CConstaterende datSliedrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

By 1 - Programmaplan Ruimtelijke Vernieuwing 2022-2023.pdf

Besluitvormend - Gemeenteraad Sliedrecht 5 juli 2022, gemeente SliedrechtBij agendapunt: 15: FYS – Programma Ruimtelijke Vernieuwing 2022 - 20235.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Programmaplan Ruimtelijke Vernieuwing 2022-2023

Gemeente Sliedrecht Mei 2022

1. Ontwikkeling Programma ruimtelijke vernieuwing

Voortgang uitgangspunt 1:

Uitgangspunt 1:

Met de eerste inzichten voor de ontwikkelstrategie en haalbaarheidsanalyse in beeld, is het Programma concreter geworden. De resultaten van de recent uitgevoerde onderzoeken naar stedenbouwkundige kaders, woningmarktontwikkelingen, geotechnische haalbaarheid, grondeigendom en financiële haalbaarheid, zorgen niet alleen voor een onderbouwing van de vormgeving en keuzes binnen het Programma, maar brengen ook de risico's in beeld op basis waarvan de ontwikkelstrategie geformuleerd wordt. Doordat de eerste haalbaarheidsberekeningen, risico's en afhankelijkheden van het Programma in zicht zijn, zullen er in de volgende fase ook meer concrete afwegingen gemaakt kunnen worden om het Programma te optimaliseren, zowel financieel, ruimtelijk als sociaal.

Het Programma ruimtelijke vernieuwing In de komende jaren groeit het Programma en wordt het steeds concreter. De aandacht in het Programma zal verschuiven van kaderstelling naar het afwegen van risico’s, het beoordelen van de inspanningen en het mogelijk bijstellen van het Programma. De sturingscriteria voor het Programma zullen geleidelijk worden ontwikkeld in de Programmaplannen vanaf 2023.

Wat gaan we doen? De volgende stap in de concretisering is het verder uitwerken van de ambities tot een haalbare strategie voor de realisatie van woningen en ruimtelijke vernieuwing in Sliedrecht. De sociale doelstellingen die onder het programma liggen zullen wij daarbij nog meer expliciet in beeld brengen. De haalbaarheidsfase zal dieper ingaan op het programma (woningaantallen, -typen en differentiatie), de voorziene opbrengsten, alsmede de hierbij benodigde investeringen (infrastructuur, openbare ruimte) en de fasering hiervan. In de haalbaarheidsfase moet zorgvuldig ‘aan de knoppen gedraaid’ worden. Hierbij zal rekening worden gehouden met wat mogelijk en wenselijk is vanuit de markt (programma), de grondeigendomspositie en de effecten op de ruimtelijke kwaliteit. Tijdens dit proces zal continu afgewogen worden hoe de uitwerking zich verhoudt tot de ambities van het Programma Ruimtelijke Vernieuwing. Deze afweging vindt plaats op niveau van het Programma bij de jaarlijkse vaststelling van het Programmaplan door de raad. Per vervolgfase zullen er meer gedetailleerde afwegingen gemaakt worden, waardoor het Programma aan de hand van een trechterproces steeds concreter zal worden. Per fase kan dit dan ook leiden tot aanpassingen en in het uiterste geval afstel, aan de hand van verschillende beslismomenten (zie uitgangspunt 14).

1

Uitgangspunt 2:

Voortgang uitgangspunt 2:

De functie van het Programmaplan De inhoudelijke functie en structuur van het Programmaplan wordt voortgezet en gewaarborgd. Dit document schetst op hoofdlijnen de voortgang per uitgangspunt en geeft ten opzichte van het vorige programmaplan een meer concreet beeld van de benodigde besluitvorming en vervolgstappen voor de rest van 2022 en hierna. Wat gaan we doen?

De uitgangspunten voor het Programma ruimtelijke vernieuwing zijn opgenomen in dit Programmaplan 2022-2030. Het Programmaplan wordt hierna jaarlijks samen met de Kadernota in de raad besproken. Ook vindt er zoveel mogelijk samenloop plaats met separate besluitvorming door de raad over de uitvoering van het Programmaplan.

We houden vast aan deze jaarlijkse cyclus en komen met separate documenten in de loop van het jaar. In 2022 stellen we een startnotitie vast voor de gebiedsontwikkeling in Oost. Zie voor de overige momenten de planning onder uitgangspunt 14.

In 2022 wordt daarnaast een Ambitiedocument voor de opgave van Noord ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Dit document is bedoeld als uitnodiging aan partners om op te reageren en geeft letterlijk de gemeentelijk ambities weer voor de ontwikkeling van Noord alsmede de ontwikkelstrategie. Het document zal gevolgd worden door een of meer startnotities.

