CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Lokaal uitvoeringsplan Nieuwe Wet Inburgering.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 9 maart 2021, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 10: SOC – Lokaal uitvoeringsplan Nieuwe Wet Inburgering10.055 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitvoeringsplan Nieuwe Wet Inburgering Gemeente Sliedrecht

-2-

Inhoudsopgave 1. Nieuwe Wet Inburgering Samenvatting Lokaal beleidskader Speerpunten integratienota Taken Nieuwe Wet Inburgering Lokale uitvoering 2. Inburgering 2.1 Voorbereidingsfase 2.2 Brede intake Inhoud Gespreksvorm Multidisciplinaire samenwerking 2.3 Plan Inburgering en Participatie Bezwaar en beroep Tijdsinzet brede intake en PIP 2.4 Inburgeringsroute en Participatie Leerroutes B1-route Z-route Onderwijsroutes Participatieverklaringstraject Module Arbeidsmarkt en Participatie Financieel Ontzorgen Maatschappelijke begeleiding 2.5 Tijdlijn Inburgering Ontheffing inburgering 3. Handhaving & toezicht 3.1 Toezicht 3.2 Handhaving Escalatieladder handhaving 3.3 Informatie uitwisseling 4. Financiën 4.1 Implementatiekosten 4.2 Uitvoeringskosten 4.3 Meerjarenraming en rijksbijdrage

3 3 4 4 5 6 6 6 6 7 7 7 8 9 9 10 10 11 11 12 13 13 13 14 15 15 16 16 17 18 18 19 19 19 20

5. Procesplan

22

Bijlagen 1. Concept brede intake

23

-3-

1. Nieuwe Wet Inburgering Samenvatting Per 01-01-2022 zal de nieuwe wet op de inburgering (NWI) in werking treden. De nieuwe wet inburgering heeft als doel om statushouders zo snel als mogelijk in staat te stellen om te participeren en het liefst door betaald werk. Dit wordt benaderd vanuit het brede perspectief van het gehele sociaal domein. Hiervoor wordt onder andere de aansluiting gezocht bij de participatiewet. De inburgeraar krijgt de verplichting om te voldoen aan zijn inburgeringsplicht en de gemeente moet voorzien in het aanbod hiertoe. Met de invoering van de nieuwe wet gaat de regie terug naar de gemeenten en worden de inburgeringseisen voor alle inburgeringsplichtigen verhoogd. De taal eis wordt verhoogd van A2 naar B1-niveau en vrijstelling op basis van geleverde inspanning wordt afgeschaft. Het totale inburgeringsproces bestaat uit vijf stappen waarbij de verantwoordelijkheid van drie bij de gemeenten wordt belegd. Het gaat bij de eerste twee stappen om vaststelling van de inburgeringsplicht, dit is een verantwoordelijkheid van de Integratie en Naturalisatiedienst. De volgende stap is de voorinburgering. De voorinburgering bestaat uit het vrijblijvende aanbod van taalprogramma's in het AZC. Dit is een verantwoording van het Centraal Orgaan Asielopvang. De regie op de daadwerkelijke inburgering wordt in zijn volledigheid bij de gemeenten belegd.

De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor het afnemen van een brede intake en het opstellen van een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). Als voeding voor het PIP zal in het AZC een onafhankelijk leerbaarheidstoets worden afgenomen. Het PIP zal worden opgesteld in de vorm van een beschikking. Dit geeft de gemeente de mogelijkheid om dwingend en handhavend op te treden wanneer de inburgeringsplichtige niet aan zijn verplichtingen voldoet. In het PIP wordt opgenomen welke inburgeringsroute er doorlopen wordt, de termijn voor het afronden van het Participatieverklaringstraject (PVT), de module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) en de wijze van ondersteuning en begeleiding. De inburgeringsplichtige heeft de verplichting om het PVT en MAP binnen 36 maanden af te ronden. Daarnaast zullen inburgeringsplichtige (niet zijnde gezinsmigranten) op het moment van vestigen in de woonplaats voor tenminste 6 maanden financieel ontzorgd worden. Voor het afronden van de inburgering staat een maximale termijn van 3 jaar. Handhaving en toezicht op de afronding van de inburgeringsplicht is belegd bij het DUO. In opdracht van de VNG en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft Andersson Elffers Felix onderzoek gedaan naar de minimale uitvoeringskosten van de nieuwe wet inburgering1.

Hieruit is gebleken dat landelijk de structurele kosten minimaal € 103,2 miljoen bedragen. De financiering vanuit het Rijk is op dit onderzoek gebaseerd en bedraagt dus de minimale uitvoeringskosten. Dit betekent dat elke inhoudelijke/beleidsmatige keuze voor het inregelen van de nieuwe taken ook financieel gewogen moet worden binnen het brede kader van de nieuwe uitvoeringstaken.

1

Veldonderzoek kosten nieuw inburgeringsstelsel, Andersson Elffers Felix, augustus 2019

-4-

Lokaal Beleidskader Op 8 oktober 2019 heeft de raad de integratienota 2019 -2022 vastgesteld. Het doel2 van de NWI sluit naadloos aan op de in de integratienota opgenomen doelstellingen en speerpunten. Het lokale plan voor de implementatie en uitvoering van de nieuwe wet inburgering kan dan ook gelezen worden als een verdieping op het eerder door de raad vastgestelde beleid volgend op de nieuwe wettelijke gemeentelijke uitvoeringstaken. Het lokale integratiebeleid en het uitvoeringsplan NWI volgen ook de uitgangspunten zoals opgenomen in de overkoepelende lokale Sociale Visie. In de Sociale Visie staat is onder andere het volgende uitgangspunt opgenomen;

Inwoners in de gemeente Sliedrecht doen naar vermogen mee en leveren een bijdrage aan de samenleving. We willen dat zij zelfredzaam zijn en de regie over hun leven nemen. Voor mensen die hiertoe (tijdelijk) niet in staat zijn, wordt ondersteuning en hulp gezocht en geboden. In de integratienota is de doelstelling uit de Sociale Visie vertaald naar een overkoepelende centrale doelstelling gericht op alle migranten.

Migranten in de gemeente Sliedrecht doen naar vermogen mee en leveren een bijdrage aan de samenleving. We willen dat zij zelfredzaam zijn en de regie over hun leven nemen. Voor migranten die hiertoe (tijdelijk) niet in staat zijn, wordt ondersteuning en hulp gezocht en geboden. Dit is vervolgens vertaald naar een aantal concrete doelstellingen; 1. Voorkomen dat migranten een teruggetrokken bestaan (gaan) leiden en of een geïsoleerde gemeenschap vormen. 2. Migranten doen mee en leveren een bijdrage aan de maatschappij. Het liefst door betaald werk maar dit kan ook door het doen van vrijwilligerswerk. 3. Voor kinderen van statushouders is het, zoals voor alle kinderen in Sliedrecht, belangrijk dat zij goed onderwijs kunnen volgen. 4. Het lokale hulp en ondersteuningsaanbod is laagdrempelig en toegankelijk. Speerpunten integratienota Voor het realiseren van deze doelstellingen worden de volgende speerpunten gehanteerd; het beheersen van de Nederlandse taal, het kennen en respecteren van de Nederlandse normen, waarden en gebruiken, kennen van de eigen leefomgeving en inzet van het eigen netwerk.

2

-

Taal, de beheersing van de Nederlandse taal is de belangrijkste randvoorwaarde om goed te kunnen integreren en participeren in de Nederlandse samenleving.

-

Normen en waarden, om mee te kunnen doen is het belangrijk om de Nederlandse normen, waarden en gebruiken te kennen en te respecteren. Dit draagt bij aan de wederzijdse acceptatie van migranten.

-

Kennen van de leefomgeving, om te kunnen participeren is het van belang om de eigen leefomgeving te kennen en te kunnen vinden. Zo kunnen mensen daadwerkelijk participeren en integreren in de samenleving.

-

Inzet eigen netwerk, mensen uit het eigen netwerk, of met een vergelijkbare achtergrond (rolmodellen), kunnen een belangrijke rol spelen ten aanzien van integratie en participatie.

