By 5 - Eindconcept toetsingsadvies commissie MER.pdf
Tekst van het document
3590 Eindconcept toetsingsadvies 5 november 2021
Advies over het MER in het kort De gemeente Sliedrecht wil een omgevingsvisie vaststellen, waarin de beoogde ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving tot 2040 zijn beschreven. De omgevingsvisie richt zich onder andere op de aanpak van de woningbouwopgave, groenbeleid, omgaan met 5
klimaatverandering en effecten op verkeer en milieu. Voor het besluit over de visie is een omgevingseffectrapport (OER)1 opgesteld.2 De gemeente Sliedrecht heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage gevraagd te adviseren over het OER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het OER.
10
Wat blijkt uit het OER? Het OER brengt de effecten in beeld van vier scenario’s. In alle scenario’s is de woningbouwopgave leidend.3 Het verdichten van het stedelijk gebied leidt tot risico’s op extra hittestress, een grotere kans op wateroverlast en biedt minder ruimte voor groen. Hoe meer woningen, hoe minder mogelijkheden er zijn om hier maatregelen voor te treffen.
15 In alle scenario’s neemt het verkeer toe en daarmee de geluidsbelasting. De extra woningen (en daarmee het extra verkeer) leidt tot extra stikstofneerslag. Er zijn daarom maatregelen nodig voordat de plannen gerealiseerd vanwege de ligging nabij het beschermde natuurgebied de Biesbosch. De uitbreiding van Sliedrecht naar de polder aan de noordzijde 20
van de A15 en het spoor heeft een landschappelijke impact. Omdat tegelijkertijd de bereikbaarheid en belevingswaarde worden vergroot, beoordeelt het OER de effecten van deze locatie als beperkt negatief of neutraal. Uit het OER blijkt dat de uitwerking van de omgevingsvisie leidt tot negatieve effecten op de
25
thema's bereikbaarheid, milieu en gezondheid, sport, cultuur en recreatie, beschermde
natuurgebieden, biodiversiteit en landschappelijke waarden. Ook scoort de omgevingsvisie negatief op de ambities ten aanzien van de opgaven groen & water en duurzame mobiliteit.
Wat is het advies van de Commissie? 30
Er is voor gekozen om te trechteren naar ‘relevante opgaven voor het OER’. Het OER richt zich vervolgens met name op één onderdeel van de opgaven, namelijk woningbouw. Dit heeft tot gevolg dat een aantal concreet geformuleerde ambities uit de omgevingsvisie niet terugkomen in de alternatieven en de effectbeoordeling. Ook ontbreekt de integrale benadering, zoals die wel in de omgevingsvisie is gehanteerd. Doordat de mogelijkheden
35
voor het vergroten van de woningvoorraad leidend zijn en de andere opgaven daar afhankelijk van worden gesteld, ontbreekt inzicht in kansen (en risico’s) op deze gebieden. De Commissie signaleert bij de toetsing van het OER dat belangrijke informatie ontbreekt. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig
40
mee te kunnen wegen bij het besluit over de omgevingsvisie.
1
De gemeente Sliedrecht hanteert deze term voor het milieueffectrapport bij de omgevingsvisie.
2
Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Sliedrecht. Anteagroup, 26 augustus 2021.
3
In aantal te realiseren woningen en de locatie daarvoor.
-1-
3590 Eindconcept toetsingsadvies 5 november 2021 Het gaat om de volgende punten: •
Relatie tussen omgevingsvisie en OER: de vijf opgaven uit het OER zijn maar deels te herleiden naar de onderwerpen uit de omgevingsvisie waarbij niet alle onderwerpen uit de visie een plek hebben gekregen in het OER. De keuze voor woningbouw als centrale
5
opgave in het OER is onvoldoende onderbouwd. •
Kansen vanuit de overige opgaven: door de focus op woningbouw ontbreekt inzicht in mogelijke kansen die de andere opgaven bieden voor de kwaliteit van de leefomgeving. Een integrale benadering mist op deze manier.
• 10
Scenario’s: een beschrijving van het trechteringproces naar de vier scenario’s en de daarbij gehanteerde uitgangspunten ontbreekt.