Voortgang Uitgangspunt 3: De verkenningsfase heeft geleid tot nieuwe inzichten die de geformuleerde resultaten in uitgangspunt 3 ondersteunen en verdiepen. De verkenning van Sliedrecht-Noord heeft bijvoorbeeld het belang benadrukt van het ontwikkelen van het knooppunt van hoogwaardig openbaar vervoer in samenhang met Noord, om beter gebruik te maken van de potentie van de MerwedeLingeLijn. Wat gaan we doen? De geformuleerde resultaten van het Programma blijven de rode draad in de verdere uitwerking van het Programma en in de verkenning en haalbaarheidsfase. Zo worden de te behalen resultaten vertaald naar de elementaire uitgangspunten binnen de ontwikkelstrategie:    

Woonprogramma; afstemmen op lokale/regionale woningbehoefte en beleid Verbinding; door verbindingen ontstaat een vervlechting van en met Sliedrecht Klimaatneutraal en duurzaam; integreren als onderdeel van de totale opgave Versterking van de ruimtelijke kwaliteit en openbare ruimte

2

Uitgangspunt 3: De met het Programma te bereiken resultaten: • Er is harde plancapaciteit voor minimaal 2.000 woningen tot 2030, in Sliedrecht beneden de A15 en in Sliedrecht-Noord en in samenhang ontwikkeld. • Van die harde plancapaciteit koersen we op realisatie van tenminste 1000 woningen in 2030; voor het nog resterende deel streven we naar harde realisatie-afspraken. • Het lager segment van de woningmarkt is vernieuwd door nieuwbouw, sloop en/of renovatie en is in absolute zin toegenomen met enkele honderden woningen die vooral zijn gericht op starters en senioren. Daarnaast is extra woningbouw gerealiseerd in het middenen hoger segment. • Er zijn minimaal twee groene verbindingen tussen polder en Merwede. • De ruimtelijke vernieuwing is klimaatneutraal gerealiseerd en is aantoonbaar klimaat adaptief. • De woningen in Sliedrecht beneden de A15 en in Sliedrecht-Noord zijn met een nieuwe verkeersverbinding met elkaar verbonden. De nieuwe verkeersverbinding vormt de noordelijke entree van Sliedrecht en de Stationsweg is aanmerkelijk ontlast van doorgaand verkeer. • De ruimtelijke vernieuwing heeft waar mogelijk en gewenst geleid tot sanering van bestaande bedrijfsterreinen en minimaal gelijkwaardige oppervlakte aan nieuwe ruimte voor bedrijven. • De ruimtelijke kwaliteit en openbare ruimte zijn kwalitatief aanmerkelijk versterkt.

• Het voorzieningenniveau is ten opzichte van 2020 in omvang en samenstelling in stand gebleven en met de omvang van de nieuwe woningbouw meegegroeid.

2. Stedenbouwkundige ontwikkeling

Voortgang uitgangspunt 4:

Uitgangspunt 4:

Het afgelopen half jaar is intensief gewerkt aan verkenningen voor Sliedrecht-Oost en -Noord om daarmee te komen tot stedenbouwkundige uitgangspunten en kaders. Deze uitgangspunten en kaders landen achtereenvolgens in: - Startnotitie voor Sliedrecht-Oost - Ambitiedocument voor Sliedrecht-Noord

De stedenbouwkundige uitgangspunten De stedenbouwkundige verkenning zet een accent op de binnenstedelijke herstructurering van Sliedrecht - te beginnen vanuit Sliedrecht-Oost -, de ontwikkeling van Sliedrecht-Noord en op de verbinding daartussen en heeft effecten op de ontwikkeling van geheel Sliedrecht. Stedenbouwkundige uitgangspunten en randvoorwaarden worden per (deel)gebied en/of –project vast te stellen startnotitie.

Naast de stedenbouwkundige verkenning van SliedrechtOost en -Noord is er ook een inhoudelijke woningmarktverkenning door ABF Research uitgevoerd. Het rapport Woningmarktverkenning Sliedrecht geeft inzicht in de woonwensen van de bevolking op dit moment en schetst een beeld van de demografische veranderingen en ontwikkelingen. Het onderzoek naar de woonwensen geeft aan dat er behoefte is aan: ■ 20% betaalbaar tot de NHG-grens; 60% in het middeldure segment tot €4,8 ton; 20% hierboven ■ Waarvan 80% eengezinswoningen en 20% meergezinswoningen. ■ In de huursector is de bouwopgave met circa 10% van de nieuwbouw veel geringer. In deze sector zijn meer appartementen gewenst, geconcentreerd in het gereguleerde huursegment.

3

Wat gaan we doen? De stedenbouwkundige en programmatische uitgangspunten van het Programma komen terug in de Startnotitie Sliedrecht-Oost en het Ambitiedocument Sliedrecht-Noord. De inzichten uit het ABF-onderzoek worden als input meegenomen voor het nader bepalen van het woonprogramma. Dit onderzoek zal in de toekomst geregeld geactualiseerd worden. Dit ook in relatie tot de markttechnische mogelijkheden, sociale afwegingen, de financiële haalbaarheid en de voorwaarden die vanuit andere partijen worden gesteld (provincie, waterschap, etc.). De nadere formulering en definiëring van het woonprogramma worden voor wat betreft het deel dat de corporaties hiervan voor hun rekening kunnen nemen, vertaald in prestatieafspraken.

Voortgang uitgangspunt 5:

Uitgangspunt 5:

De uitwerking van de binnenstedelijke herstructurering wordt als eerste stap opgenomen in de Startnotitie Sliedrecht-Oost.