Nieuwkomers doen snel en volwaardig mee in de maatschappij, het liefst doormiddel van betaald werk, memorie van toelichting Wet Inburgering, juni 2020.

-5-

Taken Nieuwe Wet Inburgering Om aan de nieuwe wet inburgering te voldoen moeten we invulling geven aan nieuwe gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden. Het betreft zowel uitvoerende als organisatorische verantwoordelijkheden, dit vraagt iets van de ambtelijke organisatie maar ook van onze uitvoeringspartners. Daarnaast is nagedacht over het niveau waarop deze georganiseerd wordt, lokaal, meervoudig lokaal of regionaal. Uitgangspunt is om zo efficiënt en kwalitatief mogelijk invulling te geven aan de nieuwe wet binnen de vastgestelde beleidskaders3 en de grenzen van de financiële mogelijkheden. Tabel 1 Organisatieniveau Wettelijke Taken

Aanbod

Asielstatushouders4

Gezins- overige migranten5

Lokaal / Regionaal Lokaal

Maatschappelijke begeleiding

Ontzorging

Begeleiding bij inburgering (intake, PIP, advies, voortgang) Alfabetisering (zover opgenomen in PIP) Inburgeringsroute (inclusief KNM)

MAP

Regionaal

PVT

Lokaal

Handhaving & toezicht

Lokaal

Regionaal & Lokaal Lokaal & Regionaal Regionaal

Regionaal

Op lokaal niveau zal invulling worden gegeven aan de Brede Intake, PIP, Coördinatie PIP, Handhavingsbeleid, Maatschappelijke begeleiding en het PVT. Voor het PIP zullen we moeten samenwerken met de Sociale Dienst Drechtsteden. De Participatiewet zal in het PIP een eigen hoofdstuk vormen vanwege de verplichtingen die voortkomen uit de uitkeringssituatie. Regionaal wordt samengewerkt voor de inkoop van de inburgeringsroutes, de financiële ontzorging, KNM en het MAP. Voor een deel omdat dit in het verlengde ligt van een aan de GRD gedelegeerde taak maar ook omdat de huisvestingstaakstelling te laag is om zelfstandig invulling te kunnen geven aan de inburgeringsroutes en door regionale samenwerking een efficiency slag gerealiseerd wordt. Omdat wij in Sliedrecht de nieuwe wet inburgering niet delegeren aan de GRD zal voor het regionale deel zoals contractbeheer en het toezicht op de kwaliteit van de inkoop op de inburgeringsroutes uitvoeringsafspraken worden vastgelegd in Dienstverleningsovereenkomsten. De regie op de inburgering verloopt daarmee in zijn geheel op voorwaarden van de gemeente. Hiermee hebben we lokaal de mogelijkheid om het uitvoerende stelsel aan te kunnen passen aan de behoefte en ervaringen uit de regionale en lokale uitvoeringspraktijk en kunnen we deze betrekken bij de financiële mogelijkheden binnen de gemeentelijke begroting.

3

Integratienota 2019 – 2021 Gemeente Sliedrecht, besluitvormende raadsvergadering 8 oktober 2019 De houders van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28, van de Vreemdelingenwet 2000. 5 Bepaalde groepen houders van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd zoals bedoeld in artikel 14, van de Vreemdelingenwet 2000, inburgeringsplichtig. Dit betreft onder andere personen die hier voor gezinshereniging of gezinsvorming zijn. 4

-6-

Lokale uitvoering Inburgeren en meedoen in de Sliedrechtse samenleving is een lokaal vraagstuk dat voor elke inburgeringsplichtige opnieuw om maatwerk vraagt. De wijze waarop hier invulling aan wordt gegeven is bepalend voor het succes. Door het inburgeringsvraagstuk te benaderen vanuit het brede perspectief van het gehele sociaal domein zal het effect vergroot worden. In de lokale situatie is het daarvoor noodzakelijk om de regie op de uitvoering van de inburgering onder te brengen in het Bonkelaarhuis. Binnen het Bonkelaarhuis komen de verschillende disciplines binnen het lokale en regionale sociaal domein samen waardoor het inburgeringsvraagstuk integraal benadert kan worden. De brede hulpvraag van de inburgeringsplichtige wordt daarmee geïntegreerd in de lokale structuur van hulpverlening en ondersteuning. Hierdoor kan vroegtijdig passende ondersteuning worden ingezet om zo belemmeringen voor een succesvolle inburgering weg te nemen. Daarbij wordt zo het brede dienstverleningsaanbod van de sociaal maatschappelijke voorzieningen en structuren ingezet om de inburgeraar zo goed mogelijk te laten integreren in de Sliedrechtse samenleving.

2. Inburgering 2.1 Voorbereidingsfase De voorbereiding op de inburgering is de start van het inburgeringsproces van de inburgeringsplichtige binnen de gemeente. Wanneer een inburgeringsplichtige door het COA wordt gekoppeld aan de gemeente worden wij verantwoordelijk voor het regelen van huisvesting, verhuizing en inschrijving van de inburgeraar in de Basisregistratie Personen (BRP). Tegelijkertijd moet een uitkering worden aangevraagd en overige administratieve zaken worden geregeld. Dit is onderdeel van de Maatschappelijke Begeleiding die aan statushouders wordt aangeboden. Na koppeling van de inburgeringsplichtige aan de gemeente krijgt de gemeente via het taakvolgsysteem (TVS) inzage in een persoonsdossiers. Deze gegevens zullen als input dienen voor de uitvoering van de Brede Intake. Idealiter vindt er vooraf een overdrachtsgesprek plaats tussen het COA, de inburgeraar en de gemeente. Wanneer dit niet mogelijk is dan gebeurt de overdracht telefonisch, schriftelijk of via mailcontact. In het geval van Sliedrecht zal dit digitaal plaatsvinden. De AZC's waar de koppelingen met Sliedrecht gemaakt worden liggen verspreid over heel Nederland. Dit maakt een fysiek driehoeksgesprek een relatief dure opgave (reistijd/reiskosten) in verhouding tot de opbrengsten.

2.2 Brede Intake De Brede Intake is een assessment op basis waarvan de ontwikkelmogelijkheden van de inburgeraar op het gebied van inburgering en participatie in beeld wordt gebracht. Het afnemen van de brede intake moet zo snel als mogelijk na inschrijving van de inburgeringsplichtige in de gemeente plaatsvinden. Van gemeenten wordt verwacht dat de medewerkers die betrokken zijn bij de uitvoering van de brede intake over de juiste expertise beschikken om de brede intake uit te kunnen voeren en de uitkomsten door te vertalen naar een PIP. Het heeft de voorkeur van het Rijk dat gemeenten kiezen voor een integrale aanpak, bijvoorbeeld door bij de afname en interpretatie van de brede intake gebruik te maken van een multidisciplinair team. Bij de afname van de Brede Intake zal ook een tolk aanwezig zijn. Artikel 14. De brede intake6 1. Het college roept de inburgeringsplichtige op voor de afname van de brede intake en stelt daarbij een termijn. Indien de inburgeringsplichtige binnen deze termijn niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, geeft het college een schriftelijke waarschuwing, doet het college een herhaalde oproep en stelt daarbij een nieuwe termijn. 2. Indien de inburgeringsplichtige na drie oproepen niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, voltooit het college de brede intake in afwezigheid van de inburgeringsplichtige. 3.

