BY 1 - Transitievisie_Warmte_Sliedrecht.pdf
Tekst van het document
Transitievisie Warmte Naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in Sliedrecht
Pagina 27 van 36
een no-regrettransitiepad gericht op gasbesparing en krijgen zij extra aandacht bij de vijfjaarlijkse herijking van de Transitievisie Warmte, waarbij de warmteoptie van deze buurten opnieuw wordt beoordeeld op basis van voortschrijdend inzicht. Een hybride warmtepomp is in deze buurten in principe noregret. Als de buurt uiteindelijk toch gasvrij wordt geldt dit als tussenoplossing: de hybride warmtepomp maakt dan op termijn plaats voor een volledige warmtepomp of een afleverset van het warmtenet. Tempo
Deze buurten stappen in het tempo van gebouweigenaren naar het basisniveau en eventueel hybride warmtepompen.
Opt-out
In deze buurten zullen gebouweigenaren soms kiezen voor individueel all-electric en lokale bronnetten, ook als de definitieve warmteoptie nog niet duidelijk is.
1.1.1.5 Bedrijventerreinen Transitiepad
Bedrijventerrein
Gebouwen
Voor bedrijfsbebouwing geldt dat inregeling van de binneninstallatie vaak belangrijker is dan het maken van bouwkundige aanpassingen. Dit is echter ook sterk afhankelijk van de gebruiksfunctie van het bedrijfspand.
Warmteoptie
Op bedrijventerreinen zullen individuele en kleinschalig collectieve warmteopties voorkomen. Het gaat daarbij om all-electric maar ook om WKO-netten die naast warmte ook koude kunnen leveren. De energieinfrastructuur op een bedrijventerrein is
Transitievisie Warmte Naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in Sliedrecht
Pagina 28 van 36
echter in hoge mate maatwerk, zeker als er procesindustrie op het terrein aanwezig. Tempo
4.4
Deze buurten volgen het tempo van de gebouweigenaren. Het tempo zal mede bepaald worden door de verplichtingen die bedrijven hebben onder de Wet milieubeheer om energie te besparen, en de handhaving van de Omgevingsdienst hierop.
De perspectiefkaart van Sliedrecht
Op basis van al het voorgaande kunnen we nu de perspectiefkaart van Sliedrecht weergeven. De perspectiefkaart staat op de volgende pagina. De legenda bestaat naast de transitiepaden uit twee bijzondere aanduidingen:
Koppelkansen binnen vijf jaar: dit zijn locaties waar de lokale werkgroep kansen ziet om binnen vijf jaar de warmtetransitie te koppelen aan andere thema’s, zoals onderhoud van de openbare ruimte. Bij uitwerking van de Transitievisie Warmte in wijkuitvoeringsplannen moeten deze koppelkansen verder worden uitgewerkt om te bepalen in hoeverre zij echt benut kunnen worden.
De Proeftuin Sliedrecht Oost: de afbakening van de Proeftuin is weergegeven op de kaart.
Per buurt heeft de lokale werkgroep van betrokken partijen het transitiepad gekozen en onderbouwd. De toelichting per buurt is te vinden in bijlage D.
Transitievisie Warmte Naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in Sliedrecht
Pagina 29 van 36
5
Uitvoeringsstrategie
De perspectiefkaart en de transitiepaden in het vorige hoofdstuk geven per buurt inzicht in de route die we doorlopen naar aardgasvrij. In dit hoofdstuk geven we een doorkijk richting uitvoering: hoe worden die routes de komende jaren ingezet, welke instrumenten zetten we als gemeente in, en hoe kunnen gebouweigenaren en andere partijen initiatiefnemen?
