By 3 - Passende beoordeling omgevingsvisie Sliedrecht.pdf
Tekst van het document
Blad 25 van 49
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
Tabel 6.1: Stikstofeffect Instandhoudingsdoelen Natura 2000-gebied Biesbosch door verkeersaantrekkende werking nieuwbouwwoningen (b = soort heeft instandhoudingsdoel als broedvogel, nb = soort heeft instandhoudingsdoel als niet broedvogel, * = prioritaire habitattype in de zin van artikel 1 van de Habitatrichtlijn (enkele leefmilieus waarvoor spoedmaatregelen gewenst zijn, zijn in de lijst met te beschermen habitattypen aangewezen als prioritaire habitattypen).) (zie bijlage 2 voor de Aeriusberekening). Stikstofgevoelig Habitattypen/leefgebied Biesbosch Soort waarvan Hoogste leefgebied/habitattype bijdrage onderdeel is van het (mol/ha/jr) leefgebied binnen N2000 Biesbosch Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het Bruine kiekendief (b) 0,28 rivieren- en zeekleigebied (Lg11) Grutto (nb) Nat, matig voedselrijk grasland (Lg08) Bruine kiekendief (b) 0,17 Grutto (nb) Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart) Bruine kiekendief (b) 0,08 (H6510B) Grutto (nb) Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) Bruine kiekendief (b) 0,05 (H6510A) *Stroomdalgraslanden (H6120) 0,04 *Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen) (H91E0B) 0,00
De meeste andere habitattypen waarvoor het Natura 2000-gebied Biesbosch is aangewezen , alle habitatsoorten, de meeste broedvogels en niet-broedvogels zijn niet stikstofgevoelig of maken in dit Natura 2000-gebied geen gebruik van stikstofgevoelig leefgebied. Dan is een significant gevolg als gevolg van stikstofdepositie bij voorbaat uit te sluiten. Deze conclusie wordt ook getrokken voor het stikstofgevoelig habitattype zonder planbijdrage; H91E0B. Effect op Glanshaverhooilanden (H6510A) Het stikstofknelpunt is beperkt; de grootst oppervlakte van dit habitattype ondervindt geen stikstofknelpunt. Het rivierdynamische proces in de Merwede leidt tot oeverwalvorming en daarna door opstuiving van kalkrijk rivierzand tot duinen op de Kop van de Oude Wiel. Meer naar het westen neemt de invloed van de rivierdynamiek af en neemt de getijde invloed toe. Dat leidt tot zaveliger, en meer naar het westen, tot kleiiger afzettingen. In deze bodemafzettingen in de Sliedrechtse Biesbosch is er een gradiënt van de Kop van de Oude Wiel (zand) naar Jongeneel Ruigten (klei). Op de lichtere gronden (zavel) bevindt zich het glanshaverhooiland. Het is grondwaterafhankelijk. De graslanden hierop worden al vanaf de vijftiger jaren van de vorige eeuw als schrale graslanden beheerd. Eens per 2-3 jaar zijn er overstromingen (duur < 10 dagen), maar buiten het groeiseizoen.
Ook de permanente toename van stikstofdepositie als gevolg van het plan leidt tot de aanvoer van voedingsstoffen, waardoor er een hogere gewasproductie (vergrassing) ontstaat. Ook door overstroming wordt de relatieve voedselrijkdom in stand gehouden. Om het habitattype in de vereiste conditie te houden is er daarom een hogere beheersinspanning nodig dan zonder stikstofdepositie en die inspanning wordt nu niet geleverd. Daarnaast is er sprake van negatieve effecten door hoge stikstofdeposities uit het verleden. Het is niet uit te sluiten dat het cumulatieve effect (situatie uit het verleden en planbijdrage) zal leidden tot een kwaliteitsafname. Het beheer heeft de negatieve effecten van de historische situatie onvoldoende weten weg te werken.
Blad 26 van 49
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
Effect op Vossenstaarthooilanden (H6510B) Het stikstofknelpunt is beperkt; de grootst oppervlakte van dit habitattype ondervindt geen stikstofknelpunt. Knelpunten voor het habitattype zijn een ontoereikende overstromingsfrequentie in de Louw Simonswaard welke is afgenomen tot onder de 2 tot 3 keer per jaar en onvoldoende flexibel en intensief beheer. Daarnaast worden de negatieve effecten van verhoogde stikstofdepositie uit het verleden nog onvoldoende tegengegaan wat zonder maatregelen leidt tot schade aan de instandhoudingsdoelstelling. Het planeffect is vergelijkbaar met H6510A; cumulatief effect met historische situatie is niet uit te sluiten. Effect op Stroomdalgraslanden (H6120) Het stikstofknelpunt is beperkt; de grootst oppervlakte van dit habitattype ondervindt geen stikstofknelpunt. Dit habitattype is wel het habitattype met de laagste KDW (1286 mol/ha/jr) van alle habitattypen waarvoor de Biesbosch is aangewezen, dus het meest kwetsbaar. Alle areaal is momenteel vegetatiekundig van goede kwaliteit. De kwaliteit staat echter wel onder druk: de vegetatie is aan het vergrassen en zaailingen van meidoorns zijn ruim aanwezig. De vergrassing en de successie leiden zonder ingrijpen in de toekomst tot andere vegetaties, tot verlies van kwaliteit en daarna van areaal. De oppervlakte is beperkt, maar vooralsnog redelijk stabiel.
Vooruitzicht op termijn is zonder maatregelen voor zowel kwaliteit als areaal negatief (Everts & De Vries 2011, DLG & SBB, 2014). De kwaliteitsontwikkeling is negatief door veroudering van het stroomdalgrasland. Veroudering wordt veroorzaakt door verminderde rivierdynamiek of invloed (Adams et al. 2012). Het resultaat is een verschuiving van meer open vegetaties met wit vetkruid en tijm naar gesloten vegetaties met sikkelklaver en zachte haver. Hoge stikstofdepositie leidt tot eutrofiëring en verzuring. Eutrofiëring geeft een hogere gewasproductie (vergrassing), waardoor kruiden, waaronder karakteristieke en typische soorten, verdwijnen. Verzuring leidt tot snellere uitputting van de buffervoorraad in de bodem (Adams et al, 2012a; Everts et al., 2012). In combinatie met een verminderde rivierdynamiek leidt dit tot minder gebufferde situatie dan wenselijk. Als gevolg van een te hoge stikstofdepositie in het verleden, gecumuleerd met de planbijdrage, kan zonder maatregelen ook niet voldaan worden aan de instandhoudingsdoelstelling. De kwaliteit verslechtert en dat kan uiteindelijk leiden tot een afname van het oppervlak. Significante gevolgen zijn niet bij voorbaat uit te sluiten. Effect op bruine kiekendief (instandhoudingsdoel als broedvogel) Het aantal broedende bruine kiekendieven schommelt in de Biesbosch onder de doelstelling van dertig paren.