•
Beoordeling van effecten en inzicht in maatregelen: de beoordeling van effecten en voorgestelde maatregelen is erg algemeen en abstract. Het OER biedt nu te weinig aanknopingspunten voor een (gebiedsgerichte) uitwerking van de visie in programma’s en omgevingsplan.
15
•
De samenvatting: de gemaakte keuzes, zoals voor één centrale opgave en de wijze waarop tot de omgevingsvisie is gekomen, ontbreken. De samenvatting is nu onvoldoende een complete afspiegeling van het OER en onvoldoende zelfstandig leesbaar.
In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe en geeft ze aandachtspunten voor het 20
vervolgtraject.
Figuur 1 overzicht van de vijf onderzochte ontwikkellocaties binnen de gemeente Sliedrecht (bron: OER). 25
Aanleiding MER De omgevingsvisie beschrijft het integrale beleid van de gemeente met betrekking tot de fysieke leefomgeving voor de lange termijn tot 2040. Omdat de omgevingsvisie kaderstellend is voor het omgevingsbeleid van de gemeente, waarvoor een MER nodig is of kan zijn, is het wettelijk verplicht om een plan-MER op te stellen. Een MER is ook nodig omdat significante negatieve effecten op Natura 2000-
30
gebieden niet met zekerheid zijn uitgesloten. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen
-2-
3590 Eindconcept toetsingsadvies 5 november 2021 milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Sliedrecht - besluit over de Omgevingsvisie Sliedrecht. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan
5
in bijlage 1 van dit advies. U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt door nummer 3590 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.
Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de op te stellen aanvulling. Deze adviezen zijn opgenomen in een tekstkader. Naar het oordeel van de 10
Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming door de gemeente Sliedrecht. In de tekst is ook een aantal aanbevelingen gedaan. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren.
Ambities en opgaven 15
2.1.1
Relatie tussen de omgevingsvisie en het OER De vertaling van ambities naar opgaven De omgevingsvisie zet de drie hoofduitgangspunten uit Koers 2030 uit langs drie thema’s met daaronder acht onderwerpen.4 Voor deze onderwerpen zijn ambities benoemd en deze zijn vertaald naar doelen en uitgangspunten. Wat opvalt is dat het OER uitgaat van vijf
20
relevante opgaven met daarbij woningbouw als centrale, sectorale opgave. De vijf opgaven zijn (deels) te herleiden naar de onderwerpen uit de omgevingsvisie, maar de wijze waarop de opgaven gekoppeld zijn aan de thema’s en onderwerpen uit de visie, en waarom niet alle onderwerpen een plek hebben gekregen in het OER, is niet inzichtelijk.
25
Zo bevat de omgevingsvisie de ambitie om in 2050 energie- en klimaatneutraal te zijn en in 2030 een bijdrage van 1,5PJ te leveren aan de regionale energieopgave. Deze ambitie is als opgave onderzocht in het OER, maar alleen meegenomen in de effectbeoordeling onder de noemer ‘energiegebruik en duurzame energie’. Wat, bijvoorbeeld, de ruimtelijke betekenis van klimaat- en energieneutraliteit is en wat dit betekent voor de andere opgaven, zoals
groen en water, is nu niet duidelijk. Ook is niet inzichtelijk gemaakt of deze ambities uit de
30
omgevingsvisie haalbaar zijn en welke maatregelen dit vraagt.
Omvang van de opgave Tot slot valt op dat de opbouw van het OER eerst de opgaven benoemt, vervolgens de te 35
onderzoeken scenario’s in beeld brengt en daarna pas de referentiesituatie beschrijft. Het OER laat niet zien hoe de ambities uit de visie zijn afgeleid van de referentiesituatie, de effectiviteit van bestaand beleid en de daaruit voortkomende knelpunten. Wat ontbreekt is inzicht in de omvang van de opgave: wat is nodig om vanuit de huidige situatie de beoogde ambities te bereiken?5
4
Zie hoofdstuk 3 van de Omgevingsvisie waarin Koers 2030 op hoofdlijnen is beschreven.