De binnenstedelijke herstructurering

Tijdens de stedenbouwkundige verkenning van Sliedrecht-Oost zijn voor de ruimtelijke strategie een aantal uitgangspunten qua programma, proces en stedenbouwkundige ambitie geformuleerd: 

    

De eerste stap in de binnenstedelijke herstructurering van Sliedrecht is nadere uitwerking van de herontwikkeling van Sliedrecht-Oost. Onderdeel hiervan is verplaatsing naar en beperkte toename van sociale woningbouw in andere delen van Sliedrecht. Uitgangspunt is, dat eerst buiten Sliedrecht-Oost wordt ontwikkeld, waarna in Oost kan worden vervangen en vernieuwd.

Meer menging van doelgroepen en woningtypes; lager aandeel sociaal in Sliedrecht-Oost, zonder absolute afname aan sociale woningen in Sliedrecht. Toename aantal woningen mits kwalitatief inpasbaar Vier vijfhoog flats gefaseerd vervangen Eerst bouwen dan slopen: een faseerbare ‘schuifpuzzel’ Realiseren van een groene verbinding tussen rivier en polder: route en verblijfsruimte Uitstraling en kwaliteit van de openbare ruimte en gebouwde omgeving van Sliedrecht-Oost versterken

Wat gaan we doen? Met deze uitgangspunten werken wij toe naar een Startnotitie, een voorbeeld van de inhoudsopgave is opgenomen in de bijlage. Wij zullen die aanbieden in Q3 van 2022. Momenteel wordt er tijdens het rekenen en tekenen met aannames gewerkt op basis waarvan tot haalbare en kwalitatief goede ontwikkelingen uitgekomen kan worden die voldoen aan de uitgangspunten. Een belangrijk element daarbij is de parkeernormering. Wij onderkennen dat er een actualisatie nodig is van het huidige parkeerbeleid. Wij komen in Q2 2023 daartoe met een nieuwe nota. Op een aantal locaties wordt daarnaast ook de potentie van hoogteaccenten onderzocht. Het doel hiervan is om inzichtelijk te maken in hoeverre meer volume en woondichtheid op verschillende locaties wenselijk is en stedenbouwkundig haalbaar is en in hoeverre dit leidt tot de gewenste toename van het aantal woningen. Voor dergelijke besluiten is een goed ruimtelijk afwegingskader van belang. Wij stellen daartoe een nota Verdichting op. Uit de eerste haalbaarheidsinzichten van Sliedrecht-Oost is duidelijk geworden dat alle locaties op dit moment tezamen tenminste een budgettair neutrale opgave kunnen zijn, uitgaande van een gedifferentieerd woonprogramma.

De vervolgstap is om tot afspraken met woningcorporatie Tablis te komen over de ontwikkelaanpak, de financiële uitgangspunten voor inbreng en uithaal van eigendommen en de vormgeving van de samenwerking.

4

Uitgangspunt 6:

Voortgang uitgangspunt 6: Na de stedenbouwkundige verkenning is er gerekend en getekend om de binnenstedelijke herstructurering Sliedrecht uitvoerbaar en haalbaar te maken. In het verdere proces zal het Programma open blijven staan voor het toevoegen van locaties als er zich kansen voordoen voor nieuwe locaties. Wat gaan we doen?

De locaties voor binnenstedelijke herstructurering In de verdere uitwerking van het Programma ruimtelijke vernieuwing wordt over een periode van tien tot vijftien jaar voorzien in een integrale, maar gefaseerde ontwikkeling en herontwikkeling in het sportpark, de Professorenbuurt, de Krommestoep, de randen van de Vogelbuurt en aan de Maaslaan en de Middeldiepstraat. Mogelijk worden daaraan nog locaties toegevoegd.

Wij ambiëren om de locaties in het eigendom van de gemeente (Maaslaan, Middeldiepstraat en Sportvelden Thorbecke) als eerste stap in te zetten voor de herhuisvesting van enkele complexen met sociale woningen in Oost. Verdere ontwikkeling zal vervolgens worden doorgezet naar locaties: Valkweg (sporthal de Valk), Vogelbuurt, Krommestoep en Professorenbuurt. In de later op te stellen startnotitie Oost leggen we de uitgangspunten hieromtrent vast.

Voortgang uitgangspunt 7:

Uitgangspunt 7:

Door de verkenning is er inzicht in de kosten en risico’s van het realiseren van een nieuwe verbinding. Er zijn daartoe diverse varianten verkend. De uitkomsten van deze verkenning worden meegenomen in de ontwikkelstrategie en haalbaarheidsanalyse.

De verkenning van de nieuwe verbinding met Sliedrecht-Noord

Tijdens de verkenning heeft Antea Group een kostenindicatie opgesteld van verschillende varianten van de noord-zuidverbinding. Deze kosten lopen uiteen van € 15 tot 30 miljoen. Tevens is daarbij benoemd welke keuzes en ontwikkelingen van invloed zijn op de uiteindelijke kosten.