In de periode van 2010 tot 2014 kwamen gemiddeld 22 paren voor. In het beheerplan wordt aangegeven dat de aantallen momenteel onder de doelstelling liggen en dat de oorzaak hiervoor onduidelijk is. Het is onduidelijk of de oorzaken binnen het gebied moeten worden gezocht (predatie, voedselconcurrentie, onvoldoende rust, verruiging van rietvelden in de Biesbosch) of buiten het gebied (afname van voedselbeschikbaarheid in agrarisch cultuurland en verdroging in het overwinteringsgebied). In het beheerplan wordt aangegeven dat het daarom de vraag is of het aantal van dertig broedparen gehaald kan worden (mondelinge mededeling SBB, T. Muusse in het beheerplan (RVO, DLG & SBB, 2017). De vegetatiezonering is van invloed op de verspreiding van insecten- en grasetende vogels; zowel broedvogels als overwinterende vogels. De rietzone en de ruigtezone zijn het broedgebied van
Blad 27 van 49
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
verschillende vogelsoorten en ook van de bruine kiekendief. De vegetatie-structuur of de verspreiding van voedsel binnen dat biotoop bepaald voorkeur binnen dit biotoop (RVO, DLG & SBB, 2017). Het huidige aantal wordt beperkt doordat een groot deel van de Biesbosch ook nu al bestaat uit ruigten (med. T. Muusse SBB in het beheerplan (RVO, DLG & SBB, 2017)). Die ruigten zijn echter het gevolg van het wegvallen van het getij na uitvoering van de Deltawerken en hebben niets te maken met de stikstofdepositie. Verwacht kan worden dat de ruigten in omvang min of meer constant blijven en daarmee ook de populatie van de bruine kiekendief – hoewel dat op een relatief laag niveau is en het de vraag is of de doelstelling gehaald zal worden (DLG & SBB 2014). Daartoe wordt in het beheerplan maatregelen genomen, vooralsnog experimenteel, om lokaal ruigten geschikter te maken. De stikstofdepositie heeft geen invloed op de effectiviteit van deze maatregelen. Gelet op het voorgaande zorgt de planbijdrage niet voor schade aan het instandhoudingsdoel (beheerplan: RVO, DLG & SBB, 2017) waardoor significant negatieve effecten van de planbijdrage op deze soort kunnen worden uitgesloten.
Effect op grutto (instandhoudingsdoel als niet broedvogel) De aantallen grutto’s in de Biesbosch als niet-broedvogel hangen vooral samen met de omvang van de Nederlandse broedpopulatie, het hangt samen met de dalende lijn op langere termijn. De laatste vijf jaar nemen de aantallen in de Biesbosch toe, maar er is geen betrouwbare trend vast te stellen over de laatste 10 jaar. Het gebied is flink aantrekkelijker geworden door het totstandkomen van het slikrijke gebied de Kleine Noordwaard en vergroting van de rivierdynamiek (website Sovon 2013 in beheerplan (RVO, DLG & SBB, 2017)). Voor trekkende grutto’s vormt de Biesbosch een rustplaats. Het perspectief is dat de draagkracht voldoende is voor het bereiken van het instandhoudingsdoel. De huidige situatie waarin (water)recreatie geen toegang heeft tot de nieuwe natuurontwikkelingspolders lijkt hierbij voldoende (RVO, DLG & SBB, 2017). Graslanden langs grote wateren, het liefst inunderend, zijn buiten het broedseizoen onder andere biotoop voor de grutto. Hiervoor is ook enige rust vereist. De nabijheid van open water in de kreken biedt deze soorten een ontsnappingskans in geval van gevaar.
Voor de grutto wordt de draagkracht van het gebied als voldoende ingeschat voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstelling waarbij het niet-toestaan van waterrecreatie in de nieuwe natuurontwikkelingspolders hierbij voldoende lijkt te zijn om dit te bereiken. De grutto’s in de Biesbosch komen vooral voor in de nieuwe natuurontwikkelingsgebieden) en niet in de graslanden die stikstofgevoelig zijn. De nieuwe natuurontwikkelingsgebieden hebben niet te lijden van verzuring door regelmatige overstroming met rivierwater. Er is daarom geen zorg dat de stikstofdepositie in de Biesbosch de trend negatief zal beïnvloeden. Gelet op het voorgaande zorgt planbijdrage niet voor schade aan de instandhoudings-doelstelling waardoor significant negatieve effecten van de planbijdrage op deze soort kunnen worden uitgesloten.
6.2
Energietransitie bij woningbouw De energietransitie draagt in beperkte mate bij aan de afname van stikstofdepositie op de stikstofgevoelige habitats. De ambitie van Sliedrecht is om in 2050 alle bebouwing (zowel koop als huur) los van aardgas is en gebruik wordt gemaakt van hernieuwbare energie. Niet alleen draagt deze ambitie bij aan het op verantwoorde manier omgaan met fossiele brandstoffen, maar ook aan een vermindering van de CO2-uitstoot en de emissie van andere luchtverontreinigende stoffen.
Blad 28 van 49
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
Effecten gasloze woningen Woningen die aangesloten worden op het gasnetwerk zullen hiermee ook het grootste deel van hun warmte uit gas halen. Het gevolg is dat niet alleen de gasstook, maar ook de warmte-output van woningen een effect hebben op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden. De woningen in de nieuwe buurten worden allemaal gasloos opgeleverd. Gasloze woningen zijn het uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen. In het rekenprogramma AERIUS worden voor woningen dus ook geen emissies meer ingevuld. Enig gebruikseffect van die woningen door de verwarming is hiermee direct uitgesloten. In bijlage 3 is een Aerius-berekening opgenomen waarbij een salderingsberekening is uitgevoerd met het gasloos maken van 3.000 bestaande woningen en een veehouderij met 50 koeien. In deze situatie is er geen sprake meer van een toename aan stikstofdepositie in de Biesbosch. Er is sprake van een afname van stikstofdepositie van 0,01 tot 0,02 mol/ha/jr in de Biesbosch net als in 7 andere Natura 2000-gebieden. Het omvormen van woningen (en bedrijven) naar gasloos een positief effect op de stikstofdepositie op. Voor nieuwbouw is dit vaak beter en efficiënter te regelen. De uitdaging ligt met name in de bestaande stad en om deze te retrofitten en af te sluiten van het gas.
Elk huis en elk bedrijf dat hiervan wordt afgesloten en wordt aangesloten op een nieuw, duurzaam systeem draagt direct bij aan de afname van stikstofdepositie. De energietransitie levert dus een positief saldo op.
6.3
Stimuleren duurzame vervoersmiddelen Mobiliteitstransitie De autonome trend voor mobiliteit laat zien dat het gemotoriseerd steeds schoner wordt. Auto’s worden in toenemende mate schoner of elektrisch uitgevoerd. Treinen, trams en metro’s rijden op groene stroom – en deze hadden feitelijk al nauwelijks uitstoot. Maar ook scheepvaart wordt schoner door schepen die in plaats van diesel en andere vervuilende brandstoffen overgaan op LNG (liquid naturel gas). Hoewel feitelijk nog steeds aardgas, wordt dit mengsel gezien als de schoonste vorm van fossiele brandstof waar de minste hoeveelheid luchtverontreinigende stoffen door vrijkomt. De belangrijkste impact als resultante van de omgevingsvisie is afkomstig door het actief sturen op minder autoverkeer in de stad. Auto’s worden schoner. Minder vervuilende verbrandingsmotoren zorgen immers voor minder stikstofemissies (NOx). De verbrandingsmotor is doorgaans één van de belangrijkste bronnen voor stikstofdioxiden in de lucht. Deze deeltjes komen vervolgens terecht in Natura 2000-gebieden en vermesten en verzuren hier de bodem, met negatieve effecten op planten en dieren tot gevolg. Stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden profiteren van deze ingeslagen weg van de mobiliteitstransitie. De mobiliteitstransitie levert dus een positief effect op de stikstofdepositie op.
Auto’s worden in Sliedrecht schoner en in veel gevallen elektrisch door het beleid in de Omgevingsvisie.