De brede intake is een onderzoek naar de mogelijkheden die de inburgeringsplichtige heeft om aan de inburgeringsplicht te voldoen.0 …

6

Conceptwettekst wetsvoorstel, Ministerie SZW, juni 2020

-7-

Inhoud De basis van de Brede Intake bestaat uit de uitvraag naar 13 verschillende leefgebieden7. Dit zijn de leerbaarheid, opleiding, werkervaring en/of vrijwilligerswerk, praktische competenties, werknemersvaardigheden, taalniveau, motivatie/interesses, mate van zelfredzaamheid, digitale vaardigheden, gezinssituatie, fysieke gezondheid, mentale gezondheid en het sociaal netwerk van de inburgeringsplichtige. In wetsartikel 14.3 lid c wordt dit omschreven als een verkenning van de persoonlijke omstandigheden. Onderdeel van de Brede Intake is een leerbaarheidstoets, deze zal worden afgenomen door een of meer bij ministeriële regeling aangewezen instanties. De uitkomst van de leerbaarheidstoets is essentieel om te bepalen welke inburgeringsroute doorlopen zal worden. Hierbij moet rekening worden gehouden dat de leerbaarheidstoets een momentopname is en bijstelling nodig kan zijn. De onderdelen/leefgebieden die uitgevraagd moeten worden kennen in grote mate een overlapping met de huidige intakes die afgenomen worden door organisaties als sociale teams, sociale diensten en maatschappelijke organisaties. Dit biedt de kans om één centrale intake af te nemen in multidisciplinair verband om zo de regeldruk af te laten nemen en de inburgeringsplichtige niet te overvragen. Gespreksvorm Gekozen kan worden voor een open of een gesloten gespreksvorm.

In beide gevallen zal de uitkomst van de gesprekken verwerkt moeten worden in een gespreksverslag die voldoende informatie bevat voor het opstellen van het PIP. Uit de evaluatie van een gevoerde pilot8 is gebleken dat de open gespreksvorm bij de professionals de voorkeur heeft waarbij een vragenlijst ter ondersteuning van het gesprek dient. Een vragenlijst zal dan meer gezien moeten worden als een format voor het gesprekverslag. In deze vorm heeft de professional meer vrijheid en krijgt zij de ruimte om door te vragen om kansen en knelpunten te signaleren. Deze vorm heeft ook de voorkeur van de lokale partners. Multidisciplinaire samenwerking Door vanuit verschillende expertises te luisteren en vragen te stellen zal de kwaliteit van de intake omhoog gaan. Gelijktijdig kan tijdens het gesprek aan verslaglegging worden gedaan. Voor de afname van de Brede Intake hebben wij op lokaal niveau een format ontwikkeld in samenspraak met de betrokken uitvoeringsorganisaties, zie bijlage 1 Formulier Brede Intake. Het format is net als het stelsel 'lerend' van opzet, de uitvoeringspraktijk zal leiden tot bijstelling en herziening. Door deze werkwijze wordt de expertise verbreed waardoor de kwaliteit van het PIP en daarmee het succes van inburgering vergroot wordt.

De samenstelling van het MDT zal bestaan uit een afvaardiging van de maatschappelijke begeleiding, Sociaal Team Sliedrecht en de Sociale Dienst Drechtsteden. Op deze wijze komen regionaal en lokaal georganiseerde taken samen en wordt de integraliteit van werken tussen de verschillende bevoegdheden geborgd. De interpretatie, de weging, van de Brede Intake voor het opstellen van het PIP is afhankelijk van het gevoerde gesprek. De basis van dit MDT zal tenminste bestaan uit; 1. De coördinator/toezichthouder van het PIP 2. Sociaal Team Sliedrecht 3. Sociale Dienst Drechtsteden Hierbij is het uitgangspunt dat, gezien de lage huisvestingsaantallen, zowel de coördinatie als de maatschappelijke begeleiding door één persoon wordt uitgevoerd om versplintering van taken en expertise te voorkomen. Afhankelijk van het gesprek is het denkbaar dat ook andere disciplines geconsulteerd worden om zo een juiste vertaling van de ontwikkelkansen, wensen en behoeften van de inburgeringsplichtige naar het PIP te kunnen maken voor een succesvolle inburgering. In de praktijk zullen 2 intakegesprekken gevoerd worden. Bij alle gesprekken zal altijd de coördinator op het PIP aanwezig zijn. Het eerste gesprek zal gevoerd worden met het Sociaal Team Sliedrecht en het tweede gesprek met de Sociale Dienst Drechtsteden. Voor het eerste gesprek zal 1,5 uur worden ingepland en het tweede gesprek 1 uur.

Bij beide gesprekken is een tolk aanwezig. 7 8

Kamerbrief tussenstand veranderopgave inburgering, Ministerie SZW, februari 2019 Evaluatie brede intake en PIP gemeente Doetinchem, BMC Yacht, maart 2020

-8-

Op advies van de lokale uitvoeringspartners zal het eerste gesprek in achtneming van de wettelijke termijnen 4 weken na huisvesting in de gemeente plaatsvinden. Eerst wordt gewerkt aan het organiseren van de basis voorwaarden zoals huisvesting en inkomen. Hiermee wordt stabiliteit voor de inburgeraar georganiseerd om vervolgens te kunnen werken aan het toekomstperspectief. Tabel 2 Procesplan Brede Intake

2.3 Plan Inburgering en Participatie Na afronding van de brede intake stelt de coördinator het PIP op. Het PIP bevat alle afspraken en het af te leggen tijdspad voor de te volgen inburgeringsroute, het participatieverklaringstraject (PVT), de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP), Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM), maatschappelijke begeleiding en de financiële ontzorging. Daarnaast worden ook andere beschikkingen aan het PIP toegevoegd. Het gaat hierbij om beschikkingen die zijn opgemaakt in het kader van de Participatiewet. Dit is alleen van toepassing wanneer de inburgeringsplichtige bijstandsgerechtigd is. Naast de wettelijke verplichte onderdelen zullen ook persoonlijke wensen en gezinsdoelstellingen vertaald worden naar SMART geformuleerde leer en ontwikkeldoelen om zo het commitment en de impact van de inburgering voor de inburgeringsplichtige te vergroten. Het PIP wordt in twee delen opgedeeld; 1. Het deel waarin de verplichtingen uit de inburgeringswet zijn opgenomen met als toevoeging de persoonlijke leer en ontwikkel doelen. (lokale deel) 2. De beschikking die volgt uit de uitkeringssituatie als onderdeel van de participatiewet. (regionale deel) Het PIP zal op vaste momenten (in MDT verband) met de inburgeringsplichtige geëvalueerd worden.

De voortgang op de inburgering en de gemaakte afspraken wordt besproken en kan leiden tot bijstelling van de doelstellingen en afspraken (naar boven en beneden) maar kan ook aanleiding zijn tot handhaving. Artikel 15. Het persoonlijk plan inburgering en participatie9 1. Het college stelt op basis van de brede intake vast: a. de door de inburgeringsplichtige te volgen leerroute; b. de daarvoor nodige ondersteuning en begeleiding; en c. de intensiteit van het participatieverklaringstraject en de module Arbeidsmarkt en Participatie. 2. Het college stelt voor een inburgeringsplichtige als bedoeld in artikel 13, eerste lid, de intensiteit van de leerroute vast. 3. Voor zover van toepassing voegt het college bij de beschikking, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, beschikkingen op grond van de Participatiewet waarin rechten zijn toegekend of plichten zijn opgelegd met het oog op de bevordering van participatie en waarin de verplichting, bedoeld in artikel 56a van die wet, is vastgesteld, wat tezamen het persoonlijk plan inburgering en participatie vormt. …

9

Conceptwettekst wetsvoorstel, Ministerie SZW, juni 2020

-9-

Bezwaar en beroep Omdat het PIP een formele beschikking is op basis waarvan gehandhaafd zal worden kan de inburgeringsplichtige ook in bezwaar gaan. Hiervoor zal een nieuwe bezwaar en beroep procedure ingericht worden. Omdat het PIP is opgebouwd uit twee formele onderdelen wordt de procedure opgeknipt. Een procedure op de onderdelen uit de Participatiewet, deze is ondergebracht bij de Sociale Dienst Drechtsteden en een procedure op het lokale onderdeel de inburgeringswet. De laatste wordt net als de reguliere bezwaar en beroep procedure van de Gemeente Sliedrecht ondergebracht bij het Service Centrum Drechtsteden. Tabel 3 Procesplan PIP

Tijdsinzet voorbereiding, brede intake en PIP De rijksvergoeding is gebaseerd op de berekeningen zoals opgenomen in het AEF rapport. In de voorgestelde werkwijze overschrijden we de berekende minimale uitvoeringsuren met 4,5 uur. Bij het afnemen van de Brede Intake is niet gerekend op de inzet van een multidisciplinair team en de gezamenlijke interpretatie/weging van de uitkomsten ondanks de uitgesproken voorkeur van het ministerie. Daarbij komt dat de nieuwe wet net als de lokale uitvoering een lerend stelsel is. De geprognosticeerde uren zijn op basis van inschattingen en gemiddelden, lokaal hebben we dit afgestemd met onze uitvoeringspartners en de SDD. Hierbij hebben we als uitgangspunt genomen dat een zorgvuldige start van de inburgering zich later zal terugbetalen in zowel het resultaat als de kwaliteit van inburgering en participatie. De financiële effecten worden inzichtelijk gemaakt in Hoofdstuk 5.

