Regionale Energie Strategie 1.0 Drechtsteden.pdf
Tekst van het document
Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
Voorwoord
5 Energiegebruik gebouwde omgeving
7 Zon op dak
11 Energiesysteem 2030-2050
12 Het vervolg
Samenvatting 1 Inleiding
6 Vervolgstappen
8 Zon en restruimten 9 Grootschalige opwekking van duurzame energie
2 Context
3 Participatie
10 Regionale Structuur Warmte
4 De hoogsthaalbare maatschappelijke opbrengst
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
2
Bijlagen
Afkortingenlijst
A.
Onderbouwing bod
AVI
Afvalverbrandingsinstallatie
B.
Participatiestrategie RES 1.0
BAG
Basisregistratie Adressen en Gebouwen
C.
Participatiestrategie zon en wind
CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
D.
Communicatie en participatieplatform ‘Denk Mee!’
GFT
Groente-, tuin- en fruitafval
E.
Landschap en ruimtegebruik
HS
Hoogspanning
F.
Netimpact elektriciteitsnet
HT
Hoge temperatuur
G.
Onderzoekstraject restruimten
KEV
Klimaat – en Energieverkenning
H.
Onderzoekstraject zoekgebieden
LEV
Light electric vehicle
I.
Warmte
LS
Laagspanning
J.
Potentie groen gas
LT
Lage temperatuur
K.
Omgevingsvisies
MIRT
Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport
MKB
Middel- en kleinbedrijf
MT
Midden-temperatuur
NAL
Nationale Aanpak Laadinfrastructuur
NOVI
Nationale Omgevingswet
OZHZ
Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid
PARK
Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit
PBL
Planbureau voor de Leefomgeving
RAL
Regionale Aanpak Laadinfrastructuur
REL
Regionaal Energieloket
RES
Regionale Energiestrategie
RMP
Regionaal Mobiliteitsprogramma
ROB
Raad voor het Openbaar Bestuur
RREW Regeling Reductie Energiegebruik Woningen
Inleiding
RSW
Regionale Structuur Warmte
RWZI
Rioolwaterzuiveringsinstallatie
SVI
Slibverbrandingsinstallatie
TS
Tussenspanning
TVW
Transitievisie Warmte
TWh
TeraWattuur (1 TWh is 3,6 petajoule)
VvE
Vereniging van Eigenaren
WKO
Warmte- en koudeopslag
WEQ
Woningequivalenten
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
3
Inleiding Voorwoord
2
Samenvatting
2.1 Wat is er aan de hand?
4
Context
De hoogst haalbare maatschappelijke opbrengst
2.2 Wat doen we er aan? 2.3 Typering van de regio
1
Inleiding
3
Participatie
1.1 Inleiding
3.1 Introductie
1.2 Ons bod
3.2 Maatschappelijke participatie
1.3 Leeswijzer
3.3 Bestuurlijke participatie 3.4 Maatschappelijke participatie natuur en wind
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
4
Voorwoord
D
e Drechtsteden gaan samen voor nieuwe
naar een nieuw energiesysteem in onze regio écht
energie. We werken toe naar een duurzaam
duurzaam maken. Niet alleen in ecologische zin
systeem voor het opwekken van elektriciteit en
door over te stappen op duurzame energiebron-
het verwarmen van onze gebouwde omgeving. We
nen, maar ook in sociale en economische zin.
doen dit omdat ons huidige systeem veel CO2 uitstoot en daarmee bijdraagt aan de opwarming van
Met het vaststellen van deze Regionale Energiestra-
de aarde, met veel negatieve gevolgen voor het kli-
tegie zijn we er nog niet. De RES is een belangrijk
maat. Het is een immense en urgente opgave waar
beleidsdocument dat vertaling vraagt naar lokale
we de komende jaren de schouders onder moeten
projecten en (ruimtelijk) beleid. Partijen zijn aan zet
zetten, zodat we een leefbare aarde kunnen door-
om dit samen met inwoners en andere lokale sta-
geven aan de generaties na ons.
keholders op te pakken. Waterschappen, provincie en gemeenten dragen ieder naar hun eigen bevoegdheden en mogelijkheden bij aan de aanpak.
In de Drechtsteden streven we nadrukkelijk naar een rechtvaardige energietransitie waar de lusten en lasten eerlijk worden verdeeld en waarin nie-
We kiezen in de Drechtsteden voor een realistische
mand achter blijft. De balans met onze regionale
en nuchtere aanpak die begrepen en gedragen
en lokale economie, leefbaarheid en kwaliteit van
wordt door inwoners, ondernemers en maat-
landschap en natuur staat hierbij voorop.
schappelijke partners in de regio. We trekken in de komende jaren samen op om de strategie in
Het is daarom belangrijk om goed doordachte keu-
uitvoering te brengen en spelen waar en wanneer
zes te maken die kunnen rekenen op draagvlak.
nodig in op nieuwe ontwikkelingen. We gaan sa-
We hebben ruim een jaar de tijd genomen om
men voor nieuwe energie!
beleid op te stellen én een intensief participatieNamens het Bestuurlijk Overleg RES,
proces te doorlopen om inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en overheden bij dit
Jacqueline van Dongen
vraagstuk te betrekken.
Voorzitter Op basis van dit proces zijn we gekomen tot een gedeelde en gedragen visie op de toekomst van ons energiesysteem. Een systeem dat iedereen in de Drechtsteden voorziet van schone, duurzame en betaalbare energie. Onze visie hebben we vastgelegd in de Regionale Energiestrategie 1.0. Het uitvoeren van onze energiestrategie vergt inzet op energiebesparing, de duurzame opwekking van elektriciteit, de verduurzaming van mobiliteit én de warmtetransitie. Bovendien willen we de transitie
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
5
Samenvatting
D
e globale temperatuur is sinds de negentien-
van een gedegen analyse, keuzes te maken die
Energiegebruik in de gebouwde omgeving
de eeuw met ruim een graad Celsius toege-
kunnen rekenen op een breed draagvlak in onze
De energietransitie en het reduceren van de
nomen. De opwarming van de aarde zet langzaam
samenleving. Een praktische aanpak met een ‘ge-
CO2-uitstoot beginnen in onze regio bij energie-
maar zeker een groot aantal veranderingen in
zonde dosis nuchterheid’ staat hierbij centraal.
besparing. Energie die niet wordt gebruikt, hoeft immers niet te worden opgewekt. Ook kunnen we
gang, van stijgende zeeniveaus tot groeiende woestijnen. Als de opwarming van de aarde tot
Bovendien willen we de energietransitie nadruk-
de warmtetransitie alleen realiseren als gebouwen
boven de 1,5 graden Celsius komt, zal er onom-
kelijk realiseren met de hoogst haalbare maat-
transitie gereed zijn. Een (aardgasvrije) warmte-
keerbare schade aan de ecosystemen op aarde
schappelijke opbrengst. We gaan daarom voor een
bron met lagere temperatuur vraagt namelijk om
zijn aangericht. Om de aarde leefbaar te houden
betaalbare, betrouwbare, duurzame en rechtvaar-
meer isolatie om woon -en werkcomfort te garan-
voor komende generaties is het daarom belangrijk
dige energievoorziening, waarbij de balans met
deren.
om het klimaat zo snel mogelijk te stabiliseren.
onze regionale en lokale economie, leefbaarheid en kwaliteit van landschap en natuur voorop staat.
In 2030 willen we tenminste 20% minder energie
In 2019 werd het Nederlandse Klimaatakkoord ge-
We spelen hiermee actief in op kansen voor onder
gebruiken in de gebouwde omgeving ten opzichte
publiceerd. In het akkoord staat hoe Nederland de
andere werkgelegenheid en het versterken van
van 2020. Om dit doel te realiseren zien we het als
afspraken uit de klimaatovereenkomst van Parijs
onze sociaal economische positie.
onze taak om inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners handelingsperspectief te
nationaal uit gaat werken. Het doel is om onze nationale CO2-uitstoot in 2030 met 49% te reduceren
Participatie
bieden en hen te stimuleren om zoveel mogelijk
vergeleken met 1990. Dit is een belangrijke stap
Iedereen in de Drechtsteden krijgt te maken met
energie te besparen. Ook zien we hierbij een be-
voor het lange termijndoel om in 2050 tenminste
de energietransitie. Daarom is het belangrijk dat
langrijke voorbeeldfunctie voor (lokale) overheden.
95% minder CO2 uit te stoten. De energietransi-
ook iedereen de kans krijgt om mee te denken
tie is een belangrijke opgave om deze doelen te
en te doen. Nu, en bij alle stappen tot 2030. De
Energiegebruik mobiliteit
bereiken.