5.1
De transitiepaden omzetten naar de praktijk
Verschillende transitiepaden vragen om verschillende type aanpakken. In deze paragraaf beschrijven we die aanpakken. 5.1.1
Doelgroepgerichte aanpak voor isolatie, hybride en all-electric
Het eerste uitgangspunt van de Transitievisie Warmte is dat we voortvarend aan de slag gaan met isolatie en andere vormen van energiebesparing. Dat uitgangspunt komt in alle transitiepaden terug. In alle transitiepaden werken we aan de gebouwkant immers zoveel mogelijk toe naar een basisniveau van isolatie, ventilatie en elektrisch koken. Het basisniveau van isolatie bereiken we als we maximaal isoleren binnen de bestaande schil, bij voorkeur op natuurlijke momenten om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden. Het basisniveau is dus no-regret en moeten we altijd doen, ongeacht het alternatief voor aardgas. Naast het basisniveau van bouwkundige maatregelen kunnen ook hybride warmtepompen of volledige warmtepompen no-regret zijn in een buurt, afhankelijk van het transitiepad. Hybride warmtepompen kunnen in alle transitiepaden een tussenoplossing zijn, in afwachting van een volledig gasvrije warmteoptie, maar ook een eindoplossing als de buurt zicht heeft op duurzaam gas. Dit geldt ook voor de besparingsbuurten waar de warmteoptie nog niet duidelijk is. Het spreekt voor zich dat niet iedere woningeigenaar een vergelijkbaar handelingsperspectief heeft. Dat verschilt per woningtype en per transitiepad. Bovendien zijn er momenteel weinig sturingsmogelijkheden voor de gemeente. Het nemen van deze individuele maatregelen is dus op basis van vrijwilligheid.
Dat iedere eigenaar de maatregelen individueel treft, betekent overigens niet dat we geen collectief aanbod van bijvoorbeeld warmtepompen en isolatie kunnen organiseren, , waar meerdere eigenaren tegelijk gebruik van kunnen maken. Zowel bij bewoners als bij de lokale werkgroep van betrokken partijen hebben wij opgehaald wat woningeigenaren nodig hebben om zoveel mogelijk naar het basisniveau te gaan. Grofweg hebben woningeigenaren behoefte aan twee dingen:
Voorlichting: zorgen dat gebouweigenaren weten welke maatregelen ze moeten nemen, wat daarvoor natuurlijke momenten zijn, en ook waarom deze maatregelen nodig zijn en wat de voordelen ervan zijn, zoals meer comfort en lagere woonlasten. Facilitering: zorgen dat gebouweigenaren de middelen hebben om de maatregelen te nemen, zoals rekentools, woningscans, (digitale) loketten, subsidies, leningen en voorbeeldwoningen. Er is reeds een duurzaamheidslening in Sliedrecht en er zijn stimuleringsregelingen voor kleinschalige ingrepen zoals de Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW). Ook kunnen woningeigenaren gebruikmaken van de diensten van het Regionaal Energieloket.
Transitievisie Warmte Naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in Sliedrecht
Pagina 31 van 36
Om iedere woningeigenaar op een juiste manier voor te lichten en te faciliteren is een doelgroepgerichte aanpak nodig. We onderscheiden drie hoofddoelgroepen: woningen, bedrijven en maatschappelijk vastgoed. Bij iedere hoofddoelgroep kunnen we subdoelgroepen onderscheiden, zoals VVE’s, huurwoningen en particuliere woningen. Samen met de andere Drechtsteden gaan we de doelgroepenaanpak uitwerken. In de regionale doelgroepenaanpak werken we per (sub)doelgroep maatregelen uit op het gebied van voorlichting en facilitering. Vervolgens bepalen we als gemeente de prioritering in doelgroepen en aanpakken om in Sliedrecht toe te passen. Aandachtspunten daarbij zijn het tegengaan van energiearmoede en het zoveel mogelijk aansluiten bij natuurlijke momenten van woningeigenaren. In de Regio is reeds een Regisseur Energiebesparing aangesteld die samen met gemeenten de aanpakken op het gebied van energiebesparing gaat vormgeven en ervoor zorgt dat wordt samengewerkt waar dat kansrijk is. De voordelen van regionale samenwerking zijn schaalvoordeel in de uitvoering, het kunnen leren van elkaars ervaringen, uniformiteit in communicatie, voorlichting en andere uitingen. 5.1.2
De aanpak in warmtenetbuurten
De uitvoering van het transitiepad voor warmtenetbuurten kenmerkt zich door een wijk- en doelgroepgerichte aanpak, waarbij de gemeente samenwerkt met bijvoorbeeld een warmtebedrijf en woningcorporatie om vraag en aanbod van warmte in een gebied te organiseren. In Sliedrecht-Oost is reeds gestart met de aanleg van een warmtenet op basis van zo’n aanpak. De gemeente heeft hiervoor een subsidie toegekend gekregen van het Programma Aardgasvrije Wijken. Ook is er al een overlegstructuur met HVC, de gemeente, woningcorporatie Tablis Wonen, netbeheerder Stedin en bewoners ingericht. De realisatie van het warmtenet in Sliedrecht is de komende jaren sterk afhankelijk van het aansluiten van het bezit van Tablis Wonen. Tablis Wonen heeft daarvoor de SAH-subsidie ontvangen van het Rijk. Aansluiting van al het bezit waarvoor Tablis Wonen subsidie heeft gekregen verwachten we conform de subsidievoorwaarden voor 2025. Ondertussen brengt Tablis Wonen al haar woningen zoveel als mogelijk naar het basisniveau om de woningen gereed te maken voor warmtelevering. Uitvoering van het SAH-project is nog wel onder voorbehoud van de goedkeuring door bewoners en de raad van commissarissen van Tablis Wonen. Naast de bestaande initiatieven zoals Sliedrecht-Oost biedt de Transitievisie Warmte ook een gesprekskader voor nieuwe en andere initiatieven op het gebied van warmtenetten.