- 10 -

2.4 Inburgeringsroute en Participatie Zoals gesteld is het PIP de routekaart voor de inburgeringsplichtige die in beeld brengt hoe de inburgering zal verlopen. Deze is opgebouwd uit verschillende elementen waar binnen de kaders van de wettelijke verplichtingen ruimte is voor het plaatsen van lokale accenten. Dit bepaalt in grote mate hoe de uitvoeringspraktijk wordt vormgegeven en hoe wordt aangesloten op regionale (uitvoerings)taken en verantwoordelijkheden. Tabel 4 Opstelling PIP Lokaal deel

Leerroutes Iedere inburgeraar met een asielstatus en ouder dan 18 jaar is verplicht om een leerroute te volgen als onderdeel van haar inburgering. Kinderen zijn uitgesloten omdat zij opgenomen worden in het onderwijssysteem. Een leerroute is een traject waarin inburgeraars de Nederlandse taal leren en kennis van de Nederlandse Maatschappij opdoen. In totaal zijn er 3 verschillende leerroutes die leiden tot afronding van de inburgeringsplicht; de B1-route, de onderwijsroute en de Z-route. Als gemeente hebben we aanbodplicht voor deze routes. In de Drechtsteden worden de leerroutes meervoudig lokaal aanbesteed onder begeleiding van het Service Centrum Drechtsteden. Regionale samenwerking is noodzakelijk, vanwege de huisvestingsaantallen ontbreekt het aan volume voor een efficiënte en kwalitatief goede lokale invulling afgezet tegenover de kosten. De huisvestingsaantallen voor Sliedrecht bedroegen over 2018 35 personen, 2019 21 personen en 2020 18 personen. De algemene aanname is dat ongeveer 70% volwassen is en daarmee een leerroute zou moeten doorlopen. Een gemiddeld taalklas is voor een aanbieder rendabel bij een groepsgrote van ongeveer 12 - 15 deelnemers. Landelijke aanname is dat 60% in een B1-route stroomt, 25% in de Onderwijsroute en 15% in de Z-route10. Binnen deze regionale aanbesteding hebben de gemeenten de ruimte om hun lokale situatie te laten landen in de opdracht.

De uitvoeringsorganisatie van de leerroutes zal domein en taakveld overschrijdend moeten samenwerken. Dit vraagt bijvoorbeeld van een aanbieder om informatie te delen met de lokale coördinator op het PIP om zo toe te kunnen zien op de voortgang. De coördinatie is in elke gemeente anders georganiseerd waardoor lokaal maatwerk noodzakelijk is om regionale schaalvoordelen te behouden en uit te nutten. Er is voor gekozen om het contractmanagement onder te brengen bij de Sociale Dienst. Dit heeft zowel een praktische als een kwaliteitsinhoudelijke reden. Bij de beoordeling van de kwaliteit is het volume van belang om te voorkomen dat dit enkel gebeurt op basis van casuïstiekbespreking. Daarnaast heeft de Sociale Dienst Drechtsteden als uitvoeringsorganisatie een team van professionals die zich dagelijks bezighoudt met contractmanagement binnen het sociaal domein.

10

Divosa, Vraag en antwoord Nieuwe Wet Inburgering, mei 2020

- 11 -

B1-route De B1-route is gericht op het beheersen van het Nederlands als Tweede taal op niveau B1. Door middel van het slagen voor een centraal examen voor de examenonderdelen Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken op niveau B1, Kennis Nederlandse Maatschappij en het voldoen aan de overige (decentrale) onderdelen (PVT, MAP) wordt binnen deze route aan de inburgeringsplicht voldaan. Voor inburgeraars moet het inburgeringstraject erop zijn gericht om het taalniveau B1 zo snel en effectief mogelijk te bereiken. Waar mogelijk zal worden ingezet op een combinatie van inburgering en participatie. De insteek is het leren van de taal in combinatie met werk of andere activiteiten gericht op het meedoen in de samenleving. De wijze waarop hier invulling aan wordt gegeven is maatwerk en wordt vastgelegd in het PIP. Wanneer na aanzienlijke inspanningen tijdens de taallessen blijkt dat de inburgeringsplichtige niet in staat is om binnen de termijn niveau B1 te halen, kan worden bepaald dat examenonderdelen op niveau A2 worden afgelegd. Het gesprek hierover wordt gevoerd tussen de coördinator PIP en de inburgeringsplichtige. Informatie van de cursusinstelling over de voortgang van de inburgeringsplichtige wordt hierbij betrokken en is leidend. Artikel 7. De B1-route11 1. Het inburgeringsexamen bestaat uit: a.

de examinering van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal op ten minste het niveau B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen; en b. de examinering van de kennis van de Nederlandse maatschappij. 2. Onze Minister of Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap biedt het inburgeringsexamen aan. 3. De inburgeringsplichtige die beschikt over een bij ministeriële regeling aangewezen diploma, certificaat of ander document waaruit blijkt dat diegene beschikt over een deel van de vaardigheden en kennis, bedoeld in het eerste lid, is vrijgesteld van de verplichting om dat deel van die kennis of vaardigheden te verwerven. …

Z-route De zelfredzaamheidsroute (Z-route) is bedoeld voor inburgeringsplichtigen bij wie tijdens de brede intake wordt vastgesteld dat zij zeer veel moeite zullen hebben met het leren van de Nederlandse taal en de verwachting is dat zij ook het taalniveau A2 niet zullen halen. De Z-route vervangt de mogelijkheid om van de inburgeringsplicht te worden ontheven op grond van aantoonbaar geleverde inspanningen en zorgt ervoor dat ook deze groep een passend aanbod naar vermogen krijgt. Dit aanbod is gericht op zelfredzaamheid en het meedoen aan de samenleving. Het 'meedoen' zal zo goed als mogelijk lokaal worden vormgegeven in afstemming met de regionale partners. De Z-route heeft een norm van 1.600 uur en is daarmee een stuk hoger dan de 600 uur deelname aan een inburgeringscursus of taalcursus op basis waarvan in het huidige stelsel een ontheffing kan worden aangevraagd vanwege aantoonbaar geleverde inspanningen. In het nieuwe stelsel zal minimaal 800 uur moet worden ingezet op het leren van de Nederlandse taal en KNM waarbij het streefniveau op de vier taalonderdelen (lezen, luisteren, schrijven en spreken) minimaal op niveau A1 ligt. De overige 800 uur moet onder andere worden besteed aan activering en participatie en de andere onderdelen van de inburgeringsplicht (PVT en MAP).

