By 1 Omgevingsvisie Sliedrecht.pdf
Tekst van het document
40
Veilige, gezonde en inclusieve samenleving 3.2.2
Sociaal, veilig en gezondheidsbevordering
41
Ondernemend en betrokken 3.3.1
Sport, cultuur en recreatie
Context
Visie en ambities
mensen een populaire vorm van vrijetijdsbesteding, hebben een positieve invloed op de
manier (voldoende) te sporten en te bewegen. Daarom werken we aan duurzame en
gezondheid, dragen bij aan een gezonde leefstijl en brengen mensen met elkaar in contact.
toegankelijke sportinfrastructuur voor iedereen. We ondersteunen sportverenigingen bij het
Sport, cultuur en recreatie helpen ook verschillende beleidsdoelstellingen te realiseren.
gezond en toekomstbestendig zijn, zodat zij hun maatschappelijke rol kunnen vervullen.
Ze bevorderen immers integratie, vergroten de sociale samenhang en leefbaarheid en
Daarnaast willen we de leefbaarheid in bredere zin vergroten. Niet alleen voor onze
verbinden mensen met elkaar. Lichaamsbeweging en culturele ontplooiing hebben verder
inwoners, maar ook om meer ‘dagjesmensen’ te trekken. Om dat te bereiken, verbeteren
een positieve invloed op het emotioneel welbevinden van met name kinderen en jongeren.
we de 'beleefbaarheid' van Sliedrecht. De specifieke focus ligt daarbij naast culturele
We mogen het belang van sport, cultuur en recreatie dan ook niet onderschatten. Ook met
dragers als het dijklint op de rivieroevers, het havenfront, het centrum en de polder. En op
onze fysieke leefomgeving willen we sport, cultuur en recreatie in Sliedrecht meer integraal
de verbindingen daartussen natuurlijk. We werken daarbij vanuit de volgende ambities:
Sport, cultuur en recreatie zijn van grote waarde voor onze samenleving. Ze bieden
Al onze inwoners moeten de mogelijkheid hebben om op een veilige en verantwoorde
benutten. Bijvoorbeeld met onze verenigingen, met ruimte voor evenementen en met musea.
1.
We vergroten de leefbaarheid in bredere zin, zowel voor onze inwoners en als voor bezoekers.
2.
Ons dorp heeft schone lucht en je kunt er prettig wonen, werken en recreëren.
3.
We benutten sport, cultuur en recreatie in Sliedrecht integraal en zorgen dat alle inwoners de mogelijkheid hebben om hun leven lang te sporten en te bewegen.
4.
42
De sportinfrastructuur is functioneel, kwalitatief op orde en duurzaam.
Doelen en uitgangspunten
Om onze visie en ambities te concretiseren werken we komende jaren aan onderstaande doelen en uitgangspunten: •
We faciliteren verenigingen en inwoners om lokale sportactiviteiten te organiseren.
•
We promoten de voordelen van voldoende bewegen voor een gezonde leefstijl.
•
Bij de herinrichting van de openbare ruimte bekijken we samen met de inwoners hoe
"Ook in de openbare ruimte kan je sporten en recreëren" (Bijeenkomst projectgroep, 2021)
we de ruimte beweegvriendelijker kunnen maken. •
We verbeteren de algehele uitstraling van Sliedrecht door onder andere te investeren in het aantrekkelijker maken van publieke ruimten als het dijklint, het centrum en het woonboulevard-gebied.
•
Door intensiever samen te werken met de omliggende gemeenten en verblijf te
"Recreatie en sport in een groene en gezonde omgeving moet voor iedereen toegankelijk zijn!" (Enquête omgevingsvisie, 2020)
stimuleren met onder andere onze horeca, proberen we meer dagjesmensen te trekken. •
We zorgen ervoor dat de rivieroevers en het havenfront beter te beleven zijn en toegankelijker voor recreatie.
•
We verbeteren de recreatieve verbinding tussen de Polder en de Merwede.
•
We verbeteren de uitstraling en levendigheid van het centrum van Sliedrecht.
•
We promoten sportevenementen en profileren Sliedrecht zichtbaar als ‘Volleybal-
"We willen meer picknicktafels / bankjes" (Reacties stellingen sociale media, 2021)
hoofdstad’. •
We versterken het sportaanbod voor kwetsbare doelgroepen.
•
We ondersteunen en waar mogelijk faciliteren de vernieuwing van het Nationaal Baggermuseum.
•
We bevorderen en versterken de samenwerking tussen lokale sportaanbieders en organisaties.
Bronnen: Duurzaamheidsagenda 2018-2022 Lokale nota publieke gezondheid 2020-2023 Integrale Beleidsnota sport 2019-2025 Visie op recreatie Economische Visie
43
Vertaling naar fysieke leefomgeving
Sportverenigingen, kerken, de waterzijde, musea, het cultuurhistorisch dijklint, de polder,
Ontwikkelingsgebied Verbindingen
het centrum, de haven, de woonboulevard. Ze hebben allemaal al maatschappelijke waarde,
We willen de verbinding tussen de Polder en de Merwede optimaliseren. Ook voor recreatief
maar we kunnen ze in potentie nog beter benutten. Daarom zetten we in op de volgende
gebruik. We doen dat bijvoorbeeld door in afstemming met omliggende gemeenten meer
ontwikkelings- en aandachtsgebieden.
recreatieve fiets- en wandelverbindingen te ontwikkelen . Verder willen we een recreatieve ‘hub’ of toeristische overstapplaats maken bij het station. Die ‘hub’ kan fungeren als
Ontwikkelingsgebied Merwedeoever-Biesbosch
startpunt voor fietsers en wandelaars uit de omgeving. Er is voldoende parkeergelegenheid
We zorgen voor meer recreatieve belevingen langs de oevers van de Merwede. Het gaat
om van de auto over te stappen op fiets of voet en er zijn goede fiets- en wandelvriendelijke
dan bijvoorbeeld om fiets- en wandelmogelijkheden en kleine recreatieve voorzieningen als
verbindingen met het centrum en andere recreatieve clusters (in- en buiten de gemeente).
picknickplaatsen, een waterspeelplaats en uitzichtplekken. Daarnaast zien we kansen voor
Met goede informatie laten we verder zien wat er te doen is in Sliedrecht en omgeving. De
kleinschalige verblijfsrecreatie langs de oevers van de Merwede. Het gaat dan bijvoorbeeld
verhoging van de recreatieve waarde van de Sliedrecht-Noord maakt hier deel van uit.
om gemeentelijke camperplaatsen en meer permanente vormen van verblijfsrecreatie. Verder is de verbinding met de Biesbosch belangrijk.
Ontwikkelingsgebied Woonboulevard-Lockhorst De woonboulevard langs de A15 is op dit moment één van de trekpleisters van Sliedrecht.