Drechtsteden zetten participatie met de hele sa-
Mobiliteit is een van de vijf belangrijke sectoren
menleving daarom centraal. Ons doel is om zoveel
waar in het Klimaatakkoord afspraken over zijn
Voor een deel van deze opgave is Nederland op-
mogelijk belanghebbenden te betrekken zodat
gemaakt. Ook deze sector gaat overstappen van
gedeeld in 30 regio’s. In de Regionale Energiestra-
onze stappen naar een duurzaam energiesysteem
fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energie-
tegie 1.0 (RES 1.0) beschrijft elke energieregio de
écht duurzaam zijn en gedragen worden.
bronnen om zo de CO2-uitstoot te verminderen.
eigen keuzes en afwegingen in relatie tot de ener-
Hiervoor moet nog veel gebeuren, de sector is
gietransitie. Dit is de RES 1.0 van de Drechtsteden.
In het proces richting de RES 1.0 hebben we on-
momenteel bijna geheel afhankelijk van fossiele
We bouwen in dit document voort op het Toe-
derzocht hoe we tot een realistisch en gedragen
brandstoffen.
komstperspectief Drechtsteden Energieneutraal
bod en aanpak kunnen komen. Een bod en aanpak
2050, de Energiestrategie Drechtsteden Energie-
die niet alleen aansluiten bij de mogelijkheden van
neutraal uit 2017 én de concept-RES uit 2020.
onze regio, maar ook bij de wensen en ideeën van
veel afhangen van eisen die het Rijk en de Europe-
Veel mobiliteit is niet regio gebonden. Daarom zal
onze inwoners. Ons doel was om wederzijds be-
se Unie stellen aan brandstofgebruik en emissies
Onze aanpak: nuchter, betaalbaar en
grip te creëren voor elkaars standpunten, uitwer-
van voertuigen. Desalniettemin zijn er ook veel
evenwichtig
kingen en ideeën. Het is tenslotte belangrijk dat we
manieren waarop we als regio wel kunnen bij-
In de Drechtsteden streven we naar een energie-
stappen nemen die draagvlak hebben, en niet dat
dragen aan de verduurzaming van de sector. Zo
transitie waar de lusten en lasten eerlijk worden
we draagvlak creëren voor van tevoren bepaalde
werken we aan een uitgebreide laadinfrastructuur,
verdeeld. Het is voor ons belangrijk om, op basis
stappen.
aan de vernieuwing van OV-bussen, het stimuleren
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
6
van fietsgebruik via een fietsstimuleringsprogramma én het
echter niet. Daarom willen wij opwekking van zonne-energie
restruimten en grootschalige opwekking van zonne-energie en
plaatsen van meer fietsstallingen.
in restruimten onder strikte voorwaarden en criteria toestaan.
windenergie in vier uitwerkingsgebieden.
Ook heeft het participatief ontwerpend onderzoek geleid tot
Energiebronnen
vier uitwerkingsgebieden waar de betreffende gemeenten duurzame opwekking van energie onder strikte randvoorwaarden en criteria willen toestaan.
Elektriciteit De nationale opgave van de dertig RES-regio’s is om in 2030 minstens 35 TWh aan hernieuwbare elektriciteit op te wekken
Gebaseerd op zorgvuldige overwegingen, ons participatie-
op land. We willen in de Drechtsteden een eerlijk en realistisch
proces én landschappelijk en technisch onderzoek, zijn wij
deel van deze opgave op ons nemen.
gekomen tot een bod van 0,37 TWh aan duurzame energie-
opwekking in 2030. Dit bod is realistisch én betekent dat onze Opwekking duurzame Opwekking elektriciteit: duurzame Ons bod elektriciteit: Ons bod
regio een eerlijk deel van de landelijke opgave op zich neemt. We kiezen ervoor om zoveel mogelijk elektriciteit op te wekOns totaalbod is om in 2030 Ons 0,37 totaalbod TWh aanisduurzame om in 2030elektriciteit 0,37 TWh aan binnen duurzame de regio elektriciteit binnen de regio Het bod bestaat uit hoge inzet op zon op dak, zonnepanelen in ken middels zon op dak. Met zon op dak alleen komen we er op te wekken. Daarbij dragen op tewe wekken. 1,1% bijDaarbij aan dedragen nationale we opgave 1,1% bijvan aan35 deTWh. nationale opgave van 35 TWh.
1
2 Zon op dak
Zon & wind
In uitwerkingsgebieden 7 Kijfhoek, A15, A16 westzijde en de Betuwelijn 0,11 TWh
7 In uitwerkingsgebieden Kijfhoek, A15, A16 westzijde en de Betuwelijn 0,11 TWh
2
In restruimten 0,02 TWh
6
In restruimten 0,02 TWh
In de pijplijn 0,04 TWh
3
5
In de pijplijn 0,004 TWh
5
In de pijplijn 0,004 TWh
Aanvullend 0,15 TWh
4
Al gerealiseerd 0,03 TWh
4
Al gerealiseerd 0,03 TWh 6
6
2
h i7n 2 W T TWh in 20 1 Gerealiseerd 7 7 0 3 30 0,3 30 0,02 TWh 0,
0,16 TWh
elektriciteit binnen de regio op te wekken. Daarbij dragen we 1,1% bij aan de nationale opgave van 35 TWh.
Duurzame,lokale lokalebronnen in 2030 Duurzame, We doen meer dan ons bod wordt gerekend. Duurzame warmtebronnen in tot 2030 bronnen en kleinschalig zon op dak tellen niet voor ons bod, maar We doen meer dan tot ons bod dragen wel mee aan een duurzaam energiesysteem. wordt gerekend. Duurzame warmtebronnen en kleinschalig zon op dak tellen niet voor ons Zon & wind grootschalig bod, maar dragen wel mee aan een 0,16 TWh (bod) duurzaam energiesysteem.
Totaal zon op dak
0,21 TWh
6 3
Totaal zon & wind
Ons totaalbod is om in 2030 0,37 TWh aan duurzame
1
Zon & wind 7
Opwekking duurzame elektriciteit: Ons bod
Totaal zon 5& wind
3
5
0,16 TWh
4
Zon & wind grootschalig 0,16 TWh (bod) Zon op dak grootschalig 0,21 TWh (bod) Zon op dak grootschalig Zon dak(bod) kleinschalig 0,21op TWh 0,07 TWh Warmte ZonTWh op dak kleinschalig 0,16 0,07 TWh
4
Warmte Totaal lokale, duurzame energie in 2030 0,16 TWh TWh
0,60
Totaal lokale, duurzame energie in 2030
Afbeelding 1: Ons bod
0,60 TWh Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
7
Het vervolg
Daarnaast streven we nadrukkelijk naar een rechtvaardige
minstens 1,5 miljoen woningen aardgasvrij te maken. De com-
Lokale borging
deeld en waarin niemand achter blijft. Met oog hierop kiezen
pactheid en bevolkingsdichtheid in onze regio bieden goede
De plannen uit de RES 1.0 kunnen pas worden uitgevoerd
wij in deze tussenfase voor een aanpak waarbij wij inwoners
kansen voor deze opgave. We hebben bovendien al collectieve
nadat deze zijn vastgelegd in het gemeentelijke en provinciale
en bedrijven stimuleren en faciliteren om stappen te zetten
warmtenetten in meerdere gemeenten en een divers aanbod
beleid en de regels voor de leefomgeving. Nad het regionale
waar het al wel kan of op basis van geldende wetgeving nood-
aan warmtebronnen.
proces waarin de RES 1.0 is opgesteld volgt daarom nog een
zakelijk is, maar maken wij bewust een pas op de plaats met
lokaal proces om de plannen in de lokale omgevingsvisies en
betrekking tot stappen die nog niet haalbaar en betaalbaar
Met oog op deze gunstige uitgangspositie willen we in de
programma’s vast te leggen. Pas hierna kunnen initiatiefne-
gezet kunnen worden.
Drechtsteden voor 2030 tenminste 12.000 woningequivalen-
mers een vergunning aanvragen om uitvoering te geven aan
ten aardgasvrij maken door middel van een aansluiting op een
een passend project.