5
Zie de Praktijkproef Afwegingskader Omgevingsvisie Vanuit de perspectieven milieueffectrapportage en Global Goals. VNG, 2020.
-3-
3590 Eindconcept toetsingsadvies 5 november 2021
In dat kader is ook relevant in hoeverre bestaand beleid en wet- en regelgeving randvoorwaarden stellen aan de omgevingsvisie. Dit komt nu maar beperkt aan bod. Zo wordt de Groenstructuurvisie van de gemeente wel genoemd maar is de betekenis van 5
bijvoorbeeld de Kaderrichtlijn Water of afspraken met betrekking tot bodemdaling in de Alblasserwaard niet opgenomen.
De keuze voor één centrale opgave De woningbouwopgave is leidend geweest bij het komen tot de scenario’s. De reden dat 10
uitbreiding van de woningvoorraad als centrale opgave is gebruikt, is dat dit naar verwachting tot belangrijke effecten op de fysieke leefomgeving leidt. De gemeente beschouwt woningbouw als essentiële katalysator voor andere ontwikkelingen, zoals een nieuwe verbinding over de A15 en het spoor heen.6 De andere opgaven (groen & water, duurzame mobiliteit, sport & recreatie en verbinding
15
polder & rivier) kunnen wel tot relevante effecten op de leefomgeving leiden, maar hiervoor is het niet direct noodzakelijk om alternatieven op te stellen, zo staat in het OER.7,8 Voor deze opgaven is binnen de scenario’s enkel gekeken naar mogelijkheden om bij te dragen aan de ambities en zijn geen eigen scenario’s ontwikkeld. 20 Een toelichting op dit onderscheid ontbreekt. Het blijft nu onduidelijk waarom woningbouw wel en bijvoorbeeld groen en water niet als sturend principe gehanteerd is. Paragraaf 3.3 van het OER vermeld namelijk wel het volgende: ‘uitbreiding en verbetering van groen en water in Sliedrecht is een belangrijke opgave’. De rol van het OER is ook het kunnen mee laten wegen 25
van de effecten op de leefomgeving bij de keuzes over grote maatschappelijke opgaven, waaronder woningbouw, klimaatadaptatie en milieu, zo staat in het voorwoord.
2.1.2
Mogelijke kansen vanuit andere opgaven De keuze om één van de vijf opgaven centraal te stellen in de alternatieven betekent dat een verkenning van de ‘hoeken van het speelveld’, waarvoor de scenario's mede bedoeld zijn, op
30
voorhand sterk is ingeperkt. Het alternatievenonderzoek in een OER is bedoeld om te onderzoeken wat de mogelijke milieugevolgen van het plan zijn en in hoeverre deze met maatregelen beperkt of voorkomen kunnen worden. Of een grotere inzet op bijvoorbeeld
groen & water of duurzame mobiliteit leidt tot kansen die negatieve effecten beperken (of voorkomen) en meer bijdragen aan de ambities is nu niet in beeld gebracht. 35 Juist als uit het OER blijkt dat het voorkeursalternatief tot negatieve effecten leidt op belangrijke thema's en ambities van de omgevingsvisie is het belangrijk om nader te onderzoeken hoe deze voorkomen of beperkt kunnen worden. Het OER geeft in hoofdstuk 10 hiertoe wel een aanzet maar die is zeer globaal en de daarin gepresenteerde doorwerking van 40
mogelijke maatregelen in de beoordeling is niet onderbouwd en daarmee onnavolgbaar (zie ook paragraaf 2.3.2 van dit advies).
6
Zo is toegelicht in een locatiebezoek op 12 oktober 2021.
7
Zie paragraaf 3.1 van het OER.
8
In het voorwoord is de rol van het OER: Met de Omgevingsvisie wil de gemeente inspelen op grote maatschappelijke opgaven, zoals de woningbouwopgave, klimaatadaptatie en milieu. Om in te spelen op deze opgaven zijn keuzes nodig. Waar en hoeveel kan er gebouwd worden? Hoe moet de openbare ruimte ingericht worden? Welke mobiliteitskeuzes zijn er te maken? Bij deze keuzes (grote maatschappelijke opgaven wil de gemeente de effecten op de leefomgeving mee laten wegen. Daar ligt de rol van dit Omgevingseffectrapport (OER).
