Tussen 19 april en 31 oktober 2022 kunnen inwoners met een inkomen van minder dan 130% van het wettelijk sociaal minimumloon een eenmalige energietoeslag aanvragen. Deze regeling wordt uitgevoerd door de SDD.25 Het bijstandsbestand laat, in tegenstelling tot de landelijke trend, in Sliedrecht een forse groei zien. In het plan 'Sliedrechters schuldenvrij en actief' is een incidenteel project opgenomen om mensen vanuit de bijstand richting werk te begeleiden. Bij dit voorstel zijn verschillende partijen betrokken zoals de SDD 21

Jaarstukken 2021 GRD - SDD, pag. 20 Minima effectrapportage Drechtsteden 2022, pag. 13 23 Minima effectrapportage Drechtsteden 2022, pag. 15 24 Jaarstukken 2021 GRD - SDD, pag. 22 22

25

https://www.sliedrecht.nl/Nieuws_bekendmakingen/Nieuws/Nieuwsarchief/2018:J3I3evZqSJyZhA66OM5PSA/Janu ari:6LS6iqvaTeCXqav2JR5cbA/Tot_31_oktober_2022_aanvragen_eenmalige_energietoeslag, geraadpleegd op 15-72022

18

en het Bonkelaarhuis. Een aannemelijke factor om de groei in het bijstandsbestand te verklaren is het lage opleidingsniveau van de inwoners. In Sliedrecht is dat percentage relatief hoog, namelijk 35% tegenover een landelijk gemiddelde van 28%. Laagopgeleiden lopen relatief meer risico op het verlies van werk en inkomen en hebben gemiddeld gezien het laagste inkomensgemiddelde. Daarbij zijn een deel van de huidige werkenden extra kwetsbaar wanner zich een (economische) crisis voordoet en/of de vraag naar laaggeschoolde arbeidskrachten afneemt.26 Ook de regionale woningmarkt en keuzes van omliggende steden als Rotterdam hierin dragen bij aan het hogere percentage bijstandsklanten, denk hierbij aan het beschikbare percentage sociale huurwoningen en de toewijzing van sociale huurwoningen aan kwetsbaren.

Overzicht bijstandsklanten 550 500 450 400 350 300 2017

2018

2019

2020

2021

2022

Overzicht bijstandsklanten

Bron: Informatie t.b.v. AB-leden GR sociaal 2017-2019; 2018-2021 en 2020-2022

Preventie en vroegsignalering Schuldenproblematiek is in de meeste gevallen geen op zichzelf staand probleem. Schulden kunnen leiden tot meerdere maatschappelijke problemen. Mensen met schulden kunnen in een vicieuze cirkel komen. Preventie en vroegsignalering is om die reden erg waardevol. Voor Sliedrecht zou het om een potentiële doelgroep van 2.200 tot 3.520 huishoudens gaan. Om een concrete inschatting van de doelgroep vroegsignalering schulden te kunnen maken heeft de SDD eind 2020 een prognose laten opstellen.27 Prognose signaalaantallen Sliedrecht

26 27

Sliedrecht schuldenvrij en actief, pag. 6 Vroegsignalering schulden Sliedrecht, pag. 4

19

Per maand

Per jaar

Minimaal 152

1.824

Gemiddeld 207

2.484

Maximaal 262

3.144

Maatschappelijk partners van de gemeente zetten actief in op het vroegtijdig signaleren van schulden. Zo wordt vanuit Welzijnswerk Bureau Sociaal Raadslieden ingezet om, in samenwerking met netwerkpartners, schuldenproblematiek vroegtijdig te signaleren. De SDD heeft op basis van wet- en regelgeving afspraken gemaakt met het Centraal Administratie Kantoor (CAK) en de vier grootste zorgverzekeraars van Nederland, waardoor zij inzicht kunnen krijgen in betalingsachterstanden van de inwoners in de Drechtsteden gemeenten. De SDD geeft de informatie door aan de gemeenten, zodat zij er actief op lokaal niveau mee aan de slag kunnen. In Sliedrecht worden deze inwoners in principe benaderd door Sociaal Team Sliedrecht. Dan wordt er gekeken naar de problematiek zelf en de hulpvraag die relatie houdt met het ontstaan van de schuld. Hiermee wordt getracht onzichtbare kwetsbaarheden zichtbaar te maken.28 Met de wijziging van Wgs is de vroegsignalering verankerd en daarmee een wettelijke taak geworden. Vroegsignalering wordt samen met de andere Drechtsteden vormgegeven en uitgevoerd. In Sliedrecht is er een functionaris actief waar een groot deel van de vroegsignalering is belegd. Op deze manier krijgt toeleiding en laagdrempelige hulp een gezicht dat laagdrempelig bereikbaar is.