Warmte De nationale opgave van de dertig RES-regio’s is om in 2030
energietransitie waar de lusten en lasten eerlijk worden ver-
Beperken van opwarming van de aarde Omdat de realisatie van het Klimaatakkoord niet op schema
warmtenet. Liever nog sluiten we voor 2030 tenminste 25.000 woningequivalenten op een warmtenet aan. Dit zou overeen-
De decentrale overheden zijn zelf verantwoordelijk voor deze
ligt en nieuwe metingen laten zien dat de opwarming van de
komen met 0,16 TWh aan duurzame energie.
borging in de eigen lokale beleidskaders, die op dit moment
aarde sneller gaat dan verwacht, zijn er mogelijk aanvullende
onder andere voortkomen uit de Wet ruimtelijk ordening
stappen nodig om de opwarming van de aarde voldoende te
Energiesysteem
(Wro). De borging van de RES 1.0 in het lokale beleid is een
beperken. Het nieuwe kabinet zal naar verwachting besluiten
Ons energiesysteem verandert stapsgewijs. We schakelen over
proces waar ruimte is voor lokale bestuurlijke afwegingen
om de CO2-uitstoot voor 2030 met 55 procent (in plaats van
van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen, de
en zorgvuldige afstemming met ambities uit aangrenzende
49) te verminderen. Een soortgelijk besluit zullen ook leiden
energievoorziening wordt meer decentraal georganiseerd en
domeinen.
tot benodigde aanscherpingen op de RES 1.0.
we komen met slimme en efficiënte oplossingen om de pieken in vraag en aanbod op te vangen en te overbruggen. We zetten
Financiële consequenties
hierbij samen met stakeholders in op een duurzaam, betrouw-
Het uitvoeren van onze energiestrategie vergt inzet op ener-
baar, betaalbaar en efficiënt energiesysteem.
giebesparing, de opwekking van duurzame energie, de verduurzaming van mobiliteit én de warmtetransitie. Om dit
Hierin staan de volgende principes centraal: (I) Stapsgewijze en
allemaal in goede banen te leiden, is het belangrijk om in de
integrale aanpak; (II) Energie-efficiëntie en energiebesparing;
komende jaren te zorgen voor een goede organisatie, aanstu-
(III) Hoogwaardige benutting van lokale bronnen; (IV) Flexibili-
ring en uitwerking.
teit en (V) Niet afwentelen. Daarnaast vraagt de uitvoering van de strategie om investerinOok na 2030 moeten er nog grote stappen worden gezet om
gen in gebouwen en infrastructuur. Deze benodigde investe-
ons energiesysteem te verduurzamen. We houden technologi-
ringen moeten deels door (lokale) overheden, maar ook door
sche ontwikkelingen en innovaties daarom nauwlettend in de
inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners worden
gaten. We kunnen zo inspelen op belangrijke veranderingen.
gedaan. Op dit moment is (landelijke) wet en regelgeving nog in ontwikkeling en zijn er onvoldoende subsidies en andersoortige (financiële) regelingen om de benodigde investeringen voor iedereen haalbaar en betaalbaar te maken.
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
8
1 Inleiding
1.1
D
Inleiding
steden een eerlijk en realistisch deel van deze
en braakliggende terreinen. De randvoorwaarden
opgave op ons nemen.
en criteria die hierop van toepassing zijn, baseren wij onder andere op het grote aantal reacties dat
it is de RES 1.0 van de regio Drechtsteden,1
Terwijl er uit enquêtes naar voren komt dat zeven
hierop via ons participatieplatform ‘Denk mee!’ is
een van de dertig energieregio’s uit het
op de tien inwoners de energietransitie belangrijk
verkregen.
Klimaatakkoord. De regio’s onderzoeken hoe
vinden, is het draagvlak voor de opwekking van
en waar duurzame elektriciteit op land (zon en
duurzame energie in onze open landschappen en
Grootschalige energieopwekking
wind) opgewekt kan worden en welke duurzame
natuurgebieden beperkt. Tijdens de consultatie-
De afgelopen vijf maanden is er een uitgebreid
warmtebronnen te gebruiken zijn zodat gebou-
bijeenkomsten met volksvertegenwoordigers en
participatief ontwerpend onderzoek uitgevoerd in
wen van het aardgas af kunnen. Waar is ruimte en
tijdens het maatschappelijke participatietraject
de eerder aangewezen zoekgebieden bij rangeer-
hoeveel? En wat betekent dit voor het landschap
bleek er bovendien veel terughoudendheid te zijn
terrein Kijfhoek, langs de A15 en langs de A16. Dit
en voor de mensen die er wonen en werken?
rond de inzet van windturbines. Dit maakt dat we
heeft geleid tot een viertal uitwerkingsgebieden
Het Klimaatakkoord heeft de 30 energieregio’s
uitermate terughoudend zijn met het toestaan van
waar gemeenten de duurzame opwekking van
als doel gesteld om in 2030 samen 35 TWh aan
opwekking van zonne- en windenergie in deze ge-
elektriciteit onder strikte randvoorwaarden en
duurzame elektriciteit grootschalig op te wekken
bieden en dat we gebruik maken van twee andere
criteria willen toestaan. Bij Kijfhoek, langs de A15
en 1,5 miljoen bestaande gebouwen aardgasvrij
eigenschappen van onze regio: dichte bebouwing
en langs de Betuwelijn betreft dit mogelijkheden
te maken.
en veel grote daken.
voor zonne-energie. Het uitwerkingsgebied langs de A16 westzijde leent zich voor grootschalige
In een Regionale Energiestrategie (RES) beschrijft
Zon op dak als eerste keuze
opwekking middels zon, waarbij windenergie met
elke energieregio de eigen keuzes en afwegingen.
We kiezen ervoor om zoveel mogelijk elektriciteit
inachtneming van de Dordtse structuurvisie wind
Dit document beschrijft de aanpak in de energiere-
op te wekken middels zon op daken. Dit draagt
niet op voorhand wordt uitgesloten.
gio Drechtsteden. Hierbij bouwen we in onze regio
bij aan de gewenste bescherming van het land-
voort op het Toekomstperspectief Drechtsteden
schap. Alles dat op daken wordt opgewekt, hoeft
Gebaseerd op deze overwegingen, ons participa-
Energieneutraal 2050, de Energiestrategie Drecht-
niet elders in het openbare landschap opgewekt
tieproces én landschappelijk en technisch onder-
steden Energieneutraal uit 2017 én de concept-RES
te worden. Opwekking van duurzame elektriciteit
zoek, zijn wij gekomen tot een bod van 0,37 TWh
uit 2020.
op daken genoot ook nadrukkelijk de voorkeur in
aan duurzame energieopwekking in 2030. Dit bod
onze participatiegesprekken en online enquêtes
is realistisch én betekent dat onze regio een eerlijk
over duurzame energieopwekking.
deel van de landelijke opgave op zich neemt. Dit bod bestaat uit zonnepanelen in restruimten,
1.2 Ons bod
We gaan door met zon
grootschalige opwekking doormiddel van zon en
Met zon op daken alleen komen we er echter niet.
wind in vier uitwerkingsgebieden en vooral een
Duurzame elektriciteit
Daarom willen wij opwekking van duurzame elek-
hoge inzet op zon op dak.
De nationale opgave van de 30 RES-regio’s is om in
triciteit met zonnepanelen onder strikte voorwaar-
2030 minstens 35 TWh aan hernieuwbare elektrici-
den toestaan in restruimten. Het gaat hierbij onder
De opbouw van het bod is op de volgende pagina
teit op te wekken op land. We willen in de Drecht-
andere over bermen, (voormalige) stortplaatsen
geïllustreerd.
1
Deze RES 1.0 is opgesteld door de gemeenten van de regio Drechtsteden (Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht), Provincie Zuid-Holland en de waterschappen Hollandse Delta en Rivierenland.
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
9
Opwekking duurzame elektriciteit: Ons bod Ons totaalbod is om in 2030 0,37 TWh aan duurzame elektriciteit binnen de regio op te wekken. Daarbij dragen we 1,1% bij aan de nationale opgave van 35 TWh.
Opwekking duurzame Opwekking elektriciteit: duurzame Ons bod elektriciteit: Ons bod Ons totaalbod is om in 2030 Ons 0,37 totaalbod TWh aanisduurzame om in 2030elektriciteit 0,37 TWh aan binnen duurzame de regio elektriciteit binnen de regio op te wekken. Daarbij dragen op tewe wekken. 1,1% bijDaarbij aan dedragen nationale we opgave 1,1% bijvan aan35 deTWh. nationale opgave van 35 TWh.