-4-
3590 Eindconcept toetsingsadvies 5 november 2021 Het OER maakt onvoldoende inzichtelijk in hoeverre de scenario’s tegemoet komen aan de verschillende ambities van de gemeente én waar sprake kan zijn van botsende ambities of ruimteclaims. Gezien de opgaven is op verschillende locaties een ‘strijd om de ruimte’ te verwachten, maar deze komt door de focus op woningbouw nauwelijks in het OER tot 5
uitdrukking. Mogelijk worden risico’s en kansen over het hoofd gezien bij het besluit over de omgevingsvisie en komen deze pas bij de nadere uitwerking aan het licht. Ook leidt de focus op woningbouw ertoe dat de effectanalyse zich vooral richt op de vijf ontwikkellocaties, terwijl voor de andere ambities ook andere locaties binnen de gemeente Sliedrecht relevant zouden kunnen zijn.
10 Ter illustratie zijn hieronder twee onderwerpen uitgelicht: •
Groen & water: de opgave is uitbreiding en verbetering. Dit is belangrijk voor Sliedrecht, onder andere omdat het aandeel groen en water in het woongebied laag is, met wateroverlast en hittestress als gevolg.9 Koers 2030 heeft het over het toevoegen van
15
een aantal groene longen10. Het valt op dat in alle scenario’s de invulling van groen en water afhankelijk is van de ruimte en mogelijkheden die de woningbouw biedt. In hoofdstuk 7 van het OER staat dat vooral scenario A en B ruimte bieden voor openbare ruimte, maar of dit meer of minder is dan al vastgelegd in de Groenstructuurkaart van de gemeente is niet duidelijk. Met de voorgenomen keuzes (hoofdstuk 8 van het OER)
20
kiest de gemeente voor uitbreiding van de groenstructuur en (meer) vergroenen van de gebouwde omgeving. Omdat een concreter beeld ontbreekt, is niet duidelijk of de gewenste uitbreiding van groen en water past binnen de beschikbare ruimte. •
Sociaal, veilig en gezond – verkeersveiligheid: volgens Koers 2030 kent Sliedrecht in de toekomst minder verkeersoverlast en is het in het verkeer veiliger geworden. De
25
effectbeoordeling laat zien dat de onderzochte scenario’s hier niet aan bijdragen. Hoofdstuk 10 benoemt afwegingen om de impact van het wegverkeer te verminderen, maar dit zijn alleen generieke, niet-gebiedsspecifieke maatregelen. Of het centraal stellen van een gezonde en veilige leefomgeving kansen biedt voor bijvoorbeeld verkeersveiligheid én andere opgaven is niet inzichtelijk.
30 De Commissie adviseert om in een aanvulling op het OER, voorafgaand aan besluitvorming: •
De samenhang tussen de ambities uit de omgevingsvisie en de opgaven uit het OER duidelijk te maken. Laat daarmee zien hoe de ambities uit de visie, inclusief de daarin opgenomen doelen en uitgangspunten, een plek in het OER hebben gekregen.
35
•
De keuze voor woningbouw als centrale opgave nader te onderbouwen. Geef daarbij inzicht in de wijze waarop en waarom de vijf opgaven ten opzichte van elkaar geprioriteerd worden.
•
Inzicht te bieden in mogelijke kansen die de andere opgaven bieden voor de ambities van de omgevingsvisie. Onderzoek daarvoor, op basis van expert judgement, wat de
40
combinatie van de centrale opgave woningbouw te met achtereenvolgens een maximale inzet op groen & water, duurzame mobiliteit, sport & recreatie of verbinding polder &
rivier kan bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. •
Een compleet beeld van relevante wet- en regelgeving en bestaand beleid op te nemen en daarvan te laten zien wat dit betekent voor de opgaven.
9
Zie bladzijde 56 van het OER.