Ontwikkelingsgebied Havenfront - Centrum
De aantrekkingskracht en beleefbaarheid van het gebied vergroten we door kleinschalige
Het charmante havengebied heeft potentie als ‘rustpunt’ tijdens een vaartocht of als
recreatieve voorzieningen aan te leggen. Het gaat dan bijvoorbeeld om een kleine speeltuin,
bezienswaardigheid tijdens een bezoek aan Sliedrecht. We willen de aantrekkingskracht
bankjes of wandelpaden met groen. Hierdoor wordt de duur van het bezoek mogelijk
vergroten door de zichtbaarheid van de haven te verbeteren en voorzieningen rondom de
vergroot. Daarnaast kunnen er tijdelijke evenementen worden georganiseerd. Bijvoorbeeld
haven te realiseren (bijvoorbeeld meer groen, horeca, een toiletgebouw en/of douches en
beachvolleybalwedstrijden op een pop-up veld waar ook recreatief gebruik van gemaakt kan
speelmogelijkheden). Verder willen we de verbinding tussen het centrum (de Kerkbuurt
worden. In het verlengde hiervan is ook het gebied rondom de Lockhorst van belang. Dat
links en rechts), het (toeristische) havenfront, het Raadhuis en het dijklint verbeteren door
gebied heeft op dit moment een beperkte recreatieve aantrekkingskracht. We kunnen de
de infrastructuur meer in te richten op wandelaars. We verhogen de aantrekkingskracht
beleefbaarheid optimaliseren door het gebied meer in te richten op de fietser en wandelaar
van het centrum en de andere ‘recreatieve clusters’ door de pleinen in het centrum
en door de toevoeging van nieuwe recreatieve infrastructuur. Daarbij valt te denken
aantrekkelijker te maken met ruimte voor terrassen en ze daarnaast geschikt te maken
aan een fiets- en wandelpad over/onder de A15 tot aan het station en aan kleinschalige
voor (kleine) evenementen, zoals reeds gerealiseerd op de Kerkbuurt. Aandachtspunt
recreatieve voorzieningen die passen bij het karakter van het gebied (bijvoorbeeld outdoor
bij evenementenlocaties is dat deze op een veilige plek ligt en goed bereikbaar is voor
fitnesstoestellen, een trimbaan, een kabelbaan of speeltoestellen). Dit dient natuurlijk
hulpdiensten. Vanuit het centrum maken we verder zichtbaar hoe je bij de andere
gezien te worden in relatie tot de ontwikkeling van Stationspark 3.
recreatieve voorzieningen als het Nationaal Baggermuseum komt.
44
Ondernemend en betrokken 3.3.1
Sport, cultuur en recreatie
45
Ondernemend en betrokken 3.3.2
Vitale bedrijventerreinen en een levendig centrum
Context
Visie en ambities
door bedrijvigheid en ondernemerschap. Niet voor niets hebben we de 'werkgeneratoren'
samen aan de realisatie van economische ambities. Economische diversiteit met ruimte
als kernkwaliteit benoemd. Economie is allereerst de optelsom van individuele
voor innovatie staat daarbij voorop. We bouwen daarbij voort op de historie van
bedrijfsactiviteiten. Onze ondernemers voeren de economische activiteiten uit, creëren
Sliedrecht als bakermat van de baggerindustrie. Gemeente en ondernemers zetten zich
banen en produceren toegevoegde waarde. De overheid speelt een belangrijke rol door
in voor de versterking van de economische positie van Sliedrecht. Verbetering van het
bijvoorbeeld ruimtelijke mogelijkheden te bieden, kaders te stellen en bedrijvigheid te
vestigingsklimaat voor de diversiteit van het Sliedrechtse bedrijfsleven staat daarbij op de
stimuleren die bijdraagt aan maatschappelijke doelstellingen.
eerste plaats. Terwijl specifieke thema's en sectoren om maatschappelijke en economische
Sliedrecht ontleent haar identiteit vooral aan de baggerindustrie en wordt gekenmerkt
Sliedrechtse ondernemers, gemeente en inwoners zijn onderling betrokken en werken
redenen aanvullende inzet vragen, zijn ruimte en capaciteit beperkt. We willen de ruimte voor bedrijvigheid en werkgelegenheid behouden. Om de groei die nodig is voor de continue ontwikkeling van bedrijven mogelijk te maken, is herstructurering en revitalisering van incourante bedrijfslocaties een sleutelopgave. Vanuit deze visie werken we aan de volgende ambities voor de economisch prioritaire:
46
1.
Werklocaties zijn vitaal en beschikbare ruimte wordt slim gebruikt.
2.
We investeren in innovatie, verduurzaming en digitalisering.
3.
Onderwijs sluit goed aan op de arbeidsmarkt.
4.
We verbeteren de bereikbaarheid van onze werklocaties (ook per fiets).
Doelen en uitgangspunten
Om onze visie en ambities te concretiseren werken we komende jaren aan onderstaande doelen en uitgangspunten: •
"Er is meer uitbreidingsruimte benodigd voor bedrijvigheid" (Bijeenkomst projectgroep, 2021)
We zetten in op de volgende prioritaire sectoren: maritiem-industriële sector, woonboulevard, zakelijke dienstverlening en dorpscentrum.
•
Bij schaarse ruimte verlenen we op strategische locaties voorrang aan prioritaire sectoren.
•
We stimuleren verduurzamingsinitiatieven als 'Zon op Bedrijfsdaken' en hebben aandacht voor klimaatadaptatie bij bedrijven en op bedrijfsterreinen.
•
Ontwikkeling en (gefaseerde) uitgifte van Stationspark III (ca. 6,5 ha bedrijventerrein).
•
We zijn terughoudend in het faciliteren van de toevoeging van nieuwe kantoorruimte en
"Bedrijven zoveel mogelijk noordelijk van de A15, tenzij een bedrijf binding heeft met de rivier." (Enquête omgevingsvisie, 2020)
stimuleren transformatie van kantoorruimte in woonwijken naar een woonfunctie. We stimuleren eigenaren van incourante kantoren op werklocaties tot transformatie naar moderne kantoor- of bedrijfsruimtes. •
We faciliteren de soms cruciale inzet van arbeidsmigranten met name door huisvestingsmogelijkheden en flexwonen.
•
Voor een duidelijkere samenhang van de woonboulevard en duidelijker onderscheid met het bedrijventerrein waarderen we de openbare ruimte op. Het gaat daarbij met
"Meer nieuwe winkels/ levendigheid in de vorm van markten, muziek en evenementen" (Reacties stellingen sociale media, 2021)
name om de Leeghwaterstraat, parallel aan de A15. •
We zetten in op ruimtelijke kwaliteit, vastgoedtransformatie en leegstandbestrijding in en rondom de winkelgebieden.
Bronnen: Duurzaamheidsagenda 2018-2022 Visie Recreatie en toerisme Economische visie 2021 Verkeer en mobiliteitsplan 2017-2040
47
Vertaling naar fysieke leefomgeving
De prioritaire economische sectoren zijn naar een kaart te vertalen: de maritieme
Polder als zoekgebied voor bedrijvigheid
terreinen langs de Merwede, de woonboulevard en overige bedrijventerreinen langs de
Om voldoende ruimte te kunnen bieden aan economische groeikansen, verkennen we
A15, de detailhandel, horeca en buurtcentra in het centrum en (in de toekomst) bij het
de mogelijkheid van bedrijvigheid in het oostelijk deel van de polder. De Driehoek wordt
watertorenterrein. Ook staan grotere sociaal-maatschappelijke instellingen als ASVZ op de
onttrokken als harde plancapaciteit voor bedrijvigheid. Ook verwachten we transformaties
kaart.
van de huidige werklocaties in de zone Rivierdijk-Oost, vanaf het Watertorenterrein tot de afslag Sliedrecht-Oost. Deze keuzes leiden tot een zoekvraag van circa 10 hectare. Die
Ontwikkelingsgebied Centrum
zoekvraag zou in het aangegeven zoekgebied in de polder opgelost kunnen worden.
In dit gebied bieden we ruimte aan detailhandel en horeca en gaan we door met investeren in de ruimtelijke kwaliteit.
Aandachtsgebied voorzieningen woonwijken en buurtcentra In de wijken blijven buurtcentra van belang. Hier is ruimte voor detailhandel, horeca en
Ontwikkelingsgebied ASVZ
maatschappelijke functies. In de wijken is daarnaast vooral leefbaarheid van belang. Voor
ASVZ investeert al in verduurzaming en vergroening en is daarmee een voorbeeld van hoe
zover activiteiten geen verkeer aantrekken en niet milieubelastend zijn, bieden we daarom
we in de geest van de Omgevingswet samenwerken aan maatschappelijke doelen.
ook hier ruimte aan economische activiteiten.