De invulling van deze 800 uur is maatwerk en moet worden afgestemd op de capaciteiten en behoeften van de inburgeringsplichtige. Afstemming vindt plaats tussen de coördinator op het PIP, de Sociale Dienst Drechtsteden en de aanbieder van de leerroute. De uitkomst wordt vastgelegd in het PIP. Voor gezinsmigranten en overige migranten zal door hun (start)positie en situatie in Nederland een andere urennorm gelden. Hun Z-route bestaat uit 800 uur taal, inclusief KNM. Ook voor gezinsmigranten geldt dat het alfabetiseringsonderwijs onderdeel uitmaakt van de totale urenverplichting. Zij moeten deze lessen zelf inkopen en bekostigen. Zij mogen gebruik maken van de door de regio gecontracteerde aanbieder van de Z-route. De coördinator PIP adviseert hen

11

Conceptwettekst wetsvoorstel, Ministerie SZW, juni 2020

- 12 -

hierover tijdens de Brede Intake. De MAP en het PVT vormen de invulling van het onderdeel participatie van de Z-route. Inburgeringsplichtigen die de Z-route volgen hebben voldaan aan hun inburgeringsplicht als zij alle onderdelen uit het PIP hebben afgerond. De gemeente krijgt de taak om de voortgang bij te houden om te kunnen bepalen of aan het PIP is voldaan. Dit zal worden onder gebracht bij de coördinator PIP. Ter afsluiting van de Z-route vindt, voor zowel asielstatushouders als gezinsmigranten, een verplicht eindgesprek plaats. Dit gesprek wordt door de coördinator PIP georganiseerd. Dit eindgesprek is nodig omdat er in de Z-route geen examenverplichting geldt. Hier zal de gemeente, ook aan deelnemen ter controle op de afronding als handhavende en eindverantwoordelijke instantie. Onderwijsroute Om het potentieel van inburgeringsplichtigen beter te kunnen benutten heeft het nieuwe inburgeringsstelsel een aparte leerroute die als doel heeft om inburgeringsplichtigen toe te leiden naar het regulier onderwijs. De onderwijsroute bestaat uit een taalschakeltraject waarin de inburgeringsplichtige de Nederlandse taal leert op minimaal niveau B1/B2 en tegelijkertijd wordt voorbereid op de instroom in het MBO, HBO of WO. Omdat uitstroom op MBO niveau 2 of hoger meer kansen op de arbeidsmarkt biedt heeft dit de voorkeur als vervolg op het taalschakeltraject.

Artikel 8. De onderwijsroute12 1. De inburgeringsplichtige die tijdens de brede intake aangeeft een opleiding in het beroeps- of wetenschappelijk onderwijs te willen volgen, volgt het taalschakeltraject indien naar het oordeel van het college een grote kans bestaat dat deze na het volgen van dat traject in staat is om in het genoemde onderwijs een diploma te behalen. 2. Onder het taalschakeltraject wordt verstaan een opleiding educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet educatie en beroepsonderwijs aan een instelling met diploma-erkenning als bedoeld in artikel 1.4a.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, welke opleiding is gericht op het begeleiden van anderstaligen richting het beroeps- of wetenschappelijk onderwijs. 3. De verplichting om de module Arbeidsmarkt en Participatie af te ronden is niet van toepassing op de inburgeringsplichtige die het taalschakeltraject volgt of heeft afgerond. …

Jonge inburgeringsplichtigen hebben een heel leven in Nederland voor zich. Het behalen van een Nederlands diploma is voor hen extra waardevol omdat dit zorgt voor een betere startpositie op de arbeidsmarkt en deelname aan de samenleving. Het volgen van een onderwijsroute kan ook voor een oudere inburgeringsplichtige de juiste leerroute zijn. Dit kan alleen niet los gezien worden van de Participatiewet. Met het toelaten van een oudere bijstandsgerechtigde tot een taalschakeltraject wordt de verwachting uitgesproken dat na het taalschakeltraject het volgen van een vervolgopleiding met behoud van uitkering ook toe te staan. Bij de vaststelling van de te doorlopen route zal in dergelijke gevallen afstemming met de Sociale Dienst Drechtsteden plaats moeten vinden. Het lijkt logisch om toelating tot de onderwijsroute enkel te beperken tot hen die na afronding van het taalschakeltraject ook aanspraak op studiefinanciering vanuit het DUO kunnen maken. In dit geval is afstemming met de Sociale Dienst Drechtsteden niet nodig omdat aanspraak op een bijstandsuitkering dan vervalt. Het toewijzen van een route blijft maatwerk. De Sliedrechtse insteek is om vooraf geen kansrijke deelnemers aan een onderwijsroute op basis van leeftijd uit te sluiten. Ontwikkeling, duurzame uitstroom en integratie in de Sliedrechtse samenleving staan voorop.

Met het succesvol afronden van alle onderdelen van het taalschakeltraject en het PVT wordt aan de inburgeringsplicht voldaan en beschikken zij over voldoende kennis van de Nederlandse taal, samenleving en arbeidsmarkt maar ook over voldoende (studie)vaardigheden om een vervolgopleiding te volgen en met succes af te ronden.

12

Conceptwettekst wetsvoorstel, Ministerie SZW, juni 2020

- 13 -

Participatieverklaringstraject Het Participatieverklaringstraject (PVT) is een verplicht onderdeel van de inburgering en bestaat uit twee onderdelen; een inleiding in de Nederlandse kernwaarden en de ondertekening van de participatieverklaring. De inleiding bestaat uit inhoudelijke kennis over de kernwaarden van de Nederlandse samenleving en bevat ook een excursie/activiteit aan een lokale instelling. Deze heeft als doel om de kernwaarden ook in de praktijk te laten zien en op de lokale situatie aan te sluiten. Met de ondertekening van de participatieverklaring tonen inburgeringsplichtigen hun betrokkenheid bij de Nederlandse samenleving en hun bereidheid om daar actief aan bij te dragen. Het PVT-traject bestaat uit tenminste 12 uur inclusief ondertekeningsmoment. De inburgeringsplichtige krijgt 3 jaar de tijd om aan deze verplichting te voldoen. De gemeenten heeft op haar beurt het aanbodplicht om hen in staat te stellen hieraan te kunnen voldoen. De uitvoering van het PVT zal onder gebracht worden bij de uitvoerende organisatie van de maatschappelijke begeleiding/coördinatie PIP. Op deze wijze heeft de inburgeringsplichtige zo veel als mogelijk met dezelfde personen het contact waardoor er goed zicht is op de voortgang van de inburgering en het welzijn van de inburgeringsplichtige.

Module Arbeidsmarkt en Participatie Binnen de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) staat het participeren op de arbeidsmarkt centraal. Het MAP komt ter vervanging van de module Oriëntatie Nederlandse Arbeidsmarkt. Deze module werd in de oude situatie uitgevoerd door de Sociale Dienst Drechtsteden. Ook in de nieuwe situatie heeft het de voorkeur om deze cursus uit te laten voeren door hen. Dit sluit naadloos aan op de aan de GRD gedelegeerde taken en de kennis en expertise die zij samen met het UWV binnen Baanbrekende Drechtsteden heeft opgebouwd. Inburgeringsplichtigen die de onderwijsroute volgen zijn vrijgesteld van het onderdeel MAP. Voor de overige inburgeringsplichtigen geldt dat zij binnen 3 jaar het MAP afgerond moeten hebben. De manier waarop invulling wordt gegeven aan het MAP is maatwerk en afhankelijk van de competenties van de statushouder. Financieel Ontzorgen In de eerste maanden na vestiging moet een asielstatushouder veel regelen en organiseren. Er moet een huurcontract worden afgesloten, een energieleverancier moet worden geregeld, verplichte verzekeringen moeten worden afgesloten en ga zo maar door. Daarbij komt dat het inkomen in deze eerste maanden nog niet stabiel is vanwege toeslagen die (nog) aangevraagd moeten worden en niet gelijk uitgekeerd worden.

Het Nederlandse financiële systeem van zorgtoeslagen, naheffingen, eigen risico en afrekeningen is zo complex, dat nieuwkomers snel in financiële problemen komen. Om te voorkomen dat er financiële problemen ontstaan en te zorgen dat asielstatushouders zich volledige kunnen richten op hun inburgering voorziet de nieuwe wet in de verplichte financiële ontzorging. Het financieel ontzorgen is voor alle asielstatushouders met een bijstandsuitkering en duurt ten minste 6 maanden. De zes maanden gaan in op het moment dat het recht van bijstand ontstaat. De verplichte ontzorging bestaat uit het vanuit de bijstandsuitkering betalen van de huur, de rekeningen voor gas, water en licht en de zorgverzekering. De verplichte periode van ontzorgen eindigt na zes maanden. Hiermee wordt voorkomen dat onnodig lang ontzorgd wordt. Onderdeel van dit proces is dat de inburgeringsplichtige tijdig geïnformeerd wordt over het moment dat zij de betalingen zelfstandig moet gaan verrichten. Omdat aan de begeleiding naar financiële zelfredzaamheid geen voorwaarden worden gesteld kan deze ook langer duren dan de periode van zes maanden, afspraken hierover zullen worden vastgelegd in het PIP. Doordat het financieel ontzorgen georganiseerd is vanuit de Participatiewet zal deze uitgevoerd worden door de Sociale Dienst Drechtsteden.