In het plan 'Sliedrechters schuldenvrij en actief' (naar aanleiding van een motie die is ingediend op 13 juli 2021) is een Sociaal Leenfonds opgenomen. De insteek hiervan is om kleine, beginnende schulden op te kunnen kopen om grotere oplopende schulden te voorkomen. De SDD zal dit op zich gaan nemen. Onder kleine, beginnende schulden worden maximum bedragen van € 1.750,00 voor een alleenstaand huishouden en € 2.500,00 voor een gezin bedoeld. In overleg met de lokale hulpverlener worden afspraken gemaakt over het aflossingsbedrag en de loopduur van de regeling. De overgenomen schuld wordt omgezet in een rentevrije lening met een looptijd van maximaal 3 jaar. De aard van de schuld speelt geen rol. De regeling staat los van de formele voorzieningen van schuldhulpverlening en is onafhankelijk. Vanuit de praktijk wordt aangegeven dat de genoemde maximale bedragen laag zijn en dat een langere looptijd soms wenselijk is. Er leven daarnaast vragen wat de mogelijkheden zijn bij een eventuele restschuld. Er wordt opgemerkt dat bij deze kleine, beginnende schulden de bereidheid tot het accepteren en het zoeken van hulpverlening laag is. Het positieve gevolg is dat de beginnende schulden wel in beeld komen.29

28 29

Uitvoeringsprogramma Sociaal Domein 2019-2022, pag. 14 Sliedrecht schuldenvrij en actief, pag. 4

20

2. In dit hoofdstuk wordt er aangevangen met het beschrijven van de formele partners in de uitvoering van het armoede- en schuldenbeleid. Vervolgens wordt er vanuit klantperspectief beschreven hoe een aanvraag en hulpvraag verloopt binnen het Bonkelaarhuis. Vervolgens wordt er stilgestaan bij de samenwerking met informele partners. Tot slot wordt er vanuit beide perspectieven geanalyseerd hoe vroegsignalering en vergroten van het bereik worden vormgegeven. De deelvragen die in dit hoofdstuk behandeld worden, luiden: 1.

Welke organisaties uit het formele en informele netwerk spelen een rol in de armoede- en schuldenbeleid?

2.

Op welke wijze is de samenwerking met het formele en informele netwerk op het gebied van armoede- en schuldenbeleid georganiseerd?

3.

Hoe ziet de toegang tot de gemeentelijke dienstverlening ten aanzien van armoede en schulden er vanuit het perspectief van de cliënt uit?

4.

Welke inspanning wordt geleverd door de gemeente en de netwerken om alle inwoners in beeld te krijgen die gebruik zouden moeten/kunnen maken van armoede- en schuldenbeleid?

5.

In hoeverre zijn maatschappelijke partners in staat om vroegsignalering vorm te geven?

6.

Welke knelpunten worden door de netwerken ervaren met betrekking tot samenwerking en het behalen van doelen op het gebied van armoedebestrijding?

Formele netwerken Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) De SDD kent drie centrale opgaven, te weten: versterken bestaanszekerheid, ontwikkeling richting werk en zorg voor ondersteuning. Dit betreffen dus opgaven van de SDD en niet direct voor Sliedrecht. De diensten van de SDD zijn voor Sliedrecht vertegenwoordigd in het Bonkelaarhuis (WMO, schuldenhulpverlening, bijstand en participatie). Aanmeldingen kunnen via de SDD verlopen, als ook via het Bonkelaarhuis. Die samenwerking verloopt heel soepel, komt naar voren in de interviews. Alle interviewpartners geven aan dat de lokale context op een goede manier wordt meegenomen door de medewerkers van de Sociale Dienst Drechtsteden. Voor de SDD heeft de nieuwe regionale structuur op bestuurlijk niveau veel veranderd. Besluitvorming is arbeidsintensiever en duurt langer in de nieuwe structuur. Waar in het verleden de regionale samenwerking (het Algemeen en Dagelijks Bestuur) de primaire gesprekspartner was, zijn dat nu de besturen van de individuele gemeenten. Dit brengt ook risico's met zich mee zien de medewerkers van