Ontwikkelingsgebied Stationsgebied Het stationsgebied, met Stationspark III en het gebied rondom de Lockhorst, wordt een belangrijke schakel tussen Sliedrecht-Noord en het bestaande dorp. In dit gebied gaan we voor een hoge mate van functiemenging en hoge kwaliteit van de openbare ruimte. Ontwikkelingsgebied Woonboulevard In ontwikkelingsgebied Woonboulevard behouden we de verblijfskwaliteit en optimaliseren we de percelen.
48
Ondernemend en betrokken 3.3.2
Vitale bedrijventerreinen en een levendig centrum
49
- Visiekaart en ontwikkelingsgebieden DEELGEBIEDEN, ONTWIKKELINGSGEBIEDEN EN AANDACHTSGEBIEDEN In de 'nota van uitgangspunten' hebben we deelgebieden vastgesteld waarvoor we specifiek gebiedsgericht beleid opstellen. We zien dat er, als we de diverse thematische lagen over elkaar heen leggen, een aantal grotere ruimtelijke ontwikkelingsgebieden ontstaan. Daarin zitten ook de aandachtsgebieden waarvoor we aanvullende uitgangspunten geformuleerd hebben. Het gaat om de volgende ontwikkelings- en aandachtsgebieden (zie ook kaart volgende pagina). ONTWIKKELINGSGEBIEDEN: -
Sliedrecht-Noord
-
Driehoek
-
Centrum
-
Stationsgebied
-
Sliedrecht-Oost
-
Merwedezichten
-
Tolsteeg-Molendijk
In de ontwikkelingsgebieden bieden we ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. In sommige van deze ligt de nadruk meer op woningbouw en bij andere meer op bedrijvigheid of energieopwekking. Ook verschilt het per gebied hoe concreet de plannen zijn. In sommige gebieden wordt nu al aan concrete ontwikkelingen gewerkt (bijvoorbeeld Sliedrecht-oost) en in andere gebieden wordt dat pas verder in de toekomst verkend (bijvoorbeeld TolsteegMolendijk). AANDACHTSGEBIEDEN: -
Dijklint
-
Rondom hoofdinfrastructuur
-
Rondom gezoneerde bedrijventerreinen
-
Voorzieningen en buurtcentra
-
Woonwijken
In de aandachtsgebieden stellen we aanvullende kwaliteitseisen. Dat gaat bijvoorbeeld over milieukwaliteiten, zoals hogere ambities voor geluid en lucht in de woonwijken, en ruimtelijke kwaliteit, zoals hogere welstandseisen aan het dijklint. 50
51
- Voorbeelden uitwerking ontwikkelingsgebied Oost De ontwikkelingsgebieden worden momenteel nader uitgewerkt. Hieronder zijn een aantal beelden toegevoegd die passen bij de beoogde ontwikkeling. Hiermee wordt een beeld geschetst hoe dit er in toekomst uit kan komen te zien. Het gaat hierbij bijvoorbeeld over de wonen aan het groen en het belang van de 'groen long'.
52
- Voorbeelden uitwerking ontwikkelingsgebied Noord De ontwikkelingsgebieden worden momenteel nader uitgewerkt. Hieronder zijn een aantal beelden toegevoegd die passen bij de beoogde ontwikkeling. Hiermee wordt een beeld geschetst hoe dit er in toekomst uit kan komen te zien. Het gaat hierbij bijvoorbeeld over de recreatieve meerwaarde en ruimte het beleven van de polder en het water.
53
54
Hoofdstuk 4
Koers per deelgebied We beschermen onze kwaliteiten en bouwen erop voort. We doen dat door werk te maken van ruimtelijke vernieuwing en door te werken aan een gezonde, sociale samenleving en een betrokken en ondernemend Sliedrecht. De uitwerking kan per gebied verschillen. Daarom heeft een gebiedsgerichte uitwerking van de opgehaalde kernwaarden, kernkwaliteiten, kernopgaven en ambities meerwaarde. We kunnen zo per gebied nuanceren en concretere uitgangspunten formuleren. We beschrijven in dit hoofdstuk dan ook de koers per deelgebied met de belangrijkste ontwikkelingen en prioriteiten voor de toekomst. Verder benoemen we ambities voor milieukwaliteit. Het is goed om hierbij te benoemen dat we ons uiteraard minimaal houden aan de (wettelijke) ondergrens. We maken onderscheid tussen het centrumgebied, de dijklintzone, woonwijken, watergebonden bedrijventerreinen. De A15-Betuwe zone en de polder.
55
KoersCentrum: per deelgebied
• Verder menging van functies 4.1 Centrumgebied
• Aantrekkelijker inrichten met meer Gebiedsprioriteiten We kiezen voor een levendig en aantrekkelijk centrum. We bieden ruimte aan horeca, openbaar groen detailhandel en evenementen voor de levendigheid en investeren gezamenlijk in de kwaliteit van de ruimte. relatie met de recreatiehaven die nu nog onderbenut • Aandachtspunt Aantalis depleinen met meer mix van is. De aantrekkelijkheid van de haven zelf en de route er naartoe zijn daarbij belangrijke opgaven. Verder is er ruimte voor verdichting in de randen in aansluiting op de nieuwe horeca en detailhandel groene verbinding richting Sliedrecht-Noord. De aantrekkelijkheid van deze verbinding is van groot belang.
Kansen:
Gebiedsopgaven •
Verbinding Recreatiehaven aantrekkelijker maken
•
Blijvend investeren in de beeldkwaliteit en kwaliteit van de openbare ruimte
•
Vergroenen
•
Vitaal houden detailhandel
•
Mate van functiemenging verhogen - ruimte voor transformaties
•
Ruimte voor evenementen
•
Verbeteren verbindingen langzaam verkeer Station, Sliedrecht-Noord en Watertorenterrein
56
Zorgen:
Ambities milieuthema's
In het centrum van het dorp is er ruimte voor geur- en geluid belastende activiteiten vanuit bijvoorbeeld horeca en evenementen. Op deze manier kan de gevestigde traditionele bedrijvigheid en de haven ook blijven functioneren. Levendigheid staat hier hoger dan leefbaarheid. Daarom hanteren we voor geluid vanuit activiteiten een lagere ambitie. Omdat het centrum een plek is waar veel mensen samenkomen en er rondom het centrum verzorgingscomplexen en voorzieningen voor kwetsbare inwoners staan, hebben we een hoge ambitie voor externe veiligheid. Verder hanteren we een overwegend standaard ambitie.
HOGERE NORM STANDAARD NORM LAGERE NORM
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEM
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
57
Koers per deelgebied Dijklint:
4.2 Dijklintzone • Investeren in ruimtelijke kwaliteit
• Bedrijven blijven onderdeel dijklint Sliedrecht is ontstaan aan het dijklint. Dat lint is van grote cultuurhistorische (West) waterbouwkundige waarde. We zetten al in op het aantrekkelijker maken van deze zone en bouwen daar op voort. versterken de identiteit van het dijklint en hanteren daarbij wonen • WeDijklint-Oost: transformatie richtlijnen voor zowel bebouwing als de openbare ruimte. Waardevolle en 'gave' gebieden wijzen we aan als 'beschermd dorpsgezicht'. Nieuwbouw moet passen in het historische(groen) dijklint en horeca met openbaar en mag geen afbreuk doen aan het karakter van de dijk. We onderzoeken of historiserend bouwen hierbij van meerwaarde is. Er blijft plaats voor bedrijven het dijklint. Bij eventuele gebied langs hetaanwater Gebiedsprioriteiten
Kansen:
transformaties behouden we de karakteristieke bedrijfshallen en kranen bij de scheepswerven. Verder verbeteren en versterken we de groene uitstraling. Op de dijklichamen en taluds komt meer natuurlijke vegetatie en braakliggende terreinen worden getransformeerd. Er komt een 'uniforme' inrichtingswijze voor het hele dijklint. Voor zover relevant wordt de kruin bij reconstructie ingericht als 30 km/uur-weg. We pakken de verrommeling van de dijk aan door het straatmeubilair op te schonen en visueel op elkaar af te stemmen. Mede door het overige verkeer zoveel mogelijk te weren wordt het dijklint zo meer het domein van voetgangers en fietsers. We breiden het regionale wandelroutenetwerk uit door toevoeging van de route over de Rivierdijk. Vracht- en busverkeer worden door alternatieve routes zoveel mogelijk geweerd uit 30 km/uur- gebieden. Tot slot komen er meer faciliteiten voor (sport)vissers en maken we
bestaande wandelroute- en fietsknooppuntennetwerken aantrekkelijker met zitbanken langs de rivier. De bestaande speelplaatsen blijven ongewijzigd bestaan.