De gemeente is vrij om de asielstatushouder te ondersteunen in de weg naar financiële zelfredzaamheid. Binnen Sliedrecht zullen we hiervoor de aansluiting zoeken bij reguliere voorzieningen zoals de Sociaal Juridische Diensten.

- 14 -

Maatschappelijke begeleiding De maatschappelijke begeleiding heeft als doel om asielstatushouders na verhuizing vanuit het AZC in de eerste fase van hun verblijf te begeleiden en te ondersteunen bij het regelen van praktische zaken en te helpen bij de eerste kennismaking met de Nederlandse samenleving en de lokale omgeving. De maatschappelijke begeleiding is gericht op het vergroten van de kennis over hoe de Nederlandse samenleving praktisch is georganiseerd. De begeleiding start wanneer de asielstatushouder is gekoppeld aan een gemeente en daar wordt ingeschreven. In deze periode moet het meest geregeld worden en is de behoefte aan praktische informatie en ondersteuning het grootst. Ten opzichte van het huidige stelsel wordt de inhoud van de maatschappelijke begeleiding iets gewijzigd. De component ‘hulp bij het starten van de inburgering’ wordt in het nieuwe stelsel onderdeel van het PIP. Dit geldt ook voor de component ‘het stimuleren van participatie en integratie’. De maatschappelijke begeleiding bestaat in ieder geval uit de volgende wettelijke onderdelen; 1. Praktische hulp bij het regelen van basisvoorzieningen. 2. Voorlichten over basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving. Praktische hulp kan bijvoorbeeld bestaan uit het regelen van voorzieningen zoals zorg, uitkeringen, verzekeringen en onderwijs hieronder valt ook de kennismaking met de lokale woonomgeving.

Onder de voorlichting over de basisvoorzieningen wordt ook de kennismaking met maatschappelijke organisaties bedoelt. Artikel 13. Maatschappelijke begeleiding13 1. Het college voorziet in de maatschappelijke begeleiding van de inburgeringsplichtige die rechtmatig verblijf heeft op grond van een: a. verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; of b. verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid, voor verblijf bij een houder van een: o

1 . verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; o

2 . verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 van de Vreemdelingenwet 2000; of o

3 . EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene die is verleend met een aantekening internationale bescherming als bedoeld in artikel 45c, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. 2. De maatschappelijke begeleiding bevat in ieder geval de volgende componenten: a. praktische hulp bij het regelen van basisvoorzieningen; en b. voorlichting over basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving. 3. De maatschappelijke begeleiding vangt aan op de dag dat de inburgeringsplichtige in de basisregistratie personen is ingeschreven, met dien verstande dat als hij rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, het gaat om de inschrijving in de gemeente waar hij op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 is gehuisvest. …

De verantwoordelijkheid voor het verzorgen van de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielstatushouders is bij de gemeente belegd. Wij geven er de voorkeur aan dat de maatschappelijke begeleiding in een taalrijke lokale omgeving van hulp en ondersteuning plaatsvindt. Hierdoor worden voorzieningen en het ondersteuningsaanbod laagdrempelig en benaderbaar. Om deze reden zullen wij in de nieuwe situatie de maatschappelijke begeleiding zowel vanuit het Bonkelaarhuis als vanuit de bibliotheek vormgeven waarbij de locatie volgend is op het vraagstuk. Wanneer mogelijk zullen wij de koppeling maken tussen de coördinator op het PIP met de maatschappelijke begeleider. Zo vindt zowel de voortgang op het PIP als de maatschappelijke begeleiding door één en dezelfde persoon plaats waardoor er een beter beeld van de voortgang op de inburgering ontstaat maar ook een betere band met de inburgeringsplichtige waardoor sturing op de voortgang van de inburgeringsplichtige vergroot wordt.

13

Conceptwettekst wetsvoorstel, Ministerie SZW, juni 2020

- 15 -

2.5 Tijdlijn inburgering Het proces van inburgering kent vele stappen waar zowel voor de gemeente als voor de inburgeringsplichtige verschillende termijnen aan zijn gesteld. De eerste termijn is de koppeling van de inburgeringsplichtige door het COA aan de gemeente. We krijgen na koppeling 10 weken de tijd om de inburgeraar te voorzien van huisvesting. Op het moment van inschrijving start ook de maatschappelijke begeleiding. De duur van de maatschappelijke begeleiding is afhankelijk van de behoefte en is maatwerk. Naar verwachting zal de termijn van maatschappelijke begeleiding variëren tussen de 6 á 12 maanden. Gelijktijdig hebben we met onze partner afgesproken om de eerste 4 weken na huisvesting een stabilisatiefase van 4 weken in te lassen. Vervolgens zal de brede intake en het opstellen van het PIP plaatsvinden. Na vaststelling en ondertekening van het PIP gaat de officiële inburgeringstermijn van 36 maanden in. In onderstaande afbeelding zijn alle termijnen in het proces weergegeven. Tabel 5 Tijdlijn Inburgering

Ook in het nieuwe stelsel blijft het mogelijk om de inburgeringstermijn te verlengen. Dit kan alleen in een situatie waarin het de inburgeringsplichtige niet te verwijten is dat de termijn van drie jaar wordt overschreden. Daarnaast wordt het mogelijk om de inburgeringstermijn te verlengen indien er sprake is van een aanzienlijke inspanningen en verlenging van de termijn tot afronding van de inburgering leidt. Ontheffing inburgering Ook binnen het nieuwe stelsel kunnen zich omstandigheden voordoen waardoor iemand niet in staat is te voldoen aan zijn of haar inburgeringsplicht. De nieuwe wet bevat een aantal gronden voor ontheffing of aanpassing van de inburgeringsplicht. Ontheffing op basis van een geleverde inspanningsprestatie zoals in het huidige stelsel is niet langer mogelijk. Gronden voor ontheffing of aanpassing van de inburgeringsplicht zullen zijn; 1. Psychische of lichamelijke belemmeringen of een verstandelijke beperking. 2. De minister van SZW kan in uitzonderlijke individuele omstandigheden ontheffing van de inburgeringsplicht verlenen. De inburgeringsplichtige is zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van de ontheffing. Bij de aanvraag moet zij een medisch advies afgegeven die door een door de minister aangewezen onafhankelijke arts is opgesteld. Op basis van dit advies besluit het DUO op de aanvraag tot ontheffing of aanpassing van de inburgeringsplicht.

Omdat wij in het nieuwe stelsel regievoerder zijn zullen wij de inburgeringsplichtige wijzen op de mogelijkheid tot ontheffing maar alleen wanneer dit noodzakelijk en in het belang van de inburgeringsplichtige is. De inburgeringsplichtige blijft zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van de ontheffing. Ondanks dat zullen wij in Sliedrecht hulp en ondersteuning vanuit de maatschappelijke begeleider / coördinator PIP ter ondersteuning organiseren. Een koppeling met het brede hulp en ondersteuningsaanbod zal hierbij ook gemaakt worden. Het betreft namelijk een extra kwetsbare groep. Tijdig inzetten op hulp en ondersteuning voorkomt dat zwaardere vormen van hulp en ondersteuningsaanbod nodig is.

- 16 -

Als een medische situatie ontstaat of zich voordoet tijdens de periode van de brede intake en aanleiding geeft om te verwachten dat er een ontheffing zal worden verleent, wordt het medisch advies afgewacht voordat het PIP wordt opgesteld. Als de inburgeringsplichtige wordt ontheven zal er geen PIP meer worden opgesteld.