Voor de nieuwe verbinding met SliedrechtNoord wordt een drietal varianten uitgewerkt op hun ruimtelijke, civieltechnische en financiële consequenties: (1) een tunnel, (2) een viaduct (smal) en (3) een parkachtig viaduct (breed), onder of over de A15 en met aansluiting op de Sportlaan en Provinciale Weg N482.

Wat gaan we doen? In de haalbaarheidsfase gaan we dieper in op welke variant het meest geschikt is binnen de (financiële) haalbaarheid en uitwerking van het Programma. Dit zal samenhangen met mogelijke subsidies. Wij zullen in 2022 een Ambitiedocument Sliedrecht Noord vastleggen welke kaders de gemeente meegeeft voor de ontwikkeling van de Sliedrechtse polder. Deze ontsluiting is een van de noodzakelijke voorwaarden voor een volwaardige nieuwe woonwijk.

5

Voortgang uitgangspunt 8:

Uitgangspunt 8:

Voor Sliedrecht-Noord is een stedenbouwkundige verkenning gedaan en hebben we een haalbaarheidsanalyse uitgevoerd, zowel financieel als technisch. Daardoor zijn de eerste risico’s in beeld die mee worden genomen in de verdere uitwerking van de ontwikkelstrategie.

De ontwikkeling van Sliedrecht-Noord De mogelijkheden van ontwikkeling wordt verder uitgewerkt met de thema’s ‘Tuinen’ (een openbaar parkgebied van 2,5 km langs het spoor), ‘Wonen’ (met indicatief 1.200 tot 1.600 woningen) en ‘Werken’ (met indicatief 4 ha. netto uitgeefbaar bedrijventerrein.

Uit de technische haalbaarheidsanalyse is gebleken dat de bodem in Sliedrecht-Noord bestaat uit een diep veenpakket in de ondergrond van de polder. Dit vereist een slimme planopzet en maatregelen om de woningopgave haalbaar te maken en problemen in de toekomst te voorkomen. In de RAS is dat eerder onderkend. De opgave is om een klimaatrobuuste planopzet te maken die goed inspeelt op de ‘slappe’ ondergrond. Daarbij wordt de bodem niet generiek uitgegraven en opgehoogd, maar wordt er alleen opgehoogd waar nodig en wordt er voldoende ruimte voor klimaatadaptie gemaakt in de niet opgehoogde delen. Deze klimaatrobuustheid heeft de potentie om een belangrijke identiteitsdrager te zijn in de verdere uitwerking van het Programma.

Dit gaat samen met de rol van water in de ontwikkelingen van Sliedrecht-Noord. Uit de analyse van het gebied en de opgave is gebleken dat er een robuust waternetwerk toegevoegd moet worden. De middelwetering wordt hierbij aangenomen als grens van het plangebied. Een robuust waternetwerk kan worden gerealiseerd door een nieuw integraal watersysteem binnen het bestaande systeem, met een eigen peil. Hierbij wordt gedacht aan voldoende water en groen in de openbare ruimte, voldoende ruimte voor waterberging, en het beperkt ophogen van grond. In het kader van klimaatadaptatie kan hierbij ook gedacht worden aan passende woningtypologieën, zoals drijf/waterwoningen etc.

6

Wat gaan we doen? De inzichten uit de verkenning vragen om een Ambitiedocument Sliedrecht-Noord. In nauwe samenwerking met het Waterschap leggen wij hierin vast op welke wijze de woonwijk klimaatbestendig zal gaan worden, maar ook welke ruimtelijke kwaliteiten wij nastreven en voor welke doelgroepen wij willen dat er wordt gebouwd.

Ontwikkeling wonen Het geschatte aantal te realiseren woningen ligt rond de 1.200 à 1.500. De gemiddelde dichtheid ligt daarbij rond de 30 à 50 woningen per ha. Deze dichtheid komt overeen met de dichtheid van de Rivierenbuurt Noord in Sliedrecht. Wij benadrukken het belang van verdichting langs het park nabij het hoogwaardig OV-knooppunt, met een afbouwende dichtheid richting de noordelijke zijde van het gebied. Daardoor kan er optimaal gebruik worden gemaakt van de vervoerscapaciteit van onder andere de MerwedeLingeLijn. Uitgangspunt daarbij is tevens een dicht netwerk van straten en (fiets)paden, om op deze manier wijken te ontwikkelen die aanzetten tot lopen en fietsen.

7

Sliedrechtse Tuinen Het Sliedrechtse Park, (voortaan de Sliedrechtse Tuinen genoemd) met een oost-west lengte van 1,5 km, dichtbij station en dorp, zal niet alleen voldoende ruimte geven voor sporten en recreatie. Het verweeft ook het park en het dorp met de polder. Hierdoor is er veel potentie voor nieuwe fiets en wandelroutes die ook de omliggende polders toegankelijker kunnen maken. Ook zal het voldoende compensatieruimte bieden voor de verplaatsing van o.a. volkstuinen uit Sliedrecht-Oost.