21

de SDD. Zij geven aan dat de slagkracht en wendbaarheid van de organisatie om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen af is genomen door de nieuwe structuur, aangezien alle besluiten door de deelnemende gemeenten afzonderlijk genomen dienen te worden. Daarnaast zijn sommige ideeën alleen uitvoerbaar middels uniforme uitvoering en moeilijker te vertalen in gedifferentieerd beleid. Zij geven aan dat dit op termijn kan zorgen voor het afnemen van innovatiekracht van het sociaal domein als blijkt dat niet alle gemeenten bepaalde veranderingen door willen voeren. De mate waarin er gedifferentieerd beleidsuitvoeringsinstrumentarium mogelijk is moet verder worden bekeken en worden uitgeprobeerd in de praktijk. Ondanks dat de hierboven genoemde beperkingen bij meerdere gesprekspartners terugkomen is er een grote inzet om de nieuwe structuur te laten slagen. De politieke wens om meer regie te krijgen op het voorheen regionale beleid is sterker dan de praktische bezwaren die uit de verandering naar voren komen. Dit wordt onderschreven door alle gesprekspartners. Het Bonkelaarhuis In het Bonkelaarhuis worden de wettelijke en lokale taken van de gemeente uitgevoerd. De transitie in het Sociaal Domein in 2015 gaf een belangrijk impuls voor het ontstaan van het Bonkelaarhuis. Vanuit de gemeente was er de wens om diensten voor de jeugd en volwassenen samen te voegen.

Sindsdien zijn er steeds meer organisaties ondergebracht bij het Bonkelaarhuis. Ook vrijwilligers, die aan sommige de organisaties verbonden waren, kwamen zo bij het Bonkelaarhuis. De werknemers van de SDD zijn werkzaam in het Bonkelaarhuis. De samenwerking blijft in ontwikkeling, wordt in interviews aangegeven, omdat er elke keer een organisatie of verantwoordelijkheid bijkomt of afgaat. Organisaties mogen zich niet profileren als zijnde de betreffende organisatie binnen het Bonkelaarhuis. Ondanks het verschil in financiering tussen de organisaties, zijn de gevolgen daarvan niet merkbaar in het Bonkelaarhuis. Er wordt niet beconcurreerd, maar er wordt gedacht vanuit de mensen die hulp nodig hebben. In de interviews komt naar voren dat de samenwerking in tijden van minder geld/spanning, naar verwachting nog steeds goed zullen gaan. Mocht de samenwerking in de toekomst toch onder spanning komen te staan, kan de gemeente sturen met beleid en subsidiecontracten. Doordat er veel diensten samenkomen in het Bonkelaarhuis weten veel mensen het Bonkelaarhuis te vinden. Het startpunt van nieuw contact verloopt via de mail, telefoon of doordat iemand bij het Bonkelaarhuis binnenloopt. Voor vragen die kortdurende hulp behoeven, zoals het aanvragen van WMO, worden direct geholpen. Als er meer nodig is komt de cirkel toeleiding in zicht.

Twee jeugdprofessionals en twee volwassenprofessionals wegen de vraag en zetten deze uit bij de organisatie die het beste past bij de casus. Soms haakt er al een andere professional aan in deze fase. Tijdens een traject is het heel gemakkelijk om een professional van een ander beleidsterrein aan te laten haken, komt naar voren tijdens de interviews. De samenwerking loopt dus soepel tussen de professionals in het Bonkelaarhuis, ook beleidsdomein overstijgend. Knelpunt: verschillende organisaties - verschillende dossiers Doordat er meerdere organisaties actief zijn in het Bonkelaarhuis wordt er met verschillende dossiers en monitoringsmethodieken gewerkt. Dit wordt gezien als een obstakel door betrokken medewerkers. Het uitwisselen van dossiers mag enkel met toestemming van de klant/cliënt. De wens is er wel degelijk om te werken vanuit een gemeenschappelijk systeem. In het verleden is aan de hand van een pilot het gebruik van een gemeenschappelijk

22

systeem onderzocht. Dit kon enkel door de klant eigenaar van het dossier te laten zijn, en dat de professionals door de klant uitgenodigd werden. Dit stuitte echter op te veel obstakels. Betrokkenen geven aan dat het zou passen bij de huidige manier van samenwerking, om meer prioriteit te geven aan een gemeenschappelijk dossiersysteem.