Blad 29 van 49
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
Verandering in de modal split In lijn met de paragraaf hiervoor kan geconcludeerd worden dat Sliedrecht inzet op een verandering van de modal split, ten gunste van openbaar vervoer en langzaam verkeer (fietsers en voetgangers). Het autoverkeer wordt niet volledig uitgebannen maar krijgt wel te maken met ontmoedigingen. Het extra verkeer door nieuwe ontwikkelingen blijft hiermee beperkt. Inwoners zullen ook gestimuleerd worden om van het ov-aanbod gebruik te maken, terwijl bezoekers van buitenaf ook gestimuleerd worden om met het openbaar vervoer Sliedrecht te bereiken. Hiermee blijft het aandeel gemotoriseerd (auto)verkeer in de gemeente laag en daarmee de stikstofdepositie dus kleiner in combinatie met de mobiliteitstransitie. Niet doorgerekend in het kader van de Omgevingsvisie zijn de effecten van het autoluw maken van gebieden, snelheidsverlaging, etc. Deze effecten hebben een positief effect op de totale uitstoot. Per saldo is door de forse modal shift sprake van een zeer grote demping (al dan niet in het geheel of zelf een netto afname) van de toename van autoverkeer. Uit diverse projecten in andere gemeentes blijkt dat dit niet leidt tot toenamen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Per saldo is dus een neutraal effect te verwachten.
Blad 30 van 49
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
7
Beoordeling omgevingsvisie Het doel van deze beoordeling is het signaleren van beleidskeuzes waarvan de uitvoerbaarheid, vanwege effecten op het Natura 2000-netwerk, onzeker is. In dat geval moeten in de omgevingsvisie maatregelen worden opgenomen die de negatieve effecten voldoende verzachten zodat aannemelijk gemaakt kan worden dat het beleid uitvoerbaar is. Dit kan alleen aan de orde zijn voor projecten/beleidskeuzes die al voldoende concreet zijn en beoordeeld kunnen worden. Er is onderscheid gemaakt in de beoordeling van stikstof(effecten) (verzuring en vermesting) en beoordeling van de overige relevante storingsfactoren (verstoring door geluid en mechanische effecten, optische verstoring en verandering in populatiedynamiek). De beoordeling van de overige storingsfactoren is gebaseerd op informatie uit de relevante beheerplannen (Provincie Noord-Holland, z.d. (b); provincie Zuid-Holland, 2015). Voor de beoordeling is de stoplichtkleuren-methode toegepast. In tabel 4.4 is het beoordelingskader hiervoor opgenomen. Tabel 7.1: Beoordelingskader overige storingsfactoren.
Risico op significante gevolgen Zonder meer uitvoerbaar, significante effecten kunnen worden uitgesloten Zonder meer uitvoerbaar, significante effecten kunnen worden uitgesloten, mits aan relatief eenvoudige randvoorwaarden voldaan wordt Uitvoerbaar met mitigerende maatregelen in vervolgbesluiten, in dat geval zijn significante gevolgen uit te sluiten Uitvoerbaarheid niet onmogelijk maar grote opgave voor mitigerende/compenserende maatregelen in vervolgbesluiten om significante gevolgen te kunnen uitsluiten Uitvoerbaarheid twijfelachtig, ook met mitigerende/compenserende maatregelen nog steeds groot risico op significante effecten. Mitigatie-voorstel in deze passende beoordeling
Blad 31 van 49
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
Tabel 7.2: Beoordeling Woningbouw in omgevingsvisie. Woningbouwopgave Risico’s op (significante) gevolgen in relatie tot uitvoerbaarheid
Randvoorwaarden voor uitwerking project/beleid in vervolgbesluiten
De realisatie en het gebruik van de te ontwikkelen woningen kan leiden tot effecten van verzuring en vermesting door stikstofdepositie.
Alle ontwikkelingen betreffen de realisatie van een groot aantal woningen en liggen op (minder dan) 5 kilometer afstand van de rand van de Biesbosch. De Biesbosch is beperkt gevoelig voor stikstofdepositie en bevindt zich deels in een overbelaste situatie. Risico op significante gevolgen is niet uit te sluiten.
Toepassen van schone(re) technieken tijdens de realisatie van de woningen. Realisatie van woningen die de milieudruk beperken (gasloos, emissieloze mobiliteit stimuleren) (zie verder aanbevelingen, H8).
Door een verwachte toename in recreatiedruk is er sprake van een toename in verstoring door geluid, optische verstoring en mechanische verstoring die van invloed kan zijn op de habitatsoorten en typische soorten in het gebied.
In hoofdstuk 3 is beschreven dat de toename van de recreatiedruk – gezien de maatregelen die al genomen zijn gezien de actuele recreatiedruk en de recreatieve ontwikkelingen die onderdeel vormen van het plan – geen significante gevolgen heeft. Dit betreft name de recreatieontwikkeling in de polder. Mogelijkheden voor watergebonden recreatie zijn niet voorzien in de omgevingsvisie..
Creëren en daarmee aanbieden van alternatieve, meer lokale locaties om te recreëren. Dit vormt een onderdeel van de omgevingsvisie.
Het effect van stikstofdepositie (gebruiksfase) zal per initiatief moeten worden bepaald. Alle ontwikkelingen betreffen de realisatie van woningen op grote afstand van overige stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Uit de Aerius-berekening blijkt dat de verkeerseffecten van de woningbouwontwikkelingen alleen tot stikstofdepositie leiden in het Natura 2000gebied Biesbosch (zie bijlage 2). Risico op significante effecten op overige Natura 2000gebied is uit te sluiten.
Niet aan de orde
Invloed op Natura 2000 Biesbosch
Overige Natura 2000-gebieden
De realisatie en het gebruik van de te ontwikkelen woningen kan leiden tot effecten van verzuring en vermesting door stikstofdepositie.
Blad 32 van 49
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
Tabel 7.3: Beoordeling effect op N2000 van uitwerking Groen en water in omgevingsvisie. Groen en water in de omgevingsvisie Invloed op Natura 2000
Risico’s op (significante) gevolgen in relatie tot uitvoerbaarheid
Randvoorwaarden voor uitwerking project/beleid in vervolgbesluiten
Groenvoorzieningen zullen een alternatief vormen voor recreatieve activiteiten in de Biesbosch wat een positief effect op de recreatiedruk is, in ieder geval dempt deze ontwikkeling een eventuele toename van de recreatiedruk. Dit betreft name de recreatieontwikkeling in de polder. Mogelijkheden voor watergebonden recreatie zijn niet voorzien in de omgevingsvisie.
Uitvoering van de opgave in de ontwikkelingsvisie om groenen recreatiegebieden te creëren.
Risico op significante gevolgen is volledig uit te sluiten.
Niet aan de orde
Biesbosch Geen toename in verstoring door geluid, optische verstoring en mechanische verstoring die van invloed kan zijn op de habitatsoorten en typische soorten in het gebied. Overige Natura 2000-gebieden Geen effecten
Tabel 7.4: Beoordeling effect op N2000 van uitwerking duurzame vervoersmiddelen in de omgevingsvisie Stimuleren duurzame vervoersmiddelen in de omgevingsvisie Invloed op Natura 2000
Risico’s op (significante) gevolgen in relatie tot uitvoerbaarheid
Randvoorwaarden voor uitwerking project/beleid in vervolgbesluiten
De mobiliteitstransitie levert een positief effect op de stikstofdepositie op. Auto’s worden schoner en in veel gevallen elektrisch door het bestaande beleid en de aanscherpingen in de Omgevingsvisie. Risico op significante gevolgen is uit te sluiten.