1
1 2 Zon op dak
Zon & wind
Zon & wind
In uitwerkingsgebieden 7 Kijfhoek, A15, A16 westzijde en de Betuwelijn 0,11 TWh
7 In uitwerkingsgebieden Kijfhoek, A15, A16 westzijde en de Betuwelijn 0,11 TWh
2
In restruimten 0,02 TWh
6
In restruimten 0,02 TWh
In de pijplijn 0,04 TWh
3
5
In de pijplijn 0,004 TWh
5
In de pijplijn 0,004 TWh
Aanvullend 0,15 TWh
4
Al gerealiseerd 0,03 TWh
4
Al gerealiseerd 0,03 TWh 6
7
6
2
7 h in 2 TWh in 20 7 7 TW 03 1 Gerealiseerd 3 3 3 , , 00 0 0,02 TWh 0
0,16 TWh
bronnen en kleinschalig zon op dak tellen niet voor ons bod, maar We doen meer dan tot ons bod dragen wel mee aan een duurzaam energiesysteem. wordt gerekend. Duurzame warmtebronnen en kleinschalig zon op dak tellen niet voor ons Zon & wind grootschalig bod, maar dragen wel mee aan een 0,16 TWh (bod) duurzaam energiesysteem.
Totaal zon op dak
0,21 TWh
6 3
Totaal zon & wind
Duurzame,lokale lokalebronnen in 2030 Duurzame, We doen meer dan ons bod wordt gerekend. Duurzame warmtebronnen in tot 2030
Totaal zon 5& wind
3
5
0,16 TWh
4
Zon & wind grootschalig 0,16 TWh (bod) Zon op dak grootschalig 0,21 TWh (bod) Zon op dak grootschalig Zon dak(bod) kleinschalig 0,21op TWh 0,07 TWh Warmte ZonTWh op dak kleinschalig 0,16 0,07 TWh
4
Warmte Totaal lokale, duurzame energie in 2030 0,16 TWh TWh
0,60
Totaal lokale, duurzame energie in 2030
0,60 TWh
Afbeelding 2: Ons bod voor duurzame elektriciteitsopwekking
Inleiding
Afbeelding 3: Totaal aan lokale, duurzame energie in de regio in 2030
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
10
Duurzame warmte
Totaal aan duurzame, lokale energiebronnen
De compactheid en bevolkingsdichtheid in onze regio bieden
Ons bod voor duurzame energieopwekking beslaat enkel
goede kansen voor de warmtetransitie. We hebben al collec-
grootschalige elektriciteitsopwekking middels zon en wind op
tieve warmtenetten in meerdere gemeenten en een divers
land. Andere vormen van duurzame elektriciteitsopwekking,
aanbod aan warmtebronnen. Op basis hiervan hebben wij de
zoals kleinschalige zon op dak, zijn niet meegerekend in dit
volgende keuzes gemaakt:
bod. Ook de duurzame energie uit lokale warmtebronnen
• We hebben een voorkeur voor het benutten van direct
wordt niet meegerekend. Deze elementen dragen echter wel
bruikbare warmte, zoals geothermie en restwarmte met
degelijk bij aan een duurzaam energiesysteem. Het totaalover-
een hoge temperatuur;
zicht van de energie die onze regio in 2030 haalt uit lokale en
• Onze tweede voorkeur gaat uit naar met warmtepompen
duurzame bronnen, is te zien in afbeelding 3.
en elektriciteit op te waarderen warmte, zoals aquathermie, restwarmte met een lage temperatuur of retourwarmte van een warmtenet; • Minder voorkeur gaat uit naar de toepassing van te maken
1.3 Leeswijzer
warmte, bijvoorbeeld uit hernieuwbare gassen zoals groene waterstof en groen gas. Voor de meeste woningen zijn er
Deze RES is opgedeeld in drie delen. Na bespreking van de
meer geschikte alternatieven. Bovendien is het de verwach-
context (hoofdstuk 2), de totstandkoming van de strategie
ting dat hernieuwbare gassen pas na 2030 grootschalig
(hoofdstuk 3) en de basisprincipes van onze aanpak (hoofd-
toegepast kunnen worden.
stuk 4) volgt Deel I: Energiegebruik
. In deel I behandelen
we de onderdelen van de strategie die zich op de energievraag Wij komen op basis van deze keuzes tot een bod van het
richten. Dat zijn energiebesparing (hoofdstuk 5) en mobiliteit
aardgasvrij maken van 12.000 bestaande woningequivalenten.
(hoofdstuk 6).
Deze worden in samenwerking met en door onze maatschappelijke partners vóór 2030 aangesloten op een warmtenet.
Vervolgens behandelen we in Deel II: Energiebronnen
De bronnen voor de warmtenetten worden stap voor stap
vraagstuk hoe we onze huidige, niet-duurzame energiebron-
verduurzaamd. Als in 2030 de warmte voor de 12.000 wo-
nen kunnen vervangen voor schonere alternatieven. Voor
ningequivalenten voor minimaal 50% duurzaam is, komt dat
elektriciteit zetten we groot in op zon op dak (hoofdstuk 7),
overeen met 0,06 TWh. Het percentage aan duurzame warmte
maar ook op zon in restruimten (hoofdstuk 8) en grootschalige
zal gestaag toenemen.
opwekking (hoofdstuk 9). Tot slot brengen we in kaart wat het
het
potentieel van lokale warmtebronnen in de regio is (hoofdstuk Wij hebben de intentie om méér dan 12.000 woningequivalen-
10).
ten van het aardgas te halen en willen voor 2030 in totaal het liefst 25.000 woningequivalenten op een warmtenet aanslui-
In Deel III: Energiesysteem
ten. Dit zou overeenkomen met 0,12 TWh. De haalbaarheid
ons energiesysteem er nu voor, en waar kunnen we naartoe
van deze ambitie wordt voor een groot deel bepaald door de
ontwikkelen in 2030 en 2050? Dit bespreken we in hoofdstuk
economische haalbaarheid.
11. Ten slotte bespreken we in hoofdstuk 12 wat de vervolg-
kijken we vooruit. Hoe staat
stappen zijn.
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
11
2 Context
2.1 Wat is er aan de hand?
D
atmosfeer terechtkomen en daar warmte vasthou-
industrie, landbouw & landgebruik en mobiliteit. Ie-
den. Een van de grootste bronnen van broeikas-
dere sector zal zijn bijdrage moeten leveren om de
gassen is het gebruik van fossiele brandstoffen;
doelstelling van 49% CO2-reductie in 2030 te halen.
e aarde warmt op. Deze opwarming zet lang-
gas en olie die we uit de grond halen en gebruiken
zaam maar zeker een groot aantal verande-
voor energie.
2.2.2 Regionale Energiestrategie (RES)
ringen in gang; van stijgende zeeniveaus tot snel
Eén van de afspraken in het Klimaatakkoord is
groeiende woestijnen. De globale temperatuur is
We moeten dus af van het gebruik van fossiele
dat Nederland wordt opgedeeld in 30 regio’s. Alle
sinds de negentiende eeuw met ruim een graad
brandstoffen. Dat is een grote opgave die raakt
regio’s hebben de taak om te onderzoeken hoe
Celsius toegenomen. Als de opwarming van de
aan het dagelijkse leven. Op dit moment is onze
en waar ze het best duurzame elektriciteit op land
aarde tot boven de 1,5 graden Celsius komt, zal
manier van wonen, werken, reizen en consumeren
(zon en wind) kunnen opwekken, welke warm-
er onomkeerbare schade aan de ecosystemen op
afhankelijk van het gebruik van fossiele brandstof-
tebronnen ze kunnen gebruiken om aardgas te
aarde worden aangericht. Dit zal gevolgen hebben
fen. Gelukkig zijn er alternatieven. Zo kunnen we
vervangen en wat er nodig is om deze duurzame
voor de natuur, onze gezondheid en veiligheid en
energie halen uit zon en/of wind. Ook staan we
energie te kunnen opslaan en transporteren. De
de beschikbaarheid van voedsel en water. Gebie-
er in deze opgave niet alleen voor: in het Klimaa-
energieregio’s zijn dus aan zet voor een bijdrage
den kunnen onleefbaar worden omdat deze te
takkoord van Parijs uit 2015 heeft Nederland met
aan de sectoren elektriciteit (elektriciteitsopwek-
droog, te nat (overstromingen) of te warm worden.
ruim 190 andere landen besloten om zo snel mo-
king, -opslag en -infrastructuur) en gebouwde om-
Om de aarde leefbaar te houden voor komende
gelijk onze CO2-uitstoot omlaag te brengen.
geving (duurzame warmte). Daarbij kunnen regio’s
generaties is het daarom belangrijk om het klimaat
kiezen om elementen van andere sectortafels mee
zo snel mogelijk te stabiliseren.
te nemen in de eigen RES.
Wat betekent dit voor Nederland? Het KNMI heeft gemeten dat de gemiddelde temperatuur in Nederland twee keer zo snel is toegenomen als het wereldwijde gemiddelde is toegenomen. De helft van deze opwarming heeft tussen 1980 en nu plaatsgevonden. Dat klinkt misschien wel fijn, een warmer klimaat. Echter, daarmee komen er ook grotere weersextremen en een stijging van de zeespiegel.