3. Handhaving & toezicht Toezicht en handhaving op de uitvoering van de nieuwe wet inburgering is een opdracht die in twee verschillende deelopdrachten opgeknipt wordt. Het gaat om toezicht en contractmanagement op de kwaliteit van de gecontracteerde/gesubsidieerde uitvoeringsorganisaties en om de handhaving op de voortgang van de inburgering door de inburgeringspichtige (sturing en handhavingsinformatie). Een belangrijke voorwaarde om hieraan te kunnen voldoen is de inrichting van een systeem van informatie uitwisseling. Hier wordt op landelijke niveau nog aan gewerkt waardoor de wijze waarop dit plaats zal gaan vinden nog niet duidelijk is14. Wel hebben we in beeld welke informatie bij wie bekend moet zijn om zowel de voortgang op de inburgering te kunnen monitoren als toe te zien op de kwaliteit van uitvoering. 3.1 Toezicht De nieuwe wet is neergezet als een lerend stelsel waarbij na 3 jaar de financiering aan gemeenten (gedeeltelijk) gekoppeld wordt aan de door de gemeente geleverde prestatie. Dit heeft als doel om gemeenten blijvend te stimuleren om continu de kwaliteit van inburgering hoog te houden. Hierdoor zal de geleverde en de te leveren prestatie en de kwaliteit van de dienstverlening een integraal onderdeel worden van de voortgangsgesprekken met de uitvoeringspartners.

De opdracht die aan hen wordt meegegeven zal gelijktijdig ook de ruimte in zich hebben om tussentijdse aanpassingen te kunnen maken voor doorontwikkeling. Een enkelvoudige opdracht waarbij de beschrijving gebaseerd is op alleen de wettelijke verplichting volstaat niet langer meer. De kwaliteit van het inburgeringsonderwijs zal gebord worden middels een landelijk keurmerk Blik op Werk. Elke partij die zich wil laten contracteren als aanbieder zal aan de voorwaarden moeten voldoen zoals gesteld wordt in het keurmerk. In het huidige stelsel hebben we gezien dat dit keurmerk niet voldoende is geweest om frauderende organisaties en aanbieders van de markt te weren om zo de inburgeringsplichtige te behoeden van slecht onderwijs en malafide praktijken. In regionaal verband zullen we in de aanbesteding daarom ook extra scherp zijn op de kwaliteitscriteria die aan de aanbieders wordt gesteld. Hiervoor wordt expertise ingezet vanuit de landelijke organisatie Stichting Lezen & Schrijven. In regionaal verband zullen we zoals eerder aangegeven het contractmanagement op de inburgeringsroutes onderbrengen bij de Sociale Dienst Drechtsteden. Jaarlijks zullen meerdere gesprekken plaatsvinden tussen de Sociale Dienst Drechtsteden en de gemeente om de kwaliteit van de geleverde en de te leveren diensten en de samenwerking te bespreken en te optimaliseren.

Het gaat hier om de onderdelen Financieel ontzorgen, contractmanagement inburgeringsroutes, samenwerking MDT brede intake/PIP en de gerealiseerde uitstroom van asielstatushouders richting werk. Wanneer blijkt dat zaken op uitvoeringsniveau eerder besproken moeten worden zullen we met elkaar in contact treden. Lokaal zullen we zelf toezien op de kwaliteit van de geleverde diensten en de realisatie van de prestatieafspraken zoals opgenomen wordt in de subsidiebeschikking aan onze uitvoeringspartner(s). Omdat het een lerend stelsel betreft zullen deze gespreken in de eerste 3 jaar niet alleen per kwartaal verlopen maar ook naar behoefte. Waarbij de behoefte mede bepaald wordt op basis van casuïstiek, huisvestingsaantallen en de kwaliteit van samenwerking en uitvoering. De nieuwe taken zijn voor alle organisaties nieuw en in gezamenlijkheid zal er een modus operandi gevonden moeten worden die recht doet aan de opgave, dit vraagt om tijd en gemeenschappelijke inzet.

14

Actuele stand per 20-07-2020.

- 17 -

3.2 Handhaving Asielstatushouders krijgen maatschappelijke begeleiding, worden financieel ontzorgd als ze bijstandsgerechtigd zijn en er worden regelmatig voortgangsgesprekken gevoerd met de coördinator op het PIP. De randvoorwaarden worden georganiseerd om het inburgeringstraject zo goed mogelijk voor hen te laten verlopen. Ondanks de nieuwe rol voor de gemeente blijft de inburgeringsplichtige wel zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan haar inburgeringsplicht. Het valt niet uit te sluiten dat in enkele gevallen de inburgeringsplichtige verzuimt te voldoen aan haar verplichting. Dit kan op verschillende manieren door bijvoorbeeld niet mee te werken aan de brede intake, het niet volgen van de afspraken zoals opgenomen in het PIP of verzuim van deelname aan de inburgeringsroute. In gevallen waarbij de inburgeringsplichtige verwijtbaar verzuimt te voldoen aan haar inburgeringsplicht krijgt de gemeente de mogelijkheid om handhavend op te treden door het sanctioneren middels het opleggen van een bestuurlijke boete. Tabel 6 Boetestructuur Nieuwe Wet Inburgering

Verplichting

Maximale boete

Uitvoerende partij

Inburgeringsplichtige moet (na oproep gemeente) verschijnen voor en meewerken aan de brede intake (incl. leerbaarheidstoets)

€ 250 NB: deze boete kan elke twee maanden worden opgelegd.

Gemeente

Inburgeringsplichtige moet het PIP naleven: - deelnemen aan voortgangsgesprekken (alle inburgeraars); - deelnemen aan inburgeringslessen (alleen asielstatushouders) Inburgeringsplichtige moet binnen 18 maanden het Participatieverklaringstraject (PVT) afronden en de participatieverklaring ondertekenen

€ 800 NB: deze boete kan elke twee maanden worden opgelegd tot een maximum van € 2.400. € 340

Gemeente

Inburgeringsplichtige moet binnen 18 maanden de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) afronden

€ 340

DUO

Inburgeringsplichtige moet binnen drie jaar: - slagen voor het inburgeringsexamen (B1-route); óf - slagen voor het taalschakeltraject (onderwijsroute); óf - voldoen aan de Z-route

€ 1.000

DUO

DUO

Het opleggen van een boete is een zware maatregel en moet in het perspectief van het geheel gewogen worden. Welk effect heeft de boete in relatie tot de persoonlijke situatie en de voortgang op de inburgering afgezet tegenover de overtreding? Daarbij moeten we in gedachte houden houden dat het om een financieel kwetsbare groep gaat waarbij het beboeten kan leiden tot schulden en stress. De problemen die dit met zich mee kan brengen kan leiden tot verergering van de situatie en een veelvoud van de (maatschappelijke) kosten. Hiermee zeggen we niet dat een boete niet opgelegd moet worden maar enkel als een uiterst zorgvuldig toegepast instrument ingezet moet worden.

"De overheid moet geen schulden veroorzaken maar voorkomen" 15 Gelijktijdig staat het gemeenten ook vrij om beloningsinstrumenten vorm te geven om goed gedrag te stimuleren. Vanuit de sociale wetenschappen weten we dat het belonen van positief gedrag effectiever is dan bestraffen. Dit zou vorm gegeven kunnen worden door bijvoorbeeld extra cursussen of stageplaatsen aan te bieden. Als gemeente mogen we niet aan inkomenspolitiek doen en is het niet mogelijk om een bonus uit te keren maar de Participatiewet biedt hiertoe op beperkte schaal wel mogelijkheden. Een verkenning naar de mogelijkheden binnen de bestaande middelen (participatiebonus, vrijwilligersbonus) en structuren zal hiertoe worden ingezet.