Uitvoering van de opgave in de ontwikkelingsvisie om duurzame vervoersmiddelen.
De mobiliteitstransitie levert een positief effect op de stikstofdepositie op. Auto’s worden schoner en in veel gevallen elektrisch door het bestaande beleid en de aanscherpingen in de Omgevingsvisie. Risico op significante gevolgen is uit te sluiten.
Uitvoering van de opgave in de ontwikkelingsvisie om duurzame vervoersmiddelen.
Biesbosch Beperking effect van verzuring en vermesting door stikstofdepositie. Overige Natura 2000-gebieden Beperking effect van verzuring en vermesting door stikstofdepositie.
Blad 33 van 49
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
Tabel 7.5: Beoordeling effect op N2000 van uitwerking Sport en recreatie in omgevingsvisie. Sport en recreatie Invloed op Natura 2000
Risico’s op (significante) gevolgen in relatie tot uitvoerbaarheid
Randvoorwaarden voor uitwerking project/beleid in vervolgbesluiten
Biesbosch
De realisatie en het gebruik van de te ontwikkelen recreatieve voorzieningen kunnen leiden tot effecten van verzuring en vermesting door stikstofdepositie.
Geen of beperkt sprake van een toename in verstoring door geluid, optische verstoring en mechanische verstoring die van invloed kan zijn op de habitatsoorten en typische soorten in het gebied. Overige Natura 2000-gebieden
De realisatie en het gebruik van de te ontwikkelen recreatieve voorzieningen kunnen leiden tot effecten van verzuring en vermesting door stikstofdepositie.
Effect treedt met name op door verkeersaantrekkende werking en dat is hier niet aan de orde. Sport en recreatie gaat met name om openbare sportvoorzieningen in de openbare ruimte, daar wordt geen extra verkeer verwacht. De grootschalige sport en recreatie in de polder is verplaatsing van sportvelden die nu tussen A15 en spoor liggen, dus afstand tot Biesbosch wordt groter. Bovendien heeft de ontwikkeling voornamelijk een lokale functie, en zal een deel van de mensen gebruik maken van fiets/OV. Risico op significante gevolgen is uit te sluiten. Sport- en recreatievoorzieningen in de directe omgeving en buiten N2000 zullen een alternatief vormen voor recreatieve activiteiten in de Biesbosch wat een positief effect op de recreatiedruk is, in ieder geval dempt deze ontwikkeling een eventuele toename van de recreatiedruk Effect treedt met name op door verkeersaantrekkende werking en dat is hier niet aan de orde. Sport en recreatie gaat met name om openbare sportvoorzieningen in de openbare ruimte, daar wordt geen (extra) verkeer verwacht. De grootschalige sport en recreatie in de polder is verplaatsing van sportvelden die nu tussen A15 en spoor liggen, dus afstand tot de stikstofgevoelige gebieden die op grote afstand liggen (Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem of Lingegebied & Diefdijk-Zuid) blijft naar verwachting ongeveer gelijk aan huidige situatie.
Dus kans dat stikstofeffecten veranderen is beperkt. Risico op significante gevolgen is uit te sluiten.
Blad 34 van 49
Stimuleren emissieloze mobiliteit (zie verder aanbevelingen, H8).
Uitvoering van de opgave in de ontwikkelingsvisie om groenen recreatiegebieden te creëren.
Stimuleren emissieloze mobiliteit (zie verder aanbevelingen, H8).
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
Tabel 7.6: Beoordeling effect op N2000 van uitwerking verbindingen met de Alblasserwaard en Merwede in omgevingsvisie. Verbindingen Alblasserwaard en Merwede in de omgevingsvisie Invloed op Natura 2000
Risico’s op (significante) gevolgen in relatie tot uitvoerbaarheid
Randvoorwaarden voor uitwerking project/beleid in vervolgbesluiten
Biesbosch Geen toename in verstoring door geluid, optische verstoring en mechanische verstoring die van invloed kan zijn op de habitatsoorten en typische soorten in het gebied. Overige Natura 2000-gebieden
De verbinding met de Alblasserwaard zal een alternatief vormen voor recreatieve activiteiten in de Biesbosch wat een positief effect op de recreatiedruk is, in ieder geval dempt deze ontwikkeling een eventuele toename van de recreatiedruk
Uitvoering van de opgave in de ontwikkelingsvisie om groenen recreatiegebieden te creëren.
Geen effecten
Risico op significante gevolgen is volledig uit te sluiten.
Niet aan de orde
Blad 35 van 49
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
8
Aanbevelingen/mitigerende maatregelen Op basis van de berekende toenames aan stikstofdepositie in paragraaf 6.1 en de analyse in hoofdstuk 7 is geconcludeerd dat toename aan stikstofdepositie vanuit de nieuwe ontwikkelingen in Sliedrecht niet uit te sluiten is. Daarom worden mitigerende maatregelen voorgesteld. De Passende Beoordeling wordt op een abstractieniveau uitgevoerd dat aansluit bij het abstractieniveau van de Omgevingsvisie. Op hetzelfde abstractieniveau van de Omgevingsvisie worden aanbevelingen/maatregelen benoemd om effecten te voorkomen, beperken of compenseren. Natuurinclusieve uitwerking van de omgevingsvisie De Natura 2000-doelen zijn ook afhankelijk van de natuurwaarden en milieucondities buiten het Natura 2000-netwerk. Door bij de verdere uitwerking van het beleid in de omgevingsvisie een natuur-inclusieve aanpak te hanteren waarbij wordt gekeken op welke wijze natuur per saldo versterkt kan worden, kan uitvoering van het beleid bijdragen aan vergroting van de biodiversiteit in deze gebieden. Er liggen kansen om natuurwaarden te versterken bij de vergroening van de woongebieden (zie groenbeleidsplan), al een van de opgaven in deze omgevingsvisie. Er liggen ook kansen om de milieudruk binnen het Natura 2000-netwerk te verlagen door bijvoorbeeld een goede invulling van de kringlooplandbouw waardoor de milieudruk als gevolg van vermesting wordt verlaagd.
Dit heeft een relatie met de aanbeveling ‘Programma Stikstofdepositie’, zie verder in deze paragraaf. Transitieplan voor bestaande buurten in relatie tot nieuwe mobiliteit Het stimuleren van OV- en fietsgebruik en elektrisch vervoer is een onderdeel van deze omgevingsvisie. Het opstellen van een transitieplan kan de mogelijkheden verkennen om ook voor bestaande buurten de mobiliteitsvraag te veranderen. Het beleid om het autogebruik te ontmoedigen, draagt hier positief aan bij, maar dit kan nog ambitieuzer. In het transitieplan wordt voor buurten een perspectief geschetst waarop mensen zich ook beter kunnen voorbereiden. Denk hierbij aan doelen als 10% reductie parkeerplaatsen in bestaande buurten in 2030, 25% in 2035, etc. Dit gaat uiteraard gekoppeld met de aanleg van hubs en andere vormen van nieuwe mobiliteit. Sturen op een lage modal split bij alle gebiedsontwikkelingen Het versnellen en bestendigen van de gewenste mobiliteitstransitie kan nog beter geborgd worden door voor alle gebiedsontwikkelingen in beginsel te sturen op een autoluwe ontwikkeling. Aanvullend op het parkeerbeleid is het daarom wenselijk om in te zetten op een gewenste modal split, waarbij het autoaandeel bijvoorbeeld maximaal 20% is. Als dit niet van te voren is bepaald, blijkt uit diverse nu lopende ontwikkelingen in Nederland dat het autoaandeel significant hoger is.