Gebiedsopgaven •
Groene verblijfsplekken aan Merwede creëren
•
Blijvend investeren in de kwaliteit van de openbare ruimte en zorgen voor een stedenbouwkundige en architectonische opzet die recht doet aan de historie
•
Ruimte voor mix van functies
•
Ruimte voor woningbouw in restruimtes
•
Verbeteren verbindingen langzaam verkeer
•
Ontwikkelopgave: Watertorenterrein
•
Ontwikkelopgave: Bedrijvigheid Van Santen Terrein (binnen grenzen huidige milieucategorie)
58
Zorgen:
Ambities milieuthema's
Het dijklint verbindt de woonwijken, de maritieme industriegebieden en het centrum met
Er is dus ruimte voor nieuwe ontwikkelingen voor zover die de huidige maritieme
elkaar. Er is een karakteristieke 'Sliedrechtse' mix van functies met historische woningen
bedrijvigheid niet belemmeren. De uitdagingen liggen dan ook bij het 'omgevingsproof'
en maritieme bedrijven die elkaar afwisselen. Deze vermenging van industrie en woningen
maken van nieuwe ontwikkelingen en niet andersom.
levert ook uitdagingen op het gebied van omgevingskwaliteit (voorbeeld: geluidsnormen).
Voor lucht en geur hanteren we standaard ambities, bij de andere thema's kiezen we voor
Omdat we de karakteristieke mix waardevol vinden en onze werkgeneratoren hebben
een lagere norm. Zo kunnen we maximaal ruimte bieden aan verschillende activiteiten.
aangeduid als kernkwaliteit, kiezen we er bewust voor de ambitie voor milieukwaliteit aan het dijklint niet hoog te zetten.
HOGERE NORM STANDAARD NORM LAGERE NORM
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEM
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
59
Wijken: Koers per deelgebied
• Woonwijken worden verdund en 4.3 Woonwijken
verduurzaamd, minder hoogbouw. Gebiedsprioriteiten • De bestaande groene zones worden In de woonwijken staat een fijne, rustige en groene leefomgeving centraal. Een groot gedeelte van de binnenstedelijke woningbouwopgave wordt hier ingepast, steeds met versterkt ruimteals gekoppelde voor opgalangzaam verduurzaming, vergroening en verbeteringmet van de bereikbaarheid ven. De bereikbaarheid van sociaal-maatschappelijke functies maakt hier onderdeel van uit. verkeer en doorsteekvansnel Naast de verstedelijkingsopgaven hebben de verduurzamingsopgave gebouwen verkeer. en de herinrichting van de openbare ruimte gericht op klimaatadaptatie en vergroening een hoge In de wijken is ruimte voor start-up prioriteit in dit • gebied. bedrijven en andere bedrijven die Gebiedsopgaven • Verduurzaming bestaande woningvoorraad • Vergroenen geen overlast veroorzaken •
Ontwikkelopgave: Sliedrecht Oost
•
Blijvend investeren in de kwaliteit van de openbare ruimte
•
Ruimte voor bedrijvigheid die niet-milieubelastend is en geen verkeer aantrekt
•
Ruimte voor woningbouw in restruimtes
•
Ruimte voor functiemenging bij buurtcentra
•
Verbeteren verbindingen langzaam verkeer Centrum-Station-Noord
•
Verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid in kwetsbare woonwijken
•
Het faciliteren van een leefomgeving die als prettig wordt ervaren en die uitnodigt tot
Kansen:
gezond gedrag •
Een veilige en gezonde fysieke leefomgeving waarbij een goede omgevingskwaliteit in stand wordt gehouden
•
Het verder verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid, in het bijzonder in kwetsbare woonwijken
60
Zorgen:
Ambities milieuthema's
Omdat een fijne, rustige, groene woonomgeving binnen de woonwijken centraal staat, zijn we ambitieuzer op het gebied van de gewenste milieukwaliteit. Zo stellen we hoge eisen aan alle thema's. Alleen voor de lucht houden we een standaard normering aan. Natuurlijk zijn er externe uitdagingen met betrekking tot deze ambities. Denk daarbij aan de milieueffecten van de spoorweg, de snelweg of de havengebieden. Bij de doorvertaling naar het omgevingsplan onderzoeken we hoe hoog we de normen uitvoerbaar kunnen hanteren.
HOGERE NORM STANDAARD NORM LAGERE NORM
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEM
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
61
Watergebonden bedrijventerrein: • Het gebied blijft voornamelijk 4.4 Watergebonden bedrijventerreinen bedrijventerrein (Maritiem cluster) Gebiedsprioriteiten • Oostelijk deel transformeerd • Op de daken van de bedrijven komen zonnepanelen • Ruimte voor horeca/recreatie centrum Koers per deelgebied
De watergebonden bedrijventerreinen hebben een sterke link met de Sliedrechtse identi-
teit als 'betrokken en ondernemend baggerdorp'. Ze zijn belangrijk voor onze economie en werkgelegenheid. We willen ze dan ook niet alleen voor de toekomst behouden, maar ze
daarnaast fysiek en vanuit milieunormeringen ruimte blijven bieden. Economische activitei-
ten hebben op deze terreinen de hoogste prioriteit. Het optimaliseren van de activiteiten en de koppelkansen met bijvoorbeeld verduurzaming staan dan ook centraal. Daarnaast is het
verbeteren van de bereikbaarheid, bijvoorbeeld door bevoorrading vanuit logistieke hubs in de A15-zone, het verkennen waard.
Kansen:
Gebiedsopgaven • •
Verbeteren bereikbaarheid vrachtverkeer - verkennen logistieke hubs Ontwikkelopgave: Nieuwe bedrijvigheid en P+R - Van Santen Terrein (binnen grenzen huidige milieucategorie)
•
Optimalisering watergebonden ruimtegebruik
•
Bijdragen aan verduurzamingsopgave - zon op dak en ruimte voor innovaties
•
Vergroenen
62
Zorgen:
Ambities milieuthema's
Maritieme bedrijvigheid kan weliswaar negatieve effecten hebben op de omgeving, maar de positieve effecten op de Sliedrechtse maatschappij wegen zwaarder. We stellen onze ambities voor milieukwaliteit in de watergebonden bedrijventerreinen dan ook niet hoog in en handhaven de huidige milieuruimte voor maritieme bedrijvigheid. Mogelijk levert dit door geluid vanuit activiteiten een lagere omgevingskwaliteit op, ook voor aangrenzende gebieden. Op locaties die we richting wonen en recreatie transformeren (bijvoorbeeld het watertorenterrein) kunnen we op onderdelen wel een hogere omgevingskwaliteit nastreven.