10
Zie bladzijde 17 van de Omgevingsvisie
-5-
3590 Eindconcept toetsingsadvies 5 november 2021
Onderscheid tussen de scenario’s De scenario’s voor de woningbouw zijn beperkt onderscheidend. Een scenario waarin de woningopgave (vrijwel) volledig in de polder wordt gerealiseerd ontbreekt, terwijl daarmee in het dorp mogelijk meer ruimte wordt geboden voor ambities voor bijvoorbeeld de opgaven
groen & water en verbinding polder & rivier. Tijdens het locatiebezoek is toegelicht dat dit is
5
ingegeven door het provinciale standpunt dat woningbouw in eerste instantie binnenstedelijk, en dan pas buitenstedelijk gerealiseerd mag worden. Een beschrijving van het trechteringproces naar de vier scenario’s en de daarbij gehanteerde uitgangspunten ontbreekt. 10 Voorts geldt dat de keuzes die zijn gemaakt op de niet-woningbouw ambities, niet navolgbaar zijn. Er zijn diverse elementen die in een bepaald scenario zijn opgenomen, maar die ook zouden passen in andere scenario's. Voorbeelden hiervan zijn o.a. het aanleggen van verbindingen voor langzaam verkeer, de realisatie van een mobiliteitshub of een nieuwe 15
verbinding over de A15. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het OER, voorafgaand aan besluitvorming toe te lichten hoe de scenario’s tot stand zijn gekomen, welke uitgangspunten daarbij gehanteerd zijn. Leg ook uit waarom elementen wel in het ene, en niet in het andere scenario
20
een plek hebben gekregen.
Gebiedsspecifieke aandachtspunten en aanbevelingen 2.3.1
Effectbeoordeling met gebiedsspecifieke informatie Hoofdstuk 7 (effectbeoordeling) en hoofdstuk 9 (effecten van voorgenomen keuzes) laten zien dat er negatieve milieueffecten op kunnen treden en dat niet alle opgaven gerealiseerd
25
worden. Het OER geeft hiermee een globaal beeld van wat wel en niet kan en op welke onderdelen verdere uitwerking of maatregelen nodig zijn. Gebiedsspecifieke informatie maakt duidelijk hoe groot opgaven en hoe urgent knelpunten op bepaalde locaties zijn, waar beperkingen zijn en de grootste kansen liggen, en waar
30
scherpe keuzes nodig zijn. De algemene uitwerking sluit niet volledig aan op de ambities en doelen van de omgevingsvisie, die op punten specifieker is dan de opgaven in het OER, en geeft weinig aanknopingspunten voor een (gebiedsgerichte) uitwerking van de visie in programma’s en omgevingsplan. Deze informatie is volgens de Commissie essentieel voor het vaststellen van de omgevingsvisie, maar zeker ook voor de uitwerking daarvan in
35
gebiedsgerichte en sectorale programma’s, het omgevingsplan en andere besluiten. Het ontbreken van de gebiedsspecifieke informatie uit zich in verschillende onderdelen van de effectbeoordeling: de wijze waarop scores zijn toegekend, de manier waarop criteria aansluiten op de opgaven en het abstractieniveau van de effecten.
40
Toekennen van scores In het OER ontbreekt een sleutel op basis waarvan de effecten zijn beoordeeld (wanneer krijgt een effect een – en wanneer een +). Omdat ook een gebiedsspecifieke toelichting en motivatie ontbreken zijn de toegekende scores bij veel beoordelingen beperkt navolgbaar. 45
Voorbeelden zijn:
-6-
3590 Eindconcept toetsingsadvies 5 november 2021 •
Bereikbaarheid: op grond van welke criteria leiden de drie mogelijke maatregelen om de omvang van het verkeer te beperken tot een aangepaste score (van 0/- naar 0)11? Een uitleg waarom scenario D als enige een plus (+) op mobiliteit en bereikbaarheid krijgt vanwege de verbeterde bereikbaarheid van het station en een mobiliteitshub ontbreekt.