Saldering van stikstofdepositie De toename van stikstofdepositie kan gemitigeerd worden door maatregelen te treffen waardoor stikstofemissies afnemen. Dit kan gaan om het beperken van de emissies van de voorgenomen ontwikkeling of het wegnemen van stikstofbronnen in de huidige situatie. Dit wordt ook wel salderen genoemd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen intern en extern salderen. Bij intern salderen wordt gebruik gemaakt van bestaande bronnen binnen het plangebied van de ontwikkeling, bij extern salderen liggen de bronnen buiten het plangebied. Voor extern salderen
Blad 36 van 49
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
geldt dat 30% van de saldering ten goede moet komen aan de natuur en niet ingezet kan worden om toename van stikstofdepositie te mitigeren. De afwaardering van lokale wegen van 50 km/uur naar 30 km/uur als een vorm van (intern of extern) salderen maakt geen verschil in Aerius-berekening, dus de winst met betrekking tot stikstofdepositie is onzeker. Ook deze aanbeveling heeft een relatie me de aanbeveling ‘Programma Stikstofdepositie’, zie verder in deze paragraaf. In bijlage 3 is een Aerius-berekening opgenomen waarbij een salderingsberekening is uitgevoerd met het gasloos maken van 3.000 woningen en een veehouderij met 50 koeien. In deze situatie is er geen sprake meer van een toename aan stikstofdepositie in de Biesbosch. Er is sprake van een afname van stikstofdepositie van 0,01 tot 0,02 mol/ha/jr in de Biesbosch net als in 7 andere Natura 2000-gebieden. Tabel 8.1: Stikstofeffect na saldering met het gasloos maken van 3.000 woningen en een veehouderij met 50 koeien (zie bijlage 3 voor de Aerius-berekening) (een negatief getal betekent een afname aan stikstofdepositie).
Natura 2000-gebied Hoogste bijdrage (mol/ha/jr) in overbelaste situatie Biesbosch -0,01 Brabantse Wal -0.01 Veluwe -0,01 Rijntakken -0,01 Kampina & Oisterwijkse Vennen -0,01 Kennemerland-Zuid -0,01 Oostelijke Vechtplassen -0,01 Botshol -0,01 Naardermeer -0.01 Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek -0,01 Grevelingen -0,01 Kempenland-Wst -0,01 Westduinpark & Wapendal -0.01 Regte Heide & Riels Laag -0,01 Binnenveld -0,01 Meijendel & Berkheide -0,01 Krammer-Volkerak -0,01 Solleveld & Kapittelduinen -0,01 Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen -0,01 Voornes Duin -0.01 Nieuwkoopse Plassen & De Haeck -0,01 Kolland & Overlangbroek -0.01 Ulvenhoutse Bos -0,01 Langstraat -0,01 Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem -0,01 Lingebied & Diefdijk-Zuid -0,01 Uiterwaarden Lek -0,02 Zouweboezem -0,02
Intern salderen is mogelijk bij herontwikkeling van gebieden waar op dit moment activiteiten met stikstofemissies plaatsvinden. Voor de ontwikkelingen uit de Omgevingsvisie geldt dit voor enkele locaties waar oude woningen met gasaansluiting vervangen worden door nieuwbouw. Voor de
Blad 37 van 49
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
aanleg van de nieuwe weg en ontwikkelingen op braakliggende terreinen of in de polder zijn niet direct salderingsmogelijkheden voor handen. Voor deze ontwikkelingen zijn salderingsmogelijkheden buiten het plan nodig. Een gemeentebrede aanpak van stikstofdepositie kan helpen om ook ontwikkelingen zonder (interne) salderingsmogelijkheden mogelijk te maken (zie volgende aanbeveling). Intern salderen is mogelijk bij herontwikkeling van gebieden waar op dit moment activiteiten met stikstofemissies plaatsvinden. Voor de ontwikkelingen uit de Omgevingsvisie geldt dit voor enkele locaties waar oude woningen met gasaansluiting vervangen worden door nieuwbouw. Voor de aanleg van de nieuwe weg en ontwikkelingen op braakliggende terreinen of in de polder zijn niet direct salderingsmogelijkheden voor handen. Voor deze ontwikkelingen zijn salderingsmogelijkheden buiten het plan nodig. Een gemeentebrede aanpak van stikstofdepositie kan helpen om ook ontwikkelingen zonder (interne) salderingsmogelijkheden mogelijk te maken. Programma Stikstofdepositie De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om een (vrijwillig) programma op te stellen. Het programma is een instrument om beleid en maatregelen op te stellen om een bepaalde omgevingskwaliteit te bereiken. In dit geval betreft de omgevingskwaliteit de stikstofdepositie als gevolg van ontwikkelingen van de Omgevingsvisie.
Door maatregelen die leiden tot afname van stikstofdepositie op te nemen in een programma, kan een stikstofsaldo gecreëerd worden. Door 70% van dit saldo in te zetten voor nieuwe ontwikkelingen wordt rekening gehouden met externe saldering. Het opzetten van een programma voor stikstofdepositie vraagt om een goede ‘boekhouding’. Het bijhouden van de stikstofdepositie op alle hexagonen waar toe- of afnames berekend worden, is nodig om negatieve effecten te voorkomen. Stappen voor de opzet van het stikstofprogramma: 1. Bepalen van maatregelen voor afname van stikstofdepositie 2. Berekenen van afname stikstofdepositie met 30% afroming 3. Vastleggen van afname stikstofdepositie Breder perspectief: Programma natuur De aanpak van stikstofemissies is nodig om negatieve effecten op natuur van ontwikkelingen uit de Omgevingsvisie te mitigeren. De Omgevingsvisie bevat diverse ontwikkelingen met als doel om natuurkwaliteiten te verbeteren. Zo zet de gemeente in op uitbreiding van groen en water en het realiseren van groene verbindingen met het buitengebied (zie paragraaf 9.1.2). Niet alle ontwikkelingen zijn geschikt om mee te nemen in stikstofberekeningen, maar dat neemt niet weg dat deze ontwikkelingen positieve effecten op de natuur (kunnen) hebben. Ook de ontwikkeling van alternatieve recreatiemogelijkheden voor de inwoners van Sliedrecht kan positief bijdragen aan de natuur.