3. Financiële ontwikkeling Uitgangspunt 9:

Voortgang uitgangspunt 9:

Het Ruimtelijk Vernieuwingsfonds als Er is een eerste verkenning uitgevoerd van de onderdeel van de PenC-cyclus financiële en juridische kaders om de structurele voeding van het fonds Ruimtelijke Vernieuwing te Het Fonds ruimtelijke vernieuwing kent kunnen realiseren. Hieruit blijkt dat de investeringen naast de eenmalige storting uit de die nodig zijn in de infrastructuur niet in zijn Enecogelden een structurele voeding uit totaliteit gedekt kunnen worden door een opbrengsten van (deel-)projecten in het fondsbijdrage in rekening te brengen. Het fonds zal Programma. Het Fonds blijft beperkt tot de dus ingezet worden voor cofinanciering die Programmaonderdelen zoals in dit gebruikelijk is bij subsidies van andere Programmaplan beschreven. Het Fonds is overheden. Wij komen met separate voorstellen per onderdeel van de PenC-cyclus van begroting programma-onderdeel. Aanpassingen van het en jaarrekening en voldoet aan de eisen van Programmaplan zullen in ieder geval meegenomen administratie en verantwoording die worden in de jaarlijkse P&C-cyclus. Op dit moment daaraan worden gesteld. kan op grond van de Wet ruimtelijke ordening (en vanaf 1 januari 2023 de Omgevingswet) een dergelijke bijdrage in rekening gebracht worden bij de grondeigenaren en particuliere ontwikkelaars. Het fonds Ruimtelijke Vernieuwing krijgt daarmee het karakter van een fonds bovenwijkse voorzieningen.

8

Wat gaan we doen? De fondsbijdrage kan worden opgenomen in een anterieure overeenkomst die met betreffende ontwikkelaars, voorafgaand aan de bestemmingsplanwijziging, wordt opgesteld. Eventueel kan deze bijdrage ook worden opgenomen in een exploitatieplan. Indien de gemeente besluit tot gedeeltelijk actief grondbeleid over te gaan, wordt (vanzelfsprekend) een evenredig deel aan fondsbijdrage in de betreffende grondexploitaties opgenomen. De eenmalige storting vanuit de Enecogelden kan worden aangewend als dekking van dat deel van de investering wat niet gedekt kan worden vanuit de fondsbijdragen. Zie ook onder punt 10.

Voortgang uitgangspunt 10:

Uitgangspunt 10:

Uit de verkenning is naar voren gekomen dat er veel kosten gekoppeld komen met de volgende ontwikkelingen: -

Grondbeleid, subsidies en private investeringen

Ophoging/grondverbetering Sliedrecht Noord Aanleg infrastructuur: ontsluiting gebied en verbinding met bestaande kern Wateropgave

Teneinde het Ruimtelijk Vernieuwingsfonds ‘revolverend’ te maken, wordt van zowel actief als faciliterende grondbeleid bij de uitvoering van het Programma ruimtelijke vernieuwing toegepast en ook worden de mogelijkheden van subsidies en private investeringen betrokken.

Dit alles vanuit een beperkt gemeentelijk grondeigendom en posities van ontwikkelende partijen.

De eerste kostenraming schat een tekort tussen € 15 en 30 miljoen euro voor het gehele Programma ruimtelijke vernieuwing. Vanuit het Programmaplan zelf kunnen deze kosten niet geheel gedekt worden. Hierdoor zijn substantieel extra middelen nodig, zoals subsidies (o.a. Rijk, bijvoorbeeld Impulsregeling) en de inzet van het fonds Ruimtelijke Vernieuwing. De uitgevoerde raming is echter een momentopname, nieuwe kostenramingen volgen wanneer het Programma verder is in het trechterproces. De verkenningen van de verschillende woonprogramma’s op basis van (markt)behoefte volgen nog en zullen hier veel effect op hebben. Daarnaast is de markt volop in beweging, wat de kosten en opbrengsten zullen beïnvloeden. De woningbouwontwikkeling in zichzelf lijkt echter op dit moment financieel haalbaar, de kosten voor de verbindingen (in diverse varianten) leiden voor het gehele Programma tot het tekort. Wat gaan we doen? De vervolgopgave is het creëren van meer inzicht in de kosten van de verbindingen en in kaart brengen wanneer welke verbindingen vereist en gewenst zijn voor de ontwikkeling. Daarnaast zal het bijdragend vermogen van ontwikkelende partijen in deze bovenwijkse investeringen in beeld moeten worden gebracht. Om duidelijkheid te bieden naar ontwikkelende partijen zullen wij in 2022 een geactualiseerde Nota Grondbeleid opstellen, waarin wij ook het kostenverhaal opnemen.

9

4. Ontwikkeling haalbaarheid Uitgangspunt 11:

Voortgang uitgangspunt 11: Tijdens de verkenning, is er een overzicht gemaakt van de grond-eigendomssituatie in zowel SliedrechtOost als Noord. In Sliedrecht-Oost is een deel van het ontwikkelgebied in eigendom van de gemeente, een deel is van Tablis en een klein deel is particulier eigendom. In Sliedrecht-Noord hebben (markt)partijen deels al posities verworven en heeft de gemeente beperkt eigen positie. Deze eigendomssituaties spelen een grote rol in het vormgeven van de ontwikkelingsstrategie en toekomstige samenwerkingen.