5
Want, ondanks deze voorzieningen, laat dit scenario van alle scenario's de grootste toename van verkeersbewegingen zien, zowel in het bestaande dorp als ten noorden van de A15. Ook een positieve score (+) voor verkeersveiligheid bij variant A, is niet logisch gezien de toename van het verkeer binnen Sliedrecht. •
10
Landschap: de effecten op landschap zijn op twee onderwerpen beoordeeld: de impact op de landschappelijke kwaliteiten en de mogelijkheden voor de belevingswaarde van het landschap. Het bouwen in de polder leidt alleen in scenario B (1.000 woningen in het buitengebied) tot een 0/- score. Scenario D (2.000 woningen in het buitengebied) is neutraal beoordeeld. Hoe in dit oordeel de bereikbaarheid en belevingswaarde opweegt tegen de aantasting van de landschappelijke kwaliteiten (namelijk een karakteristiek
15
open landschap) is niet inzichtelijk. Het roept ook de vraag op waarom belevingswaarde niet als onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit is beschouwd. •
Biodiversiteit: informatie over de huidige biodiversiteit en aangetroffen beschermde soorten ontbreekt. Dergelijke informatie is wel nodig om de effecten te kunnen beoordelen en duiden.
20
Criteria passend bij de opgaven De beoordelingscriteria geven maar beperkt inzicht in de mate waarin de visie bijdraagt aan de doelen. Waar de ambitie zich richt op duurzaam vervoer is de referentiesituatie 2040 beoordeeld op onder andere de aansluitingen voor autoverkeer op de A15 en de intensiteiten 25
van het autoverkeer op ontsluitingswegen. Aan de hand van de gebruikte criteria kan het effect van nieuwe fietsverbindingen en andere mobiliteitskeuzes niet worden afgemeten.
Samenhang tussen effecten In hoeverre verandering in verkeersintensiteit op de Rijndijk leidt tot een andere 30
geluidsbelasting ter plaatse komt niet aan bod in het OER. Een ander voorbeeld is de al eerder genoemde opgave voor duurzame energie en wat dit betekent voor de andere opgaven. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het OER, voorafgaand aan de
35
besluitvorming, beschikbare ruimtelijke en gebiedsspecifieke informatie te gebruiken voor een meer gebiedsspecifieke analyse van de effecten en het doelbereik (kansen, knelpunten en de zwaarte daarvan). Licht toe hoe de scores zijn toegekend en maak duidelijk hoe de gebruikte criteria (ook) aansluiten op de opgaven. Deze analyse biedt aanknopingspunten voor de uitwerking hoofdstuk 10, zie de volgende paragraaf van dit advies.
40
2.3.2
Nadere maatregelen en aanbevelingen Hoofdstuk 10 geeft aan welke afwegingen er richting plan of programma gemaakt kunnen worden. Het gaat om maatregelen om de effecten te beperken of het doelbereik te (kunnen) vergroten. De conclusie is dat nagenoeg alle thema’s de effecten (beperkt) positief scoren en
45
11
dat de omgevingsvisie positief bijdraagt aan alle opgaven en ambities. De uitwerking in dit
Zie paragraaf 10.2.2 en 10.2.4 van het OER.
-7-
3590 Eindconcept toetsingsadvies 5 november 2021 hoofdstuk is te algemeen om hieruit af te kunnen afleiden waarom de genoemde suggesties leiden tot de aangepaste de effectscores. Als voorbeeld de uitwerking van milieu en gezondheid: de gemeente streeft, in lijn met de 5
Omgevingswet, een groener en gezonder Sliedrecht en een duurzaam veilige fysieke leefomgeving na.12 Geen van de scenario’s levert hier een positieve bijdrage aan. De voorgenomen keuzes voor de omgevingsvisie scoren negatief op het thema milieu en gezondheid13; waarom dit oordeel positief scoort na nadere afwegingen is niet onderbouwd in hoofdstuk 10.
10 Ook bevat hoofdstuk 9 maatregelen die niet terugkomen in hoofdstuk 10, zoals mogelijkheden voor bedrijfsverplaatsing ten gunste van woningbouw en groen en water. De Commissie ziet dit hoofdstuk 10 als een van de belangrijkste onderdelen van het OER. De 15
uitwerking ervan is nu onvoldoende gebiedsspecifiek en onderbouwd om conclusies te kunnen trekken voor de besluitvorming over en de uitwerking van de visie in programma’s en omgevingsplan. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het OER, voorafgaand aan besluitvorming
20
de afwegingen in hoofdstuk 10 verder te concretiseren en te verdiepen met gebiedsspecifieke informatie en duidelijke criteria. Dit vraagt op punten een verdere verdieping van de effectbeoordeling (zie ook voorgaande paragraaf in dit advies), specifiek voor die onderwerpen die negatief zijn beoordeeld op milieueffecten en/of doelbereik. Maak ook duidelijk hoe deze afwegingen gebruikt gaan worden bij de verdere uitwerking van
25
de visie.