HOGERE NORM STANDAARD NORM LAGERE NORM
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEM
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
63
A15-zone: Station wordt verder uitgebouwd 4.5• A15-spoorzone als HOV-knooppunt met ruimte voor Gebiedsprioriteiten wonen en kantoren • De A15 wordt verbreed en er komen duurzame geluidswallen • Extra ondertunnelingen/bruggen Gebiedsopgaven • Panden verduurzamen en driehoek inzetten voor duurzame energie Koers per deelgebied
De A15-Spoorzone speelt een belangrijke rol in de toekomstige ontwikkeling van Sliedrecht. De keuze om op termijn over het spoor te ontwikkelen maakt deze zone en met name het
gebied bij het station en de Lockhorst van groot strategisch belang. In het ontwikkelgebied van en rondom Stationspark III geven we prioriteit aan een hoge ruimtelijke (verblijfs-)
kwaliteit, veel functiemenging (met uitzondering van Stationspark III) en goede (nieuwe) noord-zuid verbindingen. Ook op de woonboulevard heeft behoud van de ruimtelijke
kwaliteit de aandacht. Daarnaast staat optimalisering van het ruimtegebruik centraal. Voor de Driehoek zetten we in eerste instantie in op duurzame energie.
•
Verbeteren bereikbaarheid vrachtverkeer - verkennen logistieke hubs
•
Verkenning ontwikkeling Driehoek als locatie voor duurzame energieopwekking
•
Optimalisering ruimtegebruik
•
Bijdragen aan verduurzamingsopgave - zon op dak en ruimte voor innovaties
•
Nieuwe noord-zuid verbindingen
•
Ruimte voor bedrijvigheid locatie sportvelden
•
Verhogen verblijfskwaliteit en mate van functiemenging stationsgebied
•
Vergroenen
64
Kansen:
Zorgen:
Ambities milieuthema's
De A15-spoorzone ligt ingeklemd tussen de snelweg en de spoorwegen van de MerwedeLingelijn en de Betuwelijn. Dit beperkt de mogelijkheden voor een hoge milieukwaliteit. Met name rondom de Lockhorst willen we de verblijfskwaliteit verhogen en zijn we dus iets ambitieuzer zijn voor wat betreft de gewenste milieukwaliteit. Over het geheel genomen stellen we de beoogde milieukwaliteit realistisch in. Dat betekent dat we alleen op het gebied van bodem, geur en lucht een standaardniveau hanteren. Voor de andere thema’s accepteren we een lagere milieukwaliteit.
HOGERE NORM STANDAARD NORM LAGERE NORM
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEM
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
65
Polder: De polder wordt deels gebruikt voor 4.6• Polder woningen en duurzame energie Gebiedsprioriteiten • Verweving energie, recreatie, water landschap en wonen in dorpsrand. • De rest van de polder behoudt de huidige functie voor landbouw en recreatie • nieuwe verbindingen en routes Koers per deelgebied
In delen van de polder voorzien we ingrijpende transformaties. Op de kortere termijn het realiseren van sport- en recreatievoorzieningen en in later stadium vanwege de woning-
bouw- en energieopgaven. In andere delen van dit gebied blijft de agrarische bedrijfsvoering prioriteit, gekoppeld aan waterhuishouding en ecologie. De fysieke verbindingen met het dorp, het station en de buurgemeenten worden verbeterd. Wel verkennen we daar in welke mate waterhuishouding, ecologie, recreatie en energie aan de agrarische bedrijfsvoering gekoppeld kan worden. In het noordelijk deel van Sliedrecht-Noord zien we in
aansluiting op regionale ontwikkelingen kansen een grote bijdrage te leveren aan de lokale en regionale verduurzamingsopgave. Daarnaast verkennen we een toekomstbestendige
woningbouwontwikkeling. We streven naar een energiepositieve ontwikkeling, verbetering
natuur, landschap en van de waterhuishoudkundige staat met een optimale fysieke verbinding met het station, het dorp en de buurgemeenten.
Gebiedsopgaven • • •
Kansen:
Verbeteren bereikbaarheid - verbinding Station-Lockhorst Verbeteren bereikbaarheid - opwaarderen Parallelweg richting Papendrecht Zoekgebied wind en/of zon in polder
•
Verkennen verhogen recreatieve waarde buitengebied - routing/beleefpunten
•
Ontwikkelopgave: Sliedrecht-Buiten (sport- en recreatieknooppunt) en Sliedrecht-Noord (woningbouw).
•
Verkennen koppelingen ecologie, water en recreatie
•
Nieuwe noord-zuid verbindingen
•
Verkenning ontwikkellocatie bedrijvigheid aan de oostkant
•
Behoud en versterking van het landschap door aanplant van gebiedseigen bomen
66
Zorgen:
Ambities milieuthema's
Sliedrecht-Noord is een relatief groot, overwegend agrarisch gebied met een aantal
We kiezen dan ook voor een relatief lage ambitie op het gebied van externe veiligheid en
aandachtspunten. Aan de zuidelijke rand liggen de Betuwelijn en een buisleiding. Daarnaast
trillingen, een standaardnormering op het gebied van lucht, bodem en geur en een hogere
lopen er hoogspanningslijnen en een provinciale weg door het gebied en is er een
ambitie op het gebied van geluid en luchtkwaliteit.
rioolwaterzuiveringsinstallatie gevestigd. Naast deze aandachtspunten spelen de beoogde ontwikkelingen een rol bij het bepalen van onze milieu ambities. Als we in het noordelijke deel windmolens mogelijk willen maken, moeten we immers realistisch zijn als het gaat om ambities op het gebied van geluid, externe veiligheid en trilling. En als we gaan voor een hoge omgevingskwaliteit bij de nieuwe ontwikkeling in het zuiden, hebben we vanuit spoor en buisleiding ook te maken met trillingen en veiligheid.
HOGERE NORM STANDAARD NORM LAGERE NORM
LUCHT
GELUID (VERKEER)
GELUID (ACTIVITEIT)
TRILLING
BODEM
EXTERNE VEILIGHEID
GEUR
67
- Omgevingsscan Milieu, Gezondheid en Veiligheid Naast de beschrijving van onze kwaliteiten en de koers die we bij toekomstige
Hieronder staan de vrijwaringszones, aandachtsgebieden en invloed gebieden vanuit de
ontwikkelingen varen is het belangrijk om te reflecteren op de aandachtspunten die we
rivier, hoofdwegen en spoorlijnen. Het hele gebouwde gebied valt onder het invloed gebied,
vanuit milieu, gezondheid en veiligheid naar voren komen. Dat doen we in dit hoofdstuk.
maar een paar delen van Sliedrecht-Noord vallen daar niet onder.
Bij (her)ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de aandachtsgebieden voor brand,
Door de gemeente lopen diverse routes voor transport gevaarlijke stoffen en bepaalde
explosie en gifwolken. Waar nodig richten we de omgeving zo in dat de gevolgen van de
terreinen zijn hiervoor ontheffingsvrij. Bij nieuwe ontwikkelingen van bedrijven maken we
risico’s beperkt worden. Dit doen we door de fysieke afstand tot een risicobron te vergroten
de afweging deze ontheffingsvrij te maken. Daarnaast houden we bij nieuwe ontwikkelingen
of bouwwerken en de omgeving zodanig in te richten dat het bescherming biedt tegen
rekening met bijbehorende risico's.
risicobronnen. Ook streven we naar een optimale ontsluiting voor hulpdiensten.