Door de regio is voor aardgasvrije wijkaanpakken in de Drechtsteden een Schaalbaar Stappenplan Aardgasvrjie Wijkaanpakken opgesteld, dat gemeenten helpt bij de planvorming en uitvoering. Dit stappenplan biedt structuur en houvast voor collectieve wijkaanpakken. In het stappenplan worden checklists, belangrijke afwegingen per fase en voorbeelddocumenten uit de proeftuin Sliedrecht-Oost en initiatieven uit Zwijndrecht en Dordrecht gedeeld. Het stappenplan is te vinden op www.drechtstedenenergie.nl/wijkaanpak. 5.1.3
Bedrijventerreinen
Bedrijven zijn benoemd als aparte hoofddoelgroep binnen de regionale energiebesparingsopgave. Omdat deze doelgroep zowel qua verwarmingsbehoefte als qua regelgeving afwijkt van woningen, is het belangrijk dat voor deze groep specifieke aanpakken worden Transitievisie Warmte Naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in Sliedrecht
Pagina 32 van 36
ontwikkeld. Deze kunnen zowel gericht zijn op individuele (besparings)maatregelen als het ontwikkelen van kleinschalige collectieve systemen (bronnetten). Bij het uitwerken van deze aanpakken is de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) een belangrijke partner. 5.1.4
De aanpak in Nieuwbouw- en transformatiegebied
Nieuwbouw wordt per definitie aardgasvrij gerealiseerd. De keuze van een warmteoptie voor nieuwbouw maken we op basis van de afwegingscriteria voor warmteopties in de Transitievisie Warmte, inclusief de voorkeursvolgorde voor warmtebronnen uit de RES. Bij deze keuze spelen altijd ook lokale factoren een rol, zoals de schaal van de ontwikkeling en de relatie met de bestaande bouw eromheen.
5.2
De Transitievisie Warmte als uitnodigingskader Collectieve Warmte
We zitten momenteel nog in een fase waarin wetgeving (Wet collectieve warmtevoorziening, Omgevingswet) in ontwikkeling is en randvoorwaarden voor de warmtetransitie - onder andere de betaalbaarheid - deels ontbreken. Een tussenfase dus. Dé manier om deze periode te overbruggen en ondanks die missende randvoorwaarden toch al voortgang te boeken, is het verlenen van medewerking aan initiatieven uit de markt en de samenleving. In de geest van de Omgevingswet willen we de kracht van de samenleving benutten in plaats van enkel de overheid die alles zelf doet. Dat vraagt ook een stimulerende en uitnodigende cultuur die initiatiefnemers op weg helpt. Dat maken we mogelijk door de Transitievisie Warmte in deze tussenfase als uitnodigingskader te positioneren: een uitnodiging en leidraad voor het gesprek met initiatiefnemers. Het uitnodigingskader geldt voor alle initiatieven met collectieve warmte, waarbij de medewerking van de gemeente nodig is (zoals aanleg van warmte-infrastructuur op gemeentegrond of afwijking van een omgevingsvergunning of bestemmingsplan). Dat kan van heel kleinschalig (enkele gebouwen) tot groot (bijvoorbeeld cluster- of wijkniveau). Waar gebouweigenaren stappen willen zetten richting aardgasvrij die passen binnen de kaders van deze Transitievisie Warmte, gaan we met dit uitnodigingskader als basis het gesprek aan.