Samenvatting De samenvatting van het OER moet een goede afspiegeling zijn van de inhoud van het OER. De Commissie constateert dat de samenvatting niet ingaat op de keuze om alleen de woningbouwopgave centraal te stellen en suggereert dat de verschillende opgaven op 30
gelijkwaardige wijze in de scenario’s zijn opgenomen. Hoe de effectbeoordeling van de vier scenario’s is gebruikt om tot de omgevingsvisie te komen ontbreekt: vanuit de samenvatting lijkt de omgevingsvisie gebaseerd op scenario B. Echter, de beoordeling is op veel aspecten en ambities anders. Onduidelijk is waardoor dit wordt veroorzaakt. Daarnaast bieden de voorgaande punten in dit advies aanleiding om de samenvatting aan te vullen.
35 De Commissie adviseert om, voorafgaand aan besluitvorming, in een aanvulling op het OER de samenvatting aan te vullen met: •
Een overzicht van de vertaling van de ambities uit de omgevingsvisie naar de opgaven in het OER en de keuze voor één centrale opgave (zie paragraaf 2.1.1 van dit advies).
40
•
Een beeld van de kansen (en risico’s) voor de andere opgaven, gegeven de centrale opgave voor woningbouw (zie paragraaf 2.1.2 uit dit advies).
•
Een toelichting op de totstandkoming van de onderzochte scenario’s en de daarbij gemaakte keuzes (zie paragraaf 2.2 van dit advies).
• 45
De belangrijkste gebiedsspecifieke maatregelen en aanbevelingen (zie paragraaf 2.3 van dit advies).
12
Ambitie Ruimtelijke kwaliteit in de Omgevingsvisie
13
Zie paragraaf 9.2.1 van het OER
-8-
3590 Eindconcept toetsingsadvies 5 november 2021
Monitoring en evaluatie Het onderdeel monitoring krijgt weinig aandacht. De te monitoren aspecten zijn in algemene zin benoemd maar de wijze waarop monitoring plaats moet vinden is nog niet ingevuld. De Commissie benadrukt dat monitoring en evaluatie cruciaal zijn, omdat de omgevingsvisie in 5
de huidige vorm nog niet duidelijk maakt hoe, waar en door wie acties worden ondernomen. Het uitgewerkte voorstel voor een mogelijk monitoringsprogramma voor gezondheid is een goede aanzet, maar tamelijk algemeen en nog niet toegespitst op wat voor Sliedrecht relevant is.
10
Op basis van monitoring zal de komende jaren beoordeeld moeten worden of doelen daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden of dat bijsturing noodzakelijk is. Met het oog daarop adviseert de Commissie om meetdoelen te formuleren op basis waarvan de monitoring kan worden ingericht.
15
Terecht noemt het OER de monitoren van randvoorwaarden en mitigerende maatregelen, zoals de afname van stikstofemissie die noodzakelijk is ontwikkelingen mogelijk te maken. Maak ook duidelijk voor welke andere (mitigerende) maatregelen monitoring nodig is. Gebruik de aangescherpte analyses uit de aanvulling om te bepalen welke informatie nodig is
20
om voortgang op effecten en doelen te kunnen meten, beoordelen en evalueren. Dit biedt de gemeente een goede basis om in de loop van de tijd acties aan te passen of aan te vullen met extra maatregelen. Leg daarom ook vast waar verantwoordelijkheden liggen (wie beslist en in welke situatie) en waar prioriteiten liggen. Het is van belang om vooraf maatregelen achter de hand te definiëren zodat deze tijdig ingezet kunnen worden. Benoem in het monitoringplan
25
of -programma voor de omgevingsvisie mijlpalen en bijsturingsmomenten.
-9-