In de Passende Beoordeling is geconstateerd dat de recreatiedruk op de Biesbosch hoog is. Nieuwe recreatievoorzieningen in de polder bieden de inwoners van Sliedrecht en omgeving een alternatief. De recreatiedruk in de Biesbosch kan hierdoor afnemen. Transformatie van bedrijven- en industrieterrein De omgevingsvisie is terughoudend in het faciliteren van de toevoeging van nieuwe kantoorruimte en stimuleren transformatie van kantoorruimte in woonwijken naar een woonfunctie. We
Blad 38 van 49
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
stimuleren eigenaren van incourante kantoren op werklocaties tot transformatie naar moderne kantoor- of bedrijfsruimtes. In de omgevingsvisie is uitgegaan van het behouden van de bedrijvigheid. Een groot positief effecten op stikstofdepositie zou ook kunnen worden behaald door in te zetten op transformatie van bedrijven- en industrieterreinen. Industrie en bedrijvigheid hebben een verreikende impact op de stikstofdepositie. Zij hebben een grote verkeersaantrekkende werking met vrachtverkeer, ze verwerken stoffen en emitteren warmte en vervuilende stoffen. Om een generiek beeld te schetsen van de mate van stikstofemissie van industrie en bedrijven, zijn in tabel 8.1 kengetallen weergegeven die horen bij bepaalde milieucategorieën (zie tabel 8.1). Tabel 8.2: Emissiefactoren voor stikstofdioxide (NOx) en ammoniak (NH3) per hectare bedrijvigheid (in kg/ha/jr) per milieucategorie. Emissie in kg/ha/jr per milieucategorie NOx NH3 Cat. 1-2 98 0 Cat. 3 Cat. 4 Cat. 5
131 1.031 1.609
5 21 90
Cat. 6
2.272
111
Wat opvalt in de tabel is dat tot en met milieucategorie 3 vallen de emissiefactoren nog mee, maar vanaf milieucategorie 4 maken deze een flinke sprong. Het realiseren van bedrijven vanaf milieucategorie 4 heeft duidelijk een grotere impact op de stikstofdepositie dan bedrijven in de lagere categorieën. Andersom geredeneerd valt er dus ook veel te winnen. Het wegnemen van een milieucategorie 5-bedrijf met de omvang van een hectare, maakt het theoretisch mogelijk om meer dan tien categorie 3-bedrijven van een hectare op te richten. En er valt helemaal veel winst te behalen wanneer dat categorie 5-bedrijf verdwijnt en wordt vervangen door gasloze woningen.
Blad 39 van 49
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
9
Conclusie De Omgevingsvisie Sliedrecht omvat een aantal ontwikkelingen die een risico op significante gevolgen en een verhoging van de milieudruk met zich meebrengen. Omdat significante gevolgen niet zonder meer uit te sluiten zijn vanwege de mogelijke stikstofdepositie-effecten, is er een passende beoordeling opgesteld te worden. Het doel van die passende beoordeling is het nader signaleren van beleidskeuzes waarvan de uitvoerbaarheid, vanwege effecten op het Natura 2000-netwerk, onzeker is. In dat geval moeten in de Omgevingsvisie maatregelen worden opgenomen die de negatieve effecten voldoende verzachten zodat aannemelijk gemaakt kan worden dat het beleid uitvoerbaar is. Ook zal er dan ingegaan worden op aanbevelingen om de aanwezige kansen te benutten. Van de ontwikkelingen uit de Omgevingsvisie Sliedrecht heeft met name de ontwikkeling van woningbouw een groter risico op significante gevolgen en een verhoging van de milieudruk met zich meebrengen. Deze effecten verdienen aandacht in de vervolgbesluiten. Dit is voornamelijk van toepassing bij de stikstofeffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen. De diverse ontwikkelingen vanuit het Voorkeursalternatief gecumuleerd hebben een negatief, neutraal of positief effect op stikstofdepositie.
Het is op het niveau van de omgevingsvisie niet mogelijk om zekerheid te geven of er per saldo een neutraal of positief effect optreedt. Alleen dan is er zekerheid dat er geen sprake is van aantasting van Natura 2000-gebieden op het gebied van stikstofdepositie. De energietransitie bij de woningbouw, de mobiliteitstransitie en de radicale vergroening leiden in ieder geval tot een afname van de stikstofdepositie op Natura 2000gebieden. Met een gemeentebrede aanpak kan voorkomen worden dat er toename van stikstofdepositie optreedt. Dit kan overigens ook nog wel betekenen dat een groot afzonderlijk project binnen de onderscheiden thema’s wel een negatief effect heeft. Het schaalniveau van deze passende beoordeling is echter te grofmazig om deze eruit te lichten. Met de gemeentebrede aanpak van stikstofdepositie zouden ook individuele ontwikkelingen haalbaar te maken zijn. Het beleid uit de omgevingsvisie van Sliedrecht is niet zo concreet uitgewerkt dat uit de passende beoordeling blijkt dat onderdelen niet uitvoerbaar zijn en dat in de omgevingsvisie concrete mitigerende maatregelen getroffen moeten worden. Wel zijn er beleidskeuzes die een groter risico op significante gevolgen en een verhoging van de milieudruk met zich meebrengen; woningbouw. Hiervoor zijn mogelijkheden verkend – op het niveau van de omgevingsvisie - om deze effecten te beperken.
Duidelijk is dat er mogelijkheden aanwezig zijn. Deze verkenning neemt natuurlijk niet weg dat er in het vervolg op de omgevingsvisie gewerkt moet worden aan maatregelen om de milieudruk te beperken. Sliedrecht kan haar ambities verwezenlijken waarbij het risico op significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden beperkt is. Dat betekent dat het risico op aantasting van de natuurlijke kenmerken van enig Natura 2000-gebied beperkt is. Het beleid is daarmee uitvoerbaar.
Blad 40 van 49
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
10
Bronnen AnteaGroup, 2021a. NRD Oer Omgevingsvisie Sliedrecht AnteaGroup, 2021b. Oer Omgevingsvisie Sliedrecht Arcadis, 2014. Effectafstanden natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. In opdracht van de Provincie Gelderland. Broekmeyer, M. E. A., Schouwenberg, E. P. A. G., van der Veen, M., Prins, D., & Vos, C. C. (2005). Effectenindicator Natura 2000-gebieden: achtergronden en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren. (Alterra-rapport; No. 1375). Wageningen: Alterra. Bruggen J. van, van Kleunen A., van den Bremer L., Hallmann C., Sierdsema H., van der Hut R. & Beemster N. (2011). Jaar van de Bruine Kiekendief 2010 SOVON-informatierapport 2011/07. SOVON, Nijmegen. Dobben H. van, R. Bobbink, D. Bal en A. van Hinsberg, 2012. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000. Alterra, Onderzoekcentrum B-WARE , Ministerie van Economische Zaken (Programmadirectie Natura 2000) en Planbureau voor de Leefomgeving Alterra-rapport 2397, Wageningen UR, Wageningen. Gemeente Sliedrecht, 2021. Omgevingsvisie Sliedrecht. Concept mei 2021. Profielen Vogels, 2008. Bruine kiekendief (Circus aeruginosus) (A081). Versie 1 september 2008. Provincie Noord-Brabant, 2017. Gebiedsanalyse Biesbosch (112). Programma Aanpak Stikstof. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, 2017. Natura 2000-beheerplan Biesbosch (112).
Slaterus, R., de Boer V. & Muusse T. (2011). Broedvogels van Nationaal Park de Biesbosch in 2010. SOVON inventarisatierapport 2011/08. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. Tolkamp, G.W., C.A. van den Berg, G.J. Nabuurs & A.F. Olsthoorn, 2006. Kwantificering van beschikbare biomassa voor bioenergie uit Staatsbosbeheerterreinen. Alterra, Wageningen. Alterra-rapport 1380. Websites https://www.natura2000.nl/gebieden/noord-brabant/biesbosch https://www.natura2000.nl/sites/default/files/profielen/Soorten_Oud/Profiel_soort_H4056.pdf https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?selectGebied=112&selectActi viteit=Woningbouw&submit=Toon+effecten&subj=effectenmatrix http://www.sovon.nl
https://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/water-ruimte/ecologie/programmatische-aanpakgrote-wateren-pagw/waar-we/projecten-grote-rivieren/
Blad 41 van 49
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
Bijlage I – Definitie verstoringsfactoren
Blad 42 van 49
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
Bijlage 1: Definitie storingsfactoren Ministerie van EZ, 2015 Oppervlakteverlies en versnippering (1 en 2) Oppervlakteverlies leidt tot een afname van beschikbaar oppervlak leefgebied van soorten en/of habitattypen. Door versnippering kunnen verschillende gebieden geïsoleerd van elkaar komen te liggen, waardoor ze onbereikbaar worden of hun functie verliezen. Stikstofdepositie (verzuring en vermesting) (3 en 4) Verzuring van bodem of water is een gevolg van de uitstoot (emissie) van stikstof (stikstofoxide (NOx), ammoniak (NH3)). Deze verzurende stoffen komen via lucht of water in de grond terecht en leiden aldus tot het zuurder worden van het biotische milieu. De belangrijkste bronnen van verzurende stoffen zijn de landbouw, het verkeer en de industrie. Verzoeting (5) Verzoeting treedt op als het chloridegehalte in het water afneemt, en niet meer geschikt is voor de beoogde zoute of brakke natuurtypen. Het steeds zoeter worden van bijv. het Oostvoornse meer heeft gevolgen voor de flora en fauna in het meer. Bepaalde soorten zullen verdwijnen terwijl nieuwe soorten zich zullen vestigen. Door de verzoeting zal de brakwatervegetatie verdwijnen. Dit heeft tot gevolg dat door het afsterven van algen en wieren een verslechtering van de waterkwaliteit kan optreden. Verder kan door verzoeting de gevoeligheid voor eutrofiëring sterk toenemen.