Ondanks dat het Bonkelaarhuis een bekend begrip is in de gemeente Sliedrecht, klopt niet iedereen daar aan die hulp zou kunnen gebruiken van de diensten in het Bonkelaarhuis. Schaamte kan hierin een grote rol spelen. Dit is niet een specifiek probleem voor Sliedrecht maar kent haar weerslag in het hele land. In het Bonkelaarhuis komen van verschillende organisaties, zoals woningbouwcorporaties, namen met een adres of telefoonnummer door van inwoners die betalingsachterstanden hebben. Deze bevoegdheid komt voort uit de nieuwe wet Wgs. Vanuit het Bonkelaarhuis wordt met hen laagdrempelig contact gezocht, bijvoorbeeld door een appje te sturen. Op die manier wordt er geprobeerd om vertrouwen te winnen en een band op te bouwen. Als het contact wordt afgewezen, wordt dit gerespecteerd. In die gevallen wordt er wel een 'visitekaartje achtergelaten', zodat de mensen altijd contact kunnen zoeken als ze zich bijvoorbeeld bedacht hebben. Bevoegdheden om door te pakken zijn er niet vanuit het Bonkelaarhuis. Er zijn met het Bonkelaarhuis wel samenwerkingsafspraken met de woningbouwcorporaties om uithuiszetting te voorkomen. Sociaal Juridische Diensten Stichting Welzijnswerk Sliedrecht biedt met het aanbod van de Sociaal Juridische Diensten verschillende voorzieningen aan gericht op het bevorderen van de financiële zelfredzaamheid van de Sliedrechtse inwoners.

Onder de activiteiten van de Sociaal juridische Diensten vallen Hulp Bij Thuisadministratie, Bureau Sociaal Raadslieden en het Financieel Café. In 2020 kreeg Sociaal Juridische Diensten 750 hulpaanvragen en hadden zij 1621 cliëntencontacten.30 Bureau Sociaal Raadslieden richt zich op het zelfredzaam maken van inwoners om de participatie te bevorderen. Daarbij ligt de focus op de ingewikkelder geworden wet- en regelgeving en toenemende bureaucratie. Door spreekuren, cursussen en bijeenkomsten worden de inwoners geholpen met hun vragen. Daarnaast is er het Toeslagen Service Punt (TSP) van de Belastingdienst. De belastingdienst stuurt belangrijke informatie door naar het TSP, waardoor dit Punt altijd op de hoogte is van belangrijke ontwikkelingen. Tevens wordt er jaarlijks een service geboden waarin vrijwilligers helpen met het doen van belastingaangifte. Bureau Sociaal Raadslieden werkt nauw samen met het Sociaal Team Sliedrecht in het Bonkelaarhuis. Door samen op te trekken in dossiers kunnen inwoners van Sliedrecht beter ondersteund worden.31 Om grip te krijgen op financiën kunnen inwoners van de gemeente aankloppen bij Hulp bij Thuisadministratie (HBT). De ondersteuning is gericht op ontwikkeling en/of versterking van eigen kracht en mogelijkheden in de sociale omgeving. Binnen de dienst HBT participeren sinds 2015 de kerken uit Sliedrecht.

zij verwijzen cliënten door en leveren vrijwilligers aan. Vanuit de Schuldhulpverlening wordt er beroep gedaan op de HBT om mensen te ondersteunen bij het correct aanleveren van de benodigde stukken en het stabiliseren van budgetten. Door deze samenwerking met de Schuldhulpverlening werd uitval bij hen voorkomen. Het komt geregeld voor dat 30 31

Jaarverslag SWS 2020, pagina 62. Jaarverslag SWS 2020, pagina 36 t/m 39.