Dat deze opwarming door menselijke activiteit
2.2 Wat doen we er aan?
Er zijn twee concrete doelen voor de energieregio’s bepaald:
2.2.1 Klimaatakkoord
1.
In 2030 moeten de 30 energieregio’s gezamen-
In 2019 werd het Nederlandse Klimaatakkoord
lijk minstens 35 TWh aan duurzame elektrici-
gepubliceerd. Het was het eindproduct van de
teit op land (zon en wind) opwekken;2
samenwerking tussen ruim honderd partijen. In
2.
In 2030 moeten de 30 energieregio’s gezamen-
het akkoord staan afspraken om de internationale
lijk minstens 1,5 miljoen woningen hebben
klimaatovereenkomst van Parijs nationaal uit te
verduurzaamd en op meer duurzame warmte-
werken. Het doel is om onze nationale CO2-uitstoot
bronnen hebben aangesloten.
met 49% te reduceren in 2030 vergeleken met 1990. Dit is een belangrijke stap voor het lange
Elke energieregio beschrijft in een RES welke
termijndoel om in 2050 tenminste 95% minder CO2
bijdrage zij kan en wil leveren aan deze doelen. De
uit te stoten.
Drechtsteden is één van de 30 energieregio’s. In de RES 1.0 wordt ingegaan op bovenstaande onder-
komt, durven wetenschappers met 99,99997% nauwkeurigheid te zeggen. De opwarming van de
Om dit te bereiken, zijn er afspraken gemaakt aan
werpen én op de lokale en gemeentelijke inzet
aarde komt door extra broeikasgassen die in de
vijf sectortafels: elektriciteit, gebouwde omgeving,
op het vlak van energiebesparing en mobiliteit.
2
Windenergie op zee draagt niet bij aan deze opgave. Voor wind op zee is een afzonderlijke landelijke doelstelling bepaald: 49 TWh in 2030.
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
12
In de RES zijn dus niet alle initiatieven voor CO2-vermindering
Cijfers uit 2019 laten zien dat ongeveer 8% van de huizen in de
opgenomen. Zo vallen energiegebruik in de industrie, wind op
Drechtsteden zonnepanelen op eigen dak hebben. Hiermee
zee en andere vormen van elektriciteitsopwekking dan zon en
loopt de regio flink achter op het nationale gemiddelde van
wind (zoals kernenergie) buiten de opgave van de RES.
12,5%. Het percentage zon op dak neemt wel gestaag toe in de regio. Daarbij geeft ongeveer 40% van de inwoners aan van plan te zijn om de komende drie jaar verduurzamende maat-
Gaan we de goede kant op? Het Planbureau voor de Leefomgeving publiceert sinds 2019 een jaarlijkse Klimaat- en Energieverkenning (KEV). In de KEV uit 2020 wordt geconcludeerd dat de nationale CO2-reductie veel te langzaam gaat. Ook zet het Klimaatakkoord hoog in op de energiesector: in 2020 moet de CO2-uitstoot meer dan gehalveerd zijn. In 2019 stootte de sector echter meer uit dan in 1990. We zullen dan ook flink door moeten pakken om de nationale doelen te halen.
regelen te nemen.
Wilt u meer weten over het Nederlandse Klimaatakkoord en de afspraken rondom de RES’en?
Inwoners die geen maatregelen treffen of willen treffen, geven aan dat ze deze te duur vinden, niet vinden passen bij de wo-
Website met alle informatie over het Nederlandse
ning of er nog te weinig van weten.
Klimaatakkoord:
Op dit moment wordt 90% van de huizen verwarmd door centrale verwarming op aardgas. Als alternatief voor aardgas
Ga naar Klimaatakkoord
denkt 30% van de inwoners van Dordrecht aan een warmtenet en een vijfde aan een systeem dat gebruik maakt van elektri-
Website van het Nationaal Programma RES:
citeit. Als alternatief wordt soms ook waterstof genoemd. De rest heeft geen voorkeur of weet het nog niet.
2.3 Typering van de regio
Ga naar Nationaal Progamma RES
We zien dat de energietransitie leeft in de Drechtsteden. Veel Uit gesprekken en onderzoeken die in 2020 zijn gehouden,
inwoners vinden het belangrijk om over te schakelen op ande-
komt naar voren dat de inwoners van de Drechtsteden ener-
re energiebronnen. Ook zien we dat inwoners zich zorgen ma-
giebesparing en duurzame energieopwekking belangrijk vin-
ken over de inpassing van energieopwekking in het landschap,
den. Dit staat hoog in de top vijf van belangrijkste duurzaam-
de kosten van de energietransitie of het veranderen van het
heidsthema’s. Acht op de tien inwoners hebben zich weleens
woon- en werkcomfort. Meer informatie over energie in onze
verdiept in de verandering op energiegebied en wat dat voor
regio staat in afbeelding 4.
Wilt u meer weten over wat onze inwoners denken? Onderzoekscentrum Drechtsteden, 2020. Energie-
hen betekent.
transitie nulmeting in de Drechtsteden.
In maart 2021 hebben inwoners middels een enquête op het
Bekijk de PDF
energie-participatieplatform ‘Denk Mee!’ kunnen aangeven hoe ze aankijken tegen klimaatverandering en duurzame energie. Hieruit blijkt dat 93% van de respondenten zich in kleine
Online Participatieplatform Denk Mee!, 2021. Resulta-
of grote mate zorgen maakt om klimaatverandering en dat
ten enquête ‘Klimaatverandering en ons energiesys-
vier op de vijf de klimaatdoelen voor 2030 van belang vinden.
teem’.
Hierbij wordt de energietransitie belangrijk gevonden door 70% van de respondenten. Negen op de tien inwoners zien
Bekijk de resultaten
vormen van duurzame energieopwekking in hun leefomgeving en driekwart plek voor méér.
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
13
Ons RES-bod is 0,37 TWh bij te dragen aan de nationale opgave van 35 TWh. Dat is 1,1% van de opgave.
In 2018 gebruikte de regio 5,4 TWh aan energie* Daarvan werd 1,67 TWh door woningen gebruikt.
7.500 van de 127.000 woningequivalenten in de regio zijn aangesloten op een warmtenet.
In 2019 had 7.9% van de woningen in de regio zonnepanelen op dak.
Het gemiddelde huishouden in de Drechtsteden gebruikte in 2019 2600 KWh aan elektriciteit.
Op dit moment zijn er vier windmolens en vier zonnevelden gerealiseerd in de regio.
*mobiliteit niet meegerekend
Dat is onder het nationale gemiddelde van 12.5%
Alle 289.000 inwoners van de Drechtsteden vormen samen.
1
7 ,%
van alle 17.475.000 inwoners uit Nederland.
Bijna 80% van het regionale energiegebruik in de gebouwde omgeving is middels gas en de rest middels elektriciteit.
Er zijn zo’n 127.000 woningen in de Drechtsteden.
Hier zijn ongeveer 9 zonnepanelen per huishouden voor nodig.
77.000 koopwoningen a 40.000 sociale huurwoningen b 10.000 overige huursector c
b
c
a
79.4%
20.6%
Afbeelding 4: Gebiedskenmerken energieregio Drechtsteden
Inleiding
Bronvermelding: Klimaatmonitor https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
14
3 Participatie
3.1 Introductie
3.2 Maatschappelijke participatie
3.2.1 Participatiestrategie “We informeren en betrekken inwoners, onderne-
I
edereen in de Drechtsteden krijgt te maken met
Wat vinden inwoners, maatschappelijke en natuur-
mers en maatschappelijke organisaties online op
de energietransitie. Daarom is het belangrijk dat
organisaties, het bedrijfsleven, agrariërs en landei-
onderwerpen die voor de deelnemers relevant zijn
ook iedereen de kans krijgt om mee te denken en
genaren en energiecoöperaties uit de Drechtste-
en de benodigde input geven voor besluitvorming.
doen. Nu, en bij alle stappen tot 2030 en verder.
den belangrijk als het gaat om de energietransitie?
We voeren de gesprekken lokaal en faciliteren het
De Drechtsteden zetten participatie met de hele
Vanwege de corona-pandemie was het niet moge-
regionaal. Door lokaal uit te nodigen, zijn we her-
samenleving daarom centraal. Ons doel is om zo-
lijk om fysieke bijeenkomsten te organiseren om
kenbaar en relevant voor de deelnemers. Door re-
veel mogelijk stakeholders te betrekken zodat de
dit gesprek aan te gaan met onze stakeholders.
gionaal te faciliteren werken we efficiënt binnen de
stappen naar een duurzaam energiesysteem écht
Alle activiteiten op het gebied van participatie von-
beschikbare tijd. Samen met heldere en transpa-
duurzaam zijn en gedragen worden.
den daarom online plaats. Dit was enerzijds een
rante communicatie, draagt dit bij aan het creëren
beperking, maar gaf ons anderzijds de kans om
van wederzijds begrip voor de energietransitie.”