Naast verandering van vegetatie zal bij een verdere verzoeting ook de macrofauna- en visstandsamenstelling veranderen. Verzilting (6) Verzilting betreft de ophoping van oplosbare zouten (kalium, natrium, magnesium, calcium) in bodems en wateren. In wateren komt verzilting over het gehele spectrum tussen zoet (<200 mg Cl/l) en zeer zout (> 30.000 mg Cl/l) voor en is dus niet beperkt tot zoet en brak water. Als gevolg van verzilting verandert de zoet-zout gradiënt en dit heeft gevolgen voor de grondwaterkwaliteit en dus de bodemvruchtbaarheid. Dit werkt weer door in randvoorwaarden voor aanwezige plant- en diersoorten en leidt uiteindelijk tot een verandering in de soortensamenstelling. Verontreiniging (7) Er is sprake van verontreiniging als er verhoogde concentraties van stoffen in een gebied voorkomen die onder natuurlijke omstandigheden niet of in zeer lage concentraties aanwezig zijn. Het gaat hier onder andere over organische verbindingen, zware metalen, schadelijke stoffen die ontstaan door verbranding of productieprocessen. Deze stoffen werken in op de bodem, grondwater en lucht. De gevolgen van verontreiniging zijn divers en complex en kunnen zich pas vele jaren later manifesteren. Vrijwel alle soorten habitattypen reageren op verontreiniging (bron: effectenindicator EZ). Verdroging (8) Verdroging uit zich in lagere grondwaterstanden en/of afnemende kwel.
De actuele grondwaterstand is dan lager dan de gewenste/benodigde grondwaterstand.
Blad 45 van 49
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
Vernatting (9) Vernatting manifesteert zich in hogere grondwaterstanden en/of toenemende kwel veroorzaakt door menselijk handelen. Verandering stroomsnelheid (10) Verandering van stroomsnelheid van beken en rivieren kan optreden door menselijke ingrepen zoals plaatsen van stuwen, kanaliseren of weer laten meanderen. Verschillen in stroomsnelheid (langzaam of snel) en dimensies (van bovenloop tot riviertje) leiden tot duidelijke verschillen in levensgemeenschappen en kenmerkende soorten hiervan. Door verandering in stroomsnelheid verdwijnen kenmerkende soorten en levensgemeenschappen. Verandering overstromingsfrequentie (11) De duur en/of frequentie van de overstroming van beken en rivieren verandert door menselijke activiteiten. Voor een voedselarme vegetatie bijvoorbeeld leidt een toenemende overstroming met voedselrijk water tot vermesting: verrijking van de bodem en daardoor verruiging van de vegetatie. Bij boezemlanden die regelmatig worden overstroomd leidt een afname van de overstromingsfrequentie tot verzuring van de bodem, waardoor basenminnende plantensoorten kunnen verdwijnen. Langdurige overstroming kan leiden tot zuurstofgebrek in de wortels van planten waardoor planten kunnen afsterven. Uiteindelijk grijpt een verandering in de overstromingsdynamiek zo in op de soortensamenstelling.
Verandering dynamiek substraat (12) Er treedt een verandering op in de bodemdichtheid of bodemsamenstelling van terrestrische of aquatische systemen, bijvoorbeeld door aanslibbing of verstuiving. Verstoring door geluid (13) Verstoring door geluid betreft verstoring van diersoorten door onnatuurlijke geluidsbronnen. Verstoring door geluid wordt beïnvloed door het achtergrondgeluid en de duur, frequentie en sterkte van de geluidsbron zelf. Geluidsbelasting kan leiden tot stress en/of vluchtgedrag van individuen. Dit kan vervolgens leiden tot het verlaten van het leefgebied of afname van de reproductie. Er kan ook gewenning optreden, in het bijzonder bij continu geluid (bron: effectenindicator Ministerie van EZ en Broekmeyer et al., 2005). Verstoring door licht (14) Lichtverstoring kan optreden indien kunstmatige lichtbronnen de gevoelige habitatsoorten bereiken. Kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving kan tot verstoring van het normale gedrag van soorten leiden, zoals vogels, vleermuizen en zeehonden. Naar mogelijke effecten is nog vrij weinig onderzoek gedaan. Veel kennis gaat daarom nog niet verder dan het kwalitatief signaleren van risico’s. Met name schemer- en nachtactieve dieren kunnen last hebben van verstoring door licht, doordat zij juist aangetrokken of verdreven worden door de lichtbron.
Hierdoor raakt bijvoorbeeld hun ritme ontregeld en verlichte delen van het leefgebied worden vermeden (bron: Broekmeyer et al., 2005).
Blad 46 van 49
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
Verstoring door trilling (15) Er is sprake van trillingen in bodem en water als dergelijke trillingen door menselijke activiteiten veroorzaakt worden, zoals bij boren, heien, draaien van rotorbladen et cetera. Verstoring door optische effecten (16) Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. Verstoring door mechanische effecten (17) Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen et cetera, die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten. Verandering in populatiedynamiek (18) De storende factor verandering in populatiedynamiek treedt op indien er een direct effect is van een activiteit op de populatie-opbouw en/of populatiegrootte. Er wordt hier vooral gedoeld op de situatie wanneer er sprake is van sterfte van individuen door wegverkeer, windmolens, of door jacht of visserij. Bewuste, menselijke ingrepen op populatieniveau kunnen leiden tot directe problemen en problemen in de toekomst. Een verandering in populatieomvang is een direct effect. Een verandering in populatie-opbouw (verandering van de verhouding sterfte-reproductie) leidt in de toekomst tot effecten. Zowel minder organismen (een kleinere populatie) en zeker een verandering in samenstelling van de populatie (bijv.
meer oude dieren) kunnen leiden tot een verandering in de geboorte/sterfte ratio. En daarmee kan er iets veranderen in de populatiedynamiek (het gedrag in de tijd). Dit kan uiteindelijk leiden tot het (tijdelijk) verdwijnen van soorten, waardoor het evenwicht van het ecosysteem verschuift. De gevoeligheid is sterk afhankelijk van diverse populatiekenmerken zoals de generatietijd van een soort en de huidige grootte van populaties. Vooralsnog zijn alle soorten als ‘gevoelig’ gescoord in de effectenindicator. Bewuste verandering soortensamenstelling (19) Er is sprake van bewust ingrijpen in de natuur door herintroductie van soorten, introductie van exoten, uitzetten van vis, inzaaien van genetisch gemodificeerde organismen etc. Er treedt concurrentie op in voedselbeschikbaarheid, nestgelegenheid etc. Deze concurrentie kan leiden tot het verdringen (opvullen van de niche) van de oorspronkelijke soorten. Ook kunnen soorten verdwijnen door predatie van de geïntroduceerde soort. Hierdoor kunnen relaties binnen het ecosysteem worden verstoord.