15

Een Valse start, Een onderzoek naar behoorlijke inburgering, Nationale Ombudsman, oktober 2018

- 18 -

Escalatieladder handhaving Handhaving zal ondergebracht worden bij de gemeentelijke organisatie en komt los te staan van de coördinator PIP. Op deze wijze komt er een duidelijk onderscheid in de rol van de gemeente en de coördinator PIP ten overstaande van de inburgeringsplichtige. Om over te gaan tot handhaving zijn wij wel afhankelijk van de informatie van de coördinator. Dit vraagt om uitwisseling van informatie en samenwerking. Voordat er daadwerkelijk overgegaan wordt tot beboeting zal eerst een aantal tussenstappen worden georganiseerd waarbij de inburgeringsplichtige de ruimte krijgt om zijn gedragingen te herstellen. De escalatieladder na geconstateerde overtreding ziet er als volgt uit; 1. Bespreken overtreding (+ berisping), coördinator PIP. 2. Driehoeksgesprek, schriftelijke waarschuwing gemeente. 3. Beboeting, gemeente. Door gebruik te maken van een zogenaamde escalatieladder is de verwachting dat daadwerkelijke beboeting zelden nodig zal zijn. De inburgeringsplichtige krijgt de kans om zijn of haar gedragingen die strijdig zijn met de naleving van het PIP te herstellen. In stap 1 zal de coördinator PIP de kwestie met de inburgeringsplichtige bespreken en haar hierop aanspreken plus de gemeente wordt hiervan geïnformeerd. In het gesprek wordt tenminste de mogelijke financiële consequentie van de overtreding besproken en de aard van de gedragingen.

Afhankelijk van de aard van de gedraging zal een hersteltermijn worden gegeven. Bij de oproep voor de brede intake staat de hersteltermijn gelijk aan de nieuwe afspraak die hiervoor gepland wordt. Bij het verwijtbaar niet naleven van het PIP wordt een hersteltermijn van 1 dag gegeven. De volgende dag zal direct het PIP moeten worden nageleefd. Mocht blijken dat de hersteltermijn niet wordt nageleefd zal worden opgeschaald naar stap 2. Deze bestaat uit een driehoeksgesprek tussen de inburgeringsplichtige, coördinator PIP en de gemeente. In het gesprek zal de aard van de gedragingen wederom worden besproken plus de consequenties. Een schriftelijke waarschuwing zal in het gesprek aan de inburgeringsplichtige door de gemeente worden meegegeven. Deze schriftelijke waarschuwing bevat de hersteltermijn en de hoogte van de eventuele boete bij het niet naleven. In alle gevallen zal een nieuwe hersteltermijn van 1 dag worden gegeven. Mocht ook dit niet het gewenste effect hebben zal na het verlopen van de hersteltermijn uit stap 2 direct overgegaan worden tot beboeting. De hoogte van de boete zal gelijk staan aan de maximale hoogte van de boete zoals vastgesteld in de wet.

3.3 Informatie uitwisseling Voor de uitvoering van de nieuwe taken is het noodzakelijke dat er een vorm van informatie uitwisseling plaats zal vinden tussen de betrokken partijen zodat ieder haar rol en verantwoording kan nemen binnen de aan haar gegeven rol in het nieuwe inburgeringsstelsel. De partijen die hierbij betrokken zullen zijn; DUO/COA, Gemeente, Sociaal Team Sliedrecht, Sociale Dienst Drechtsteden en de uitvoeringsorganisaties voor de inburgeringsroutes. Zowel het Sociaal Team Sliedrecht als de Sociale Dienst zullen informatie nodig hebben om hun toezicht houdende en begeleidende rol richting de inburgeringsplichtige te kunnen vervullen. De gemeente en het DUO/COA voor hun rol als eindverantwoordelijken en handhavende organisaties. Een groot deel van de informatie zal moeten komen van de betrokken uitvoeringsorganisaties. Welke dit zijn is afhankelijke van de uitkomsten van de regionale aanbesteding en het voor de inburgeringsplichtige op te stellen uitvoeringsplan. De gemeente heeft ook de taak om het DUO te informeren over afronding van de inburgering. Naar verwachting zal dit gebeuren via het bestaande overheidsportaal Suwinet. Duidelijk is geworden dat het Rijk geen centraal informatiesysteem voor de uitwisseling van alle signalen zal ontwikkelen.

Dit betekent dat met alle verschillende betrokken partijen hierover aparte afspraken gemaakt zullen moeten worden om zo te kunnen voldoen aan een kwalitatieve invulling van de Nieuwe Wet Inburgering en de eisen die de AVG aan het delen van persoonsinformatie stelt. Dit zal in samenspraak met de uitvoerende organisaties worden vormgegeven waarbij de wettelijke normen gehanteerd worden.

- 19 -

4. Financiën De nieuwe taken hebben voor de gemeente ook een financiële impact. We zullen invulling moeten geven aan nieuwe dienstverlening op zowel lokaal als regionaal niveau. De financiële impact van de invoering wordt enerzijds bepaald door de kosten die we moeten maken en anderzijds door de wijze waarop we hiervoor door het rijk gecompenseerd worden. Uiteraard wordt deze ook bepaald door de te vestigen inburgeringsplichtigen. We onderscheiden twee verschillende fasen; 1. De implementatiefase, in deze fase worden de voorbereidingen getroffen die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de wet. 2. Uitvoeringsfase, in deze fase wordt de wet uitgevoerd en worden de inburgeringsplichtigen begeleid volgens het nieuwe stelsel. 4.1 Implementatiekosten De implementatiekosten bestaan uit de inrichting van het beleid en de processen, kosten voor ICT, communicatie en het werven en opleiden van medewerkers. De inzet van de lokale ambtelijke capaciteit wordt door het AEF in ingeschat op 0,2 tot 0,4 fte. In Sliedrecht schatten we de lokale inzet in op 0,3 tot 0,4 fte. Daarnaast zullen er regionaal extra kosten gemaakt worden voor de begeleiding van het inkoopproces en het inregelen van processen. Het Rijk heeft voor de implementatiekosten middels de meicirculaire eenmalig € 49.821 beschikbaar gesteld.

De kosten voor implementatie lopen door tot na de ingangsdatum van de nieuwe wetgeving. 4.2 Uitvoeringskosten We baseren de kosten op het AEF rapport. Het rapport heeft een aantal aannames in zich en is gebaseerd op informatie zoals opgehaald bij gemeenten. In het rapport zijn de gemiddelde trajectkosten en de personele inzet per specifieke taak van de nieuwe wet opgenomen. Op basis van het rapport en de beschreven verdeling van lokale en regionale taken komen we tot het onderstaande beeld van de geprognosticeerde uitvoeringskosten per onderdeel. Geprognosticeerde kosten per onderdeel Lokaal Brede intake en PIP PVT Maatschappelijke begeleiding Financieel ontzorgen Voortgang en handhaving Proces leerroutes + MAP Ambtelijke sturing en beleid

Regionaal € 1.029,73 € 338,86 € 2.250,00 € 922,18 € 1.439,61 € 0,00 € 28.955,77

€ 0,00 € 0,00 € 0,00 € 363,30 € 0,00 € 10.989,08 € 0,00

De lokale kosten per asielstatushouder zijn opgebouwd uit de personele inzet en cursuskosten voor de brede intake en PIP, PVT, maatschappelijke begeleiding, financieel ontzorgen en voortgang en handhaving. In totaal worden deze op basis van het AEF rapport ingeschat op € 5.980,38. De regionale kosten per statushouder bestaat uit de technische processen voor het financieel ontzorgen en komen uit op € 363,30. De kosten voor gezinsmigranten zijn opgebouwd uit de onderdelen brede intake en PIP, PVT en de voortgang en handhaving. De kosten per traject per gezinsmigrant komen uit op € 2.808,20. Regionaal worden hier geen kosten voor gemaakt omdat zij niet financieel ontzorgd worden. Hierbij moet de kanttekening geplaatst worden dat de kosten voor gezinsmigranten lager uitvallen dan de prognose vanwege de betere startsituatie ten op zichtte van asielstatushouders. Deze trajecten zullen daardoor minder arbeidsintensief zijn. De regionale kosten op de leerroutes en de MAP zijn opgebouwd uit de personele inzet voor het opstellen van kwaliteitscriteria voor inkoop, inkopen van de leerroutes en het MAP en het toezicht op de kwaliteit.

De lokale ambtelijke kosten bestaan uit de inzet op het opstellen van kwaliteitscriteria voor het PVT en de maatschappelijke begeleiding, het inkopen van het PVT en de maatschappelijke begeleiding, toezicht houden op de kwaliteit, leidinggeven en het evalueren en opstellen van beleid. Zowel de regionale als de lokale kosten zijn in het AEF rapport als structurele kosten opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/54/documents/656