Daarbij is het belangrijk dat we stappen nemen die
onze online participatie (verder) te professionalise-
draagvlak hebben, en niet dat we draagvlak creë-
ren en te verduurzamen. We hebben hier als regio
ren voor van tevoren bepaalde stappen. Met deze
belangrijke stappen in gemaakt. Hiervoor maakten
invalshoek hebben we de afgelopen maanden een
we gebruik van de volgende digitale media:
uitgebreid participatief ontwerpend onderzoek
1.
Het energie-participatieplatform ‘Denk mee!’;
doorlopen. Tijdens een intensief participatiepro-
2.
Online bijeenkomsten via MS Teams.
Participatieladder
Afbeelding 5: Participatieladder
ces hebben we inwoners, professionals en andere stakeholders (zie bijlage D. Communicatie en
Meedenken én meepraten
Participatieplatform ‘Denk mee!’ voor de stakehol-
We voerden het gesprek volledig online. Hierdoor
deranalyse) gevraagd om mee te denken én mee
bereikten we nieuwe stakeholders, zowel tijdens
te praten. Ook inwoners van aangrenzende regio’s
bijeenkomsten als op het platform. Het gesprek
konden deelnemen. Ieder vanuit zijn of haar ex-
met onze samenleving was een écht gesprek.
pertise ván en betrokkenheid mét onze regio.
Op de participatieladder (afbeelding 3) is dit aan
Meebeslissen
Coproduceren
te duiden als raadplegen en adviseren, oftewel In het proces naar de RES 1.0 hebben we onder-
meedenken én meepraten. Van te voren stond
zocht hoe we tot een realistisch en gedragen bod
nog niets vast. We zijn de participatie om die reden
kunnen komen; een bod dat niet alleen aansluit
‘open’ ingegaan. Hiermee bedoelen we: Wat is
bij de mogelijkheden van onze regio, maar ook bij
aangedragen tijdens de participatie is daadwer-
de wensen en ideeën van onze inwoners. Ons doel
kelijk voeding geweest voor wat er nu in onze RES
was steeds om wederzijds begrip te creëren voor
1.0 staat. Hoe? Dat leggen we graag hieronder uit.
elkaars standpunten, uitwerkingen en ideeën voor
Voor een uitgebreide omschrijving zie bijlage B.
de te nemen stappen in de komende periode.
Participatiestrategie RES 1.0.
...
Adviseren ?
Raadplegen
Informeren
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
15
Online bijeenkomsten via MS Teams
én beantwoord. De bijeenkomsten waren voor inwoners uit
van belangrijke data die het mogelijk maakten om de belang-
Via online bijeenkomsten betrokken we onze stakeholders bij
de buurgemeenten laagdrempeliger omdat er geen fysieke
stelling te meten en te visualiseren. Ook na vaststelling van
onderwerpen die voor hen relevant waren, inhoudelijk dan wel
afstand was.
de RES 1.0 blijft het energie-participatieplatform ‘Denk mee!’ actief. Een overzicht van onze online participatie-inzet kan
geografisch. Ons doel was om zo input te verzamelen voor het
worden gevonden in afbeelding 6.
vervolg van het besluitvormingsproces. Voor de organisatie
Energie-participatieplatform ‘Denk mee!’
van de bijeenkomsten hebben gemeenten en regio effectief
Naast online bijeenkomsten konden belangstellenden op het
samengewerkt.
online platform op een voor hen geschikt moment meepra-
Heldere en transparante communicatie
ten over verschillende vraagstukken rond de energietransitie.
Een belangrijke pijler voor een succesvolle participatiestrategie
Door deelnemers lokaal uit te nodigen, waren we als afzender
De ene keer door ideeën aan te dragen, de andere keer door
is ook de inzet van heldere en transparante communicatiemid-
herkenbaar en relevant. Door de bijeenkomsten regionaal
argumenten aan te voeren of een stem uit te brengen. Alle
delen. We hebben in de Drechtsteden onder meer gekozen
te faciliteren konden we de beschikbare tijd efficiënt gebrui-
vraagstukken stonden enkele weken open, wat betekende dat
voor lokale sociale media, gemeentepagina’s in huis-aan-huis-
belangstellenden op en in hun tijd konden participeren. Het Maatschappelijke participatie Maatschappelijke participatie
ken. Groot voordeel aan de online bijeenkomsten was dat
bladen, persberichten en gerichte (digitale) uitnodigingen. Om
belangrijke voordeel van het platform was dat we hiermee een ook mensen die publiek spreken lastig vinden, toch hun stem Wat vinden inwoners uit de Drechtsteden belangrijk Wat vinden inwoners uit de Drechtsteden belangrijk bredere doelgroep konden bereiken dan met de (reguliere) konden laten horen viahet de gaat chat en online tool ‘Mentimeals omde de alsenergietransitie? het gaat om de energietransitie? online bijeenkomsten. Bovendien voorzag het platform ons ter’. Ook konden er in korte tijd veel vragen worden gesteld
inwoners in de zoekgebieden te bereiken, zijn ook per post
Maatschappelijke participatie ‘Ons
Wat vinden inwoners gezamenlijke uit de Drechtsteden probleem
vraagt om een om de energietransitie? gezamenlijke aanpak.’
belangrijk a ls het gaat
‘Ik wil niet dat wij als bewoners hier overlast van hebben.’
brieven gestuurd. Zie bijlage B voor een compleet overzicht van de communicatiemiddelen.
Afbeelding 6: Overzicht van onze online participatie
Energie-participatieplatform Online Energie-participatieplatform Online ‘Denk mee!’ bijeenkomsten ‘Denk mee!’ bijeenkomsten
Op ons online energie-participatieplatform ‘Denk mee!’ konden ‘Denk mee!’ Tijdens 21 online bijeenkomsten hebben Op ons online energie-participatieplatform konden Tijdens 21 online bijeenkomsten hebben inwoners en ondernemers op verschillende manieren hun inwoners en ondernemers meegepraat ‘We hebben in de Drechtsteden inwoners en ondernemers op verschillende manieren hun inwoners en ondernemers meegepraat ‘We hebben in de Drechtsteden ‘Ons mening geven over duurzame energie. Vooral de enquêtes over de onderwerpen ‘zonde & onderwerpen wind’ en veel grote daken. Begin met mening geven over duurzame energie. Vooral de enquêtes over ‘zon & wind’ en veeldaar grote daken. Begin daar met gezamenlijke zijn vaak ingevuld. zijn vaak ingevuld. ‘de overstap naar aardgasvrij’. het plaatsen van zonnepanelen.’ ‘de overstap naar aardgasvrij’.
het plaatsen van zonnepanelen.’ probleem vraagt om een gezamenMeedenken Meepraten Enquêtes Zon & wind De&overstap Meedenken Meepraten Enquêtes Zon wind De overstap lijke aanpak.’ naar ‘Ik wil geen naar ‘Ikgeen vind het ‘Ik wil ‘Ik vind het windmolens aardgasvrij belangrijk windmolens aardgasvrij belangrijk in mijn dat vooral in mijn dat vooral achtertuin!’ gezinnen achtertuin!’ gezinnen met lagere met lagere inkomens ‘Ik wil niet inkomens profiteren dat wij als profiteren van de bewoners van de energiehier overlast energietransitie.’ van hebben.’ transitie.’
173 Ideeën
Inleiding
475 475 1.434 1.434 7.371 7.371 796 796 173 Stemmen Ideeën
Deel I Energiegebruik
Ingevuld Stemmen
Aanmeldingen Ingevuld
Deel II Energiebronnen
Aanmeldingen Aanmeldingen
Deel III Energiesysteem
Aanmeldingen
Vervolg
16
Meedenken over plannen voor duurzame energie in eigen woonplaats
3.2.2 Jongeren en de RES
een besluit over de RES 1.0. Alle reacties hierop zullen worden
In de RES hebben we het over onderwerpen die van grote in-
verzameld en worden meegezonden bij het indienen van de
vloed zijn op de toekomst van onze regio. De jongeren van nu
RES 1.0 bij het NP RES. Deze reacties worden verwerkt in het
zullen het meeste merken van landschappelijke veranderingen
proces naar de RES 2.0.
én van de toekomstige maatschappelijke kosten die voorna6%
melijk op die generatie worden verhaald.