Met de Transitievisie Warmte stellen we dus geen dwingende regels vast, mede vanuit de ervaring en overtuiging dat er momenteel in de samenleving al voldoende kracht zit om de eerste stappen richting aardgasvrij in 2050 te kunnen zetten. Om initiatieven de goede kant op te richten is er wel behoefte aan een uitnodigingskader, zodat de keuzes die we in deze tussenfase maken voorsorteren op een betaalbare en haalbare warmtetransitie. Het uitnodigingskader zien we kortom als een gespreksleidraad, waarmee we het gesprek aangaan met initiatiefnemers en medewerking verlenen aan initiatieven. 5.2.1
Hoe werkt het uitnodigingskader?
Het uitnodigingskader functioneert als gespreksleidraad waarbij de belangrijkste onderdelen van deze Transitievisie dienen als onderwerpen: 1. De uitgangspunten en afwegingscriteria voor warmteopties in deze Transitievisie Warmte. 2. Een duidelijk ontwikkelperspectief: hoe verhoudt het initiatief voor het aardgasvrij maken van een cluster gebouwen zich tot het perspectief voor de buurten eromheen, de verwachte infrastructuur, het temperatuurniveau en de bronnenstrategie (RES)? 3. De beoogde warmteoptie in relatie tot, en in samenhang met de rest van het energiesysteem.
Transitievisie Warmte Naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in Sliedrecht
Pagina 33 van 36
4. Overige aandachtspunten. In een participatieronde met stakeholders, bewoners en bedrijven zijn criteria opgehaald die aangeven wanneer een initiatief als kansrijk wordt gezien om mee te starten. De belangrijkste zijn: Zijn er koppelkansen met werkzaamheden in de openbare ruimte en ondergrond, of met andere natuurlijke vervangingsmomenten? Hierbij kan gedacht worden renovatiemomenten van woningcorporaties of andere grote eigenaren, vervanging of sanering van het huidige gasnet, rioolvervanging, werkzaamheden aan de openbare ruimte, verbouwingen of de vervanging van Cv-ketels en nieuwbouwwerkzaamheden. Kan de aanpak zorgen voor het voorkomen van energiearmoede bij kwetsbare doelgroepen? Lokale invulling per gemeente, bijvoorbeeld hoe het initiatief bijdraagt aan de doelen uit de Omgevingsvisie. De gemeente nodigt initiatiefnemers met een haalbare en betaalbare casus voor aardgasvrij uit om in gesprek te gaan. Het initiatief ligt hiervoor bij gebouweigenaren, die samen met een warmtebedrijf of een andere samenwerkingspartner in gesprek kunnen gaan. Het initiatief kan grootschalig zijn, maar ook kleinschalig, zoals een wijk-WKO of eigen warmtebron voor een grootverbruiker of collectief van kleinverbruikers. Er is geen exclusieve positie voor welke partij dan ook. Elk initiatief en elke partij kan initiatief nemen.
De gemeente gaat met de initiatiefnemer in gesprek aan de hand van de bovengenoemde inhoudelijke criteria, om de plannen te optimaliseren. Het initiatief moet verder voldoen aan alle reguliere vergunningen voor aanleg van infrastructuur. 1.1.1.6 Nieuwbouw Bij locatieontwikkelingen wordt in relevante documenten, waaronder nieuwe omgevingsplannen en de selectieprocedure voor de ontwikkelaar, een verwijzing opgenomen naar de Transitievisie Warmte en het hierboven beschreven uitnodigingskader voor warmtenetten. 1.1.1.7 Monitoring Periodiek gaan we na of we nog op koers zitten en of de landelijke context is veranderd. Een aantal zaken moet de komende kabinetsperiode verder vorm krijgen, met name de Wcw en de invulling van financiële randvoorwaarden voor de wijkaanpak. Bij elk van deze mijlpalen nemen we het uitnodigingskader onder de loep en maken we aanpassingen in ons beleid waar nodig. 1.1.1.8 Voorbereiden op de Wcw De Wcw wordt naar verwachting in 2022 van kracht. Hierin is voorzien dat het college van B&W via een transparante procedure (publieke aanwijzing) een warmtebedrijf aanwijst, dat binnen een bepaald gebied (een zogenaamd warmtekavel) verantwoordelijk wordt voor de aanleg en levering van warmte. In het kader van de Wcw is het uitnodigingskader een mogelijke tussenstap, ná vaststelling van de Transitievisie Warmte en vóór vaststelling van een warmtekavel.