23

een casus naast hulp van HBT ook hulp nodig heeft van Bureau Sociaal Raadsleden. Door de directe koppeling kan hun kennis en kunde snel ingezet worden.32 Ten slotte richten de activiteiten van Vroegsignalering en het Financieel Café zich op de inwoners met een ondersteuningsvraag op financieel gebied en/of op dreigende financiële problemen. Volgens de organisaties kunnen het ontstaan van ernstige schulden voorkomen worden als de inwoners bij hen aankloppen. Het proces van een hulpvraag Een inwoner van Sliedrecht kan op meerdere manieren toegang krijgen tot gemeentelijke en regionale hulpverlening of ondersteuning. In veruit de meeste gevallen kloppen inwoners aan bij het Sociaal Team Sliedrecht, Stichting Welzijnswerk of lopen zij binnen bij het Bonkelaarhuis. Doordat Sliedrecht qua omvang vrij beperkt is, wordt er vanuit gegaan dat het Bonkelaarhuis bekend is bij inwoners, mocht dat niet zo zijn dan zijn de wijkteams en Stichting Welzijnswerk in de wijk aanwezig om toeleiding te verzorgen. Door een aanmelding op te starten gaat de aanmeldende organisatie in gesprek met de consulenten in het Bonkelaarhuis. In het geval van een rechtstreeks aanmelding via de internetsite van SDD, wordt de aanvraag verdeeld binnen de gehele afdeling.

Op basis van dit gesprek wordt een aanmelding officieel gemaakt, of wordt er geprobeerd om zonder officiële indicatie via informele netwerken de hulpvraag op te lossen. Mocht er bij een officiële aanvraag worden opgestart vindt er een gesprek plaats in het Bonkelaarhuis. Als er bij de cliënt als andere hulpverleners betrokken zijn, hebben zij de mogelijkheid om aan te sluiten bij het gesprek om een multidisciplinaire aanpak zeker te stellen. Op basis van dit gesprek wordt een plan opgesteld met de meest passende ondersteuning. In veel gevallen wordt deze ondersteuning vanuit het Bonkelaarhuis gecoördineerd. Het Bonkelaarhuis blijft ook het primaire aanspreekpunt voor de inwoner. Voor de inwoner is het dus niet van belang welke organisatie binnen het Bonkelaarhuis de hulpvraag oppakt. Binnen het Bonkelaarhuis wordt er gewerkt in twee kringen (ouderen en jongeren) met een eigen vergadertafel. In de kring wordt goed samengewerkt en er worden ideeën gedeeld om de dienstverlening te verbeteren. Ook tussen de kringen vindt uitwisseling plaats. Mocht een casus behoefte hebben aan een breder perspectief, of omdat er meer doelgroepen bij betrokken zijn, kan er snel worden geschakeld en samenwerking worden ingericht. Dit heeft ook een voordeel in de vroegsignalering. Op deze manier zijn ook andere disciplines zoals schoolmaatschappelijkwerk, jeugd en WMO aangehaakt.

Op deze manier kan er vanuit verschillende disciplines worden samengewerkt om inwoners uit Sliedrecht optimaal te helpen. Formalisering van de samenwerking In de DVO (dienstverleningsovereenkomst) met het Bonkelaarhuis hebben de gemeente en formele partners afspraken gemaakt over aansturing en samenwerking. Hierin staat bijvoorbeeld ook vastgelegd dat de SDD mede verantwoordelijk is voor de bemensing van het startpunt (de balie33) in het Bonkelaarhuis. Verder wordt er gewerkt aan een samenwerkingsagenda dat ten grondslag ligt aan de samenwerking tussen lokaal en regionaal georganiseerde dienstverlening. Dat maakt ook deel uit van de 32

Jaarverslag SWS 2020, pagina 40 t/m 42. De balie klinkt wellicht als een vrij beperkte taak, maar staat in deze context voor aanmelding, toeleiding, triage en oppakken van lichte hulpvragen 33