14%
5%
Andersom: de beslissingen die we nu nemen, bepalen deels in 18%
wat voor wereld zij straks in leven. Dat maakt hen een belang-
19%
Omgaan met duurzame energie in de toekomst
rijke stakeholder. Hun stem is cruciaal bij het ontwerpen en
(later) meer betalen voor duurzame energie
aanscherpen van de plannen en de uitvoering in de komende 3%
jaren. Jongeren zijn aangehaakt bij de RES via Jong RES. Richting de RES 2.0 zal de stem van jongeren een grotere rol gaan spelen op zowel lokaal als regionaal niveau. Eind 2020 werd in
36%
D-steden
40%
27%
Nederland
40%
31%
29% 27%
samenwerking tussen NP RES en Jong RES een jongerenenquê-
23% 37%
40%
te over de houding en belangen van jongeren in Nederland
(later) zuiniger omgaan met energie
en de regio gepresenteerd. Hieruit bleek dat jongeren overtuigend een positieve houding hebben tegenover het opwekken van meer duurzame energie.
D-steden
53%
Nederland
53%
22%
28%
17%
(later) alleen maar duuzame energie gebruiken
3.3 Bestuurlijke participatie Binnenring: tieners (12-18 jaar) Buitenring: jongvolwassenen (19- 30 jaar)
23%
Bestuurders van de zeven gemeenten, twee waterschappen en
D-steden
65%
25%
8%
Nederland
64%
27%
7%
provincie zijn vertegenwoordigd in het Bestuurlijk Overleg (BO) Niet bij betrokken worden
RES. De regionale afstemming met betrekking tot de totstand-
Wel informatie krijgen, maar geen mening geven Mening geven over de plannen Betrokken worden bij het maken van de plannen Weet niet
koming vond hier plaats. Parallel aan de maatschappelijke participatie zijn ook de volksvertegenwoordigers van de tien
(Helemaal) mee eens
(Helemaal) niet mee eens
Neutraal
Weet niet
overheden meegenomen in het proces en geconsulteerd op hun rol in lokale bijeenkomsten.
Afbeelding 8: Jongeren en de energietransitie
De RES 1.0 is in april 2021 via het BO RES aangeboden aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten, Gedeputeerde Staten van de provincie en het dagelijks bestuur van de waterschappen met het verzoek deze ter
Afbeelding 7: Jongeren en de energietransitie
besluitvorming voor te leggen aan de volksvertegenwoordigers. De volksvertegenwoordigers nemen uiterlijk 1 juli 2021
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
17
3.4 Maatschappelijke participatie zon en wind Met name de (grootschalige) energieopwekking door zon en
informatie op te halen en te verwerken. Het participatietraject
• Fase III: uitwerken & opleveren
zon en wind bestond uit drie fases die in een periode van vier
Het doel van de derde fase was het maken van keuzes voor
maanden zijn doorlopen. Tijdens dit proces stonden meepra-
het verfijnen van de zoekgebieden naar uitwerkingsgebie-
ten en meedenken centraal. De strategie was opgedeeld in
den en het toetsen van de criteria en voorwaarden voor
drie fases:
grootschalig opwekking door zon en wind. Voor restruimten is in deze fase op basis van voorbeeldsituaties nagegaan on-
wind is uitgebreid aan bod gekomen tijdens de participatie. We hebben het hier dan over zon in restruimten en windtur-
der welke voorwaarden zon in restruimten mogelijk kan zijn.
• Fase I: analyseren & vormgeven
bines en zonneparken. Zon op dak is in dit participatietraject
Het doel van de eerste fase was het voeren van het ‘open
niet meegenomen aangezien we hier al beleid op hebben.
gesprek’ en het ophalen van lokale kennis en waarden over
Het online participatieproces bestond uit online participatie-
zoekgebieden en restruimten. Hierbij stonden de vragen
avonden, themagesprekken en een serie vraagstukken op het
Het doorlopen participatieproces heeft inzicht gegeven welke
centraal: ‘waar zou u energieopwekking door zon en/of
energie-participatieplatform ‘Denk mee!’.
toepassingen van (grootschalige) energieopwekking door
wind wel of niet willen?’ en ‘wat is hiervoor uw reden?’ Strategie: van het ‘open gesprek’ naar concrete randvoor-
zon en wind in de Drechtsteden maatschappelijk draagvlak bestaat. Ook zijn er randvoorwaarden, criteria en spelregels
waarden en criteria
• Fase II: toetsen & inpassen
vastgesteld tijdens dit proces. Die moeten gelden voor groot-
Het doel van de tweede fase was het schetsen van discus-
Het participatieproces was erop gericht om zo veel mogelijk
schalige energieopwekking in de uitwerkingsgebieden voor
siebeelden voor grootschalige opwekking door zon en wind
mensen te bereiken en mee te laten denken, draagvlak te
zon en wind evenals duurzame energieopwekking met zon-
om zo de lokale kennis te toetsen en te vertalen naar crite-
peilen en begrip te creëren. Daarom wilden we zoveel mogelijk
nepanelen in restruimten in de Drechtsteden. Een aantal van
ria. Voor restruimten is in deze fase de wenselijkheid van
mensen meenemen in het proces richting duurzame ener-
deze aandachtspunten heeft betrekking op de uitvoering.
zonnepanelen op verschillende soorten locaties getoetst.
gieopwekking door zon en wind in de Drechtsteden. Hierbij kwamen de volgende vragen aan bod: 1) welke factoren spelen
Voor het participatieproces is ruim de tijd genomen om alle
Fase I - Analyseren & Vormgeven Zoekgebieden • Participatie-avond per zoekgebied (3x) • Verrijkingssessie gemeenten • 1 op 1 gesprekken
Fase II - Toetsen & Inpassen Zoekgebieden • Participatie-avond per zoekgebied (3x) • Verrijkingssessie gemeenten • Werksessie raadsleden per gemeente • Themegesprekken: natuur, grondeigenaren en marktpartijen • Online vraagstuk ‘Verdeling lusten en lasten zon en wind’
Restruimten • Online enquête soorten locaties voor restruimten • Interactieve kaart kansen mogelijke locaties
Fase III - Uitwerken & Opleveren Zoekgebieden • Participatie-avond per zoekgebied (3x) • Verrijkingssessie gemeenten • Werksessie raadsleden per gemeente Restruimten • Online enquête toetsing juiste randvoorwaarden en criteria
Restruimten • Online vraagstuk ‘Verdeling lusten en lasten zon en wind’ • Online enquête verkennen draagvlak voor mogelijke locaties op interactieve kaart
“Schetsen en scenario’s o.b.v. de lokale kennis toetsen en vertalen naar criteria”
“Een open gesprek voeren en ophalen lokale kennis”
“Keuzes maken voor definitieve locaties restruimtes en criteria voor zoekgebieden”
Afbeelding 9: Participatieproces restruimten en onderzoeksgebieden: participatiemomenten per fase
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
18
een rol? 2) welke keuzes kunnen worden gemaakt? en 3) hoe moet het proces eruit zien? Het was in dit proces van belang dat mensen de mogelijkheid hadden om hun ideeën, meningen en zorgen te delen. De
Wilt u meer weten over ons online participatieproces?
drie fases hierboven zijn ingezet om de inwoners en andere belanghebbenden geleidelijk mee te nemen in het proces. Hierbij was de focus nadrukkelijk gelegd op het voortbouwen op resultaten uit elke voorgaande fases.
Participatieplatform ‘Denk Mee!’
Resultaat participatie zon en wind
Ga naar ‘Denk Mee!’
Het participatieproces heeft bijgedragen aan de totstandkoming van een set randvoorwaarden en criteria voor de realisatie van grootschalige duurzame energie in de Drechtsteden. Deze randvoorwaarden en criteria gaan o.a. over (financiële)
Wilt u meer weten over hoe Nederlandse jongeren denken over de energietransitie?
participatie, netimpact, sociaal-maatschappelijke impact, ruimtelijke inpassing & meervoudig ruimtegebruik, natuur & biodiversiteit, tijdelijkheid van vergunningen, gebiedsafspraken en marktstrategie. Ook hebben we door de participatie de koppelkansen in kaart gekregen.
I&O Research in opdracht van het NP RES, 2020. Rapportage ‘Jongeren en de Energietransitie’.
Al deze onderwerpen hebben geleid tot criteria en spelregels voor de uitwerkings- en onderzoeksgebieden. De uitkomsten
Ga naar de rapportage
van het participatieproces zon en wind zijn gebundeld in hoofdstuk 8 en 9. Voor een gedetailleerde omschrijving van betrokkenen in het participatieproces, een overzicht van alle participatiemomenten en gesproken partijen kunt u bijlage C raadplegen.