De Programmatische en financiële haalbaarheid Er komt een verdere uitwerking op welke wijze bij de binnenstedelijke herstructurering en bij de ontwikkeling van Sliedrecht-Noord ‘zoet’ (opbrengsten) en ‘zuur’ (kosten) gecombineerd kunnen worden. Dit vraagt om langjarige samenwerkingsafspraken tussen markt en gemeente in samenspraak met de gemeenteraad.

Wat gaan we doen? De verkenning van Sliedrecht-Oost wijst erop dat alle locaties tezamen tenminste een budgettair neutrale opgave kunnen zijn. Dit is echter afhankelijk van de afspraken die gemaakt zullen worden, zowel met Tablis als met marktpartijen. De eerste contouren leggen we vast in een Intentieovereenkomst met Tablis. De grote opgaves binnen het Programma, zoals het bouwrijp maken van de polderbodem voor Sliedrecht-Noord, de wateropgave en de uitwerking van het woningbouwprogramma, vragen om een sterke integrale uitgewerkte basis voor heel Noord. Het is hierdoor duidelijk dat deze opgave niet kavelgewijs uitgevoerd kan worden. Kortom, langdurige samenwerking met andere partijen is noodzakelijk om tot een ontwikkeling te komen. Er zal geen sprake kunnen zijn van ‘cherry-picking’ door partijen. Dit vraagt om regie vanuit de gemeente en veel samenwerking om de haalbaarheid van het Programma en de kwaliteit hiervan te waarborgen. Het vormen van 'coalities' met ontwikkelaars die grondposities beschikken zal hierbij van belang zijn, gezien de versnipperde grondeigendommen in het plangebied en het beperkte eigendom van de gemeente. Hierbij moet bezien worden waar gemeentelijk eigendom benodigd of gewenst is (situationeel actief grondbeleid). Het Ambitiedocument Sliedrecht Noord zal specifiek voor Noord een indicatie geven van de benodigde bovenwijkse investeringen.

10

Voortgang uitgangspunt 12:

Uitgangspunt 12:

Vanuit de markt wordt nog steeds veel interesse getoond in een gebiedsontwikkeling in Noord naar aanleiding van het Programma Ruimtelijke Vernieuwing. Dit is onder andere terug te zien in het feit dat er al grondposities worden ingenomen in de polder van Sliedrecht-Noord. Een tweede marktconsultatie wordt gehouden, om bij de marktpartijen de bereidheid te toetsen tot samenwerking (tussen eigenaren en gemeente), de visie op de opgave en de haalbaarheid.

De resultaten van de marktconsultatie

Wat gaan wij doen?

Marktpartijen geven aan, dat de omvang van het Programma ruimtelijke vernieuwing als reëel wordt beschouwd indien er een Programma in de polder ten noorden van Sliedrecht wordt toegevoegd. De markt geeft ook aan, een proactieve rol in te willen nemen indien de gemeente meerjarig commitment uitspreekt. Versnelling kan worden behaald door de markt vroeg te betrekken in de ontwikkelingen waar de plancapaciteit moet landen. In het Programma ruimtelijke vernieuwing worden deze kansen en mogelijkheden verder uitgewerkt.

Vanuit de marktconsultaties werken we toe naar intentieovereenkomst(en) met actieve ontwikkelaars met grondposities. Op die wijze zetten we belangrijke stappen in de ontwikkeling van SliedrechtNoord.

Vanuit reken- en tekensessies formuleren wij uitgangspunten en kaders voor de ontwikkeling van Sliedrecht- Noord. Deze kaders vormen echter nog geen plan. Een plan kan pas later gemaakt worden met en door ontwikkelende partijen en met inzet van participatie. Het provinciaal beleid is voorwaardelijk voor het kunnen realiseren van de opgave.

11

Voor Sliedrecht-Noord zijn de volgende uitgangspunten al in beeld:    

Woonprogramma: het uitwerken van een gedragen woonprogramma, vanuit marktbehoefte én beleid, met focus op differentiatie en aantallen (Groen-)verbindingen van en naar Sliedrecht-Noord Klimaat-adaptief en klimaatneutraal (inclusief wateropgave) Mobiliteit: modal shift OV, fiets, loop en auto mede in relatie tot parkeeropgave

Voordat we de intentiefase ingaan en een samenwerkingsconstruct voor de opgave van Noord uitwerken, leggen wij dit najaar het Ambitiedocument Sliedrecht Noord voor aan uw raad, waarin onder meer de ruimtelijke stedenbouwkundige uitgangspunten, fasering financiering en ontwikkelstrategie vastgelegd worden.

Uitgangspunt 13:

Voortgang uitgangspunt 13: Sinds december heeft de MerwedeLingeLijn-alliantie (MLLalliantie) geleid tot regionale samenwerking, meer aandacht voor de potentie van de MLL en de woningbouwopgaven in de regio die zich hierlangs bevinden. In maart zijn de resultaten van de stedenbouwkundige MLL-studie en een vervoerswaarde studie van Royalhaskoning DHV afgerond en gepresenteerd, en hebben de wethouders van de gemeentes langs de MLL een intentieverklaring ondertekend. Hiermee bevelen de wethouders deze studies aan bij hun opvolgers in de nieuwe colleges, met de boodschap dat de studies gebruikt zullen worden voor de nadere doorwerking naar een regionale visie op de toekomst van de MerwedeLingeLijn en zijn omgeving.