▼Transport gevaarlijke stoffen over water, weg en spoor Bron: Omgevingsscan Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid, 2020
68
Transport gevaarlijke stoffen over weg ▼ Bron: Omgevingsscan Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid, 2020
Naast het vervoer over wegen en vaarwegen, worden er ook stoffen vervoerd via
In Sliedrecht bestaan er ook nog inrichtingen met gevaarlijke stoffen. Het gaat om:
buisleidingen. In Sliedrecht gaat het om hogedruk aardgasleidingen van de GasUnie. Bij
•
bedrijven met propaantanks, met name in het buitengebied,
nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezigheid
•
een RWZI (rioolwaterzuiveringsinstallatie),
van deze buisleidingen. Er is een belemmeringenstrook van 5 meter aan beide zijden van de
•
een bedrijf met een ammoniak koelinstallatie,
leiding gereserveerd voor onderhoud.
•
een gasdruk meet- en regelstation en
Bovendien is er sprake van een invloed gebied waarbinnen het groepsrisico verantwoord
•
een zwembad met een chloorbleekloogtank.
moet worden. Of een ruimtelijke plan mogelijk is binnen het invloed gebied is mede
Rond de opslagen en installaties met gevaarlijke stoffen liggen plaatsgebonden risico
afhankelijk van de omgeving en in het bijzonder de dichtheid en locatie van populatie.
contouren en invloed gebieden. Tot slot is er een aantal bedrijven buiten de gemeente
Soms is er alleen ruimte voor een plan onder bepaalde voorwaarden.
Sliedrecht waarvan de invloed gebieden over de gemeente heen vallen. Het gaat dan met name om Chemours/Du Pont in Dordrecht en een LPG-tankstation in Papendrecht.
▼Transport gevaarlijke stoffen buisleidingen Bron: Omgevingsscan Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid, 2020
Inrichtingen gevaarlijke stoffen ▼ Bron: Omgevingsscan Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid, 2020
69
- Omgevingsscan Milieu, Gezondheid en Veiligheid Op een aantal industrieterreinen zijn bedrijven gevestigd die veel lawaai mogen
Op de bijgaande 'bodemkwaliteitskaart' is de algemene chemische bodemkwaliteit
veroorzaken. Rondom deze terreinen ligt een wettelijke geluidzone. Op de zonegrens en
aangegeven. Het is een hulpmiddel bij het vinden van bestemmingen voor bij grondwerk
daar buiten mag de geluidbelasting door het industrieterrein niet hoger zijn dan 50 dB(A)
vrijkomende grond. Daarnaast geeft de kaart een algemeen beeld van de bodemkwaliteit.
etmaalwaarde. Een bedrijventerreinen als Nijverwaard is geen gezoneerd industrieterrein
De invulling van de zones op de kaart is tot stand gekomen op basis van verschillen in
en staat daarom niet op de kaart. Op een gezoneerd industrieterrein is nieuwe woningbouw
bodemopbouw, historisch en huidig bodemgebruik en chemische kwaliteit. Bij grondverzet
niet mogelijk. In de wettelijke geluidzone van het industrieterrein is woningbouw onder
is het belangrijk dat de grond die toegepast wordt van vergelijkbare of betere kwaliteit
voorwaarden wel mogelijk. De geluidzones van industrieterreinen van buurgemeenten
is. Daardoor wordt de bodemkwaliteit niet slechter. We onderscheiden de klassen achter
(Oosteind en De Staart) overlappen ook het grondgebied van Sliedrecht.
grondwaarde(schoon), wonen (licht verontreinigd) en industrie (matig verontreinigd).
▼Gezoneerde industrieterreinen Bron: Omgevingsscan Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid, 2020
70
Bodemkwaliteitskaart ▼ Bron: Omgevingsscan Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid, 2020
Er wordt gewerkt aan Natura-2000-gebieden en de Europese Kaderrichtlijn Water. De
In de toekomst neemt het aantal hete dagen en nachten toe. Voor kwetsbare groepen
provincie richt zich voor het beleidsveld Natuur niet alleen op de kwantitatieve prestaties,
in de samenleving kan dat gezondheidsrisico's met zich meebrengen. Water en groen
maar vooral ook op de effecten. Dit is breder dan de NNN-gebieden omdat er van uitgegaan
zullen door hun verkoelend effect dan ook belangrijker worden bij de inrichting van onze
wordt dat de bijdrage aan de biodiversiteit ook buiten de begrenzing van het NNN
fysieke leefomgeving. De focus op vergroening in de koers op hoofdlijnen zal dan ook in
plaatsvindt. NNN staat voor natuurnetwerk Nederland. In Sliedrecht ligt op dit moment
toenemende mate van meerwaarde zijn voor klimaatadaptatie.
geen NNN of N-2000 gebied. Wel is er stikstofgevoelige natuur in de Biesbosch waar bij ontwikkelingen waarschijnlijk rekening mee gehouden moet worden.
▼Beschermde natuurgebieden Bron: Omgevingsscan Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid, 2020
(Toekomstige) Hittestress ▼ Bron: Omgevingsscan Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid, 2020
71
- Reflectie Omgevingseffectrapport Doel van het Omgevingseffectrapprt (OER)
Woningbouwprogramma, verdichting en ruimtebeslag
De omgevingsvisie Sliedrecht stelt de kaders voor de uitwerking van de opgaven, die hierin
De opgaven voor woningbouw, groen en water en sport en recreatie vragen om ruimte, die
benoemd worden. Voor de omgevingsvisie is het daarom verplicht om de m.e.r.-procedure
niet overal beschikbaar is. Om hier goed mee om te gaan zijn er keuzes te maken voor het
te doorlopen en de effecten op de fysieke leefomgeving in beeld te brengen. In het OER
woningbouwprogramma, de mate van hoogbouw en de inrichting van de openbare ruimte.
is dit gedaan door enerzijds verschillende scenario’s (alternatieven) voor de opgaven te onderzoeken. Voor de relevante opgaven van de Omgevingsvisie onderzoekt het OER
Gezondheid en veiligheid versus wegverkeer
mogelijke manieren om invulling te geven aan de opgaven (scenario’s). Het OER richt zich
Autoverkeer vormt een bron van geluid en luchtverontreiniging in het woongebied. Door
op vijf opgaven uit de Omgevingsvisie:
woningbouwontwikkeling kan het autoverkeer -en daardoor de milieubelasting- verder
•
Woningbouw
toenemen. Om de effecten op het milieu te verminderen en duurzaam vervoer te stimuleren
•
Groen & Water
zijn keuzes nodig die autogebruik ontmoedigen.
•
Duurzame mobiliteit
•
Sport & Recreatie
Stikstofemissies voorgenomen ontwikkelingen
•
Verbinding met Alblasserwaard en Merwede
Doordat de woningbouwontwikkeling toename van verkeer veroorzaakt, neemt ook de stikstofdepositie op de Biesbosch toe (zie ook afbeelding volgende pagina). Hiervoor zijn
Beoordeling en monitoring
maatregelen nodig. Door stikstofemissies weg te nemen, bijvoorbeeld door bestaande
Per aspect zijn deelthema's en criteria benoemd. Deze systematiek zal in eerste instantie
woningen aardgasvrij te maken, kan dit effect gemitigeerd worden. In een programma
ook de basis vormen voor de monitoring (zie volgende pagina). Zo houden we komende
kunnen de ontwikkelingen en maatregelen ‘gekoppeld’ worden.
jaren in de gaten of we de beoogde verbetering van onze leefomgeving behalen, of dat we op onderdelen moeten bijsturen.
Beoordeling van de Omgevingsvisie Het OER beoordeelt de keuzes uit de Omgevingsvisie met en zonder de aanbevelingen. De
De wisselwerking tussen omgevingsvisie en OER heeft bijgedragen aan het aanscherpen
aanbevelingen zijn bedoeld om negatieve effecten te voorkomen of te mitigeren of positieve
van beleidskeuzes. Mede op basis van de scenario's (alternatieven) en de beoordeling van
effecten te versterken. Dit is ook terug te zien in de beoordeling van de effecten op de
de concept-keuzes zijn diverse zaken aangepast. Zo is bijvoorbeeld bij alle deelgebieden
leefomgeving en de bijdrage aan de opgaven.
vergroening nadrukkelijker als opgave toegevoegd en zijn zoekgebieden voor woningbouw op groene gebieden verwijderd.