24

visie van de SDD. Binnen de visie wordt nadrukkelijk ook het belang onderschreven om ook fysiek in de gemeente aanwezig te zijn. In Sliedrecht lopen ze hier voor op andere gemeenten, mede omdat ze eerder zijn begonnen. In andere gemeenten heerst wel hetzelfde gedachtegoed, maar met andere varianten. Voor de schuldhulpverlening is bereikbaarheid heel belangrijk en vanuit het Bonkelaarhuis worden de mensen gemakkelijker bereikt. De huisarts en praktijkondersteuner De huisarts en de praktijkondersteuner. horen noch bij het formele, noch bij het informele netwerk, maar zij krijgen wél de (gevolgen van) armoede en schulden te zien. Psychische problemen, met soms lichamelijke uitwerkingen, kunnen hun oorsprong onder meer kennen in financiën. Financiële problemen kunnen door de huisarts 'ontdekt' worden doordat patiënten aangeven dat ze de fysio niet kunnen betalen, of geen medicijnen willen die buiten het eigen risico vallen. Er is geen officiële weg die huisartsen in de gemeente kunnen bewandelen om dit bij bijvoorbeeld een loket te melden. In het gesprek komt naar voren dat zij wel eens een brief meegeven voor het Bonkelaarhuis. De patiënten worden dus de juiste richting opgestuurd, zonder dat daar een officieel stappenplan voor is.

De POH-GGZ heeft contact met de SDD middels multidisciplinaire overleggen in het Bonkelaarhuis en verzorgt soms warme overdrachten naar het Bonkelaarhuis. Ook zijn zij soms betrokken bij intakegesprekken bij het Bonkelaarhuis. Er is geen officiële lijn richting vroegsignalering. Knelpunt: bekendheid van de medewerker vroegsignalering Opvallend in gesprekken met informele partners en huisartsen was dat niet in alle gevallen de medewerker Vroegsignalering bekend is bij de gesprekspartners. Gezien dat de taak relatief nieuw is, is dit niet bijzonder. Wel is het wenselijk om de bekendheid van deze medewerker ook bij partners bekend te maken.

Informele netwerken Sliedrecht: een hechte gemeenschap Naast het formele netwerk, speelt in Sliedrecht het informele netwerk een grote rol bij (vroegsignalering van) armoede en schulden. Doordat de gemeente zich kenmerkt als een hechte gemeenschap, spelen informele partners een grote rol in de samenleving. Hier is Sliedrecht niet uniek in. In veel gemeenten met een gelijke signatuur als Sliedrecht, in de regio maar ook daarbuiten, wordt een groot beroep op de samenleving gedaan. Knelpunt: een groot maatschappelijk vangnet, een kracht en een risico In het gehele sociale domein is een nadrukkelijke rol weggelegd voor de maatschappij. In de gemeente Sliedrecht is van oudsher een sterk maatschappelijk vangnet aanwezig. Dit is een kans, maar soms ook een uitdaging. Het duurt vaak lang voordat mensen aan de bel trekken bij problemen, wat een (te voorkomen) verergering ervan tot gevolg kan hebben. Daarom moeten er voldoende plekken van vroegsignalering zijn, zodat inwoners op tijd hulp aangeboden kunnen krijgen. Dit vraagt op sommige punten een andere houding van de gemeente. Denk aan het proactief in contact treden met partners voor vroegsignalering. Dit verhoogt de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid, en draagt bij aan het realiseren van de eigen doelstellingen.

25

Geloofsgemeenschappen Uit de interviews met de gemeente en de formele netwerken komt naar voren dat de kerken een belangrijke speler zijn.34 Wijkteams werken veel samen met kerken om zo hun bereik te vergroten. Tegelijkertijd wordt ingeschat dat kerken mensen helpen met giften als zij in armoede en/of schulden leven. Een daad die wordt gewaardeerd door de gesprekspartners, maar ook een schaduwkant kent. Het kan er namelijk voor zorgen dat de problemen van inwoners worden gedempt maar niet verholpen. Met andere woorden: financiële bijstand door de kerk kan ervoor zorgen dat onderliggende problemen niet worden aangepakt, omdat ze geen contact opnemen met professionele hulpverleners. Giften van de kerken gaan niet enkel naar de inwoners, maar ook vanuit het Bonkelaarhuis wordt er soms een beroep op giften gedaan van de kerk. Daardoor kunnen zaken vergoedt worden, die de SDD niet zou vergoeden. Het contact met de kerken is sterk, zo komt naar voren in de interviews. Zij zijn betrokken bij de ketenpartnerbijeenkomst SUN en de gemeente voert twee maal per jaar overleggen met de diaconieën. Knelpunt: contact met de moskee Een religieuze instelling die een minder prominente plek heeft, is de moskee. Deze gemeenschap is hechter dan de kerkelijke gemeenschap en kent beperkingen in de hulpverlening vanwege een andere problematiek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/481/documents/6083