Lobby als middel om het Programmatisch doel te bereiken De bestaande lobby-inzet door het college voor het fysiek domein wordt voor het Programma ruimtelijke vernieuwing geïntensiveerd door strategische posities te nemen in regionale, provinciale en landelijke gremia, daar waar mogelijk een voortrekkersrol te vervullen en consequent lobbyactiviteiten te ontwikkelen. De kansen voor ruimtelijke ontwikkeling langs en investeringen in de infrastructuur van de MLL vormen hierin een belangrijk aandachtspunt.

MLL-alliantie De MLL-alliantie bestaande uit de gemeente Dordrecht, Sliedrecht, Hardinxveld-Giessendam en Gorinchem is ontstaan vanuit de erkenning dat er lokaal diverse ontwikkeltrajecten (woningbouw, bedrijventerrein, maatschappelijke voorzieningen etc.) langs de MLL gepland zijn, die zich in verschillende stadia van voorbereiding en besluitvorming bevinden. Hierbij is het wenselijk, voornamelijk vanuit de regionale woningbouwopgave, om lopende projecten en ontwikkelingsmogelijkheden langs de MerwedeLingelijn (MLL) in regionale samenhang te beschouwen. Dit hangt ook samen met het gedeelde perspectief dat de recente Verstedelijkingstrategie ZuidHolland 2021-2040 nog onvoldoende visie formuleert over ons deel van de provincie. Wetende dat de provincie anderzijds grote waarde hecht aan ontwikkeling langs Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) sluit de MLL-alliantie wel aan op provinciebeleid. De ondertekening van de intentieverklaring heeft het traject en de boodschap van de MLL-alliantie goed onder de aandacht gebracht, zowel in de media als bij de provincie. De twee studies en de intentieverklaring zijn naderhand met de provincie gedeeld, waaruit de eerste gesprekken zijn voortgekomen tussen de wethouders en de provincie.

De stedenbouwkundige MLL-studie is opgezet om de woningbouwontwikkelingen van verschillende gemeenten langs de MLL in kaart te brengen, met de MLL als rode draad. De lokale ambities van de gemeenten langs de lijn tussen Gorinchem en Dordrecht vormen samen een woningbouwopgave van ruim 14.500 nieuwe woningen in de regio. De MLL-alliantie en de stedenbouwkundige studie hebben daarom als doel om te ontdekken welke samenlopende belangen er spelen langs het traject Dordrecht-Gorinchem. Door de woningbouwplannen langs de MLL te koppelen, ontstaat een

12

belangrijke kans om deze regionale woningbouwopgave te realiseren en het potentieel van de treinverbinding uit te breiden. Royal Haskoning DHV heeft een doorrekening gemaakt van de extra vervoerswaarde die ontstaat bij realisatie van de geambieerde woningbouwontwikkelingen langs de MLL. Hieruit is gebleken dat langs de MLL ruim 19.000 nieuwe huishoudens en 40.000 nieuwe inwoners worden toegevoegd als alle plannen gerealiseerd worden. Dit leidt tot een gemiddelde stijging in vervoerswaarde op werkdagen van minimaal 20%. De tabel stijging vervoerswaarde illustreert dit per gemeente. Hiermee wordt ook de reizigersopbrengsten verhoogd met minimaal 20% meer. De reizigerstoename vraagt echter om maatregelen voor in de toekomst, om deze stijging aan te kunnen. Deze studies zullen in het lobbyproces gebruikt worden om het belang en de potentie van de MLL en de regionale samenwerking te blijven benadrukken.

Wat gaan wij doen? Na de verschillende verkennende onderzoeken is het alleen maar duidelijker geworden dat de opgave van het Programmaplan Ruimtelijke Vernieuwing dermate integraal is dat rol van de gemeente zeer belangrijk is, zowel intern (samenhang, afweging, sturing) als extern (lobby, afstemming, marktbenadering). De inzet op lobby en subsidies zal een grote invloed hebben op de inhoudelijke plan- en strategie uitwerking. Een sterke coördinatie of regie vanuit Programma ruimtelijke vernieuwing is hiervoor noodzakelijk. Wij zullen intensief optrekken met onze buren en de regio om in beeld te komen voor relevante subsidieregelingen. Wij constateren dat het Rijk momenteel de noodzaak ziet om knopen te hakken en prioriteiten te stellen. Wij zullen hierbij gaan inspelen op de aanstaande Regionale Woondeal en de verdeling van de €7,5 miljard uit het Mobiliteitsfonds voor versnelling van woningbouwlocaties.

13

Voortgang uitgangspunt 14:

Uitgangspunt 14:

Gebaseerd op de vooruitgang van de afgelopen paar maanden is de onderstaande planning geformuleerd voor het vervolg van 2022. Een wijziging aan de originele indicatieve tijdshorizon die wij nu voorzien is dat de nieuwbouw buiten oost pas in 2024 zal kunnen starten.