De OER is samen met deze omgevingsvisie ter inzage gelegd en aan de Commissie m.e.r. voorgelegd. Naar aanleiding van het advies van de Commissie m.e.r. kan de OER nog
Aandachtspunten en aanbevelingen
worden aangepast. De aandachtspunten en aanbevelingen van de OER borgen we bij de
De keuzes die in de Omgevingsvisie gemaakt zijn, zijn eveneens beoordeeld op de effecten
nadere uitwerking van de omgevingsvisie in programma's en het omgevingsplan. Zo werken
op de leefomgeving en de bijdrage aan de opgave. Het OER geeft aandachtspunten
we aan een nog positiever milieu-effect en streven we naar de potentiële effectbeoordeling
en aanbevelingen voor de verdere uitwerking van het beleid. Enkele aandachtspunten
zoals die bij "Omgevingsvisie incl. aanbevelingen" is weergegeven (zie afbeelding volgende
verdienen specifieke aandacht en vragen om gemeentebrede aanpak.
pagina).
72
▲Inschatting stikstofdeposities per habitattype
▼Inschatting omgevingseffect vijf opgaven, met en zonder aanbevelingen
- Monitoring ► De monitoring op de voortgang van de omgevingsvisie gebeurt op de volgende deelaspecten en criteria. Waar nodig operationaliseren we de diverse criteria naar meer kwantitatief meetbare indicatoren.
73
74
Hoofdstuk 5
De omgevingsvisie in werking Inleiding
In dit hoofdstuk gaan we in op de doorwerking van de inhoud van de omgevingsvisie. We laten zien hoe we met de omgevingsvisie willen werken, hoe we de visie in de toekomst indien nodig willen bijsturen en hoe we de visie vertalen naar de andere omgevingswet instrumenten. Verder staan we stil bij de manier waarop we kosten verhalen en waar we financiële bijdragen voor willen vragen.
75
5.1 Werken met en aan de omgevingsvisie
Omgevingsvisie in de beleidscyclus
Afwegingskader
richting aan beheer, behoud en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Natuurlijk zijn we
wel mogelijk willen maken. Hierbij houden we rekening met de volgende algemene kaders.
In de omgevingsvisie bepalen we onze koers. Dat wil zeggen, we geven zo concreet mogelijk
De omgevingsvisie vormt het kader voor zaken die niet in het omgevingsplan passen maar
ons ervan bewust dat deze koers nadere uitwerking vergt. Zowel in projecten die bij gebiedsgerichte of thematische programma’s horen, als in regels en normen bij het omgevingsplan.
Milieubeginselen Omgevingswet:
We hebben dus koers bepaald, maar moeten die koers nu gaan varen. De omgevingsvisie
• het voorzorgsbeginsel;
gaat over beleidsontwikkeling en is de eerste stap in de beleidscyclus. De volgende stap in
• het beginsel van preventief handelen;
die cyclus gaat over beleidsdoorwerking in programma's en het omgevingsplan. Denk hierbij
• het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden;
bijvoorbeeld aan het programma ruimtelijk vernieuwing.
• het beginsel dat de vervuiler betaalt.
De doorvertaling van de visie in het omgevingsplan en programma's zien we als een kleine
Afwegingsprincipes nationale omgevingsvisie (NOVI):
beleidscyclus. Dat betekent dat als de visie door vertaald is in het omgevingsplan en pro-
• combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;
gramma's, dit weer leidt tot aanscherping van de omgevingsvisie. Deze wisselwerking houdt
• kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;
de komende jaren onze aandacht. Daarom stellen we voor om de omgevingsvisie in deze
• afwenteling wordt voorkomen.
beginperiode tweejaarlijks te updaten. Als aanvulling op deze algemene kaders bieden de opgenomen kwaliteiten, thematische keuzes en gebiedsprioriteiten uit de omgevingsvisie inhoudelijk en gebiedsgericht richting. Richting voor de nadere uitwerking in programma's en het omgevingsplan, maar ook richting in de vorm van het hiervoor genoemde afwegingskader. Dit maakt het mogelijk de wenselijkheid van nieuwe initiatieven af te wegen. Bij elke afweging stellen we onszelf de volgende vragen: 1.
Heeft het initiatief een negatieve en/of positieve impact op onze kwaliteiten?
2.
Draagt het initiatief voldoende bij aan de doelen die bij een of meer thematische keuzes worden geschetst en doet het daar geen afbreuk aan?
3.
In welke mate sluit het initiatief aan op de uitgangspunten van het deelgebied en de gebiedsprioriteiten?
76
5.2 Financiële paragraaf
Inleiding
Kostenverhaal en financiële bijdragen - Wro
hieraan is een gezamenlijke taak die wij als gemeente samen met lokale en (boven)regio-
ruimtelijke ordening maar hebben straks ook een wettelijke basis in de Omgevingswet.
nale partners willen vormgeven. Uit de omgevingsvisie blijkt dat strategische keuzes beno-
Conform de vigerende Wro bestaat het kostenverhaal en financiële bijdragen uit 2
digd zijn om de aanwezige ruimte in Sliedrecht efficiënt te gebruiken. Het maken van zulke
categorieën. De categorie gebiedseigen kosten is onderverdeeld in fysieke kosten en
strategische keuzes heeft financiële consequenties. We sluiten vooralsnog aan op bestaan-
plankosten. Feitelijk zijn dit de kosten voor het bouw- en woonrijp maken, de gemeentelijke
de budgetten, maar de geschetste ambities uit de omgevingsvisie brengen extra kosten
plankosten en eventueel de kosten voor tegemoetkoming van planschade.
Deze omgevingsvisie schetst urgente maatschappelijke opgaven. Het geven van uitvoering
met zich mee. Bij het uitwerken van projecten en voor het behalen van programmadoelen kunnen op termijn aanvullende budgetten benodigd zijn. Om deze budgetten te realiseren gebruiken instrumenten uit de huidige wetgeving, de Wet ruimtelijk ordening (Wro). In de toekomst zullen deze instrumenten worden vervangen door de instrumenten uit de Omgevingswet.
Grondbeleid – Wro
Om de doelen die we stellen te realiseren neemt de gemeente een flexibele houding aan in haar grondbeleid. Dit betekent dat het te voeren grondbeleid per project wordt bepaald.
Kostenverhaal en financiële bijdragen vloeien op dit moment nog voort uit de Wet
De categorie gebiedsoverstijgende kosten is onder te verdelen in de volgende drie categorieën: 1.
exploitatiegebied betekenis hebben, maar ook voor andere nieuwe exploitatiegebieden. 2.
functionele relatie bestaat. 3.
Dat betekent dat onze inzet beperkt blijft tot het inzetten van onze publiekrechtelijke bevoegdheden. Het inzetten van tussenvarianten, zoals een publiek-private samenwerking, is ook een mogelijkheid indien dit nodig wordt geacht om de doelstellingen te behalen. Voor het voeren van grondbeleid staat de gemeente een aantal instrumenten ter beschikking: •
Wet voorkeursrecht gemeenten
•
Onteigeningswet
•
Strategische aankopen warme gronden
•
Stedelijke kavelruil
Bijdragen ruimtelijke ontwikkeling: bestedingen met een ruimere reikwijdte, zoals maatschappelijk belangrijk functies waaronder natuur, recreatie, waterberging, infrastructuur en culturele voorzieningen.
de gemeente dit overwegen. Bij een actief grondbeleid neemt de gemeente de regie in aan. Het ontwikkelen van een gebied laten we in dit geval geheel over aan de markt.