Blad 47 van 49
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
Bijlage II – Stikstofberekening verkeerseffecten
Blad 43 van 49
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening ref en Plan Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RkUi9su9wuZi (21 juli 2021) pagina 1/14
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Sliedrecht
1, 1 1
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Planvoornemen
RkUi9su9wuZi
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
21 juli 2021, 08:41
2030
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Situatie 1
Situatie 2
Verschil
NOx
150,83 kg/j
1.469,08 kg/j
1.318,25 kg/j
NH3
15,45 kg/j
263,03 kg/j
247,58 kg/j
Resultaten
Natuurgebied
Verschil
Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)
Biesbosch
+ 0,28
Toelichting
Woningbouw gebruiksfase
Resultaten
ref Plan
RkUi9su9wuZi (21 juli 2021) pagina 2/14
Resultaten
Locatie ref
Emissie ref
Resultaten
Bron Sector
ref Plan
Emissie NH3
Emissie NOx
Bron 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
8,73 kg/j
85,20 kg/j
Bron 6 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
6,72 kg/j
65,63 kg/j
RkUi9su9wuZi (21 juli 2021) pagina 3/14
Resultaten
Locatie Plan
Emissie Plan
Resultaten
Bron Sector
ref Plan
Emissie NH3
Emissie NOx
Bron 1 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
7,64 kg/j
Bron 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
37,78 kg/j
368,78 kg/j
Bron 3 Wegverkeer | Buitenwegen
30,28 kg/j
118,06 kg/j
Bron 4 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
9,90 kg/j
96,66 kg/j
Bron 5 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
10,54 kg/j
102,89 kg/j
Bron 6 Wegverkeer | Buitenwegen
14,99 kg/j
58,43 kg/j
RkUi9su9wuZi (21 juli 2021) pagina 4/14
Resultaten
Bron Sector
Resultaten
ref Plan
Emissie NH3
Emissie NOx
Bron 7 Wegverkeer | Buitenwegen
52,06 kg/j
202,97 kg/j
Bron 8 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
10,58 kg/j
103,26 kg/j
Bron 9 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
6,10 kg/j
59,50 kg/j
Bron 10 Wegverkeer | Buitenwegen
16,69 kg/j
65,05 kg/j
Bron 11 Wegverkeer | Buitenwegen
11,27 kg/j
43,95 kg/j
Bron 12 Wegverkeer | Buitenwegen
10,30 kg/j
40,15 kg/j
Bron 13 Wegverkeer | Buitenwegen
51,75 kg/j
201,75 kg/j
RkUi9su9wuZi (21 juli 2021) pagina 5/14
Resultaten
Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden
Natuurgebied
Biesbosch
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
0,01
0,29
+ 0,28
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
0,24
(mol/ha/j)
*
Resultaten
ref Plan
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
RkUi9su9wuZi (21 juli 2021) pagina 6/14
Resultaten
Resultaten per habitattype
Biesbosch Habitattype
(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat
Lg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied
0,01
0,29
+ 0,28
Lg08 Nat, matig voedselrijk grasland
0,01
0,18
+ 0,17
H6510B Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart)
0,00
0,09
+ 0,08
H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
0,00
0,05
+ 0,05
H6120 Stroomdalgraslanden
0,00
0,04
+ 0,04
*
Resultaten
Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil
ref Plan
Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*
0,24
-
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
RkUi9su9wuZi (21 juli 2021) pagina 7/14
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
ref
NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Aantal voertuigen Stof
Emissie
3.000,0 / etmaal NOx NH3
85,20 kg/j 8,73 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
ref Plan
Bron 2 112747, 426711 85,20 kg/j 8,73 kg/j
Bron 6 113090, 426333 65,63 kg/j 6,72 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
1.500,0 / etmaal NOx NH3
65,63 kg/j 6,72 kg/j
RkUi9su9wuZi (21 juli 2021) pagina 8/14
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Plan
NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
400,0 / etmaal NOx NH3
7,64 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Emissie
11.500,0 / etmaal NOx NH3
368,78 kg/j 37,78 kg/j
Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
ref Plan
Bron 2 113554, 426542 368,78 kg/j 37,78 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Naam
Resultaten
Bron 1 112631, 426260 7,64 kg/j < 1 kg/j
Bron 3 114152, 426808 118,06 kg/j 30,28 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
2.000,0 / etmaal NOx NH3
118,06 kg/j 30,28 kg/j
RkUi9su9wuZi (21 juli 2021) pagina 9/14
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Aantal voertuigen Stof
Emissie
2.600,0 / etmaal NOx NH3
96,66 kg/j 9,90 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
ref Plan
Bron 4 114852, 425859 96,66 kg/j 9,90 kg/j
Bron 5 114107, 426126 102,89 kg/j 10,54 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
1.600,0 / etmaal NOx NH3
102,89 kg/j 10,54 kg/j
Bron 6 114855, 426377 58,43 kg/j 14,99 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
5.000,0 / etmaal NOx NH3
58,43 kg/j 14,99 kg/j
RkUi9su9wuZi (21 juli 2021) pagina 10/14
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Aantal voertuigen Stof
Emissie
2.500,0 / etmaal NOx NH3
202,97 kg/j 52,06 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
ref Plan
Bron 7 111797, 427310 202,97 kg/j 52,06 kg/j
Bron 8 110989, 426814 103,26 kg/j 10,58 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
1.300,0 / etmaal NOx NH3
103,26 kg/j 10,58 kg/j
Bron 9 112125, 426576 59,50 kg/j 6,10 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
1.000,0 / etmaal NOx NH3
59,50 kg/j 6,10 kg/j
RkUi9su9wuZi (21 juli 2021) pagina 11/14
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Aantal voertuigen Stof
Emissie
3.000,0 / etmaal NOx NH3
65,05 kg/j 16,69 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Emissie
3.000,0 / etmaal NOx NH3
43,95 kg/j 11,27 kg/j
Locatie (X,Y)
NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
ref Plan
Bron 11 113410, 427026 43,95 kg/j 11,27 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Naam
NOx
Bron 10 113095, 426897 65,05 kg/j 16,69 kg/j
Bron 12 113457, 427572 40,15 kg/j 10,30 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
1.500,0 / etmaal NOx NH3
40,15 kg/j 10,30 kg/j
RkUi9su9wuZi (21 juli 2021) pagina 12/14
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
ref Plan
Bron 13 114758, 427338 201,75 kg/j 51,75 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
3.000,0 / etmaal NOx NH3
201,75 kg/j 51,75 kg/j
RkUi9su9wuZi (21 juli 2021) pagina 13/14
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
ref Plan
RkUi9su9wuZi (21 juli 2021) pagina 14/14
Passende beoordeling Omgevingsvisie Sliedrecht projectnummer 046922.100 9 augustus 2021 revisie 0.0 Gemeente Sliedrecht
Bijlage III – Stikstofberekening saldering
Blad 44 van 49
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening ref en Plan Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rh4CFA8wRoGE (21 juli 2021) pagina 1/25