Het door ons gehanteerde uitnodigingskader sluit daarom goed aan op de publieke aanwijzing zoals beschreven in de beoogde Wcw. Het is in lijn met de Wcw ook transparant, non-discriminatoir en toegankelijk voor alle warmtebedrijven. We sorteren hiermee alvast voor en zorgen voor een overbrugging in deze tussenfase. Bij inwerkingtreding van de Wcw zullen we het uitnodigingskader op de wet toetsen en eventuele aanpassingen doorvoeren.
Transitievisie Warmte Naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in Sliedrecht
Pagina 34 van 36
5.3
Wat vraagt dit van de gemeentelijke organisatie?
De warmtetransitie vraagt om een toenemende inzet van de gemeentelijke organisatie. Recent onderzoek 2 laat zien dat een aanzienlijke groei in het aantal fte nodig is om de taken die in het klimaatakkoord aan gemeenten is toebedeeld te kunnen invullen. Onderstaande tabel geeft per gemeentelijke taak de capaciteitsinschatting uit het rapport. Gemeente Sliedrecht valt in de categorie kleine gemeenten (tot 40 duizend inwoners). Voor een gemeente als Sliedrecht is volgens de studie vanaf 2022 een capaciteitsinzet van 2 à 3 fte nodig voor de warmtetransitie. Daar bovenop komt nog extra capaciteit per wijk voor de wijkgerichte aanpak. Gemeentelijke taken
Klein
Middel
G40
Wijkuitvoeringspla n - planfase
0,8 – 1,1
0,9 – 1,4
1,2 – 1,8
fte per jaar per wijk
Wijkuitvoeringspla n - uitvoeringsfase
1,7 – 2,1
1,9 – 2,4
1,9 – 2,4
fte per jaar per wijk
Totaal
Hangt af van aantal wijkuitvoeringsplannen
Samenwerking corporaties & VVE’s
0,3 – 0,4
0,6 – 0,9
1,4 – 2,1
Vergunningverleni ng, toezicht en handhaving
2
fte per jaar Beperkt
Gemeentebrede communicatie incl. energieloket
0,9 – 1,1
1,8 – 2,2
3,8 – 4,6
fte per jaar
Verduurzamen eigen vastgoed
0,1 – 0,2
0,5
0,75 – 1,25
fte per jaar
Verduurzamen
0,3 – 0,5
0,5 – 0,7
1,1 – 1,5
fte per
Rapport in het kader van art. 2-onderzoek Klimaatakkoord in opdracht van de Raad voor het Openbaar Bestuur. AEF, 2020. Transitievisie Warmte Naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in Sliedrecht
Pagina 35 van 36
maatschappelijk vastgoed
jaar
Verduurzamen overige utiliteitsbouw
0,3
0,5
0,75
fte per jaar
Monitoren en herijken Transitievisie Warmte
0,25
0,3 – 0,5
1 – 1,5
fte per jaar
Totaal
2,15 – 2,75
4,2 – 5,3
8,8 – 11,7
fte per jaar
Het is belangrijk bovenstaande tabel te toetsen aan de lokale situatie in Sliedrecht en de regio Drechtsteden. Die wijkt op een aantal vlakken af van de taken zoals hierboven in de tabel geduid:
De realisatie van het warmtenet in Sliedrecht is komende jaren sterk verbonden met de Proeftuin Sliedrecht-Oost en met het SAHproject om woningcorporatiebezit aan te sluiten waarvoor subsidie is. Sliedrecht-Oost is een wijkgerichte aanpak waar relatief grote inspanning van de gemeente nodig is. Het SAH-project is echter vooral een inspanning van Tablis Wonen en HVC en vraagt relatief weinig inzet van de gemeente. Enkele taken en rollen worden op regionaal niveau ingevuld, zoals straks de invulling van energiebesparing. Dit leidt tot schaalvoordeel per gemeente. Daarnaast is het belangrijk om niet te kijken naar de warmtetransitie als losstaande opgave. In de planvorming en uitvoering kunnen koppelingen worden gemaakt met opgaven op andere beleidsterreinen. Deze samenhang heeft geen plek in bovenstaande tabel.
Transitievisie Warmte Naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in Sliedrecht
Pagina 36 van 36