Bovenplanse kosten: kosten die voortkomen uit het verrekenen van tekorten en overschotten tussen verschillende exploitatiegebieden waartussen een ruimtelijke-
Indien het voeren van actief grondbeleid nodig wordt geacht om een doel te behalen zal de ontwikkeling. Indien een passievere houding passender is neemt de gemeente deze
Bovenwijkse voorzieningen: maatregelen die niet alleen voor het specifieke
Voor het verhalen van gebiedseigen kosten staat de gemeente een aantal instrumenten ter beschikking: •
Opbrengsten gemeentelijke grondexploitatie
•
Anterieure overeenkomsten
•
Exploitatieplan
De uitgangspunten van ons kostenverhaal worden vastgelegd in de nog te actualiseren Nota Grondbeleid of in een Nota Kostenverhaal. Hierin worden tevens de uitgangspunten voor het kostenverhaal van gebiedsoverstijgende kosten uitgewerkt.
We baseren ons handelen op het gebied van grondbeleid op de Nota Grondbeleid, welke op een later moment geactualiseerd wordt. 77
Fonds ruimtelijke vernieuwing
Zoals gezegd werken wij samen met lokale en (boven)regionale partners aan de geschetste opgaven in deze omgevingsvisie. Indien de opgaven vragen om investeringen die wij als gemeente niet kunnen dragen zullen wij financiële bijdragen van onze samenwerkingspartners inzetten. Om investeringen van onze partners te stimuleren wordt een Fonds Ruimtelijke Vernieuwing opgezet. Onze partners zullen op verschillende manieren bijdragen aan dit fonds. De komende maanden wordt de opzet van het Fonds Ruimtelijke Vernieuwing verder uitgewerkt.
Kostenverhaal en financiële bijdragen, Omgevingswet Het kostenverhaal wijkt onder de Omgevingswet op onderdelen af van de huidige
regeling. De specifieke regeling voor bovenwijkse voorzieningen komt niet terug in de Omgevingswet. Voor de bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen blijft de omgevingsvisie wel van belang. Een andere belangrijke wijziging is dat het exploitatieplan als afzonderlijk instrument verdwijnt. Kostenverhaal wordt geïntegreerd in het omgevingsplan, het projectbesluit of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De term grondexploitatie wordt niet meer gebruikt. De term grondexploitatiekosten wordt vervangen door kosten die gemaakt zijn voor werken, werkzaamheden en maatregelen. Het publiekrechtelijk kostenverhaal kent onder de Omgevingswet twee varianten. 1.
De eerste variant is kostenverhaal voor integrale gebiedsontwikkeling. In dit geval is er een concreet eindbeeld en tempo van de ontwikkeling. Het tijdvak is bepaald. Deze variant kennen we onder de huidige regelgeving ook al. Bij deze eerste variant wordt het kostenverhaal geïntegreerd in het omgevingsplan, het projectbesluit of omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit
2.
Nieuw is de tweede variant; het kostenverhaal voor organische gebiedsontwikkeling. Hierbij ontbreken het concrete tijdvak en eindbeeld van de ontwikkeling. In dit tweede geval kan kostenverhaal alleen via het omgevingsplan geregeld worden.
78
Omgevingsvisie Sliedrecht
79
BIJLAGEN Rolopvatting en sturingsfilosofie - B.1 Varianten en Uitgangspunten Koers - B.2
80
B.1 Gemeentelijke rolopvatting
De gemeentelijke rolopvatting is tweeledig. Enerzijds als het gaat om de invoeringsstrategie van de omgevingswet. Anderzijds als het gaat om de algehele
Veranderen
sturingsfilosofie als overheid (zie figuur 4 en 5). Omtrent de invoeringsstrategie kiest de gemeente ervoor om in principe consoliderend te werk te gaan, maar op onderdelen, bijvoorbeeld voor delen van de omgevingsvisie, ook vernieuwend te werken.
Calculerend
Vernieuwend
Omtrent de bredere sturingsfilosofie van de gemeente kiezen we ervoor om te groeien richting een netwerkende overheid. Da wil zeggen we werken meer en meer van buiten naar binnen en stellen de overkoepelde doelen centraal in plaats van de regels. Dat gezegd hebbende zal de benodigde rol per beleidsthema verschillen. Daarom
Interne focus
Externe focus
beschrijven we bij de thematische koers in hoofdstuk 4 ook welke rolopvatting we bij de diverse ambities willen hanteren.
Consoliderend
Onderscheidend
Aanpassen
▲ Figuur 4. VNG-Model Het VNG-Model hanteert vier kwadranten, waarbij de verticale as aangeeft in welke mate een gemeente grootse veranderingen voor ogen heeft en de horizontale as geeft aan in welke mate men de focus van de verandering intern of extern legt. Met dit model kan een gemeente positie bepalen met betrekking tot de invoering van de Omgevingswet. 81
▲ Figuur 5. NSOB-Model Het sturingsmodel van de Nederlands School voor Openbaar Bestuur (NSOB) hanteert ook vier kwadranten, waarbij de verticale as aangeeft in welke mate de doelen dan wel regels centraal staan en de horizontale as geeft aan in welke mate men de focus intern of extern legt. Met dit model kan een gemeente positie bepalen omtrent haar rolopvatting en sturingsfilosofie in bredere zin. . 82
B.2 Varianten en uitgangspunten voor koers
Met de omgevingsvisie bouwen we zoveel mogelijk voort op bestaande beleidskeuzes, bijvoorbeeld de ambitie om 2500 woningen te bouwen en een bijdrage te leveren aan de energieopgave in de regio. Dat we dit willen is bepaald, maar over de manier waarop dit ruimtelijk zou landen waren nog vele keuzes te maken. Gedurende het proces zijn verschillende keuzeopties inzichtelijk gemaakt met een aantal varianten. Uiteindelijk zijn de verschillende voor- en nadelen van deze varianten in de uiteindelijke koers verwerkt.
Ruimte in polder benutten ▼
Verdichting in bestaand dorp ▼
Duurzame energiepolder en bewoonde waterkant ▼
83
De koers in 12 uitgangspunten: Bij de verschillende besprekingen rondom de Koers hebben we vanuit verschillende denkrichtingen gekeken naar de mogelijke ruimtelijke ontwikkeling van Sliedrecht. Uit deze besprekingen zijn de volgende 12 ruimtelijke uitgangspunten gekomen: 1.
Investeren in ruimtelijke kwaliteit, zowel binnen als
2. 3.
buiten stedelijk gebied Geen hoogbouw, maar dorps-stedelijke maat en schaal Noord-zuid verbindingen nog crucialer
4.
Spreiding sociale druk en woningdichtheden
5.
(compacte) Sprong over het spoor: woningbouw en energie
6.
Ontwikkel meervoudig (zoek koppelingen wonen, bedrijvigheid, water, natuur, energie, recreatie, sociale voorzieningen)
7.
(toegankelijke) Ontwikkeling langs Merwede, met name oostelijk gedeelte
8.
‘Groene longen’ doortrekken van polder tot Merwede
9.
Doorontwikkeling stationslocatie als gemengd knooppunt
10. Investeer naast stationsgebied ook in op kwaliteit dorpskern 11. Ruimte voor (startende) ondernemers in wijken 12. Geen windmolens* waterzijde, wel zoekgebied in A15-zone en polder (*In een latere fase heeft de raad
Schets ontwikkelingen koers ▲ Deze schets verbeeldt een (van vele) mogelijke uitwerking(en) van de ruimtelijke uitgangspunten
besloten om windmolens niet als een optie te zien.)
84
Omgevingsvisie Sliedrecht
85