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
19
4 De hoogst haalbare maatschappelijke opbrengst
D
e energietransitie leidt tot aanpassingen in onze landschappen en verandert de manier waarop we wonen,
werken en reizen. Op welke wijze en hoeveel dit alles verandert, ligt grotendeels aan de keuzes die we de komende jaren maken op nationaal, regionaal en lokaal niveau . In de Drechtsteden streven we nadrukkelijk naar een rechtvaardige energietransitie. Rechtvaardig voor de huidige én toekomstige inwoners van de regio en voor de planeet als geheel. In de keuzes rondom duurzame energie moeten al deze belangen worden afgewogen. We hebben als regio een aantal basisprincipes die centraal staan in de afwegingen rondom het hoe, wat en waar van de energietransitie. Ze hebben een rol gespeeld in de keuzes die in de RES 1.0 zijn gemaakt en zullen ook in de vervolgstappen belangrijk blijven. Ze bouwen op de drie duurzaamheidspijlers: ecologische, sociale en economische duurzaamheid. Echte duurzaamheid kan in onze ogen alleen worden bereikt als de drie duurzaamheidspijlers met elkaar in balans zijn. Als je alles op ecologische duurzaamheid zet, riskeer je bijvoorbeeld de kans op negatieve maatschappelijke gevolgen. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van een windmolen direct naast een woonwijk. Die levert misschien wel schone energie op, maar vermindert de woonkwaliteit van de mensen in die omgeving. Dat is in onze ogen niet écht duurzaam.
In de energietransitie zoeken we daarom naar een systeem dat het klimaat, de kwaliteit van landschap en natuur, de leefbaarheid, en een gezonde sociale economie balanceert. We noemen dit de hoogst haalbare maatschappelijke opbrengst.
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
20
Deel I Energiegebruik 5
Energiegebruik gebouwde omgeving
6
Energiegebruik mobiliteit
6.1 Inleiding
5.1 Inleiding
5.2 Energiebesparing woningen 5.3 Energiebesparing maatschappelijk vastgoed 5.4 Energiebesparing bedrijfsvastgoed
6.2 Regionale Agenda Laadinfrastructuur
6.3 Regionaal Mobiliteitsprogramma 6.4 Verduurzaming van het openbaar vervoer
6.5 Vervolgstappen
5.5 Vervolgstappen
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
21
5 Energiegebruik gebouwde omgeving
Woningen, bedrijven en maatschappelijke
met een lagere temperatuur vragen namelijk om
vastgoed
meer isolatie. In de energiebesparingsopgave voor
We onderscheiden in onze aanpak particuliere
woningen maken we in onze aanpak onderscheid
e energietransitie en het reduceren van
woningeigenaren, woningbouwcorporaties en
tussen drie doelgroepen: particuliere woningeige-
de CO2-uitstoot beginnen in onze regio bij
Verenigingen van Eigenaren. Ook is er een verschil
naren, woningbouwcorporaties en Verenigingen
energiebesparing. Energie die niet wordt gebruikt,
tussen energiebesparingsmaatregelen voor de
van Eigenaren (VvE’s).
hoeft immers niet te worden opgewekt. Ook kun-
huurder en maatregelen waarvoor de eigenaar
nen we de warmtetransitie alleen realiseren als
verantwoordelijk is.
5.1 Inleiding
D
5.2.1 Iedereen kan besparen
gebouwen transitie-gereed zijn. Een (aardgasvrije)
Hoewel we ons op drie specifieke doelgroepen
warmtebron met lagere temperatuur vraagt na-
Met betrekking tot ondernemers is er ook een
richten, zijn er besparende maatregelen die elke
melijk om meer isolatie en andere installaties om
grote variatie en is er veel verscheidenheid in
bewoner kan nemen. Hiervoor is het niet relevant
woon- en werkcomfort te behouden.
mogelijkheden en verplichtingen op het gebied
of iemand huiseigenaar is; ook huurders kunnen
van energiebesparing. Voor bedrijven is relevant of
eenvoudige stappen zetten om het energiegebruik
In 2030 willen we tenminste 20% minder energie
de energiebesparingsplicht en informatieplicht op
van de woning te verlagen en het wooncomfort te
(elektriciteit en gas) verbruiken in de gebouwde
hen van toepassing zijn.
verhogen. Om hierbij te helpen, werken we samen
omgeving ten opzichte van 2020. Om dit doel te
met het Regionaal Energieloket en ontwikkelen we
realiseren zien we het als onze taak om inwoners,
Maatschappelijk vastgoed verwijst naar alle ge-
ondernemers en maatschappelijke partners han-
bouwen met een publieke functie. Het is er in vele
delingsperspectief te bieden en hen te stimuleren
varianten en kent verschillende sectoren
om zoveel mogelijk energie te besparen.
stimulerende regelingen. Regionaal Energieloket (REL) Binnen de Drechtsteden werken we sinds 2015
Dashboard
samen met het Regionaal Energieloket (REL). Hier
Ook is er een voorbeeldfunctie voor ons als over-
Om de voortgang op de besparingsambitie goed
kunnen alle inwoners en bedrijven3 terecht voor in-
heden. Zo zijn gemeenten begonnen met het in
in beeld te brengen, lanceren we in 2021 een
formatie en algemeen advies over energiebesparing.
kaart brengen van de CO2-voetafdruk. Hiermee
dashboard waarop relevante en actuele data over
krijgen deze gemeenten inzicht in de CO2 -uitstoot
energiegebruik vanuit verschillende bronnen
Het loket geeft antwoord op vragen als: wat zijn
van eigen vastgoed en activiteiten. Dit is een be-
worden gepubliceerd. Dit dashboard wordt zo snel
mijn besparingsopties, wat levert het me op en
langrijke stap in een effectieve aanpak naar meer
mogelijk toegankelijk gemaakt voor het publiek.
welk bedrijf kan het werk uitvoeren? Voor VvE’s biedt het REL daarnaast een stappenplan aan om
energiebesparing in maatschappelijk vastgoed.
te komen tot energiezuinige appartementen. Voor Regionale samenwerking op energiebesparing
5.2 Energiebesparing woningen
De Drechtsteden werken nauw samen op dit the-
bewoners biedt het REL verschillende energiebesparende maatregelen.
ma om capaciteit en middelen zo effectief mogelijk in te zetten, om een duidelijk gezamenlijk hande-
Energiebesparende maatregelen zorgen voor een
Het REL werkt samen met (lokale) installateurs en
lingsperspectief te creëren én om te voorkomen
lager elektriciteit- en gasgebruik en kunnen zo
bedrijven die actief zijn op het gebied van ener-
dat binnen de regio steeds opnieuw het wiel wordt
de woonkosten flink verlagen, het wooncomfort
giebesparende maatregelen als isolatie, zonnepa-
uitgevonden. In onze gezamenlijke aanpak maken
verhogen en het binnenklimaat verbeteren. Ook is
nelen, isolerend glas en zonneboilers. Daarnaast
we voor energiebesparing onderscheid tussen wo-
het belangrijk dat woningen beter worden geïso-
verzorgt het energieloket groepsaankopen op het
ningen, bedrijven en maatschappelijk vastgoed.
leerd. Toekomstige (aardgasvrije) warmtebronnen
gebied van isolatie en het opwekken van duur-
3
In het eerste kwartaal van 2021 is het zakelijk energieloket in de Drechtsteden gelanceerd. Hier kunnen bedrijven met hun vragen terecht.
Inleiding
Deel I Energiegebruik
Deel II Energiebronnen
Deel III Energiesysteem
Vervolg
22
zame energie (zonnepanelen), om zo kostenvoordelen te
Nieuwe Wonen die woningeigenaren individueel adviseren en
worden per gemeente energie-gerelateerde afspraken met
behalen.
helpen om maatregelen te nemen. Aanvullend stimuleren de
iedere corporatie gemaakt. Daarnaast zetten de lokale overhe-
gemeenten kleine maatregelen. Voor koopwoningen hebben
den zich in om de (financiële) randvoorwaarden voor corpo-
Het REL vormt een belangrijke bron van informatie, maar is
de gemeenten hiervoor in 2020 bijvoorbeeld in het kader van
raties op orde te krijgen. Dit zodat zij de energiebesparende
ook een nuttige schakel tussen woningeigenaren, installateurs
de RRE-subsidie een maatregelenpakket samengesteld.
maatregelen geïntegreerd met hun primaire taken kunnen realiseren.
en isolatie- en bouwbedrijven. Het heeft daarom een centrale rol binnen de energiebesparingsopgave. Zie voor meer informatie de website van het Regionaal energieloket.