De indicatieve tijdshorizon

Verkenningsfase 2021 – Q1 2022 -

Nieuwe verbinding

Verzamelen input, bundelen aandachtspunten Analyse locaties (ruimtelijk, technisch, financieel) Eerste verkenningen rekenen en tekenen

• 2022-2025: uitwerking en financiering • 2025-2030: aanleg Sliedrecht-Noord

Haalbaarheidsfase Q2 t/m Q4 2022 -

Binnenstedelijke herstructurering • 2022-2023: uitwerken samen met Tablis • 2024-2026: nieuwbouw buiten Oost • 2026-2035: sloop en nieuwbouw in Oost

• 2022-2025: studie, planologisch gereed maken • 2025-2040: voorbereiding en woningbouw

Rekenen en tekenen locaties Formulering ontwikkelstrategie Uitwerken beleidsinstrumentarium (o.a. grondbeleid, kostenverhaal)

Ontwikkelingsfase Q4 2022 e.v. -

Uitwerken ontwikkelstrategie Planvorming per locatie Ontwikkelafspraken

Planning raadsvoorstellen Bij deze planning, worden de onderstaande raadsvoorstellen verwacht: Q3/Q4 2022: -

Raadsvoorstel Ambitiedocument Sliedrecht-Noord (visie, kaders + ontwikkelstrategie) Raadsvoorstel Ontwikkelstrategie Oost en samenwerking gemeente/Tablis/markt Raadsvoorstel Nota Grondbeleid

Q2 2023: - Nota Parkeren Q3 2023 -Q2 2024: -

Samenwerkingsconstructie(s) (inhoudelijk, financieel, juridisch) Sliedrecht-Noord Uitkomsten haalbaarheidsonderzoek en ontwikkelstrategie Sliedrecht-Oost

14

5. Ontwikkeling communicatie en betrokkenheid Uitgangspunt 15:

Voortgang uitgangspunt 15: De afgelopen paar maanden hebben wij in beeld gebracht hoe communicatie en betrokkenheid onderdeel wordt van het Programma. Hiervoor is een communicatieplan opgezet aan de hand van een stakeholdersanalyse. Wat gaan we doen?

Communicatie en betrokkenheid Belanghebbenden worden vooraf geïnformeerd bij een voor hen relevant onderdeel van het Programma en vervolgens op de hoogte gehouden bij de uitwerking daarvan. Zo zijn inwoners, verenigingen en maatschappelijke organisaties en bedrijven op een goede manier betrokken bij het Programma ruimtelijke vernieuwing.

Het Programma ruimtelijke vernieuwing krijgt vorm in samenwerking met alle belanghebbenden en stakeholders in en om het dorp Sliedrecht. Wij willen dat op twee niveaus organiseren. Wij introduceren een Maatschappelijk Advies Groep (MAG) en klankbordgroepen op wijk/ buurtniveau. Daarnaast is en blijft er uiteraard altijd de mogelijkheid om op individueel niveau zienswijzen of bezwaar in te dienen.

De ambitie is om het participatietraject zo voorspelbaar mogelijk te organiseren voor de bewoners en stakeholders, zodat ieder op tijd weet wanneer en op wat voor manier ze kunnen participeren. De uitgangspunten van het Programma worden geformuleerd naar kaders die een vaste plek krijgen in het participatieproces. Deze kaders zorgen voor duidelijkheid, haalt indien nodig valse hoop weg en geeft het vertrouwen dat de koers standvastig

Een Maatschappelijke adviesgroep (MAG) Wij stellen voor om een overkoepelend Maatschappelijk Advies Groep (MAG) op te richten vergelijkbaar met de bestaande Adviesraad sociaal Domein (voorheen WMO-adviesraad). Deze groep kan bestaan uit een groep inwoners of belanghebbenden in Sliedrecht, die 3 à 4 keer per jaar willen meedenken en adviseren vanuit de kaders vanuit het Programma. De groep klankbordt, denkt actief mee en participeert daardoor in het Programma. Het doel van de MAG is om draagvlak voor het Programma te creëren, maar ook tegen te spreken indien zij dat nodig acht. Zij houdt de gevolgen van het Programma duidelijk in beeld en maakt gebruik van de potentie die co-creatie biedt (meekoppelkansen). De boodschap hierbij is dat het Programma ruimtelijke vernieuwing echt ‘van en voor’ het dorp is. De MAG zal onder leiding staan van een voorzitter/procesbegeleider, om de groep op koers te houden en te ondersteunen waar nodig. Wanneer het Programma concreter wordt, worden op wijk/buurtniveau ook participatiemogelijkheden georganiseerd. Direct omwonenden zijn zodoende op tijd betrokken en krijgen tijdig de kans om te participeren. De vormgeving van deze participatievorm wordt per project georganiseerd en is dus maatwerk. Er wordt een communicatiekalender opgesteld die een indicatie geeft wanneer er, met wat voor communicatiemiddel, met welke doelgroep wordt gecommuniceerd.

Nader zal worden uitgewerkt hoe de werving en selectie van de MAG zal plaatsvinden en welke rol en werkwijze de MAG zal hanteren.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.sliedrecht.nl/api/v1/meetings/267/documents/4351